CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

1e Bestuursrapportage afdeling Maatschappelijke dienstverlening 1e helft 2021.pdf

Commissie Inwoners 19 oktober 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsinformatienota bestuursrapportage afd. Maatschappelijke Dienstverlening 1e helft 2021 en Jaarrekening 20206.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1e BESTUURSRAPPORTAGE 2021

Wmo – jeugdhulp – bijzondere bijstand – schuldhulpverlening – sociaal raadsliedenwerk

___________________________________________________________________________________________

BERGEIJK – BLADEL – EERSEL- OIRSCHOT – REUSEL-DE MIERDEN

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................................... 2

2.

Wet maatschappelijke ondersteuning ..................................................................................................... 3

3.

Jeugd .........................................................................................................................................................7

4.

Bijzondere Bijstand..................................................................................................................................10

5.

Schuldhulpverlening ...............................................................................................................................13

6.

Sociaal Raadsliedenwerk ........................................................................................................................16

7.

Klachten en bezwaren ............................................................................................................................17

1

1. Inleiding Dit is de eerste bestuursrapportage 2021 van afdeling Maatschappelijke Dienstverlening (MD). Net als 2020 heeft ook het eerste half jaar van 2021 de COVID-19 pandemie (Corona) voor een groot deel de dienstverlening van MD beïnvloed. Dit heeft impact op de werkzaamheden voor de medewerkers van MD, maar zeker ook voor de inwoners in de Kempen die een ondersteuningsvraag hebben voor een vorm van dienstverlening. Net als in 2020 zijn we er in het eerste half jaar van 2021 in geslaagd om onder de gegeven omstandigheden de dienstverlening te continueren. Het perspectief op verbeterde omstandigheden heeft hieraan positief bijgedragen. MD heeft de landelijke TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) geïmplementeerd als onderdeel van de bijzondere bijstand en levert de input aan de Kempengemeenten voor mogelijke bijstelling van de beleidsregels ten behoeve van een nog groter bereik. Afdeling MD investeert in een goede relatie tussen inwoner en een betrouwbare overheid. In het licht van de Toeslagenaffaire waarin MD een rol heeft voor enkele Kempengemeenten, wordt des te meer aangetoond hoe belangrijk dat is. MD geeft namens de Kempengemeenten dagelijks uitvoering aan een groot pakket van taken in het Sociaal Domein; dit vindt steeds in nauwe samenwerking met de Kempengemeenten plaats.

Landelijk en ook Kempisch zijn verschillende acties ingezet om grip te krijgen op de financiële impact voor gemeenten. Ten aanzien van de Jeugdhulp werd landelijk gezien in het afgelopen half jaar een doorbraak gerealiseerd in de vorm van een incidentele en structurele extra bijdrage van de Rijksoverheid. Dit is ook in de Kempen een noodzakelijke toevoeging waardoor enig perspectief wordt geboden. Ik hoop u de nodige (achtergrond)informatie over het Sociaal Domein in de Kempen te verstrekken en wens u veel leesplezier. Sylvia Sanders Afdelingsmanager MD

2

2. Wet maatschappelijke ondersteuning Ontwikkelingen Landelijk maar ook in de Kempen is de financiële impact van het abonnementstarief groter dan de compenserende maatregelen die zijn getroffen door het Rijk. Hoewel veel politieke partijen in hun verkiezingsprogramma (Tweede Kamerverkiezing 17 maart 2021) hebben opgenomen het abonnementstarief te willen afschaffen, zal pas uit het nieuwe regeerakkoord blijken of de status quo wordt gewijzigd door bijvoorbeeld: • •

herinvoering van een inkomensafhankelijke bijdrage voor (bepaalde) maatwerkvoorzieningen; eenvoudige schoonmaakondersteuning onderbrengen bij de bijzondere bijstand;

• •

aanscherping van de definitie van het begrip algemeen gebruikelijk; gemeenten extra compenseren voor de aanvullende kosten door invoering van het abonnementstarief.

Apart van de aanzuigende werking van het abonnementstarief is er bij de Wmo altijd het risico dat er voorzieningen dienen te worden verstrekt waarvan de kosten de programmabegroting sterk kunnen beïnvloeden (zie casus op deze pagina, en 6.1 (risico’s Wmo)).

3

Casus: Woning aanpassen of verhuizen?

Een echtpaar van 80 jaar woont in een eengezinswoning. De slaap- en badkamer bevinden zich op de eerste etage. Bij mevrouw is sprake van fysieke en mentale beperkingen. De verwachting is dat de fysieke beperkingen redelijk stabiel blijven. De mentale beperkingen zullen mogelijk toenemen. Door zijn leeftijd heeft meneer ook enkele beperkingen. Er wordt contact gelegd met het Wmo-loket omdat mevrouw de trap niet meer verantwoord kan gebruiken. Concreet vraagt het echtpaar naar mogelijkheden voor een vergoeding van een traplift. De consulent gaat op huisbezoek bij het echtpaar. Bij het gesprek zijn ook enkele kinderen aanwezig. Besproken wordt of verhuizen naar een gelijkvloerse woning een optie is. Dit is binnen de familie besproken, maar valt af omdat mevrouw dagelijks veel mantelzorg krijgt (huishoudelijke taken, de was, boodschappen, administratie, artsenbezoek), ook voor ongeplande taken. Mantelzorgers zijn ook fysiek aanwezig zodat meneer enkele uren per dag aan zijn hobby kan besteden, in zijn werkplaats bij het huis. Dit is voor hem erg belangrijk omdat de zorg voor zijn vrouw zwaar is. Mevrouw zou overprikkeld raken door onbekende mensen en/of een onbekende omgeving of situaties. Dit wordt voorkomen omdat de ondersteuning vanuit het eigen netwerk komt. Verder geven de kinderen aan dat de hypotheeklasten nu laag zijn. Een andere woning zal leiden tot hogere lasten.

