CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag rekeningcommissie 14 juni 2022

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Vaststelling verslag van de Rekeningcommissie van 14 juni 20226.659 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag Rekeningcommissie Datum vergadering Aanwezig

14 juni 2022

Djuma: 556778/ 556781

voorzitter:

mevrouw K.J.M. Daalmeijer-Rensen

secretaris:

de heer M.H.T. Jansen

de leden:

Dorpsbelang Renswoude: de heren C.E. Eskes, G.W. van Ginkel en M.P. Rietdijk SGP: de heren H. Don, H. Hardeman en J. Heijboer CU: de heer S. van ’t Foort en mevrouw C.M. Veldhuizen VVD: de heren B. Bisschop en E.C. Blaauwendraat CDA: de heren S. Verkerk en J. van Voorthuizen

tevens aanwezig:

mevrouw P. Doornenbal-van der Vlist (burgemeester), de heer H.H. van der Schoor (wethouder) alsmede de heer E.J. Jansonius (gemeentesecretaris) en de heer M. Puttenaar (ambtenaar)

notulist:

de heer J.B. Kammeraad

1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. 2. Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Vaststelling verslag en besluitenlijst van de openbare vergadering op 31 mei 2022 Het verslag en de besluitenlijst worden ongewijzigd vastgesteld. 4. Voorstel tot vaststelling van de jaarstukken 2021 De voorzitter meldt dat een aantal fracties hun vragen al schriftelijk hebben ingestuurd. Eerst zal op die vragen worden ingegaan en daarna komt er een ronde voor aanvullende vragen. Wethouder Van der Schoor geeft aan dat de raad een raadsmemo heeft ontvangen over de kadernota, dat die nog niet gereed is en daarom niet in deze vergadering behandeld kan worden. Die komt rechtstreeks in de raadsvergadering van 5 juli aan de orde. De jaarrekening van het Woningbedrijf komt naar de raad. Die is inmiddels door de accountant gecontroleerd en de keuze is of de commissie die rechtstreeks in de raadsvergadering van 5 juli wil behandelen of in de raadscommissie van 30 juni aanstaande. In die commissievergadering wordt eerst de verstedelijkingsstrategie besproken en dan kan de jaarrekening in aanwezigheid van de accountant worden besproken. In de vergadering van 30 juni zal de accountant ook zijn bevindingen over de jaarrekening 2021 bekendmaken.

Dank aan de heer Puttenaar en zijn team dat hij de beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen op tijd heeft gerealiseerd.

Pagina 1 van 11

De voorzitter schorst de vergadering. De voorzitter heropent de vergadering en stelt eerst de beantwoording van de schriftelijk gestelde vragen aan de orde. De heer Puttenaar meldt dat de eerste vraag van de SGP ging over het feit dat de personeelslasten een half miljoen hoger zijn en hoe dit wordt verklaard. Wordt dit de komende tijd beter en wat wordt hieraan gedaan of is hier niets aan te doen? De gemeente heeft geen apart budget voor de inhuur van externen. Dus alle inhuur moet worden gedekt uit de reguliere personeelsbegroting. In het afgelopen jaar zijn er veel wisselingen geweest en een aantal ziektegevallen waardoor extra personeel moest worden ingezet. Daarnaast zijn er een aantal functies die vanuit de krappe arbeidsmarkt heel moeilijk zijn in te vullen en dat zorgt er ook voor dat op een aantal posities extra en ook langer moet worden ingehuurd. Ook in 2022 zal het moeilijk zijn om daar op te sturen en daarom is de verwachting dat ook in 2022 meer kosten zullen worden gemaakt dan eerst was begroot. Er wordt wel samengewerkt met andere gemeenten zodat medewerkers niet alleen voor Renswoude maar ook voor andere gemeenten actief zijn. Er worden door verschillende fracties vragen gesteld over de resultaatstelling. Dan gaat het onder andere om vragen over budgetten die niet zijn besteed of dat er ineens taken bijkomen in 2022 en of de gemeente die wel kan waarmaken.

De € 282.000 bestaat in ieder geval voor € 232.000 uit vervallen gelden uit rijkcirculaires. Het Rijk heeft gezegd van deze taken dragen we over aan de gemeente en die krijgt hier ook middelen voor maar er is nog geen invulling gegeven om die gelden daadwerkelijk te kunnen besteden. Het gaat specifiek om het sociaal domein en duurzaamheidsontwikkeling. Die gelden worden overgeheveld om die in 2022 te besteden. Er is onder andere door de SGP de vraag gesteld of die € 232.000 niet € 282.000 moet zijn of andersom. Dat is niet het geval omdat er nog € 50.000 tussen zit. Dat is namelijk het budget dat nog wordt overgeheveld ter realisatie van een stukje wegaansluiting wat nog moet gebeuren. Door meerdere partijen worden vragen gesteld over de overhead. In de analyse wordt verklaard waarom de € 93.000 van de salarislasten niet is doorbelast. Datzelfde geldt voor de € 384.000 van het Woningbedrijf waarom dat is doorbelast als overhead. Er kan niet meer worden doorbelast dan de salarislasten die je hebt. In de begroting 2021 wordt ervan uitgegaan dat een bepaald deel van de salarislasten kan worden doorbelast omdat je bepaalde projecten doet gedurende een jaar maar dan kom je niet altijd uit.

