CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.14430] - Bijlage 7 Uiteenzetting (on)mogelijkheden vestiging veehouderij en effecten vervoersbedrijf tov groo

Commissie Ruimte 11 januari 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan "Buitengebied, Herdersdreef 3 Reusel"3.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie: Uiteenzetting (on)mogelijkheden vestiging veehouderij en effecten vervoersbedrijf t.o.v. grootschalige veehouderij Herdersdreef 3 te Reusel

Ulicoten, 13-06-2018 Status: definitief

Kenmerk: 96556.013

Onderhavige notitie is opgesteld n.a.v. enkel opmerkingen die zijn gemaakt n.a.v. het principeverzoek voor het legaliseren van het transportbedrijf CVL Transport. Met dhr. Klaus Schmitt, werkzaam bij de gemeente Reusel-De Mierden, is reeds telefonisch contact geweest de gemaakte opmerkingen. Uit de omgevingsvisie van de gemeente Reusel-De Mierden blijkt dat de locatie aan de Herdersdreef 3 te Reusel aangemerkt wordt als een duurzame locatie voor het vestigen van een intensieve veehouderij. Op duurzame locaties is het vertrekpunt dat de bestaande planologische mogelijkheid om de intensieve dierhouderij voort te zetten en te ontwikkelen als vertrekpunt. Naast het planologisch uitgangspunt zijn er nog veel andere belangrijke factoren (o.a. milieuwetgeving) van belang welke bepalen of uitbreiding of vestiging van een intensieve veehouderij mogelijk is. N.a.v. het reeds ingediende principeverzoek zijn twee vragen naar voren gekomen welke verder verduidelijkt moeten worden. In onderhavige notitie worden de volgende vragen nader uiteengezet: 1. Is vestiging van een levensvatbaar grootschalig (intensief) agrarisch bedrijf op de Herdersdreef 3 te Reusel mogelijk op basis van relevante wet- en regelgeving en op basis van financiële levensvatbaarheid? 2.

Wat zijn de ruimtelijke en milieukundige verschillen tussen grootschalig (intensief) agrarisch bedrijf en het bedrijf van CVL Transport en waarom is de impact van CVL Transport niet groter? Op basis van bovenstaande vragen wordt geconcludeerd waarom het initiatief van CLV Transport passend is.

1. Is vestiging van een levensvatbaar grootschalig (intensief) agrarisch bedrijf mogelijk op basis van relevante wet- en regelgeving en op basis van financiële levensvatbaarheid? Voor de vestiging van een intensief agrarisch bedrijf moet er sprake zijn van een reëel levensvatbaar bedrijf met voldoende omvang. Als uitgangspunt is hiervoor een vleesvarkenshouderij genomen. Dit omdat in de omgeving veel soortgelijke bedrijven zijn gelegen.

Pagina 1 van 12

Conform het KWIN (Kwantitatieve Informatie Veehouderij1) worden op een regulier varkens bedrijf in een reguliere stal 4.200 vleesvarkens gehouden. Dit betreft dan ook het uitgangspunt voor een levensvatbaar bedrijf op onderhavige locatie. Het is echter de vraag of deze omvang voldoende is voor potentiele kopers. Bij een duurzaam bedrijf met voldoende groeipotentieel is een omvang van 7.000 vleesvarkens reëler. In onderhavig hoofdstuk is onderzocht of het mogelijk is om 4.200 vleesvarkens te gaan houden op basis van relevante wet- en regelgeving. Voor het realiseren van een zo gunstig mogelijk situatie, met maximale emissiereducties, is uitgegaan van het gebruik van een gecombineerde luchtwasser. Bij een gecombineerde luchtwasser worden namelijk de hoogste emissiereducties behaalt voor zowel geur, ammoniak en fijnstof. Voor het bepalen van de mogelijkheden op een locatie is het van belang om te bekijken wat de vergunde rechten zijn voor het houden van dieren. Conform de geldende melding Activiteitenbesluit van 30-062017, welke is gepubliceerd op 07-07-2017, mogen op onderhavige locatie milieukundig geen dieren meer gehouden worden. Er zijn milieukundig derhalve geen rechten aanwezig op onderhavige locatie. Omdat er geen sprake is van vergunde rechten is onderzocht of het mogelijk is om minimaal 4.200 vleesvarkens te houden.

