CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-11-17 - DEF - Rapport bodembeheer Kempengemeenten 2020.pdf

Gemeenteraad 20 april 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart Kempengemeenten en PFAS 202011.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten

projectnummer 0458214.100 definitief revisie 02 17 november 2020

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten

projectnummer 0458214.100 definitief revisie 02 17 november 2020

Auteur M.A.L. Rutting MSc R.M. Groot MSc

Opdrachtgever De Samenwerking Kempengemeenten Kerkplein 3 5541 KB REUSEL

datum vrijgave

definitief revisie 02

17 november 2020

definitief

goedkeuring I. Lanting

vrijgave M.F. Elings

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

2

2

Uitgangspunten

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten Relaties oude bodemkwaliteitskaarten Technisch-inhoudelijke onderbouwing Wegbermen

3 3 4 4

3

Uitvoering

5

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Beheergebied Bodemkwaliteitszones Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart Databewerking Rekensessies Extremenanalyse

5 5 8 9 9 10

4

Bodemkwaliteitskaart

11

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Indeling bodemkwaliteitszones Ontgravingskaarten Bodemfunctieklassenkaart Toepassingskaart Vaststelling en herziening

11 11 12 13 13

5

Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart

14

5.1 5.2 5.3

Ruimtelijke verdeling Heterogeniteit en ruimtelijke verdeling Saneringscriterium

14 14 15

Bijlagen 1. Toelichting databewerking 2. Statistische kengetallen 3. Statistische kengetallen van barium, kobalt, molybdeen en PCB Kaartbijlagen I. Kaart met zone indeling II. Kaart met meetpunten PAK III. Ontgravingskaart bovengrond (tot 0,5 m-mv.) IV. Ontgravingskaart ondergrond (>0,5 m-mv.) V. Bodemfunctieklassenkaart VI. Generieke toepassingskaart bovengrond VII. Generieke toepassingskaart ondergrond VIII. Zinkassenwegenkaart

Blad 1 van 21

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

1

Inleiding De samenwerkende Kempengemeenten Bladel, Reusel-De Mierden, Oirschot en Eersel hebben als onderdeel van een duurzaam bodembeleid een regionale bodemkwaliteitskaart opgesteld, tezamen met de Nota bodembeheer. De huidige bodemkwaliteitskaarten, welke afzonderlijk zijn opgesteld door de deelnemende gemeenten van de Samenwerkende Kempengemeenten, zijn meer dan vijf jaar geleden bestuurlijk vastgesteld. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten moet een bodemkwaliteitskaart periodiek (eens per 5 jaar) opnieuw beleidsmatig worden vastgesteld. Dit betekent dat de huidige kaarten geactualiseerd dienen te worden.

Doel Het doel van het opstellen van de regionale bodemkwaliteitskaart is het inzichtelijk maken van de actuele diffuse bodemkwaliteit en het toekennen van bodemfunctieklassen aan verschillende deelgebieden van de deelnemende gemeenten. Deze kaart kan vervolgens, in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, binnen de regio gebruikt worden als bewijsmiddel, conform paragraaf 4.3.5 van de Regeling bodemkwaliteit, voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij vrijkomende grond en/of de ontvangende bodem. Dit voorkomt onderzoekskosten indien grond binnen het beheergebied door ontgraving vrijkomt en hierbinnen ook weer wordt toegepast. In onderhavig rapport is de totstandkoming van de bodemkwaliteitskaart toegelicht en is de classificatie van de actuele bodemkwaliteit beschreven. Ten aanzien van het onderwerp nieuwe stoffen, waaronder PFAS, is de verwachting dat het beleid zich de komende jaren zowel landelijk als regionaal verder gaat ontwikkelen. In dat geval bestaat de mogelijkheid dat deze bodemkwaliteitskaart moet worden aangepast of worden aangevuld aan de hand van de landelijke en regionale ontwikkelingen. Voor PFAS wordt momenteel gewerkt aan een provincie Noord-Brabant-brede bodemkwaliteitskaart voor PFAS. De gemeenten hanteren deze kaart in combinatie met de voorliggende bodemkwaliteitskaart.

Leeswijzer Als eerste worden de uitgangspunten voor het opstellen van de voorliggende bodemkwaliteitskaart besproken in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is beschreven hoe bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart met eisen uit hoofdstuk 2 is omgegaan. De bodemkwaliteitskaart zelf wordt toegelicht in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe is omgegaan met de vereisten rondom de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteitskaart en de algemene regels voor het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet.

Blad 2 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

2

Uitgangspunten

2.1

Richtlijn bodemkwaliteitskaarten De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten van het ministerie van VROM van 3 september 2007 en de Wijzigingsbladen van januari 2013, 2014, 2016 en 2019. Deze richtlijn beschrijft de acht stappen die moeten worden doorlopen om tot een bodemkwaliteitskaart te komen: In Stap 1 worden de beleidsmatige en technisch-inhoudelijke keuzes gemaakt. In Stap 2 dient te worden vastgesteld welke kenmerken binnen het beheergebied naar verwachting een belangrijke rol spelen bij het definiëren van deelgebieden. In Stap 3 worden bodemgegevens geschikt gemaakt voor verwerking tot een bodemkwaliteitskaart. In Stap 4 worden voorlopige homogene deelgebieden samengesteld. Dit gebeurt op basis van de kenmerken waarvan in stap 2 werd verwacht dat deze bepalend zijn voor de bodemkwaliteit. In Stap 5 wordt op basis van de beschikbare meetresultaten vastgesteld of de indeling in deelgebieden van stap 4 juist is, waardoor zones ontstaan. Waar mogelijk worden deelgebieden met een overeenkomstige bodemkwaliteit samengevoegd tot zones. Indien nodig wordt in Stap 6 aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. In Stap 7 worden de verschillende soorten gegevens, die van elke bodemkwaliteitszone beschikbaar zijn, in samenhang geïnterpreteerd.

Op basis hiervan wordt een rapport opgesteld waarin de totstandkoming van de bodemkwaliteitskaart wordt weergegeven en gemotiveerd. In Stap 8 wordt, op basis van de bodemkwaliteit in combinatie met de functiekaart, de toepassingseis per bodemkwaliteitszone geformuleerd. Dit resulteert in een generieke toepassingskaart. Onderdeel van stap 8 is daarnaast dat per bodemkwaliteitszone wordt aangegeven onder welke voorwaarde grondverzet zonder aanvullende keuring is toegestaan. Naast de genoemde richtlijn is de bodemkwaliteitskaart gebaseerd op het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Ook is gebruik gemaakt van de 'Handreiking Besluit bodemkwaliteit' van Bodem+ (tegenwoordig onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving) en van het document 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' van TNO/Deltares, niet gedateerd (opgesteld in opdracht van Bodem+).

2.2

Relaties oude bodemkwaliteitskaarten Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is gebruik gemaakt van de bouwgeschiedenis uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster. Dit betreft een geactualiseerde zonekaart ten opzichte van de vorige bodemkwaliteitskaart. Er zijn nieuwe ontwikkelingen toegevoegd, begrenzingen zijn nauwkeuriger gemaakt en waar nodig, zijn verbeteringen toegepast. Gevolg is dat een nieuwe zone kaart aantal punten afwijkt van de vorige kaarten.

Blad 3 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

2.3

Technisch-inhoudelijke onderbouwing De technisch-inhoudelijke onderbouwing gaat in op de eisen waar een bodemkwaliteitskaart aan moet voldoen. In de richtlijn zijn de onderwerpen benoemd die essentieel worden geacht om de kwaliteit van het grondverzet te kunnen waarborgen. Deze onderwerpen moeten dan ook minimaal in de onderbouwing worden meegenomen. Dit betreft: - het (deel van het) beheergebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld; - de diepte en de te onderscheiden dieptetrajecten waarover de bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet (respectievelijk 0-0,5 en 0,5-2,0 m -mv.); - de stoffen die in de bodemkwaliteitskaart worden opgenomen; - de onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd: - metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM); - polychloorbifenylen (PCB som 7); - minerale olie (GC). - de kwaliteitseisen waaraan een zone moet voldoen; - de statistische kentallen op basis waarvan de zones worden gekarakteriseerd; - in welk kader (generiek of gebiedsspecifiek) de kaart functioneert.