Dit is niet wenselijk omdat ze alleen Aow ontvangen. De familie verwacht dat er geen geschikte woning in het dorp vrij komt, noch op de korte noch op de langere termijn. Verhuizen naar een ander dorp is niet besproken vanwege de inzet van het sociale netwerk vanuit de directe omgeving. Mocht er binnen afzienbare tijd Wlz-ondersteuning worden toegekend, dan wil de familie dit in de thuissituatie verzilveren. Tijdens het onderzoek wordt aangetoond dat mevrouw fysiek geen trap meer kan lopen. Uit onafhankelijk bouwkundig advies komt naar voren dat een traplift bouwtechnisch niet past. De ruimtes op de begane grond zijn te beperkt voor het realiseren van een slaap- en badkamer. Deze ruimtes kunnen er wel komen door de garage, die aan het huis zit, uit te bouwen. De kosten hiervan worden geraamd op € 44.000,-. Na het huisbezoek dient het echtpaar een aanvraag in voor het realiseren van bovenstaande aanpassing. Bij het behandelen van de aanvraag maakt de consulent een afweging tussen het opleggen van het verhuisprimaat en het toekennen van de woningaanpassing. De Wmo kent geen verhuisplicht. De consulent kent de woningaanpassing toe en motiveert dit besluit als volgt: -

Het is de meest adequate voorziening voor het echtpaar; Gelet op de mentale problematiek van mevrouw is het onwenselijk om mevrouw te laten verhuizen naar een andere woonomgeving; Vanuit de directe sociale omgeving wordt veel planbare en onplanbare ondersteuning ingezet; De huidige woning heeft een werkplaats waar meneer zich dagelijks enkele uren kan ontspannen zodat hij de zorg voor zijn vrouw kan volhouden; In de directe woonomgeving is geen geschikte woning voorhanden, ook niet binnen afzienbare termijn; Verhuizing naar een andere woning zal tot hogere lasten leiden.

Als gevolg van het positieve besluit op hun aanvraag ontvangt het echtpaar een voorlopig persoonsgebonden budget. Dit PGB is een maximaal bedrag waarmee het echtpaar hun woning kan laten aanpassen. Het echtpaar gaat hierover de eigen bijdrage via het CAK betalen.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? Het doel van de Wmo is om ondersteuning te regelen zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Het beheersen van de kosten is daar bij een hele uitdaging, ook gezien de complexiteit van het speelveld (vergrijzing, extramuralisering, arbeidsmarktproblematiek, overgang Wmo/Wlz). 4

Hebben we gedaan wat we moesten doen? Er blijft gewerkt worden vanuit het volgende principe: inwoners hebben de verantwoordelijkheid om ondersteuning zelf, met het sociale netwerk of met voorliggende voorzieningen te regelen. Als deze mogelijkheden er niet of onvoldoende zijn, dan wordt pas bekeken welke maatwerkvoorziening(en) op grond van de Wmo goedkoopst adequaat (zijn). In het kader van dit principe is Steunwijzer (sociale kaart / webapplicatie) doorontwikkeld voor inwoners, consulenten en andere doorverwijzers. De essentie van deze doorontwikkeling is dat gebruikers betere zoekresultaten, en daarmee oplossingen voor hun hulpvraag krijgen te zien, waarbij eerst het voorliggende aanbod wordt getoond. Steunwijzer is integraal van opzet. Het aanbod voor Jeugdhulp is er ook te vinden, evenals de route naar de Participatiewet.

Heeft het gekost wat het mocht kosten? In tabel 1 wordt de uitnutting van de lasten versus de programmabegroting per gemeente weergegeven. Elke gemeente zit nog onder de 50% na de financiële afsluiting van de eerste 5 maanden van 2021. Lasten voorgaande jaren

Lasten

Begroting

Uitnutting begroting

2018

2019

2020

1 juni 2021

1 Marap 2021

Tot 1 juni

Bergeijk

2.410.034

3.084.679

3.379.542

1.497.326

3.472.000

43%

Bladel

3.148.399

3.763.192

4.155.516

1.894.667

4.270.000

44%

Eersel

3.233.426

3.879.906

4.253.160

1.840.517

4.145.000

44%

Oirschot

2.072.044

2.533.062

2.590.031

1.167.648

2.790.000

42%

Reusel-De Mierden

1.401.305

1.694.554

2.062.292

980.340

2.087.000

47%

Kempengemeenten

12.265.208

14.955.393

16.440.541

7.380.498

16.879.000

44%

e

Tabel 1: resultaten Wmo

Factsheet Door de COVID-19 pandemie zijn inwoners waarschijnlijk in het begin van 2020 wat terughoudender geweest om bij de Wmo een aanvraag te doen. Het aantal aanvragen in de eerste helft van 2021 lijkt weer op het niveau van 2019 te zitten, toen er van COVID nog geen sprake was. Het aantal cliënten dat wordt ondersteund met Hulp bij het huishouden en Begeleiding neemt nog steeds toe. Bij Beschermd wonen is een afname te zien, die sterk wordt verklaard door de openstelling van de Wlz per 1-1-2021 voor mensen die hun leven lang geestelijke gezondheidszorg nodig hebben.