In tabel 1 zijn de beoogde dieraantallen met geldende geuremissies weergegeven. Echter zal op korte termijn de Regeling geurhinder en veehouderij aangepast worden waardoor de geuremissies veranderen. Als gevolg hiervan zullen de reductiepercentages voor gecombineerde luchtwassers afnemen. In tabel 2 zijn de nieuwe geuremissiefactoren weergegeven.

Tabel 1: Beoogde situatie (geldende geuremissiefactoren) Huisvestingssysteem Stal Houderij/hoktype nr. Code 1a D 3.2.15.4 gecombineerd luchtw assysteem 85% emissiereductie met w atergordijn en biologische w asser (xx)

Diercategorie vleesvarken s

Aantal dieren

4.200

Am m oniak Kg NH3 Totaal kg per dier NH3

Geur (OUE /s) OUE /s Totaal /dier OUE /s

Fijnstof PM10 (g/jaar) g/dier Totaal /jaar gram

0,450

1.890,000

5,80

24.360,00

31

totaal NH3

1.890,000

totaal OUE /s

24.360,000

totaal gram

130200

130.200,0

Tabel 2: Beoogde situatie (nieuw geuremissiefactoren) Huisvestingssysteem Stal Houderij/hoktype nr. Code 1a D 3.2.15.4 gecombineerd luchtw assysteem 85% emissiereductie met w atergordijn en biologische w asser (xx)

Diercategorie vleesvarken s

Aantal dieren

4.200

Am m oniak Kg NH3 Totaal kg per dier NH3

Geur (OUE /s) OUE /s Totaal /dier OUE /s

Fijnstof PM10 (g/jaar) g/dier Totaal /jaar gram

0,450

1.890,000

12,65

53.130,00

31

totaal NH3

1.890,000

totaal OUE /s

53.130,000

totaal gram

130200

130.200,0

1

Het handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij (KWIN-Veehouderij) bevat actuele statistische prijsinformatie van veeteeltbedrijveninformatie uit de sectoren melkvee, vleesvee, geiten, schapen, paarden, varkens, pluimvee, nertsen en konijnen. Pagina 2 van 12

Individuele geurhinder Conform de geldende geurverordening mag een veehouderij op woningen buiten de bebouwde kom een geurhinder van maximaal 5,0 ouE/m 3 en op woningen binnen de bebouwde kom maximaal van 0,1 ouE/m3 veroorzaken. Voor de gewenste situatie zijn indicatieve geurberekeningen uitgevoerd om te berekenen of er sprake is van een overbelasting conform de geldende geurverordening in de beoogde situatie. Hierbij is getoetst op basis van de geldende geurnormen en de geurnormen welke op dit moment ter consultatie liggen. De geurberekeningen zijn bijgevoegd als bijlage.

