Woningmarktonderzoek 2021 Gemeente Renswoude
Tekst van het document
WONINGMARKTONDERZOEK 2021 GEMEENTE RENSWOUDE Bouwsteen voor de woonvisie ‘Samen op Renswou’ 2022 - 2026
Orteliuslaan 1000, 3528 BD Utrecht 030 693 60 00 - info@atrive.nl www.atrive.nl - KvK: 17106411
Inhoud Hoofdstuk 1 Kasteeldorp dorp tussen de beken
2
1.1 1.2
2 3
De gemeente werkt aan een nieuwe woonvisie Startpunt van onze reis: kasteeldorp dorp tussen de beken
Hoofdstuk 2 De dynamiek van de woningmarkt
4
2.1 2.2 2.3
Daadwerkelijk verhuisgedrag en verhuisrelaties De huishoudenssamenstelling in Renswoude De samenstelling en ontwikkeling van de woningvoorraad
4 6 6
Hoofdstuk 3 De toekomstige woningbehoefte
10
3.1 3.2 3.3 3.4
10 11 12 14
Toekomstige huishoudensontwikkeling Renswoude De toekomstige impact van diverse doelgroepen op de woningmarkt Kwalitatieve behoefte door een samenleving die verandert Woonopgave: potentie en DNA Renswoude
Hoofdstuk 4 Maatschappelijke opgaven
16
4.1 4.2 4.3
16 19 22
Verduurzamen = het adagium: energietransitie en klimaatadaptatie In een ander zorglandschap en naar een inclusieve samenleving Enkele strategsiche vragen gemeente Renswoude
Hoofdstuk 1 KASTEELDORP DORP TUSSEN DE BEKEN 1.1 De gemeente werkt aan een nieuwe woonvisie De gemeente Renswoude werkt samen met woonpartners en mensen uit de gemeenschap aan een nieuwe woonvisie. De gemeente wil recht doen aan de gewenste woonbehoefte, rekening houdend met maatschappelijke opgaven, regionale ontwikkelingen én oog hebben voor de realiteit van de markt. De gemeente zoekt daarin naar realisatiekracht: wie wil en kan waarvoor aan de lat staan? De gemeente heeft haar woon- en zorgexperts en initiatiefnemers uit de gemeenschap hard nodig. Andersom vragen sommige opgaven juist van de gemeente een stevige rol. Het gaat erom keuzes te maken die van toegevoegde waarde zijn voor alle belanghebbenden.
Woningmarktonderzoek als bouwsteen Atrivé ondersteunt bij de ontwikkeling van de woonvisie. Allereerst heeft Atrivé een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek levert een op beeld van de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte aan de hand van de nieuwste huishoudensprognoses. Dit is afgezet tegen de plancapaciteit, waardoor de gemeente zicht heeft op de resterende woningbouwopgave naar woningtype, eigendomsvorm en prijs. Belangrijk onderdeel van het onderzoek waren sessies met stakeholders en inwoners. De partners -Adviesraad Sociaal Domein – Stichting Welzijn en Ondersteuning – zorgorganisatie Charim - makelaar – ontwikkelende partij – Woningbedrijf Renswoude- hebben de opgaven die zij zien gedeeld. Ook voerde Atrivé een gesprek met jongeren uit Renswoude. Op basis van deze input en analyses is een gespreksnotitie opgesteld, waarvan de uitkomsten zijn besproken in het college van B&W en zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. De uitkomsten leest u in deze notitie. De onderliggende data treft u afzonderlijk aan in het dashboard dat Atrivé voor de gemeente Renswoude ontwikkelde.
Pag: 2
1.2 Startpunt van onze reis: kasteeldorp dorp tussen de beken In Renswoude is het goed en gemoedelijk wonen; de leefkwaliteit is hier hoog. Er wonen momenteel ruim 5.500 mensen in Renswoude, verdeeld over ruim 2.100 huishoudens. Inwoners zijn sterk betrokken bij de leefomgeving en bij elkaar. Het dorp biedt inwoners voorzieningen die voorzien in dagelijkse behoefte. Er is een bibliotheek, twee basisscholen en diverse sportvoorzieningen op sportpark de Hokhorst. Het kasteel, de Koepelkerk, de beken, de Grebbelinie, het schilderachtige Kampenlandschap, het Coulissenlandschap en de Emminkhuizerberg maken Renswoude een unieke woonplek. Dit zijn allemaal waarden waar inwoners en de gemeente veel om geven. Het is het vertrekpunt van de omgevingsvisie van de gemeente Renswoude. Rondom Renswoude zijn de grotere plaatsen Veenendaal, Ede, Barneveld en Amersfoort via de Rijkswegen snel bereikbaar. Renswoude maakt onderdeel uit van de provincie Utrecht, tegelijkertijd hoort Renswoude ook met 7 Gelderse gemeenten tot de Regio Foodvalley1. In onderstaand kader staan kort enkele leidende uitgangspunten van de provincie Utrecht en de Regio Foodvalley. Provinciaal beleid Provincie Utrecht heeft een ‘Programma versnelling woningbouw 2021 t/m 2024 opgesteld.
Het hoofddoel is het versnellen van de woningbouw met het streven om te komen tot 10.000 woningen er jaar en met het streven tenminste 50% van de nieuwe woningen in het sociale en middeldure segment. Belangrijke leidende principes zijn: • We werken proactief en richten on op de korte termijn. • We richten ons op locaties in de gehele provincie (inbreidings- en uitbreidingslocaties) in alle gemeenten. • We richten ons op fysieke maatregelen. • We gaan uit van integrale gebiedsontwikkeling (verbinden van ambities en meekoppelkansen). Koppeling provinciale beleid voor energie, klimaat, circulair, mobiliteit, werken, groen, voorzieningen en gezonde leefomgeving. • We werken met een adaptief en flexibel programma. Inspelen op veranderende omstandigheden en effecten door bijvoorbeeld stikstof-problematiek en corona-crisis. Foodvalley De Foodvalley regio heeft een uitvoeringsplan voor regionale woonagenda 2.0 opgesteld. De doelstelling luidt: “Het vergroten van de aantrekkelijkheid, wervingskracht en betaalbaarheid van het wonen in de Foodvalley regio, uitgewerkt in het
toekomstbestendig
maken van
de
bestaande
woningvoorraad (energiezuinigheid/duurzaamheid,
levensloopbestendigheid, leefbaarheid) en voorzien in de (nieuwe) woningbehoefte van starters, ouderen, studenten, kenniswerkers en doorstromers.” Er zijn 7 thema’s waarbij in samenspraak elke gemeente één of meerdere thema’s heeft ‘geadopteerd’. De andere regio’s dragen bij. Renswoude heeft het thema Duurzaamheid: “Stimuleren van eenduidig regionaal beleid voor energieneutraal/gasloos bouwen voor nieuwbouw én bestaande voorraad.“ Voor alle gemeenten geldt: regelmatig actualiseren van gerealiseerde woningen, afzet en verhuur, doorstroming en planvoorraad. De regio’s Foodvalley en Arnhem/Nijmegen hebben gezamenlijk ook een verstedelijkingsstrategie tot 2040 opgesteld. De bouwsteen wonen is hier de drijvende kracht achter. Voor de Foodvalley wordt uitgegaan van een vraag naar 40.000 nieuwe woningen. Met de ambitie om zoveel mogelijk binnenstedelijk te realiseren, betekent dit dat er ingezet moet worden op verdichting. Voor het Utrechtse deel van de Foodvalley (Veenendaal, Rhenen en Renswoude) wordt een vraag van circa 10.000 woningen verwacht tot 2040.
