CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[20.12847] - Toelichting bestemmingsplan woningbouwlocaties Reusel

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stedelijk gebied, woningbouwlocaties Molen Akkers en Denestraatse Akkers, Reusel21.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

84

De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. De geluidbelasting ter hoogte van twee bouwlagen (scenario 1) en drie bouwlagen (scenario 2) is vergelijkbaar. Voor onderzoeksgebied 3 is voor de N269 een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk; 

Het beperken van de rijsnelheid of de verkeersintensiteiten van de N269 zijn onder andere vanuit verkeerskundig oogpunt geen reële maatregelen. Verder is een verplaatsing van de woningen, gezien de overschrijdingen van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting op het gehele plangebied, niet efficiënt;

De N269 beschikt over een referentiewegdek (SMA-NL 11B). Met een stiller wegdektype (zoals dunne deklagen B) kan een reductie van 2 dB behaald worden voor beide appartementencomplexen. De geluidsbelasting op de beoogde woningen zal hiermee niet beneden de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting komen. Het vervangen van de bestaande verharding en de beperkte te behalen reductie wordt niet doelmatig geacht. Tevens ligt er ter hoogte van het plangebied een rotonde. Door het optrekkende en afremmende verkeer treedt groot en snel kwaliteitsverlies op voor geluidsreducerende wegdektypes. De aanleg van een geluidsreducerend wegdek is derhalve vanuit civieltechnisch oogpunt (beheer, onderhoud en duurzaamheid) niet realistisch;

Het plaatsen van een geluidsscherm of -wal kan een effectief middel zijn om het geluid in de woon-omgeving terug te dringen. Afschermende maatregelen zijn echter alleen mogelijk als er voldoende ruimte tussen de bron en de woningen is. Voor onderzoeksgebied 3 kan een geluidswal van minimaal 5,5 meter hoog en 120 meter lang zorgen voor de benodigde reductie van de geluidsbelasting op de gevels van de begane grond en de eerste verdieping van beide appartementencomplexen. De wal dient te worden aangelegd vanaf het begin van de bebouwde kom, ten zuiden van het onderzoeksgebied, tot aan de Molenberg 72. Een deel van de bestaande geluidswal dient hiermee te worden verhoogd. Met een dergelijke geluidswal zal de geluidsbelasting op de gevels van de begane grond en de eerste verdieping gereduceerd worden tot beneden de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Voor een geluidswal van 5,5 dient echter in acht te worden genomen dat vanwege de ligging van de weg, de rotonde en het fietspad de wal een ongewenste verkeerskundige barrière kan vormen.

Indien de bebouwing definitief verhoogd wordt naar maximaal 4 lagen dient mogelijk het akoestisch onderzoek te worden aangepast.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

85

De geluidwerende maatregelen zullen nader worden uitgewerkt. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de appartementen wordt geadviseerd een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels uit te laten voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de geluidwering van de gevels en de indeling van de geluidgevoelige bestemmingen. Er dient een Verzoek Hogere Grenswaarde te worden gedaan. Deze procedure dient gelijktijdig op te lopen met het bestemmingsplan. Ten behoeve van een nieuwe indeling van het deelgebied 'Reeneik - Randweg-Oost heeft Econsultancy uit Swalmen het bovenstaande onderzoek geactualiseerd, rapport: ''Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai onderzoekslocatie 3'' (1 juli 2020, 9027.002), bijgevoegd in bijlage 17. Econsultancy concludeert daarin dat: 

uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor de geluidsgevoelige bestemmingen van onderzoeksgebied 3 de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB wordt overschreden ten gevolge van het wegverkeer op de N269.

op basis van de maatregelenafweging bronmaatregelen voor de N269 niet doelmatig worden geacht. Ook de overdrachtsmaatregelen worden niet als doelmatig beoordeeld. Voor de desbetreffende geluidsgevoelige bestemmingen op onderzoeksgebied 3 dient een acceptabel akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen/appartementen binnen onderzoeksgebied 3 dient een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels uitgevoerd te worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de geluidwering van de gevels en de indeling van de geluidgevoelige bestemmingen. Een acceptabel woon- en leefklimaat kan hiermee worden gegarandeerd.

4.6.2.4 Locatie Rijpershoek - Hulselsedijk Het initiatief ligt buiten de onderzoekszone van wegen zoals N269/Randweg-Oost. Op de wegen en straten in de omgeving van het initiatief is het 30 km/uur-regime van toepassing, hetgeen betekent dat er in het kader van de Wet geluidhinder geen onderzoek hoeft plaats te vinden. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' is het wenselijk toch een akoestisch onderzoek uit te voeren. Om het aspect wegverkeerslawaai inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4 onderzoekslocaties te Reusel" (25 juli 2019, 9027.002), bijgevoegd in bijlage 16.

