[20.20652] - Toelichting - ontwerpbestemmingsplan Neterselsedijk 34a-36
Tekst van het document
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 30 van 38
38
Transport -
Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing.
-
Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de provinciale wegen N269 en N284. Het plangebied ligt op een afstand van circa 1,6 kilometer van de N269 en ligt daarmee ruim buiten de veiligheidszone van deze weg. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is aangegeven dat de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico doorlopen moet worden voor ruimtelijke ontwikkelingen wanneer deze (gedeeltelijk) binnen 200 meter van risicovolle infrastructuur liggen. Het plangebied ligt buiten een zone 200 meter van de N269. Herontwikkeling is dan ook geen bezwaar.
-
Vervoer over het water Binnen de gemeente Reusel-De Mierden zijn geen vaarwegen gelegen. Dit aspect is dus niet van toepassing.
Hoogspanningslijnen Op het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden bevinden zich geen hoogspanningslijnen. Dit aspect is dus niet van toepassing. Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen) Er bevinden zich in de gemeente Reusel-De Mierden geen buisleidingen die externe veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Ten noordwesten van de gemeentegrens loopt een buisleiding over de grensovergang bij Poppel. Het plan ligt op een zodanige afstand van deze buisleiding dat beïnvloeding niet plaats zal vinden.
4.11
Gezondheid Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen). Varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. Op basis van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. In de omgeving van het plangebied is een aantal bedrijven aanwezig.
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 31 van 38
38
De dichtstbijzijnde bedrijven zijn gelegen aan de Neterselsedijk 28 op circa 190 meter afstand van het plangebied en aan de Meirweg 1 en 2 op circa 250 meter afstand van het plangebied. Neterselsedijk 28 betreft een rundveehouderij. Dit bedrijf heeft op basis van het Bestand Veehouderij van de provincie Noord Brabant een fijnstofemissie van 48 kg/jaar. Meirweg 1 betreft een vleesvee bedrijf. Dit bedrijf heeft op basis van het Bestand Veehouderij Bedrijven van de provincie Noord-Brabant een fijnstofemissie van 136 kg/ jaar. Meirweg 2 betreft een varkensbedrijf. Dit bedrijf heeft op basis van het Bestand Veehouderij Bedrijven van de provincie Noord-Brabant een fijnstofemissie van 478 kg/ jaar. Nb. Voor het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf Neterselsedijk 32 is in 2015 de milieuvergunning ingetrokken. Rond de pluimvee- en varkenshouderijen in Noord-Brabant zijn individuele endotoxine cirkels te trekken, gebaseerd op de fijnstof emissie, de situering en de diersoort volgens Web-BVB, gecombineerd met de afstandsgrafieken uit bijlage 2 van de bovengenoemde Notitie. Binnen deze cirkels of risicocontour is in beginsel geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen en is bijvoorbeeld woningbouw in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De mogelijke blootstelling aan endotoxine is daar hoger dan de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3).
Voor het genoemde bedrijven betekent dit dat op basis van de afstandsgrafieken uit bijlage 2 van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” een afstandsmaat van 140 meter moet worden aangehouden voor de bedrijven aan de Meirweg en 50 meter voor het bedrijf aan de Neterselsedijk. Het plangebied is op circa 250 meter afstand van beide bedrijven aan de Meirweg en circa 190 meter afstand van het bedrijf aan de Neterselsedijk gelegen en dus niet gelegen binnen de risicocontour van 140 meter respectievelijk 50 meter. Er is sprake van een goed woon-, en leefklimaat. De overige veehouderijbedrijven zijn op nog grotere afstand van het plangebied gelegen dan voornoemde bedrijven. Grafiek 3 van het toetsingskader 1.0 reikt tot een maximale risicocontour van 200 meter bij een fijnstofemissie van 1400 kg/ jaar. Bedrijven met een dergelijke fijnstofemissie zijn niet op een afstand kleiner dan 200 meter van het de nieuwe woning aanwezig. Er is sprake van een goed woon-, en leefklimaat.
4.12
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r. beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder wijzigingsplannen en bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is:
Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten;
Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden.