Als je bijvoorbeeld voorzien had dat je projecten zou doen betreffende het gemeentelijk rioleringsplan en het lukt niet om de projecten op tijd te plannen waardoor ze in dat jaar niet worden uitgevoerd is er ook geen sprake van de doorbelasting van die begrote uren. Alle salarislasten worden begroot in de overhead. Er wordt over nagedacht om daar anders mee om te gaan om salarislasten beter te kunnen presenteren. Een aantal van die salarislasten worden aan producten/projecten toebedeeld. Die € 384.000 is niet doorbelast. De administratie van het Woningbedrijf staat op zichzelf. Aan het eind van het jaar worden de baten en lasten geconsolideerd naar de hoofdadministratie van de gemeente Renswoude. De € 384.000 is in de consolidatie wel meegenomen maar bij het wegstrepen van posten is die ook komen te vervallen. Of dat bedrag nu wel of niet wordt doorbelast, aan het eind van de streep is het bedrag nul. Het bedrag wordt verschoven van de administratie Woningbedrijf naar programma 3 Fysiek domein en als je dat niet doet in het Woningbedrijf is daar een nadeel en als het niet wordt doorgerekend in programma 3 is daar een voordeel. Dit bedrag is per abuis niet doorgerekend. Het is zuiverder om het wel te doen omdat je dan de individuele resultaten beter weergeeft maar het totale resultaat is nul.

Pagina 2 van 11

Er wordt door de SGP een vraag gesteld over de bezoldiging van de gemeentesecretaris. De bezoldiging van de heer Jansonius is correct want is conform de jaarstaat maar halverwege staat een subtotaal en die is verkeerd gecalculeerd. Gelukkig is er nog de mogelijkheid om dit voor 5 juli aanstaande te corrigeren. Meerdere keren wordt een vraag gesteld over de precariobelasting. Een van de verklaringen van de verschillen is dat er € 135.000 meer precariobelasting is gerealiseerd voor kabels en leidingen dan was begroot. Er is geen sprake van een inhaalslag van de afgelopen jaren. Er is altijd dezelfde rekenmethodiek gehanteerd. Er wordt een rekening opgelegd aan Stedin op basis van het afgelopen boekjaar en in februari/maart van het volgende boekjaar wordt contact gelegd met Stedin van dat op dit moment is het aantal vierkante meters kabels en leidingen. Dat is altijd anders dan het afgelopen jaar. Er zijn dit jaar daadwerkelijk meer kabels en leidingen aangelegd. In de begroting was ongeveer 3,5 ton voorzien en achteraf vindt er altijd een afrekening plaats en in dit geval is het € 135.000 hoger. Vanaf 2022 mag het niet meer in rekening worden gebracht en in de begroting van 2022 is dit ook niet meer begroot. Door 2 fracties is gezegd dat de jaarrekening van het Woningbedrijf ontbreekt.

De jaarrekening is al gecontroleerd door de accountant en die had inderdaad vanavond op de agenda moeten staan. Er is een mogelijkheid om die op 30 juni in de commissie te bespreken. Dan is de accountant er ook bij. In ieder geval komt die 5 juli in de raad. Het resultaat van het Woningbedrijf is € 334.000. Dat zit al in het totale resultaat. Bij de resultaatbestemming zal die worden toegevoegd aan de algemene reserve van het Woningbedrijf. Er worden meerdere vragen gesteld over de beleidsindicatoren. Nieuw in de jaarrekening is dat de beleidsindicatoren van alle programma’s uit de programma’s zijn gehaald. Voor de inzichtelijkheid is een nieuwe paragraaf Beleidsindicatoren gecreëerd. Daar staan ook de beleidsindicatoren inzake de bedrijfsvoering in. De VVD constateert terecht dat de beleidsindicatoren voor zowel de formatie als de bezetting van 2020 anders is dan is gepresenteerd in de jaarrekening 2020. Er is namelijk een herrekening gedaan omdat het idee was dat de berekening niet op basis van de juiste gegevens had plaatsgevonden. In samenspraak met de gemeentesecretaris is een herrekening gedaan en vandaar de afwijking. Dat geldt ook voor het inhuurpercentage en het overheadpercentage. Die zijn allemaal opnieuw berekend. Er is een verschil tussen formatie en bezetting.

Wat mag je op basis van het inrichtingsplan aan ambtelijke capaciteit hebben en een aantal vacatures zijn niet ingevuld en dat is de bezetting. De formatie 2020 was 36,71 fte en de bezetting was 36,21. De formatie in 2021 was 36,21 en de bezetting 32,77. Ongeveer 3 à 4 fte zijn structureel niet ingevuld. Dan heeft de VVD nog een vraag over de externe inhuur of de ambtelijke capaciteit van de samenwerking met Veenendaal, onder andere op het gebied van sociaal domein en lokale heffingen, daarin zit. Die zit daar niet in. De gemeente heeft een samenwerkingsovereenkomst met Veenendaal en daarvoor wordt een bijdrage betaald op basis van wat is afgesproken. Renswoude maakt wel gebruik van een aantal specifieke functionarissen uit Veenendaal en daar wordt apart voor betaald. Dorpsbelang Renswoude vraagt hoe het precies zit met het resultaat op het Grondbedrijf. Die fractie is in de veronderstelling dat het gaat om incidentele baten en lasten in plaats van structurele en vraagt zich af hoe zich dat tot elkaar verhoudt. De begroting en jaarrekening worden gepresenteerd op basis van structurele baten en lasten en dus ook een structureel jaarresultaat. Dit moet op basis van de BBV en dit valt binnen het toetsingskader van de provincie Utrecht. Incidentele kosten conform de tabel incidentele baten en lasten worden

