CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadscommissie 15 december 2020

Raadscommissie 26 januari 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Vaststelling verslag en besluitenlijst van de openbare vergaderingen 15 december 20206.213 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4 alinea's met “raadscommissie”: 1 15 44 58

Verslag Raadscommissie Datum vergadering

15 december 2020

Djuma: 528719/528721

Aanwezig

voorzitter:

de heer A.J. Hoek

secretaris:

de heer M.H.T. Jansen

de leden:

ChristenUnie: de heer J.H. Verdam VVD: de heren B. Bisschop en D.K.A. van ‘t Sant SGP: de heren H. Don en J. Heijboer Dorpsbelang Renswoude: de heren C.E. Eskes en J.B. Stutvoet CDA: de heren T. Schimmel en S. Verkerk

tevens aanwezig:

Mevrouw P. Doornenbal-van der Vlist (burgemeester), de heer S. van ’t Foort (wethouder), mevrouw M.C. Teunissen-Willemsen (wethouder) en wethouder A. Wijs, alsmede mevrouw E. Zech (ambtenaar)

notulist:

de heer J.B. Kammeraad

1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Vanochtend werd het bericht ontvangen dat oud-burgemeester Hulst is overleden. Hij was van 1974 tot en met 1996 burgemeester van Renswoude en hij was ook ereburger van Renswoude. Spreker verzoekt om een moment stilte. 2. Vaststelling agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Vaststelling verslag en besluitenlijst raadscommissie 10 en 12 november 2020 Verslag De heer Stutvoet merkt op dat onderaan pagina 2 in zijn betoog staat dat mensen recht hebben op huishoudelijke hulp voor € 19 per uur maar dat moet € 19 per maand zijn. De voorzitter concludeert dat het verslag met deze wijziging wordt vastgesteld. Besluitenlijst De besluitenlijst wordt ongewijzigd vastgesteld. 4. Ingekomen stukken en mededelingen Toezeggingenlijst De voorzitter constateert dat evaluatie 60 km wegen buitengebied op afgedaan staat. De heer Eskes vindt dat er wel heel makkelijk op de toezeggingenlijst de aankondiging staat dat er iets gaat gebeuren maar de toezegging is pas afgedaan op het moment dat zaken opgeleverd zijn. De voorzitter geeft aan dat deze toezegging dus op nee moet staan. De heer Eskes zegt dat dit ook het geval is bij het punt N224 en de aansluiting openbaar vervoer. De voorzitter meldt dat deze 2 punten dus ook op nee moeten staan.

Wethouder Van ’t Foort legt uit dat inhoudelijk het rapport biodiversiteit nog moet verschijnen. Bij de evaluatie (nummer 3) moet ook een nee staan.

Pagina 1 van 10

De heer Don is tevreden over hoe de kwestie inzake aansluiting openbaar vervoer is opgepakt. De voorzitter constateert dat deze toezegging dus is afgedaan. Dat geldt ook voor het onderzoek kosten jeugdzorg, de exploitatiekosten tijdelijke huisvesting, extra inhuur handhavingsjurist, generatiepact, de ozb verordening, de begraafrechten, de beantwoording van de raadsvragen SGP en bestemmingsplan Groot Overeem II. 5. Commissievoorstel ontwerp-bestemmingsplan parapluherziening parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing De voorzitter meldt dat een conceptvoorstel ter inzage is gelegd. De raad heeft hiervoor eerder toestemming gegeven. De heer Verdam zegt dat de parkeernormen in het stuk heel erg strak worden aangehouden maar op plekken waar er voldoende parkeerplaatsen zijn zou dat wat ruimer kunnen worden geformuleerd. In het buitengebied moet kamergewijze verhuur beperkt mogelijk worden gemaakt. De heer Eskes vindt het prima dat dit voorstel alvast ter inzage is gelegd. In de praktijk raakt deze regeling vooral de huisvesting van arbeidsmigranten. Velen van hen worden gehuisvest op een manier die geen enkele andere inwoner van Renswoude zou accepteren. Als de markt daar verder geen goede voorzieningen voor wil treffen moet de politiek daarbij helpen en dienen daar zo nodig regels voor te worden gemaakt.

Er dient voorkomen te worden dat er overlast in een wijk of het gebied ontstaat omdat er bijvoorbeeld te veel mensen in een woning wonen waardoor parkeeroverlast of geluidsoverlast kan ontstaan. Toch moeten deze mensen op een goede manier worden gehuisvest. De fractie wil voorkomen dat investeerders huizen opkopen en deze vervolgens kamergewijs verhuren zonder dat er voldoende toezicht is. Deze parapluherziening voorkomt dat maar hoe gaan arbeidsmigranten dan wel gehuisvest worden want zij vervullen met hun werkzaamheden een belangrijke functie in de samenleving en economie? Er is een situatie bekend waar arbeidsmigranten best goed zijn gehuisvest maar toch voldoet het niet aan de voorliggende regelgeving. Deze ondernemer huisvest arbeidsmigranten sinds 2007 en daar is nog nooit overlast van geweest. De huisvesting voldoet aan alle veiligheidseisen. De eigenaar van het perceel woont echter niet in hetzelfde pand. De afstand tussen het huis en de B&B van betrokkene is enkele tientallen meters. De voorliggende regelgeving moet zodanig worden aangepast dat arbeidsmigranten in een dergelijke situatie wel gehuisvest mogen worden als de eigenaar de juiste voorzieningen en vergunning heeft en aan de juiste veiligheidseisen voldoet, de eigenaar op hetzelfde terrein woont en voldoende toezicht kan houden.