2.4

Wegbermen De verwachting is dat wegbermen van de provinciale wegen een andere kwaliteit bevatten dan omliggende gebieden, dit blijkt ook uit de praktijk van de vier gemeenten (gebiedskennis). Daarnaast is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk of sprake is van een zinkassenweg. Door middel van een kaart is getracht deze wegen in beeld te brengen. Echter uit de praktijk blijkt dat niet alle weergegeven zinkassenwegen in de praktijk een zinkassenweg is, en omgekeerd. Een niet bekende zinkassenweg kan in de praktijk een zinkassenweg zijn. Van de wegbermen van gemeentelijke wegen in het buiten gebied wordt aangenomen dat deze een gelijkwaardige kwaliteit hebben van de omliggende zone. Echter kan niet worden uitgesloten dat het een zinkassenweg betreft, daarom dient dit op voorhand in beeld gebracht te worden. Voor de begrenzing van de bermen wordt aangesloten bij de onderstaande figuren. Deze figuren zijn afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS-2009/2932, 19 november 2009).

Figuur 1: Begrenzing bermen

Blad 4 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

3

Uitvoering

3.1

Beheergebied Voorliggende regionale bodemkwaliteitskaart gaat over het gebied dat gelijk is aan het grondgebied van de gemeenten Bladel, Reusel-De Mierden, Oirschot en Eersel.

Figuur 2: Beheergebied van de gemeenten Bladel, Reusel-De Mierden, Oirschot en Eersel.

3.2

Bodemkwaliteitszones Het uitgangspunt voor het definiëren van een deelgebied wordt gevormd door een vergelijkbare en gebiedseigen bodemkwaliteit. Het indelen in bodemkwaliteitszones vindt daarom over het algemeen plaats op basis van gebruikshistorie en de milieuhygiënische bodemkwaliteit, eventueel in combinatie met de bodemopbouw. Oude zonering De huidige bodemkwaliteitskaarten zijn destijds afzonderlijk opgesteld aan de hand van de hierboven genoemde criteria. In de meeste gevallen heeft de zonering plaats gevonden op basis van bebouwingsgeschiedenis en de gebruikshistorie. In tabel 3.1 is per gemeente de huidige zonering benoemd. In alle gevallen is de zonering voor de boven- en ondergrond gelijk. Tabel 3.1: Overzicht deelgebieden per zone Zone

Zone omschrijving

Bladel – Bodemkwaliteitskaart Gemeente Bladel (kenmerk: 489262, 8 februari 2012) Zone 1

De oude kern van Bladel de bebouwde kom van Hoogeloon en Netersel

Zone 2

De uitbreidingen van de bebouwde kom van Bladel en Hapert na 1945 inclusief de bedrijfsterreinen, de oude kern van Hapert en de bebouwde kom van Casteren

Blad 5 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Tabel 3.1: Overzicht deelgebieden per zone Zone

Zone omschrijving

Zone 3

Buitengebied

Eersel – Bodemkwaliteitskaart Gemeente Eersel (kenmerk: 467467, 15 oktober 2009) E

De bebouwde kom van Eersel

D

De bebouwde kom van Duizel

V

De bebouwde kom van Vessem

SKW

De bebouwde kom van Steensel, Knegsel en Wintelre

B

Buitengebied

Oirschot – Bodemkwaliteitskaart Gemeente Oirschot (kenmerk: -, 8 januari 2003) OIR1

De historische kern van Oirschot

OIR2

De woonwijken in de kom van Oirschot

OIR3

Het industrieterrein van Oirschot

SPDNK

De kom van Spoordonk

MDBS

De kom van Middelbeers

OSBS

De kom van Oostelbeers

MRLND

Bestemmingsplan Moorland

STRKMP

Strijpsche Kampen

SCHPR

Industrieterrein de Scheper

Buitengebied

Overig beheergebied

Reusel-de Mierden - Bodemkwaliteitskaart gemeente Reusel-De Mierden (kenmerk: 490192, d.d. 5 november 2010) Zone 1

de bebouwde kom van Reusel, Hulsel; Hooge Mierde Lage Mierde

Zone 2

Buitengebied

Omdat in het voorliggende traject bedoeld is om te komen tot een regionale bodemkwaliteitskaart, waarbij de mogelijkheden voor grondverzet vooral inzichtelijker gemaakt moeten worden, is gekozen om zoveel mogelijk van de hierboven genoemde zones samen te voegen. Bij het controleren van de oude geografische informatie bleek echter dat deze bestanden niet meer voldoen aan de huidige eisen uit de Regeling bodemkwaliteit. In de Regeling bodemkwaliteit is opgenomen dat de geografische informatie (ook wel shape genoemd) van de ontgravingskaart en de toepassingskaart aan Bodem+ moeten worden aangeleverd. Dit betekent dat de kaarten moeten voldoen aan de eisen uit de Regeling bodemkwaliteit. Zo mogen er bijvoorbeeld zones niet met elkaar overlappen of 'gaten' (witte vlekken) in de bestanden aanwezig zijn. Uit de controle bleek echter dat op veel plekken sprake was van witte vlekken en waren er zones die overlap met elkaar hadden. In overleg met de gemeenten is derhalve besloten om een nieuwe zonekaart te realiseren. Nieuwe zonering Voor het opstellen van de zonekaart ten behoeve van de voorliggende bodemkwaliteitskaart is gebruik gemaakt van de bouwgeschiedenis uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster. Hierbij zijn zones samengesteld op basis van de bouwgeschiedenis van de bebouwde omgeving.

Hierin is onderscheid gemaakt tussen bebouwing van voor 1945, bebouwing uit de periode van 1945 tot en met 1970 en bebouwing uit de periode na 1970.

Blad 6 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Daarnaast is het buitengebied als een aparte zone geclassificeerd en worden de wegbermen als uitgesloten gebied geclassificeerd. In tabel 3.2 is de voorgenomen zonering benoemd vóór de databewerking en de rekensessies. De zonering voor de boven- en ondergrond is gelijk, met uitzondering van zone 5: wegbermen. Tabel 3.2 Overzicht nieuwe zonering voor de databewerking en de rekensessies. Zone

Zone omschrijving

Bovengrond - 0,0 – 0,5 m-mv. Zone 1

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode tot 1945

Zone 2

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode van 1945 tot en met 19701

Zone 3

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode na 19701

Zone 4

Buitengebied

Zone 5

Wegbermen – uitgesloten gebied

Ondergrond- 0,5 – 2,0 m-mv. Zone 6

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode tot 1945

Zone 7

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode van 1945 tot en met 19701

Zone 8

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode na 19701

Zone 9

Buitengebied

: Uit de rekensessie is gebleven dat deze zones van vergelijkbare kwaliteit waren en zijn derhalve samengevoegd. Zie paragraaf 3.5. 1

Blad 7 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

3.3

Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart is opgesteld: - volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit; - voor alleen grond en dus niet voor grondwater of de bodem onder oppervlaktewater (waterbodem); - voor de boven- en ondergrond (respectievelijk 0-0,5 en 0,5-2,0 m -mv.); - op basis van relevante informatie uit het bodeminformatiesysteem (zie paragraaf 3.4); - voor de parameters van het standaard stoffenpakket grond: o metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); o polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM); o polychloorbifenylen (PCB som 7); o minerale olie (GC). - met minimaal 20 waarnemingen per zone en 3 waarnemingen ter plaatse van ieder nietaaneengesloten gelegen deelgebied. - voor de toetsing is uitgegaan van de normen en rekenregels voor het op landbodem toepassen van grond. De bij deze toepassing behorende toetsingswaarden (klasse AW2000, klasse wonen en klasse industrie) zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Toetsregel klasse AW2000 Om te bepalen of er sprake is van een overschrijding van de achtergrondwaarden (AW2000) is artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit van toepassing.

