CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.21372] - Totaal PDF OBP Buitengebied 't Hof 4 Reusel

Commissie Ruimte 11 januari 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, ’t Hof 4 Reusel18.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

33

aanwezigheid van een bedrijfsbestemming aan ’t Hof 4.. Agrarische bedrijven worden verder toegelicht in de paragraaf 4.8 Geur. De nieuwe bestemming van het plangebied is conform de VNG gids bedrijven en milieuzonering het best te typeren als een opslaggebouw. Opslaggebouwen vallen onder milieucategorie 2 en kennen een grootste minimumafstand tot gevoelige objecten van 30 meter de factor geluid is daarbij maatgevend. Het dichtstbijzijnde gevoelige object is de woning gelegen aan ’t Hof 1A, de afstand van het plangebied tot deze woning gedraagt circa 84 meter. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Het plangebied is ver genoeg gelegen van het dichtstbijzijnde gevoelige object en in de omgeving van het plangebied zijn naast agrarische bestemmingen geen bedrijfsbestemmingen gelegen.

4.14 Water Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er op basis van Europees beleid, Rijksbeleid en provinciaal beleid rekening gehouden te worden met de aanwezige watersystemen en waterketens. Het waarborgen en zorgdragen voor een goede afvoer en doorstroming van het water moet verplicht opgenomen worden in ieder plan. Derhalve moet ieder plan voorzien zijn van een waterparagraaf.

4.14.1 Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan is in december 2009 vastgesteld. In dit plan is het waterbeleid op hoofdlijnen omschreven en zijn de ruimtelijke aspecten die de doelstellingen die hieruit voorkomen opgenomen. Het Rijksbeleid richt zich met name op de waterveiligheid t.a.v. de grote rivieren; de Maas, Waal en Rijn en de kustlijn, de omgang met zoetwatergebieden, de algemene waterkwaliteit en grote watergebieden zoals Rijn-Maas delta, IJsselmeergebied etc. Het Rijksbeleid heeft geen gevolgen c.q. consequenties voor onderhavig plan.

4.14.2 Provinciaal waterplan 2016-2021 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 30 augustus 2016 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Met dit waterplan richt de provincie zich de komende 6 jaar op de ontwikkeling van een klimaatbestendig en ecologisch gezond watersysteem en een duurzame watervoorziening. Het Plan richt zich globaal op drie punten: •

Gezonde fysieke omgeving

•

Veilige fysieke omgeving

•

Groene groei

Ten aanzien van gezonde fysieke leefomgeving vormt de Provincie doelen om de bodem en waterkwaliteit te verbeteren en te borgen. Ook gezond zwemwater en oppervlaktewater komt aan de orde. De veilige fysieke omgeving richt zich met name op de meer traditionele rol van mens tegen het water en ziet toe op het beschermen van inwoners tegen het water. Het hoofdstuk groene groei richt zich ten slotte op de transitie naar een meer biobased economy.

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

34

4.14.3 Waterschap De Dommel Eind 2015 heeft waterschap De Dommel haar waterbeheersplan 2016-2021 vastgesteld. Het plan werkt conform een 6-tal resultaten welke het waterschap in 2021 behaald wenst te hebben: •

Droge voeten

•

Voldoende water

•

Natuurlijk water

•

Schoon water

•

Mooi water

•

Investeringen

Tevens heeft het waterschap een aantal uitdagingen genoemd. Meest in het oog springend ten aanzien van onderhavig plan is “voldoende water voor landbouw en natuur”. Het waterschap constateert in haar verzorgingsgebied dat verdroging een groeiend probleem is waar aandacht naar uit dient te gaan. Keur 2015 De Keur is in maart 2015 vastgesteld en dient als een aanvulling op regels uit de Waterwet. De Keur stelt regels t.a.v. de inrichting, het gebruik, beheer en onderhoud en overige werkzaamheden aan rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen. Deze regels gelden zowel voor stromen die eigendom zijn van het Waterschap, maar ook die in eigendom zijn van derden (burgers, agrariërs etc.). De Brabantse waterschappen hebben gezamenlijk de Keur overgenomen om te zorgen voor uniformiteit in de regelgeving. De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug. Legger Vanuit de Keur wordt regelmatig verbinding gelegd met de ‘legger’. Een legger is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: •

Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etc.

•

Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent.

•

Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken.

4.14.4 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017 – 2021 De gemeente Reusel de Mierden heeft november 2016 het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) gepubliceerd. Basis van het plan is het in kaart krijgen en aanpakken van de kwaliteit van het rioleringssysteem en het watersysteem in haar grondgebied. Ten aanzien van voorliggend plan is de ambitie uit het VGRP aangaande het anticiperen op klimaatverandering van belang. In onderliggend plan is hier rekening mee gehouden door water zoveel mogelijk op het plangebied te behouden, te bergen en vertraagd te laten inflitreren.

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

35

4.14.5 Afkoppelen afval- en hemelwater Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater van de woning is aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. Hemelwater Het nieuwe bedrijfsgebouw wordt voorzien van dakgoten en het daarmee opgevangen hemelwater wordt vervolgens afgekoppeld van het riool. Hemelwater zal zoveel mogelijk lokaal infiltreren op het plangebied. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Bij een toename van het verhard oppervlakte dient beschouwd te worden of er een infiltratievoorziening noodzakelijk is voor hemelwater. Bij onderhavig initiatief is er sprake van een afname van het bebouwd oppervlakte met circa 400 m2. De ontwikkeling zal dan ook zonder meer bijdragen tot een betere waterhuishouding ter plaatse en een infiltratievoorziening is niet noodzakelijk. Bodemdoorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is bepalend voor de infiltratiecapaciteit hiervan. Bij een goede bodemdoorlatendheid kan het water sneller infiltreren in de bodem. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk dat infiltratievoorzieningen bij een slechte bodemdoorlatendheid voldoende opvangcapaciteit hebben. De bodem van het plangebied betreft een zandgrond met voldoende bodemdoorlatendheid. Een nader onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

36

5.