De B&B-functie zal dan mogelijk moeten worden gewijzigd in arbeidsmigrantenhuisvesting. Zijn er bij de huisvesting van arbeidsmigranten eisen ten aanzien van de maximale periode dat ze in een wooneenheid mogen wonen? Kan bij een woningsplitsing de terreininrichting veranderen, bijvoorbeeld als er een tweede uitrit komt of is dat uitgesloten? De heer Schimmel vindt het heel goed dat het op deze manier wordt aangepakt en de verwerking in nieuwe bestemmingsplannen wordt tegemoet gezien. Het is heel belangrijk dat er een goede voorziening is voor alle arbeidsmigranten. Hoe wordt omgegaan met de bestaande voorzieningen op dit gebied en hoe worden die gecontroleerd? Komen daarvoor straks weer veel uren bij van de ODRU? Hoe wordt de handhaving gefinancierd? De heer Van ’t Sant heeft geen bedenkingen bij dit onderwerp. De heer Don is van mening dat het een goede zaak dat hiervoor regels worden gesteld. Dit raakt de leefbaarheid in het dorp en dan gaat het niet alleen om de betreffende woningen waar de leefbaarheid in het geding is maar je kunt je ook afvragen of de leefbaarheid in zo’n woning op een goed peil is. De vragen van Dorpsbelang Renswoude zijn heel terecht.

Wethouder Van ’t Foort zegt dat het specifieke geval waar Dorpsbelang Renswoude naar verwijst niet een heel goed voorbeeld is omdat in dit geval een vergunning was verleend voor iets anders en daar vervolgens huisvesting van arbeidsmigranten is gerealiseerd. Daar is ambtelijk en bestuurlijk goed over nagedacht en er is handhavend tegen opgetreden.

Pagina 2 van 10

Op dit moment is het zo geregeld dat in bijgebouwen geen kamergewijze verhuur mag plaatsvinden. Als een agrariër in veel van zijn bijgebouwen kamergewijze verhuur organiseert worden er appartement-achtige situaties gecreëerd in het buitengebied en dat is niet wenselijk. Als voor de optie wordt gekozen op hetzelfde perceel in plaats van in dezelfde woning zou dit het gevolg daarvan kunnen zijn. Woningsplitsing voor terreinverandering kan heel moeilijk worden voorkomen. Aan bestaande voorzieningen konden in feite geen eisen worden gesteld. Er zijn dan meerdere parkeerplaatsen bezet omdat er meer mensen in zo’n woning wonen. Omdat er voor een goede woonvoorziening voor deze mensen moet worden gezorgd zijn er ook regels gesteld dat niet allerlei mensen dicht bij elkaar in zo’n woning verblijven. Geprobeerd wordt om dat met deze regels te voorkomen en door het grotendeels binnen de bebouwde kom te verbieden wordt voorkomen dat er geen druk op de parkeerplekken komt en eventueel ook overlast. Mevrouw Zech geeft aan dat de parkeernorm vrij strak is maar in de parkeernota zit een collegebevoegdheid om daarvan af te wijken in bepaalde gevallen. Bovendien zit die afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Aan de situatie op zich ligt het dus of er sprake kan zijn van toepassing van de flexibiliseringsregel.

Bij bijvoorbeeld een gemeentehuis dat een maatschappelijke bestemming heeft ligt dat wat anders dan bij een woonhuis. Daar moet in principe op eigen terrein worden geparkeerd. Terreininrichting veranderen kan moeilijk in een bestemmingsplan worden geregeld. Er is wel een eis dat niet meer dan 50% van het perceel mag worden verhard maar een extra uitrit kan niet worden voorkomen als een extra woning wordt toegestaan. Dat moet worden getoetst aan de APV maar er staat niet in de weigeringsgronden in de APV dat een perceel geen extra uitrit mag hebben. De APV gaat aangepast worden en als dit een wens is kan dat worden geregeld. In principe kan dus een tweede uitweg worden gerealiseerd mits dat niet ten koste gaat van openbaar groen of parkeerplaatsen. Er zijn geen eisen opgenomen hoe lang iemand er mag wonen want dat is niet te controleren als het gaat om kamergewijze verhuur. Anders zou dit elke 3 maanden moeten worden gecontroleerd. Het gaat hier om handhaving in het kader van de ruimtelijke ordening en dat zit in eigen huis. Daar zijn dus geen extra kosten aan verbonden, de gemeente heeft een eigen handhavingsjurist. De kosten daarvan kunnen niet worden doorberekend in de leges. De B&B zit in een bijgebouw en daarvoor is een vergunning verleend maar er is zonder vergunning kamergewijze verhuur in gerealiseerd.