1
Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen
Pag: 3
Hoofdstuk 2 DE DYNAMIEK VAN DE WONINGMARKT 2.1 Daadwerkelijk verhuisgedrag en verhuisrelaties Voor een beter begrip hoe de woningmarkt functioneert in de gemeente Renswoude heeft Atrivé gekeken naar de samenstelling en ontwikkeling van de woningvoorraad, het daadwerkelijk verhuisgedrag van mensen en de verhuisrelaties tussen Renswoude en andere gemeenten vanaf het jaar 2017. Figuur 2.1
Ontwikkeling woningvoorraad in Renswoude, 2013-2019
140
Aantal woningen
120
100
Nieuwbouw
80
Overige toevoeging
60
Sloop
40
Overige onttrekking
20 0 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Bron: CBS
• De gemeente Renswoude heeft de afgelopen jaren hard aan de weg getimmerd met woningbouw. Op de
uitleglocatie Beekweide zijn veel woningen gerealiseerd. Vooral 2017 en 2019 laten pieken zien; er zijn in die jaren circa 100 nieuwbouwwoningen per jaar opgeleverd. Ten opzichte van de buurgemeenten zoals Barneveld, Veenendaal en Scherpenzeel zijn er in Renswoude in de afgelopen jaren twee keer zo veel woningen aan de voorraad toegevoegd. Sinds 2013 is de woningvoorraad met 18% toegenomen! • Samen met het feit dat grote buur Veenendaal binnen haar gemeentegrenzen niet veel bouwmogelijkheden meer heeft om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, heeft dit in Renswoude voor een aanzuigende werking gezorgd: De gemeente Renswoude heeft sinds 2017 een positief migratiesaldo, er vestigen zich meer mensen dan er vertrekken. • Er zijn vooral uit nabijgelegen gemeenten mensen aangetrokken. De meeste vestigers komen uit gemeente Utrechtse Heuvelrug, Amersfoort of Veenendaal. Er zijn slechts drie gemeenten waar Renswoude inwoners aan ‘verliest’: Ede, Woudenberg en Barneveld. Er is sprake van een regionale woningmarkt en daarmee concurrentie om de woonconsument. Want verhuizingen over relatief korte afstand hangen samen met woningmarktmotieven en het beschikbare aanbod. Doordat Renswoude de laatste jaren veel woningen aan haar voorraad heeft toegevoegd, heeft dit ook voor meer inwoners gezorgd. • We zien ook een positief migratiesaldo in de leeftijd 20 tot 30 jaar.
Een leeftijdscategorie die traditioneel in kleine landelijke gemeenten juist vaker weg trekt. Mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van leefkwaliteit, vanwege het gemak dat zij er werk, gezin, sport en ontspanning kunnen combineren en de mogelijkheid om van daaruit banen te kunnen bereiken. Dit geldt in het bijzonder voor
Pag: 4
jongeren, alleenstaanden, hoogopgeleiden, stellen en kenniswerkers. Het effect van de nieuwbouw en een bewijs van de hoge leefkwaliteit? Figuur 2.2
Saldo verhuisde personen gevestigd in/vertrokken uit gemeente Renswoude, 2017-2019
Bron: CBS-Statline, bewerking atrivé
Figuur 2.3
Verhuisde personen naar leeftijdscategorie in de periode 2018-2020 in de gemeente Renswoude2
Bron: CBS 2
Door de beperking van de onderzochte bron (CBS-Statline), worden in deze figuur onder vestigers ook de mensen gerekend die vanuit een andere gemeente binnen gemeente Renswoude instromen, naast de groep die van de buiten de regio zich vestigt. Idem dito voor de vertrekkers.
Pag: 5
2.2 De huishoudenssamenstelling in Renswoude • De huishoudenssamenstelling in Renswoude wordt met 43% gedomineerd door gezinnen met kinderen.
Ter vergelijking: in de provincie Utrecht ligt het aandeel gezinnen op 34% en in Nederland op 33%. • Jonge en éénpersoonshuishoudens komen relatief weinig voor in Renswoude. Slechts 6% van de huishoudens bestaat uit één persoon tot 35 jaar. In de hele provincie en Nederland ligt dit aandeel twee keer zo hoog. Figuur 2.4
Huishoudenssamenstelling in Renswoude, 2020 Gezin
2p 75 jaar e.o. 2p 55 tot 75 jaar
2p 35 tot 55 jaar
Utrecht (PV)
2p tot 35 jaar 1p 75 jaar e.o. 1p 55 tot 75 jaar
Renswoude
1p 35 tot 55 jaar 1p tot 35 jaar
0%
10%
20%
30%
40%
50%
Bron: CBS
2.3 De samenstelling en ontwikkeling van de woningvoorraad • De samenstelling van de woningvoorraad sluit aan bij deze huishoudenssamenstelling: Renswoude kent
relatief veel grote koopeengezinswoningen en nauwelijks appartementen. • Renswoude heeft met 71% relatief meer koopwoningen dan de provincie Utrecht en Nederland (58% en 57%). Daarnaast is slechts 19% van de huurwoningen van het Woningbedrijf en 10% van de huurwoningen valt onder overige verhuurders. Figuur 2.5
Woningvoorraad naar eigendom in Renswoude, 2021 Koop
Renswoude
71%
Utrecht (PV)
19% 10%
58%
27%
Huurwoning woningcorporatie
14%
Huur overig verhuurders
Nederland
57%
29%
13% Onbekend
0%
50%
100%
Bron: CBS
Pag: 6
Figuur 2.6
Woningvoorraad naar woningtype en oppervlakte in Renswoude, 2021
250 m² > 150-250 m² 100-150 m² 75-100 m² tot 75 m² 40%
20%
0%
Appartement Utrecht (PV) Eengezins Renswoude
0%
20% 40% Appartement Utrecht (PV) Eengezins Renswoude
Bron: CBS
• Zo’n 88% van de woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen. De helft daarvan (44%) bestaat uit rij- en
hoekwoningen. De andere helft uit vrijstaande woningen (25%) en tweekappers (19%). Slechts 11% bestaat uit appartementen en zo’n 3% betreft een bejaarden/aanleunwoning. Iets meer dan de helft van de koopwoningen betreft een tweekapper of een vrijstaande woning. • De huizenverkoop in Nederland breekt nieuwe records. Prijzen stijgen, woningen worden sneller verkocht en het aanbod aan koopwoningen kookt droog. Ook in Renswoude is een vergelijkbare stijging van de prijzen te zien ten opzichte van de regio. Wel liggen de gemiddelde transactieprijzen in Renswoude lager dan gemiddeld in de provincie Utrecht. Ondanks de relatief grote woningen in Renswoude werd in 2020 gemiddeld € 361.000 voor een koopwoning betaald. In de hele provincie lag dit gemiddelde op € 405.000. Is dit het gevolg van de vele nieuwbouwwoningen of juist het hoge aandeel koopwoningen uit de jaren 60? Figuur 2.7
Ontwikkeling gemiddelde koopsom koopwoningen in Renswoude, 2007-2020
€ 450.000 € 400.000
€ 350.000 € 300.000 € 250.000
€ 200.000 € 150.000 € 100.000 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Renswoude
Utrecht (PV)
Nederland
Bron: Woningmarktcijfers.nl (Kadaster)
• Vooral onder jongeren tot 25 jaar is een grote stijging te zien, in 2020 betaalden zij gemiddeld bijna € 85.000
meer voor hun woning dan in 2017. De toegang tot de woningmarkt wordt steeds moeilijker. Vooral in een lagere prijsklasse is er weinig aanbod.
