CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.19709] - Plan van Aanpak Transitie Visie Warmte Reusel-De Mierden

Commissie Ruimte 11 januari 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Plan van aanpak Transitie Warmte8.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PLAN VAN AANPAK TRANSITIEVISIE WARMTE REUSEL-DE MIERDEN

VERSIE NOVEMBER 2020 BESTUURLIJK OPDRACHTGEVER: COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS AMBTELIJK OPDRACHTGEVER: GEMEENTESECRETARIS STELLER: PETER PAAP

SAMENVATTING EN INHOUD Dit plan van aanpak beschrijft hoe Reusel-De Mierden in 2020 en 2021 werkt aan het opstellen van een Transitievisie Warmte (TVW1) voor de gemeente. In de TVW wordt beschreven hoe Reusel-De Mierden de transitie naar aardgasvrije gemeente vormgeeft, met als doel het volledig aardgasvrij zijn in 2050. De TVW moet uiterlijk in december 2021 worden vastgesteld door de gemeenteraad. Uitvoering van een TVW past binnen de Toekomstvisie van Reusel-De Mierden, waar duurzame energie duidelijk als ambitie wordt genoemd. Zoals afgesproken in de Klimaatvisie van de Kempengemeenten wil Reusel–De Mierden energieneutraal zijn in 2025. Een decentrale energieopwekking in het buitengebied kan hieraan bijdragen. Voor de uitvoering van delen van het project is een extern adviesbureau ingeschakeld, HetEnergiebureau. In dit plan van aanpak komt aan bod waar we nu staan en welke kennis we al hebben, welke stappen gezet moeten worden om tot een TVW te komen, en welke bestuurlijke keuzes er in dit proces zullen volgen. Tevens geeft dit plan van aanpak een overzicht van de capaciteit en middelen die nodig zijn om het TVW-proces het komende anderhalf jaar te kunnen uitvoeren. Het plan is een groeidocument, wat op strategische momenten zal worden aangepast.

Het plan van aanpak bestaat uit de volgende onderdelen: (1) een schets van de aanleiding en achtergrond, (2) een overzicht van het doel en de beoogde resultaten, (3) een overzicht van de vijf stappen om tot het doel te komen, (4) een overzicht van de voortgang tot nu toe, (5) een planning voor de komende anderhalf jaar, (6) een schets van de beoogde projectorganisatie, (7) een financieel overzicht.

1. AANLEIDING EN ACHTERGROND: WAAROM EEN TRANSITIEVISIE WARMTE In 2015 is in Parijs het Klimaatakkoord gesloten. In dit akkoord hebben 197 landen afspraken gemaakt om verdere opwarming van de aarde een halt toe te roepen. Om invulling te geven aan de klimaatdoelen die zijn gesteld op de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Parijs in 2015, heeft de Rijksoverheid in juni 2019 een Nederlands Klimaatakkoord vastgesteld. Hierin zijn concrete afspraken en maatregelen opgesteld hoe Nederland in 2030 minimaal 49% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Deze maatregelen worden genomen om de klimaatopwarming zoveel mogelijk te beperken. Dit is een enorme maatschappelijke opgave, die vraagt om een gestructureerde en gezamenlijke aanpak. Gemeenten krijgen daarbij in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES) een grote verantwoordelijkheid voor de energievoorziening (warmte en elektriciteit). Maar ook in gedrag voor de energiebesparing. Voor oplossingen moeten we over (gemeente)grenzen heen kijken. Naast het verminderen van CO2 uitstoot, ondervinden een groeiend aantal inwoners rondom de aardgaswinningslocaties grote problemen door aardbevingen gerelateerd aan de gaswinning. Daarom wordt de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk verlaagd.

In het verlengde hiervan heeft de Rijksoverheid het doel gesteld om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas. Het grootste deel van de energievraag van de gebouwde omgeving bestaat uit warmte, vandaar dat er wordt gesproken over de warmtetransitie. Feitelijk heeft ‘aardgasvrij wonen’ meer gevolgen dan alleen voor verwarming, omdat aardgas niet alleen voor verwarmen wordt gebruikt maar bijvoorbeeld ook voor koken. Samenwerking in de Kempen én de afstemming met het stedelijk gebied is essentieel om de klimaatdoelstellingen te halen. Het is daarbij de bedoeling dat de energietransitie klimaatverandering zoveel mogelijk afremt. Door over te stappen van fossiele brandstoffen op duurzame energie kunnen we de uitstoot van CO2 terugdringen. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing is hierbij noodzakelijk. De overgang naar een duurzame energievoorziening is een uitdagende opgave, maar biedt ook kansen om op andere opgaven een positieve impuls te geven (innovatieve

1

Zie bijlage 3 voor een lijst met gebruikte afkortingen. 2

projecten, slimme mobiliteit). De Kempengemeenten werken sinds 2009 nauw samen middels de Kempische klimaatvisie, met als doelstelling energieneutraal te worden in 2025.

Figuur 1, Uit: Brabant Kennis (mei 2018), Longread “Wat is er aan de rand?”

Uit bovenstaande afbeelding is op te maken dat we het als gemeente goed doen op het vlak van de opwekking van duurzame (wind)energie. Hierop bouwen we voort met de Transitievisie warmte.

Ambitie Kempen      

We voeren als Kempen een duurzaam energiebeleid dat niet wordt versimpeld tot het zoeken van locaties voor windmolens en zonneparken maar een helder afwegingskader bied. We zijn als Kempen energieneutraal in 2030. Gezamenlijk met de Metropoolregio 49% CO2 uitstoot terugdringen ten opzichte van 1990 We stellen gezamenlijk beleid en toetsingskaders voor grootschalige zonne- en windenergie met locaties en voorwaarden voor ontwikkeling op. We zoeken binnen de Kempen naar slimme en nieuwe innovatieve technieken voor duurzame opwek en opslag van energie en verduurzaming woningen zoals combinaties van vergisting, groen gas (biomassa). We hebben heldere kaders ontwikkeld om als Kempen een zelfstandige rol te kunnen vervullen in de Regionale Energiestrategie in de Metropoolregio.

De nieuwe Warmtewet 2.0 moet volgens de afspraak in het Klimaatakkoord per 1 januari 2022 ingaan. Binnen de concept-Warmtewet 2.0 wil de Minister van EZK voorzien in een marktordening voor warmte waarbij de gemeenten de regie kunnen voeren op basis van de verkozen wijkgerichte aanpak en waarbij de warmtebedrijven meer zekerheid hebben over hun inkomsten. De gemeente krijgt de bevoegdheid om een warmtekavel vast te stellen. Deze kavel betreft een gebiedsafbakening waarbinnen zich wijken/gebouwen bevinden waarvoor de gemeenten collectieve warmte overweegt. De gemeente krijgt tevens de bevoegdheid om per warmtekavel een warmtebedrijf aan te wijzen. Per warmtekavel gelden wettelijke normen voor betaalbaarheid (tarieven), duurzaamheid en leveringszekerheid. Er komt geen aansluitverplichting in Warmtewet 2; inwoners kunnen dus niet gedwongen worden om zich aan te sluiten. Tegelijk moet een afnemer die afziet van aansluiting wel weten dat bijvoorbeeld stoken op (aard)gas op termijn in sommige wijken geen optie meer is. In plaats van wijkuitvoeringsplannen op grond van de TVW, kunnen dus ook kaveluitvoeringsplannen geschreven worden; mits het gemeentelijk gebied maar volledig gedekt wordt. Voor het gemak houden we in Reusel-De Mierden vast aan de term Wijk Uitvoeringsplannen (WUP).