86

Econsultancy concludeert daarin dat: 

De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt maximaal 44 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden, rekening houdend met bovenstaande indeling, vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan ter plaatse van onderzoeksgebied 4.

4.6.2.5 Locatie Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 Rouwenbogt 1 Het plan voorziet in de oprichting van een nieuwe ruimte-voor-ruimte woning. De nieuwe woning komt ten oosten van de bestaande woning aan de Rouwenbogt 1. Ten westen van de bestaande woning is de N269 gelegen. De nieuwe woning ligt binnen de invloedssfeer van wegverkeerslawaai afkomstig van de N269. Middels een akoestisch onderzoek dient te worden onderzocht wat de geluidsbelasting is op de nieuwe woning. Daaruit volgen eventueel te nemen maatregelen om een goed binnenniveau te krijgen. In het onderzoek zijn ook de omliggende 30 km/uur wegen meegenomen in het kader van de beoordeling van een goed woon-en leefklimaat. Om het aspect wegverkeerslawaai inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd: rapport "Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rouwenbogt 1a te Reusel" (20 februari 2020, 11907.002), bijgevoegd in bijlage 18. Econsultancy concludeert daarin dat: 

de geluidsbelasting op het te realiseren bouwvlak maximaal 52 dB bedraagt voor de westelijk gesitueerde zijde. Alleen ten gevolge van de N269 treden overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt met maximaal 4 dB overschreden op de westelijk gesitueerde toetspunten en met maximaal 2 dB op de zuidelijk gesitueerde toetspunten. De maximaal te ontheffen waarde van 53 dB wordt niet overschreden. Voor de N269 is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk.

Voor het bouwvlak van de woning dient ten gevolge van de overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de N269 een hogere waarde bij het college van B&W van de gemeente Reusel – De Mierden te worden aangevraagd. Het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) dient te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woning is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

87

Gildepad 2 Het plan voorziet niet in de oprichting van een geluidgevoelige functie. Derhalve is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk Industrielawaai Het plangebied ligt voor de locaties 1, 2 en 3 binnen een geluidszone van een sportcomplex. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de hinder van dit complex te berekenen, zie paragraaf 4.2.

4.6.3

Conclusie

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat voor de geluidsgevoelige bestemmingen op de onderzoeksgebieden 1, 2 en 3 de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB wordt overschreden ten gevolge van het verkeer op de N269. Op basis van de maatregelenafweging worden bronmaatregelen voor de N269 niet doelmatig geacht. Voor onderzoeksgebied 1 wordt de overdrachtsmaatregel voor het plaatsen van een geluidswal van 3 meter hoog wel doelmatig en efficiënt geacht. De overdrachtsmaatregelen met betrekking tot onderzoeksgebied 2 en 3 daarentegen worden niet als doelmatig beoordeeld. Voor de desbetreffende geluidsgevoelige bestemmingen op onderzoeksgebied 2 en 3 dient een acceptabel akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen/appartementen op onderzoeksgebied 2 en 3 wordt geadviseerd een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels uit te laten voeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de geluidwering van de gevels en de indeling van de geluidgevoelige bestemmingen. Er dient een Verzoek Hogere Grenswaarde te worden gedaan. Deze procedure dient gelijktijdig op te lopen met het bestemmingsplan. Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan.

88

4.7

Luchtkwaliteit

4.7.1

Inleiding

Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.7.2

Analyse

Effecten plan op luchtkwaliteit In de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" zijn categorieën van gevallen genoemd die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Zo is een project met maximaal 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg één van de genoemde gevallen. Onderhavig plan omvat 91 woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Goed woon- en leefklimaat In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende criteria van toepassing: 

40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2;

40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10;

25 µg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5;

35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM10.

Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving. In het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool ingevoerd.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

89

Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op deze locatie in de jaren 2012, 2015 en 2020 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM10 en NO2 wordt voldaan. Uit de monitoringstool volgt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

4.7.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.8

Archeologie

4.8.1

Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.

