[20.12848] - Regels bestemmingsplan woningbouwlocaties Reusel
Tekst van het document
REGELS
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
121
122
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan Stedelijk gebied, woningbouwlocaties Molen Akkers en Denestraatse Akkers, Reusel met identificatienummer NL.IMRO.1667.BPRwoon1023ON01 van de gemeente Reusel-De Mierden 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan huis verbonden bedrijf
het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, uitgezonderd detailhandel, zoals weergegeven in de Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven. 1.6
aan huis verbonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, uitgezonderd detailhandel, zoals weergegeven in de Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
123
1.7
achtergevelrooilijn
de denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd, zonder bijbehorende bouwwerken, alsmede het verlengde daarvan. 1.8
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9
bebouwingspercentage
een in de regels dan wel de verbeelding opgenomen getal dat het percentage van een bouw- of bestemmingsvlak aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.10
begane grond
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,50 m. boven peil is gelegen. 1.11
beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.12
bestaande bebouwing
de als zodanig op de verbeelding aangegeven bebouwing, zoals deze bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.13
bestaande situatie
a. bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.14
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.15
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
124
1.16
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak. 1.17
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, veranderen of vernieuwen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.19
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag en met uitsluiting van onderbouw/kelder en zolder. 1.20
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.22
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.23
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24
carport
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen. Als de carport niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 1 gevel. Een carport is bedoeld voor het stallen van voertuigen en dient bereikbaar te zijn vanaf het openbaar gebied (weg).
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
125
1.25
dak
een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, c.q. bouwwerk. 1.26
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden en verhuren, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop en verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen en/of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.27
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.28
dienstverlening
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.29
duplexwoning
een woning die samen met een tweede duplexwoning is opgenomen in één bouwmassa, waarbij die bouwmassa de ruimtelijke verschijningsvorm heeft van één woning. 1.30
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond. 1.31
eindwoning
een woning binnen het bebouwingstype 'gesloten' aan het begin of einde van de reeks woningen en geen (extra) bij de woning horende grond aan de zijkant van de woning heeft. 1.32
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.33
escortbedrijf
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus.
126
1.34
extensief recreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en waarbij het gebruik weinig invloed heeft op de doeleinden binnen de bestemming. 1.35
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.36
gebouw
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37
gesloten bebouwing
bebouwing welke wordt gekenmerkt door aaneengebouwde hoofdgebouwen. 1.38
gestapelde bebouwing
bebouwing bestaande uit zich in één hoofdgebouw boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen en/of bijzondere woonruimten. 1.39
halfopen bebouwing
bebouwing in overwegend halfvrijstaande en/of geschakelde hoofdgebouwen en incidenteel vrijstaande en aaneengebouwde (maximaal 3 aaneen) hoofdgebouwen. 1.40
hoekperceel
een perceel dat is gelegen op de hoek van twee wegen die toegankelijk zijn voor verkeer of op de hoek van een weg die toegankelijk is voor verkeer en openbaar groen. 1.41
hoekwoning
een woning binnen het bebouwingstype 'gesloten' aan het begin of einde van de reeks woningen en (extra) bij de woning horende grond aan de zijkant van de woning heeft. 1.42
hoofdfunctie
een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.43
hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
127
1.44
huishouden
persoon of groep personen die één huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. 1.45
kunstwerk
a. civieltechnisch kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; b. beeldend kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.46
maaiveld
hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de woning of andere gebouwen en bouwwerken. 1.47
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.48
(openbare) nutsvoorziening
een bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje, een verdeelstation, transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening. 1.49
omgevingsvergunning
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.50
onderbouw/kelder
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m. boven het peil is gelegen. 1.51
ondergeschikte activiteit
een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft.