Tabel 3: Beoogde geurbelasting GGO Buizerd 13 Lensheuvel 91

Geurnorm 5,0 0,1

Geurbelasting nieuwe geurnormen 5,8 0,9

Geurbelasting geldende geurnormen 2,6 0,4

Uit de geurberekeningen blijkt dat zowel met de bestaande geuremissiefactoren als de nieuwe geuremissiefactoren sprake is van een overschrijding van geldende geurnormen uit de geurverordening van de gemeente Reusel-De Mierden. Met de nieuwe geuremissiefactoren is de geurbelasting op de kern zelfs 9 keer te hoog. Op basis van de geldende regelgeving omtrent individuele geurbelasting is het niet mogelijk om een levensvatbaar bedrijf te exploiteren met 4.200 vleesvarkens. Conform de geldende geurverordening kunnen niet eens 1.500 vleesvarkens gehouden worden. Geurhinder (cumulatief) De provincie acht ontwikkelingen welke leiden tot een cumulatieve geurbelasting, welke hoger is dan 20% geurgehinderden in het buitengebied en 12% geurgehinderden binnen de bebouwde kom als onacceptabel. In de omgeving van onderhavige locatie zijn verschillende veehouderijbedrijven als ook geurgevoelige objecten gelegen. Conform de geldende geursituatie (geurvisie 2012) blijkt dat er sprake is van een gezamenlijke geurbelasting tussen 14 – 20 ouE/m3 ter plaatse van omliggende woningen. Dit is lager dan 20% geurgehinderden.

Echter door het veranderen van de geuremissiefactoren van gecombineerde luchtwassers waardoor de emissies van omliggende bedrijven toe gaan nemen en door de toename van geurbelasting als gevolg van het uitvoeren van een intensieve veehouderij op de projectlocatie zal dit naar verwachting leiden tot een overbelaste situatie ter plaats van de omliggende geurgevoelige objecten. Uitsluitsel kan echter pas gegeven worden als hiervoor een uitgebreid onderzoek aan ten grondslag ligt.

Pagina 3 van 12

woningen

Herdersdreef 3

Afbeelding 1: Uitsnede geursituatie huidige locatie Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de beoogde situatie zijn de effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de beoogde bedrijfsvoering in beeld gebracht. Bij elk plan of project in of nabij een Natura 2000-gebied dient nagegaan te worden of het een significant effect kan hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende gebied. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn de Rijntakken en de Kampina en Oisterwijkse Vennen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning i.h.k.v. Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Het houden van dieren kan negatieve effecten hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden.

Er zijn verschillende factoren welke kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en beschermde soorten. Met name de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht zijn van belang voor activiteiten die op een dergelijke afstand uitgevoerd worden. Daarnaast kunnen andere factoren, zoals verstoring door licht, eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten. Gezien de afstand van het bedrijf tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is hiervan echter geen sprake.

Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht

Op 1 juli 2015 is de Programmatische Aanpak Stikstof in werking getreden. Al jaren is er in Natura 2000gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit kan schadelijk zijn voor de natuur. Het belemmert ook vergunningverlening voor economische activiteiten. Om de stikstofproblemen aan te pakken is de Programmatische Aanpak Stikstof opgesteld. In de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) werken overheden en maatschappelijke partners samen om de stikstofuitstoot te verminderen en daarmee ook economische ontwikkelingen mogelijk te maken. Rijk, provincies en natuurorganisaties nemen maatregelen om de natuur te herstellen, door bijvoorbeeld stikstofrijke grondlagen te

Pagina 4 van 12

verwijderen. Agrarische ondernemers nemen maatregelen in hun bedrijfsvoering, zoals mest aanwenden met weinig stikstofverliezen en het gebruik van aangepast voer. Door deze combinatie van maatregelen ontstaat er ontwikkelingsruimte voor nieuwe economische activiteiten. Als een activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op een PAS-gebied dient de initiatiefnemer van de activiteit te onderzoeken of de activiteit vergunningplichting, meldingsplichtig of vergunningsvrij is onder het PAS. Dit is geregeld in de Regeling wet natuurbescherming.