De gemeente moet dan altijd achteraf kijken of het kan worden gelegaliseerd. Toen is intern de discussie gevoerd van arbeidsmigranten moeten worden gehuisvest maar waar leg je de grens. Bijna elk perceel in het buitengebied heeft een bijgebouw en het zou ongewenst zijn als in elk bijgebouw kamergewijze verhuur mogelijk is. In principe wordt altijd een vergunning gegeven voor een B&B als er sprake is van een goede locatie hiervoor. Nu zit er al een B&B en niemand heeft er last van. Op zich zou het niet erg zijn als hier arbeidsmigranten worden gehuisvest maar als de gemeente het hier toestaat moet ze dat in vergelijkbare situaties ook toestaan. Daarom is het beleid redelijk strak. Er wordt dus enige ruimte gegeven om arbeidsmigranten te huisvesten maar met een beperking. De heer Eskes is het op zich eens met het college dat niet zomaar moet worden goedgekeurd dat iemand arbeidsmigranten gaat huisvesten als vergunning is verleend voor een B&B maar waar kunnen arbeidsmigranten op een fatsoenlijke manier worden gehuisvest met alle regels die er zijn? Er zit een behoorlijke investering in omdat men aan alle eisen moet voldoen. Dat is een aardige drempel zodat niet in elk bijgebouw in het buitengebied zomaar een huisvesting voor arbeidsmigranten kan worden gemaakt.

Zijn er geen regels mogelijk waardoor er een goede woonvoorziening komt die een flinke waarde vertegenwoordigt zodat er een bepaalde drempel is? Toezicht daarop is noodzakelijk. Het mag niet zo zijn dat zo’n bijgebouw een eind van de woning van de eigenaar van het perceel af staat en daar totaal geen toezicht op is. In de regelgeving kan er een bepaalde afstand aan worden verbonden. De fractie is zeker geen voorstander van ongebreidelde groei van woonruimtes in bijgebouwen in het buitengebied maar met de nodige regelgeving moet het

Pagina 3 van 10

mogelijk zijn om arbeidsmigranten fatsoenlijk te huisvesten. Behalve de SGP heeft overigens nog geen andere partij op deze suggestie gereageerd. De heer Verdam vindt dat er ook iets meer ruimte moet zijn voor arbeidsmigranten in zo’n ondernemend dorp als Renswoude. Er is ook hier een heel groot bedrijf dat arbeidsmigranten verhuurt en dan is het goed om daar ook iets voor te creëren. De heer Schimmel is ook van mening dat er een goede voorziening moet zijn voor de arbeidsmigranten. De economie maakt gebruik van deze arbeidsmigranten en dan moet er ook voor worden gezorgd dat deze mensen een menswaardige omgeving krijgen waarin ze kunnen wonen. Natuurlijk moet ervoor worden gewaakt dat er geen sprake kan zijn van overlast en dan is een ruimte in het buitengebied waar veel afstand is tot andere woningen veel beter dan een woning in de bebouwde kom. Het is wel goed dat er al die regels aan gesteld worden. De heer Van ’t Sant gaat een eind met het verhaal van de heer Eskes mee. Er mag geen overlast plaatsvinden door arbeidsmigranten vanwege parkeren et cetera maar het is wel juist dat daar een fatsoenlijke voorziening voor moet komen. Wethouder Van ’t Foort wijst erop dat nu is gezegd geen kamergewijze verhuur in bijgebouwen.

Er zijn immers veel bijgebouwen in het buitengebied en waarom zou het de ene keer wel worden toegelaten en de andere keer niet? Daar moet één lijn in worden getrokken en daarom is het in het specifieke geval waar Dorpsbelang Renswoude op doelt ook gehandhaafd. Als zou worden gekozen voor een meer flexibele houding ten opzichte van kamergewijze verhuur in bijgebouwen op perceelsniveau is vervolgens de vraag waar dan de grens moet worden getrokken. Welk bijgebouw wel? Welk bijgebouw niet? Mag een oude varkensstal worden ingericht voor kamergewijze verhuur? Daarom heeft het college besloten om het bij de woning te betrekken en dus niet in een bijgebouw. Dan weet je zeker dat het goed geregeld is omdat de eigenaar van de woning er zelf ook woont. De raad verzoekt toch om hier wat flexibeler mee om te gaan en wat betreft het parkeren zijn daar mogelijkheden voor zoals eerder aangegeven. Het is lastig om dat goed te regelen en het college moet dan goed bekijken hoe aan de wens van de raad kan worden tegemoet gekomen. Uiteindelijk komt het bestemmingsplan terug bij de raad en in de tussentijd kan hier goed over worden nagedacht. De raad heeft zijn bedenkingen kenbaar gemaakt en daar moet het college wat mee. Als het niet lukt om daar op een slimme manier wat voor te bedenken kan dat ook een antwoord zijn.