4.8.2

Analyse

4.8.2.1 Locatie Molenberg Het deelgebied ligt deels in een zone met een middelhoge/hoge archeologische verwachtingswaarde. Er geldt een vrijstelling voor onderzoek bij bodemingrepen tot 30 cm onder maaiveld over een oppervlakte van minder dan 500 m². Het initiatief overschrijdt deze grenzen. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve noodzakelijk. Om het aspect archeologie inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een archeologisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Molenberg 75 te Reusel" (3 juli 2019, 9027.004), bijgevoegd in bijlage 19. Econsultancy concludeert daarin dat: 

de aangetroffen bodemopbouw in het plangebied is grotendeels verstoord als gevolg van ontgrondingen. Alleen in de noordwesthoek van het plangebied (bij boring 8) is de bodemopbouw van dien aard dat er nog archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. Dit deel van het plangebied is echter dermate klein dat het de vraag is of het hier zinvol is om vervolgonderzoek uit te voeren.

90

Deze hoek van het terrein sluit aan op het proefsleuvenonderzoek dat in 2006 is uitgevoerd, sleuven 6, 7 en 8. De sporen uit de Prehistorie lijken zich voornamelijk in het zuidelijke gedeelte van de putten 6, 7 en 8 te bevinden. Voor dit gedeelte werd vervolgonderzoek geadviseerd. De middeleeuwse en latere sporen bevinden zich in het hele gebied rond de putten 6, 7 en 8. Deze sporen zijn minder goed bewaard gebleven dan die uit de Prehistorie, maar ook hier is toen vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek heeft echter niet plaats gevonden. 

Op basis van de waargenomen bodemverstoringen in het grootste deel van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden grotendeels niet meer in situ worden verwacht. Alleen in de noordwesthoek van het plangebied is daar nog kans op maar dit deel is dermate klein, omringd door verstoorde gebieden, dat de eventuele archeologische informatiewaarde van dit deel laag wordt geacht.

de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, door het booronderzoek is bijgesteld naar laag voor alle perioden.

Econsultancy adviseert om in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren en het in zijn geheel vrij te geven voor verdere ontwikkeling.

4.8.2.2 Locatie Reeneik - Denestraat Het plangebied ligt in een zone met een middelhoge/hoge archeologische verwachtingswaarde. Er heeft reeds een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden op deze locatie. Er zijn geen behoudenswaardige vondsten gedaan. Het nogmaals uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. De gronden zijn vrijgegeven voor de ontwikkeling.

4.8.2.3 Locatie Reeneik - Randweg-Oost Het plangebied ligt in een zone met een middelhoge/hoge archeologische verwachtingswaarde. Er geldt een vrijstelling voor onderzoek bij bodemingrepen tot 50 cm onder maaiveld over een oppervlakte van minder dan 500 m². Het initiatief overschrijdt deze grenzen. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve noodzakelijk. Om het aspect archeologie inzichtelijk te maken heeft Econsultancy uit Swalmen een archeologisch onderzoek uitgevoerd: rapport "Archeologisch onderzoek RandwegOost/Reeneik (locatie 3) te Reusel" (3 juli 2019, 9038.004), bijgevoegd in bijlage 20.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

91

Econsultancy concludeert daarin dat: 

de aangetroffen bodemopbouw in het gehele plangebied is verstoord, grotendeels tot in de top van de Formatie van Sterksel, deels tot in het dekzand (Formatie van Boxtel). Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek geheel bijgesteld naar laag voor alle perioden.

Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven.

4.8.2.4 Locatie Rijpershoek - Hulselsedijk Het plangebied ligt deels in een zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Er geldt een vrijstelling voor onderzoek bij bodemingrepen tot 30 cm onder maaiveld over een oppervlakte van minder dan 250 m². Het initiatief overschrijdt deze grenzen. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is derhalve noodzakelijk. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Bij gebieden met meerdere verwachtingen geldt de hoogste verwachting voor het gehele plangebied. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 250 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld er vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Vanwege de verwachting van het plangebied en de onderzoeken die in de buurt zijn uitgevoerd heeft er overleg plaats gevonden met de adviseur van de bevoegde overheid over de te volgen strategie voor het plangebied. Aangegeven is dat er een proefsleuvenonderzoek binnen het plangebied uitgevoerd dient te worden.

Voor dat proefsleuvenonderzoek dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld, deze is bijgevoegd als bijlage 21. Op dit moment kan er nog geen proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd. Daarom zijn binnen het plangebied de vigerende dubbelbestemmingen 'Waarde - archeologie 3' en 'Waarde - archeologie 4.1' opnieuw opgenomen.