Striktere regels provincie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft in haar beleidsregels een aantal afwijkende (striktere) regels opgenomen. Gedeputeerde Staten delen uit segment 2 per periode van één jaar, beginnend vanaf 1 juli 2015, maximaal 16% van de ontwikkelingsruimte die beschikbaar is per Natura 2000-gebied voor de gehele PAS-programmaperiode van 6 jaar, toe aan projecten of andere handelingen. Bij een vergunning voor een project of andere handeling met stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden waarin de habitattypen “H7110A – actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)”, of “H7120ah/ZGH7120ah – herstellende hoogvenen (actief hoogveen)” of “H3110 – zeer zwakgebufferde vennen” zijn aangewezen en daarbij de grenswaarde wordt overschreden, geldt een maximum van 0,05 mol/ha/jaar. Dit is van toepassing op de Natura 2000-gebieden “Deurnsche Peel & Mariapeel”, “Groote Peel”, “Strabrechtse Heide & Beuven” en “Kampina en Oisterwijkse Vennen”. Voor de gewenste situatie is bepaald wat de maximale dieraantallen zijn die gehouden kunnen worden. Uit de berekeningen blijkt dat het gebied de Kampina en Oisterwijkse Vennen het meest beperkend is voor onderhavige locatie omdat hier de toename niet meer mag bedragen dan 0,05 mol per hectare per jaar. Uit de bijgevoegde AERIUS-berekening blijkt dat op onderhavige locatie maximaal 2.500 vleesvarkens gehouden kunnen worden, met toepassing van een luchtwasser.

Voor het houden van 3.000 vleesvarkens is de stikstofdepositie namelijk hoger dan 0,05 mol stikstof per jaar op de Kampina en Oisterwijkse Vennen. De provincie Noord-Brabant verbied dergelijke uitbreidingen. Voor onderhavige locatie is het dus niet mogelijk om een volwaardige bedrijfslocatie te ontwikkelen. Een bedrijfslocatie met 2.500 vleesvarkens wordt niet gezien als een reële agrarische bedrijfsomvang. Stalderen Onderhavige locatie is gelegen binnen de aanduiding ‘Stalderingsgebied’ van de provincie Noord-Brabant. Binnen de aanduiding "Stalderingsgebied" gelden extra randvoorwaarden aan ontwikkeling van bepaalde veehouderijen. Deze voorwaarden geven sturing aan het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en richten zich daarnaast op het tegengaan van (verdere) leegstand. Vanwege deze extra randvoorwaarden is een toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. De stalderingseis wordt alleen gesteld aan hokdierhouderijen. Dat zijn veehouderijen met uitzondering van nertsenhouderijen, melkrundveehouderijen en schapenhouderijen. Indien initiatiefnemer van plan is om hokdieren (zoals varkens) te gaan houden dan zal gestaldeerd moeten gaan worden. Het stalderen leidt tot een exponentiële kostenverhoging voor het ontwikkelen van een veehouderijlocatie.

Als blijkt dat een bestaande veehouder wil verplaatsen naar onderhavige locatie dan

Pagina 5 van 12

nog zal hij, om dezelfde oppervlakte te behouden, 10% aan stalderingsmeters aan moeten kopen. Daarnaast is het reëel dat er geen sprake is van een aanbod van stalderingsmeters. De stalderingsmeters werken namelijk op basis van een vrije marktwerking. Financiële onmogelijkheden Voor de beoordeling van de financiële en bedrijfseconomische duurzaamheid van een locatie spelen niet alleen de object- en locatiespecifieke eigenschappen een rol. Met name de exploitatiemogelijkheden zijn doorslaggevend. Indien een locatie omwille van milieutechnische aspecten niet exploitabel blijkt te zijn, in casu doordat het verkrijgen van een omgevingsvergunning milieu niet mogelijk blijkt, dan is een locatie niet aan te wenden voor de intensieve veehouderij. Dit maakt de locatie financieel onrendabel voor een redelijk handelend ondernemer; op basis van zakelijke overwegingen zal het object nooit ten behoeve van de intensieve veehouderij worden aangekocht. Uit financieel en bedrijfseconomisch oogpunt is alsdan sprake van een niet-duurzame locatie voor de intensieve veehouderij. Conclusie Op basis van de geldende milieuwetgeving is het niet mogelijk om een volwaardige intensieve veehouderij te vestigen.