In ieder geval weet de raad nu waar de moeilijkheid in zit maar daar gaat nog eens serieus naar worden gekeken. De heer Eskes stelt dat zeker niet alle mensen in het buitengebied die een bijgebouw leeg hebben staan daar zomaar arbeidsmigranten in willen vestigen. In ieder geval moet de kwaliteitslat hoog worden gelegd om er goede voorzieningen in te hebben want deze mensen dienen een fatsoenlijke huisvesting te krijgen en mogen niet met 10-15 personen in een huis worden gestopt. Er zou bijvoorbeeld kunnen worden gesteld dat zo’n bijgebouw binnen een aantal meters van het woongebouw dient te staan. Met enige creativiteit is er best een mooie set regels te maken waarbij wellicht meer mogelijk is dan er in het verleden was. De voorzitter meldt dat nu wordt gegaan naar agendapunt 7 omdat de presentatie bij agendapunt 6 zal worden gehouden nadat de inhoudelijke agendapunten zijn behandeld. 7. Raadsvoorstel inzake kadernota 2022 Veiligheidsregio Utrecht Burgemeester Doornenbal vindt het fijn dat ondanks de late aanlevering dit voorstel toch in de commissie mocht worden geagendeerd. Er wordt een zienswijze voorgesteld en dat spitst zich toe op het openbaar meldsysteem. Dat regionale systeem gaat worden vervangen door een landelijke meldkamersamenwerking. Dit wordt wettelijk overgedragen aan de politie. Zolang de OMS nog bestaat ontvangt de veiligheidsregio daar concessiegelden voor.

Met het wijzigen van OMS naar LMS stoppen die gelden maar in de meerjarenbegroting werd daar wel rekening mee gehouden en straks komt er dus een gat in die begroting. Voorgesteld wordt om dat te zien als een taakstellende bezuiniging.

Pagina 4 van 10

De heer Verkerk vraagt waarom wordt gestopt met de concessiegelden. Waarom worden er geen concessiegelden vrijgemaakt voor het landelijk systeem? De zienswijze is duidelijk maar waar zou de taakstellende bezuiniging uit kunnen bestaan en hoeveel geld kan dat opbrengen binnen de VRU? Natuurlijk is de veiligheidsregio een heel belangrijk instituut voor de veiligheid in Renswoude en omstreken maar de gemeente Renswoude verkeert in financieel zwaar weer. De heer Bisschop zegt dat de veiligheid voor de VVD topprioriteit is. De gemeentelijke begroting wordt echter met een fors bedrag van € 13.000 extra belast. De heer Heijboer sluit zich aan bij de woorden van VVD en CDA. De heer Stutvoet constateert dat de veiligheidsregio al jarenlang een beleidsarme kadernota heeft waardoor er weinig ruimte is voor nieuw beleid. De fractie is het eens met de voorgestelde zienswijze maar natuurlijk is niet bekend wat er over 5 jaar speelt. De heer Verdam is het eens met de zienswijze. Burgemeester Doornenbal legt uit dat het wettelijk is opgelegd dat van een regionaal meldsysteem naar een landelijk meldsysteem wordt gegaan. De opbrengsten voor het regionale systeem gaan naar de politie. Er valt nu een gat en de bedoeling is om dat neer te leggen bij de veiligheidsregio met het verzoek om in eerste instantie te kijken of zij dat kan verwerken in de eigen organisatie. Dat wordt een hele uitdaging.

Als dat niet lukt moet er nader naar worden gekeken maar het is wel de uitdaging waard. De raad legt dit bijvoorbeeld ook neer bij de ODRU en het college legt dat nu neer bij de veiligheidsregio. Conclusie: De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. 6. Presentatie voortgang Regionale Energiestrategie Renswoude Wethouder Van ’t Foort merkt op dat er een aantal uitgangspunten in het conceptbod zijn vastgesteld. Er is gekeken wat er al bestaat, bijvoorbeeld een aantal zonneweides hier en daar. Wat is bestaand beleid en wat willen we gaan doen. Dan gaat het ook om energiebesparing van 1,5% per jaar. Daarna is gekeken naar wat voorkeurbestemmingen zijn voor zon, bijvoorbeeld de parkeerplaatsen of op daken. Er is ook gekeken of er wind en zon langs snelwegen mogelijk is. Er zijn ook wat basisregels opgesteld. Dat zijn regels die door de stakeholders zijn vastgesteld voor de discussie met elkaar. Er is gezegd dat in de voorgestelde oplossing alle gemeenten bijdragen aan de opgave. In totaal is er een opgave van 0,75 TWu. Dat is ietsje lager geworden. Bij Nijkerk gaat er 0,077 van af en bij Renswoude is dat 0,01 omdat er wat zon was meegeteld dat niet meegeteld had mogen worden. Er wordt dus uitgekomen op een bod van ongeveer 0,68. De gemeenten Barneveld, Ede, Nunspeet, Nijkerk en Renswoude dragen substantieel bij.