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 32 van 38
38
Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Deze zaken zijn uitgebreid onderzocht in het kader van onderhavige toelichting, tezamen met alle andere milieuhygiënische en planologische aspecten. Hieruit zijn geen bezwaren gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criteria inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Aangezien er geen activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten kunnen hebben, is uitgesloten dat onderhavige ontwikkeling een negatief effect kan hebben op de Natura 2000-gebieden
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 33 van 38
38
5
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
5.1
Algemeen Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De juridische systematiek van het bestemmingsplan is afgestemd op de ontwikkeling van de geplande ruimtelijke situatie. De mate van gedetailleerdheid van de bestemmingsregelingen en de ruimte die binnen die regelingen wordt geboden voor verdere uitbreiding of ontwikkeling is vooral afhankelijk van de aard van de functie, de planologische inpasbaarheid en de relatie tot andere functies in het plangebied.
5.2
Verbeelding Op de verbeelding, die bestaat uit twee kaartbladen, is de bestemming van de gronden in het plangebied aangegeven. Binnen deze bestemming zijn daarbij nadere aanduidingen weergegeven. De juridische betekenis van deze aanduidingen is terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens heeft juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld kadastrale en topografische gegevens en huisnummers).
5.3
Regels In de regels staan regels voor het gebruik van gronden binnen de bestemming in het plangebied en voor het oprichten en gebruiken van bebouwing op die gronden. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen. In artikel 1 en 2 zijn begripsbepalingen en meetvoorschriften opgenomen die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de voorschriften in de overige hoofdstukken. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit de artikelen die corresponderen met de bestemmingen op de verbeelding. De regels in een bestemming zijn als volgt opgebouwd en benoemd: 1.
bestemmingsomschrijving;
2.
bouwregels;
3.
afwijken van de bouwregels;
4.
specifieke gebruiksregels;
5.
afwijken van de gebruiksregels;
6.
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
datum
7.
omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;
8.
wijzigingsbevoegdheden.
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 34 van 38
38
Een bestemmingsregel hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit verschilt per bestemming. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien er sprake is van andere aan de grond toekende functies, worden deze daarna omschreven. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in woningen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor een toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen overzichtelijk is. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin regels zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het hele plangebied, namelijk het overgangsrecht en de slotregel.
5.4
Bestemmingen Agrarisch met waarden – Landschapswaarden De aanpalende landbouwgrond kent de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’. Ter plaatse wordt mogen geen gebouwen worden opgericht. De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, behoud en bescherming van de landschappelijke waarden, behoud en bescherming van de natuurwaarden, behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden, behoud van bestaande (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige doeleinden, extensief recreatief medegebruik, doeleinden van openbaar nut, mestbewerking en mestverwerking en erfbeplanting. Wonen Het plangebied kent twee woonbestemmingen. Per woonbestemming wordt één woning toegestaan. De naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning mag een inhoud kennen van maximaal 750 m³ met 100 m² bijbehorende bijgebouwen. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn eveneens bestemd voor aan huis gebonden beroepen en/of –bedrijven, groenvoorzieningen, erfbeplanting, voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen en paden, erven en parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Waarde – Archeologische verwachtingswaarde De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden. Bij het uitvoeren van werkzaamheden die dieper gaan dan 0,3 meter onder het maaiveld en groter dan 100 m2, dient een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 35 van 38
38
bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hieruit zal moeten blijken dat eventueel aanwezige waarden ter plaatse niet worden verstoord.
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 36 van 38
38
6
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Reusel-De Mierden zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer en eigenaren van de locaties. Dit wordt met de eigenaren kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 37 van 38
38
7
PROCEDURE
7.1
Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) wordt het voorliggende bestemmingsplan aan de Provincie Noord Brabant en Waterschap De Dommel voorgelegd. Op deze wijze worden de Provincie en het Waterschap in de gelegenheid gesteld een reactie op het plan te geven. Conform artikel 3.1.1. Bro zijn de provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg.
7.2
Vervolg van de procedure Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening dient de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb in de Staatscourant en een huis-aan-huis blad te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan de wettelijke overlegpartners. Het ontwerp bestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Vervolgens kan het bestemmingsplan worden vastgesteld. Tegen het besluit tot vaststelling staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt het plan in werking, tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt ingediend. In dat laatste geval wordt de werking van het vaststellingsbesluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist.
datum
30 juli 2020
kenmerk
R-JVO/1191 16.959
pagina 38 van 38
Bijlage 1: Figuren akoestisch model (3 pagina’s)
R-JVO/1191 / 16.959
R-JVO/1191 / 16.959