Dit artikel stelt dat de bodem, een partij grond of een partij baggerspecie nog in de klasse AW2000 valt als bij meting van 2 stoffen het rekenkundig gemiddelde gehalte van maximaal 12 stoffen de achtergrondwaarden overschrijdt. In de onderstaande tabel is de toetsregel voor AW2000 opgenomen. Tabel 1: Toetsregel AW2000 Aantal onderzochte stoffen X Aantal overschrijdingen Y

2 1

7 2

16 3

27 4

37 5

Toetsregel klasse Wonen (voor ontvangende bodem) De overschrijding mag maximaal 2x de achtergrondwaarde van de betreffende stof bedragen. Daarnaast geldt dat het rekenkundig gemiddelde gehalte kleiner moet zijn dan of gelijk moet zijn aan de Maximale Waarden Wonen. Omdat de Achtergrondwaarde en Maximale Waarde Wonen (bijna) gelijk zijn aan elkaar, vervalt voor de stoffen nikkel en PCB de voorwaarde dat het gehalte kleiner moet zijn dan de Maximale Waarden Wonen. Opgemerkt wordt dat er per 1 januari 2016 een aanpassing van de Regeling bodemkwaliteit en de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is gepubliceerd voor o.a. de stoffen barium, kobalt en molybdeen en (eerder al) PCB. Het gaat hierbij om aangepaste toetsingswaarden en het aantal noodzakelijke waarnemingen. De huidige bodemkwaliteitskaart sluit aan op deze laatste richtlijn. Accreditatieschema 3000 Vanaf 1 juli 2007 is het Accreditatieschema 3000 (AS3000) in werking getreden. AS3000 bevat de kwaliteitseisen voor laboratoria voor al het milieuhygiënisch bodemonderzoek. AS3000 schrijft een monstervoorbehandeling voor, bestaande uit malen en homogeniseren. Dit verlaagt de kans op een grote spreiding van analyseresultaten waardoor resultaten betrouwbaarder worden.

Om deze aanpassing te ondervangen, heeft derhalve een vergelijking van de analyseresultaten plaatsgevonden tussen resultaten van de afgelopen vijf jaar en de resultaten ouder dan vijf jaar.

Blad 8 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

3.4

Databewerking Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is gebruik gemaakt van onderzoeksgegevens uit het bodeminformatiesysteem (Nazca-I) van de verschillende gemeenten. De datagegevens zijn in december 2019 aangeleverd. In een bodeminformatiesysteem zijn de onderzoeksgegevens van diverse typen onderzoeken opgenomen, zoals verkennende en nadere onderzoeken maar ook saneringen en evaluatierapporten. Omdat de bodemkwaliteitskaart een betrouwbare en representatieve weergave moet zijn van de actuele (diffuse) bodemkwaliteit, moeten onderzoeksgegevens van bijvoorbeeld puntbronnen of verdachte percelen buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat de data moet worden bewerkt zodat alleen die analysegegevens overblijven, die geschikt zijn om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. De selectiemethode is beschreven in bijlage 1.

3.5

Rekensessies In totaal zijn in juni 2020 vijf verschillende rekensessies uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste rekensessies met redenen beschreven. 1e en 2e rekensessie Bij deze rekensessies zijn de data van de periode tot 5 jaar terug (rekensessie 1: periode 20152020) en de periode tussen 5 en 12 jaar terug (rekensessie 2: periode 2008-2015) doorgerekend. Bij deze sessies is uitgegaan van de eerdergenoemde indeling in deelgebieden en van de bodemlagen 0,0-0,5 m -mv (bovengrond) en 0,5-2,0 m -mv (ondergrond). Op basis van de uitkomsten van deze twee rekensessies is beoordeeld of de bodemkwaliteit vergelijkbaar is en of de data van deze 2 perioden kunnen worden samengevoegd. De milieuhygiënische kwaliteit uit de periodes tot 5 jaar terug en van 5 tot 12 jaar terug bleken overeen te komen. Daarom zijn de sets samengevoegd tot één dataset met de periode 0 tot 12 jaar geleden. 3e rekensessie Na het samenvoegen van de data tot 5 jaar terug en van 5 tot 12 jaar is de gehele dataset doorgerekend en zijn per zone de voor de bodemkwaliteitskaart benodigde (statistische) kentallen gegenereerd. Hieruit bleek dat de bovengrond van zone 2 (bebouwing van 1945 t/m 1970) en zone 3 (bebouwing na 1970) niet onderscheidend waren in bodemkwaliteit. Dit gold ook voor zone 7 (bebouwing van 1945 t/m 1970) en zone 8 (bebouwing na 1970) van de ondergrond.

Derhalve zijn deze zones in overleg met de gemeenten samengevoegd tot zones na 1945 voor zowel de boven- als ondergrond. Zie voor de definitieve zonering paragraaf 4.1. 4e rekensessie Na het samenvoegen van de zones is de gehele dataset opnieuw doorgerekend en zijn de benodigde (statistische) kentallen voor de individuele zones gegenereerd. Deze set vormde het startpunt voor de extremenanalyse (zie paragraaf 3.6 voor de definitie hiervan). Voor de extremenanalyse is de dataset meerdere keren doorgerekend. Waarbij steeds de uitschieters (de zogenoemde 'extremen') worden beoordeeld en op basis van de in paragraaf 3.6 benoemde criteria worden uitgesloten van de volgende doorrekening. Voor de extremenanalyse is de totale dataset 7 keer doorgerekend. Dit had voornamelijk te maken met de foute invoer van gehalten van PCB en lokale puntbronnen die te relateren zijn aan de aanwezigheid van zinkassenwegen.

Blad 9 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

5e rekensessie Vervolgens is bepaald of er per zone voldoende waarnemingen aanwezig waren om tot het opstellen van de bodemkwaliteitskaart over te gaan en is gekeken of de ruimtelijke verdeling van de waarnemingen binnen elk deelgebied toereikend was. Geconcludeerd werd dat er in veel gebieden (snippers) geen meetpunten aanwezig waren voor het bepalen van de kwaliteitsklasse. Het bleken voornamelijk meetpunten voor de stoffen kobalt, molybdeen en PCB die ontbraken. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten en Wijzigingsbladen van januari 2014 en 2016, is het niet noodzakelijk voor de stofgroepen barium, kobalt, molybdeen en PCB vast te houden aan de bestaande indeling in deelgebieden, zoals die wordt gehanteerd voor de andere stofgroepen, maar kan worden volstaan met een indeling in deelgebieden op grond van het organisch stof gehalte. Aangezien binnen alle zones het gemiddelde organisch stofgehalte zich beneden de 4% bevindt, zijn er twee zones, de boven- en ondergrond gecreëerd voor het bepalen van de bodemkwaliteit van barium, kobalt, molybdeen en PCB. 6e rekensessie Na de extremenanalyse is de gehele dataset doorgerekend en zijn per zone zijn de voor de bodemkwaliteitskaart benodigde (statistische) kentallen gegenereerd: - het aantal waarnemingen; - de gemiddelde gehalten per parameter (incl.

lutum en organische stof); - de minimale en maximale gemeten gehalten; - diverse percentielwaarden (P5, P50, P80, P90, P95); Het vergelijken van percentielwaarden levert informatie op over de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteit binnen een zone. Zo geeft bijvoorbeeld de P95 de waarde aan waar 95% van de waarnemingen onder ligt en 5% van de waarnemingen boven ligt. - boven- en ondergrens van het 80% betrouwbaarheidsinterval rond het gemiddelde; - heterogeniteitstoets; - variatiecoëfficiënt.