Economische En Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken over plankosten en planschade is geregeld. Gezien het karakter van het plan is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. Tevens wordt er een overeenkomst afgesloten in verband met de landschappelijke inpassing.

5.2

Procedures

Het bestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de ter inzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen worden beoordeeld en aanvullend in dit bestemmingsplan opgenomen. Gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpwijzigingsplan wordt het plan in het kader van vooroverleg aangeboden aan de volgende betrokken instanties: provincie Noord-Brabant en waterschap De Dommel. Ter visie legging Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf PM gedurende zes weken, tot en met PM na bekendmaking in de lokale krant en de Staatscourant van PM ter inzage gelegen. Een ieder zijn in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

37

6.

Juridische toelichting

Dit plan betreft een partiële herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” en “Buitengebied 2009, herziening fase 1A” van de gemeente Reusel – De Mierden ter plaatse van ’t Hof 4 te Reusel.

6.1

Regels

De planregels beschrijven de bestaande regeling voor een bedrijfsbestemming. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2009 en Buitengebied 2009, herziening fase 1 A van de gemeente Reusel – De Mierden.

6.2

Verbeelding

Aan het plangebied wordt de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend met een bestemmingsvlak met een omvang van 4.400 m2. Daarnaast wordt de bestemming ‘Groen – landschapselement’ opgenomen.

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

38

7.

Bijlagen •

Aerius berekening

•

Quick scan flora en fauna

•

Verkennend bodemonderzoek

•

Vooroverleg reacties Veiligheidsregio Provincie Noord-Brabant Waterschap De Dommel

Buitengebied ’t Hof 4 Reusel

39

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RjHozHk5mcTA (10 februari 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Lavrijsen

’t Hof 4, 5541NE Reusel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Wijziging bouwvlak, omtrent bouw kleinere loods

RjHozHk5mcTA

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

10 februari 2020, 07:54

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Effect van verkeersbewegingen van het bedrijf op de natura 2000 gebieden. rekenmodel 2020.

Situatie 1

RjHozHk5mcTA (10 februari 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RjHozHk5mcTA (10 februari 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 1 139718, 373052 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RjHozHk5mcTA (10 februari 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200113_49aab7f583 Database versie 49aab7f583 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RjHozHk5mcTA (10 februari 2020) pagina 5/5

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA

‘t Hof 4, Reusel

Datum

: 2 augustus 2019

Rapportnummer

: 219-RHo4-nw-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519

Project

: Quick scan flora en fauna in de omgeving ‘t Hof 4 te Reusel

Opdrachtgever

: ZLTO Advies

Datum rapport

: 2 augustus 2019

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat

: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044

Projectleider Collegiale toets

: Dhr. Ir. W.A. van Aerle : Mevr. Ing. A. van der Vleuten

Voor akkoord: W.A. van Aerle

Voor akkoord: A. van der Vleuten

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

1.

Inleiding

1

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Veldonderzoek door M&A Informatie door de KNNV Resultaten literatuuronderzoek Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling

2 2 3 4 4 6 7 8

3.

Conclusie

11

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

: Luchtfoto bestaande situatie : Resultaten inventarisatie Natuurloket : Foto’s locatie en omgeving : Natuurnetwerk Noord-Brabant

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

1. Inleiding Op 6 mei 2019 is door ZLTO Advies aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor de sloop van een voormalige varkensstal en de functiewijziging van het perceel naar wonen aan ‘t Hof 4 te Reusel. Door de gemeente Reusel is de eis gesteld dat in verband met de ruimtelijke procedure voor de functiewijziging en sloop van de stal, wordt aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard en in gebruik als stalling en opslag. De locatie is gesitueerd ten zuiden van de bebouwde kom van Reusel. Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de wijzigingen consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De luchtfoto van de locatie is weergegeven in bijlage 1.

1

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.

2

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (uitwerkingsplan Provincie Noord-Brabant) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten. Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan.

Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.

3

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de nieuwbouwlocatie zijn geen ecologische verbindingszones of andere waardevolle natuurgebieden gesitueerd. Ook zijn de gronden niet aangewezen als gewenste nieuwe natuur of te verwerven percelen in het kader van natuurbeheer.

2.4 Veldonderzoek door M&A Op 27 mei 2019 is een veldonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 27 mei 2019 ongeveer 23 °C, luchtvochtigheid 60% en 3/8 bewolkingsgraad. Er was geen neerslag. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is rondom het agrarisch perceel (tot een afstand van 200 m daar buiten) rastermatig het gebied verkend. De afstand van 200 meter is hierbij gekozen op grond van onze ervaringen met het type bebouwing in de omgeving (agrarische bedrijven, woningen en akkerbouwpercelen) en de typering van het terrein. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de varkensstal en de functiewijziging naar wonen, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de ontwikkelingen.

4

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Tijdens het veldonderzoek zijn een aantal inheemse soorten (Koolmees, Merel, Vink, Houtduif, Buizerd) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen Huismussen en Gierzwaluwen waargenomen. Er zijn in de bebouwing geen permanente verblijfplaatsen van Huismussen en Gierzwaluwen aangetroffen. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. Hierbij is vooral gelet op mogelijkheden in de bebouwing (voormalige varkensstal) op het perceel en bomen in de omgeving. Hierbij zijn geen mogelijkheden of sporen aangetroffen. De stal op het perceel is opgebouwd met enkelsteens metselwerk en golfplaten als dakbedekking (aan de binnenzijde afgewerkt met PUR-isolatie). Het is onwaarschijnlijk dat soorten dergelijke bebouwing gebruiken als nestmogelijkheid. Direct ten noorden van de stal staat een solitaire lindeboom. Deze is onderzocht op broedvogels en vleermuizen, maar hierbij konden geen soorten of mogelijkheden worden waargenomen. Er is met name gelet op spleten in de boom, waar eventueel vleermuizen zich kunnen ophouden. Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de te slopen stal.

Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast omdat met onderhavig onderzoek reeds voldoende informatie is verkregen.