5

Aanvragen Wmo 1200 1000 800 600 400 200 0 Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt Kwrt 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 3 4 1 2 2018

2019

Aanvraag Wmo Openstaand

2020

2021

Aanvraag Wmo Afgesloten

Aanvraag Wmo Binnengekomen Grafiek 1: aanvragen Wmo

Grafiek 2: aantal unieke cliënten Wmo

6

3. Jeugd Ontwikkelingen aan de hand van het Meerjarenbeleidskader

Casus: veiligheid

Begin dit jaar startten we een casus die bij ons kwam wegens verhuizing. Een jongetje Vanaf 2020 geldt het Meerjarenbeleidskader voor de jaren van 1 kwam met zijn moeder in de Kempen 2020-2024 (MJBK) in de Kempengemeenten. Hierin wordt wonen. Moeder kent een verleden van gewerkt volgens zes verschillende actielijnen welke de basis verslaving, ook nog tijdens de zwangerschap. Veilig Thuis was betrokken vormen voor een duurzaam transformatieproces. De met monitoring. Tijdens de zwangerschap Kempengemeenten maken hiermee een beweging om heeft moeder specialistische ondersteuning inhoudelijke verandering en verbetering binnen de gehad om veilig met haar baby te kunnen jeugdhulp in de Kempengemeenten tot stand te brengen. starten. Na een jaar startte de ondersteuning van onze jeugd- en Meting resultaten MJBK 2020 gezinswerker en staat er inmiddels een strak veiligheidsplan waar moeder en vader In 2021 heeft de eerste meting van de indicatoren van het zich aan houden. Moeder heeft MJBK plaatsgevonden. De meting betrof het startjaar 2020. volwassenhulpverlening voor zichzelf en zo Over het algemeen zien we dat we als CJG+, ondanks het ook vader. Het netwerk is intensief bijzondere meetjaar (met COVID-19), gestaag vorderen op betrokken en zij spelen een grote rol, ook in de resultaten. signalering.

Moeder maakt grote stappen, Het CJG+ is goed zichtbaar in de Kempengemeenten en werkt overal aan mee en snapt dat het jeugdigen en hun ouders weten waar men naar toe kan netwerk en de jeugd- en gezinswerker wanneer men hulp nodig heeft. Ook worden doelen in grote vragen en onzekerheden hebben over haar, haar verslaving op de loer en hoe zij in haar mate behaald. eentje haar zoon opvoedt. Ze doet wat ze Positief is ook te noemen dat een lichte daling zichtbaar is moet doen. Hiermee hebben we deze van het aantal cliënten in verblijf. Dit past binnen de moeder enorm haar eigen kracht versterkt, doelstelling om kinderen zoveel mogelijk thuis op te laten heeft Veilig Thuis hun monitoring af kunnen groeien. sluiten, zijn risico’s flink afgenomen en ontwikkelt het zoontje zich naar behoren. Opvallend is de stijging van het aantal kinderen in het jaar Vader is nog niet in staat om volledig 2020 in JeugdzorgPlus. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, welke goed gemonitord dient te worden. De aanname die op onderdeel uit te maken van het leven van zijn zoon. Omdat we nog niet kunnen basis van de betreffende casuïstiek gedaan wordt is dat op stellen dat er structurele veiligheid is en basis van het wegvallen van regelmaat en regels als gevolg omdat er nog hulpvragen liggen vanuit van Corona, dit een dusdanig effect heeft gehad dat er een ouders, blijven we nog enige tijd betrokken.

aantal maal in kort tijdvak een JeugdzorgPlus voorziening nodig was. Het lijkt erop dat in 2021 weer een daling van het aantal cliënten te zien is. We zien graag dat het aantal cliënten blijft dalen. In 2020 is deze lijn al zichtbaar, maar willen graag dat er steeds minder kinderen in verblijf komen. Ook willen we graag dat meer kinderen in pleegzorg worden opgenomen wanneer blijkt dat een plek elders de meest passende plaats is om op te groeien. Om diezelfde reden ligt er een wens op groei van het aantal gezinshuizen. De ontwikkelingen in het eerste half jaar 2021 worden in paragraaf 3.1.2 genoemd.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? In het afgelopen jaar heeft het CJG+ veel ondernomen om passende ondersteuning aan jongeren te kunnen bieden en deze van kwalitatief goed niveau te houden. Het CJG+ heeft grote ambities en onderneemt veel 7

om deze waar te maken. In onderstaande tekst worden enkele voorbeelden genoemd van projecten waarop is geïnvesteerd en de resultaten die daarmee zijn bereikt. Deze projecten lopen naast de gebruikelijke dienstverlening van het CJG+ en ontwikkelingen van het MJBK en zijn bedoeld om de doelstellingen van Maatschappelijke Dienstverlening te kunnen behalen. Project ‘Grip op’ In oktober 2020 is het CJG+ op verzoek van wethouders van de Kempengemeenten gestart met een grootschalig onderzoek over verbetermogelijkheden in de organisatie en financiën van het CJG+. De oplevering van de eerste fase heeft in januari 2021 plaatsgevonden en heeft enkele verbeterrichtingen opgeleverd. Vanaf februari/maart 2021 is en implementatiecoach door middel van een externe subsidie aangetrokken om nader te onderzoeken wat er voor nodig is om de uitgezette verbeterrichtingen goed te laten landen in de verschillende uitvoerings- en beleidsteams. De resultaten van het onderzoek van de implementatiecoach en daarmee de start van de volgende fase ligt in concept klaar en zal nadere uitwerking krijgen in de tweede helft van 2021. Het uiteindelijke doel is om hierdoor meer inzicht te krijgen in de sturingsmogelijkheden vanuit het CJG+ en processen door ontwikkelen op efficiëntie om toch dezelfde of betere resultaten te kunnen bereiken.