3.6

Extremenanalyse Op basis van de gegevens van de 4e rekensessie is een extremenanalyse uitgevoerd. Het is namelijk mogelijk dat er, ondanks een bewerking van de dataset, nog waarnemingen in de dataset aanwezig zijn waarvan het aannemelijk is dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoren (zogenoemde 'extremen'). Conform de richtlijn Bodemkwaliteitskaarten dient van deze gehalten te worden bepaald of ze: 1. deel uitmaken van de achtergrondgehalten; 2. afkomstig zijn van een lokale puntbron; 3. het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens. Wanneer blijkt dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.

Blad 10 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

4

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit: 1. een kaart met de zone-indeling; 2. ontgravingskaarten (bovengrond en ondergrond); 3. een generieke toepassingskaart bovengrond; 4. een bodemfunctieklassekaart. Dit hoofdstuk geeft een korte toelichting op de genoemde kaarten.

4.1

Indeling bodemkwaliteitszones Binnen het beheergebied van de samenwerkende Kempengemeenten worden in totaal 8 verschillende zones onderscheiden. Zone vier betreft tevens de wegbermen, welke zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Tabel 4.1 Overzicht nieuwe zonering voor de databewerking en de rekensessies. Zone

Zone omschrijving

Bovengrond - 0,0 – 0,5 m-mv. Zone 1

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode tot 1945

Zone 2

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode vanaf 1945

Zone 3

Buitengebied

Zone 4

Uitgesloten gebied

Ondergrond- 0,5 – 2,0 m-mv.

4.2

Zone 5

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode tot 1945

Zone 6

Zone van gemiddelde bouwgeschiedenis uit de periode vanaf 1945

Zone 7

Buitengebied

Zone 8

Uitgesloten gebied

Ontgravingskaarten De ontgravingskaarten geven de te verwachten kwaliteitsklasse van de bodem aan in de situatie dat de grond wordt ontgraven om elders te worden toegepast. De ontgraven grond wordt dan beoordeeld als een partij grond. Voor het tot stand komen van deze kaart zijn de gemiddeld gemeten gehalten van de zones getoetst aan de gehalten uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. De uitkomsten van deze toetsing zijn weergegeven in tabel 4.2. Hierbij is onderscheid gemaakt in de bovengrond (0-0,5 m -mv) en de ondergrond (0,5-2,0 m -mv). De ontgravingskaarten, zoals benoemd in bijlage M (‘kaarten van de actuele bodemkwaliteit’) van de Regeling bodemkwaliteit, zijn opgenomen in de kaartbijlagen II en III. Tabel 4.2: Overzicht kwaliteitsklasse van de bodem per zone Bovengrond (0-0,5 m -mv)

Ondergrond (0,5-2,0 m -mv)

Zone

Kwaliteitsklasse

Zone

Kwaliteitsklasse

Zone 1

Landbouw/natuur

Zone 5

Landbouw/natuur

Zone 2

Landbouw/natuur

Zone 6

Landbouw/natuur

Zone 3

Landbouw/natuur

Zone 7

Landbouw/natuur

Blad 11 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Tabel 4.2: Overzicht kwaliteitsklasse van de bodem per zone Bovengrond (0-0,5 m -mv)

4.3

Ondergrond (0,5-2,0 m -mv)

Zone

Kwaliteitsklasse

Zone

Kwaliteitsklasse

Zone 4

Uitgesloten

Zone 8

Uitgesloten

Bodemfunctieklassenkaart Vanuit het besluit bodemkwaliteit is de gemeente verplicht om een bodemfunctieklassenkaart op te stellen. De bodemfunctieklassenkaart is opgenomen in de kaartbijlage IV. Het uitgangspunt bij het opstellen van de bodemfunctieklassenkaart is dat de bodemkwaliteit moet aansluiten op de bodemfunctie. In het Besluit bodemkwaliteit zijn zeven bodemfuncties opgenomen: • wonen met tuin; • plaatsen waar kinderen spelen; • groen met natuurwaarden; • ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie; • moestuinen en volkstuinen; • natuur; • landbouw. Bij elk van deze bodemfuncties hoort een eigen bodemkwaliteitsniveau, indien gekozen wordt voor gebiedsspecifiek beleid. Dit niveau is gebaseerd op de humane, ecologische of landbouwrisico's die te verwachten zijn bij een bodemfunctie. Algemeen uitgangspunt is dat er geen sprake mag zijn van onaanvaardbare humane risico's bij het beoogde gebruik. Indien gekozen wordt voor generiek beleid, worden de zeven bodemfuncties verdeeld in drie bodemfunctieklassen. Deze bodemfunctieklassen zijn vastgelegd in een bodemfunctieklassenkaart. De volgende drie bodemfunctieklassen worden onderscheiden: • Wonen. • Industrie. • Overig (kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de achtergrondwaarden). In onderstaande tabel is de indeling van bodemfuncties naar bodemfunctieklassen opgenomen.

Hierbij wordt opgemerkt dat recreatie valt onder de bodemfunctie “plaatsen waar kinderen spelen” en/of “groen met natuurwaarden” en derhalve onder bodemfunctieklasse “wonen”. Tabel 4.3: Tabel Bodemfunctieklassen Bodemfunctie (gebiedsspecifiek beleid)

Bodemfunctieklasse (generiek beleid)

1. 2. 3.

Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen met natuurwaarden

Wonen

4.

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Industrie

5. 6. 7.

Moestuinen en volkstuinen Natuur Landbouw

(Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden)

Er vindt bij het toepassen van grond een dubbele toetsing plaats. Er wordt zowel gekeken naar de bodemfunctieklasse van de zone, als naar de bodemkwaliteit in de zone. Hierbij geldt dat de schoonste van deze twee leidend is. Deze dubbele toetsing geldt niet voor grootschalige bodemtoepassingen. Voor de regels hiervan wordt verwezen naar de Nota Bodembeheer.

Blad 12 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

4.4

Toepassingskaart Het landelijk geldende beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit (= het generieke kader) schrijft voor dat: - de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor de functie die de bodem heeft EN - door het toepassen van de partij grond of baggerspecie de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem niet mag verslechteren. Dit betekent dat een op de landbodem toe te passen partij grond of baggerspecie getoetst moet worden aan zowel de kwaliteitsklasse als de functieklasse van de ontvangende bodem. De strengste van beide klassen bepaalt uiteindelijk de kwaliteitsklasse waar een toe te passen partij grond of baggerspecie aan moet voldoen (zie onderstaande tabel). Daarnaast moet worden voldaan aan regels voor toepassen van grond/baggerspecie zoals opgenomen in de Nota bodembeheer. Tabel 4.4: Toe te passen kwaliteit op basis van functie en ontvangende/actuele bodemkwaliteit

4.5

Functie (op kaart)

Actuele bodemkwaliteit

Welke kwaliteit maximaal toepassen

Landbouw/natuur

AW2000

AW2000

Landbouw/natuur

Wonen

AW2000

Landbouw/natuur

Industrie

AW2000

Wonen

AW2000

AW2000

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

AW2000

AW2000

Industrie

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

Industrie

Vaststelling en herziening Vaststelling De bodemkwaliteitskaart (conform het generieke beleid), inclusief de beschrijving van het tot stand komen daarvan, moet door het college van Burgemeester en Wethouders van de vier afzonderlijke gemeenten worden vastgesteld voordat met de bodemkwaliteitskaart grondverzet kan worden gefaciliteerd. Herziening Omdat nieuwe onderzoeksgegevens van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit, dient de actualiteit van de bodemkwaliteitskaart en de eventuele noodzaak tot herziening hiervan, met eens per vijf jaar te worden getoetst. Bij een dergelijke toets moeten alle stappen voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart opnieuw worden doorlopen. Alleen dan kan worden vastgesteld of de bodemkwaliteitskaart nog in voldoende overeenstemming is met de actuele bodemkwaliteit.