92

4.8.2.5 Locatie Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 Rouwenbogt 1 Volgens de archeologische waardenkaart is het plangebied gedeeltelijk gelegen binnen een gebied met archeologische verwachtingswaarde, categorie 3, 4, 6 en 7. Binnen het plangebied wordt een gebouw gesloopt, wijzigt de functie van de twee andere gebouwen en wordt een nieuwe woning opgericht. Ten behoeven van de oprichting van de woning zullen grondwerkzaamheden plaatsvinden. De nieuwe woning is gelegen ter plaatse van categorie 7 'gebied zonder archeologische verwachting’. Voor de gewenste situatie aan de Rouwenbogt 1 is op basis van het voorgaande geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Gildepad 2 De gewenste situatie aan het Gildepad 2 betreft een functiewijziging van de bestaande gebouwen. Derhalve is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

4.8.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor de locaties 1, 2, 3 en 5. Voor locatie 4 is nog niet bekend of dit een planologische belemmering voor het plan vormt, hiervoor dient eerst het proefsleuven onderzoek te worden uitgevoerd.

4.9

Cultuurhistorie

4.9.1

Inleiding

Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.9.2

Analyse

In vier van de vijf deelgebieden zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig, zoals op onderstaande uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is weergegeven. Enkel voor het deelgebied Rouwenbogt 1 - Gildepad 2 geldt dat het gelegen is in het archeologisch landschap ''Kempen''.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

93

UITSNEDE CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART

Rouwenbogt 1 Onderhavig initiatief betreft de sloop van een gebouw, functiewijziging van twee andere gebouwen en het oprichten van een nieuwe woning. Aangezien het plangebied is gelegen in een bestaande bebouwingsconcentratie (lintbebouwing aan de Rouwenbogt) heeft het initiatief geen invloed op het archeologisch landschap. Gildepad 2 De gewenste situatie aan het Gildepad 2 betreft een functiewijziging van de bestaande gebouwen. Dit heeft geen invloed op het archeologisch landschap.

4.9.3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.

4.10

Natuurwaarden

4.10.1 Inleiding Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: 

gebiedsbescherming;

soortenbescherming;

bescherming van houtopstanden.

94

4.10.2 Analyse

4.10.2.1

Locatie Molenberg

Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen door de sloop van de bebouwing/kappen van bomen/rooien van beplanting verblijfplaatsen/foerageergebieden/vliegroutes van vogels en vleermuizen verstoord worden. Tevens kunnen beschermde natuurgebieden worden verstoord. Middels een quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. De beoordeling van het plan ten aanzien van de soortenbescherming is uitgevoerd door Econsultancy uit Swalmen: rapport 'Quickscan Flora en Fauna Molenberg 75 (locatie 1) te Reusel' (3 mei 2019, nr. 9027.005). Het onderzoeksrapport is als bijlage 22 bijgevoegd. In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: 

op basis van onderhavige quickscan flora en fauna dient voor uitvoering van de plannen middels aanvullend veldonderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de functie van de onderzoekslocatie voor de kerkuil en kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn);

voor wat betreft de Alpenwatersalamander wordt aangeraden om te werken volgens een goedgekeurde gedragscode;

ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te voeren. Het wordt geadviseerd om materiaalopslag buiten het broedseizoen te verwijderen;

voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde.

Naar aanleiding van bovenstaand onderzoek heeft Econsultancy uit Swalmen een aanvullend onderzoek voor deze locatie uitgevoerd: rapport 'Aanvullend ecologisch onderzoek Molenberg 75 (locatie 1) te Reusel (11 oktober 2019, nr. 9027.008). Het onderzoeksrapport is als bijlage 23 bijgevoegd. In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: 

Om de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaatsen van de kerkuil en bunzing te garanderen dienen maatregelen genomen te worden.

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

95

De te nemen maatregelen ten aanzien van de bunzing en de kerkuil worden opgenomen in een activiteitenplan dat ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, middels een ontheffingsaanvraag; 

Om de functionaliteit van de vliegroute van vleermuizen te garanderen dienen maatregelen genomen te worden. De mitigerende maatregelen ten aanzien van de vliegroute worden in een ecologisch werkprotocol opgenomen. Als het behoud van de functionaliteit van de vliegroute niet kan worden gegarandeerd, is ook ten aanzien van vleermuizen een activiteitenplan en ontheffingsaanvraag bij de provincie NoordBrabant noodzakelijk;

Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan worden uitgesloten dat de onderzoekslocatie een functie heeft als vaste rust- en verblijfplaats van de steenmarter en Alpenwatersalamander.

Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. De noodzakelijke ontheffingen zijn aangevraagd.