Pagina 3 van 11

er weer uitgehaald omdat verantwoording wordt afgelegd op het structurele resultaat maar bij de grondexploitaties gaat het om structurele baten en lasten. Voorheen was het zo dat wanneer een grondexploitatie enkele jaren liep pas op het einde daarvan het resultaat werd bepaald. Sinds 2016 dient op basis van de BBV per jaarschijf te worden bepaald wat het resultaat is van de grondexploitatie en dat resultaat wordt verantwoord in het jaarrekeningresultaat. Dorpsbelang Renswoude stelt dat er meerdere waarnemingen zijn gedaan dat de straatverlichting uitvalt en problemen geeft in 2021. Er is een technische aanpassing geweest. Er was een bepaalde manier van aansluiten maar als er een storing was viel de complete verlichting in Renswoude uit. Uit een technisch onderzoek is gebleken dat het daar in zat en er is een aanpassing gedaan in de meterkast bij het dichtste stroompunt zodanig dat als er een storing is er maar 1/3 van de verlichting uitvalt. Door onder andere Dorpsbelang Renswoude wordt aangegeven dat de kostendekkendheid van de publieke diensten laag is, namelijk 17% bij lokale heffingen. Dit moet in samenhang worden gezien met de andere 2 tabellen die daarin staan. De kosten en baten van Burgerzaken en Publiekszaken worden daar naar evenredigheid verdeeld.

Als wordt gekeken naar de laatste paragraaf in de tabel Lokale heffingen wordt gezien dat de 3 tabellen tezamen op 99% kostendekkendheid zitten. Door het coronajaar waren de baten zo laag omdat een aantal specifieke leges nagenoeg niet konden worden opgelegd. Het gaat dan met name om de overige leges zoals voor evenementen. Dit geldt ook voor paspoorten. De accountant is al heel ver met de controle van de jaarrekening. Zodra de controleverklaring er is kan er ambtelijk op worden gereageerd maar gezien wat er nog openstaat van het controledossier is het te overzien. De eventuele correcties die zijn ontvangen van de accountant zijn zeer beperkt. Het definitief oordeel van de accountant is er nog niet maar dat zal 30 juni aanstaande verder worden toegelicht. Het CDA merkt op dat in de koppen van de programmabladen nog de wethouders staan van de oude coalitie. De jaarrekening legt verantwoording af over het afgelopen jaar. Het is dus wel degelijk correct dat het oude college daar boven staat. Voorts stelt die fractie de vraag dat op het product crisisbeheersing en brandweer € 60.000 lagere afschrijvingskosten zijn. Die waren er in 2020 ook al en dit stond nog onterecht in de begroting want de gemeente heeft geen kapitaallasten voor de brandweerkazerne. Bij de kadernota zal een actualisatie worden gedaan van de kapitaallasten en dan wordt dit ook meegenomen.

Er wordt door het CDA de vraag gesteld over de paragraaf Lokale heffingen wat betreft de rioolheffing code 1, 3 en 4 en ook nog code 2. Die codes worden niet meer gehanteerd door Veenendaal maar de gemeente probeert ze nog wel weer te geven. Er wordt geconstateerd dat voor code 1, 3 en 4 geen verantwoording staat van gerealiseerde baten en dat bij code 2 meerpersoonshuishoudens alle baten genoemd worden. Tot op heden is er nog steeds geen uitsplitsing ontvangen vanuit Veenendaal van de categorieën baten. De subadministratie zit in Veenendaal en de hoofdadministratie zit bij Renswoude maar het bedrag dat er staat is juist. Er wordt door het CDA de vraag gesteld over de paragraaf Weerstandsvermogen met betrekking tot het risico van de grondexploitatie. Er is het afgelopen jaar een risico van € 280.000 gekwantificeerd. De uitleg hierover staat in de paragraaf Risico weerstandsvermogen. De vraag is waarom die naar 50% is verhoogd. Er is vakinhoudelijk een afweging gemaakt van hoe hoog het risico is. Dat wordt gedaan bij de begroting en bij de jaarrekening. Er is toen op 50% uitgekomen maar natuurlijk is het nooit zeker hoe het er daadwerkelijk eruit gaat zien. Dit is een hele voorzichtige schatting.

Pagina 4 van 11

De weerstandsratio is gegaan van 1,5 naar 4,7. Dat is een enorme stijging en terecht werd door het CDA gezegd van waarom wordt de 1,2 miljoen van Groot Overeem II hierin niet meegenomen omdat die eerdere jaren wel werd meegenomen. In 2021 is Groot Overeem II van een passieve naar een actieve grondexploitatie gegaan. Dan worden de baten en lasten verwerkt in de structurele begroting en hoeft het niet meer te worden meegewogen in de paragraaf Weerstandsvermogen. Daarnaast zijn de risico’s over het algemeen teruggelopen want de risico’s zijn steeds meer verwerkt in de baten en lasten en uiteindelijk is de beschikbare weerstandcapaciteit gegroeid. Vorig jaar is op basis van de WOZ-waarden 9 ton aan stukjes gronden meegewogen als beschikbare weerstandcapaciteit. Die waren in 2020 niet geactualiseerd. Het CDA stelde de vraag dat in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen er nog aan wordt gerefereerd dat de brandweerkazerne nog gebouwd wordt. Bij de begroting 2021 was het uitgangspunt het onderhoudsniveau. Als je verder kijkt in dezelfde tabel zie je dat die is gerealiseerd en als wordt gekeken op pagina 88 naar de verantwoording investeringskredieten naar de tabel rechtmatigheid kan worden gezien dat het investeringskrediet brandweerkazerne ook wordt afgesloten met een positief saldo van € 72.588. Er is dus minder uitgegeven aan de brandweerkazerne dan was begroot.