5

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

2.5 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie ‘t Hof 4 in Reusel. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.

6

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

2.6 Resultaten literatuuronderzoek 2.6.1 Natuurloket Binnen de kilometerhokken 173.000 (X) en 418.000-419.000 (Y) zijn volgens het Natuurloket een aantal beschermde flora en fauna geïnventariseerd. Het blijkt dat 2 vleermuizen, 5 landzoogdiersoorten, 27 broedvogelsoorten, 179 wintervogelsoorten, 156 vissen, 8 dagvlinders, 2 macronachtvlinders, 1 micronachtvlinder en 3 libellen in de kilometerhokken van de onderzoekslocatie zijn gespot. De inventarisatie van de broedvogels en vissen wordt als goed beschouwd en voor de overige soorten als redelijk tot slecht. Verder zijn 30 vaatplantensoorten aangetroffen. De inventarisatie kan als slecht worden beschouwd. In bijlage 2 zijn de volledige gegevens opgenomen. In het plangebied is het mogelijk dat er vleermuizen, broed- en wintervogelsoorten de locatie gebruiken als foerageergebied. Voor de overige soorten en soortgroepen leent de locatie zich niet als een juiste habitat, zodat de kans zeer klein is dat deze op de onderzoekslocatie aanwezig zullen zijn. Aangezien het onderzoeksgebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het onderzoeksgebied.

In paragraaf 2.7 zal daarom voor de verschillende natuursoorten worden aangegeven, hoe waarschijnlijk het zal zijn dat deze voorkomen in het onderzoeksgebied en in hoeverre de ontwikkeling op het perceel van invloed is op de betreffende soorten.

7

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

2.6.2 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden in de omgeving aanwezig zijn.

2.7. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van een voormalige varkensstal. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden afnemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven en zelfs positief worden beïnvloed. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er is weinig begroeiing aanwezig op het perceel, zodat broedplaatsen op het perceel schaars zijn. Buiten het perceel is een solitaire lindeboom aanwezig. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Omdat bij de inventarisatie geen schaarse of bedreigde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden. Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is.

8

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is voor een aantal grondgebonden zoogdieren (o.a. Konijn en Mol). Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Ook van de Das, die in de regio volop aanwezig is, zijn op het perceel geen sporen aangetroffen. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop van de stal zullen, vanwege het feit dat geen vleermuizen zijn aangetroffen in de stal, geen verstoring betekenen van eventueel broedende soorten. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. Op het perceel is geen water aanwezig, noodzakelijk voor de habitat van de soorten. Ook voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel en omgeving minder geschikt, vanwege het feit dat de wei- en akkerlanden met enige regelmaat worden bewerkt.

Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van de juiste waadplanten op het perceel. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.

9

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.

10

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

3. Conclusie Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in mei 2019 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder Gierzwaluwen en vleermuisssoorten). Voor de Huismussen zijn geen permanente verblijfplaatsen aangetroffen. Het veldonderzoek, uitgevoerd in de dagperiode op 27 mei 2019, is binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten en hun kuikens, achtergebleven nestmaterialen, vraatsporen en uitwerpselen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisatie is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Ook in de lindeboom ten noorden van de stal is degelijk onderzoek uitgevoerd op o.a. toegangsmogelijkheden en verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde soorten zoals Huismussen en Gierzwaluwen.

Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. Volgens het Natuurnetwerk Nederland zijn er geen ecologische verbindingszones in de nabijheid van het perceel gesitueerd. Ook is het perceel niet gesitueerd in een waardevol gebied qua natuurwaarden. Door de sloop van de stal en de hiermee gepaard gaande functiewijziging naar wonen van het perceel, wordt het karakter van het gebied op een positieve wijze beïnvloed. Het open karakter buiten het perceel blijft geheel behouden en door het verdwijnen van de stal zal meer groen op het woonperceel kunnen worden gerealiseerd.

11

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de werkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.

12

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Bijlage 1 : Luchtfoto

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Bijlage 2 : Resultaten inventarisatie Natuurloket

Beknopte levering uit de NDFF Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

Projectnaam 't Hof 4, reusel Doel Inventarisatie natuurwaarden Datum 02-08-2019 15:04 Ordernummer HNL-2019-174 Geselecteerde kilometerhokken 139-373, 139-372

Vragen? Neem contact op met het Serviceteam van de NDFF: Telefoon: 0800 2356333 E-mail: serviceteamNDFF@natuurloket.nl

paddenstoelen

vleermuizen

landzoogdieren

broedvogels

21

niet

niet

niet

niet

vleermuizen

2009-2019

landzoogdieren

2009-2019

broedvogels

2009-2019

1999-2019

Onderzoeks-

periode

onderzoek

slecht

100%/0%

6

Volledigheid

0-0.25/0.251-1

Detaillering

Aantal soorten

soorten (NL)

WNB-andere

soorten (PROV)

WNb-andere

Habitatrichlijn

2009-2019

slecht

100%/0%

1

2009-2019

niet

2009-2019

niet 2009-2019

niet 2009-2019

slecht*

85%/0%

4

2009-2019

slecht

7%/0%

48

45

wintervogels

2009-2019

slecht

1%/0%

40

2009-2019

niet

amfibieen

2009-2019

slecht

100%/0%

3

2

2009-2019

niet

reptielen

2009-2019

slecht

100%/0%

1

1

1

1

reptielen

Beknopte levering HNL-2019-174 Pagina : 2 / 4

2009-2019

slecht

68%/31%

5

4

2

4

paddenstoelen

2009-2019

2

korstmossen

2009-2019

slecht

44%/0%

9

Vogelrichtlijn

mossen

2009-2019

slecht

51%/18%

3

Rode-Lijstsoorten

139 - 373

periode

vaatplanten

1999-2019

Onderzoeks-

onderzoek

slecht

100%/0%

Volledigheid

0-0.25/0.251-1

Detaillering

Aantal soorten

soorten (NL)