In ons proces houden we rekening met de indeling van wijken, maar zijn we niet gebonden aan de CBS-grenzen. We kijken zowel vanuit de inhoud (warmtekavels) en de sociale infrastructuur wat de gewenste gebiedsindeling is die past bij de Reuselse warmtetransitie. Een extra uitdaging voor de gemeente Reusel-De Mierden hierbij is het feit dat er veel particulier woning bezit is met veelal vrijstaande bebouwing. Het opstellen van een TVW is een complexe opgave waarbij veel en diverse informatie moet worden verzameld en waarbij verschillende gemeentelijke disciplines en maatschappelijke stakeholders zijn betrokken: het plan vormt immers de basis voor alle activiteiten om van het aardgas af te gaan in de komende dertig jaar. Dit is een nieuwe opgave, die tot op heden niet is belegd binnen de organisatie en dus ook niet via de reguliere lijnen kan worden

3

uitgevoerd. Er wordt naar een concreet resultaat toegewerkt, namelijk een interdisciplinair plan van aanpak voor de warmtetransitie in Reusel-De Mierden met onderliggende WUP. Er zijn veel (maatschappelijke) stakeholders betrokken.

2. DOEL EN RESULTATEN: WAT GAAN WE OPLEVEREN? Het doel van dit proces is het komen tot een breed gedragen TVW die focus en richting geeft aan de warmtetransitie. Dit wordt weergegeven met twee documenten: een visiedocument (de routekaart) en de warmtekaart(en). Daarin maken we de keuze inzichtelijk en deze documenten zorgen voor de koppeling tussen theorie en praktijk. In de warmtekaart(en) geven we visueel het resultaat van het proces weergeven. In het Nederlands Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) voor hun grondgebied vaststellen. Het eindproduct, de TVW, is een gedragen, interdisciplinair plan van aanpak voor de warmtetransitie in Reusel-De Mierden. Dit plan vormt de basis van de uitvoering voor de komende dertig jaar, en moet dus concreet, realistisch én bekend zijn bij de inwoners en bedrijven en een duidelijke fasering weergeven in de stappen die we gaan zetten. In 2050 moeten alle woningen aardgasvrij zijn. Met de TVW geven we sturing aan deze opgave. In de TVW wordt een tijdspad vastgelegd wanneer welke wijk wordt verduurzaamd. Voor de wijken die vóór 2030 van het aardgas af gaan moet een gedetailleerd plan liggen waarin we onderbouwen welke alternatieve warmteoplossing in de wijk wordt ingezet en hoe we deze transitie vorm willen geven.

Tevens wordt voor deze wijken een wijkuitvoeringsplan (WUP) vastgesteld, waarin de concrete uitvoeringsstrategie wordt uitgewerkt. Hierin staat de technische uitwerking van het warmteconcept en worden concrete stappen benoemd voor het betrekken van inwoners en stakeholders. Voor de wijken die na 2030 aardgasvrij worden gemaakt, hoeven we nog niet op te nemen welke alternatieve warmtevoorziening hiervoor wordt ingezet. Later keuzes maken voor deze wijken biedt de mogelijkheid om in te spelen op technologische ontwikkelingen. Voor elke WUP wordt een businesscase gemaakt: er moet duidelijk worden hoe de meest interessante technische en maatschappelijke oplossing betaalbaar gerealiseerd kan worden. Het Rijk heeft via het Programma Aardgasvrije Wijken daarom de mogelijkheid gegeven om zogenaamde ‘proeftuinen’ op te zetten, waar nieuwe concepten en samenwerkingsvormen getest kunnen worden met financiële ondersteuning vanuit het Rijk. De opzet in Reusel-De Mierden zal zo zijn dat de WUPs zodanig beschreven zullen worden dat een indiening als proeftuin tot de mogelijkheden behoord. Het opstellen van de WUP’s is geen onderdeel van de TVW, maar volgt later en een apart proces. Inhoud Transitievisie Warmte De TVW geeft houvast in de overgang naar duurzaam verwarmen en koken en kan fungeren als leidraad in de uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak.

De volgende elementen maken in ieder geval onderdeel uit van de TVW: •

•

• •

Een overzicht van alternatieve duurzame warmtebronnen voor de wijken die voor 2030 op de planning staan. Zonder al keuzes te maken, is het wel wenselijk om voor te sorteren op de uitvoering door inzicht te geven in de mogelijkheden. Dit is een concreet startpunt voor de gesprekken met bewoners en andere stakeholders, zodra de visie is vastgesteld. Inzicht in impact voor bewoners en bedrijven. De TVW is een openbaar document en naast de toegevoegde waarde die het document heeft voor de gemeente als leidraad, heeft de visie vooral ook als doel om duidelijkheid te verschaffen voor de inwoners en bedrijven in Reusel-De Mierden. Particuliere gebouweigenaren en huurders willen weten waar ze aan toe zijn, wat van hen wordt verwacht in de komende jaren, wat de warmtetransitie ze oplevert, maar ook wanneer en hoe ze overlast kunnen verwachten. Parellelle ingezet op veminderen van gasgebruik, dus bijvoorbeeld inzet op het isoleren van de bestaande, vooral oudere, woningvoorraad. Lokale uitgangspunten en randvoorwaarden. Ondanks het feit dat de warmtetransitie een landelijke opgave is, willen we wel vasthouden aan een aantal lokale uitgangspunten en randvoorwaarden. Een voorbeeld hiervan is genoeg ruimte voor inspraak.

4

•

•

•

•

• •

Een afstemming met de Regionale Structuur Warmte (RSW) van de Metropool Regio Eindhoven. Als onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES), heeft de regio in het voorjaar van 2020 een RSW op geleverd, waarin de strategische inzet van regionale warmtebronnen, zoals biomassa, aquathermie, restwarmte, zonthermie en aardwarmte is omschreven. Deze bronnen zijn wellicht beschikbaar als alternatieve duurzame warmte voor één of meerdere Reusel-De Mierdense wijken, maar dan moet dit wel aansluiten bij de regionale strategie. Een overzicht van alle betrokken stakeholders, hun rol en hoe deze zijn aangehaakt bij het proces om te komen tot een transitievisie warmte (bijlage 2). Een gedragen visie heeft immers een grotere kans op een succesvolle uitvoering. Ook is het belangrijk om de verantwoordelijkheden van de verschillende stakeholders te benoemen in het uitvoeringsproces, want de warmtetransitie is een maatschappelijke opgave van ons allemaal. Een communicatie- en participatiestrategie, waarin helder staat omschreven hoe inwoners tot en met vaststelling zijn meegenomen in het proces tot het komen van een TVW, maar waarin vooral aandacht wordt gegeven aan het vervolgtraject.

De volgende vragen zijn hierin belangrijk: Hoe willen we als gemeente inwoners stimuleren om mee te doen met de warmtetransitie? Hoe zorgen we ervoor dat we alle inwoners bereiken (passende communicatie)? Hoe organiseren we een structuur in de uitvoering waarin genoeg ruimte bestaat voor inspraak? Hiervoor kunnen we gebruik maken van de Handreiking Participatie van het PAW . Een financiële paragraaf waarin duidelijk wordt hoe de warmtetransitie kan worden bekostigd en wie verantwoordelijk is voor welke kosten. Met behulp van data, geleverd door de Rijksoverheid – de Leidraad TVW - kan een inschatting worden gemaakt van de maatschappelijke kosten per oplossingsrichting. Deze kunnen de basis leggen voor een proeftuinaanvraag bij het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). In de TVW wordt een participatie- en communicatieplan opgenomen. Dit plan schetst, op grote lijnen welke partijen, wanneer en op welke wijze worden betrokken. In de WUP die voor elke wijk wordt opgesteld wordt dit participatie- en communicatieplan verder uitgewerkt. Zoals genoemd wordt er een volgorde aangebracht waarin de wijken aardgasvrij zullen worden. Ook beschrijft de gemeente in de TVW hoe zij tot de afweging is gekomen welke wijken vóór 2030 en welke wijken ná 2030 aardgasvrij worden gemaakt. Deze afweging wordt gebaseerd op de reeds uitvoerde vooronderzoeken en de kenmerken per wijk.