Voor het houden van vleesvarkens, met gebruikmaking van nageschakelde technieken, waarbij de hoogst haalbare reducties worden behaalt, is het niet mogelijk om een reëel levensvatbaar bedrijf te ontwikkelen op basis van o.a. de Wet natuurbescherming en geldende geurverordening. Ook voor andere diersoorten is het niet mogelijk omdat (op basis van emissies) er dan ook te weinig dieren gehouden kunnen worden om het een reëel levensvatbaar bedrijf te maken Doordat geen reëel levensvatbaar bedrijf ontwikkeld kan worden is onderhavige locatie niet aan te wenden voor een intensieve veehouderij. Dit maakt de locatie financieel onrendabel voor een redelijk handelend ondernemer. Op basis van zakelijke overwegingen zal het object nooit ten behoeve van de intensieve veehouderij worden aangekocht. Uit milieukundig, financieel en bedrijfseconomisch oogpunt is alsdan sprake van een niet-duurzame locatie voor de intensieve veehouderij.

2. Wat zijn de ruimtelijke en milieukundige verschillen tussen grootschalig (intensief) agrarisch bedrijf en het bedrijf van CVL Transport en waarom is de impact van CVL Transport niet groter op omliggende gevoelige locaties? Hieronder treft u een nadere vergelijking van de effecten als gevolg het uitvoeren van een grootschalig agrarisch bedrijf (intensieve veehouderij) en het gewenste transportbedrijf. In onderhavige vergelijking is uitgegaan van een bedrijf met 7.000 vleesvarkens. Een vleesvarkensbedrijf van 7.000 vleesvarkens is namelijk op lange termijn, gezien de schaalvoordelen, financieel duurzamer en dus interessanter voor ondernemers. Conform de omgevingsvisie is onderhavige locatie ruimtelijk gezien geschikt voor dergelijke ontwikkelingen. In onderhavig hoofdstuk is schematisch weergegeven welke milieukundige en ruimtelijke aspecten van toepassing zijn op de betreffende bedrijvigheid. Tevens worden de belangrijkste aspecten nader toegelicht.

Tabel 4: Vergelijke van relevante milieukundige en ruimtelijke aspecten Milieukundige en ruimtelijke aspecten Geur Fijnstof Ammoniak

Intensieve veehouderij X X X

Transportbedrijf (CVL Transport) n.v.t. n.v.t. n.v.t. Pagina 6 van 12

Volksgezondheid Geluid

X n.v.t. (grote afstand t.o.v. omliggende woningen)

n.v.t. n.v.t. (grote afstand t.o.v. omliggende woningen)

Verkeers- en vervoersbewegingen

X

X

Ruimtelijke impact

X

X

Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, heeft de intensieve veehouderij de grootste impact op de omgeving. Met name de aspecten geur en ammoniak kunnen grote milieugevolgen hebben als er een veehouderij wordt gevestigd. De belangrijkste aspecten waarbij de impact van een transportbedrijf vergelijkbaar of groter zijn dan een grootschalige intensieve veehouderij betreffen de aspecten vervoer en ruimtelijke impact. Deze aspecten worden hieronder nader onderbouwd. Ruimtelijke impact Initiatiefnemers zijn voornemens om het bestaande bouwvlak te verkleinen tot een oppervlakte van 6.500 m2. Indien er een grootschalig intensief agrarisch bedrijf gerealiseerd wordt dan zal het bouwvlak vergroot moeten worden naar 1,5 hectare. De ruimtelijke impact zal daarom een fors toenemen als een intensieve veehouderij gerealiseerd wordt. Verkeers- en transportbewegingen Hieronder wordt een vergelijking gemaakt tussen de verkeers- en transportbewegingen van een grootschalig intensief agrarisch bedrijf en het beoogde transportbedrijf. Ter vergelijking is een agrarisch bedrijf gebruikt als referentie. In onderstaande tabellen zijn zowel de maximale verkeersbewegingen per dag als de maximale bewegingen per week weergegeven van de beoogde bedrijfsopzet. Tevens wordt onderbouwd wat een representatieve situatie is bij de bedrijfsvoering van het transportbedrijf.