Preventie en samenredzaamheid zijn naast de efficiëntie wijzigingen in organisatie de belangrijkste thema’s op inhoud. Daarnaast heeft de monitoring nog meer aandacht ten behoeve van de sturing. Inkoop Jeugdhulp De colleges van de Kempengemeenten hebben in mei 2021 besloten tot de aanbesteding van de contractering Jeugdhulp vanaf 2022. Er wordt verwacht dat de nieuwe contractering in alle Kempengemeenten binnen de huidige begroting gefinancierd kan worden. In dit project zijn in samenwerking met de regiogemeenten de eerste contouren gemaakt voor een transformatieplan, waarbij de doelstellingen inmiddels op bestuurlijk niveau goedkeuring hebben gekregen en sluiten aan bij de doelstellingen van het MJBK. Inkoop Spoedeisende Zorg De colleges van de Kempengemeenten hebben besloten tot de start van het inkooptraject Spoedeisende Zorg (SEZ). Vanwege de specialistische aard van het SEZ is een SAS-procedure uitgezet; wat inhoudt dat een dialoog tussen aanbieders en gemeenten gehouden wordt om tot een geschikte gecontracteerde partij te komen. Onder deze dialoog valt ook de prijsopgaaf. Op deze manier kan goed aangesloten worden bij de doelstellingen van de regio van spoedeisende zorg en wordt de zorg voor kinderen in een crisissituatie geborgd. Wachtlijsten bij het CJG+ De wachtlijsten bij het CJG+ zijn toegenomen.

Deels bestond deze problematiek al, maar dit is toegenomen door de maatregelen van het RIVM rondom COVID-19. Het was vanaf dat moment moeilijker om fysiek af te spreken, iets wat vaak noodzakelijk is bij precaire gesprekken rondom opvoeden om tot de gewenste resultaten te komen. Dit heeft direct invloed op de doorstroom evenals het feit dat de ondersteuning grotendeels via beeldbellen plaatsvond. Daarnaast kent één team van het CJG+ een hoog ziekteverzuim. Dit ziekteverzuim is direct aan COVID-19 toe te schrijven. Dit team behandelt voornamelijk de problematiek rondom veiligheid bij kinderen. Deze casuïstiek vraagt veel aandacht en tijdsinvestering, dit wordt nu opgevangen met aanzienlijk minder beschikbare fte. Sinds kort zijn ook cliëntenstops afgeroepen bij JBB en WSG, wat maakt dat de druk op de wachtlijsten (intern en extern) en werkdruk bij de teams van het CJG+ vermoedelijk nog groter zal worden. Dit speelt naast de afbouw van de flexibele schil (op verzoek van de Kempengemeenten) ; dit maakt dat de druk op de bezetting en daarmee wachtlijsten nog meer toe zal nemen. 8

Meerkostenregeling In 2021 heeft een uitwerking plaatsgevonden van de in februari 2021 vastgestelde Meerkosten Regeling (MKR) Corona. Hierin zijn extra middelen van de overheid door de colleges geoormerkt als budget voor tegemoetkoming in de extra kosten naar aanleiding van de RIVM-maatregelen in de organisatie voor de periode 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021. De kosten voor het jaar 2020 zijn inmiddels door de aanbieders ingediend en beoordeeld door een commissie. Tot nu toe vallen de kosten binnen het beschikbare jeugdbudget. Het proces rondom de vaststelling is conform vooraf gemaakte afspraken correct verlopen. Hebben we gedaan wat we moesten doen? In het eerste half jaar van 2021 zien we een daling in het aantal cliënten dat nieuw instroomt ten opzichte van 2020 (113 in 2020 ten opzichte 68 in 2021, wanneer de huidige koers van instroom van het eerste half jaar wordt doorgezet). Daarentegen zien we wel een lichte stijging van het totale aantal cliënten wordt ondersteund door het CJG+, in 2021 zijn dit tot nu toe 885 jeugdigen (tabellenboek 6, tabel 2). Dit kan mogelijk betekenen dat cliënten langer in zorg blijven bij het CJG+ (waarbij een corona-effect zoals voorgaand beschreven aannemelijk is). Het percentage jeugdigen met één beschikking is in drie van de vier gemeenten gestegen in de afgelopen zes maanden.