3

1

WNB-andere

soorten (PROV)

1

1

amfibieen

WNb-andere

38

wintervogels

Habitatrichlijn

2

9

korstmossen

1

mossen

Vogelrichtlijn

vaatplanten

Rode-Lijstsoorten

139 - 372

2009-2019

niet

vissen

2009-2019

niet

vissen

2009-2019

redelijk

100%/0%

7

dagvlinders

2009-2019

slecht

100%/0%

1

dagvlinders

2009-2019

niet

2009-2019

slecht

100%/0%

3

2009-2019

niet

macronachtvlinders micronachtvlinders

2009-2019

niet

macronachtvlinders micronachtvlinders

2009-2019

niet

libellen

2009-2019

niet

libellen

100%/0%

krekels

100%/0%

2009-2019

onbepaald

2009-2019

niet

overige soortgroepen

sprinkhanen en

4

2009-2019

2009-2019

onbepaald

niet

krekels

1

overige soortgroepen

sprinkhanen en

Toelichting op de tabel Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen, schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken, ringwormen, snoerwormen en wormachtigen zoals bloedzuigers. Ook zeeorganismen als hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren vallen in deze verzamelgroep.

Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermeld hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid. De gehanteerde Rode Lijsten zijn (inclusief link naar website van ministerie van de Rijksoverheid met verwijzing naar pdf van het besluit): vaatplanten

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

mossen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

korstmossen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

paddenstoelen

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

zoogdieren

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

broedvogels

Besluit Rode Lijsten 5 november 2004

amfibieën

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

reptielen

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

vissen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

dagvlinders

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

macronachtvlinders

geen Rode Lijst

micronachtvlinders

geen Rode Lijst

libellen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

sprinkhanen en krekels

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

overige soortgroepen

Besluit Rode Lijsten 5 november 2004(1)

Wet Natuurbescherming – soorten van de Vogelrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.1

Wet Natuurbescherming – soorten van de Habitatrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2

Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.

Beknopte levering HNL-2019-174 Pagina : 3 / 4

Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten (landelijke lijst) Alle landelijk benoemde soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet.

Aantal soorten Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen:

die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie ‘betrouwbaar’ hebben meegekregen; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen pas na expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.

Volledigheid onderzoek Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven hoe volledig een specifiek kilometerhok is onderzocht. Er wordt hierbij gewerkt met een normering in 5 klassen: (1) niet, (2) slecht, (3) redelijk onderzocht, (4) goed onderzocht en (5) onbepaald. De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting is per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting

Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen 0-0.25 km2 en groter dan 1 km2 bepaald welk aandeel de waarnemingen bezetten. De basis voor deze berekening is het aantal waarnemingen: in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. De resultaten zijn in de drie genoemde klassen achter elkaar geplaatst en gescheiden door een slash- teken (/).

Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen de recente 10 afgeronde veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. In de loop van het kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.

Beknopte levering HNL-2019-174 Pagina : 4 / 4 Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Bijlage 3 : Foto’s locatie en omgeving

‘t Hof 4, Reusel

M&A Omgeving BV

Bijlage 4 : Natuurnetwerk Noord-Brabant

Gerealiseerd; Gerealiseerd (niet

Laag

In uitvoering

Hoog

Natuur Netwerk Brabant

Gerealiseerd met restopgave; Gerealiseerd restopgave G; Gerealiseerd restopgave W

PWP)

NNB/EVZ Ecologische verbindingszone

Compensatie NNB vóór 1 juni 2010

Compensatie NNB

Vernietiging NNB

Natuurcompensatiekaart

NNB NURG

NNB Provinciaal deel

NNB Rijksdeel

Rijk en Provincie NNB

Natte Natuurparels

Rijksbeleidskaart - Natura2000

Indien er veel lagen tegelijk aan staan, kan het zijn dat een aantal legendaklassen buiten het papier vallen

Legenda

Inventarisatie natuurwaarden

't Hof 4, Reusel

Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.

Datum: 02-08-2019

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740 / NEN 5707

‘t Hof 4, Reusel

Datum

: 26 juni 2019

Rapportnummer

: 219-RHo4-vo-voa-v1

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322

Type onderzoek : Verkennend bodemonderzoek Project

: ‘t Hof 4, Reusel

Projectnummer : 219-RHo4-vo-voa-v1 Opdrachtgever

: ZLTO Advies

Datum rapport

: 26 juni 2019

Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat Geldig tot

: BRL SIKB 2000 : 2001, 2002, 2018 : EC-SIKB-02236 : 22 november 2020

Veldwerk uitgevoerd door erkend en ervaren veldwerker Projectleider

: W.A. van Aerle : W.A. van Aerle

Veldwerker verklaart hierbij dat bij de uitvoering van het veldwerk geen invloed is uitgevoerd door de opdrachtgever of directie van M&A Bodem & Asbest BV. Voor akkoord:

Collegiale toets:

W.A. van Aerle

A. van der Vleuten

Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322

Samenvatting In verband met de bestemmingswijziging naar bedrijf voor een perceel aan ‘t Hof 4 te Reusel is een bodemonderzoek conform de NEN 5740, NEN 5707 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. In verband met de asbesthoudende golfplaten op de stal en het feit dat aan één zijde geen goot aanwezig was, is dit gedeelte verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 7 boringen op de locatie geplaatst. Twee van de boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Hiervan zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Ook zijn geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd. Vervolgens zijn twee mengmonsters samengesteld, te weten één van de bovengrond en één van de ondergrond. Een week eerder is een peilbuis geplaatst op de onderzoekslocatie, waaruit watermonsters werden genomen. De grondwaterspiegel werd op ca. 2,34 meter minus maaiveld aangetroffen. Na analyse van de grond- en grondwatermonsters bleek dat : ! de bovengrond niet verhoogd is t.o.v. de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparameters; ! de ondergrond niet verhoogd is t.o.v.

de AW van de onderzoeksparameters; ! het grondwater licht verontreinigd is met barium, cadmium, koper, kwik, lood en zink. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater is te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk.