Pag: 7
• In de motie goedkope woning wordt gesteld dat in 2019 32% van de totale woningverkoop koopstarters
waren, terwijl dit in 2013 nog 48% was. In 2020 is het aandeel koopstarters weer gestegen naar zo’n 45%. Ondanks de stijgende prijzen hebben toch ook relatief veel starters de koopwoningmarkt betreden. Gemeente geeft dus ruimte voor starters door groot aantal nieuwbouw in 2019 (Beekweide 1). • Op de lange termijn vlakt de woonbehoefte naar alle waarschijnlijkheid af, op het moment dat de babyboomgeneratie de woningmarkt verlaat. Dit effect zal echter pas rond 2040 merkbaar worden. Effect vergrijzing lange termijn. Figuur 2.8
Aantal toewijzingen Woningbedrijf Renswoude, 20128-2021 (2021 betreft gegevens van de eerste 6 maanden)
2018 nieuwbouw reguliere verhuur vrije sector totaal
5 5
2019 36 7 10 53
2020 14 10 6 30
2021 15 15
Bron: Huiswaarts
Ontwikkelingen sociale huursector en Woningbedrijf • In Renswoude valt 34% van de huishoudens de sociale doelgroep, dit zijn ongeveer 700 huishoudens. Dit
aandeel is lager dan gemiddeld in de provincie Utrecht (43%). Van de sociale groep woont 66% in een huurwoning (via CBS niet duidelijk of dit allemaal sociale huur is). Daarnaast woont zo’n 22% in een koopwoning. Deze doelgroep die een koopwoning heeft hoeft overigens niet direct een probleem op te leveren als bijvoorbeeld een woning afbetaald is en de maandlasten laag zijn. • In totaal heeft het Woningbedrijf 398 woningen in bezit in de sociale huur en vrije sector in 2021. Met 19% van het totaal aantal woningen is dit een laag aandeel in vergelijking met het aandeel dat van woningcorporaties is in andere gemeente. Ter vergelijking: in de provincie Utrecht is 27% van de woningen in het bezit van een woningcorporatie, landelijk is dit 25%. De sociale doelgroep en het aantal sociale huurwoningen in Renswoude is in vergelijking met andere gemeenten klein. • Bovendien ligt de mutatiegraad van de woningen van het Woningbedrijf (nieuwbouw niet meegerekend) lager dan het gemiddelde in Nederland (7,9%). In 2018 lag de mutatiegraad ongeveer rond 1,5%, in 2019 5,0% en 2020 4,2%. De toegang tot sociale huurwoningen in Renswoude is beperkt. Figuur 2.9
Ontwikkeling woningvoorraad Woningbedrijf naar prijsklasse, 2017-2021
Bron: Woningbedrijf Renswoude
Pag: 8
• Het aantal woningen van het woningbedrijf is de laatste jaren toegenomen, sinds 2017 zijn er 60
•
•
•
•
•
woningen toegevoegd. Zoals eerder genoemd zijn er veel nieuwbouwwoningen gerealiseerd in 2019: 36 woningen van het Woningbedrijf zijn in 2019 verhuurd, nog eens 14 nieuwbouwwoningen in 2020. De afgelopen jaren vallen de meeste woningen in de prijsklasse van de eerste aftoppingsgrens. Opvallend is dat in 2017 nog 17% onder de kwaliteitskortingsgrens valt, in 2021 is dit afgenomen tot 6%. Terwijl het aandeel ‘tot liberalisatiegrens’ is toegenomen van 12% naar 21%. De sociale huurwoningen vallen dus steeds meer in een duurdere prijsklasse. In 2020 en 2021 (2021 de eerste 6 maanden) zijn er 28 woningen via het aanbodmodel voor woningtoewijzing (Huiswaarts) aangeboden. Gemiddeld kwamen er 67 reacties op een woning. Vooral op goedkope huurwoningen tot de eerste aftoppingsgrens wordt veel gereageerd (circa 100 per woningen). De overige 17 verhuringen zijn via bemiddeling, WMO of urgentie verdeeld of is vrije sector. In totaal waren er in 2020 en 2021 45 verhuringen, tweederde via Huiswaarts en een derde via bemiddeling. Van de verhuringen in 2020 en 2021 was de gemiddelde inschrijftijd van de nieuwe huurders 4 jaar. Wie zijn zij? We hebben hier helaas weinig informatie over. Het volgende is bij ons bekend: o 47% is verhuurd aan mensen uit Renswoude. Opvallend vaak via directe bemiddeling. Daarna vooral uit gemeente Ede (20%) en Veenendaal (9%).
4% is verhuurd aan vergunninghouders (zie ook hieronder). o 42% is verhuurd aan huishoudens met een inkomen tot € 30.000, 31% tot € 40.000, 9% boven € 40.000 en van 18% was het inkomen onbekend (?!). Een gemeente ontvangt van de rijksoverheid ieder half jaar een taakstelling om een vastgesteld aantal vergunninghouders te huisvesten. Het gaat in Renswoude afgelopen jaren om kleine aantallen: tussen de 2 en de 5 te huisvesten mensen. De gemeente Renswoude voldoet aan de rijkstaakstelling. Vergunninghouders zijn vluchtelingen die een verblijfsstatus ontvangen waarmee ze (tijdelijk) in Nederland mogen verblijven; voorheen werd deze groep aangeduid met statushouders. Andere groepen die aandacht vragen, omdat ze vaak moeilijk aan bod komen in de reguliere woningvoorraad zijn: o Spoedzoekers: een verzamelnaam voor mensen die snel een woning nodig hebben en die binnen de huidig ‘verdeelsystemen’ niet snel in aanmerking komen voor een woning. Het zijn mensen die door een scheiding of relatiebreuk op zoek zijn naar een woning of mensen die hun huis uit moeten. o Internationale werknemers: vaak ingedeeld in ‘expats’ of kenniswerkers en arbeidsmigranten. Deze laatste groep is vooral van belang in Renswoude. o Woonwagenbewoners: in 2018 bracht het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid uit.
Dit betekent dat moet worden ingespeeld op de behoefte aan standplaatsen. Alleen als die behoefte ontbreekt, is afbouw van het aantal standplaatsen toegestaan. De gemeente heeft nu 2 standplaatsen. Die moeten in verband met realisatie van Beekweide 2 worden verplaatst (< straal van 100 m). Er is een mogelijkheid voor het realiseren van een 3e standplaats op de nieuwe locatie.