Het CDA vraagt waarom er geen data staan van de provincie en kleine gemeenten. Die data zouden moeten worden opgevraagd en daar is heel moeilijk aan te komen. In de nieuwe begroting moet goed bekeken worden welke indicatoren werken en wat meetbaar en stuurbaar is en dit is dat niet. Er is heel kritisch naar de indicatoren gekeken en welke actuele waarden geven. Op pagina 69 staat een tabel incidentele baten en lasten en het CDA constateert dat er niets gezegd wordt over de afwijkingen. Dit is een verplichte tabel die vanuit de BBV moet worden opgenomen. De plannen zijn om in de nieuwe begroting en jaarrekening dit op een andere manier in te vullen waarbij een toelichting op de reden van de afwijking van baten en lasten. In de standaard financiële administratie kun je heel slecht uit de voeten met wat incidenteel is en wat structureel is. Er wordt als een klein experiment nu gekeken hoe financiële mutaties kunnen worden vastgelegd en dan kan ook anders worden gerapporteerd want het is nu een hele zoektocht wat ooit incidenteel is afgesproken en wat structureel. De verwachting is dat in de volgende P&C-cyclus die informatie veel beter kan worden gepresenteerd. Dan is er nog een vraag van het CDA over de 1 miljoen dat is besproken in de raadscommissie van 31 mei jongstleden. De 1,1 miljoen zit in de nog te betalen bedragen in de balans als overlopende passiva van 1,68 miljoen.

In 2016 is die uit het project Beekweide gehaald en overgeboekt naar nog te betalen op de balans omdat op een eindejaardatum de redelijke verwachting is dat kosten gaan worden gemaakt in de toekomst maar het is nog niet precies bekend wanneer en daarom wordt het niet opgenomen in de lasten. Ze worden op de balans geplaatst op het moment dat ze plaatsvinden. Naar de totaalpost van 1,6 miljoen moet niet sec worden gekeken maar naar de hele transitie van de overlopende passiva en activa. Dat zijn verplichtingen die de gemeente heeft in de toekomst en ieder jaar wordt daar een specificatie van gemaakt en dat zijn niet alleen posten van 2021. Dit is al begonnen vanaf 2015/2016 en ieder jaar worden die posten meegenomen. Iedere keer moet worden aangegeven van deze post komt niet en valt vrij en gaat het richting resultaat jaarrekening. Het staat dus nog gereserveerd op de balans als nog te betalen post maar het is te omvangrijk om van al die posten een specificatie te geven. De gemeente moet ieder jaar weten welke verplichtingen er nog zijn en daar zitten heel veel nog te betalen posten bij aan bijvoorbeeld de ODRU of de AVU. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld subsidies ontvangen

Pagina 5 van 11

van de provincie waarvan moet worden bijgehouden welke nog niet zijn besteed. Het is dus niet zo dat er onnodig posten worden geschrapt of meegedragen. De heer Van ’t Foort is blij met het jaarresultaat. Vaak is het zo dat het met de begroting altijd krap is en bij de jaarrekening ruim. Dit is toch nog wel een puntje van aandacht voor de begrotingsdiscipline. Wat betreft de te overhevelen bedragen voor de jeugdzorg. In hoeverre zijn deze bedragen geoormerkt en zijn er nog besluiten mogelijk voor de raad? De ervaring leert dat zaken uit de jeugdzorg vaak redelijk definitief zijn. De boekwaarde van de bestemmingsreserve voor de egalisatie van de tarieven is met ongeveer 4 miljoen gestegen ten opzichte van een jaar geleden. Kan worden uitgelegd wat er met deze reserve wordt gedaan want het gaat om een aardig bedrag? Er zijn bepaalde reserves die hoger worden maar de gemeente heeft ook te maken met inflatie en dit kost de gemeente waarschijnlijk straks geld wanneer de inflatie stijgt en leningen met nieuwe rentes moeten worden aangegaan. Is daarover nagedacht? De heer Puttenaar geeft aan dat er meerdere bijstellingen van de begroting zijn in het jaar met de voorjaarsrapportage en de najaarsrapportage. Op die momenten moet eigenlijk redelijk kunnen worden voorspeld wat het gaat worden aan het einde van het jaar.

Bij de analyse van het jaarresultaat staan echter een heleboel incidentele mutaties en die mutaties kunnen vaak pas aan het eind van het jaar worden genomen zoals de winstneming grondexploitatie. Dat geldt ook voor het Woningbedrijf. Er wordt nu een begroting gemaakt en een meerjarenraming voor de hele coalitieperiode. Over het algemeen zit daar een stukje indexering in en ontwikkelingen. Als voor het maken van een nieuwe begroting aan alle afdelingen zou worden gevraagd wat wordt verwacht dat dit jaar wordt uitgegeven komt daar een begroting uit die dichter bij de waarheid komt. In 2019 is bij de begroting 2020 toegezegd dat het gemeentehuis ongeveer 4 miljoen gaat kosten. Toen is een raadsbesluit genomen ter dekking van de investering dat er een reserve wordt ingesteld ter dekking van de kapitaallasten. Dat valt onder de egalisatiereserve. In de begroting 2020 heeft het ook in het totaal van de reserves en voorzieningen gezeten. In de begroting 2021 is die verdwenen. Het CDA stelde de vraag waar de 2,5 ton is gebleven die uit de reserve onderhoud is gehaald en die dient voor de dekking van de kapitaallasten gemeentehuis. Dat is uitgezocht en bij de begroting 2022 gerepareerd. Omdat de raad er altijd keurig een besluit over heeft genomen mag het administratief worden verwerkt.