In verband met het onderzoek asbest in de bodem zijn in totaal 6 gaten van 30x30 cm gemaakt tot 0,2 m-mv. Één gat is doorgezet tot 2 m-mv met behulp van een edelmanboor (doorsnede 10 cm). Van de gaten is een mengmonster samengesteld en vervolgens geanalyseerd op asbest. Uit de resultaten van de analyse blijkt dat de concentratie asbest 20 mg/kg ds. Verder is vast asbestmateriaal aangetroffen met een gewicht van 7,7 g (golfplaat, 10-15% chrysotiel). Dit levert een additionele asbestconcentratie van 6,3 mg/kg, zodat de gewogen asbestconcentratie 26,3 mg/kg ds bedraagt. Er is geen sprake van losse vezels, zodat verder geen nader onderzoek noodzakelijk is. Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn tegen de bestemmingswijziging uit oogpunt van de chemische bodemgesteldheid.

Inhoudsopgave Hfdst.

Titel

Blz.

Samenvatting 1

Doelstelling verkennend onderzoek

1

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Vooronderzoek Historisch gebruik Huidig gebruik Toekomstig gebruik Asbest in de bodem Bodemsamenstelling en geohydrologie Hypothese

2 3 4 4 4 5 5

3 3.1 3.2

Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek Verkennend onderzoek NEN 5740 Verkennend onderzoek asbest in de bodem

7 9

4. 4.1 4.2 4.3

Resultaten Boorbeschrijving Zintuiglijke waarnemingen Chemische en fysische analyses

11 11 12

5. 5.1 5.2 5.3

Interpretatie en toetsing van de resultaten Algemeen Grond Grondwater

15 17 17

6.

Conclusies en aanbevelingen

18

7.

Referenties

19

Bijlagen Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 2 Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 3d Bijlage 4 Bijlage 5

: Situatie- en boorpunttekening : Bodemloket : Isohypsen : Analyserapport grond : Analyserapport asbest in de bodem : Analyserapport grondwater : Toetsingsnormering grond en grondwater : Boorbeschrijving : Monsternameformulieren asbest in de bodem

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

1. Doelstelling verkennend onderzoek Op 11 mei 2019 is door ZLTO Advies aan M & A Bodem & Asbest BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707, op een perceel aan ‘t Hof 4 te Reusel. Het onderzoek is noodzakelijk vanwege de bestemmingswijziging naar bedrijf van het perceel, waarvoor een verklaring benodigd is omtrent de aanwezigheid van eventuele bodemvervuiling. In dit onderzoek zal de chemische en fysische toestand van de bodem worden beschreven. Door middel van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de bovengrond (0 tot 0.5 meter), de ondergrond (0.5 tot 2.0 meter) en het grondwater zal een uitspraak worden gedaan omtrent bovenstaande. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, NEN 5725, NEN 5707 en de Aangepaste Voorlopige Praktijkrichtlijnen van het Ministerie van VROM. Voorafgaand aan het onderzoek verklaart M&A dat er geen relatie bestaat tussen opdrachtgever en M&A, zodat onafhankelijkheid wordt gegarandeerd. Het procescertificaat van M&A Bodem & Asbest en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistraties, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. In deze rapportages zijn de protocollen 2001, 2002 en 2018 van toepassing.

Het veldwerk is uitgevoerd door een erkend en ervaren veldwerker (W.A. van Aerle). Dit bodemonderzoek is met de grootste zorg uitgevoerd. Door de statistische keuzes volgens de NEN 5740 kan het echter voorkomen dat er toch bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is dat niet is geconstateerd tijdens het onderzoek. Hiervoor kan M&A niet aansprakelijk worden gesteld. Verder zijn alle in deze rapportage gedane aanbevelingen en adviezen vrijblijvend van aard. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

1

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

2. Vooronderzoek conform NEN 5725 In de NEN 5725 staat beschreven welke gegevens minimaal geïnventariseerd dienen te worden om een uitspraak te kunnen doen over het vervolgtraject. Om tot een hypothese voor het vervolgonderzoek te komen dienen te worden onderzocht : 1. Historisch gebruik 2. Huidig gebruik 3. Toekomstig gebruik 4. Bodemopbouw / geohydrologie (wenselijk, niet verplicht) Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen : S inventarisatielijst provinciaal programma bodemsanering; S verkennende onderzoeken gesloten stortplaatsen (VOS); S gemeentelijke bestand van huidige en vervallen milieuvergunningen; S provinciale lijst van autosloopterreinen; S bestand ondergrondse en bovengrondse opslagtanks van de gemeente; S bestand bodemonderzoeken in de gemeente. S www.bodemloket.nl; S gegevens van ABdK. In de volgende paragrafen wordt een samenvatting gegeven van het vooronderzoek.

2

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

2.1. Historisch gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan ‘t Hof 4 te Reusel, op een perceel ten zuiden van de bebouwde kom van Reusel (gemeente Reusel). De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Reusel, sectie G, perceelnummer 113. De situatie is aangegeven op de tekening in bijlage 1a. De huidige bestemming is wonen en agrarisch en is in het verleden gewijzigd van agrarisch. De bestemming van de directe omgeving is eveneens agrarisch en wonen. Bodemonderzoeken: Van het perceel en de directe omgeving zijn geen bodemonderzoeken bekend. Bodemloket: Volgens het bodemloket zijn geen gegevens bekend van de locatie. Tanks: Van het perceel zijn geen gegevens bekend over tanks. Milieuvergunningen: Van het perceel is een milieuvergunning bekend voor een varkenshouderij. Deze activiteit is reeds een aantal jaren niet meer aanwezig. Bodembedreigende activiteiten vonden niet plaats op de locatie. Overigen: Van de onderzoekslocatie zijn geen verdere gegevens bekend over sintels, zinkassen of oude watergangen. De locatie is niet vermeld op de lijst van bodemsaneringsgevallen van de provincie en staat evenmin bekend als voormalige stortlocatie.

