[20.06337] Bijllage 4. RIN d.d. 20 april 2020
Tekst van het document
Informatienota Registratie nr. : Datum nota :
28 april 2020
Opsteller :
Màdy Verkooijen
Afdeling :
Ontwikkeling en Dienstverlening de heer P.J.M. van de Noort wethouder
Portefeuillehouder :
Onderwerp Overzicht van in 2020 en 2021 te nemen bestuurlijke besluiten vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Kennis nemen van de in 2020 en 2021 door zowel het college als de raad te nemen bestuurlijke besluiten vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Inleiding Op dit moment lopen de voorbereidingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De inwerkingtreding hiervan was voorzien op 1 januari 2021. Via onze raadsinformatienota van 7 april 2020 hebben wij u geïnformeerd over het uitstel hiervan. Zoals het er nu naar uitziet, wordt de nieuwe datum van de inwerkingtreding medio mei bekend. De invoering van de Omgevingswet bestaat uit een breed scala van voorbereidingen. Ondanks het uitstel lopen de voorbereidingen gewoon door, zeker omdat nog geen nieuwe datum bekend is. Wij vinden het van belang om de noodzakelijke besluitvorming op diverse onderwerpen in de komende twee jaar nu al onder uw aandacht te brengen. De VNG heeft een overzicht 'Minimale acties Omgevingswet' opgesteld (bijlage 1). Dit overzicht biedt een handreiking voor gemeenten om tijdig voorbereid te zijn op de Omgevingswet. De onderwerpen die zijn opgenomen liggen in lijn met onze aanpak en planning. Wij gaan uit van een consoliderende aanpak, waarbij ook het huidige niveau van dienstverlening tenminste wordt gehandhaafd. In deze notitie informeren wij u over de diverse onderwerpen waarover in 2020 en 2021 bestuurlijke besluiten moeten worden genomen, met daarbij een korte toelichting. De te nemen besluiten hangen allemaal samen met het goed laten functioneren van het nieuwe wettelijke instrumentarium en het thema participatie.
Wij vinden het daarom belangrijk om de te nemen besluiten daar waar mogelijk zoveel als mogelijk gebundeld aan te bieden. Voor de overzichtelijkheid hebben we in bijlage 2 een tabel opgenomen met daarin een chronologisch overzicht van de te nemen besluiten en door wie en wanneer. De toelichting op de besluitvorming leest u hieronder bij de kernboodschap. Kernboodschap
Projectplan implementatie Omgevingswet 1. Vaststellen projectplan implementatie Omgevingswet binnen de gemeente Reusel-De Mierden De gemeente Reusel-De Mierden is al in 2016 begonnen met het proces van implementatie van de Omgevingswet. De Omgevingswet is namelijk niet alleen een integratie van 26 sectorale wetten, maar is ook een cultuuromslag. Nu we dichter bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen, is het wenselijk om op een meer projectmatige basis invulling te geven aan de implementatie. Hiervoor willen we een stuurgroep (bestuurlijk opdrachtgever), projectteam (ambtelijk opdrachtgever) en enkele deelprojectteams in het leven roepen. Besluitvorming door: burgemeester en wethouders. Periode besluitvorming: 2e kwartaal 2020. 20.06337
*20.06337*
1
Omgevingsvisie 2. Vaststellen Omgevingsvisie U heeft op 22 mei 2018 de ‘Omgevingsvisie Reusel-De Mierden’ vastgesteld. Hiermee is een eerste aanzet voor een meer integrale visie voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente ReuselDe Mierden gemaakt. De huidige visie is echter geen eindproduct. De visie moet de komende jaren nog verder groeien door hierin bijvoorbeeld ook het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan en het Gemeentelijk Verbreed Rioleringsplan te integreren. Uitgangspunt voor het verder uitbouwen van de omgevingsvisie is in ieder geval het behouden van wat goed is en dit uitbouwen en versterken tot een integrale omgevingsvisie. Belangrijk verschil met de werkwijze tot nu is dat het integraal van karakter is en er een duidelijke splitsing met uitvoeringsaspecten plaatsvindt. De Omgevingswet stelt als voorwaarde dat een visie binnen een redelijke termijn uitvoerbaar moet zijn. Er wordt daarom niet gekozen voor een “stip op de horizon”. Het streven is om de visie duidelijk richtinggevend te laten zijn voor keuzes die gemaakt worden op onderdelen. Het benoemen van concrete doelen en het op hoofdlijnen aangeven hoe die doelen behaald worden is belangrijk. Via het hiervoor genoemde projectplan implementatie Omgevingswet binnen de gemeente Reusel-De Mierden wordt een deelprojectgroep Omgevingsvisie ingesteld.