Tabel 5: Maximale transportbewegingen per dag en per week van CVL Transport Maximaal aantal per: dag week Bestelauto’s Vrachtauto’s

3 12

10 60

Tractoren

0

0

Het transportbedrijf op de Herdersdreef 3 te Reusel dient met name als uitvalsbasis voor de 16 vrachtwagens die rijden voor initiatiefnemer. Op onderhavige locatie is geen sprake van op- en overslag. Hierdoor zijn de vervoersbewegingen van onderhavig bedrijf in vergelijking met andere transportbewegingen relatief laag. De activiteiten op de locatie betreffen hoofdzakelijk het parkeren van voertuigen in het weekend en het uitvoeren van kleine onderhoudswerkzaamheden. De enige voertuigen welke relatief voor hoge vervoersbewegingen zorgen betreffen de melkwagens (2 stuks). Deze melkwagens zorgen namelijk wekelijk voor 28 vervoersbewegingen. Dit betreft bijna 50% van alle vervoersbewegingen. De overige

Pagina 7 van 12

voertuigen komen nagenoeg de gehele week niet op de locatie en komen enkel in het weekend terug (vrijdag) en vertrekken na het weekend (maandag). Verkeersbewegingen per week grootschalig agrarische bedrijf: Met dhr. Schmitt is afgestemd dat voor de planologische vergelijking uitgegaan kan worden van een grootschalige bedrijf2. Voor deze situatie is inzichtelijk gemaakt wat de transportbewegingen zijn. Echter is het in lijn met de omgevingsvisie dat er een groot vleesvarkensbedrijf (met groeipotentieel) gevestigd kan worden.

Tabel 6: Maximale transportbewegingen per dag en per week voor een vleesvarkensbedrijf met 7.000 vleesvarkens

Bestelauto’s Zware voertuigen Tractoren

Maximaal aantal per: dag week 4 12 30 50 4

10

Tabel 7: Onderbouwing vervoersbewegingen zware voertuigen (vrachtwagens) Vervoersbewegingen per dag 10

Vervoersbewegingen per week 20

6

16

2 4

2 4

2 4 2 Max. 20 totaal

2 6 2 52

Motivatie

Voer (brijvoer): 2.400 kg per dierplaats x 7.000 = 16.800 ton per jaar 16.800 ton / 32 ton per vrachtwagen = 525 vrachtwagens per jaar = 10 vrachtwagens (20 vervoersbewegingen) per week. Doordat voor niet gelijktijdig op is zal maximaal 4 keer per dag een vrachtwagen Mest: 7.000 dierplaatsen x 1,5 m3/jaar = 10.500 m3 per jaar. 10.500 m3 per jaar / 25 m3 per vrachtwagen = 420 vrachtwagens per jaar = 8 vrachtwagens per week Laden biggen: circa 1 vrachtwagen per week Laden vleesvarkens: per dierplaats zijn 3,2 rondes per jaar. 7000 dierplaatsen x 3,2 = 22.400 vleesvarkens per jaar. Op een vrachtwagen kunnen circa 200 vleesvarkens geladen worden. 22.400 / 200 = 112 vrachtwagens per jaar = 2 (2,1) vrachtwagens per week Laden kadavers: 1 keer per week (op afroep) Akkerbouwactiviteiten: 3 vrachtwagens per week Diversen: Lossen diesel, overige producten = 1 keer per week

Vergelijking Uit bovenstaande tabellen valt op te maken dat het maximaal aantal vervoersbewegingen in grote mate overeenkomen tussen de twee bedrijfsvormen. Het maximaal aantal vervoersbewegingen op één dag ligt gemiddeld bij een grootschalige intensieve veehouderij iets hoger en het maximale aantal vervoersbewegingen per week ligt bij het transportbedrijf CVL Transport iets hoger (8 vervoersbewegingen). Dit betreffen dus 4 vrachtwagen per week die op de locatie aankomen en 2