3

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

Conclusie: vooronderzoek Van de onderzoekslocatie zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen dat het perceelsgedeelte verontreinigd is. Op de locatie is een vml. varkensstal aanwezig en deze heeft alleen aan de noordzijde een goot en is bedekt met asbesthoudende golfplaten. Aan de zuidzijde is geen goot aanwezig en hier is ook geen verharding aanwezig om het hemelwater op te vangen.

2.2. Huidig gebruik De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard met klinkers en beton en in gebruik als locatie voor wonen. De totale oppervlakte van het perceelsgedeelte dat de bestemming ‘bedrijf’ zal krijgen bedraagt ongeveer 1.350 m2. Obstakels of zichtbare verontreinigingen zijn niet geconstateerd. Kabels en leidingen zijn niet zichtbaar aanwezig op het terrein. Er zijn verder geen andere aanwijzingen gevonden, dat er calamiteiten op de onderzoekslocatie zijn geschied.

2.3. Toekomstig gebruik Op de locatie wordt de bestemming ‘bedrijf’ gerealiseerd. Toekomstige bodembedreigende activiteiten op de locatie zijn niet waarschijnlijk. De gebruiksfunctie van de locatie wordt gewijzigd.

2.4 Asbest in de bodem Op de onderzoekslocatie is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5707 ‘Asbest in de bodem’. Het onderzoeksgedeelte is hierbij rastermatig onderzocht op de aanwezigheid van asbestmateriaal. Daar echter meer dan 50% van de oppervlakte bedekt is (bebouwing en verharding), kon de maaiveldinspectie niet volgens NEN 5707 worden uitgevoerd.

4

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

De maaiveldinspectie is vervolgens toch overeenkomstig de NEN 5707 uitgevoerd met behulp van een hark voor het doorwoelen van de eerste centimeters van de bovenlaag. Uit het onderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie geen asbestmaterialen op- of in de bodem zijn aangetroffen, zodat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. Voor de stal zal aan de zuidzijde wel een veldwerkonderzoek volgens NEN 5707 worden uitgevoerd. Dit is noodzakelijk, omdat aan deze zijde van het gebouw geen goot is bevestigd aan de dakconstructie. Hierdoor is er mogelijk sprake van verontreiniging met asbestvezels in de bovenlaag (drupzone).

2.5. Bodemsamenstelling en geohydrologie De locatie is gelegen in het gebied van de Centrale Slenk. Deze Centrale Slenk wordt in het noordoosten begrensd door de Peelrandbreuk en in het zuidwesten door de Gilze-Rijenstoring. De onderzoekslocatie is juist ten oosten van de Peelrandbreuk gesitueerd. De deklaag van de bodem ter plaatse, behorende tot de Nuenen Groep, bevindt zich op ongeveer 34 meter boven NAP en loopt door tot 11 meter boven NAP. Deze deklaag bestaat uit middel fijn tot uiterst fijn zand, gemengd met of onderbroken door lagen (1 meter dikte) met klei of zandige klei. Deze laag is slecht waterdoorlatend. Na de deklaag begint het eerste watervoerende pakket, behorende tot de formaties van Sterksel, Veghel en Kedichem, doorlopend tot 103 meter beneden NAP waarna de eerste scheidende laag, behorende tot de Brunssum klei, begint. De grondwaterspiegel van het freatische grondwater bevindt zich op ca. 31 meter boven NAP. De grondwaterstromingsrichting is noordelijk. Deze gegevens zijn ontleend aan de door TNO samengestelde grondwaterkaart van Nederland (kaart 57 oost, kaartblad 57F). Op de tekening in bijlage 2 zijn de isohypsen van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven.

5

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

2.6. Hypothese Gezien de informatie die uit het historische onderzoek naar voren is gekomen kan gesteld worden dat geen verontreinigingen worden verwacht in de bodem, ondanks dat het gebied bekend is met diffuse zware metalen verontreinigingen. Derhalve wordt de hypothese "onverdachte locatie" gesteld, welke aan de hand van de analyseresultaten zal worden getoetst. Voor het onderzoek asbest in de bodem kan, gezien de informatie die uit het historische onderzoek naar voren is gekomen, worden gesteld dat mogelijk asbestvezels aanwezig zijn in de drupzone van de zuidelijke helft van het dak van de stal. De bovenste 20 cm van de bodem zijn hier asbestverdacht.

6

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

3. Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek 3.1. Verkennend onderzoek volgens NEN 5740 3.1.1. Onderzoeksstrategie De gekozen onderzoeksstrategie is conform de NEN 5740 voor onverdachte locaties. Hierbij worden de monsters genomen volgens een gelijkmatig over het terrein verdeeld patroon. De oppervlakte van het onderzoeksgedeelte bedraagt ca. 1.350 m2. Onderzoeksstrategie niet verdachte locaties volgens NEN 5740 AANTAL BORINGEN tot 0,5 m

6

en tot 2 m

1

TE ONDERZOEKEN MENGMONSTERS

en peilbuis

grond

1

grondwater

0 - 0,5 m

0,5 - 2,0 m

1

1

1

De boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 1a.