Voor alle wijken moet de TVW daarom de volgende inhoudelijke onderdelen bevatten: o Een tijdlijn tot 2050. o Een logische indeling in warmtekavels/-clusters, waarin zoveel mogelijk gelijksoortige woningen zijn geclusterd. De indeling van wijken en buurten van het CBS zijn niet in alle gevallen functioneel, omdat dit grote wijken zijn en weinig rekening is gehouden met de soort woningen en de sociale en economische achtergronden van de bewoners. Vandaar dat voor een kavelgerichte aanpak gekozen kan worden, waarbij een kavel groter of kleiner kan zijn dan een wijk op CBS gegevens. De Provincie heeft hierbij een toetsende rol. o Een wijk-voor-wijk prioritering die alle partijen houvast geeft in de planning. Hierin wordt in ieder geval duidelijk met welke wijken de gemeente aan de slag gaat voor 2030.

De TVW kan vervolgens als uitgangspunt worden genomen bij het opstellen van concrete WUPs. Door voortvarend aan de slag te gaan met deze visie scheppen we zo snel mogelijk duidelijkheid voor onze inwoners en bedrijven. Daarnaast bevestigen we ons label als groene gemeente. Eindresultaat Het resultaat van dit proces is een TVW die voldoet aan de volgende uitgangspunten:      

De eisen van de Rijksoverheid en het Nationaal Klimaatakkoord. Duidelijke conclusies en deelproducten. Duidelijk kaartmateriaal en infographics. Interactief en digitaal. Begrijpelijk voor iedereen. Beknopt (maximaal 20 pagina’s).

5

Alle technisch inhoudelijke informastie verwerken we in een bijlage rapport. Rol van de gemeente De gemeente kan bij de totstandkoming van de TVW kiezen voor verschillende rollen (zie bijlage 1). Veel gemeenten kiezen voor het aantrekken van een extern projectleider of het geheel uitbesteden van het schrijven van de TVW; sommige kiezen ervoor het geheel in eigen beheer uit te voeren. Gezien de gevraagde capaciteit voor het opstellen van de TVW en het in te zetten participatie proces, is in dit projectplan gekozen voor het uitbesteden van de opdracht aan HetEnergieBureau, waarbij de Beleidsmedewerker Duurzaamheid als gemeentelijk procescoördinator optreedt. Daarbij wordt kennisverlies voorkomen door instelling van een gemeentelijke projectgroep voor begeleiding, detaillering en gedeeltelijke uitvoering. De rol van de gemeente wordt gedefinieerd als procesregisseur, wat betekent dat er veel ruimte is voor interne samenwerking tussen verschillende disciplines (zoals gebouwenbeheer, omgevingsbeheer, ruimtelijke ordening, woningbeleid en communicatie) en voor externe participatie van stakeholders. Voor beiden is vanaf het begin veel aandacht in onze aanpak. Dit levert daarnaast veel voordelen op richting de projectuitvoering, omdat de plannen bekend zijn en op draagvlak kunnen rekenen.

De gemeentelijke coördinator TVW geeft dit proces samen met HetEnergieBureau vorm en is verantwoordelijk voor het op een kwalitatief hoogstaande manier afronden van elk van de processtappen.

3. PROCESSTAPPEN: HOE GAAN WE TE WERK? De warmtetransitie kent vele onzekerheden. Toch moeten we plannen maken tot 2030 met een doorkijk naar 2050. Daarom is het van belang om goed in beeld te hebben hoe de stand van zaken op dit moment is. We brengen daarvoor de zekerheden, maar zeker ook de onzekerheden in kaart. Gaan op zoek naar kansen en gaan het gesprek aan met de relevante betrokkenen. Zo werken we toe naar een visie waarin we logische en uitvoerbare stappen uitzetten die goed zijn voor de inwoners en voor de ‘B.V. Nederland’. De warmtetransitie is bij uitstek een maatschappelijk vraagstuk en de Transitievisie Warmte dient in onze optiek dan ook het maatschappelijk, gezamenlijk belang. In het proces van het opstellen van de TVW onderscheiden we de stappen die zijn opgenomen in onderstaande figuur. Deze figuur beschrijft de weg om te komen tot het warmte DNA van Reusel De Mierden. Dit warmte DNA bestaat uit twee DNA strengen: een sociaal spoor en een technisch- economisch spoor. Wij geloven dat het technisch- economische spoor verweven moet worden met het sociale spoor om zo een complete visie te kunnen leveren. Integraal onderdeel van deze uitwerking is het betrekken van de stakeholders voor het creëren van draagvlak voor de TVW. Door in een vroeg stadium te beginnen met communicatie en participatie, wordt het draagvlak verbeterd.

6

Onze stappen: 1.

2.

Verkenning en uitgangspunten. In deze fase zetten we de particpatie op, vullen we de stakeholdersanalyse aan, richten we de verschillende tafels in, verzamelen we de data en stellen we de Nota van Uitgangspunten op, waarin de uitgangspunten voor het vervolgtraject zijn opgenomen. Daarnaast organiseren we een kick off voor de verschillende tafels. Hierbij maken we gebruik van het overzicht van stakeholders in bijlage 2. Analyse. In deze fase maken we een technisch-economische, ruimtelijke en sociale analyse van Reusel-De Mierden. Daarnaast brengen we deze analyses samen en vertalen deze in een inventarisatiekaart en vlekkenkaarten. Hiervoor moet veel informatie worden achterhaald, waaronder bouwjaren van woningen, planning van riool- en wegonderhoud, planning van gas- en waterleidingenonderhoud, onderhouds-planning van de

7

3.

4. 5.

woningcorporatie, grootschalige projecten, een algemeen socio-economisch profiel per wijk en mogelijke beschikbare alternatieve warmtebronnen in de gemeente. Een deel van deze informatie is overigens al beschikbaar uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving, die vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken is verkregen. Het gesprek aangaan. In deze fase vullen we de ‘theoretische’ analyses van fase 2 aan vanuit de praktijk. We bespreken de resultaten met de stakeholders en lichten deze door. Dit alles om de specifieke dilemma’s van de warmtetransitie in Reusel-De Mierden te doorgronden en de uitkomsten klaar te maken om op te nemen in de visievorming. Tijdens deze fase bepalen we de criteria we gebruiken bij de keuzes voor de koploperbuurten (buurten die voor 2030 van het aardgas af gaan) en hangen we hier gezamenlijk een weging aan. Daarnaast maken we een multi criteria analyse (MCA). Hierbij maken we gebruik van het voorlopige afwegingskader wat reeds is opgesteld (bijlage 4). We maken een keuze welke wijken eerder in het proces voor vervolgonderzoeken in aanmerking komen en welke niet. Wijken die kansrijk lijken om voor 2030 van het gas af te gaan, en / of wijken waarbij zich een kans voordoet (zoals een subsidiemogelijkheid of mogelijkheid tot samenwerking met een waardevolle partner) worden hierbij hoger geprioriteerd. Visievorming.

In deze fase stellen we de concept TVW op en leggen deze voor aan de verschillende betrokkenen. Uiteindelijk zal de gemeenteraad deze visie vaststellen. Uitvoeringsvoorbereiding. In deze fase maken we een overgangsdocument waarmee de TVW aansluit bij andere acties van de gemeente. Tevens geven we een doorkijk na 2021 wat betreft het vervolg van de TVW, waarbij we rekening houden met de nieuwe Warmtewet, de Omgevingswet, de verschillende WUP’s en de rol die de gemeente heeft in het vervolg van de TVW.

ParticipatieParticipatie en draagvlak Zoals eerder aangegeven is de TVW een maatschappelijke opgave, waarmee alle inwoners, organisaties en bedrijven die binnen de gemeente actief zijn verantwoordelijkheid nemen voor een duurzame warmtevoorziening. De tabel in bijlage 1 geeft een overzicht van de stakeholders. In fase 1 van onze aanpak wordt deze tabel aangevuld en wordt tevens een stakeholdersanalyse uitgevoerd. Het resultaat hiervan wordt opgenomen in de Nota van Uitgangspunten. We geloven in een aanpak waarbij het vertrekpunt altijd start bij wat er al is, het bestaande. Dat betekent in de praktijk dat we gedurende het proces telkens in- en uitzoomen van wat er in het groots wenselijk is en wat dit in het klein vraagt in acties. Dat biedt doorgaans meer aangrijpingspunten om mensen te activeren en te laten participeren. We verbinden de energietransitie aan anderen opgaven in de wijken/dorpen. Want hoe dan ook: Uiteindelijk zal de visie daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden in de buurt, het dorp, heel lokaal. Hoe meer je van je bewoners en ondernemers weet, hoe eerder je ze betrekt en ontmoet, hoe sneller je straks ook aan de slag kan. Tevens zorgt een gemeente met sterke participatie in deze fase al voor het toewerken naar een community van geactiveerde burgers, die in de volgende fase, de uitvoering, essentieel zijn.