Wageningen levert nog wel wat maar Veenendaal een stuk minder en Scherpenzeel en Rhenen nog een stuk minder. Gegeven de situatie van het conceptbod is in de regio de vraag gesteld hoe vergroten we de mogelijkheden van gemeenten om bij te dragen en indien die mogelijkheden beperkt zijn, hoe zorgen we ervoor dat elke gemeente een bijdrage levert aan de RES-opgave, gelet op de basisregels die met elkaar zijn opgesteld. Rhenen heeft bijvoorbeeld gezegd dat bekeken gaat worden hoe het bod kan worden verhoogd. Die gemeente gaat met concrete projecten komen richting 1.0. Wageningen doet dat ook. Veenendaal gaat kijken of er toch meer op dak mogelijk is. De mogelijkheden van Veenendaal zijn beperkt omdat ze waterwingebieden onder de grond heeft en de gemeente is bijna helemaal volgebouwd. Tot slot de vraag aan de fracties wat de raad van Renswoude verwacht van die buurgemeenten, gelet op de getallen die net zijn gepresenteerd en de uitgangspunten dat langs de infrastructuur wordt gegaan terwijl niet elke gemeente langs een snelweg ligt. Wat geeft de raad het college mee voor de onderhandelingen want in deze en de 2 volgende maanden wordt de onderhandelingen ingegaan? De heer Don neemt aan dat er toch een plan is geweest hoe met elkaar naar het doel wordt gewerkt. Er zou dus van de buurgemeenten mogen worden verwacht dat zij zich houden aan de afspraken die zijn gemaakt.

Het lijkt erop dat er nu iets tekort wordt gekomen en dat dat

Pagina 5 van 10

voor een deel bij Nijkerk ligt maar ook een beetje bij Renswoude. Dus misschien moet ook wat van de gemeente Renswoude worden verwacht. De heer Eskes is van mening dat Renswoude toch wel zijn deel levert gezien de omvang van de bevolking. De bedoeling is ook dat er wordt geparticipeerd in de projecten die er zijn en dat er vooral een lokale betrokkenheid is. Een kleine gemeente heeft dan minder mogelijkheden dan een grote gemeente. Het is oorverdovend stil wat betreft Scherpenzeel waar bijna niets staat. Er dient toch een beroep te worden gedaan op andere gemeenten, naast Rhenen en Wageningen, om hier wat aan te doen, ook al liggen ze niet naast een infrastructuur. Hoe verhoudt de opbrengst van 0,68 van Renswoude zich tot de energieconsumptie in Renswoude? Als de rest van de energieconsumptie wordt afgedekt met het opwekken van duurzame energie is dat een ontzettend mooi resultaat en dan hoeft Renswoude niets extra’s te doen want dan wordt er gezeten op 100% en op de doelstelling voor 2035. Er dient vast te worden gehouden aan de locatie langs de infrastructuur. De heer Verdam valt het ook zwaar tegen wat Scherpenzeel doet. Die gemeente heeft ook een redelijk groot buitengebied en kan dus best wat meer doen. Verwacht was dat Veenendaal een grotere bijdrage zou leveren dan dat die gemeente nu denkt te gaan halen. Datzelfde geldt voor Rhenen.

Is het wel genoeg bekend bij de bevolking van Renswoude waarop ze kunnen reageren in het kader van de vragenlijst die is rondgegaan. Renswoude zou 0,68 TWu moeten gaan opwekken maar hoeveel windmolens betreft dat? De heer Verkerk vindt dat elke gemeente hier zijn verantwoordelijkheid moet nemen. De bijdragen van Scherpenzeel, Rhenen en Wageningen zijn te weinig. Er moet worden gekeken hoe de bijdragen beter in verhouding met de omvang van de bevolking van een gemeente kunnen worden gemaakt. Natuurlijk kan niet alles langs de infrastructuur als het om Scherpenzeel gaat maar er kan daar veel meer zoals zon op dak. Daarnaast is er een stuk grond in Veenendaal bij de snelweg waar momenteel met motors wordt geoefend waar makkelijk een windmolen kan staan. Misschien is het goed om ook eens te gaan kijken wat er kan met kernenergie in de regio FoodValley. Daar zou een onderzoek naar moeten worden uitgevoerd. In Brabant wordt het al onderzocht en er wordt begrepen dat dit op nog meer plekken plaatsvindt. Als met elkaar de welvaart moet worden voorzien van groene energie zullen er ook wat concessies moeten worden gedaan in de vorm van misschien wel kernenergie. Renswoude neemt al aardig het voortouw. De bijdrage moet voorlopig zo worden gehouden en misschien kan nog meer zon op dak worden gestimuleerd.