Pag: 9
Hoofdstuk 3 DE TOEKOMSTIGE WONINGBEHOEFTE 3.1 Toekomstige huishoudensontwikkeling Renswoude Figuur 3.1
Huishoudensontwikkeling en prognose gemeente Renswoude
Bron: CBS-Statline, Primos 2018 en Primos2021, bewerking Atrivé
De Provincie Utrecht en de regio FoodValley zijn aantrekkelijke regio’s. In de meest actuele Primoshuishoudensprognose (zie hierboven) wordt daarom voor deze regio’s een sterkere groei van het aantal huishoudens verwacht dan voorheen. Dit geldt ook voor de gemeente Renswoude. Maar er spelen meer factoren die ervoor zorgen dat er een grotere groei wordt voorspelt in de gemeente: • In het prognosemodel wordt ook rekening gehouden met extra woningbouw voor het inlopen van het huidige woningtekort in de regio. • Het model houdt ook rekening met de plancapaciteit voor de komende jaren. In een gespannen woningmarkt neemt het aantal huishoudens toe naarmate de woningproductie groter is. Renswoude kent volgens de provincie Utrecht met 904 woningen in de periode 2020-2030 een relatief grote plancapaciteit (zie ook figuur 3.7). In de Primos-prognose is deze plancapaciteit deels (er wordt vanuit gegaan dat de helft van de zachte plannen niet doorgaan) meegenomen als input om de regionale behoefte over de regiogemeenten te kunnen ‘verdelen’. Doordat Renswoude ook nog een relatief grote plancapaciteit kent, wordt hier een extra grote huishoudensgroei verwacht. Renswoude krijgt in het model een groter deel van de regionale ‘taart’ toebedeeld. Hierdoor groeit Renswoude (+25%) naar verwachting veel harder dan buurgemeenten als Veenendaal (+13,6%), Barneveld (+17,1%) of Scherpenzeel (+2,4%).
• Dit is een veel grotere groei dan waar de omgevingsvisie van Renswoude over sprak. Die ging uit van 2.240 huishoudens in 2030; de recente prognose gaat uit van 2.670 huishoudens in 2030. Dat zijn circa 530 huishoudens meer dan het huidige aantal; een groei van 25%. Het is ook een sterk contrast met de prognose uit 2018, waarbij het aantal huishoudens volgens de prognose met ‘slechts’ circa 150 huishoudens toeneemt (gerekend met aantal huishoudens uit 2021). Het werkelijke aantal huishoudens in 2021 is met 2.142 echter al 66 meer dan Primos2018 destijds geraamd heeft. vo or 2021.
Pag: 10
3.2 De toekomstige impact van diverse doelgroepen op de woningmarkt Figuur 3.2
Huishoudensprognose gemeente Renswoude naar type en leeftijd 2005-2040
Bron: CBS-Statline, Primos2021, bewerking Atrivé
Vergijzing en huishoudensverdunning zorgen er ondertussen voor dat de samenstelling van de huishoudens in Renswoude verandert. Deze demografische transitie heeft consequenties voor de benodigde woningvoorraad en stelt de gemeente voor keuzes. De verschillende doelgroepen beïnvloeden de woningmarkt allemaal op een andere manier: • Gezinnen zijn en blijven dominant in Renswoude. Het effect van de nieuwbouw zien we ook hier duidelijk. We zien namelijk een groei van jonge gezinnen. Momenteel bestaat 42% van alle huishoudens uit gezinnen. Dit aandeel blijft volgens de Primos2021 prognoses in 2030 en 2040 ongeveer gelijk. Gezinnen met jonge kinderen verhuizen aanmerkelijk vaker dan gezinnen met oudere kinderen. • Daarnaast neemt het aantal oudere huishoudens toe. Het aantal huishoudens van 75 jaar en ouder zal naar verwachting tot 2030 met bijna 60% toenemen en in 2040 is het aantal meer dan verdubbelt ten opzichte van nu. Ouderen verhuizen relatief weinig en geven in grote meerderheid zelf aan het liefst zo lang mogelijk in de huidige woning te willen blijven wonen. Overigens zien we hierin landelijk wel een kentering. Er zijn steeds meer ouderen die op zoek zijn naar een passende collectieve woonvorm. De huidige impact van ouderen op de dynamiek van de woningmarkt in de gemeente Renswoude is nu nog klein.
Deze groep groeit echter hard en wordt een factor van betekenis op de woningmarkt. • De doelgroep jonge huishoudens tot 35 jaar neemt volgens de prognose de komende jaren iets af, maar zal vanaf 2024 weer toenemen, voornamelijk door de toename van het aantal jonge gezinnen. Jonge huishoudens hebben een hoge verhuismobiliteit. Tussen 2018 en 2020 was de gemiddelde verhuismobiliteit per jaar 19,6% in de leeftijd 20 tot 30 jaar. Ter vergelijking: van de groep huishoudens van 30 tot 40 jaar is de verhuismobiliteit 7,1% per jaar. De impact van jonge huishoudens op de woningmarkt is groot.
Pag: 11
Als onderdeel van het woningmarktonderzoek is een gesprek gevoerd met jongeren uit Renswoude. Het was een levendig gesprek dat interessante aanwijzingen opleverde. Enkele uitkomsten: • Alle jongeren die aanwezig zijn wonen nu in Renswoude (thuis of in een huurwoning). • Ze voelen zich verbonden met Renswoude, ook degenen die uit buurgemeenten zijn gekomen. • Ze dromen ervan uiteindelijk een woning te kopen. Een woning die groot genoeg is om eventueel in te • • • •
gaan samenwonen en een gezin te starten, maar niet te groot (want te duur). Tussen 2 en 3,5 ton (hoe ouder, hoe meer geld om mee te bewegen met de markt). Minimaal 60 m2, meer ideaal is rond de 90 m2. Bij navraag vinden velen 40 m2 echt te klein, behalve als je het echt goedkoop maakt (lager dan € 150.000,-). Dan is het een noodoplossing. De jongeren hebben interesse in alternatieve woonvormen. Ze noemen huurkoop, slimmer kopen, erfpacht, tiny house. Woningdelen met ‘friends’ is nog even wennen. Er is een grote behoefte aan autonomie (eigen keuken, toilet en badkamer - ktb). 1 jongere tekent haar droom: een samenplaats voor jongeren (soort van begeleid wonen zonder begeleiding, met zelfstandige ktb en gemeenschappelijke ruimte. Ook het samenwonen tussen jong en oud in een hofje spreekt aan.