Dit is een gewenste ontwikkeling, omdat we meerdere indicaties bij een jeugdige graag voorkomen en de professionele ondersteuning een zo laag mogelijke druk op een gezin legt. Positief is ook te benoemen dat in de afgelopen jaren in vrijwel alle gemeenten de zorgstapeling van 3 tot 4 beschikkingen jeugdhulp in percentage is afgenomen. Deze daling is ook zichtbaar in de eerste helft van 2021. In gezinnen zijn dus minder verschillende hulpverlenende instanties in dezelfde periode aanwezig. Dit heeft ook tot gevolg dat de coördinatie van de zorg minder complex is en daarmee meer duidelijkheid bestaat over de te behalen doelen en de manier waarop dit wordt gehaald. In alle gemeenten is het percentage jeugdigen met jeugdhulp in de eerste helft van 2021 gedaald. In totaal krijgen 1167 jeugdigen een vorm van hulpverlening op basis van de Jeugdwet. Dit is 9 % van alle jeugdigen. Over het algemeen worden de doelen welke vooraf worden opgesteld zeer goed behaald. Opvallend zijn wel de resultaten in Bladel; daarin is een opmerkelijke verlaging zichtbaar in het behalen van de doelen in het eerste half jaar van 2021. Het CJG+ blijft dit monitoren en rapporteren. Conform het Meerjaren Beleidskader Jeugdhulp in de Kempen is ingezet op mentorschap (Jouw Ingebrachte Mentor -JIM). JIM is geïmplementeerd; Kind& Scheiding is ontwikkeld met een sterk preventief karakter.

E-Health is verder doorontwikkeld en ook andere preventieve tools zoals Buurtgezinnen, zijn ingezet.

Heeft het gekost wat het mocht kosten? Over het algemeen is te zien dat de uitnutting van de programmakosten goed op schema ligt; in totaal is 44% procent benut. Dit is een passend beeld; het is gebruikelijk dat het verbruik van jeugdhulp vermindert in de zomermaanden. In dit overzicht is voor de Variant B aanbieders het voorschot tot juni 2021 opgenomen. In Reusel-De Mierden is wel een opvallend beeld zichtbaar; tot 1 juni is er een uitnutting van de begroting zichtbaar van meer dan de helft. Dit wordt met name veroorzaakt door de lasten voor landelijke jeugdhulp (klein aantal jeugdigen) en een groter beroep op zorg in natura zonder verblijf. 9

Lasten voorgaande jaren

Lasten

Begroting

Uitnutting begroting

2018

2019

2020

1 juni 2021

1e marap 2021

Tot 1 juni

Bergeijk

3.308.354

3.356.079

3.345.825

1.380.069

3.052.944

45%

Bladel

3.594.297

3.079.089

3.613.784

1.369.287

3.357.772

41%

Eersel

2.581.157

2.817.493

2.680.581

1.238.921

2.985.220

42%

Oirschot

2.925.265

2.327.241

2.246.296

1.109.869

2.553.870

43%

Reusel-De Mierden

2.424.962

2.537.526

2.467.350

1.226.033

2.297.528

53%

Kempengemeenten

14.834.035

14.117.428

14.353.836

6.324.179

14.247.334

44%

Tabel 2: resultaten Jeugd

4. Bijzondere Bijstand Ontwikkelingen Door de aanhoudende Covid-19 pandemie en de daarmee samenhangende maatregelen zijn de maatschappelijke omstandigheden ten opzichte van het vorige jaar vrijwel gelijk gebleven. De eerste maanden van 2021 stonden dan ook nog steeds in het teken van een strenge lockdown, waar pas recentelijk een einde aan is gekomen door het geleidelijk doorvoeren van versoepelingen. De regelingen vanuit het Rijk ter ondersteuning van de getroffen doelgroepen, waaronder de tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK), zijn dan ook verlengd en lopen door tot het laatste kwartaal van 2021. Uit de cijfers blijkt dat er sprake is van een lichte stijging van het aantal binnengekomen aanvragen bijzondere bijstand ten opzichte van het jaar 2020. Dit is voornamelijk te verklaren door de aanvragen TONK, welke in 2020 nog geen deel uitmaakten van de aanvragen bijzondere bijstand. Deze conclusie volgt ook uit het overzicht van aantal aanvragen per verschillende incidentele voorzieningen bijzondere bijstand. Hieruit volgt namelijk dat voor elke voorziening, behalve TONK, het aantal aanvragen in de eerste helft van 2021 is afgenomen dan wel gelijk gebleven aan het aantal in 2020.

Dit is begrijpelijk gelet op het feit dat de bijzondere bijstand beperkt is tot de doelgroep met een inkomen op of rond de bijstandsnorm en enkel ziet op noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden waar men op basis van het eigen inkomen niet zelf in kan voorzien. Het ligt dan ook niet in de lijn der verwachting dat deze doelgroep aanzienlijk zal toenemen in de komende jaren, met name omdat andere vormen van (financiële) ondersteuning eerder in beeld komen dan de bijzondere bijstand.

10

Wederom is de grootste kostenpost binnen de bijzondere bijstand de bewindvoeringskosten (zie casus). Dit heeft met name te maken met de stijgende leges van bewindvoerderskantoren. Nu het adviesrecht van gemeenten bij schuldenbewind pas per 1 april 2021 is aangevangen en er tot nu toe nog geen zaak is geweest, is het nog te vroeg om wat te kunnen zeggen over de verwachting dat hiermee de kosten voor bewindvoering in 2021 gedrukt zouden kunnen worden.