Die gaat zich bezighouden met de vragen hoe en wanneer we de Omgevingsvisie door laten groeien. Afhankelijk hiervan ontwikkelt de deelprojectgroep in samenspraak met uw raad hier verdere voorstellen voor. We verwachten hier begin 2021 meer zicht op te hebben. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: nog niet bekend. Kan na inwerkingtreding Omgevingswet.
Omgevingsplan 3. Vaststellen actualisatie bestemmingsplannen voor het buitengebied Voorzien is een overgangstermijn van acht jaar (tot 20291) na inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarbinnen de gemeente de huidige bestemmings- en wijzigingsplannen vervangen moet hebben door één omgevingsplan. Met het bestemmingsplan “Stedelijk gebied 2018” beschikt onze gemeente over een actueel bestemmingsplan voor de vier kernen. Met dit bestemmingsplan hebben we enigszins vooruitgelopen op de Omgevingswet door uit te gaan van meer flexibiliteit en ook van dynamische verwijzingen. Ook werken we nu aan een actueel bestemmingsplan voor het buitengebied. Hierbij hebben we gekozen voor een zogeheten “plus-variant”, waarin we zoveel als mogelijk instrumenten van de Crisis- en herstelwet en ook al mogelijkheden uit de Omgevingswet toepassen. Hiermee hebben we ruimte gecreëerd om hierna zonder tijdsdruk een omgevingsplan overeenkomstig de Omgevingswet op te stellen. Zodra ook het bestemmingsplan voor het buitengebied is vastgesteld (3e kwartaal 2021) ligt het voor de hand om te starten met het omgevingsplan. Fasering ligt voor de hand: in één keer een grondgebied dekkend omgevingsplan maken lijkt een onmogelijke opgave.
Fasering kan tweeledig: per gebied (kernen, woongebieden, bedrijventerreinen, buitengebied) en per thema (ruimtelijke regelingen, ruimtelijke verordeningen, overige verordeningen). Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: 3e kwartaal 2021.
1 Deze datum is nog gebaseerd op de datum van 1 januari 2021 als inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op 1 april 2020 is
dit uitgesteld. Het is nog niet bekend of dit uitstel ook gevolgen heeft voor de overgangstermijn. 20.06337
*20.06337*
2
4. Vaststellen postzegel- en veegplannen en wijzigingsplannen Naast de actualisatie van de bestemmingsplannen voor het buitengebied werken we op dit moment ook nog aan enkele postzegel- en veegplannen. Dit jaar en ook volgend jaar leggen we in ieder geval nog de volgende bestemmingsplannen voor de vaststelling ervan aan uw raad voor: Stedelijk gebied, veegplan 2019 (geplande vaststelling 3e kwartaal 2020); Buitengebied, Hooge Mierdseweg 2b, Reusel (geplande vaststelling 3 e/4e kwartaal 2020); Buitengebied, ’t Holland 7-7a, Reusel (geplande vaststelling 3e/4e kwartaal 2020); Buitengebied, Neterselsedijk 34a/36, Lage Mierde (geplande vaststelling 3 e/4e kwartaal 2020); Buitengebied, Turnhoutseweg 46, Reusel (geplande vaststelling 3e/4e kwartaal 2020); Stedelijk gebied, Wilhelminalaan 71a-75, Reusel (geplande vaststelling 3e/4e kwartaal 2020);Buitengebied 2009, herziening Kuilenrode 8, Hooge Mierde (geplande vaststelling 4 e kwartaal); Buitengebied, De Baan 4-6, Hooge Mierde (geplande vaststelling 4e kwartaal 2020 of 1e kwartaal 2021); Buitengebied, De Luther 27,Hooge Mierde (geplande vaststelling 2e kwartaal 2020); Buitengebied, ’t Hof 4 Reusel; Lage Mierdsedijk 2 – Mierdseweg 2019; Stedelijk gebied, woningbouwlocaties Molen Akkers en Denestraatse Akkers; Stedelijk gebied, Kruisstraat 59 Reusel; Stedelijk gebied, Lindenhof Lage Mierde.