128
1.52
ondergeschikte functie
functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.53
open bebouwing
bebouwing bestaande uit overwegend vrijstaande hoofdgebouwen. 1.54
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.55
patiowoning
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevels van belendende, dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.56
peil
a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld. 1.57
perceel
een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register, de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt. 1.58
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.59
publiekverzorgend ambacht en dienstverlening
een ambachtelijk c.q. dienstverlenend bedrijf dat zijn goederen en diensten rechtstreeks levert aan de consument zoals een goudsmid, schoenmaker en kapper, alsmede commerciële en medische dienstverlening, met dien verstande dat de detailhandelsfunctie ondergeschikt en gerelateerd aan het bedrijf moet zijn.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
129
1.60
raamprostitutie
een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf de openbare weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen (prostitutie). 1.61
ruimte-voor-ruimte woning
woning die in ruil voor de beëindiging van een veehouderij, het inleveren van fosfaatrechten en de sloop van bedrijfsgebouwen op een passende locatie binnen een bebouwingsconcentratie is toegestaan. Het doel van de regeling ruimte voor ruimte is om via de sloop van gebouwen en landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen. 1.62
ruimtelijke kwaliteit
de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 1.63
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.64
statische opslag
opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven zoals (antieke) auto's, boten, caravans, meubels en dergelijke. 1.65
stedenbouwkundig beeld
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n). 1.66
straatmeubilair
verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken voor (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten.
130
1.67
tuin
de gronden van een perceel behorende bij een woning, voorzover gelegen buiten het bouwvlak. 1.68
tussenwoning
een woning binnen het bebouwingstype 'gesloten', waarbij de tussenmuren aan andere woningen grenzen binnen een reeks aaneengebouwde woningen. 1.69
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.70
verblijfsgebied
gedeelte van één of meer bouwwerken op een perceel met dezelfde bestemming, met ten minste één verblijfsruimte bestaande uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen aan elkaar grenzende ruimten anders dan een toilet-, bad-, technische of verkeersruimte. 1.71
verblijfsruimte
ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte, van één of meer bouwwerken op een perceel met dezelfde bestemming, waarin dezelfde kenmerkende activiteiten plaatsvinden. 1.72
voorgevellijn
de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.73
vrijstaande bebouwing
bebouwing waarbij de hoofdgebouwen noch de bijbehorende bouwwerken met een ander hoofdgebouw of ander gebouw verbonden is. 1.74
water en waterhuishoudkundige voorzieningen
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.75
werk
een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
131
1.76
weg
een voor het rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden. 1.77
Wet op de economische delicten
Wet van 22 juni 1950, houdende vaststelling van regelen voor de opsporing, de vervolging en de berechting van economische delicten, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.78
wonen
het bewonen van een zelfstandige woning of als zodanig bestemd gebouw voor zelfstandige woningen. 1.79
woning/wooneenheid
een verblijfsobject dat wordt ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte dat bestemd is voor de huisvesting van één huishouden of een groep van maximaal vijf personen die geen gezamenlijk huishouden vormt. 1.80
Woningwet
wet van 29 augustus 1991, Stb. 439, tot herziening van de Woningwet, zoals deze luidt op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.81
zijstrook
de strook grond gelegen naast het hoofdgebouw, waarvan de breedte wordt bepaald door de afstand tussen de zijdelingse perceelsgrens en de zijgevel van het hoofdgebouw over de volledige diepte van het bouwperceel, behorende bij het hoofdgebouw. 1.82
zolder
ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
132
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Algemeen
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.2
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
de kortste afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel. 2.3
het bebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.6
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn (snijpunt van wandvlak/dakvlak), het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
133
2.10
peil
voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; a. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; b. als in het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil).
2.11
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m. bedraagt.
134
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden; c.
behoud van bestaande (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen;
d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. extensief recreatief medegebruik.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: Bouwhoogte erf- en
max. 2 m
terreinafscheidingen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
-
bouwhoogte max. 3 m; gezamenlijke bebouwingsoppervlakte per perceel max. 30 m2.
3.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeesters en wethouders kunnen via
mits aan de volgende voorwaarden wordt
een omgevingsvergunning afwijken van het
voldaan:
bepaalde in lid 3.2.1 voor: het bouwen van extra agrarische
a.
vanwege een doelmatige agrarische
hulpgebouwen, zoals melkstallen en schuilgelegenheden voor vee met een
het hulpgebouw moet noodzakelijk zijn
b.
bedrijfsvoering;
oppervlakte van max. 20 m² per 1,5 ha en
de in artikel 3.1 aangegeven waarden
een goot- en bouwhoogte van max. 3 m
mogen niet onevenredig worden aangetast.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
135
het bouwen van grotere gebouwen (in casu
a.
het gebouw moet noodzakelijk zijn
het opzetten van tenten) voor een
b.
vanwege een evenement;
evenemententerrein, voor max. 15 dagen per
de in 3.1 aangegeven waarden mogen
evenement (het opbouwen en afbreken van
niet onevenredig worden aangetast.
voorzieningen voor het evenement hieronder begrepen) met een oppervlakte van max. 500 m² en een hoogte van max. 9 m
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor/als: a. standplaats voor kampeermiddelen; b. reclamedoeleinden; c.
racen/crossen met motoren of voertuigen;
d. wedstrijd-/sportterrein; e. opslag van materialen en/of gronden.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1
Werken en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; c.
het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie;
d. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; e. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen;
136
f.
het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, anders dan containervelden, voor zover groter dan 100 m² per perceel.