Blad 13 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

5

Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart Om de betrouwbaarheid van een bodemkwaliteitskaart te kunnen aantonen, moeten volgens de richtlijn enkele controles worden uitgevoerd. Deze controles zijn in dit hoofdstuk beschreven.

5.1

Ruimtelijke verdeling Een voorwaarde voor het verkrijgen van een betrouwbaar beeld van de bodemkwaliteit, is dat de waarnemingen voldoende ruimtelijk verspreid binnen de zone moeten liggen. Om dit te kunnen toetsen schrijft de richtlijn voor dat een zone in 20 gelijke vakken moet worden ingedeeld en dat in ten minste 10 van deze vakken waarnemingen moeten liggen. Om een uitspraak te kunnen doen over de ruimtelijke verdeling zijn, op basis van de uitkomst van de laatste rekensessie, de waarnemingen waarvan het minst aantal meetpunten beschikbaar zijn (PAK), beoordeeld op de ruimtelijke verdeling (Kaartbijlage II). Onder 'een waarneming' wordt in dit geval niet een individueel geanalyseerd monster verstaan, maar een onderzoeksrapport waarbij één of meer monsters horen. Een waarneming kan dus representatief zijn voor meer dan één gehalte aan PAK. Per zone wordt ruimschoots voldaan aan het vereiste aantal meetpunten van minimaal 20 stuks. Echter, aan de minimum van 3 meetpunten per deelgebied (snipper) wordt niet overal voldaan. Dit gaat met name om kleine ingesloten bebouwde gebieden waarvan geen onderzoeksgegevens bekend zijn.

Aangezien er per zone ruimschoots wordt voldaan aan de 20 meetpunten en er voornamelijk sprake is van beperkte heterogeniteit en de afstanden tussen de diverse snippers beperkt is, is in overleg met de gemeenten besloten om het minimaal aantal meetpunten per deelgebied (snipper) terug te brengen naar 1 meetpunt per deelgebied (snipper). Ondanks de vermindering van deze vuistregel zijn er nog enkele gebieden die geen meetpunten bevatten. De kwaliteit van deze zones is dan ook niet vastgesteld en zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaarten. Bij het ontgraven van grond in deze gebieden zal dan ook een bodemonderzoek dan wel partijkeuring moeten worden uitgevoerd. Opgemerkt dient te worden dat voor de stoffen PCB’s, molybdeen en kobalt wel gegeven beschikbaar zijn, aangezien een afwijkende zone-indeling voor deze stoffen is gehanteerd, zoals beschreven in §3.5.

5.2

Heterogeniteit en ruimtelijke verdeling Heterogeniteit Een bodemkwaliteitskaart wordt gebaseerd op de gemiddeld gemeten gehalten binnen de zones. Deze gehalten worden getoetst aan de toetsingswaarden van het Besluit bodemkwaliteit, op grond waarvan vervolgens een indeling in een kwaliteitsklasse plaatsvindt. Is binnen een zone echter sprake van sterke heterogeniteit (= mate van spreiding in de gemeten gehalten ten opzichte van de normwaarden) dan kunnen de gemiddelden een vertekend beeld geven van de bodemkwaliteit alsmede van de kwaliteit van vrijkomende partijen grond. In dat geval zou ten onrechte van de bodemkwaliteitskaart gebruik worden gemaakt als bewijsmiddel. Om voor de zones na te kunnen gaan hoe het met de heterogeniteit is gesteld, is gebruik gemaakt van een berekening die is beschreven in het eerdergenoemde document 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' van TNO/Deltares, niet gedateerd.

Blad 14 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

In het genoemde document wordt voorgesteld om de heterogeniteit te bepalen door het verschil tussen twee percentielwaarden (de P5 en P95; de kop en de staart van de verdeling) te delen door een referentiewaarde van de normen (maximale waarde 'industrie' minus de achtergrondwaarde): =ℎ

De uitkomst van deze vergelijking levert een factor op die de mate van heterogeniteit weergeeft: - bij waarden kleiner dan 0,2: er is sprake van weinig heterogeniteit - bij waarden tussen 0,2 en 0,5: er is sprake van beperkte heterogeniteit - bij waarden tussen 0,5 en 0,7: er is sprake van heterogeniteit - bij waarden groter dan 0,7: er is sprake van sterke heterogeniteit Het resultaat van deze 'heterogeniteitstoets' maakt deel uit van het overzicht met kentallen in bijlagen 2 en 3. Op basis van de uitkomsten van deze toets kan worden geconcludeerd dat er sprake is van heterogeniteit voor zink in de zone 5 (bebouwing tot 1945, ondergrond). In de regio zijn in het verleden zinkassen toegepast. Hierdoor kunnen lokaal hogere waarden voorkomen in belaste gebieden, in vergelijking met onbelaste gebieden. Enige variatie (heterogeniteit) valt dan ook binnen de verwachting. Voor de overige stoffen en zones is sprake van weinig tot beperkte heterogeniteit. Er is derhalve geen aanleiding om een andere zonering te hanteren. Ruimtelijke variabiliteit In de richtlijn voor bodemkwaliteitskaarten staat vermeld dat bij de indeling in bodemkwaliteitszones rekening moet worden gehouden met de ruimtelijke variabiliteit. Dit betekent dat als alle hoge(re) waarnemingen in één hoek van een zone worden aangetoond, deze hoek als een aparte zone moet worden gedefinieerd.

Omdat het eventueel optreden van ruimtelijke variabiliteit in de waarnemingen tot uiting zou moeten komen in enerzijds de kentallen en anderzijds de mate van heterogeniteit, zijn deze uitkomsten als eerste signaal gehanteerd. Zoals hiervoor is aangegeven, volgt uit de (toelichting op de) heterogeniteitstoets dat dit van toepassing is in van oudsher stedelijke gebied. Voor alle zones is sprake van enige heterogeniteit voor een beperkt aantal stoffen. Deze variatie in gehalten geeft echter geen aanleiding tot een andere zone-indeling of nader onderzoek.

5.3

Saneringscriterium Wanneer de P95-waarde boven de interventiewaarde ligt, bestaat de kans dat in de betreffende bodemkwaliteitszone grond voorkomt die het saneringscriterium overschrijdt. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft in dat geval voor dat de P95-waarde moet worden ingevoerd in de risicotoolbox. Blijkt uit deze toetsing van de P95-waarde dat er sprake is van risico's bij een bepaalde bodemgebruiksvorm, dan worden er beperkingen gesteld aan het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet vanuit deze zone. Het wordt dan namelijk niet verantwoord gevonden om zonder aanvullende partijkeuring grondverzet vanuit die zone te laten plaatsvinden naar gebieden met een bodemgebruiksvorm waarvan de risicotoolbox heeft aangegeven dat daarvoor het saneringscriterium wordt overschreden. Uit de tabellen in bijlagen 2 en 3 blijkt dat in geen van de gevallen het saneringscriterium wordt overschreden.