Ook besluiten wij dit jaar nog over de vaststelling van het volgende wijzigingsplan: Buitengebied, Schepersweijer 1, Reusel (geplande vaststelling 2e kwartaal 2020 (wijzigingsplan). Besluitvorming postzegel- en veegplannen door: gemeenteraad. Besluitvorming wijzigingsplan door: burgemeester en wethouders. Periode besluitvorming: doorlopend tot en met inwerkingtreding Omgevingswet. 5. Besluitvorming over omgang met regels uit de bruidsschat Zo’n 600 Rijksregels worden bij in werking treden van de wet overgedragen aan gemeenten. Gemeenten kunnen vervolgens zelf bepalen wat ze met deze regels willen doen. Er wordt daarbij kritisch gekeken of elke regel kan worden overgenomen, al dan niet na aanpassing, of geschrapt kan worden. Het betreft hier vooral huidige rijksregels op milieugebied. De ODZOB bereidt een voorstel voor. Daarna wordt ambtelijk de bruidsschat bestudeerd en wordt per regel het effect voor onze gemeente beoordeeld. De conclusies van dit onderzoek leggen we met een nader advies voor aan de raad. De besluiten van de raad over de regels van de bruidsschat kunnen na datum in werking treden juridisch geïntegreerd worden in het omgevingsplan. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: nog niet bekend. 6.
Besluitvorming over integratie regels fysieke leefomgeving vanuit verordeningen In 2015 heeft een eerste inventarisatie van het gemeentelijk beleid plaatsgevonden. In 2017 en 2019 is deze geactualiseerd. In 2020 willen we tot een afronding van de beleidsinventarisatie komen. Het gaat hierbij om: Inventariseren gemeentelijke verordeningen (deels) in het omgevingsplan moeten / kunnen (artikel 2.7 Omgevingswet); Inventariseren welke regels uit deze verordeningen toezien op de fysieke leefomgeving (niet op de openbare orde); Opschonen bestaande regels door ze per functie en / of activiteit te harmoniseren en integreren; 20.06337
*20.06337*
3
-
Voorstellen doen voor het verbeteren van de huidige regels in lijn met het gedachtegoed achter de Omgevingswet: dereguleren, meer algemene regels / meldingen, minder vergunningplichten, inzichtelijkheid; Mogelijkheid inzichtelijk maken of er een werkingsgebied aan te koppelen is; Samenvoegen voorstellen tot één actuele verordening met regels over de fysieke leefomgeving; Voorstellen doen over wat te doen met de overgebleven regels uit de diverse verordeningen.
