20210922 Beantwoording door college van raadsvragen Klimaatadaptie.docx
Tekst van het document
Beantwoording college van raadsvragen m.b.t. raadsvoorstel Klimaatadaptie 1] Met welke partners en partijen is gesproken in de diverse dialooggroepen? We komen niet verder dan toelichting bij Hitte en gezondheid: Katholieke ouderenbond (KBO), Woonstichting de Zaligheden, Wooninc., GGD en Stichting het Kempenkind. Voor het thema buitengebied hebben wij gesproken met het Ondersteuningsnetwerk duurzame veehouderij. Dit netwerk wordt betaald door provincie Noord-Brabant maar heeft onafhankelijke gesprekspartners die agrariërs ondersteunen in zijn/haar keuze voor het bedrijf bij veranderingen richting duurzaamheid, innovatie en gezondheid. De provincie zet zich via deze gesprekspartners in om die beweging te versnellen. Vanuit het waterschap is permanent vertegenwoordiging aangesloten in het vaste projectteam. Daarnaast hebben 2 sessies plaatsgevonden met het college en één sessie met de gemeenteraad. Ook is gesproken met ambtenaren van de teams ruimtelijk beheer, ruimtelijke ontwikkeling, maatschappelijke ontwikkeling en communicatie.
2] Wordt de externe inhuur die voorgesteld wordt gezamenlijk ingehuurd met andere Kempengemeenten? Zo nee, is hier wel afstemming over geweest? Op welke manier wordt samengewerkt op dit thema in de Kempen? Nee, deze budgetten voor inhuur zijn specifiek voor de gemeente Reusel-De Mierden en er is geen rekening gehouden met gezamenlijke inhuur. Wel is bij het bepalen van de benodigde budgetten rekening gehouden met het feit dat o.a. het waterschap en de omliggende gemeenten ook veel materialen en kennis al in huis hebben welke gedeeld kunnen worden waardoor de inhuur van externen verminderd kan worden. We gaan er bij de benodigde inhuur vanuit dat we veel gebruik maken van bestaande materialen en handreikingen welke nog moeten worden afgestemd op de specifieke behoeften van onze gemeente. Er is in een vroeg stadium afstemming geweest met gemeenten binnen de regio zuid-oost Brabant om o.a. de dialogen voor het buitengebied gezamenlijk op te pakken. Echter verschillen gemeenten sterk in de snelheid waarmee de klimaatdialogen zijn opgepakt waardoor dit niet van de grond is gekomen. Wel zijn ambtenaren van gemeente Bladel aangesloten bij de door ons georganiseerde dialogen en zijn andersom ambtenaren uit Reusel – De Mierden aangesloten bij de dialogen van gemeente Bladel om meer uitwisseling op gang te brengen.
In het periodieke overleg van het klimaatportaal zuid-oost Brabant wordt waar mogelijk kennis gedeeld en zaken afgestemd. Ook is er periodiek overleg met gemeente Bladel om kennis uit te wisselen. Uitvoeringsagenda’s worden echter nog niet gezamenlijk opgesteld en uitgevoerd. Wel is er afstemming geweest met Waterschap De Dommel om de uitvoeringsagenda aan te laten sluiten bij het waterbeheerprogramma.
3] Gelieve het resultaat van de eerder uitgevoerde Klimaatstresstest met de raad te delen. Bijlage 2 is erg algemeen van aard en bijlage 3 is korter dan verwacht. Hoe volledig is bijlage 3 als we concrete informatie willen over de resultaten? Bijlage 3 is erg concreet en een goede samenvatting van de stresstesten. Uiteraard zijn hieruit door specialisten de hoofdzaken gefilterd. De stresstesten zijn eerder gedeeld met de gemeenteraad bij de raadsinformatienota. Voor de volledigheid worden deze nog via Cryptshare toegezonden. Ook zijn deze voor iedereen te raadplegen via https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/voorbeelden/voorbeeldendetail/387/Klimaatstresstest-gemeente-Reusel---De-Mierden. 4] Wie zitten er in het “integraal duurzaamheidsteam dat zich bezighoudt met een breder scala aan duurzaamheidsonderwerpen”? Het duurzaamheidsteam wordt op termijn opgericht. In het duurzaamheidsteam zullen waarschijnlijk beleidsmedewerkers uit het team Ruimtelijke ontwikkeling, de beleidsmedewerker duurzaamheid en de beleidsmedewerker water en klimaatadaptatie aansluiten. Periodiek schuiven waar nodig collega’s van andere teams en disciplines aan.