3.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. al legaal in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning al mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.
3.5.3
Toelaatbaarheid
De in lid 3.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
137
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. statische opslag, ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; b. bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c.
infrastructurele voorzieningen;
d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. tuinen, erven en terreinen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: Situering
uitsluitend binnen het bouwvlak
Bebouwingsoppervlak
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)'
Goothoogte
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'.
Bouwhoogte
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)',
Dakhelling
4.2.2
min. 20° en max. 60°.
Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: Aantal bedrijfswoningen
max. één per bedrijf, tenzij anders aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'
Situering
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'
Niet-inpandige
-
goothoogte: max. 6 m;
bedrijfswoningen
-
bouwhoogte: max. 10 m;
-
dakhelling: van tenminste 65% van de bedrijfswoning min. 35° en max. 60°.
138
4.2.3
Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: Situering
min. 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw
Gezamenlijke
max. 100 m2 per bedrijfswoning
bebouwingsoppervlak Goothoogte
max. 3,2 m
Bouwhoogte
max. 5,5 m
4.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: Situering
zowel binnen als buiten het bouwvlak
Bouwhoogte erf- en
max. 2 m
terreinafscheidingen Bouwhoogte erf- en
max. 1 m
terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel Bouwhoogte lichtmasten
max. 6 m
Bouwhoogte overige
max. 4 m
bouwwerken, geen gebouwen zijnde
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken voor/als: a. bedrijven, anders dan ingevolge het bepaalde in lid 5.1 is toegestaan; b. detailhandel; c.
horeca.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
139
4.3.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – voorwaardelijke verplichting 2' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen, binnen 1 jaar na inwerkingtreding bestemmingsplan, conform de in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing Gildepad 2 weergegeven Inrichtingsschets.
140
Artikel 5 5.1
Bedrijf-Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (openbare) nutsvoorzieningen; b. ontsluitingswegen; c.
terreinen;
d. groenvoorzieningen; e.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: Situering
uitsluitend binnen het bouwvlak
Goothoogte
max. 3,5 m
Bouwhoogte
max. 4 m
5.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: Situering
zowel binnen als buiten het bouwvlak
Bouwhoogte van erf- en
max. 2 m
terreinafscheidingen Bouwhoogte van overige
max. 4 m
bouwwerken, geen gebouwen zijnde
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
141
Artikel 6 6.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, zoals bermen en beplantingen; b. paden; c.
in- en uitritten voor aangrenzende woondoeleinden;
d. straatmeubilair; e. speelvoorzieningen; f.
nutsvoorzieningen;
g. kunstwerken; h. extensief recreatief medegebruik; i.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: Toegestane gebouwen
uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningeni
Nutsvoorzieningen: Gezamenlijk
max. 20 m²
bebouwingsoppervlakte Bouwhoogte
6.2.2
max. 4 m
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: Bouwhoogte van erf- en
max. 1 m
terreinafscheidingen Bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
142
max. 4 m
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor parkeren.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
143
Artikel 7 7.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en rijwielpaden; c.
straatmeubilair;
d. groenvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende bepalingen: Oppervlakte
max. 20 m²
Bouwhoogte
max. 4 m
7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de max. 8 m verkeersgeleiding en wegverlichting Bouwhoogte beeldende kunstwerken
max. 5 m
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde max. 4 m
144
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en bedrijven; c.
voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen, straten en paden, erven en parkeervoorzieningen;
d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', uitsluitend statische opslag en bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2 met uitzondering van geluidzoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen; e. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte', een ruimte-voorruimte woning; f.
ter plaatse van de functieaanduiding 'atelier', een atelier/workshopruimte;
g. groenvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i.
tuinen, erven en terreinen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: Aantal wooneenheden
maximaal bestaand aantal wooneenheden, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een afwijkend aantal is aangegeven.