Om de juiste bewoners, stakeholders, bestuurders en ambtenaren te betrekken hanteren we een drietal sporen die gedurende het proces met elkaar verbonden zijn. 1.

Positie van bewoners, gemeente, stakeholders

Voordat we bewoners betrekken is het noodzakelijk om vooraf met bestuurders, ambtenaren en sociale partners (bestuurders) in gesprek te gaan over wat de positie van bewoners, gemeente en mogelijke stakeholders in het gehele traject is. Is het proces toegankelijk voor alle betrokkenen? Hebben alle betrokkenen inzicht in relevante gegevens? Is helder wie, wanneer waar en hoe over spreekt en besluit? Zijn besluiten transparant? Waarover kunnen bewoners wel en niet (mee)beslissen? In hoeverre kan dat per dossier / vraagstuk verschillen? Deze uitkomsten zijn input voor enerzijds een participatie aanpak voor de toekomst en anderzijds over hoe je de input van bewoners op een juiste manier kan borgen. We organiseren gedurende het traject visievormende gesprekken die we inhoudelijk en procesmatig begeleiden. Afhankelijk van het proces bepalen we wie er aan tafel zitten, vanuit welke positie, welk belang. Dat betekent dat de vorming van deze invulling niet vooraf vaststaat, maar meebeweegt met wat we ophalen gedurende de andere fases. Daarnaast starten we met het opbouwen van draagvlak onder de georganiseerde stakeholders. Daarbij richten we ons op de ‘usual suspects’ zoals de netbeheerder en de woningcorporaties (woningstichting de Zaligheden, Wooninc.). 8

2.

De sociale infrastructuur als uitgangspunt

We starten en haken aan bij de bestaande sociale infrastructuur, denk hierbij aan de bestaande georganiseerde, denk hierbij aan de corporaties, welzijnswerkers (Wèl!zijn De Kempen), het wijkteam. en dorpsraden. Deze stakeholders worden gevraagd deel te nemen aan de sociale stakeholderstafel, zij zijn de oren en ogen van de buurt/kern/dorp. We voeden hen met inspiratie en kennis over de energietransitie en welke rol/positie/plek zij in deze transitie innemen. We bevragen hen over wat er volgens hen leeft in de dorpen en wat er mogelijk al gepland staat om op te pakken (denk aan renovaties, wijkaanpak ect. Naast de professionele stakeholders leggen we ook contact met de geformaliseerde bewonersgroepen, denk aan de dorsraad of leefbaarheidswerkgroep. We bevragen hen met wat zij denken dat nodig is om bewoners mee te laten denken over de TVW: Wat past bij het dorp? Wat past bij gemeente Reusel-De Mierden? Wanneer voel je je het meest betrokken? Wat is daarvoor nodig vanuit de gemeente? Wie of wat moeten we niet vergeten? We voeden hen met wat er mogelijk is (welke participatieniveau ’s zijn er? Wat zijn de verschillende posities?) en we denken mee bij wat past. Deze bijeenkomsten zijn voedend voor het fundament van de participatie. De kracht van het aanhaken van sociale stakeholders en georganiseerde werkgroepen is dat zij direct participeren, nog voordat de visie er ligt.

Dat doen we:

-

door aan te sluiten bij waar de werkgroepen/initiatieven staan: Op hun niveau, ambitie en cultuur; door ze kritisch te bevragen waardoor zij nadenken over hun positie, hun inspraak en hun rol gedurende het traject; door de uitkomsten te gebruiken voor een plan om het dorp ook daadwerkelijk te betrekken.

3.

In gesprek met bewoners

-

Uiteindelijk gaan we de gemeente in! Hoe? Dat bepalen we als fase 1 en 2 erop zitten. We stemmen af met de sociale partijen en georganiseerde werkgroepen. We nemen ze mee en zij bepalen waar we te vinden zijn. We hebben veel ervaring en deze nemen we mee in onze uitvoering. We willen op zoek naar de bewoners die niet in georganiseerde groepen vertegenwoordigd zijn, maar wel inwoner zijn van gemeente Reusel. Hoe wordt er in de gemeente tegen de warmtetransitie aangekeken? We gaan op pad met de Buurtbinders’ caravan. Op deze manier krijgen we inzicht in wat leeft, en krijgen grootse woorden als duurzaamheid en eerlijke verdeling betekenis. Daarnaast zien we de meerwaarde van het in een vroeg stadium starten met het communiceren met de inwoners. Door de gemeentelijke kanalen in te zetten voor het delen van informatie over het traject kunnen we de inwoners en bedrijven meenemen. Hierdoor voelt men zich dan minder ‘overvallen’ wanneer er uiteindelijk een volledige visie uitrolt waarin hun buurt wordt aangewezen als koploper. Daarnaast zetten we de georganiseerde stakeholders in als ambassadeur richting de achterban, om zo het bereik te vergroten. Naast de stakeholders die zijn genoemd wordt er betrokkenheid gevraagd van de gemeenteraad, het college, het management en verschillende beleidsmedewerkers van de gemeente. We kiezen er in dit traject voor om twee tafels in te richten:  

Een ambtelijke tafel met daarin de gemeentelijke projectgroep. In dit overleg zetten we gezamenlijk de lijnen uit en bespreken we de werkgroepbijeenkomsten voor. Een stakeholderstafel met daarin de georganiseerde stakeholders.

De ambtelijke tafel en de stakeholderstafel vormen gezamenlijk de werkgroep. Daarnaast betrekken we op meerdere momenten de verantwoordelijke wethouder, het college en de gemeenteraad. Dit is opgenomen in de planning in bijlage 6 Verder is het ook belangrijk te onderkennen dat de TVW zich uitstrekt over een krachtenveld en een context van verschillende initiatieven, projecten, programma’s die binnen de gemeente lopen of worden ontwikkeld. Deze kunnen elkaar beïnvloeden, maar ook reguliere werkzaamheden van de gemeente doorkruisen. De tabel in bijlage 3

9

bevat een aantal van deze initiatieven, projecten en programma’s waar de TVW rekening mee zal moeten houden. Deze lijst is een werk in uitvoering en wordt in de Nota van Uitgangspunten (NvU) opgenomen en aangevuld. Participatie in tijden van COVID –19 Een goed proces vraagt om interactie; d.m.v. bijeenkomsten en werkateliers. Voorlopig zal een groot deel van de bijeenkomsten nog op afstand of online moeten plaatsvinden. Daar zijn gelukkig meerdere goede mogelijkheden waar wij met name de afgelopen maanden een sterke ervaring in hebben opgedaan: digitale bijeenkomsten en peilingen, mobiele brievenbus, straatgesprekken met de bewoners op gepaste 1,5m afstand, telefonische interviews, etc. In het detailleren van het participatietraject kijken wij wat de actuele COVID-19 situatie precies betekent, en schakelen we naar een digitaal alternatief mocht dat nodig zijn. Hieronder enkele beelden van nieuwe COVID-19 proof vormen.