Blad 15 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Bijlage 1 Toelichting databewerking

Blad 16 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Bijlage 1 Toelichting databewerking 1. Type onderzoek De eerste stap bij de selectie van de juiste onderzoeksgegevens, is de selectie van het type onderzoek en de aanleiding van het onderzoek. In de onderstaande tabellen 1 en 2 is aangegeven welke typen en aanleidingen van onderzoek relevant zijn bevonden voor de bodemkwaliteitskaart. Tabel 1: Onderzoekstypen Omschrijving Verkennend onderzoek NEN 5740 Verkennend onderzoek NVN 5740 Indicatief onderzoek Orienterend bodemonderzoek avr (aanvullend rapport) Nul situatieonderzoek brf (briefrapport) ASB - asbest onderzoek NEN 5707 Historisch onderzoek Nader onderzoek Bijzonder inventariserend onderzoek Partijkeuring grond Sanerings evaluatie Sanerings onderzoek (niet gevuld) Verkennend onderzoek voor waterbodems (NVN 5720) Meldingsformulier BUSevaluatieverslag Bodemsanering bedrijven (BSB) BOOT Saneringsplan Monitoringsrapportage Bouwstoffenbesluit

Relevant Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Blad 17 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Tabel 2: Aanleiding Omschrijving Bouwvergunning Civieltechnisch Transactie (niet gevuld) bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling Landsdekkend Nulsituatie ISV-programmering Voorgaand Vermoeden of melding verontreiniging Onbekend BOOT Calamiteit

Relevant Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee

2. Periode De onderzoeksgegevens, op basis waarvan de actuele bodemkwaliteit wordt vastgesteld, moeten voldoende recent zijn om te waarborgen dat de gegevens representatief zijn. In de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat gegevens daarom in principe niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Het gebruiken van gegevens ouder dan 5 jaar is toegestaan, mits wordt aangetoond dat deze gegevens vergelijkbaar zijn met de recentere gegevens. In de huidige kaart zijn de gegevens tot 12 jaar terug gebruikt. 3. AS3000 Conform het Besluit bodemkwaliteit wordt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart gebruik gemaakt van de data die de laatste 5 jaar is verzameld. In veel gevallen leidt dit tot onvoldoende meetpunten om een kaart op te stellen. Om de dataset uit te breiden wordt derhalve tevens gebruik gemaakt van oudere data. De gemeenten hebben gekozen de data tot 12 jaar terug te gebruiken. Om te bepalen of dit mogelijk is, is de data van de afgelopen 5 jaar vergeleken met de eerder verworven data van de zone om te bepalen of deze representatief is. In 2007 is het werken onder de bodemrichtlijn geïntroduceerd en worden analyses bij stergecertificeerde laboratoria uitgevoerd onder het AS3000 accreditatieschema. Er is geen aanleiding geweest op basis van eerder opgestelde bodemkwaliteitskaarten om hier nog een onderscheid in te maken.

Op basis van de uitgevoerde vergelijking blijkt de eerder verworven data representatief zijn voor de zone en is overeenkomstig met de data van de afgelopen 5 jaar 4. Bodemlagen Om de analysemonsters te kunnen toekennen aan de boven- en ondergrond, is uitgegaan van de gemiddelde diepte van de analysemonsters. Hiermee wordt bedoeld dat: - wanneer de gemiddelde diepte van de bemonsterde laag tussen 0,0 en 0,5 m -mv. valt, dit als bovengrond is beschouwd (bijv. in het geval van een bemonsterde laag uit het traject 0,2-0,7 m -mv.: de gemiddelde diepte is dan 0,45 m -mv.); - voor de ondergrond geldt dat de gemiddelde diepte van het bemonsterde traject groter moet zijn dan 0,5 m -mv. en kleiner dan of gelijk aan 2,0 m -mv. (bijvoorbeeld in het geval van de laag 0,3-0,8 m -mv.; de gemiddelde diepte is 0,55 m -mv.).

Blad 18 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

5. Rapportagegrenzen en somparameters Voor de omgang met 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden, alsmede de wijze waarop gehalten van individuele parameters moeten worden opgeteld om tot een somparameter te komen, is aangesloten bij recente wet- en regelgeving. Zo is in de Regeling bodemkwaliteit het volgende aangegeven: "Bij een resultaat < dan de rapportagegrenzen genoemd in tabel 1 van deze bijlage (zijnde bijlage G), mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden. Indien de op het analysecertificaat weergegeven < rapportagegrens hoger ligt dan de in tabel 1 vermelde rapportagegrenzen dan dient de desbetreffende < rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen rekenwaarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarden. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de gemeten gehalten < rapportagegrens vermenigvuldigd met 0,7. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn of geen rapportagegrens in tabel 1 is opgenomen, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde.

Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Indien alle individuele waarden als onderdeel van deze berekende waarde < rapportagegrens uit tabel 1 zijn, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden." Het bovenstaande is op de volgende wijze toegepast op de dataset: - Voor de somparameter PAK 10 VROM en PCB som 7 is niet uitgegaan van het optellen van de gehalten van alle individuele componenten, zoals hierboven is beschreven, maar van het geregistreerde totaalgehalte. Dit omdat in het bodeminformatiesysteem over het algemeen niet de gehalten van de individuele parameters worden ingevuld. - Bij het genereren van de gemiddelden gehalten en de diverse kentallen zijn voor alle parameters de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden vermenigvuldigd met een factor 0,7. De hierbij verkregen rekenwaarde is vervolgens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit betekent dat geen rekening is gehouden met de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden die voldoen aan de voorgeschreven rapportagegrens. 6. Kwalibo De richtlijn geeft aan dat wanneer de datum van een bodemonderzoek is gelegen na 1 juli 2007, het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een erkende instantie. Dit in verband met eisen die vanuit Kwalibo aan onderzoeksgegevens worden gesteld.

Bij het invoeren van onderzoeksgegevens in het bodeminformatiesysteem wordt hier vaak geen rekening mee gehouden. Derhalve is ervoor gekozen om dit niet als voorwaarde mee te nemen bij de databewerking. Verwacht wordt echter dat dit geen noemenswaardige consequenties heeft. Kwalibo is namelijk van toepassing op alle situaties waarbij het bevoegd gezag een beslissing moet nemen. Aangezien bodemonderzoeken, die bij de gemeente worden ingediend, over het algemeen zullen zijn uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning, worden deze onderzoeken gecontroleerd op de eisen vanuit Kwalibo. De kans wordt dan ook zeer klein geacht dat de bodemonderzoeken, die zijn uitgevoerd na 1 juli 2007, en bij de databewerking zijn geselecteerd om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, niet door een erkende instantie zijn uitgevoerd.

Blad 19 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

6. Coördinaten Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart zijn alleen die onderzoeksgegevens gebruikt waarvan in het BIS een rapportcontour is ingetekend. Alleen in dat geval was het namelijk mogelijk om de analyseresultaten van een rapport aan één van de deelgebieden toe te wijzen. Voor de geografische koppeling, oftewel de toewijzing van een rapport (en daarmee de analysemonsters) aan een deelgebied, is uitgegaan van de centroïde van de rapportcontour. Dit betekent dat voor die gevallen waarbij de rapportcontour gedeeltelijk in deelgebied X en gedeeltelijk in deelgebied Y ligt, alle analyseresultaten aan dat deelgebied zijn toegekend waarin de centroïde van de rapportcontour ligt. 7. Extremenanalyse Ondanks de onder punt 1 beschreven databewerking zaten er nog verhoogde gehalten in de dataset waarvan het vermoeden bestond dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoorden (zogenoemde 'extremen'). Conform de richtlijn dient van deze gehalten te worden bepaald of ze: 1. deel uitmaken van de achtergrondgehalten 2. afkomstig zijn van een lokale puntbron 3. het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens.

Alleen wanneer kan worden aangetoond dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.