Bebouwingstypologie
Als een bebouwingstypologie is aangeduid ter plaatse van de aanduiding: -
'specifieke bouwaanduiding - open/halfopen';
-
'specifieke bouwaanduiding - open';
-
'specifieke bouwaanduiding - halfopen';
-
'specifieke bouwaanduiding - gesloten';
-
'specifieke bouwaanduiding - duplex'; zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van de aangeduide bebouwingstypologieën toegestaan
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
145
Situering
ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn', waarbij de voorgevel van het hoofdgebouw op de gevellijn dient te worden gebouwd of ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', binnen het bouwvlak
Bebouwingsoppervlak
indien een bouwvlak aanwezig is, mag het bouwvlak volledig bebouwd worden.
Inhoud
ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' mag de inhoud van de woning maximaal 1.000 m3 bedragen
Erkers, balkons en luifels
de gevellijn of het bouwvlak mag uitsluitend worden overschreden met een erker, balkon of luifel, onder de volgende voorwaarden: a. diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw: max. 1,5 m; b. afstand tot de openbare weg: min. 2 m; c. bouwhoogte: maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; d. breedte: maximaal 50% van de breedte van de voorgevel.
Afstand tot zijdelingse
-
vrijstaande woningen aan beide zijden min. 3 m;
perceelsgrens
-
twee-aaneengebouwde woningen aan één zijde min. 3 m;
-
aaneengebouwde woningen: - tussenwoning: 0 m, - eindwoning: min. 0 m - hoekwoning: aan één zijde min. 3 m
Diepte
max. 12 m, met dien verstande dat: -
bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen een diepte van max. 15 m is toegestaan;
-
bij patiowoningen een diepte van max. 18 m is toegestaan de afstand tussen de achtergevel en van het
-
hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens min. 6 m bedraagt
Breedte
max. 12 m per woning of bestaande breedte.
Goothoogte
max. zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'.
Bouwhoogte
max. zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'
Dakhelling
van tenminste 70% van het hoofdgebouw minimaal 35° en maximaal 60°
146
8.2.2
Bijbehorende bouwwerken (inclusief 1 carport en overkappingen)
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken (inclusief 1 carport en overkappingen) gelden de volgende bepalingen: Situering
-
min. 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
-
bij vrijstaande hoofdgebouwen moet één zijstrook tot aan de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw vrij blijven van bebouwing.
-
indien aanduiding 'bijgebouwen' aanwezig op perceel, uitsluitend binnen de aanduiding 'bijgebouwen'.
Gezamenlijk bebouwings-
-
maximaal 50% van het bouwperceel binnen de bestemming 'Wonen' tot een maximum van 150 m², met
percentage-/oppervlakte
dien verstande dat op bouwpercelen groter dan 1.000 m² -
een maximum van 200 m² is toegestaan. indien een aanduiding 'bijgebouwen' aanwezig is, mogen de gronden ter plaatse van de aanduiding volledig bebouwd worden.
Oppervlakte binnen
Het deel wat binnen de, volgens artikel 8.2.1, toegestane
toegestane diepte
diepte en breedte van het hoofdgebouw valt, wordt niet in
hoofdgebouwen
mindering gebracht op het totaal oppervlakte van toegestane bijhorende bouwwerken, overkappingen en carport.
Goothoogte
max. 3,2 m, tenzij anders aangeduid met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'.
Bouwhoogte
max. 5,5 m, tenzij anders aangeduid met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'.
Carport
-
max. drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen;
-
als de carport niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 1 gevel;
-
max. 1 carport per bouwperceel;
-
uitsluitend achter de voorgevelrooilijn, of max.1 m vóór de voorgevelrooilijn als de voortuin een diepte heeft van min. 3 m;
-
bouwhoogte max. 3,2 m;
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
147
-
oppervlakte max. 30 m², de oppervlakte van de carport wordt in mindering gebracht op de totale bebouwingsoppervlakte.
8.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: Carport en overkappingen
in dit artikel uitgeloten, omdat deze vallen onder artikel 8.2.2.