4. VOORTGANG: WAT IS ER AL GEDAAN? Dit projectplan is niet de eerste stap richting een aardgasvrij Reusel-De Mierden. In het kader van de energietransitie en ons duurzaamheidsprogramma zijn al enkele stappen gezet die bijdragen aan het opstellen van de TVW en/of het aardgasvrij maken van de gemeente. Hieronder valt bijvoorbeeld het verlenen van leningen voor aardgasvrije nieuwbouw, het uitvoeren van een aantal vooronderzoeken, en het aanvragen van een landelijke subsidie in het kader van de EAW. Dit plan sluit aan op de gemaakte vorderingen en past in de Reusel-De Mierdense visie op energietransitie en klimaat (binnen de Kempen gemeenten). Daarnaast is de Regionale Structuur Warmte gebruikt als input voor dit plan. Deze structuur is als onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) gepresenteerd in mei 2020. Met de verkenning en uitgangspunten (fase 1) is al begonnen en een deel van de informatie die we nodig hebben voor de TVW is al beschikbaar. Het afgelopen jaar heeft de gemeente bijvoorbeeld de sociale data van wijken, energielabels van woningen, de warmtevraag van de woningen en woningtypen in kaart gebracht. Ook is gekeken naar een voorlopige wijkindeling. Op basis van de CBS-aanduidingen van de wijken in Reusel-De Mierden is gekozen om voorlopig elke kern als wijk aan te wijzen, en het buitengebied als één wijk te benoemen.

Wanneer de plannen concreter worden zullen de kernen in kleinere delen worden verdeeld, op basis van de wijkgegevens en bijvoorbeeld een optimale hoeveelheid woningen voor een bepaalde technologie. Per processtap staat hieronder de voortgang beschreven. Voortgang Voorbereiding selectie van een externe bureau voor detaillering en uitvoering van het PvA Om een onderhandse meervoudige aanbesteding mogelijk te maken, is een aantal adviesbureaus met ervaring in het opstellingsproces van TVWs gevraagd om een bieding te doen. Hen is gevraagd om de volgende elementen in hun aanpak mee te nemen: a. b.

c. d. e.

Verwijzing naar de leidraden zoals deze binnen PAW zijn opgesteld; Voortbouwen op de warmteprofielen die al bekend zijn (https://atlas.odzob.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=cedf5d907c374e65acaa78363dde46db) en daarin een warmtekavel benadering toepassen (anticiperend op Warmtewet); Meenemen van de elementen uit de RSW/RES; Uitvoering technische analyse als kiesmodule (eventueel onderaanbesteed aan lokale partij); Faciliteren participatietraject als kiesmodule (eventueel onderaanbesteed aan lokale partij);

De vier bureaus zijn uiteindelijk met een offerte gekomen die o.a. op bovenstaande elementen zijn beoordeeld. Bijlage X geeft de uitkomsten van de evaluatie van de offertes. Aangezien ervoor gekozen is om dit proces via een

10

meervoudig onderhandse aanbesteding te doen, is BIZOP ingeschakeld om het proces te begeleiden. Uit het proces is uiteindelijk HetEnergieBureau als beste uit de bus gekomen. Met HetNergieBureau is dit plan van aanpak geschreven. Voortgang fase 2: Analyse 

Het Rijk ondersteunt gemeenten met verschillende instrumenten om de TVW op te stellen. De Leidraad Warmtetransitie, opgesteld door het Expertise Centrum Warmte (ECW)is daar één van. De Leidraad bestaat uit twee onderdelen: de Startanalyse en de Handreiking voor lokale analyse. De startanalyse is een hulpmiddel waarmee op basis van landelijke data verschillende warmtestrategieën kunnen worden doorgerekend op buurtniveau. De ‘Handreiking voor lokale analyse’ is opgesteld als hulpmiddel om deze startanalyse te verrijken met lokale gegevens. Ook is er een leidraad Participatie opgesteld, waar gebruik van gemaakt kan worden. De landelijke Leidraad Warmtetransitie biedt als hulpmiddel een startanalyse met behulp van het computermodel Vesta MAIS, dat op wijkniveau een overzicht biedt van de haalbaarheid en consequenties van vijf warmtestrategieën. De Leidraad geeft ook inzicht in de kosten voor de eindgebruiker en de maatschappelijke kosten. Dit is aangevuld met een eigen overzicht sociale data, data woningtypen, energielabels en warmtevraag is gemaakt op basis van diverse databases en geeft een eerste beeld van de mogelijkheden per wijk. Een aanvraag voor ondersteuning met Externe Expertise is gedaan bij het Expertise Centrum Warmte in het kader van de regeling EAW.

Deze is gehonoreerd en geeft de gemeenten nog meer mogelijkheden om externe expertise aan te trekken voor activiteiten. Toekenningsbrief is meegenomen in Bijlage 1. Per wijk zijn zogenaamde ‘warmteprofielen’ opgesteld in Provinciaal verband, die een beeld geven van de besparingsmogelijkheden, het benodigde temperatuurniveau voor de warmtevoorziening en de resterende warmtevraag in 2050. Deze zijn ook voor Reusel-De Mierden inzichtelijk: https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=10292284d5024bea9e3e9e594d110eb3

Deze elementen zullen als input dienen voor HetEnergieBureau om aan de uitwerking van de TVW voor onze gemeente te werken. Voortgang fase 3: Het gesprek aangaan Er is een voorlopig afwegingskader opgesteld dat gebruikt kan worden bij het uitzetten en beoordelen van de eerste vooronderzoeken. Het kader bevat zowel procesvoorwaarden, zoals participatie en zorgvuldige besluitvorming, als kwaliteitsvoorwaarden over de inhoud, zoals maatschappelijk draagvlak en financiële haalbaarheid. Dit afwegingskader moet verder worden ingevuld per concreet project en in dialoog met de stakeholders, maar dit algemene kader biedt houvast bij het vaststellen van de eerste prioriteiten en het interpreteren van de eerste data. Het voorlopig afwegingskader is opgenomen als bijlage 4. Energieloket Zuidoost-Brabant Als onderdeel van de warmtetransitie is de oprichting van een lokaal energieloket opgenomen. Hiervoor heeft het Rijk financiering beschikbaar gesteld. Tot en met eind 2020 neemt Reusel-De Mierden deel aan een regionaal energieloket, het Energieloket Zuidoost Brabant met een gemeentelijke subsite, waarvan de meerwaarde zeer beperkt is. In de praktijk komen alle vragen toch bij de gemeente terecht. Met de uitrol van het TVW traject zullen deze vragen alleen maar toenemen.

Er is door de Kempische gemeenten al een samenwerking met de coöperatie KempenEnergie om de inwoners van de Kempen gemeenten te voorzien van lokale informatie en advies. Met dit Plan van Aanpak zal ook de samenwerking met KempenEnergie verder geprofessionaliseerd worden door het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met prestatieafspraken. Met betrekking tot de warmtetranstitie zullen er standaard antwoorden en overzichten met mogelijkheden worden ontwikkeld voor inwoners, die door de gemeente via het loket ter beschikking kunnen worden gesteld. Dit zal onderdeel gaan uitmaken van de communicatie- en participatiestrategie. Ook wordt gewerkt aan het fysiek instellen van een energieloket in een publiek gebouw waar mensen op gezette tijden om advies kunnen vragen.

11

5. PLANNING: WANNEER DOEN WE WAT? De Transitievisie Warmte (TVW) moet uiterlijk in december 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. In deze fase is ook de visie van Reusel-De Mierden op haar regierol uitgewerkt en is helder wat er nodig is om Wijkuitvoeringsplannen (WUP) te gaan opstellen. De definitieve TVW beschrijft de opgave, analyse van vraag en aanbod, de warmtevisie 2050, de routekaart tot 2030 (waaronder de startwijk(-en) en de algemene besparingsopgave) en de governance (waaronder een beschrijving van de regierol van de Reusel-De Mierden, het instrumentarium en de samenwerking met belanghebbenden). De warmtevisie is getoetst op draagvlak bij de belangrijkste lokale betrokken partijen in Reusel-De Mierden. De planning is opgenomen in bijlage 5.