Naast de 2,5 ton is de 4 miljoen waarover in 2019 is besloten gerepareerd in overleg met de accountant. Dit betreft dus 2 raadsbesluiten die administratief zijn verwerkt in 2021 en die zijn ter dekking van de kapitaallasten van het nieuwe gemeentehuis. Er is nog een vraag gesteld over inflatie in combinatie met de reserves. De reservepositie van de gemeente blijft stabiel. In 2016 heeft de raad gezegd dat er een weerstandsvermogen moet zijn van de reserves van 4 miljoen ter dekking van risico’s. Ideaal wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen getoond wat de ontwikkeling is. Deze is ruim en de raad zou kunnen beslissen om die 4 miljoen af te bouwen en dat bijvoorbeeld wordt gegaan naar 2 miljoen voor dekking van de risico’s en de 2 miljoen die vrij valt zou kunnen worden besteed aan andere projecten. De gemeente wordt dit jaar geconfronteerd met een torenhoge inflatie waarmee niet is gerekend in de begroting. Op advies van het CPB wekt de gemeente met een inflatie van een gemiddeld percentage maar op basis van de tarieven die worden ontvangen van leveranciers wordt de gemeente geconfronteerd met kostenverhogingen en daarom staat de gemeente nu voor de keuze om de begroting hierop aan te passen.

Pagina 6 van 11

Wethouder Van der Schoor merkt op dat de ChristenUnie constateert dat het aantal nieuwe sociale huurwoningen daalt van 17,7 naar 17,1 en de vraag is hoe daar in de toekomst mee wordt omgegaan. Het college houdt zich aan de Woonvisie en aan de wettelijke normen. Dit wordt meegenomen in het college en de raad kan de plannen tegemoet zien ten aanzien van de bouw van sociale huurwoningen. Bij de Taets van Amerongen is op een bepaald moment gezegd dat er van een bepaald soort woningen gaat worden overgegaan naar een ander soort woningen omdat er op dat moment meer vraag naar was. Het CDA vraagt wat is bereikt in de programma’s en dan gaat het niet om wat er gedaan is maar om het effect. Bij verschillende zaken is het effect niet altijd te meten want het effect van de nieuwe brandweerkazerne is bijvoorbeeld niet te meten. Overal worden er resultaten bereikt maar om die allemaal los te noemen wordt een hele toer. Als de fractie de vraag iets specifieker wil maken per onderwerp zal worden geprobeerd om daar in de raad een antwoord op te formuleren. Dan is er een vraag of de bebording goed is, ook in het buitengebied. Deze vraag wordt meegenomen en hopelijk kan daar op 5 juli een antwoord op worden gegeven. Als wordt geconstateerd dat er op een bepaalde plek geen bord staat of een verkeerd bord, dan wordt dat graag gehoord.

De heer Don zou het prettig vinden dat als er een vraag wordt gesteld er ook meteen een antwoord komt en dat de jaarrekening vanaf pagina 1 tot het eind wordt doorgelopen. De heer Bisschop complimenteert de vorige wethouder financiën voor het mooie financiële resultaat. Als de € 340.000 resultaat van het Woningbedrijf niet wordt doorbelast zou je kunnen zeggen dat het Woningbedrijf misschien wel verlies heeft gedraaid. Je zou ook kunnen zeggen dat het Woningbedrijf verlies maakt over de rug van de huurders. De huren zijn minder verhoogd dan de inflatie en eigenlijk is er dan een verlies gemaakt in het Woningbedrijf. Hoe zit het nou met de juiste doorbelasting van de kosten? Die vraag wordt pas duidelijk als de raad de jaarrekening van het Woningbedrijf krijgt en dan kan op 30 juni worden bekeken hoe het zit met die winst van € 340.000. Zit het positieve resultaat van het Woningbedrijf nu wel of niet in het rekeningresultaat van de gemeente? Volgens de heer Puttenaar zit in die 7,5 ton het Woningbedrijf. De reserve Woningbedrijf is al toegenomen met exact die € 334.000 en daarnaast is er nog een te bestemmen resultaat van € 745.000. Uiteindelijk is er € 1,1 miljoen positief resultaat gehaald en niet € 745.000.

Er kan prima worden doorgegaan met de huidige systematiek van begroten maar in de begroting die wordt gemaakt zitten bepaalde bedragen niet in die doorgaans achteraf meevallen en dat zijn het Woningbedrijf en de grondexploitaties. De heer Puttenaar zegt dat de opbouw van de reserve van het Woningbedrijf met € 334.000 niets te maken heeft met dat het resultaat ineens 1,1 miljoen zou zijn. Op een gegeven moment wordt de eindstand van de administratie van het Woningbedrijf en de eindstand van de administratie van de gewone dienst bepaald. Daarnaast is er nog een administratie lokale heffingen die de gemeente vanuit Veenendaal krijgt. De administratie van het Woningbedrijf en van de gewone dienst moeten een worden. Daarvoor wordt een consolidatie uitgevoerd en alle posten in de administratie van het Woningbedrijf worden tegen elkaar weggestreept. Bijvoorbeeld de activapositie van het Woningbedrijf wordt weggestreept tegen de leningen die worden betaald. Er gaat dus niet dubbel naar de administratie van de gewone dienst. Wat er uiteindelijk overblijft is onder andere de reservepositie en het resultaat van het Woningbedrijf en in de presentatie wordt vervolgens getoond de ontwikkeling van de reserve.