3.3 Kwalitatieve behoefte door een samenleving die verandert Op basis van het Woononderzoek in 2018 (WoOn2018) zijn de woonwensen van verhuisgeneigde personen en de huidige woonsituatie van niet-verhuisgeneigde personen geanalyseerd3. Deze behoefte is gekoppeld aan de huishoudensprognose volgens Primos2021: • Op korte termijn (2030) is er vooral behoefte aan eengezinskoopwoningen. Deze behoefte komt vooral door het grote aantal gezinnen en het zo lang mogelijk zelfstandig wonen van ouderen. Het stelt de gemeente direct voor beleidskeuzes en een evenwichtige inzet van instrumenten. Blijft de gemeente vooral inzetten op nieuwbouw? Gaat de gemeente volop inzetten op stimuleren doorstroming? Hoe kunnen we de bestaande voorraad beter benutten? Er zijn nu in ieder geval weinig alternatieven tussen het ‘oude’ huis en het verpleeghuis. Ouderen zitten vast, terwijl sommigen best bereid zijn om te verhuizen als het aanbod maar goed aansluit (prijs, locatie, type). o Wanneer we de behoefte aan koopwoningen uitsplitsen naar prijssegment, dan blijkt er op korte termijn in alle prijssegmenten sprake te zijn van een vraagdruk. Met name in de segmenten vanaf € 200.000. o Doordat het aantal (potentiële) gezinnen in de gemeente Renswoude ook in de toekomst groot blijft, is er ook op lange termijn een extra behoefte aan koopwoningen in de segmenten vanaf € 200.000.
o De verwachting is dat de vraagdruk aan koopeengezinswoningen op lange termijn zal afnemen (als de babyboomgeneratie de woningmarkt verlaat, na 2040).
3
Omdat in WoOn2018 voor Renswoude niet voldoende respondenten oplevert, is de analyse gebaseerd op respondenten in een referentiegebied dat overeenkomst met Renswoude (respondenten uit landelijke woonmilieus in de provincie Utrecht).
Pag: 12
Figuur 3.3
Raming kwalitatieve woningbehoefte Renswoude in 2030 naar eigendom en woningtype
0
koop appartement
-60
2030
huur appartement
huur eengezins
-70
koop eengezins
-460
0
500
behoefte
1000
1500
2000
voorraad
Bron: CBS, WoON2018, Primos2021, bewerking Atrivé
Figuur 3.4
Raming kwalitatieve woningbehoefte Renswoude in 2030 naar eigendom en prijsklasse
€400.000 en meer
-180
€300.000 tot €400.000
-130
2030
€200.000 tot €300.000
-170
tot €200.000
-40
boven lib.grens
-20
tot lib.grens
-60
tot aftop.grens
10
0 behoefte
200
400
600
800
voorraad
Pag: 13
Figuur 3.5
Raming kwalitatieve woningbehoefte Renswoude in 2030 naar woningtype
overig/onbekend
0
app. zonder lift
0
2030
app. met lift
-50
rij- of hoekwoning
-260
tweekapper
-90
vrijstaand
-170
0 behoefte
500
1000
1500
voorraad
Bron: CBS, WoON2018, Primos2021, bewerking Atrivé
• Doordat ouderen vaker in een koopeengezinswoning (blijven) wonen, leidt de voortgaande vergrijzing pas
op langere termijn tot een omslag in de vraag. De veronderstelling is dat er behoefte komt aan huurappartementen. Wellicht moeten we dit niet te letterlijk nemen en gaat het vooral om de wens kleiner te wonen met minder buitenruimte of om de behoefte naar meer servicediensten (tuinonderhoud) en voldoet de huidige eigen koopwoning voldoende? Een sta in de weg is vaak de prijs: van koop naar huur is nadelig en met de huidige kooprijzen is ook een andere kleinere woning al snel een stuk duurder dan de huidige woning. • Atrivé verwacht overigens wel dat door de grotere groep ouderen de vraag naar meer alternatieve woonvormen toeneemt, zoals speciale ‘multi-single’ woningen (waarin oudere alleenstaanden voor elkaar kunnen zorgen), ‘centraal wonen’ projecten (waar ouderen gemeenschappelijk gebruik kunnen maken van woonruimte en voorzieningen, soms ook in combinatie met andere doelgroepen) en kangoeroewoningen (waarbij twee of drie generaties in hetzelfde huis wonen). • Uit de analyse blijkt dat er vooralsnog weinig behoefte aan extra huur eengezinswoningen is. Op lange termijn neemt de vraagdruk aan huurwoningen tot de liberalisatiegrens (circa € 752,-) toe, vooral in de appartementensfeer. De verwachting is dat tot 2030 ongeveer 50 sociale huurwoningen extra nodig zijn. • De vraag is hoe groot op dit moment de behoefte is aan middeldure huur.
We hebben aanwijzingen dat vooral startende jongere huishoudens op dit moment moeilijker toegang hebben tot de woningmarkt. Door de stijgende huizenprijzen, het feit dat ze steeds vaker een eenpersoonshuishouden vormen en de huidige hypotheekregels. Bovendien zijn starters op de woningmarkt ook minder in staat om mee te bewegen in een woningmarkt met stijgende koopprijzen. Zij hebben immers geen overwaarde op een oude woning die gebruikt kan worden. In het kader op pagina 12 treft u een kort overzicht aan van de oogst van het gesprek met de jongeren.
3.4 Woonopgave: potentie en DNA Renswoude Vanuit landelijk en regionaal perspectief ligt er een potentiële groei van circa 530 woningen tot 20304. De woonbehoefte vlakt af als de babyboomgeneratie de woningmarkt verlaat, een effect dat rond 2040 merkbaar zal zijn. Of je als gemeente deze woonvraag ook daadwerkelijk wilt oppakken, hangt af van de vraag welke 4
Hierin is geen rekening gehouden met mogelijke sloopplannen en overige onttrekkingen aan de voorraad.
Pag: 14
gemeente je wilt zijn en welke positie je wilt innemen op de regionale woningmarkt. Dit is allereerst een politieke keuze. Daarbij komt ook de afweging in welk tempo je wilt toevoegen. De komende jaren heeft de gemeente als woningmarktregisseur de kans om ervoor te zorgen dat er woningen worden gerealiseerd, passend bij de huidige marktvraag én met het oog op de veranderende huishoudenssamenstelling en de bijbehorende woningbehoefte.
plancapaciteit
plancapaciteit als percentage voorraad
Renswoude Veenendaal Rhenen Woudenberg
Plancapaciteit in enkele Utrechtse gemeenten, 2020-2030
voorraad
Figuur 3.6
2.134 28.353 8.225 5.188
904 1.954 276 1.174
42% 7% 3% 23%
Bron: Provincie Utrecht (Programma wonen en werken 2021)
Figuur 3.7
Plancapaciteit Renswoude in bouwvoorbereiding/in ontwikkeling
Bron: Gemeente Renswoude, Woningbedrijf, bewerking Atrivé. Zie Bijlage 1 voor totaaloverzicht potentiële plancapaciteit
Pag: 15
Figuur 3.8
Match voorraad en behoefte tot 2030 op basis van plannen in bouwvoorbereiding/in ontwikkeling
tot lib.grens boven lib.grens tot €200.000 €200.000 tot €300.000 €300.000 en meer
extra behoefte plannen 46 67 21 3 37 51 170 8 308 118
match 21 -18 14 -162 -190
Bron: WoOn2018, CBS-Statline Gemeente Renswoude, bewerking Atrivé
* De indeling van de plancapaciteit komt niet precies overeen met deze prijsklassen. • In totaal staan er 701 woningen op de planning, genoeg om aan de woningbehoefte van 530 te voldoen tot
•
• • •
2030. Echter staan er 247 woningen in de fase van ‘bouwvoorbereiding’ of ‘in ontwikkeling’. Daarnaast zijn er nog 454 woningen in de fase ‘studie’, waarvan het type en prijsklasse nog niet bekend is. De plannen in de ‘bouwvoorbereiding’ en ‘in ontwikkeling’ zijn niet genoeg om in de behoefte te voorzien. Op basis van de match tussen de voorraad en behoefte tot 2030 is er een klein tekort aan huurwoningen in de vrije sector. Dit segment fungeert als een belangrijke brug tussen huur en koop voor mensen die te veel verdienen voor de sociale huur en te weinig om een koopwoning te kopen. Het is een kleine maar belangrijke schakel in de woningmarkt. Er is vooral nog behoefte aan woningen boven de €200.000. Er worden tot 2030 67 sociale huur woningen gerealiseerd. In het goedkopere segment tot €220.000 worden in Beekweide II 51 woningen gerealiseerd. Vooral de plannen in Beekweide II sluiten kwalitatief redelijk aan bij de behoefte op korte termijn. Een gevarieerd aanbod, met sociale huurwoningen en koopwoningen onder de €220.000.