We gaan nog bezien of we op basis van de beleidsinventarisatie overgaan tot het door uw raad laten vaststellen van een Omgevingsverordening. Besluitvorming door: burgemeester en wethouders of gemeenteraad. Periode besluitvorming: nog niet bekend. 7. Besluitvorming over de beoogde opbouw en inhoud van een omgevingsplan Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen we bestemmingsplannen in procedure brengen. Na die datum wordt dit een wijziging van het omgevingsplan, welke bestaat uit een volledig andere opbouw en inhoud. Er gaan zich ook de komende tijd nog initiatieven aandienen die niet passen in het bestemmingsplan en waarvoor een bestemmingsplanherziening nodig is. Belangrijk is in dat geval dat bij de planning wordt geanticipeerd op de nieuwe datum van inwerkingtreding. Als verwacht wordt dat een herziening van het bestemmingsplan niet meer voor die datum als ontwerp ter inzage kan worden gelegd, moet uitgegaan worden van het opstellen van een wijziging omgevingsplan. Het is daarom wenselijk, zo niet noodzakelijk dat we voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet weten hoe de opbouw en inhoud van een omgevingsplan eruit ziet. We maken daarbij gebruik van praktijkervaringen elders in het land en informatie van de VNG.
We stellen uw raad voor om onder meer de inhoudsopgave van het omgevingsplan en de uitgangspunten voor het formuleren van regels vast te stellen, zodat duidelijkheid wordt geboden voor nieuwe projecten. Bij het opstellen van het bestemmingsplan+ voor het buitengebied houden we hier ook al zoveel als mogelijk rekening mee. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: nog niet bekend. 8. Besluitvorming over de aanpak van het grondgebied dekkend omgevingsplan in de transitieperiode tot 20292 Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt de gemeente van rechtswege over een tijdelijk omgevingsplan, bestaande uit alle huidige bestemmingsplannen en de bruidsschat (waaronder het ruimtelijke kwaliteits-/welstandsbeleid en de erfgoedverordening aangaande monumenten en cultuurhistorie) en enkele verordeningen. Het gaat om de volgende ruimtelijke regels en verordeningen: -
bestemmingsplannen (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet); wijzigingsplannen (Wet ruimtelijke ordening); uitwerkingsplannen (Wet ruimtelijke ordening); beheersverordeningen3 (Wet ruimtelijke ordening); inpassingsplannen4 (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet); exploitatieplannen (Wet ruimtelijke ordening); voorbereidingsbesluiten inclusief tracébesluiten die als voorbereidingsbesluit gelden 5 (Wet ruimtelijke ordening); archeologieverordeningen (artikel 38, eerste lid van de Monumentenwet 1988); geurverordening (Wet geurhinder en veehouderij); verordeningen afvoer regen- en grondwater (Wet milieubeheer).
2 Deze datum is nog gebaseerd op de datum van 1 januari 2021 als inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op 1 april 2020 is
dit uitgesteld. Het is nog niet bekend of dit uitstel ook gevolgen heeft voor de overgangstermijn. 3 Zijn er geen binnen de gemeente Reusel-De Mierden. 4 5
Zijn er geen binnen de gemeente Reusel-De Mierden. Zijn er op dit moment geen binnen de gemeente Reusel-De Mierden.
20.06337
*20.06337*
4
Gemeenten krijgen de tijd om tot 2029 het tijdelijke omgevingsplan om te bouwen tot één grondgebied dekkend omgevingsplan dat volledig aan de eisen van de wet voldoet. Dit vraagt een strategie, vaststellen van ambities en inzet voor de komende jaren. Op basis van de ervaringen die we gaande weg opdoen vragen we u te zijner tijd een besluit te nemen over de aanpak van het grondgebied dekkend omgevingsplan. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: nog niet bekend.