Pagina 7 van 11

De heer Bisschop is van mening dat deze discussie per mail moet worden voortgezet om er duidelijkheid over te krijgen van is het resultaat nu 1,1 miljoen of € 745.000. De heer Heijboer heeft gekeken naar de vermogensaansluiting per 31 december 2020 en 31 december 2021. Daar zit al de winstbestemming in en er zit een verschil in van 1,1 miljoen. Daarom de veronderstelling dat het resultaat € 745.000 is plus de winst van het Woningbedrijf. De heer Eskes begrijpt dat er dik 7 ton aan resultaat is. Er blijft € 463.000 over waarin zit € 334.000 van het Woningbedrijf. Dan staat er wel dat die € 463.000 wordt toegevoegd aan de algemene reserve maar moet het niet zo zijn dat het resultaat Woningbedrijf aan de reserve Woningbedrijf moet worden toegevoegd en het restant van het resultaat aan de algemene reserve? De heer Puttenaar zegt dat er formeel een extra beslispunt zou moeten worden opgenomen om die bedoeling weer te geven maar administratief liggen die reserves zo dicht tegen elkaar dat de vraag is of de splitsing in de administratie wel op de juiste manier is te maken naar aanleiding van het raadsbesluit. Formeel zou een extra beslispunt moeten worden opgenomen dat die € 334.000 naar de algemene reserve Woningbedrijf gaat en het restant ten gunste van de algemene reserve vrij besteedbaar.

De heer Verkerk constateert dat het dekkingspercentage van de begraafplaats fors achteruitgaat en de vraag is hoe dit kan want in het verleden is toch afgesproken dat zou worden gegaan naar kostendekkendheid. Dit is een hele fijne manier om jaarrekeningen te bespreken maar het zou het beste zijn als vragen direct worden beantwoord. Het is een prima voorstel van wethouder Van der Schoor om de jaarrekening van het Woningbedrijf op 30 juni te bespreken. De heer Puttenaar zegt dat als je kijkt naar de lastenkant die nagenoeg hetzelfde blijft. Het overheadpercentage is wel toegenomen. De batenkant is met meer dan 40% afgenomen ten opzichte van 2020. Het kan zijn dat vanwege het coronajaar minder leges zijn opgelegd maar dat is nog niet gecheckt. Dat is waarschijnlijk de enige verklaring omdat het tarief nagenoeg niet is aangepast. De heer Don vindt het niet zo vreemd dat in het ene jaar meer begrafenissen zijn dan in het andere jaar. Wat betreft de € 384.000 is het voor het inzicht van de raadsleden beter om zaken te splitsen om te zien hoe dingen werken. Goed is dat op zich veel uitleg in de tekst staat. Begrepen is dat in de vergadering nog aanvullende technische vragen konden worden gesteld. Misschien kunnen 2-3 vragen worden gesteld waarna een antwoord wordt gegeven. Op pagina 4 wordt gesproken over een nieuw verdeelstelsel dat vertraagd zou zijn.

Wat zijn de gevolgen van de vertraging of wat zijn überhaupt de consequenties van het nieuwe stelsel? Op pagina 5 staat bij de vennootschapsbelasting een bedrag van € 132.000 en dat was begroot op € 25.000. Is dat grote verschil te verklaren? De reserves zijn 1 miljoen lager dan begroot. Wordt de check op rechtmatigheid per pagina gedaan en is het bijvoorbeeld wel rechtmatig om op individuele posten een overschrijding te hebben als uiteindelijk op het hele programma een toets kan plaatsvinden? De heer Puttenaar memoreert dat de heer Jansonius nog een presentatie heeft gegeven over de ontwikkeling van de rijkcirculaires. De grote onzekerheid is de verdeling van het gemeentefonds. Daar wordt al meerdere jaren over gesproken. Grote gemeenten als Eindhoven en Den Haag krijgen het grootste deel en de rest wordt verdeeld over de andere gemeenten. Als het rijk het voornemen heeft om veel te investeren, ook in duurzaamheid, is het in het algemeen zo dat gemeenten daarvoor worden gecompenseerd (trap op, trap af). Gedurende het jaar krijgen gemeenten de maartcirculaire, de meicirculaire, de septembercirculaire et cetera. In het begin van het jaar doet het rijk een opgave van wat de