Bouwhoogte erf- en
max. 2 m
terreinafscheidingen Bouwhoogte erf- en
max. 1 m,
terreinafscheidingen vóór de in afwijking hiervan mag bij de hoekwoning ter plaatse van naar de weg gekeerde gevel de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - duplex' een erfafscheiding van max. 2 meter worden gerealiseerd Bouwhoogte overige
max. 4 m
bouwwerken, geen gebouwen zijnde Zwembaden
8.2.4
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: min. 1 m
Geluidwering
Bij nieuwbouw van woningen gelden de volgende bepalingen a. De volgens de NEN 5007 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de berekende gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van alle relevante geluidbronnen (wegverkeerslawaai en industrielawaai) en 33 dB voor wegverkeerslawaai en 35 dB(A) voor industrielawaai. Voor de geluidbelasting moet uitgegaan worden van het geluidrapport opgenomen in bijlage 18 bij de toelichting. b. De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft een volgens de NEN5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie die maximaal 2 dB lager is dan karakteristiek geluidwering bedoeld in lid a.
148
8.3
Specifieke gebruiksregels
8.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken van gronden voor het stallen van één of meer (sta)caravans, anders dan genoemd in 8.1 onder d.
8.3.2
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – voorwaardelijke verplichting 1' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen, binnen 1 jaar na inwerkingtreding bestemmingsplan, conform de in Bijlage 4 Landschappelijke inpassing Rouwenbogt 1 weergegeven Inrichtingsschets.
8.3.3
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van voldoende waterberging.
8.3.4
Voorwaardelijke verplichting bodem
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 8.1 sublid a ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting bodem' zonder de sanering van de met zink verontreinigde bodem conform een door het bevoegd gezag goedgekeurde BUS-melding.
8.3.5
Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
Binnen de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 2 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven, in hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30 m² per woonperceel; b. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c.
De activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
149
d. Het gebruik is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming en het betreft geen publieksgerichte voorzieningen. e. Het onttrekken van (een deel van) bij desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming is slechts toegestaan, als op het bij het hoofdgebouw behorende erf ten minste één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd. f.
Detailhandel is niet toegestaan.
g. Opslag buiten de gebouwen voor de activiteiten is niet toegelaten.
8.3.6
Atelier/workshopruimte
Ter plaatse van de aanduiding 'atelier' is het toegestaan een atelier/workshopruimte te realiseren, welke wordt gebruikt voor creatieve workshops voor een groep van maximaal 20 personen.
8.3.7
Parkeren
Ten aanzien van het parkeren geldt het bepaalde in artikel 18.1.
8.4
Afwijken van de gebruiksregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.1 voor het realiseren van kleinschalig logeren (o.a. bed & breakfast) als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De logeereenheden dienen een plek te krijgen binnen de bestaande bebouwing. b. Het totaal aantal logeereenheden mag niet meer bedragen dan 5. c.
De totale oppervlakte voor logeereenheden mag niet meer dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte bedragen tot een maximum van 150 m².
d. Er moet sprake zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. e. Omringende agrarische bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt als gevolg van het kleinschalig logeren. f.
150
Er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 18.1.
Artikel 9 9.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en bedrijven; c.
voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen, straten en paden, erven en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' uitsluitend een parkeerterrein en groenvoorzieningen zijn toegestaan;
d. groenvoorzieningen; e. geluidwerende voorzieningen; f.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
g. tuinen, erven en terreinen; h. speelvoorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: Aantal wooneenheden
maximaal bestaand aantal wooneenheden, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' een afwijkend aantal is aangegeven.
Bebouwingstypologie
Als een bebouwingstypologie is aangeduid ter plaatse van de aanduiding: -
'specifieke bouwaanduiding - open/halfopen';
-
'specifieke bouwaanduiding - open';
-
'specifieke bouwaanduiding - halfopen';
-
'specifieke bouwaanduiding - gesloten';
-
'specifieke bouwaanduiding - patio'
-
'gestapeld' zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van de aangeduide bebouwingstypologieën toegestaan
Situering
a. Indien een bouwvlak is opgenomen, dient het hoofdgebouw binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
151
b. de afstand van een hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 meter en niet meer bedragen dan 5 meter; c. in afwijking van het bepaalde onder a. mag het hoofdgebouw van een rijwoning in de voorste perceelsgrens worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mogen geen hoofdgebouwen worden gebouwd. Erkers, balkons en luifels
de voorgevel van het hoofdgebouw mag uitsluitend worden overschreden met een erker, balkon of luifel, onder de volgende voorwaarden: a. diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw: max. 1,5 m; b. afstand tot de openbare weg: min. 2 m; c. bouwhoogte: max. de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; d. breedte: max. 50% van de breedte van de voorgevel.