De heer Van ’t Sant zegt dat het logisch is dat elke gemeente op den duur zijn eigen energiegebruik moet kunnen opwekken. Daarbij kan niet altijd het inwoneraantal leidend zijn maar de oppervlakte van de gemeente is ook van belang en wat dat betreft zit Renswoude best gunstig en dan is het voor te stellen dat Renswoude naar verhouding iets meer doet. Scherpenzeel dat ook een behoorlijke oppervlakte heeft zou wat meer mogen doen maar de vraag is hoe die gemeente kan worden gestimuleerd om meer te doen. In ieder geval kan worden meegegeven dat elke gemeente zijn eigen verantwoordelijkheid heeft in deze. Wethouder Van ’t Foort legt uit dat er bij Nijkerk wat afgevallen is en bij Renswoude een heel klein deel. Als dat wordt opgevuld zal bij de gemeenten worden gekeken die nu nog redelijk laag zitten met hun bijdrage. Nijkerk leverde naar verhouding het meeste en die heeft dus al fors geïnvesteerd. Als daar wat afvalt zou je het bij de andere gemeente moeten halen. De uitgangspunten die de raad heeft vastgesteld levert wel op dat er soms een andere verhouding is tussen gemeenten. De raad staat achter de uitgangspunten maar vindt dat elke gemeente wel redelijkerwijs moet bijdragen en dat die uitgangspunten niet kunnen leiden tot de getallen die bij het conceptbod zichtbaar waren waarbij sommige gemeenten toch wel een stuk minder leverden dan andere gemeenten.

Dat is overigens niet altijd aan die gemeenten te wijten want sommige gemeenten waren gewoon nog even niet zover. Niet elke gemeente kan er zomaar onderuit komen en dat wordt ook meegenomen in de onderhandelingen. De bijdrage van Renswoude relateren aan het energieverbruik is een interessante. De raad krijgt begin volgend jaar een nota van het college waarin wordt aangegeven wat er allemaal op het gebied van duurzaamheid wordt

Pagina 6 van 10

gedaan en een van de punten is dat het college wil kijken hoe het zit met het energieverbruik. Misschien moet dat zelfs door een extern bureau worden gedaan. Het is in het verleden gedaan maar toen zaten er allerlei aannames onder, bijvoorbeeld de snelwegen die werden meegeteld voor de CO2-uitstoot. Misschien is dat helemaal niet nodig en dan wordt beter uitgekomen in de getallen. Veenendaal heeft inderdaad hier en daar nog wel wat plekken waar zeker wat kan. De heren Don, Hoek en Van Mourik hebben actief meegedacht en zelfs grotendeels de vragen ontworpen voor de raadpleging. In ieder geval wat betreft de lokale raadpleging en ze hebben ook meegedacht met het regionale deel. De raadpleging is afgelopen weekend online gegaan. Er was nog een heel klein beetje dat op de website moest worden aangepast en dat betekent dat de gemeente nu in de communicatie naar buiten laat weten dat de enquête er is en dat mensen die kunnen invullen. Bij elke zoeklocatie wordt van 2 of 3 windmolens uitgegaan maar dat wil niet zeggen dat die 3 windmolens er komen. Er moet namelijk een aanname worden gedaan voor de berekening van het conceptbod. Natuurlijk heeft elke gemeente een eigen verantwoordelijkheid en je zou naar de verhouding ten opzichte van het aantal inwoners kunnen kijken. Misschien moet ook worden gekeken naar de oppervlakte van de gemeente.

In de Staten van Utrecht is een motie aangenomen over kernenergie om die mogelijkheden in de gehele provincie te onderzoeken. De provincie Utrecht is momenteel met een inventarisatie bezig om in kaart te brengen wat de initiatieven zijn in de provincie Utrecht. Spreker gaat ervan uit dat hij de uitkomsten van het onderzoek hoort. De conclusie is dat de raad staat achter de uitgangspunten die in het conceptbod zijn gesteld maar er moet wel worden bekeken of elke gemeente naar evenredigheid kan bijdragen. Het kan niet zo zijn dat de ene gemeente nagenoeg niets doet en de andere heel veel. Een van de worstelingen waarmee de stuurgroep en het stakeholdersoverleg nog mee zit is dat als de raad de RES 1.0 krijgt voorgelegd natuurlijk ook wil nadenken over misschien heeft een bepaalde gemeente een stuk minder geleverd dan Nijkerk of Renswoude. Op welke criteria toetst de raad dan dat het niet reëel is? Begrepen is dat de raad vindt dat er een eerlijke verdeling moet plaatsvinden. Er zou kunnen worden bekeken wat de verhouding is ten opzichte van het energieverbruik in een gemeente, wat leveren ze ten opzichte van wat ze zouden kunnen leveren? Daarnaast kan een criterium zijn de verhouding tot het aantal inwoners en de verhouding tot het geografische gebied. Wanneer de raadscommissie dat nog kan specificeren heeft spreker veel extra informatie om weer de onderhandelingen in te gaan.