11

Casus: Bijzondere bijstaand voor Bewindvoeringskosten

Bij een 25-jarige vrouw is door de rechtbank een beschikking afgegeven ten behoeve van beschermingsbewind daar er sprake is van grote schulden en zij niet in staat wordt geacht om haar financiële belangen behoorlijk waar te nemen. Door de rechtbank wordt een bewindvoerder benoemd. De rechtbank stelt de kosten vast voor de jaarbeloning conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Dit komt neer op een bedrag van € 154,88 per maand. Ook stelt de rechtbank de eenmalige aanvangskosten voor de bewindvoerder vast. Dit is onder andere bedoeld voor een intakegesprek en in kaart brengen van de schulden. Dit betreft een bedrag van eenmalig € 676,00. Er worden door de Bewindvoerder ook bankkosten gemaakt. Dit zijn kosten die door de Bewindvoerder moeten worden gemaakt voor het aanhouden van de bankrekening van de client. Deze kosten zitten niet in de beloning van de bewindvoerder en mogen doorberekend worden aan de client, tot een bedrag van € 6,00 per jaar. Ook zijn er kosten gemaakt voor de griffierechten. Dit zijn de kosten die men moet betalen aan de rechtbank bij de start van een procedure voor toewijzing van een bewindvoerder. De kosten hiervoor bedragen eenmalig € 85,00. Bovenstaande kosten behoren tot de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan, ontstaan uit bijzondere omstandigheden.

Deze kosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand als de belanghebbende deze kosten niet zelf kan betalen. Omdat de kantonrechter heeft vastgesteld dat beschermingsbewind noodzakelijk is, wordt de noodzaak hiervan aangenomen. Belanghebbende doet een aanvraag voor bovenstaande kosten. Aan de hand hiervan wordt de aanvraag in behandeling genomen. Uit het onderzoek blijft dat er geen voorliggende voorziening is en dat inkomen en draagkracht van client dusdanig zijn dat ze in aanmerking komt voor vergoeding van de gevraagde kosten.

Nu door de strenge lockdown alle verenigingen en clubs bijna de gehele eerste helft van 2021 gesloten zijn geweest, is de 18+ participatieregeling uitgebreid met diverse andere mogelijkheden waarvan wel gebruik kon worden gemaakt, zoals streamingsdiensten.

De 4 grootste kostenposten Bijzondere Bijstand 500000 450000 400000 350000 300000 250000 200000 150000 100000

50000 0 2018

2019

2020

2021

Financiële transactiesBewindvoeringskosten Voorzieningen voor het wonenVoorzieningen voor het opvang Grafiek 5: grootste kostensoorten bijzondere bijstand

12

Heeft het gekost wat het mocht kosten? Uit tabel 3 volgt dat de bestedingen in de eerste helft van 2021 in lijn der verwachting liggen ten aan zien van de begroting uit de 1ste marap 2021. Elke gemeente zit nog onder de 50% na de financiële afsluiting van de eerste 5 maanden van 2021. Lasten voorgaande jaren

Lasten

Begroting

Uitnutting begroting

2018

2019

2020

Tot 1 juni

1 marap 2021

Tot 1 juni

Bergeijk

266.062

309.916

287.306

187.240

417.968

45%

Bladel

316.613

299.754

337.782

186.391

500.240

37%

Eersel

316.502

321.735

362.678

202.577

456.540

44%

Oirschot

267.578

268.840

273.079

141.613

420.796

34%

Reusel-De Mierden

184.059

168.330

211.918

107.954

277.992

39%

Kempengemeenten

1.350.814

1.368.575

1.472.763

825.775

2.073.536

40%

e

Tabel 3: resultaten Bijzondere Bijstand

5. Schuldhulpverlening Ontwikkelingen In de eerste helft van 2021 zien we dat het aantal aanvragen schuldhulpverlening zo goed als gelijk is gebleven ten opzichte van de laatste vijf maanden van 2020. Ten opzichte van de eerste helft van 2020 is het aantal aanvragen zelfs (aanzienlijk) gedaald. Dit ligt in lijn met de landelijke cijfers ten aanzien van het aantal toelatingen tot de wettelijke schuldsanering (WSNP), welke tevens een dalende trend laten zien. Uit cijfers van het CBS volgt zelfs dat in het jaar 2020 het laagste aantal toelatingen sinds de start van de Wet schuldsanering natuurlijke personen eind 1998 is genoteerd. Naar verwachting blijft de toename vooralsnog uit, vanwege het feit dat de ondersteuning vanuit het Rijk als gevolg van de coronamaatregelen is verlengd. Middels deze ondersteuning kunnen betalingsachterstanden naar alle waarschijnlijkheid voorlopig worden opgevangen, waardoor er in mindere mate een beroep wordt gedaan op de gemeentelijke schuldhulpverlening. Mogelijk dat dit in de tweede helft van 2021 nog verandert, indien de tegemoetkoming komt te vervallen en inwoners volledig terugvallen op het eigen inkomen en reserves. Gelet hierop is de focus op vroegsignalering erg belangrijk, om in het beginstadium van betalingsachterstanden als gemeente direct ondersteuning en begeleiding aan te kunnen bieden (zie casus).

13

Casus: Saneringskrediet in het kader van Schuldhulpverlening

Betreft een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen van 15 en 17 jaar. Mevrouw wordt door een medewerker van de bijzondere bijstand doorverwezen naar de afdeling schuldhulpverlening daar er sprake is van schulden door gedwongen verkoop van een woning 8 jaar geleden waardoor er een restschuld is van € 72.000. Tevens is er sprake van schulden bij diverse instanties waaronder een postorderbedrijf en ziektekostenverzekering. Er worden aan de hand van de beslagvrije voet (=95% procent van de voor haar geldende bijstandsnorm) betalingsafspraken gemaakt met de schuldeisers en samen met de client wordt budgetbeheer opgestart. Hierdoor worden de rekeningen op tijd betaald waardoor er geen (nieuwe) betalingsachterstanden ontstaan. Er wordt een begeleidingstraject opgestart en periodiek wordt de voortgang geëvalueerd. Client houdt zelf een kasboekje bij en vindt het fijn dat ze zelf financieel overzicht heeft en doet er alles aan om financieel stabiel te worden. Af en toe moeten er toch onvoorziene uitgaven gedaan worden zoals het vervangen van een kapotte wasmachine. Ook blijkt na enige tijd dat er ook nog een schuld openstaat bij een telecomaanbieder. Door schuiven in het budget kan de wasmachine alsnog betaald worden en met de telecomaanbieder worden ook betalingsafspraken gemaakt.