Afstand tot zijdelingse
-
vrijstaande woningen aan beide zijden min. 3 m;
perceelsgrens
-
twee-aaneengebouwde woningen aan één zijde min. 3 m;
Diepte
-
aaneengebouwde woningen: 0 m
-
patiowoningen: 0 m
max. 12 m, met dien verstande dat: -
bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen een diepte van max. 15 m is toegestaan;
-
bij patiowoningen een diepte van max. 18 m is toegestaan;
-
bij gestapelde woningen het volledige bouwperceel mag worden bebouwd;
-
de afstand tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de achterste perceelsgrens min. 6 m bedraagt.
Breedte
max. 12 m per woning
Goothoogte
max. zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', met dien verstande dat bij een platte afdekking de goothoogte gelijk is aan de aangeduide bouwhoogte.
152
Bouwhoogte
max. zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bouwhoogte' een dakopbouw of tweede bouwlaag voor maximaal 50% van het hoofdgebouw is toegestaan en deze gelegen is aan de straatzijde van de woning.
Dakhelling
a. het hoofdgebouw mag schuin en plat worden afgedekt, met dien verstande dat bij toepassing van een dakhelling tenminste 65% van het hoofdgebouw een dakhelling dient te hebben van min. 35° en max. 60°. b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwhoogte' uitsluitend plat afgedekt te worden
9.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken (inclusief 1 carport en overkappingen) gelden de volgende bepalingen: Situering
-
min. 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw;
-
bij vrijstaande hoofdgebouwen moet één zijstrook tot aan de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw vrij blijven van bebouwing.
-
bij patiowoningen moet achter de achtergevel een oppervlakte van min. 12 m² vrij blijven van bebouwing.
Gezamenlijk
max. 50% van het bouwperceel binnen de bestemming
bebouwingspercentage- /
'Wonen' tot een maximum van 150 m², met dien verstande
oppervlakte
dat op bouwpercelen groter dan 1.000 m² een maximum van 200 m² is toegestaan
Goothoogte
max. 3,2 m
Bouwhoogte
max. 5,5 m
Carport
-
max. drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen;
-
als de carport niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 1 gevel;
-
max. 1 carport per bouwperceel;
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
153
-
uitsluitende achter de voorgevelrooilijn, of max. 1 m vóór de voorgevelrooilijn als de voortuin een diepte heeft van min. 3 m;
-
bouwhoogte max. 3,2 m;
-
oppervlakte van max. 30 m²;
-
de oppervlakte van de carport wordt in mindering gebracht op de totale bebouwingsoppervlakte.
9.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde (inclusief 1 carport en overkappingen)
Voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen gelden de volgende bepalingen: Carport en overkappingen
in dit artikel uitgesloten, omdat deze vallen onder artikel 9.2.2.
Bouwhoogte erf- en
max. 2 m
terreinafscheidingen Bouwhoogte erf- en
max. 1 m
terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel Bouwhoogte geluidwal
ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' min. de hoogte zoals aangegeven in het akoestisch onderzoek opgenomen in Bijlage 16 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai bij de toelichting
Bouwhoogte overige
max. 4 m
bouwwerken, geen gebouwen zijnde Zwembaden
9.2.4
afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: min. 1 m
Geluidwering
Bij nieuwbouw van woningen gelden de volgende bepalingen a. De volgens de NEN 5007 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de berekende gecumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van alle relevante geluidbronnen (wegverkeerslawaai en industrielawaai) en 33 dB voor wegverkeerslawaai en 35 dB(A) voor industrielawaai. Voor de geluidbelasting moet uitgegaan worden van het geluidrapporten opgenomen in bijlagen 16 en 17 bij de toelichting.
154
b. De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft een volgens de NEN5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie die maximaal 2 dB lager is dan karakteristiek geluidwering bedoeld in lid a.
9.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in lid 9.2.1, voor een geringere afstand van het hoofdgebouw tot de voorste perceelsgrens; b. het bepaalde in lid 9.2.1, waarbij de diepte van het hoofdgebouw maximaal 15 meter mag bedragen, met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste perceelsgrens niet minder dan 3 meter mag bedragen, uitgezonderd patiowoningen die tot in de achterste perceelsgrens mogen worden gebouwd; c.
het bepaalde in lid 9.2.1, ten aanzien van de goothoogte van het hoofdgebouw, met dien verstande dat de goothoogte niet meer dan 6,5 meter mag bedragen;
d. het bepaalde in lid 9.2.1, voor een geringere afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens; e. de onder a tot en met d genoemde omgevingsvergunningen voor afwijking kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. een goede woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. een goede waterhuishoudkundige inpassing van nieuwe verharding; 5. de sociale veiligheid en 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken van gronden ten behoeve van het stallen van één of meer (sta)caravans.