De heer Bisschop wil benadrukken dat de opgave niet voor niets aan de regio is gegeven zodat ook op regionaal niveau afwegingen kunnen worden gemaakt. Een gemeente als Veenendaal heeft weinig ruimte. Bovendien is daar geen politiek draagvlak. De energievoorziening van Nederland is nu afhankelijk van Rusland en Saoedi-Arabië. Als die naar de Eemshaven kan worden verplaatst is dat heel mooi. Natuurlijk moet bekeken worden wat lokaal kan worden gedaan maar de regio heeft deze opdracht gekregen en de regio moet dan ook die afwegingen maken. Politiek draagvlak en de ruimte die je hebt zijn criteria die kunnen worden gehanteerd. De heer Don was het niet helemaal duidelijk wat de status van de getallen was die de wethouder aan het begin van zijn presentatie liet zien. Was dat een toezegging die gemeenten gedaan hadden of was het een eerste inschatting van wat een gemeente misschien zou kunnen leveren? Als het meer in de laatste richting gaat is er alles voor te zeggen om Nijkerk misschien niet zo streng aan te kijken maar te zeggen van jullie doen al veel en misschien moeten we nu gaan kijken naar gemeenten die wat minder bijdragen.

Het is belangrijk dat in de onderhandelingen de gestelde kaders worden gerespecteerd en dat zijn zowel kaders die in de regio zijn afgesproken maar natuurlijk moet ook worden ingebracht wat Renswoude zelf vindt en dat daar rekening mee moet worden gehouden. Dan moet worden gezocht naar een soort eerlijke verdeling en de meeste criteria daarvoor zijn al genoemd zoals energieverbruik, aantal inwoners, oppervlakte.

Pagina 7 van 10

Er moet ook worden gekeken naar het integrale plaatje. Bijvoorbeeld hoeveel infra heeft een gemeente in zijn gebied. Als een gemeente veel infra heeft is het misschien ook redelijk dat daar in eerste instantie naar wordt gekeken. Er wordt van uitgegaan dat de wethouder de belangen van de gemeente maar ook de belangen van de mensheid in het algemeen in de onderhandelingen zal behartigen. De heer Eskes doet de oproep om nog eens heel goed naar agrarische- en industriedaken te kijken om die te benutten voor wind- en zonne-energie. Daarin zou Renswoude nog een bijdrage kunnen leveren. Op zich zal er qua gebruik niet veel bijkomen omdat alle nieuwe woningen nul op de meter zijn. Volgend jaar komt de nota over het energieverbruik en dan kan worden bekeken hoeveel nog nodig is voor opwek. De vraag is of een onderzoek naar kernenergie op regionaal niveau moet worden opgepakt. Kernenergie behoort niet tot de RES 1.0 en die vraag ligt er dus nu niet. Goed is dat dit op provinciaal en landelijk niveau wordt opgepakt en dat dit komt in een RES 2.0 of 3.0. Lokale participatie is belangrijk. Dat is ook een norm die eventueel kan worden meegenomen. Er moet niet met veel cijfers achter de komma worden gewerkt van onze bijdrage mag niet meer zijn dan zoveel. Het gaat immers om een regionale aanpak maar andere gemeenten mogen wel op hun verantwoordelijkheid worden gewezen.

Hoe meer een gemeente zelf in staat is om het energieverbruik te beperken hoeft ook minder te worden opgewekt en dat is dus een hele mooie norm. Is de enquête al voldoende bekend bij de inwoners en krijgen de mensen die het niet digitaal willen invullen ook nog de gelegenheid om dat op papier te doen? De heer Verdam is ook van mening dat het regionaal moet worden opgepakt. Het is voor te stellen dat in Rhenen windmolens moeilijk ruimtelijk inpasbaar zijn. Ook in Scherpenzeel moet goed worden bekeken of het daar wel echt kan. Als uit nader onderzoek blijkt dat er geschikte plekken zijn voor windmolens op de zoeklocaties in Renswoude, dan moeten ze ook worden gebruikt. Als een gemeente al weinig bijdraagt en geschikte plekken heeft maar het daar liever niet neerzet, dan heeft de fractie daar weinig begrip voor. De heer Verkerk zegt dat het met z’n allen regionaal moet worden opgepakt maar gemeenten mogen wel op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. Het criterium van het energieverbruik is interessant maar dat is voor een particulier makkelijker op te lossen dan voor een bedrijf want sommige bedrijven gebruiken veel meer energie dan ze op kunnen wekken. Misschien kan met zo’n bedrijf worden overlegd of ze hulp kunnen krijgen van andere bedrijven of dat ze met een kleine windmolen uit de voeten kunnen zoals bijvoorbeeld aan de Wittenoordseweg.