Programma’s 9. Besluit over uitgangspunten en aanpak kerninstrument Programma’s Het begrip 'programma' kan spraakverwarring oproepen. Daarom is het belangrijk te weten wat de basiselementen van het instrument Programma zijn. Het instrument Programma is, evenals de omgevingsvisie, een beleidsdocument. Het Programma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen om de ambities en opgaven die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie nader uit te werken in beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving. Vergelijkbaar met enkele van onze huidige uitvoerings- c.q. gebiedsprogramma’s. Vooralsnog achten wij het kerninstrument Programma’s in onze situatie minder urgent. Als de wens zich voordoet doen we daar nader onderzoek naar en gaan we na hoe dit zich verhoudt tot onze huidige manier van werken. Belangrijk hierbij is dat uw raad beslist of een programma noodzakelijk is. Over de inhoud ervan beslist het college van burgemeester en wethouders. Voorlopig leidt dit onderdeel dus niet tot nadere actie. 10. Besluit: nemen over het verplichte programma Luchtkwaliteit In het Besluit kwaliteit leefomgeving is een omgevingsnorm voor luchtkwaliteit opgenomen. Gemeenten waar deze norm wordt overschreden, moeten bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een vastgesteld programma luchtkwaliteit hebben.
Het verplichte programma luchtkwaliteit geldt voor gemeenten waar verkeer en veehouderij gerelateerde overschrijdingen plaatsvinden. Dit geldt onder meer voor onze gemeente. Voor de locatie waar het programma luchtkwaliteit voor moet worden vastgesteld loopt momenteel een procedure tot intrekking van de omgevingsvergunning milieu. Het ontwerpbesluit hiervoor lag tot en met 20 april 2020 ter inzage. Er zijn zienswijzen kenbaar gemaakt. Deze zijn nu in behandeling. Als uiteindelijk het intrekkingsbesluit genomen kan worden, is het opstellen van het programma luchtkwaliteit niet meer nodig. In dat geval leidt dit onderdeel niet tot nadere actie.
20.06337
*20.06337*
5
Omgevingsvergunning
Deze infographic is afkomstig van de gemeente Eindhoven en gaat nog uit van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021. De infographic is puur illustratief bedoeld om de onderlinge samenhang in beeld te brengen.
11. Aanpassen legesmodel (inclusief verordening) op de wijzigingen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet De Omgevingswet heeft invloed op de mogelijkheden om leges te heffen voor de diensten die verricht worden. Het legesmodel moet worden aangepast op de situatie ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De aanpassingen bestaan uit: wettelijke wijzigingen vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet (bijvoorbeeld splitsing technische en ruimtelijke toets en de mogelijkheid van leges op milieuvergunningen, vervallen van technische toets op kleine bouwwerken, wijzigingen in verwachte kostenstructuur etc.); Deze moeten sowieso verwerkt worden. lokale inrichtingskeuzes ten aanzien van vergunningplichtige (en dus legesplichtige) activiteiten (heffen van milieuleges, verschuiven van vergunningplicht naar lichtere vormen, etc.). Naar verwachting stellen wij pas na de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanpassingen van het lokale regelkader voor, in lijn met het uitgangspunt om consoliderend over te gaan. De Legesverordening 2021 leggen we volgens het reguliere proces en planning in december ter vaststelling voor aan uw raad. We weten nog geen nieuwe datum dat de Omgevingswet in werking treedt. Dit kan zijn 1 januari 2022, maar misschien ook in de loop van 2021.
Dat betekent dat we u buiten het reguliere proces voor de vaststelling van de Legesverordening 2022 gaan vragen om een besluit te nemen over een aantal relevante uitgangspunten. Zoals het er nu naar uitziet, wordt de nieuwe datum van de inwerkingtreding medio mei bekend. Afhankelijk van de nieuwe datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, proberen we de financiële effecten zo ver mogelijk in beeld te brengen, aangezien de effecten op de leges misschien al in de loop van 2021 ingaan. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: medio 2021.