Hoofdstuk 4 MAATSCHAPPELIJKE OPGAVEN 4.1 Verduurzamen = het adagium: energietransitie en klimaatadaptatie Het staat al jaren op de agenda en de urgentie wordt groter en groter. Van gemeenten wordt verwacht dat zij samen met Rijk, netbeheerders, provincies en waterschappen tot een programmatische aanpak komen om invulling te geven aan de noodzakelijk energietransitie. In het interbestuurlijk Programma van het Rijk, VNG en IPO staat bovendien dat elke gemeente in 2021 een warmtetransitieplan moet hebben opgesteld. In dat
Enkele landelijke normen en ambities • Vanaf 1 juli 2018 is een gasaansluiting niet meer verplicht, mensen hebben een warmterecht. • Nieuwbouw moet vanaf 2021 bijna energieneutraal zijn (BENG); Vanaf 2050 zijn alle woningen (bestaand en nieuw) grotendeels energieneutraal (de maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) en ligt vast in het Bouwbesluit). • Eind 2020 moest 80% van de huurwoningen van particuliere verhuurders gemiddeld label C of beter zijn. • Voor de sociale huursector geldt landelijk de afspraak dat woningen in 2021 gemiddeld energielabel B (Energie-Index van 1,25; sinds 1 januari 2015 wordt gebruik gemaakt van een meer exacte bepaling van de energieprestatie, de Energie-Index. Dit is vooral voor sociale verhuurders van belang). Op de lange termijn, uiterlijk 2050, zorgen corporaties ervoor dat hun woningen CO2-neutraal zijn. • Voor 2023 moeten alle gemeenten (en waterschappen) een stresstest wateroverlast hebben uitgevoerd
Pag: 16
plan wordt de wijk-voor-wijkaanpak en planning van de warmtetransitie in de gemeente bepaald. Naast de energietransitie vraagt ook het thema klimaatadaptatie aandacht. Hoe houden we in de woningbouw en de bestaande wijken bijvoorbeeld rekening met waterbergingscapaciteit, met extreme hitte/koelte en de toenemende intensiteit van regenbuien? • Momenteel heeft zo’n 53% van de woningen in Renswoude een geldig energielabel. Dit aandeel ligt iets
lager dan in de provincie Utrecht en landelijk (rond 58%). • Van de geldige labels in Renswoude heeft ongeveer 44% van de woningen label A. De woningvoorraad in Renswoude lijkt qua energieprestatie iets beter te scoren dan de provincie Utrecht en landelijk. Dit wordt verklaard door het hoge aandeel nieuwbouw en het lage aandeel vooroorlogse woningen in Renswoude. • Het verbruik van gas en elektriciteit ligt in Renswoude gemiddeld per woning wel iets hoger dan in de provincie en landelijk. Dit komt door het hoge aandeel grote koopeengezinswoningen in de gemeente. Figuur 4.1
Geregistreerde labels in Renswoude, Provincie Utrecht en Nederland, 2020
Renswoude
44%
16%
A
24%
B C
Utrecht (PV)
31%
16%
26%
D E
Nederland
27%
17%
F
27%
G 0%
20%
40%
60%
80%
100%
Bron: Klimaatmonitor 2020 Energiegebruik in Renswoude in 2020 naar woningtype
Gas [m3]
Renswoude
Vrijstaand
Tweekapper
Hoekwoning
Totaal
Vrijstaand
Tweekapper
Elektriciteit [kw]
Hoekwoning
Tussenwoning
Apartment
Totaal
Gas [m³]
Tussenwoning
4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
Apartment
Figuur 4.2
Elektriciteit [kwh]
Utrecht (PV)
Nederland
Bron: Klimaatmonitor 2020
Ambities gemeente Renswoude In de regio Foodvalley wordt samengewerkt voor een duurzame toekomst. Overheden in de regio Foodvalley hebben in juli 2021 de Regionale Energietransitie (RES 1.0) vastgesteld. Regio Foodvalley wil in 2050 alle
Pag: 17
energie die gebruikt wordt duurzaam opwekken. Gemeente Renswoude doet daar nog een schepje bovenop en wil in 2035 energieneutraal zijn. Tot 2030 ligt de focus – in lijn met het Klimaatakkoord – op het opwekken van duurzame energie met wind en zon. In het coalitieakkoord 2018-2022 worden enkele ambities genoemd: • Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen stellen we eisen aan de duurzaamheidsprestatie van de te ontwikkelen gebouwen. • We verduurzamen de huurwoningen van ons woningbedrijf. In 2035 is 50% van de woningen nul-op-demeter en bij nieuwbouw hanteren we de ‘nul-op-de-meter’ als randvoorwaarden. • Voor zonne-energie richten wij ons primair op het gebruik van de beschikbare ruimte op daken van woningen, agrarische bebouwing en bedrijven; Momenteel wordt er gewerkt aan een routekaart op weg naar een klimaat neutraal Renswoude 2035. Hoe volgt de gemeente of ze op koers ligt? Welke partijen pakken de kans in de particuliere sector op?
Andere doelstellingen gemeentelijk woningbedrijf Het Woningbedrijf heeft de energetische doelstellingen vertaald naar ambities op korte en langere termijn. • Op de korte termijn onderschrijft het Woningbedrijf het “Convenant Energiebesparing”. Hierin moeten sociale verhuurders een gemiddelde energie-index tussen 1,2 en 1,4 (energielabel B) behalen per 31 december 2020. Daarnaast wil het Woningbedrijf geen woningen met een energielabel E, F of G en de nieuwbouw vanaf 2019 wordt uitgevoerd als Nul op de Meter (NOM). • Op middellange termijn zet het Woningbedrijf zich in om volgens het streven uit het Energieakkoord een woningbezit te hebben met een gemiddeld label A in 2030. • Op lange termijn (2035) wil de gemeente Renswoude energieneutraal zijn en voor het Woningbedrijf is vastgelegd dat in 2035 de helft van de woningen NOM is.