Blad 20 van 15

Rapport Bodemkwaliteitskaart Samenwerkende Kempengemeenten projectnummer 0458214.100 17 november 2020 revisie 02

Bijlage 2 Statistische kentallen

Blad 21 van 15

Statistieken bodemkwaliteitskaart

zone:

Bebouwing tot 1945

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Landbouw/Natuur

bodemlaag:

>= 0,00 en <= 0,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Landbouw/Natuur

↓

↓

↓

stof

n

P50

P80

P90

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

px.80-

Organische stof

355

2,4

3,7

4,3

4,8

9,0

2,5

1,4

0,56

2,6

2,4

Lutum

336

2,4

3,6

4,4

5,2

20

2,8

1,8

0,65

2,9

2,7

Cadmium

324

0,59

0,74

0,84

0,98

1,8

0,55

0,49

0,89

0,58

0,51

0,60

1,2

4,3

13

0,21

Koper

338

20

32

44

62

136

25

36

1,4

27

23

40

54

190

190

0,37

Kwik

326

0,050

0,14

0,21

0,21

0,52

0,097

0,097

1,00

0,10

0,091

0,15

0,83

4,8

36

0,03

Lood

331

31

49

69

79

154

36

38

1,0

39

33

50

210

530

530

0,14

Nikkel

317

12

14

16

19

39

11

15

1,3

12

10

35

39

100

100

0,20

Zink

332

86

148

204

295

386

109

172

1,6

121

97

140

200

720

720

0,45

PAK 10 VROM

332

0,38

1,0

1,6

2,5

8,6

0,76

1,0

1,4

0,83

0,68

1,5

6,8

40

40

0,06

Minerale olie

320

83

146

156

160

213

114

154

1,4

125

103

190

190

500

5000

0,25

↑

achtergrondwaarde

wonen

industrie

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

↑

↑

Legenda

Toelichting

Kolommen

kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg

Ondergrens

Bovengrens

Omschrijving

Statistieken zijn op basis van naar standaardbodem teruggerekende gehalten

-

<= AW

AchtergrondWaarde (*2)

Berekening van standaardbodem is conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

50e percentiel

> AW

<= Wo

Wonen (*2)

P80

80e percentiel

> Wo

<= Ind

Industrie (*2)

*1. Kwaliteitsoordeel op basis van het gemiddelde gehalte

P90

90e percentiel

> Ind

<= I

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

P95

95e percentiel

>I

-

Interventiewaarde (*3)

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

max.

maximum

gem.

gemiddelde

heterogeniteitsklassen (*4)

std. dev.

standaarddeviatie

Kleur

Ondergrens

Bovengrens

varco.

variatiecoëfficiënt

>= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80+

bovengrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

px.80-

ondergrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,50

<= 0,70

achtergrondwaarde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

> 0,70

-

wonen

bovengrens kwaliteitsklasse wonen (*2)

industrie

bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

interventiewaarde (*3)

heterogeniteit

heterogeniteit (*4), berekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondwaarde )

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

Omschrijving

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 17-07-2020 bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

zone:

Bebouwing tot 1945

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Landbouw/Natuur

bodemlaag:

> 0,50 en <= 2,00 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Landbouw/Natuur

↓

↓

↓

stof

n

P50

P80

P90

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

px.80-

Organische stof

222

1,2

2,2

3,2

4,1

7,5

1,6

1,2

0,78

1,7

1,5

Lutum

216

2,7

4,2

5,6

7,4

20

3,4

2,8

0,82

3,6

3,1

Cadmium

239

0,24

0,69

0,86

0,86

3,5

0,47

0,62

1,3

0,53

0,42

0,60

1,2

4,3

13

0,18

Koper

256

14

20

46

68

129

20

43

2,1

23

17

40

54

190

190

0,41

Kwik

237

0,050

0,14

0,21

0,27

3,1

0,13

0,37

2,8

0,16

0,10

0,15

0,83

4,8

36

0,05

Lood

237

20

31

55

90

217

29

53

1,9

33

24

50

210

530

530

0,17

Nikkel

232

13

16

20

24

37

13

16

1,2

14

11

35

39

100

100

0,29

Zink

264

32

127

229

339

656

89

258

2,9

109

69

140

200

720

720

0,54

PAK 10 VROM

239

0,30

0,50

1,0

2,3

8,2

0,56

1,2

2,1

0,66

0,46

1,5

6,8

40

40

0,06

Minerale olie

228

20

35

35

38

40

26

8,2

0,32

26

25

190

190

500

5000

0,06

↑

achtergrondwaarde

wonen

industrie

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

↑

↑

Legenda

Toelichting

Kolommen

kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg

Ondergrens

Bovengrens

Omschrijving

Statistieken zijn op basis van naar standaardbodem teruggerekende gehalten

-

<= AW

AchtergrondWaarde (*2)

Berekening van standaardbodem is conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

50e percentiel

> AW

<= Wo

Wonen (*2)

P80

80e percentiel

> Wo

<= Ind

Industrie (*2)

*1. Kwaliteitsoordeel op basis van het gemiddelde gehalte

P90

90e percentiel

> Ind

<= I

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

P95

95e percentiel

>I

-

Interventiewaarde (*3)

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

max.

maximum

gem.

gemiddelde

heterogeniteitsklassen (*4)

std. dev.

standaarddeviatie

Kleur

Ondergrens

Bovengrens

varco.

variatiecoëfficiënt

>= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80+

bovengrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

px.80-

ondergrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,50

<= 0,70

achtergrondwaarde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

> 0,70

-

wonen

bovengrens kwaliteitsklasse wonen (*2)

industrie

bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

interventiewaarde (*3)

heterogeniteit

heterogeniteit (*4), berekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondwaarde )

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

Omschrijving

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 17-07-2020 bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

zone:

Bebouwing vanaf 1945

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Landbouw/Natuur

bodemlaag:

>= 0,00 en <= 0,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Landbouw/Natuur

↓

↓

↓

stof

n

P50

P80

P90

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

px.80-

Organische stof

624

2,8

3,9

4,3

4,7

13

2,9

1,3

0,45

2,9

2,8

Lutum

605

2,7

3,7

4,5

5,1

13

2,9

1,3

0,44

3,0

2,9

Cadmium

570

0,57

0,65

0,82

0,82

1,6

0,55

0,34

0,62

0,57

0,53

0,60

1,2

4,3

13

0,16

Koper

562

20

27

33

37

49

20

18

0,90

21

19

40

54

190

190

0,20

Kwik

577

0,050

0,14

0,17

0,21

0,70

0,086

0,096

1,1

0,091

0,081

0,15

0,83

4,8

36

0,03

Lood

571

24

34

43

53

88

27

20

0,73

29

26

50

210

530

530

0,09

Nikkel

587

7,6

14

14

15

60

9,8

15

1,5

11

9,0

35

39

100

100

0,15

Zink

561

73

111

144

183

267

81

105

1,3

87

76

140

200

720

720

0,26

PAK 10 VROM

563

0,25

0,50

1,2

2,5

12

0,62

1,3

2,1

0,69

0,55

1,5

6,8

40

40

0,06

Minerale olie

584

71

124

134

159

237

89

119

1,3

95

82

190

190

500

5000

0,28

↑

achtergrondwaarde

wonen

industrie

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

↑

↑

Legenda

Toelichting

Kolommen

kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg

Ondergrens

Bovengrens

Omschrijving

Statistieken zijn op basis van naar standaardbodem teruggerekende gehalten

-

<= AW

AchtergrondWaarde (*2)

Berekening van standaardbodem is conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

50e percentiel

> AW

<= Wo

Wonen (*2)

P80

80e percentiel

> Wo

<= Ind

Industrie (*2)

*1. Kwaliteitsoordeel op basis van het gemiddelde gehalte

P90

90e percentiel

> Ind

<= I

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

P95

95e percentiel

>I

-

Interventiewaarde (*3)

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

max.

maximum

gem.

gemiddelde

heterogeniteitsklassen (*4)

std. dev.

standaarddeviatie

Kleur

Ondergrens

Bovengrens

varco.

variatiecoëfficiënt

>= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80+

bovengrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

px.80-

ondergrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,50

<= 0,70

achtergrondwaarde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

> 0,70

-

wonen

bovengrens kwaliteitsklasse wonen (*2)

industrie

bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

interventiewaarde (*3)

heterogeniteit

heterogeniteit (*4), berekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondwaarde )

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

Omschrijving

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 17-07-2020 bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

zone:

Bebouwing vanaf 1945

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Landbouw/Natuur

bodemlaag:

> 0,50 en <= 2,00 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Landbouw/Natuur

↓

↓

↓

stof

n

P50

P80

P90

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

px.80-

Organische stof

383

0,90

1,9

2,9

3,6

12

1,3

1,2

0,91

1,4

1,3

Lutum

359

2,8

4,8

6,7

10

50

3,8

3,9

1,0

4,1

3,5

Cadmium

383

0,24

0,68

0,82

0,85

0,90

0,44

0,41

0,93

0,47

0,41

0,60

1,2

4,3

13

0,18

Koper

384

6,8

19

19

19

29

11

12

1,1

12

10

40

54

190

190

0,08

Kwik

383

0,050

0,14

0,19

0,21

0,36

0,079

0,076

0,96

0,084

0,074

0,15

0,83

4,8

36

0,03

Lood

387

20

20

26

30

103

18

16

0,89

19

17

50

210

530

530

0,04

Nikkel

376

12

14

17

22

36

11

13

1,2

12

10

35

39

100

100

0,25

Zink

380

30

47

68

82

196

39

51

1,3

42

35

140

200

720

720

0,10

PAK 10 VROM

370

0,20

0,35

0,50

1,0

5,0

0,30

0,50

1,7

0,33

0,27

1,5

6,8

40

40

0,02

Minerale olie

382

20

35

35

38

50

24

7,9

0,33

25

24

190

190

500

5000

0,06

↑

achtergrondwaarde

wonen

industrie

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

↑

↑

Legenda

Toelichting

Kolommen

kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg

Ondergrens

Bovengrens

Omschrijving

Statistieken zijn op basis van naar standaardbodem teruggerekende gehalten

-

<= AW

AchtergrondWaarde (*2)

Berekening van standaardbodem is conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

50e percentiel

> AW

<= Wo

Wonen (*2)

P80

80e percentiel

> Wo

<= Ind

Industrie (*2)

*1. Kwaliteitsoordeel op basis van het gemiddelde gehalte

P90

90e percentiel

> Ind

<= I

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

P95

95e percentiel

>I

-

Interventiewaarde (*3)

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

max.

maximum

gem.

gemiddelde

heterogeniteitsklassen (*4)

std. dev.

standaarddeviatie

Kleur

Ondergrens

Bovengrens

varco.

variatiecoëfficiënt

>= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80+

bovengrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

px.80-

ondergrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,50

<= 0,70

achtergrondwaarde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

> 0,70

-

wonen

bovengrens kwaliteitsklasse wonen (*2)

industrie

bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

interventiewaarde (*3)

heterogeniteit

heterogeniteit (*4), berekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondwaarde )

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

Omschrijving

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 17-07-2020 bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

zone:

Buitengebied

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Landbouw/Natuur

bodemlaag:

>= 0,00 en <= 0,50 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Landbouw/Natuur

↓

↓

↓

stof

n

P50

P80

P90

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

px.80-

Organische stof

280

2,9

3,7

4,3

4,9

9,9

2,9

1,4

0,47

3,0

2,8

Lutum

257

2,7

4,4

4,9

6,4

15

3,0

1,8

0,59

3,1

2,9

Cadmium

281

0,56

0,65

0,82

0,86

3,3

0,55

0,62

1,1

0,60

0,50

0,60

1,2

4,3

13

0,18

Koper

275

20

29

39

45

74

22

25

1,1

24

20

40

54

190

190

0,25

Kwik

283

0,050

0,14

0,14

0,21

4,2

0,12

0,47

4,1

0,15

0,080

0,15

0,83

4,8

36

0,03

Lood

285

24

37

48

66

168

30

34

1,1

32

27

50

210

530

530

0,12

Nikkel

281

7,6

14

14

19

32

10

14

1,4

11

9,0

35

39

100

100

0,20

Zink

291

76

120

191

222

378

89

146

1,6

100

78

140

200

720

720

0,34

PAK 10 VROM

274

0,35

0,50

0,83

1,1

3,5

0,40

0,46

1,2

0,43

0,36

1,5

6,8

40

40

0,03

Minerale olie

269

71

124

134

141

216

97

126

1,3

107

87

190

190

500

5000

0,23

↑

achtergrondwaarde

wonen

industrie

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

↑

↑

Legenda

Toelichting

Kolommen

kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg

Ondergrens

Bovengrens

Omschrijving

Statistieken zijn op basis van naar standaardbodem teruggerekende gehalten

-

<= AW

AchtergrondWaarde (*2)

Berekening van standaardbodem is conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'

50e percentiel

> AW

<= Wo

Wonen (*2)

P80

80e percentiel

> Wo

<= Ind

Industrie (*2)

*1. Kwaliteitsoordeel op basis van het gemiddelde gehalte

P90

90e percentiel

> Ind

<= I

Groter dan industrie

*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'

P95

95e percentiel

>I

-

Interventiewaarde (*3)

* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'

max.

maximum

gem.

gemiddelde

heterogeniteitsklassen (*4)

std. dev.

standaarddeviatie

Kleur

Ondergrens

Bovengrens

varco.

variatiecoëfficiënt

>= 0,00

<= 0,20

weinig heterogeniteit

px.80+

bovengrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,20

<= 0,50

beperkte heterogeniteit

px.80-

ondergrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde

> 0,50

<= 0,70

achtergrondwaarde

bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)

> 0,70

-

wonen

bovengrens kwaliteitsklasse wonen (*2)

industrie

bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)

interventiewaarde

interventiewaarde (*3)

heterogeniteit

heterogeniteit (*4), berekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondwaarde )

*4. Heterogeniteit is conform 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' (Deltares, 2011)

Omschrijving

heterogeniteit sterke heterogeniteit

datum: 17-07-2020 bestandsversie: 4.0.04 (30-05-2017)

Statistieken bodemkwaliteitskaart

zone:

Buitengebied

kwaliteit ontgravingskaart (*1):

Landbouw/Natuur

bodemlaag:

> 0,50 en <= 2,00 m -mv

kwaliteit ontvangende bodem (*1):

Landbouw/Natuur

↓

↓

↓

stof

n

P50

P80

P90

P95

max.

gem.

std. dev.

varco.

px.80+

px.80-

Organische stof

188

0,90

2,8

3,4

4,9

10

1,6

1,5

0,92

1,7

1,4

Lutum

177

2,7

4,9

6,1

7,4

16

3,3

2,4

0,71

3,6

3,1

Cadmium

197

0,24

0,69

0,86

0,86

0,86

0,44

0,42

0,97

0,47

0,40

0,60

1,2

4,3

13

0,18

Koper

200

7,0

20

20

20

48

13

16

1,2

14

12

40

54

190

190

0,09

Kwik

189

0,050

0,14

0,14

0,21

0,25

0,090

0,081

0,90

0,097

0,082

0,15

0,83

4,8

36

0,03

Lood

200

20

20

26

31

116

19

21

1,1

20

17

50

210

530

530

0,05

Nikkel

204

13

14

20

26

37

12

18

1,5

14

11

35

39

100

100

0,32

Zink

204

31

47

74

148

585

54

197

3,7

71

36

140

200

720

720

0,22

PAK 10 VROM

191

0,10

0,35

0,50

1,0

6,5

0,30

0,60

2,0

0,36

0,25

1,5

6,8

40

40

0,02

Minerale olie

190

20

35

38

38

52

26

8,9

0,35

27

25

190

190

500

5000

0,06

↑

achtergrondwaarde

wonen

industrie

interventiewaarde

heterogeniteit (n.v.t.) (n.v.t.)

↑

↑

Legenda

Toelichting

Kolommen

kwaliteitsklassen

stof

naam van de stof

n

aantal waarnemingen

P50

Kleur

Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=04f4b389-ec40-49be-9438-c94ad8af21eb