Als na 6 maanden blijkt dat de financiële situatie stabiel blijft, kan er een schuldregeling opgestart worden. Er wordt gekozen voor een saneringskrediet omdat er geen zicht is op een mogelijke inkomensverbetering binnen afzienbare termijn, gelet op dat ze de afgelopen jaren door een diep dal is gegaan, langzaamaan weer aan het opkrabbelen en dat, wil ze verder kunnen, er ook financieel rust moet zijn. De schuldeisers gaan akkoord met het voorstel wat aan hen gedaan wordt. De Kredietbank betaalt de schulden conform de afspraken aan de betrokken schuldeisers. Aan de client wordt de verplichting opgelegd om maandelijkse aan de Kredietbank een aflossing te doen, voor een periode van 36 maanden. Het bedrag wat ze afbetaalt wordt berekend op basis van de VTLB-berekening, het zogenaamde vrij te laten bedrag wat iemand nodig heeft om te kunnen leven.

Door de wijzigingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) per 1 januari 2021 zijn onder andere de doorlooptijden binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening verder aangescherpt. De interne processen zijn hier vervolgens op aangepast.

Grafiek 6: aantal unieke cliënten SHV

Een schuldhulptraject start altijd met een adviesgesprek, waarna vervolgens door de desbetreffende inwoner een verzoek kan worden ingediend, waardoor er een aanvraag schuldhulpverlening ontstaat. Uit onderstaande tabel volgt dat het aantal adviesgesprekken in 2021 ten opzichte van 2020 is afgenomen. Mogelijk dat ook hier Covid-19 van invloed is geweest. 14

Grafiek 7: adviesgesprekken SHV

Het aantal adviesgesprekken welke uitmonden in een verzoek voor schuldhulpverlening door de inwoner blijft zo goed als gelijk aan het aantal uit 2020.

Grafiek 8: verzoeken SHV

Uit bovenstaande grafiek volgt dat er in het eerste en tweede kwartaal van 2021 in totaal 61 verzoeken SHV zijn binnengekomen. Op basis van de beleidsregels Schuldhulpverlening 2021 dient de beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan binnen een termijn van maximaal 8 weken na de dag waarop het eerste gesprek heeft plaatsgevonden te worden genomen. Van deze 61 ontvangen verzoeken is in 37 gevallen (94,9%) binnen deze termijn van 8 weken een beschikking afgegeven. Slechts in 2 gevallen (5,1%) is dit niet het geval geweest. Momenteel zijn er nog 22 verzoeken in behandeling, welke binnen de gestelde termijn van 8 weken nog van een toekennende dan wel afwijzende beschikking zullen worden voorzien. 15

Indien na het adviesgesprek duidelijk is dat gemeentelijke schuldhulpverlening dient te worden opgestart, wordt aan de desbetreffende inwoner een aanvraagformulier toegezonden. Het aantal ingevulde aanvraagformulieren die worden geretourneerd resulteert vervolgens in een daadwerkelijke aanvraag schuldhulpverlening. Het aantal aanvragen in de eerste helft van 2021 is zo goed als gelijk gebleven ten opzichte van 2020.

Grafiek 9: aanvragen SHV

Heeft het gekost wat het mocht kosten? Uit tabel 4 volgt dat iedere gemeente qua programmakosten nog ruimschoots onder de 50% van de begroting uit de eerste marap 2021 zit, waardoor de begroting niet wordt gewijzigd.

Lasten voorgaande jaren

Lasten

Begroting

Uitnutting begroting

2018

2019

2020

1 juni 2021

1 marap 2021

Tot 1 juni

Bergeijk

9.093

7.961

6.791

1.350

5.000

27%

Bladel

7.366

6.236

3.660

450

5.000

9%

Eersel

3.642

8.281

3.456

1.395

5.000

28%

Oirschot

5.281

4.628

2.889

1.675

5.000

34%

Reusel-De Mierden

2.323

5.431

2.888

675

5.000

14%

Kempengemeenten

27.705

32.537

19.684

5.545

25.000

22%

e

Tabel 4: resultaten SHV

6. Sociaal Raadsliedenwerk Onderstaande tabel geeft het aantal cliënten per gemeente weer die gebruik hebben gemaakt van Sociaal Raadsliedenwerk (SRW). Uit deze tabel volgt dat dit aantal nog steeds dalende is, wat verklaard kan worden door de strenge lockdown gedurende de eerste maanden van 2021. Hierdoor waren er niet tot 16

nauwelijks fysieke afspraken mogelijk. Aangezien de raadslieden in dienst zijn van MD worden de kosten als bedrijfskosten aangemerkt en niet als programmakosten, waardoor er geen kostentabel beschikbaar is. Naast de reguliere ondersteuning zijn de sociaal raadslieden in de eerste helft van 2021 betrokken bij de ondersteuning van slachtoffers van de toeslagenaffaire. Het contact met de gedupeerden van de toeslagenaffaire wordt gelegd op verzoek van de Belastingdienst. Vanuit vroegsignalering, hetgeen via schuldhulpverlening plaatsvindt, wordt er contact gelegd vanuit SRW met de gedupeerden om te bezien of ondersteuning nodig is en zo ja op welk(e) gebied. 2018