Sturingsmogelijkheden energie en klimaat transitie? De vraag is hoe al deze ambities een concrete vertaalslag krijgen. Die vertaalslag is zeker nodig, al lijkt Renswoude qua energielabels iets beter te scoren dan de regio en landelijk. Dit kan echter verklaard worden door doordat in Renswoude relatief meer woningen na 2005 zijn gebouwd en er relatief minder woningen zijn van voor 1945. Ongeveer 53% van de woningen in Renswoude hebben een energielabel. In de regio en landelijk ligt dit percentage iets hoger (rond de 58%). Van de geldige labels in Renswoude heeft ongeveer 44% label A. Ruim 20.000 euro. Zoveel kost het volgens de Vereniging Eigen Huis om een gemiddeld huis aardagsvrij te maken, inclusief warmtepomp, extra isolatie en zonnepanelen. Wie gaat dat betalen en hoe? Allerlei partijen lobbyen voor soepeler leennormen. Nergens in de Eurozone zijn de schulden van huishoudens t.o.v. besteedbaar inkomen zo hoog als in Nederland (Volkskrant , 2 nov 2018). Is het dan verstandig mensen nog meer te laten lenen – al is het voor het goede doel? Dit is een reden waarom sommigen pleiten voor meer subsidies van de overheid. En weer anderen pleiten voor een radicaal andere rekenmethode (energierekening en hypotheek bij elkaar optellen en dan kijken hoeveel je verantwoord kan lenen).
Dat betekent een hogere hypotheek voor wie energiezuinig woont – maar omgekeerd ook minder lenen voor mensen die flink moeten stoken. Eén ding zal u als lezer inmiddels duidelijk zijn, de urgente maatschappelijke opgaven en het schakelen tussen korte en lange termijn stelt de gemeente voor dilemma’s en vormt een uitdagend sturingsvraagstuk. Feit is dat juist in de verbinding van de thema’s (sociale kwaliteit, een comfortabel thuis, een leefomgeving met kwaliteit, energietransitie en klimaatadaptatie) grote kansen liggen om de leefomgevingskwaliteit in de gemeente Renswoude te vergroten. De toekomstige woonpgave in de gemeente Renswoude is er een van het benutten van koppelkansen tussen domeinen en het evenwichtig inzetten van de instrumentenkoffer met
Pag: 18
nieuwbouw én transformatie in en van de bestaande woningvoorraad als vliegwielen. Het overgrote deel van de woningvoorraad van de toekomst staat er vandaag immers al.
4.2 In een ander zorglandschap en naar een inclusieve samenleving Zorg- en gezondheidsvraagstukken worden in toenemende mate een vraagstuk. De gemeente Renswoude is samen met zorg, welzijn en corporaties de dragende partij in de vraagstukken rondom de vergrijzing en de extramuralisering. En één ding is zeker: er is in Renswoude sprake van een toenemende zorgbehoefte. • Volgens de WOZ data zijn er momenteel circa 60 bejaarden/aanleunwoningen in Renswoude. Er is slechts één complex voor ouderen met een psycho-geriatrische Wlz-indicatie in Renswoude: De Kleine Meent. • Wanneer ouderen een somatische indicatie krijgen, dan zijn zij nu gedwongen om het dorp te verlaten. Dit zien we ook terug in het negatieve verhuissaldo van de 85-plussers in Renswoude. • Door het beperkte aanbod blijft het aantal ouderen in Renswoude met een Wlz-indicatie de afgelopen jaren laag (15 indicaties Verzorging en verpleging en 10 VG). • We zien ook dat circa 50 ouderen zorg ontvangen vanuit de Zvw-Wijkverpleging en circa 115 die ondersteuning of hulpmiddelen ontvangen vanuit de Wmo. Wat betekent dit op termijn? • Momenteel is 10% van de huishoudens 75 jaar of ouder in Renswoude (absoluut aantal 221). In 2030 is dit gestegen tot 13% (351) en 2040 tot 15% (495).
• De prognoses van Alzheimer Nederland voorspellen een toename van het aantal dementerenden in de gemeente Renswoude: van nu naar schatting 50 inwoners met dementieklachten naar 90 in 2030 en 130 in 2040. • Voor de Wlz-indicaties voor Verzorging en Verpleging verwachten we een soortgelijke ontwikkeling. Op dit moment is er een beperkt woonzorgaanbod (extramuraal en intramuraal) in Renswoude. Hierdoor zijn er weinig mensen met een Wlz-indicatie. In het onderzoek van Atrivé is het huidige aantal indicaties als vertrekpunt genomen voor de raming naar de toekomst. Dat betekent dat we voor 2040 circa 25 psychogeriatrische indicaties verwachten en rond de 15 somatische. Atrivé verwacht dat de daadwerkelijke vraag op termijn hoger is. Figuur 4.3
Prognose aantal dementerenden in gemeente Renswoude
Bron: Alzheimer Nederland
Pag: 19
Figuur 4.4
Raming ontwikkeling aantal Wlz-indicaties in Renswoude
35
30 25
20 15 10 5 0 2021
2025
2030
2040
psychogeriatrisch
somatisch
2050
Bron: CIZ, bewerking Atrivé
Impact op woonvraag Ouderen blijven – of ze nog samen of alleen zijn – vaak wonen in het huis waar zij al jaren wonen en de kinderen groot zijn gebracht. In relatief ruime eengezinswoningen. Hun huishoudens worden kleiner, maar hun huizen krimpen niet mee. De vraag is dus of dit hun juiste thuis is. Zeker als de gezondheid achteruit gaat, ze de trap niet meer op kunnen en langdurige zorg noodzakelijk wordt. Die vraag wordt vaak extra urgent als een partner overlijdt en het huis plotseling niet alleen groot, maar ook leeg is. Er zijn in hun hoofd en deels ook in de praktijk maar twee opties dan: het is hun eigen huis of een verpleeghuis. Voor het laatste kom je door de indicatiestelling niet zomaar in aanmerking en het is voor veel mensen bovendien het laatste wat ze willen. Er zijn nu weinig alternatieven tussen het ‘oude’ huis en het verpleeghuis. Ouderen zitten vast, terwijl sommigen best bereid zijn om te verhuizen. Huizen waar gezinnen om staan te springen. Ouderen maken als ze verhuizen naar een passende en levensloopbestendige woning voor hun behoeften – letterlijk en figuurlijk – ruimte vrij voor gezinnen. Daarbij laten veel ouderen grotere woningen achter als ze verhuizen en daarmee levert dit zelfs meer extra ruimte op dan wat er direct wordt gebouwd. Ondertussen staat goede, toegankelijke en betaalbare zorg onder druk.
Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht en moeten voorzien in de zorgbehoefte voor de korte en langere termijn. Ze hebben de taak om ouderen (en jongeren) de hulp en zorg te bieden die zij nodig hebben. Door gebrek aan personeel en passende woonvormen wordt het echter steeds lastiger om aan de plicht te voldoen. Nieuwe woonzorgvormen zijn essentieel. Dat kan ook in de bestaande voorraad.