5] hoeveel procent van de aanwonenden heeft bij eerdere wegreconstructie projecten (oa Vlassert en Turnhoutseweg) meegedaan met afkoppeling van woningen? Sinds 2020 hanteert de gemeente een ander beleid bij het afkoppelen van woningen tijdens wegreconstructies. De ervaring was dat eerder slechts een klein percentage aanwonenden meedeed. Daarom is in 2020 besloten dat de gemeente meebetaalt aan het afkoppelen van de voorkant van de particuliere woningen en bedrijven. Dit wordt ondergebracht en uitgevoerd door de aannemer die ook de
wegreconstructie verzorgt. De Turnhoutseweg en een kleine reconstructie op de Hondsbos zijn de eerste twee projecten waar dit op deze manier is verzorgd. Op de Hondsbos zijn alle aanliggende woningen afgekoppeld. Het afkoppelen op de Turnhoutseweg is bij enkele bewoners nog niet volledig afgerond, maar tot nu toe is plus minus 80% van de woningen afgekoppeld. Dit gaat dan om de voorkant van de woning. Niet alle woningen zijn overigens door de gemeente/de aannemer afgekoppeld; sommige inwoners hebben dit in eigen beheer gedaan. 6] Is er geld gereserveerd voor afkoppelen van woningen bij wegreconstructie projecten in de komende jaren? Waar is dit budget gealloceerd? Ja, de kosten voor het afkoppelen van de voorkant van woningen wordt betaald uit het reguliere vervangingsbudget/projectbudget van riolering sinds 2020. Het betreft slechts een klein percentage aan kosten waardoor dit geen effect heeft op de hoeveelheid reconstructies die uitgevoerd kunnen worden. Daarnaast is er vanuit de rioolheffing jaarlijks ook geld gereserveerd voor een subsidie voor bewoners die op eigen initiatief willen afkoppelen of aanvullend de achterkant van de woning nog willen afkoppelen.
7] Hoe concreet is “Daarnaast is aandacht voor het in stand houden van voldoende groen en ook de benodigde schaduwwerking van het groen.”? Waar blijkt dat uit? Zoals benoemd is er vooral bewustwording op dit thema en ontbreekt het nog aan concrete kaders/richtlijnen hiervoor. Zo is in het Centrumplan geadviseerd over de plaatsing van bomen op een plek waar deze ook kunnen bijdragen aan schaduwwerking. Bij het ontwerp van de herinrichting Marialaan is goed gekeken naar de verhouding verharding (bijv. ten behoeve van parkeerplaatsen) en de hoeveelheid (functioneel) groen. Uitgangspunt hierbij is zoveel mogelijk functioneel groen in het ontwerp. Ook bij de Kruisstraat is dit uitgangspunt gehanteerd. 8] De opmerkingen “In het buitengebied zijn de diverse partijen bekend, maar is nog onduidelijk hoe de samenwerking plaatsvindt.” en “De diverse partijen in het buitengebied zijn bekend, maar het is niet duidelijk in hoeverre er onderlinge samenwerking plaatsvindt tussen de agrarische sector en de terreinbeheerders.” vinden wij wat vreemd. Deze partijen kennen we toch? In het proces ‘de beweging’ en ‘buitengebied in ontwikkeling’ hebben we juist veelvuldig contact met iedereen.