Dit staat los van het feit dat er milieukundig gezien geen 7.000 vleesvarkens gehouden kunnen worden. Pagina 8 van 12

vertrekken. Dit staat nog los van de tractorbewegingen, behorende bij akkerbouwactiviteiten, die tevens vaak op een dergelijke locatie plaatsvinden. Conclusie Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat in een maximale bedrijfssituatie het aantal vervoersbewegingen per week bij het transportbedrijf CVL Transport iets hoger zal liggen dan bij een intensief agrarisch bedrijf. Dit zal maximaal 5 vrachtwagens (10 vervoersbewegingen) per week betreffen. De maximale transportbewegingen op een reguliere dag liggen echter nagenoeg gelijk. Alleen op maandag en vrijdag zal het aantal transportbewegingen afwijken van een normaal agrarisch bedrijf. De impact m.b.t. verkeers- en vervoersbewegingen van een intensieve veehouderij zal daarom minimaal veranderen t.o.v. het beoogde bedrijf van CVL Transport. Qua verkeers- en transportbewegingen is het verschil minimaal. Echter in afweging met de overige milieukundige en ruimtelijke aspecten is de impact naar de omgeving van CVL Transport een stuk lager. Van o.a. geuroverlast is namelijk geen sprake bij CVL Transport.

Eindconclusie

Initiatiefnemer is er alles aan gesteld om in samenspraak met de omwonenden en de gemeente ReuselDe Mierden te komen tot een gedegen plan. Uit onderhavige notitie valt op te maken dat de vestiging van een reëel intensief agrarisch bedrijf op basis van relevante regelgeving en daardoor financieel gezien niet mogelijk is. Daarnaast zijn de effecten naar de omgeving als gevolg van het beoogde initiatief van CVL Transport minder dan wanneer op onderhavige locatie een grootschalige intensieve veehouderij ontwikkeld wordt. Tot slot is initiatiefnemer meer dan bereid om in overleg te treden met de omwonenden om het bedrijfsplan van initiatiefnemer te bespreken.

Pagina 9 van 12

Bijlagen 1: Uitsnede KWIN

Pagina 10 van 12

Bijlage 2: V-stack Vergunning (individuele belasting) Naam van de berekening: Beoogd (nieuwe geurnormen) Gemaakt op: 13-06-2018 15:37:33 Rekentijd: 0:00:01 Naam van het bedrijf: 96556 4.200 vleesvarkens Berekende ruwheid: 0,17 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr BronI X-coord. . D 1 stal 1 138 881

Y-coord.

EP Hoogte 5,0

Gem.geb. hoogte 5,0

EP Diam. 2,00

Xcoordinaat 138 925 139 090

Ycoordinaat 372 751 373 806

Geurnorm 5,0 0,1

372 314

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID 2 Buizerd 13 3 Lensheuvel 91

EP Uittr. snelh. 1,50

EAanvraag 53 130

Geurbelasting 5,8 0,9

Pagina 11 van 12

Naam van de berekening: Beoogd (geldende geurnormen) Gemaakt op: 13-06-2018 15:40:34 Rekentijd: 0:00:01 Naam van het bedrijf: 96556 4.200 vleesvarkens Berekende ruwheid: 0,17 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr.

BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

Gem.geb. hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh.

E-Aanvraag

1

stal 1

138 881

372 314

5,0

5,0

2,00

1,50

24 360

Ycoordinaat 372 751 373 806

Geurnorm 5,0 0,1

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID 2 Buizerd 13 3 Lensheuvel 91

Xcoordinaat 138 925 139 090

Geurbelasting 2,6 0,4

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=c14eaf43-bd7c-4f1c-88a9-5754c73416c4