Pagina 8 van 11

gemeente krijgt en 4 keer per jaar wordt dat aangepast. Van die wispelturigheid wil men af. Er komt dus een nieuwe manier van verdelen van het gemeentefonds. De meicirculaire is inmiddels verschenen en die zal doorgerekend worden in de kadernota. Daar moet al iets van de nieuwe systematiek in zitten waardoor er meer zekerheid zou komen voor de begroting waardoor die wat constanter wordt. De vennootschapsbelasting is inhoudelijk ingewikkeld en de gemeente besteedt dat uit aan een expert. In 2016 is de vennootschapsbelasting geïntroduceerd. Vervolgens zijn er binnen gemeenteland producten aangewezen die commercieel uitgevoerd worden. Daar moet dan vennootschapsbelasting over worden betaald want anders zou er sprake zijn van oneerlijke concurrentie met het bedrijfsleven. In oktober/november krijgt de gemeente een voorlopige aangifte vanuit de Belastingdienst op basis van de ontwikkelingen tot nu toe. De gemeente moet dat direct betalen. Vervolgens kijkt de gemeente hoe gedurende het jaar de eventuele commerciële activiteiten zich ontwikkelen en hoeveel belasting daarover zou moeten worden betaald. Voor Renswoude gaat het om de grondexploitaties maar de gemeente weet pas 1,5 jaar later wat uiteindelijk als resultaat is bereikt en wat dus aan vennootschapsbelasting moet worden afgedragen. Recent is die rekenexercitie voor 2020 afgerond. De aanslag 2020 is 1 miljoen.

Daarom worden wisselingen gezien in het begrote bedrag op pagina 4. Binnen de reserves en voorzieningen is het afgelopen jaar gezien bij 2 belangrijke producten dat uiteindelijk minder is onttrokken aan de reserves. Dat betreft de riolering en afval. Het restafvalproces is goedkoper geweest. De gemeente heeft meer opbrengsten gegenereerd van de partners. Daar was van tevoren geen rekening mee gehouden. Achteraf bleek dat er minder lasten waren. Bij afval en riolering wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve waardoor er sprake is van een gesloten systeem en inwoners niet meer geld kwijt zijn. Zowel bij riolering als afval is sprake van een behoorlijk voordeel omdat er hogere baten zijn dan lasten en daarom hoeft dus ook geen onttrekking plaats te vinden van de reserve die wel was begroot. Bij deze producten kan dit pas op het allerlaatste worden berekend als alle gegevens zijn ontvangen. Echter, als de gemeente ook niet doteert aan deze reserves kan dat op den duur pijn gaan doen. De tabel over rechtmatigheid is nieuw in de jaarrekening vanwege de BBV. De tabel in de aanbiedingsbrief is hetzelfde als de tabel rechtmatigheid in de jaarrekening. Bij de totale lasten per programma moet worden aangetoond of de gemeente rechtmatig gehandeld heeft.

Er wordt dus niet ingegaan op individuele mutaties maar het kan wel zo zijn dat op een bepaald budget sprake is van een overschrijding of een onderschrijding. Het kan ook zijn dat er minder taken zijn uitgevoerd en dan kan het ook rechtmatig zijn dat het tijdig is bijgesteld. De heer Don vraagt of de uitgestelde betaling van € 106.000 op riolering in het resultaat zit en zo ja, is dat dan wel zuiver. Als dat bedrag inderdaad in het resultaat zit, waarom wordt dan in de resultaatbestemming niet gezien dat dit bedrag naar de reserve Riolering gaat? Op pagina 8 wordt gezien dat de gemiddelde woonlasten in een paar jaar tijd behoorlijk zijn gestegen met 13% en dat zit voor een groot deel in de afvalstoffenheffing maar in 2021 is er ook een behoorlijk voordeel op de post afvalstoffen van € 162.000. Heeft dit consequenties voor het eind van het jaar als een nieuwe afvalstoffenheffing gaat worden vastgesteld? Op pagina 34 staat dat de kosten van het verwerken van afval stijgen terwijl op pagina 6 staat dat de algemene conclusie is lagere verwerkingskosten. Op pagina 35 gaat het over de milieuvoorziening, die was nul en wordt nu dus € 162.000. Is er een gewenste omvang voor deze voorziening? Er is een reserve Rioolrecht waarin het overschot wordt gestopt

Pagina 9 van 11

terwijl bij milieu sprake is van een voorziening en dan is de vraag wanneer een reserve wordt ingesteld en wanneer een voorziening. De heer Puttenaar merkt op dat de opbrengst riolering een mutatie is op de resultaatbestemming. Alle onttrekkingen en dotaties aan de voorzieningen moeten al zijn gemuteerd om op het resultaat van de jaarrekening te komen. Op pagina 77 staat ook dat het wordt toegevoegd. Zowel bij riolering als afval worden middelen ontvangen van inwoners en die moeten dus ook worden gelabeld volgens de BBV. Het is een gesloten systeem en het vloeit altijd weer terug in het product zelf. Wanneer het een reserve of een voorziening is hangt een beetje af van de aard van het middel. De BBV schrijft voor dat het ene in een reserve moet en het andere in een voorziening. Daar heeft de gemeente geen keuze in. In 2021 is gezien dat de lasten voor wat betreft afval duidelijk lager waren dan de baten. Dat komt omdat in het restafvalproces meer opbrengsten zijn gegenereerd. Omdat dit proces in 2021 goed in control was kreeg de gemeente meer terug van de samenwerkingspartners. Zij brengen gedurende het jaar op basis van voorschotten een bedrag in rekening en op het eind van het jaar bekijken ze hoeveel afval er daadwerkelijk is ingezameld en dan komt de eindafrekening. De ACV en de AVU betalen dus terug.