3.1.2. Veldwerk Op 27 mei 2019 zijn in totaliteit op de onderzoekslocatie 7 handboringen verricht van 0 tot 0.5 m - mv (bovengrond), welke gelijkmatig verdeeld zijn over de onderzoekslocatie. Twee van deze boringen zijn doorgezet tot 2 meter beneden maaiveld. Van alle separate boringen zijn vervolgens monsters genomen en deze monsters zijn in het laboratorium tot drie mengmonsters samengesteld: M1 : boring 1.1 t/m 4.1 0,2 - 0,5 m-mv boring 5.1t/m 7.1 0 - 0,5 m-mv M2 : boring 1.2 + 4.2 0,5 - 1,0 m-mv boring 1.3 + 4.3 1,0 - 1,5 m-mv boring 1.4 + 4.4 1,5 - 2,0 m-mv

7

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

Op 20 mei 2019 is reeds één boring verricht tot 1,5 meter beneden de grondwaterspiegel en afgewerkt als peilbuis (HDPE). De ruimte rond de peilbuis is tot ca. 50 cm boven het filter aangevuld met zuiver filterzand en daar bovenop is 50 cm zwelklei (bentoniet) aangebracht. Verder is het boorgat afgedekt met zuiver fijn zand. De peilbuis is direct na plaatsing een aantal malen afgepompt, waarna d.d. 27 mei 2019 grondwatermonsters zijn genomen. Vervolgens werd de grondwaterstand gemeten en monsters genomen waarbij de pH en de elektrische geleidbaarheid (EGV) werden bepaald en zijn weergegeven in onderstaande tabel: Peilbuis 1 GWS

2,34 m - mv

pH

6,71

EGV

822 :S/cm

D

36 NTU

3.1.3. Laboratoriumonderzoek De mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn door het geaccrediteerde milieulaboratorium, AL-West te Deventer, geanalyseerd op de volgende onderzoeksparameters : M1 t/m M2

: zware metalen, PAK, PCB, minerale olie, droge stof, lutum en humus

P1

: zware metalen, BTEX, naftaleen, VOH, minerale olie

Het pakket van de zware metalen bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. De vluchtige aromaten (BTEX) worden vertegenwoordigd door benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xylenen. Voor de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH) is een selectie gemaakt van de gechloreerde organische oplosmiddelen.

8

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

3.2. Onderzoeksstrategie onderzoek asbest in de bodem 3.2.1. Weersomstandigheden Ten tijde van het veldwerk op 27 mei 2019 waren de weersomstandigheden en onderzoeksparameters als volgt: Tijd/datum onderzoek : 27-5-2019, 10.00 uur Temperatuur : 22 EC Bewolkingsgraad : 1/8 Regenval : 0 mm Windsnelheid : 1 m/s Overige gegevens : geen mist, geen overige neerslag

3.2.2. Visuele inspectie maaiveld Op 27 mei 2019 is het maaiveld aan de zuidzijde van de stal ter plaatse visueel geïnspecteerd. Hierbij is de locatie (ongeveer 100 m2) kruislings in stroken van 1 meter geïnspecteerd. Bij de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Bij de inspectie is gebruik gemaakt van een hark om de eerste centimeters van de bodem los te maken. Tijdens de inspectie was de toplaag vrij van objecten en werd het vochtgehalte als normaal ingeschat (ongeveer 10%). De locatie wordt beschouwd als een diffuus belaste locatie met heterogene verdeling. De oppervlakte van de onderzoekslocatie is ongeveer 100 m2. De inspectie-efficiëntie bedraagt 90-100%.

9

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

3.2.3. Veldwerk De NEN 5707 schrijft voor dat voor een onverdachte locatie met een oppervlakte van minder dan 100 m2, 2 gaten van 30x30 cm tot 0,5 m-mv geïnspecteerd dienen te worden. Hiervan dient 1 gat te worden doorgezet met een boor tot onder de verdachte laag. In onderhavig geval zal de diepte worden beperkt tot 0,2 m-mv en zullen er 6 gaten van 30x30 cm worden gemaakt. Op 27 mei 2019 zijn in totaal 6gaten van 30x30 cm gemaakt tot 0,2 m-mv. Één gat is doorgezet tot 2 m-mv met behulp van een edelmanboor (doorsnede 10 cm). Per laag van 2 cm is de grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van asbestmaterialen. Bij de werkzaamheden zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Vervolgens zijn van de gaten een mengmonster samengesteld, zijnde M1 (0 0,2 m-mv), waarbij 20 grepen met een gewicht van ruim 0,5 kg zijn genomen. Het monster is ter analyse aangeboden aan AL-West te Deventer. Het mengmonster had een gewicht van ruimschoots meer dan 10 kg. Het vochtgehalte is ter plaatse ingeschat op 10%, zodat normaliter alle monsters een droge stof gehalte van meer dan 10 kg hebben.

3.2.4. Laboratoriumonderzoek Het grondmengmonster voor asbest in de bodem is door het geaccrediteerde milieulaboratorium, AL-West te Deventer, geanalyseerd op de volgende onderzoeksparameters : M1

: asbest, droge stof

10

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

4. Resultaten 4.1. Boorbeschrijving In bijlage 4 zijn de boorbeschrijvingen weergegeven, waarbij de beschrijving van de bodemopbouw is weergegeven conform NEN 5104.

4.2. Zintuiglijke waarnemingen In de grondmonsters zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen, zoals bijvoorbeeld puin, kolenassen of zinkslakken aangetroffen. Ook werden geen abnormale kleur- en/of geurafwijkingen waargenomen.

11

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

4.3. Chemische en fysische analyses In de volgende tabel 1a worden de resultaten van de grond weergegeven. In bijlage 3d is de toetsing aan de Wbb-normering opgenomen. Tabel 1a: Analyseresultaten boven- en ondergrond Onderzoeksparameter

M1

M2

0-0,5 m

0,5 -2,0m

Droge stof [% w/w]

88,3

87,9

Organische stof [% DS]

2,8

0,9

Lutumgehalte [%]

2,6

1,9

Barium

< 20

< 20

Cadmium

0,30

< 0,20

Kobalt

< 3,0

< 3,0

Koper

8,5

< 5,0

Kwik

< 0,05

< 0,05

Lood

16

< 10

Molybdeen

< 1,5

< 1,5

Nikkel

< 4,0

< 4,0

Zink

< 20

< 20

PAK-totaal (VROM) [mg/kg DS]

0,35

0,35

0,0049

0,0049

< 35

< 35

Zware metalen [mg/kg DS]

PCB [mg/kg DS] Minerale olie (GC) [mg/kg DS]