9.4.2
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van voldoende waterberging.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
155
9.4.3
Voorwaardelijke verplichting geur
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 9.1 lid a ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting geur' zonder dat de omgevingsvergunning ten behoeve van de pluimveehouderij aan Gildepad 2 te Reusel is ingetrokken en het gebruik van de agrarische bedrijfsactiviteiten dat daardoor was toegestaan, is gestaakt.
9.4.4
Voorwaardelijke verplichting geluid
a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 9.1 sublid a ter plaatse van de aanduiding 'overige zone voorwaardelijke verplichting geluid' zonder ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' een geluidswerende voorziening van minimaal 300 meter lang en 4 meter hoog te is gerealiseerd en in stand wordt gehouden, zodat een goed- woon- en leefklimaat gewaarborgd kan worden.
9.4.5
Voorwaardelijke verplichting bodem
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken voor wonen als bedoeld in lid 9.1 sublid a ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting bodem' zonder de sanering van de verontreinigde bodem direct rond de asbestverdachte varkensschotten bij verwijdering van deze varkensschotten.
9.4.6
Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
Binnen de bestemming 'Woongebied' is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf, zoals opgenomen in bijlage 2 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden beroepen en bedrijven, in hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30 m²; b. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c.
De activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.
d. Het gebruik is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming en het betreft geen publieksgerichte voorzieningen.
156
e. Het onttrekken van (een deel van) bij desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming is slechts toegestaan, als op het bij het hoofdgebouw behorende erf ten minste één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd. f.
Detailhandel is niet toegestaan.
g. Opslag buiten de gebouwen voor de activiteiten is niet toegelaten.
9.4.7
Parkeren
a. Ten aanzien van het parkeren geldt het bepaalde in artikel 18.1; b. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken van locatie 3 Reeneik-Randweg-Oost zonder dat is vastgelegd dat 12 parkeerplaatsen van het parkeerterrein van Sporthuis Reusel gebruikt mogen worden.
9.5
Afwijken van de gebruiksregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.1 voor het realiseren van kleinschalig logeren (o.a. bed & breakfast) als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De logeereenheden dienen een plek te krijgen binnen de bestaande bebouwing. b. Het totaal aantal logeereenheden mag niet meer bedragen dan 5. c.
De totale oppervlakte voor logeereenheden mag niet meer dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte bedragen tot een maximum van 150 m².
d. Er moet sprake zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. e. Omringende agrarische bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt als gevolg van het kleinschalig logeren. f.
Er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 18.1.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
157
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden.
10.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen moet de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en een diepte van meer dan 0,3 m onder maaiveld, een rapport overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het bepaalde onder a is geen rapportage vereist in geval van herbouw op dezelfde locatie. c.
Als uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
d. Als uit het rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de onder b genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. e. Een rapport is niet noodzakelijk als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
158
f.
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld onder a wint zij schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, over een oppervlakte van 100 m² of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden (waaronder begrepen het aanleggen van drainage) dieper dan 0,3 m onder maaiveld; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; c.
het egaliseren van gronden;
d. het verlagen van het waterpeil; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; f.
het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren;
g. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 m onder maaiveld.
10.3.2 Uitzonderingen Het in lid 10.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. al legaal in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning al mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
159
c.
in het kader van archeologisch onderzoek of het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een ter zake deskundige;
d. op de bestaande fundering of binnen een afstand van niet meer dan 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk worden uitgevoerd; e. plaatsvinden binnen een bouwvlak.
10.3.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 10.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, als op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. b. Als uit het rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de onder a genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. c.
Een rapport is niet noodzakelijk als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
d. Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3.1 wint deze schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
160
10.4
Wijzigingsbevoegdheid
a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan zodanig te wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1. naar ligging wordt verschoven; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3. wordt verwijderd; 4. van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes, vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn, aan te passen; 5. voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP
161
Artikel 11 11.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden.
11.2 a.
Bouwregels
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen moet de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en een diepte van meer dan 0,3 m onder maaiveld, een rapport overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.
b. In afwijking van het bepaalde onder a is geen rapportage vereist in geval van herbouw op dezelfde locatie. c.
Als uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.