Dat vloeit terug in een reserve of een voorziening en dat blijft dus beschikbaar voor de inwoners van Renswoude. Het college kan dat bedrag niet vrij besteden tenzij de raad anders beslist. Het zou kunnen dat het tarief te hoog is geweest maar 2021 is niet representatief voor volgende jaren. In de afgelopen 5 jaar was de trend dat het product afval duurder werd en 2021 is daar een uitzondering op. Niet kan worden voorspeld wat het in 2022 doet. Daarom is het beter om het een paar jaar te houden zoals het is en dan kan worden gezien hoe de trend is. Ook bij de rioolvoorziening gaat het om een gesloten systeem. Ook de opbrengst van windmolens moet terugvloeien naar het product en dat blijft dus in een reserve of voorziening staan. De heer Eskes constateert dat er ineens een overschot is op de precariobelasting van 40% maar het kan toch niet zo zijn dat Stedin in een jaar tijd 40% meer kabels heeft aangelegd. Is er dan in de jaren daarvoor niet te weinig uitgekeerd aan de gemeente? Er is een versterkte elektriciteitskabel gelegd langs de Biesbosserweg en de Oude Holleweg en geeft dat ineens een veel hoger tarief? Op pagina 22 staat dat afvoer water uit het buitengebied blijft gewaarborgd en dat dit zeker is gesteld door het onderhoud van de sloten. Ook daar is wat minder uitgegeven dan begroot maar het onderhoud van de sloten wordt niet altijd even positief ervaren.

Als het in de winter flink regent blijven de sloten volstaan omdat de hele boel op slot zit. Wordt het onderhoud wel goed gedaan? Op pagina 52 staat in de beschrijving dat gebruik gemaakt wordt van een drempelbedrag in het 1e en 2e kwartaal 2021 van € 283.140 en in het 3e en het 4e kwartaal staat in de tekst dat dat drempelbedrag 1 miljoen is. Vervolgens komt er een tabel waar bij alle kwartalen een bedrag van 1 miljoen staat. Tekst en tabel zijn niet in overeenstemming. Op pagina 78 staat reserve Herinrichting sportpark. Daar wordt vermeld dat het sportpark in 2010 opnieuw is ingericht ten laste van het positieve exploitatieresultaat van Hooge Hoek II maar moet dat niet zijn Beekweide? Het afgelopen jaar met covid is heel lastig geweest en spreker bedankt het college en de ambtenaren voor hun inzet in deze moeilijke omstandigheden en dat is geprobeerd om de dienstverlening zo goed mogelijk in stand te houden. Ook dank aan de afdeling Planning en Control voor het samenstellen van de jaarrekening. Er is ontzettend hard aan gewerkt en het verslag is weer een stuk duidelijker dan in de vorige jaren.

Pagina 10 van 11

De heer Puttenaar zegt dat op de vraag over hoeveel kabels en leidingen zijn gelegd schriftelijk zal worden teruggekomen. Het tarief is altijd hetzelfde en het zit dus echt in de aantallen. Achteraf wordt het verschil met de opgave van Stedin aan het begin van het jaar doorgerekend. Gezien alle wettelijke ellende die de afgelopen jaren is geweest is het de vraag of een goed schriftelijk antwoord kan worden gegeven. De vraag over de tabel Kasgeldleningen of Schatkistpapier zal schriftelijk worden beantwoord. Het is wel zo dat er per kwartaal een andere normering is. Het sportpark staat niet juist in de tekst en dat zal worden hersteld en dan komt het terug in de nieuwe stukken richting de raad. Wethouder Van der Schoor meldt dat de vraag over de waterafvoer van de sloten in het buitengebied schriftelijk zal worden beantwoord. De voorzitter vraagt wanneer de jaarrekening van het Woningbedrijf wordt behandeld. Op 30 juni of op 5 juli? De heer Bisschop zegt dat de jaarrekening niet per se hoeft te worden behandeld als het maar bij de ingekomen stukken zit bij een van die vergaderingen. De voorzitter concludeert dat de jaarrekening van het Woningbedrijf op de raadsvergadering van 5 juli wordt geagendeerd en dat die zit bij de stukken van de vergadering op 30 juni. 5.

Rondvraag De heer Verkerk is van mening dat wanneer er nog vragen zijn naar aanleiding van de jaarrekening van het Woningbedrijf deze schriftelijk aan het college zouden kunnen worden gesteld. De voorzitter stelt voor dat iedereen voor 30 juni eventueel technische vragen aanlevert. De heer Verkerk merkt op dat de verkeersdrempel bij de Van Reedeweg verzakt en scheef is. Dat heeft Dorpsbelang Renswoude de vorige keer al aangegeven. Het college moet opdracht geven om dit weer netjes te maken. De voorzitter concludeert dat dit op de toezeggingenlijst blijft staan. De heer Bisschop meldt dat de jongeren in Renswoude een brief hebben gehad dat ze in aanmerking zouden kunnen komen voor de studio’s. Deze worden deels gebruikt om statushouders op te vangen zodat ze niet een heel huis bezetten. Er zat een koppeling in dat de jongeren dan ook wat moeten doen voor de integratie van de statushouders. Zijn er al positieve reacties bij de gemeente ontvangen van de jongeren of zijn er ook negatieve reacties? Burgemeester Doornenbal is van mening dat de datum van het verstrijken van de mogelijkheid voor het geven van een reactie nog niet is bereikt en dit wordt dus nog eventjes afgewacht. Daarna zal met de raad worden gedeeld of dit een succes is of niet. 6. Sluiting De voorzitter bedankt iedereen voor zijn aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering om 21.30 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Renswoude, gehouden op 5 juli 2022. de secretaris,

de voorzitter,

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11632795/1