6. PROJECTORGANISATIE: WIE DOET WAT Ambtelijke capaciteit Het opstellen van de TVW vraagt substantiële personele capaciteit, zeker als gekozen wordt voor een rol als procesregisseur. In die personele capaciteit kan worden voorzien met slechts een kleine aanpassing. Op dit moment bestaat het team uit drie medewerkers, waarvan de Beleidsmedewerker verantwoordelijk is voor de realisatie van de TVW. Zij maken deel uit van het Duurzaamheidsteam, waarvan de instelling op dit moment besproken wordt met management en bestuur. Om het proces vanuit de gemeente goed te kunnen begeleiden past een extra juniorfunctie voor meerdere jaren bij de uitdagingen van het team en is daarnaast de meeste kostenefficiënte manier om de vaste medewerkers de ruimte te geven om de TVW-taken in te passen in de werkzaamheden van het team. De taken worden gezamenlijk belegd in het duurzaamheidsteam. Binnen het team Duurzaamheid van de gemeentelijke organisatie wordtwordt 2 fte ingezet voor de coördinatie van de uitvoering van de warmtevisie, de bijbehorende projecten en het opstellen en tot uitvoering brengen van de WUPs. In onderstaande tabel is de geschatte tijdsbesteding opgenomen voor de ambtelijke organisatie voor dit proces.

0 1 2 3 4 5

Indicatieve besteding

Beleidsveld

Vaststellen van de aanpak Verkenning Analyse Het gesprek aangaan Visievorming Uitvoeringsvoorbereiding Algemeen: bestuurlijk proces

Team Duurzaamheid (TD) TD, communicatie, wonen, bedrijven, infra, sociaal TD TD, communicatie, wonen, bedrijven, infra, sociaal TD, communicatie, wonen, bedrijven, infra, sociaal TD, omgevingswet, communicatie TD, communicatie

Proces (uren) 8 20 20 30 30 20 40

Inhoud (uren) 8 20 8 40 40 30

Interne samenwerking De TVW is een uitkomst van interdisciplinaire samenwerking. Door een goede interne samenwerking komt een plan tot stand waarbij de TVW niet alleen in ons brede duurzaamheidsprogramma is ingebed maar ook in andere delen van de organisatie. Zo wordt de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling betrokken voor de thema’s wonen en omgevingsbeleid. Voor aspecten met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimt (boven- en ondergronds), zoals de vervangingsmomenten van deze infrastructuur, wordt de afdeling verantwoordelijk voor omgevingsbeheer betrokken. Voor de energietransitie in Maatschappelijk Vastgoed is gebouwenbeheer verantwoordelijk en worden prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties. Voor het opstellen van het communicatie- en participatieplan wordt samengewerkt met de afdeling Communicatie. Ook wordt er voor de afstemming van communicatie en advies over het organiseren van participatie en inspraak met deze collega’s overlegd. Hiervoor wordt een gemeentelijk projectteam opgezet. Externe expertise HetEnergiebureau begeleidt het opstellingsproces van de TVW en is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de technische onderzoeken en het participatieproces heeft een geruime ervaring met het opstellen van TVW’s en de onderzoeken die daarbij komen kijken.

12

Ook kan de gemeente voor het opstellen van de TVW gebruik maken van een aantal ‘hulplijnen’, zoals inhoudelijke en procesmatige ondersteuning door de adviseurs aardgasvrije wijken die de provincie Noord-Brabant in elke RESregio ter beschikking stelt om de warmtetransitie in de provincie te versnellen. Er is al veel expertise gebundeld binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW). Daarnaast wordt met de andere Kempengemeenten samengewerkt, waardoor veel kennisoverdracht plaatsvindt. Voor bedrijven kan gebruik gemaakt worden van de expertise binnen de Rijksdienst voor Ondernemers (RVO), Brabantse Energie Maatschappij (BOM), maar ook bij de netbeheerder Enexis en de adviseurs die bij het project Energieke Regio betrokken zijn.

7. RISICO’S De TVW moet passen binnen de systematiek van de Omgevingswet die vanaf 1 januari 2022 van kracht is. Dit betekent waarschijnlijk dat de TVW de vorm krijgt van een omgevingsprogramma voor alle wijken wordt aangegeven wanneer deze aardgasvrij worden gemaakt. Waarschijnlijk worden, vervolgens de wijkuitvoeringsplannen ook in het stramien van de nieuwe Omgevingswet gebracht. We zorgen voor aansluiting van het proces van het opstellen van de TVW op het proces van lancering van de Omgevingswet en de fertaling daarvan in Reusel-De Mierden. De TVW is een gemeentelijk instrument om de energietransitie in de bebouwde omgeving vorm te geven. Na maximaal 5 jaar moet de TVW worden geactualiseerd. TVW worden geactualiseerd. Bij het opstellen van de TVW zien wij de volgende ’risico’s waarmee we rekening houden in het proces wat we gaan volgen: • • • • • • • • • • • • •

het besef hoe groot de impact is van deze transitie moet nog groeien, die bijna achter iedere voordeur komt; inwoners wensen duidelijkheid , maar in de TVW worden alleen voorlopige keuzes gemaakt; keuzes worden gebaseerd op technische inzichten, maar de techniek is nog volop in ontwikkeling en aannames worden gedaan met betrekking tot de nog te ontwikkelen technieken; bij het opstellen moet rekening worden gehouden met een door het rijk opgesteld model, waarin technische en financiële keuzes zijn gemaakt; de benodigde technische kennis moet grotendeels worden ingehuurd; inwoners hebben veel technische vragen ; onze organisatie bij het ontwikkelen van extern beleid is niet gewend om dit met name datagedreven te doen; stakeholders hebben uiteenlopende belangen; het is nog onduidelijk hoe het einddoel kan worden bereikt, gelet op veronderstelde toekomstige innovaties en kostenreductie. Hierbij is nog veel onzekerheid; flankerende financiële, communicatieve, faciliterende en juridische instrumenten en regelingen moeten nog grotendeels vorm krijgen (o.a.

Omgevingswet, Warmtewet 2.0 etc.); uit onderzoek blijkt dat een ruime meerderheid van de burgers instemt met maatregelen om klimaatdoelen te halen, maar vindt dat de aanpak een taak is die in eerste instantie bij de overheid en bedrijven ligt; over de noodzaak en wenselijkheid om op (korte) termijn gebouwen van het gas te halen worden in de landelijke media discussies gevoerd en dit heeft gevolgen voor het draagvlak voor de warmtetransitie bij onze inwoners; het is alleen op basis van een helder en doeltreffend proces mogelijkom eind 2021 te beschikken over een door de raad vastgestelde TVW waarin de te maken keuzes zijn gebaseerd op draagvlak. Zo’n proces is lastig in te richten en realiseren als alle betrokkenen aan het pionieren zijn.

Gedurende de uitvoering van het traject zullen bovengenoemde risico’s beoordeeld moeten worden. Er zal op geanticipeerd worden en daar waar een risico een werkelijk probleem op gaat leveren, zal dit aangepakt moeten worden door het proces bij te sturen. Monitoring van het proces en risico’s zal dus een belangrijke taak worden van de proces coördinator, ondersteunt door het Team Duurzaamheid en HetEnergieBureau.

13

8. FINANCIËN: WAT KOST HET Kosteninschatting Een van de grootste kostenposten in dit proces is het inhuren van externe expertise voor het begeleiden van het TVW-traject en het schrijven van het stuk. Een andere grote kostenpost blijft echter overeind: het laten uitvoeren van vooronderzoeken. Met name wanneer deze technisch of juridisch van aard zijn, is dit erg kostbaar. Voor de kosteninschatting geldt dat er altijd een minimum- en een maximumvariant mogelijk is. Hoe meer onderzoeken worden uitgevoerd in de voorbereiding van de TVW, hoe minder onderzoeken uitgevoerd hoeven te worden tijdens de uitvoering van de plannen en hoe hoger de kwaliteit van de TVW en het participatieproces is. Een globale kosteninschatting voor 2020 – 2021 is als volgt: Activiteit Inhuur Extern Adviesbureau

Uitvoeren van specifieke onderzoeken participatietraject in wijken met planning 2050 Wijkaanpak: participatietraject in wijken met planning 2030* Opstarten energieloket Reusel-De Mierden Inrichten voorbeeldwoningen, opleiden ‘wijkambassadeurs’ Vervolgonderzoeken wijken met planning 2030