4.10.2.2

Locatie Reeneik - Denestraat

Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen door de sloop van de bebouwing/kappen van bomen/rooien van beplanting verblijfplaatsen/foerageergebieden/vliegroutes van vogels en vleermuizen verstoord worden. Tevens kunnen beschermde natuurgebieden worden verstoord. Middels een quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. De beoordeling van het plan ten aanzien van de soortenbescherming is uitgevoerd door Econsultancy uit Swalmen: rapport 'Quickscan Flora en Fauna Randweg-Oost/Reeneik (locatie 2) te Reusel' (3 mei 2019, nr. 9037.005). Het onderzoeksrapport is als bijlage 24 bijgevoegd. In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: 

op basis van onderhavige quickscan flora en fauna dient, indien de laurierhaag wordt aangetast, middels aanvullend veldonderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de functie van de haag voor huismussen;

indien de nieuwe woningen op minder dan een meter afstand van de kopgevel van de woning aan de Reeneik 46 worden gebouwd, is daarnaast nader onderzoek nodig naar vleermuizen en gierzwaluwen;

96

ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te voeren. Het wordt geadviseerd snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen;

voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde.

Omdat de laurierhaag niet wordt aangetast en de nieuwe woningen op voldoende afstand van de woning aan de Reeneik 46 worden gebouwd is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is.

4.10.2.3

Locatie Reeneik - Randweg-Oost

Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen door de sloop van de bebouwing/kappen van bomen/rooien van beplanting verblijfplaatsen/foerageergebieden/vliegroutes van vogels en vleermuizen verstoord worden. Tevens kunnen beschermde natuurgebieden worden verstoord. Middels een quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling. De beoordeling van het plan ten aanzien van de soortenbescherming is uitgevoerd door Econsultancy uit Swalmen: rapport 'Quickscan Flora en Fauna Randweg-Oost/Reeneik (locatie 3) te Reusel' (3 mei 2019, nr. 9038.005). Het onderzoeksrapport is als bijlage 25 bijgevoegd. In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: 

op basis van onderhavige quickscan flora en fauna dient voor uitvoering van de plannen middels aanvullend veldonderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de functie van de onderzoekslocatie voor marterachtigen (steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn);

ten aanzien van algemene broedvogels kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te voeren. Het wordt geadviseerd snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen;

BESTEMMINGSPLAN STEDELIJK GEBIED, WONINGBOUWLOCATIES MOLEN AKKERS EN DENESTRAATSE AKKERS, REUSEL | ONTWERP

97

voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde.

Naar aanleiding van bovenstaand onderzoek heeft Econsultancy uit Swalmen een aanvullend onderzoek voor deze locatie uitgevoerd: rapport 'Aanvullend ecologisch onderzoek Randweg Oost / Reeneik (locatie 3) te Reusel (16 oktober 2019, nr. 9027.008). Het onderzoeksrapport is als bijlage 26 bijgevoegd. In het onderzoeksrapport doet Econsultancy de volgende aanbevelingen om te voldoen aan de Wet natuurbescherming: 

Door de voorgenomen werkzaamheden gaan potentiele rust- en verblijfplaatsen van de wezel verloren. Om de functionaliteit van de rust- en verblijfplaatsen van de wezel te garanderen dienen maatregelen genomen te worden. De te nemen maatregelen ten aanzien van de wezel worden opgenomen in een activiteitenplan dat ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, middels een ontheffingsaanvraag;

Gedurende de werkzaamheden dient daarnaast te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen. Eventueel ten tijde van de werkzaamheden op de onderzoekslocatie aanwezige dieren dienen de mogelijkheid te krijgen om weg te komen. Het verwijderen van de materialen als stenenstapels, takkenhopen en bladeren dient buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Daarnaast moet voor algemene broedvogels rekening gehouden worden met het broedseizoen.

Tot slot wordt opgemerkt dat de zorgplicht als genoemd in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming te allen tijde van toepassing is. De noodzakelijke ontheffingen zijn aangevraagd.

4.10.2.4

Locatie Rijpershoek - Hulselsedijk

Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen door de sloop van de bebouwing/kappen van bomen/rooien van beplanting verblijfplaatsen/foerageergebieden/vliegroutes van vogels en vleermuizen verstoord worden. Tevens kunnen beschermde natuurgebieden worden verstoord. Middels een quickscan natuurwaarden dient te worden onderzocht of er een belemmering is voor voorliggende ontwikkeling.

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=fffa690e-5ae4-40a0-afde-8796a774080d