Pag: 20
Figuur 4.5
Aspecten van kwetsbaarheid
Uit onderzoek van het SCP5 blijkt dat van de zelfstandige wonende 75-plussers ruim een derde kwetsbaar is. Van de groep 80-plussers is dit de helft. Binnen de groep kwetsbare ouderen zijn vrouwen, alleenstaanden met een beperkt sociaal netwerk, mensen met een lagere opleiding en inkomen, en ouderen die geen of slecht Nederlands spreken oververtegenwoordigd. Het is maar zeer de vraag of de actoren in het sociale domein deze mensen in voldoende mate bereiken en van zorg en ondersteuning voorzien. Platform 31 schrijft in dit kader over het belang om in de vergrijzende buurten de “Triple A-voorzieningen” voor ouderen (arts, apotheek, AH) in de buurt bereikbaar te houden. Ook is aandacht nodig voor mensen die minder mobiel zijn en die de toegang tot voorzieningen en andere functies dreigen te verliezen. Bron: actieplan wonen met zorg gemeente Leeuwarden, bewerking Atrivé
Het gesprek met woon- en zorgexperts, de Adviesraad Sociaal Domein en Stichting Welzijn en Ondersteuning (SWO) leverde (ten aanzien van vergijzing en wonen en zorg) de volgende aanwijzingen op: • SWO voert met alle 75-plussers een thuisgesprek. Veel mensen geven aan dat ze willen verhuizen naar een meer geschikte seniorenwoning. Een sta in de weg is soms de prijs: van koop naar huur is nadelig en met de huidige kooprijzen is ook een andere kleinere woning al snel duurder. In Renswoude lijkt dit probleem wat kleiner te zijn, omdat mensen hun woning goed kunnen verkopen en het opgebouwde vermogen hoger is. • Er zijn ook mensen die niet willen verhuizen, terwijl hun feitelijke woonsituatie niet meer aansluit bij hun beperkingen. Bewustwording en stimulans zijn dan echt nodig. • Er zijn nu nauwelijks alternatieven tussen het ‘oude’ huis en het verpleeghuis. Er is slechts één (verouderd) complex voor ouderen met een psychogeriatrische Wlz-indicatie in Renswoude. De vergrijzing zorgt voor een stevige toename van zorgvraag (somatisch en psychogeriatrisch). Zorgorganisatie Charim ziet op basis van eigen berekeningen nog veel meer vraag dan het onderzoek van Atrivé. • Het is een uitdrukkelijke wens van de aanwezigen om ervoor te zorgen dat ook deze mensen in hun eigen dorp kunnen blijven.
Idealiter wordt dit gecombineerd met andere woon(zorg)vormen voor een gevarieerde doelgroep (jong en oud, vergunninghouders) in een omgeving met wat reuring en in de buurt van voorzieningen en zowel in de koop als de huur. Er zijn interessante voorbeelden genoemd uit andere kleine kernen, zoals Wekerom. De plek van de oude basisschool de Borgwal (waar nu het gemeentehuis tijdelijk in is gevestigd) is een interessante ontwikkellocatie. • Charim vraagt aandacht voor de inzet van domotica (technologie waarmee onder andere zorg op afstand mogelijk is). • Partijen vragen aandacht voor mantelzorgwoningen en bouwen op ‘vaders erf’.
5
SCP (2018). Kwetsbaar en eenzaam? Risico’s en bescherming in de ouder wordende bevolking.
Pag: 21
4.3 Enkele strategsiche vragen gemeente Renswoude De uitkomsten van het woningmarktonderzoek vormen, zoals gezegd een bouwsteen voor de woonvisie. Deelnemers aan de sessies hebben onderstaande vragen geformuleerd waar de woonvisie een antwoord op moet geven. • Wat voor soort gemeente wil de gemeente Renswoude zijn in de toekomst? Wat zijn belangrijke
•
• •
• •
waarden en hoe belangrijk vinden we wonen en een eventuele groeiambitie t.o.v. andere aspecten (ruimte, groen, verkeer, parkeren)? Hoe levert de woningbouwopgave maatschappelijke meerwaarde? De woningbouwopgave is tenslotte niet alleen een doel op zich, maar vormt ook een middel om andere maatschappelijke doelen te bereiken. De locatiekeuze van woningbouw heeft effect op de economische vitaliteit, mobiliteitsgedrag, het versnellen van de energietransitie en de leefbaarheid van het dorp. De vraag is op welke plekken het bouwen van nieuwe woningen de meeste maatschappelijke meerwaarde genereert. Wat zijn hierin overwegingen en dillema’s? Vindt de gemeente u dat de mogelijkheden voor nieuwbouw en het transformeren van de bestaande voorraad (splitsen, transformatie, sloop/nieuwbouw) opgaven zijn die hand in hand moeten gaan? Hoe stimuleert de gemeente dat er een grotere variëteit aan woningen, woontypen, woonvormen en woonwerkmogelijkheden ontstaat en hoe zorgt de gemeente ervoor dat ook starters toegang tot de woningmarkt houden? Hoe zorgt de gemeente dat ook de bijzondere doelgroepen toegang krijgen tot de woningmarkt? Juist in de verbinding van de thema’s (kwaliteit bestaande voorraad, transformatie, een comfortabel thuis, energietransitie en klimaatadaptatie, een leefomgeving met (sociale) kwaliteit, sociale kwaliteit,) liggen grote kansen om de leefomgevingskwaliteit in de
gemeente Renswoude te vergroten. Waar liggen de kansen en hoe gaat de gemeente die verzilveren?
Pag: 22
Bijlage 1 POTENTIËLE PLANCAPACITEIT OVERZICHT GEPLANDE NIEUWBOUW Omschrijving plan Jaar Herontwikkeling Taets van Amerongenweg fase 2: Huurwoningen 2022 Huurwoningen 2022 Huurwoningen 2022 Huurwoningen 2022 Totaal Beekweide 2: Koop- en huurwoningen 2023 Koop- en huurwoningen 2024 Koop- en huurwoningen 2025 Koop- en huurwoningen 2026 Koopwoningen 2027 Totaal Overig: Kastanjelaan 2022 Barneveldstestraaat 40a 2023 Catharina Mossellaan 2023 Locatie Borgwal 2024 Zuid-West (binnen de beken) vanaf 2025 Zuid (binnen de beken) vanaf 2025 Totaal
Aantal
9 13 3 12 37 29 49 34 31 48 191 12 3 4 25 119 310 473
Onbekend Huur soc.
Huur vs
< 220
220-280
280-340
> 340
Onbekend
Fase
Hard/zacht
Bouwvoorbereiding Bouwvoorbereiding Bouwvoorbereiding Bouwvoorbereiding
Hard Hard Hard Hard
In ontwikkeling In ontwikkeling In ontwikkeling In ontwikkeling In ontwikkeling
Zacht Zacht Zacht Zacht Zacht
Bouwvoorbereiding In ontwikkeling In ontwikkeling 25 Studie Studie Studie 25
Hard Hard Hard Zacht Zacht Zacht
9 13 3 0
12 34
3
8 10 8 7 0
33
0
0
0
0
0
10 9 8
4
24 51
4 8
1 6 13 16 14 50
6 24 5 8 6 49 12 3 4
119 310 429
0
0
Pag: 23
0
0
0
19
0
0