‘<‘ : betekent lager dan de detectielimiet voor de betreffende parameter Toetsing Wet bodemkwaliteit * : > achtergrondwaarde ** : > tussenwaarde *** : > interventiewaarde Toetsing Besluit bodemkwaliteit & : > maximale waarde voor functieklasse wonen && : > maximale waarde voor functieklasse industrie # : < 2 maal de achtergrondwaarde en kleiner dan de maximale waarde ## : < som van de achtergrondwaarde en maximale waarde voor functieklasse wonen ### : < som van de achtergrondwaarde en maximale waarde voor functieklasse industrie

12

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

Tabel 1b : Analyseresultaten asbest in de bodem M1 0-0,2 m-mv Gewicht mengmonster [kg]

12,8

Som gewogen asbest (grond) [mg/kg ds]

20

Verder is vast materiaal in het monster aangetroffen met een gewicht van 7,7 gram, wat asbesthoudende golfplaat blijkt te zijn met een asbestconcentratie van 10-15 %. Dit betekent dat 1155 mg chrysotiel in het volume grond van 6x 0,3 x 0,3 x 0,2 = 0,108 m3 grond. Uitgaande van het soortelijk gewicht van 1700 kg/m3, levert dit een concentratie van 6,3 mg/kg ds. De gewogen asbestconcentratie bedraagt 26,3 mg/kg ds.

13

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

Tabel 2 : Analyseresultaten grondwater [µg/l] Onderzoeksparameter

P1

pH

6,71

EGV 20 EC [µS/cm]

822

Grondwaterstand [m-mv]

2,34

S

T

I

Zware metalen Barium

270 *

50

337

625

Cadmium

1,1 *

0,4

3,2

6,0

Kobalt

2,3

20

60

100

Koper

16 *

15

45

75

Kwik

0,09 *

0,05

0,18

0,30

Lood

43 *

15

45

75

Molybdeen

< 2,0

5

152

300

Nikkel

6,4

15

45

75

Zink

160 *

65

433

800

1,1,1-Trichloorethaan

< 0,10

0,01

150

300

1,2-Dichloorethaan

< 0,20

7

203,5

400

1,1,2-Trichloorethaan

< 0,10

0,01

65

130

Tetrachlooretheen

< 0,10

0,01

20

40

Dichloormethaan

< 0,20

0,01

500

1000

Tetrachloormethaan

< 0,10

0,01

5

10

Trichlooretheen

< 0,20

24

262

500

Dichloorethenen

0,21

0,01

10

20

Dichloorpropanen

0,42

0,8

40

80

Benzeen

< 0,20

0,2

15

30

Tolueen

< 0,20

7

503,5

1000

Ethylbenzeen

< 0,20

4

77

150

Xylenen (som)

0,21

0,2

35,1

70

Naftaleen

< 0,020

0,01

35

70

Minerale olie

< 50

50

325

600

Vl.gechloreerde kwst.(VOH)

Vluchtige Aromaten (BETX)

14

‘t Hof 4, Reusel

M & A Bodem & Asbest BV

5. Interpretatie en toetsing van de resultaten 5.1. Algemeen Grond De resultaten van de chemische en fysische analyse voor de grondmonsters dienen getoetst te worden aan de achtergrondwaarden (AW) volgens het Besluit bodemkwaliteit. Verder zijn voor de bodem nog de interventiewaarden (I) van belang volgens de Circulaire bodemsanering. Alle toetsingswaarden zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte en het lutumgehalte van de grond, welke in het laboratorium zijn bepaald. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met de genoemde toetsingswaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het onderzochte terrein. Hierbij kan de volgende gradatie worden aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie lager dan de achtergrondwaarde - verontreinigd : concentratie hoger dan de achtergrondwaarde - sterk verontreinigd : concentratie hoger dan de interventiewaarde Indien de tussenwaarde (de helft van de som AW + I) wordt overschreden voor een parameter, dan dient te worden geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de verspreiding van deze parameter. Hergebruik van grond volgens Besluit bodemkwaliteit Indicatief kunnen de analyseresultaten worden getoetst of de beoogde gebruiksfunctie voldoet aan de kwaliteitsnorm volgens het Besluit bodemkwaliteit.

Hiermee wordt een inschatting gemaakt of de grond herbruikbaar is voor het gebruiksdoel. In het Besluit bodemkwaliteit zijn de maximale waarden geformuleerde voor het generieke gebied voor de gebruiksfuncties wonen en industrie. Er wordt dan getoetst aan de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen (maxW) en industrie (maxI). Verder gelden in dit kader een tweetal uitzonderingsregels: < indien voor (bij een standaard analysepakket) maximaal 3 parameters wordt voldaan aan het criterium dat de concentratie lager is dan 2 keer de achtergrondwaarde (maar lager dan de maximale waarde), kan deze eveneens als niet verontreinigd worden beschouwd. 15

‘t Hof 4, Reusel

<

M & A Bodem & Asbest BV

indien de concentratie hoger is dan deze maximale waarde, maar voor maximaal 3 parameters de concentratie lager is dan de som van de achtergrondwaarde en de maximale waarde, deze voldoet aan de maximale waarde.

Indien de gemeente in het bezit is van een bodemkwaliteitskaart die voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit, kunnen lokale maximale waarden worden geformuleerd die mogelijk hoger zijn dan de generieke maximale waarde. Grondwater De resultaten van de chemische en fysische analyses van het grondwater dienen getoetst te worden aan de streef- en interventiewaarden uit de toetsingstabel van de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met deze streef- en interventiewaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het grondwater. Hierbij wordt de volgende gradatie aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie # S - licht verontreinigd : S < concentratie # T - matig verontreinigd : T < concentratie # I - sterk verontreinigd : concentratie > I Indien voor één of meer parameters de tussenwaarde wordt overschreden dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de verspreiding van de verontreiniging(en). Indien voor één of meer parameters de interventiewaarde wordt overschreden kan sprake zijn van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Volgens de Wet bodembescherming is hier echter pas sprake van indien de verontreinigde hoeveelheid minimaal 100 m3 grondwater bedraagt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=5855106a-f471-4db1-abe3-44d9b02de674