20.06337
*20.06337*
6
12. Op welke buitenplanse activiteiten wenst de raad adviesrecht bij vergunningverlening Het gaat hier om ‘buitenplanse omgevingsvergunningen voor een omgevingsplan activiteit’, oftewel de omgevingsvergunningen waarvoor nu de uitgebreide procedure gevoerd moet worden. Voorheen kenden we deze procedure als ‘projectbesluit’ of nog langer geleden als ‘artikel-19-procedure’. Het zijn de vergunningen waarmee ons college kan afwijken van een bestemmingsplan waarvoor de bevoegdheid niet in dat plan zelf staat, maar in de wet. Een belangrijke bevoegdheid dus. Nu is uw raad hierbij betrokken via de verklaring van geen bedenkingen. In de toekomst kan uw raad gevallen aanwijzen waarbij advies van de raad nodig is. Dat is bindend: ons college mag hiervan niet ‘gemotiveerd afwijken’ wat bij een gewoon advies wel kan. Praktisch gezien is dit dus een instemmingsrecht. Uw raad kan via het bindend advies invloed hebben op ontwikkelingen die afwijken van het omgevingsplan. Er is echter een belangrijk verschil met de huidige regeling. Nu gaat uw raad erover, tenzij u zelf heeft beslist dat dat niet nodig is. Straks gaat uw raad er niet over, tenzij de ontwikkeling een geval is, dat is aangewezen voor (bindend) advies. Straks werkt het dus precies andersom. Dat is een krachtig instrument, maar u moet dan wel actie ondernemen. Anders gaat u hier dadelijk niet meer over.
Uw raad moet dus van te voren bepalen waarvoor u in de toekomst gebruik wil maken van dit adviesrecht en dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastleggen, waarbij deze bevoegdheid zich dus beperkt tot de omgevingsvergunningen uitgebreide procedure. Belangrijk hierin is om de werkprocessen werkbaar te houden. In de huidige situatie bedraagt de termijn voor een omgevingsvergunning uitgebreide procedure 26 weken, waarbinnen u de verklaring van geen bedenkingen moet afgeven. Deze termijn gaat straks terug naar 8 weken, waarbinnen u dan advies moet geven. Het gaat dus vooral om te bepalen in welke gevallen van buitenplanse initiatieven uw raad gebruik wil maken van haar adviesrecht (instemmingsrecht). Naar verwachting vormen de huidige categorieën waarvoor nu geen Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig zijn, de basis voor een vertaling naar adviesrecht. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: medio 2021. 13. Wijzigingsbevoegdheid via delegatie Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verdwijnt de wijzigingsbevoegdheid. In plaats daarvan komt een algemene delegatiemogelijkheid: de gemeenteraad kan een delegatiebesluit nemen waarmee ons college de bevoegdheid krijgt om delen van het omgevingsplan te wijzigen (artikel 2.8 Omgevingswet).
Volgens de Memorie van toelichting kan hiermee hetzelfde worden bereikt als met de wijzigingsbevoegdheid. Het delegatiebesluit kan/moet de randvoorwaarden aangeven waarbinnen ons college moet opereren. Er zijn wel belangrijke praktische verschillen: het delegatiebesluit is geen onderdeel van het omgevingsplan, maar is een losstaand besluit. Tegen dit delegatiebesluit is weliswaar rechtstreeks beroep mogelijk, maar de belanghebbende kan dit pas doen in een procedure tegen het uiteindelijke wijzigingsplan van ons college. Dus hoewel sprake is van een losstaand besluit waartegen rechtstreeks beroep openstaat, kan dit pas op het moment dat ons college toepassing geeft aan dit delegatiebesluit. In het kader van het omgevingsplan stellen we uw raad voor al dan niet gebruik te maken van delegatie. Op 10 juni 2020 staat er een extra werkbijeenkomst met uw raad gepland over bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: medio 2021.