Toelichting Conform offerte van adviesbureau, waarbij alle onderzoeken en het participatietraject door het bureau worden uitgevoerd en begeleid. Technische onderzoeken naar warmteconcepten voor de geprioriteerde wijken. Energiecafés organiseren, informatiemateriaal beschikbaar maken, media-aandacht (digitaal en print), overlegstructuur opzetten stakeholders en inwoners Intensief participatietraject gericht op vaststellen en deelnemen aan voorkeursscenario en uitwerken WUP Digitale en telefonische omgeving, beschikbaar stellen materialen, evt. inrichten spreekuur Als onderdeel van de communicatiestrategie en voor het bewijzen van de technologie Technische, juridische, financiële en visuele vervolgonderzoeken, incl. mogelijkheden tot inspraak inwoners / stakeholders

Kosten €42.000 3x €20.000 €60.000 3x €5.000 €15.000 2x €15.000 €30.000 €25.000 €25.000 2x €30.000 €60.000

Totaal € 257.000 *eventuele meerkosten voor als er een proeftuinaanvraag wordt ingediend zijn niet meegenomen. Hiervoor zal dan nog apart budget aangevraagd worden, wat terugverdiend wordt als de proeftuinaanvraag wordt gehonoreerd. Werkbudget Voor het opstellen van de TVW is naast personele capaciteit ook een werkbudget nodig. Dit budget wordt zoveel mogelijk extern betrokken, bijvoorbeeld door samen te werken met de netbeheerders en BOM. Daarnaast is een RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) subsidie van €20.660 toegekend voor externe adviezen bij de TVW en worden onderzoekskosten waar mogelijk gedeeld met partners, zoals het waterschap en buurgemeenten. Vanwege de technische complexiteit van de vragen en het grote maatschappelijke belang van de TVW is het echter noodzakelijk dat er verdere externe experts worden ingezet; in Reusel-De Mierden is ervoor gekozen dit onder te brengen bij één extern adviesbureau (HetEnergiebureau). Rijksbijdrage In de decembercirculaire 2019 heeft Reusel-De Mierden van het Rijk €237.000 ontvangen, bedoeld om uit te geven aan het opstellen van de TVW, een wijkaanpak ter uitwerking van enkele wijken, en het inrichten van een energieloket gedurende 2020 en 2021. Dit bedrag ziet het Rijk als tegemoetkoming in de onvermijdelijke kosten voor de TVW, waarmee niet gezegd is dat de bijdrage ook kostendekkend is.

De middelen zijn bestemd voor de volgende uitgaven: Transitievisie warmte: € 202.101

14

    

Uitvoeren van technisch onderzoek naar de toepasbaarheid van aardgasvrije warmtesystemen (collectief of per gebouw); Opstellen technische, financiële en visuele onderbouwingen (advieskosten en inhuur experts); Verplichte participatietrajecten per wijk (inhuur, advies en uitvoeringskosten), ook noodzakelijk om vrijwillige deelname van woningeigenaren aan aardgasvrije alternatieven te stimuleren; Stimuleren en faciliteren van bewoners voor verduurzamen eigen woning, zoals isolatie; Starten met uitvoering van 1 tot 2 van de totaal acht wijkuitvoeringsplannen (projectkosten, advies, inhuur, stimuleringsmiddelen, onrendabele top).

Klimaatmiddelen wijkaanpak: € 9.997  

Opstellen van 1 tot 2 wijkuitvoeringsplannen aardgasvrij en bijbehorende participatietraject (projectkosten, advies, inhuur, logistieke kosten). Communicatiekosten…

Klimaatmiddelen energieloket: € 25.000  Klimaatakkoord vereist voor elke gemeente een energieloket. In 2020 stopt het huidige regionale energieloket. De middelen worden ingezet om een toekomstig loket vorm te geven (advieskosten, uitvoeringskosten). Bij voorkeur wordt het loket intern georganiseerd, waardoor het gemakkelijker is om informatie aan te bieden die specifiek voor Reusel-De Mierden of voor bepaalde wijken geldt. Voorgesteld wordt om een start te maken met het aanbieden van informatie voor het buitengebied. Dekkingsvoorstel Het projectbudget voor de TVW kan dus volledig gedekt worden uit de Rijksbijdrage en de RVO subsidie, die reeds bij de gemeente beschikbaar zijn en geoormerkt voor dit project. Hierdoor kunnen de onderzoeken en andere activiteiten worden uitgevoerd zonder dat de raad over elke stap geraadpleegd hoeft te worden. De raad wordt in ieder geval via RIBs en als het noodzakelijk blijkt via werkbijeenkomsten op de hoogte gehouden.

15

BIJLAGE 1. MOGELIJKE ROLLEN GEMEENTE BIJ TOTSTANDKOMING TVW

Rol

Toelichting

Opdrachtgever externe partij

TVW wordt opgesteld door extern bureau

Voor- en nadelen    

Opdrachtgever interne partij

TVW wordt opgesteld door inhuur projectleider

 

Sturende regisseur (stuurder)

TVW wordt opgesteld door relatief autonome intern projectleider

   

Relatief duur weinig ambtelijke capaciteit nodig minder kennisopbouw grotere afstand tot inwoners en ambtelijke organisatie relatief beleidsarm plan, werk wordt doorgeschoven naar de uitvoering relatief duur minder afstand tot inwoners en ambtelijke organisatie tempo, efficiënt kennis blijft in organisatie weinig integraal weinig participatie

Passieve regisseur (afwachter)

TVW wordt opgesteld op basis van voorbeelden / input omgeving en generieke informatie (landelijke leidraad)

 Goedkoopste optie  Weinig ambtelijke capaciteit nodig  Beleidsarm plan, werk wordt doorgeschoven naar de uitvoering  Minder kennisopbouw

Procesregisseur

TVW wordt geleid door projectleider die maximale participatie en samenhang met andere opgaven zoekt

 Minder efficiënt  Integraal, meekoppelkansen  Kwalitatief hoogstaand plan  Veel ruimte voor participatie / draagvlak  Kennisopbouw intern en extern

16

Vormgeving externe samenwerking Georganiseerde inspraak inwoners en consultatie stakeholders

Voorwaarden budget

Georganiseerde en informele inspraak inwoners en consultatie stakeholders

budget

georganiseerde en beperkte inspraak, externe samenwerking staat in dienst van behalen van resultaten, meer informeren dan participeren. Beperkte betrokkenheid van de belangrijkste stakeholders, gericht op het verzamelen van data en het vaststellen van een Transitievisie Warmte. Meer informeren dan participeren. Uitgebreide georganiseerde en informele samenwerking met interne collega’s, inwoners en stakeholders. Meer participeren dan informeren.

Ambtelijke capaciteit Competenties projectleider: planmatig werken, sturen op resultaat, communiceren, eenpitter, aanpakker

Beperkte eisen, maar ook beperkte meerwaarde. Vraagt meer capaciteit / budget in uitvoerende fase.

Ambtelijke capaciteit Competenties projectleider: Omgevingsbewustzijn, oog voor participatie en realiteit, verbindende vaardigheden, staat dichtbij de samenleving, flexibel en innovatief, overzicht houden op complex proces.

BIJLAGE 2. EERSTE AANZET OVERZICHT STAKEHOLDERS TVW

no

Stakeholder

rol

mening

Beïnvloedingsmaatregel

1

Gemeenteraad

Toetsing ambities

+

Opstellen NRD en toetsingskader warmte concepten

2

College van B&W

Richting geven aan uitvoering

+

Plan van Aanpak

3

Sleutelpersonen organisatie

Informatie aanleveren voor verdere uitwerking TVW

+/-

Voordelen voor organisatie goed uiteenzetten

4

ODZOB

Informatie aanleveren voor verdere uitwerking TVW m.b.t. bedrijven en e-infoplicht.

+

Werkprogramma en projecten

5

Waterschap De Dommel (oppervlaktewater en RWZI)

Samenwerking m.b.t. TEO en TEA

+

Gezamenlijke businesscase voor vernieuwing RWZI/ waterwerken

6

Woningbouwcorporaties

Eigen locaties loskoppelen van het gasnet en van alternatieve warmte leverantie voorzien.