Is die vraag niet gewoon gesteld cq te stellen over inzicht in hun onderlinge samenwerkingen? (bij 3.1 en 3.3) Tijdens het proces van de klimaatdialogen is ambtelijk ondervonden dat samenwerkingen niet altijd goed in beeld zijn en dat het erg lastig is om met de betreffende partijen in contact te komen. Dit heeft er mee te maken dat er op dit moment al veel ontwikkelingen in het buitengebied plaatsvinden, waarvan enkele ook gevoelig liggen en een grote impact kunnen hebben op de bedrijfsvoering. Het uitgangspunt is om klimaatadaptatie hier niet als extra en apart onderwerp bovenop te leggen, maar mee te nemen in de gesprekken met initiatiefnemers. Om de bestaande gesprekken en ontwikkelingen niet te bemoeilijken/verstoren is er voor gekozen voorzichtig te zijn met het direct benaderen van de partijen en eerst te verkennen welke structuren er al zijn/wat er al speelt om vanuit daar de kansen verder in beeld te brengen. We proberen waar mogelijk de raakvlakken met andere onderwerpen op te zoeken en bewustwording te creëren bij partners over de opgave rondom klimaatadaptatie zonder dat we rechtstreeks en apart contact leggen met de verschillende partijen.
9] waarom wordt het contact met de agrarische sector indirect genoemd (p7)? Als er één sector is met wie veel direct contact is, dan is het wel de agrarische sector! Zie de reactie bij vraag 8. 10) bij samenvatting in 3.4 wordt gesteld dat extra capaciteit benodigd is om oa aan te sluiten in de gevestigde netwerken cq overlegstructuren. Is er overwogen dit juist door een vaste medewerker van de gemeente te laten doen (bijv een van de leden van het duurzaamheidsteam) en deze te ontlasten via
inhuur op andere taken? Het voorstel om een externe in te zetten op de klimaattaken heeft immers als significant nadeel dat interne borging en versterking van het kennispeil niet eenvoudig is vanwege beperkte inzet, toegankelijkheid en betrokkenheid bij de gemeente en gemeentelijke organisatie. Bij dit punt is er inderdaad vanuit gegaan dat dit niet door middel van inhuur wordt opgevuld maar structureel door vaste medewerkers van de gemeente. Dit vraagt echter wat van de capaciteiten en de werkverdeling, daarom is de agenda ook voorgelegd aan de coördinatoren. Door wie en hoe dit precies ingevuld gaat worden in het werkpakket wordt na vaststelling van de agenda verder uitgewerkt. 11) graag ontvangen wij het hemelwaterstructuurplan. Het hemelwaterstructuurplan is geen vastgesteld beleid, maar een hulpmiddel om het grotere geheel van de hemelwaterstructuren aan elkaar te verbinden. Om het hemelwaterstructuurplan te bekijken kan een afspraak worden gemaakt met Romy Schellekens van team Ruimtelijk Beheer. Het plan behoeft namelijk wat uitleg.
12) welke 12 gemeenten nemen deel aan het klimaatportaal zuidoost brabant? Zitten de 9 andere gemeenten uit onze metropoolregio samen in een andere werkregio? De volgende gemeenten zitten in het klimaatportaal zuidoost Brabant: Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, gevestigd te Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Reusel-De Mierden, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven. De overige gemeenten zitten inderdaad in een andere samenwerking. Dit is (deels) bepaald op basis van de waterschapsgrenzen. 13) in de uitvoeringsagenda wordt voor 2022 capaciteit nodig geacht voor oa 300 uur vanuit medewerker openbare ruimte. Dat komt neer op ca 3 maanden een fulltime werknemer. Is die capaciteit vrij beschikbaar? Bij de afdeling openbare ruimte is sinds 2020 1 fte beschikbaar voor een beleidsmedewerker stedelijk water en klimaatadaptatie. Daarin is expliciet rekening gehouden met het feit dat een deel van deze FTE wordt ingezet voor taken rondom klimaatadaptatie. De berekeningen van circa 1/4e van de beschikbare fte ten behoeve van klimaatadaptatie is realistisch. De benodigde en beschikbare uren die gevraagd worden van andere collega’s zijn afgestemd.