2019

2020

30-6-2021

Bergeijk

46

45

24

23

Bladel

66

64

41

41

Eersel

66

53

33

32

Reusel-De Mierden

42

32

26

22

Kempengemeenten

220

194

126

118

Tabel 5: unieke cliënten SRW

7. Klachten en bezwaren Klachten Klacht - Het betreft een uiting van ontevredenheid over de manier van handelen of het niet handelen van (een medewerker van) de afdeling MD. Van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 heeft Maatschappelijke Dienstverlening 8 klachten ontvangen. Eén klacht is niet-ontvankelijk verklaard, zes zijn tijdens informeel proces afgehandeld en één klacht is nog in behandeling.

Gemeente

Bergeijk

Wmo

1

Jeugdwet

1

Bijzondere Bijstand

Bladel

Eersel

2

Wmo

1

Reusel-De Mierden

Kempengemeenten

Externe organisatie

1 2

2

3

2020 – totaal

Oirschot

2

1

5

2

1

2

1

2

3

Jeugdwet Bijzondere Bijstand SHV1

1

Bezwaarschriftenc ommissie2 30-6-2021 – totaal

1 1

2

1

2

-

1

1

Tabel 6: overzicht ontvangen klachten

1

Betreft een klacht ingediend door een bewindvoerder, vertegenwoordigd geen client Betreft een klacht over de commissieleden van de bezwaarschriftencommissie, geen betrekking op regeling/gemeente 2

17

Bezwaarschriften Bezwaar – Als een inwoner van de Kempen het niet eens is met de beslissing die in de beschikking van de afdeling MD staat, kan de inwoner een bezwaarschrift indienen. Van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 zijn er 21 bezwaarschriften ingediend. Gedurende 2021 zijn er 14 bezwaarschriften afgehandeld. In 2 gevallen was er sprake van een gegrondverklaring, 8 ongegrond, 1 gedeeltelijk gegrond en 2 niet-ontvankelijk. In 1 geval heeft de cliënt, na pre-mediation, het bezwaarschrift ingetrokken. Door middel van een minnelijke heroverweging worden veel bezwaren opgelost, zodat het geschil niet aan de bezwaarschriftencommissie hoeft te worden voorgelegd. Bij bezwaarschriften die ongegrond worden verklaard en bij bezwaarschriften waarbij de cliënt zelf zijn bezwaar intrekt zonder tegemoet te komen aan het bezwaar, kan gesteld worden dat het primaire besluit rechtmatig en zorgvuldig tot stand is gekomen. Bezwaarschriften die (deels) gegrond worden verklaard en intrekkingen waarbij (deels) tegemoet is gekomen aan de klant, kunnen iets zeggen over de kwaliteit van het primaire besluit. In een bezwaarprocedure kunnen nog feiten ter tafel komen die ten tijde van het nemen van het primaire besluit niet bekend waren. Vanwege de volledige heroverweging worden alle feiten tot aan de beslisdatum op het bezwaarschrift nog meegenomen.

Dit kan ertoe leiden dat alsnog tegemoet wordt gekomen aan de cliënt. Ook bleek in een enkel geval dat het onderzoek onvolledig was of dat een nadere weging van feiten tot een ander besluit heeft geleid. In een dergelijke situatie vraagt de commissie om aanvullende stukken.

Gemeente

Bergeijk

Bladel

Eersel

Oirschot

Reusel-De Mierden

Kempengemeenten

6

7

13

7

6

39

2

3

7

Wmo Jeugdwet

2

Bijzondere Bijstand

5

8

9

6

5

33

2020 – totaal

11

17

22

15

14

79

Wmo

1

1

2

1

Jeugdwet

5

1

1

Bijzondere Bijstand

1

6

1

3

4

15

30-6-2021 – totaal

2

8

3

4

4

21

Tabel 7: Aantal bezwaarschriften 2018

2019

2020

2021 (30-6-2021)

Ingekomen bezwaren

71

106

63

21

Ingekomen beroepen

15

22

1

1

Tabel 8: Volumeontwikkeling 2020 ten opzichte van 2019, 2018 en 2017 (MD en Kempenplus).

Beroepszaken Beroepszaak - Als een inwoner in hoger beroep gaat tegen een besluit, zal dat leiden tot een beroepszaak bij het rechtbank. Van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 zijn er 2 beroepschriften ingediend. Er zijn twee lopende beroepszaken 18

Gemeente

Bergeijk

Bladel

Eersel

Oirschot

Reusel-De Mierden

Kempengemeenten

Wmo

0

Jeugdwet

0

BijzondereBijstand 2020 – totaal

1 0

0

0

1

1 0

1

Wmo

0

Jeugdwet

0

BijzondereBijstand

2

2

30-6-2021 – totaal

2

2

Tabel 9: aantal beroepszaken

Contraire besluiten Contrair besluit - Het betreft een besluit dat afwijkt van het advies van de Afdeling geschillen van de bezwaarschriftencommissie Sociaal Domein. Er zijn in 2021 geen besluiten genomen contrair aan het advies van de commissie.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=6240b764-8de4-4af4-8893-36e730444b05