+

Prestatieafspraken en faciliteren RVO subsidies

7

Buurt/wijk comités

Participeren in overleggen over WUPs

-

Participatie en communicatieplan

8

Energiecorporaties

Participeren in de identificatie van warmte concepten en eventueel ook de realisatie daarvan.

+

Participatie en communicatieplan

9

VVE’s

Eigen locaties loskoppelen van het gasnet en van alternatieve warmte leverantie voorzien.

-

Participatie en communicatieplan

10

Bedrijvenvereniging(en) en Kempisch Ondernemers Platform

Betrokkenheid creëren bij de bedrijven voor de overstap naar gasloos.

-

Aansturing via controle en handhaving ODZOB en positief via Energieke Regio

11

Netbeheerders

Participatie in de warmte concepten vanuit het oogpunt capaciteit electriciteitsnet en beheer van warmtenetten

-

Betrokkenheid in opstellen warmteconcepten.

12

Agrariers

Mogelijkheden aansluiten restwarmte en biovergisting voor groen gas

+

Aansturing via controle en handhaving ODZOB en positief via Transitie Landelijk Gebied; via LTO

ambtelijke

17

13

Terreinbeherende instanties (natuurmonumenten, SBB, Brabants Landschap, Defensie, etc.)

Mogelijkheden plaatsing zonthermische parken op in ontwikkeling zijnde natuur gebieden, inspraak in landschapsplannen, e.d.

-

Participatie en communicatieplan

14

Omliggende gemeenten

Aanknopings en opschalingskansen verkennen (synergie) en voorkomen warmteconcurrentie (TEA en TEO).

-

Betrokkenheid via PoHo’s

15

Provincie

Begeleiding en ondersteuning van processen; ook vanuit warmtebronnen register.

+

Periodiek overleg

16

Enpuls

Meedenken en meefinancieren van collectieve warmteconcepten (warmtenet beheerder)

+

Betrokkenheid in opstellen warmteconcepten.

17

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij

Meedenken en potentiele ondersteuning met onderzoeken en financiering

+

Betrokkenheid in opstellen warmteconcepten.

18

Financiële instellingen (bijv. Rabobank)

Voorsorteren op potentiele projecten die voor leningen in aanmerking komen.

+

Betrokkenheid in opstellen warmteconcepten.

18

Rural Data Centre

Verzameling van gegevens

+

Betrokkenheid bij analyses

18

BIJLAGE 3. EERSTE AANZET INITIATIEVEN, PROJECTEN EN PROGRAMMA’S VAN INVLOED OP TVW

no

initiatief

trekker

invloed

1

RES/RSW

Beleidsmedewerker Duurzaamheid

+

2

Klimaatdialogen

Beleidsmedewerker stedelijk water en klimaat

+

3

Routekaart Verduurzaming schappelijk Vastgoed

Medewerker Vastgoed

+

Maat-

… andere sectorale routekaarten? 4

Bedrijfscontacten bedrijventerreinen en agrarische bedrijven

Beleidsmedewerker economische zaken

5

Bestemmingsplan buitengebied en RO ontwikkelingen

Beleidsmedewerker RO

5

Kruisbestuiving andere teams en afdelingen

Management Team

6

Voortbouwen Kansrijke klimaatprojecten Kempen 2013 – 2016 opgesteld

Beleidsmedewerker stedelijk water en klimaat

7

Voortbouwen op Notitie Energie: verduurzaming gemeentelijke gebouwen, lokale subsidieverordening voor particulieren en beschikbaar stellen rekentool GPR gebouw. …..

Medewerker Vastgoed

8

19

Opm.

BIJLAGE 4: VOORLOPIG AFWEGINGSKADER SCENARIO’S TVW Onderdeel van de TVW is een voorlopig programma van eisen waaraan een voorkeursoplossing voor elke wijk moet voldoen. Ook worden er proceseisen vastgelegd, bijvoorbeeld rondom participatie, draagvlak, maatschappelijke kosten en kosten voor inwoners. Onderstaande overzicht geeft een denkrichting weer van deze afwegingskaders. In het proces van het opstellen van de TVW zullen deze eisen verder worden aangescherpt en ingevuld, waar mogelijk in overleg met alle betrokkenen. Ook het relatieve gewicht dat aan elke eis wordt gesteld kan in samenspraak met de betrokken per wijkplan worden vastgesteld. Een minimale invulling van elke afweging is een randvoorwaarde voor het kiezen van een scenario. Kwaliteitsvoorwaarden 

technologische haalbaarheid: we hebben een voorkeur voor bewezen technologieën. Innovatie vinden we belangrijk maar we willen inwoners beschermen voor de risico’s van een nog niet bewezen technologie. Nieuwe technologieën testen we bij voorkeur op kleine schaal via pilot-projecten, zoals voorbeeldwoningen. maatschappelijk draagvlak: de gemeente kan en wil inwoners niet dwingen tot deelname aan een project. Het is daarom belangrijk dat een scenario kan rekenen op voldoende maatschappelijk draagvlak, en dat er een alternatief (opt-out) wordt geboden voor inwoners die niet aan het plan willen deelnemen. financiële haalbaarheid: de kosten voor inwoners en de maatschappelijke kosten van een scenario moeten reëel zijn. We kijken naar de Total Costs of Ownership voor de inwoners en bedrijven; die willen we zoveel mogelijk gelijk houden met de huidige kosten (inclusief inflatie). Er mogen geen mensen buiten de boot vallen omdat ze deelname niet kunnen betalen. Een relatief duurder scenario zal hiervoor een oplossing moeten bieden. ruimtelijke gevolgen: het scenario moet geen onevenredige nadelen opleveren voor de ruimtelijke kwaliteit en zo min mogelijk overlast veroorzaken, zoals geluidsoverlast of ingrijpende aanpassingen aan de woning. lange termijn perspectief: er wordt bij voorkeur een scenario gekozen dat voor langere tijd bruikbaar zal blijven.

Het betrekken van restwarmte van een bedrijf vormt bijvoorbeeld een risico, bij de uitwerking van het scenario moet dan een alternatief worden uitgewerkt zodat het systeem in de wijk bruikbaar blijft als het bedrijf wegvalt. Ook is een systeem bij voorkeur geschikt voor uitbreiding bij eventuele toekomstige woningbouw. passendheid bij andere projecten: er wordt bij voorkeur aansluiting gezocht bij andere ontwikkelingen in de wijk, zoals functieverandering van gebouwen in het buitengebied, graafwerkzaamheden in de wijk of andere projecten voor verduurzaming.

Procesvoorwaarden  transparantie: de besluitvorming vindt plaats in een transparant proces en op basis van een heldere afweging over één of meerdere scenario’s waarbij bovenstaande kwaliteitsafwegingen worden onderbouwd.  inspraak: er zijn voldoende inspraakmogelijkheden waarbij inwoners ook werkelijk invloed hebben op het proces, er moet iets te kiezen zijn. Hierbij moet oog zijn voor de belangen en meningen van zowel inwoners / gebruikers van utiliteitsbouw (private belangen) als de professionele belangen van ondernemers, agrariers, industrie, woningcorporaties, netbeheerder e.d. (de Reusel-De Mierden methode).

20

BIJLAGE 5: PLANNING

BIJLAGE 6: LIJST VAN AFKORTINGEN

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

MRE

Metropoolregio Eindhoven

RES

Regionale EnergieStrategie

RIB

Raadsinformatiebrief

RSW

Regionale Structuur Warmte

RVO

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

RWZI

Rioolwater Zuiveringsinstallatie

SCAN

Seismische Campagne Aardwarmte Nederland

TEA

Thermische Energie uit Afvalwater

TEO

Thermische Energie uit Oppervlaktewater

TVW

Transitievisie Warmte

UDP

Ultradiepe Geothermie

Vesta MAIS

Vesta (ruimtelijk impactmodel) Multi Actor Impact Simulatie

WUP

Wijkuitvoeringsplan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=1c74858a-4bda-4957-9e73-fad878ca1a6c