20.06337
*20.06337*
7
14. Instellen van een (gemeentelijke) adviescommissie omgevingskwaliteit die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een rijksmonument Anders dan nu, is onder de Omgevingswet een welstandscommissie (of een commissie ruimtelijke kwaliteit) alleen nog verplicht voor het toetsen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonument. Daarnaast kunnen ook andere adviesrollen bij de commissie gelegd worden zoals cultuurhistorie, landschap, stedenbouw en infrastructuur. De gemeente moet zich dus beraden op de gewenste invulling van deze commissie en zorg dragen voor de inrichting. De besluitvorming over welke activiteiten de commissie advies mag uitbrengen worden uiteindelijk opgenomen in het Omgevingsplan. Meteen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert de welstands-/monumentencommissie echter al in een commissie voor omgevingskwaliteit. Dat betekent dat de gemeente voor deze (nog onbekende) deadline een instellingsbesluit moet nemen, inclusief taakomschrijving en werkwijze voor de nieuwe (verbrede) adviescommissie. Daarbij kan dus ook de samenstelling qua disciplines en specialismes veranderen. De verwachting is om in lijn met de huidige situatie de nieuwe commissie een bredere adviesrol te geven dan de toetsing op aanvragen voor rijksmonumenten.
Bij de actualisatie van het erfgoedbeleid en het welstandsbeleid (Nota Ruimtelijke Kwaliteit) die in de tweede helft van 2020 in uw raad worden behandeld, wordt hier nader op ingegaan. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: 4e kwartaal 2020. 15. Herziening beleid Vergunningen Toezicht en Handhaving Het huidige beleid over Toezicht en Handhaving is al integraal opgenomen in het Uitvoeringsbeleid Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving, 1e herziening. Dit beleid is op 17 december 2019 vastgesteld en bevat alle VTH-aspecten. Het beleid is daarmee ‘Omgevingswetproof’. Het is aannemelijk dat de stukken bij een volgende herziening tekstueel nog bij geschaafd moet worden aan de Omgevingswet. Voorlopig leidt dit onderdeel dus niet tot nadere actie.
Participatie 16. Aanpassing Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (inspraakverordening) Participatie komt bij alle instrumenten van de Omgevingswet aan de orde. Sommige zijn verplicht andere niet. In alle gevallen is het goed om daarover na te denken. In elk geval kan de geldende inspraakverordening worden ingetrokken. In overleg met uw raad stellen we voor hoe om te gaan met communicatie over de wet en participatie over de toepassing ervan de nieuwe wet mee om te gaan. In beginsel doen we per instrument voorstellen. Besluitvorming door: gemeenteraad. Periode besluitvorming: medio 2021. 17. Aanwijzen gevallen van buitenplanse omgevingsplan activiteiten, waarvoor participatie verplicht wordt gesteld (volgens de ruimte daartoe geboden in de Omgevingswet) Participatie bij initiatieven is alleen verplicht als het een buitenplanse omgevingsplan activiteit betreft én uw raad heeft besloten dat bij dit type activiteit de participatieverplichting geldt. Er is geen verplichting om een dergelijk besluit te nemen, maar het draagt wel bij aan helderheid voor initiatiefnemers. Het nemen van het besluit kan vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voorbereiden van het besluit kan al daarvoor. Dit onderwerp vraagt om een zorgvuldige bestuurlijke afweging. Besluitvorming door: gemeenteraad.
Periode besluitvorming: nog niet bekend.
20.06337
*20.06337*
8
Gevolgen n.v.t. Samen Doen Het Samen Doen-principe is voor deze aankondiging van te nemen besluiten niet relevant. Uiteraard passen we het wel toe bij de besluiten zelf, mits van toepassing. Vervolg Aansluitend op deze raadsinformatiebrief volgen in de loop van 2020 en 2021 diverse voorstellen zoals bij de verschillende onderwerpen is aangegeven. Bijlagen 1. VNG-publicatie ‘Minimale acties Omgevingswet voor gemeenten’, versie 3.0 / 20 februari 2020; 2. Tabel chronologisch overzicht van de te nemen besluiten. Ter inzage --
20.06337
*20.06337*
9