De heer Van ’t Sant vindt het meest eerlijke criterium dat wordt gekeken naar een maximaal percentage dat haalbaar is per gemeente. Dan moet er goed worden gekeken wat er kan binnen de grenzen van zo’n gemeente en wat ervan wordt benut. Draagvlak is geen goed criterium. Nederland komt tekort aan wat aan duurzame energie kan worden opgewekt en lost dit op door certificaten te kopen van Denemarken. Wellicht is dat een idee. Wethouder Van ’t Foort zegt dat het regionale perspectief natuurlijk ook een rol speelt. De uitgangspunten die in de sheet werden getoond zullen als kaders worden gehanteerd. De nota die in januari/februari komt is een update van wat het afgelopen jaar is gedaan en wat volgend jaar gedaan gaat worden. Een onderdeel daarvan is de doorberekening van de energie maar dat zal langer duren dan januari/februari. In de communicatie is nog terughoudend opgetreden wat betreft de enquête omdat daar onvoldoende over bekend is. Regionaal is er een persmoment geweest en het wordt via allerlei kanalen gecommuniceerd. Het lokale persbericht is even on hold gezet omdat het college eerst zeker wilde weten dat de raad achter deze vragen stond. Dit wordt nu uitgerold. Er is een filmpje ter introductie en een puntentoekenning en dat geldt voor de hele regio. Bekeken moet worden hoe dit goed kan worden opgelost voor de mensen die de enquête op papier willen invullen.

De suggestie van de VVD van een soort handelssysteem in rechten is interessant. 8. Stand van zaken overige projecten Wethouder Teunissen heeft wat betreft Regio Foodvalley een mededeling over het beleid inzake perifere detailhandelsvestigingen en de grootschalige detailhandelsvestigingen. Er is

Pagina 8 van 10

vanuit de Regio Foodvalley een notitie ontvangen die voor wensen en bedenkingen aan alle 8 gemeenteraden is voorgelegd. Deze stukken hadden eigenlijk vanavond in de commissie aan de orde moeten worden gesteld maar door een communicatiestoornis is dat niet gebeurd waarvoor excuses. Renswoude kent echter geen PDV en GDV-locaties en het gaat bij perifere detailhandelsvestigingen om branches die qua omvang en aard van de goederen een groter oppervlak nodig hebben voor de uitstalling en die zijn daarom aangewezen op gebieden buiten de winkelconcentratiegebieden. Dan kan worden gedacht aan grootschalige wooncentra, tuincentra, bouwmarkten, keukens, auto’s en caravans. De grootschalige detailhandelsvestigingen bevinden zich in centrale winkelgebieden en daarover hoeft in de regio geen afstemming plaats te vinden. Voorgesteld wordt om de stukken voor de raadsvergadering van 19 januari aanstaande rechtstreeks aan te bieden. Omdat dit beleid in Renswoude niet speelt is het ambtelijk voorstel om geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken maar het college spreekt hier op 5 januari ook nog over. Afhankelijk van die bespreking wordt het als ingekomen stuk of als raadsvoorstel voorgelegd. De bouw van fase 8 en 9 van Beekweide verloopt zeer voorspoedig. Fase 8 wordt naar verwachting nog voor de kerstvakantie opgeleverd en de oplevering van fase 9 staat februari 2021 gepland.

Vervolgens vindt de afwerking van de afronding van het woonrijp maken plaats. Dit houdt in dat de afronding van het openbare gebied wordt afgerond. Komend voorjaar zal gestart worden met de aanleg van de speeltuin in fase 8. Vorige week is door de bewoners van het omliggende plangebied het ontwerp gekozen. Dit voorziet in een divers speelaanbod voor jonge kinderen tot 6 jaar en iets oudere kinderen tot 12 jaar. Sinds afgelopen week is de laatste particuliere kavel voor de bouw van een vrijstaande woning in de verkoop gebracht. Deze kavel ligt op het adres Beekweide 33 en zal tegen opbod verkocht worden. De inschrijving hiervoor start op 25 januari 2021. Het stedenbouwkundig plan Beekweide II is zo goed als afgerond. Het plangebied voorziet in de bouw van 188 woningen. Er komt een mix aan woningbouwtypen van huurwoningen, goedkope starterswoningen tot seniorenwoningen en vrijstaande woningen. In de commissie van 9 maart 2021 zal de stedenbouwkundige een presentatie houden over het definitieve ontwerp. Eventuele op- en aanmerkingen kunnen daarna nog verwerkt worden en vervolgens zal het college het stedenbouwkundige plan vaststellen. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het beeldkwaliteitsplan. Er wordt naar gestreefd die in januari 2021 af te ronden zodat dit ook in de commissie van 9 maart kan worden gepresenteerd.

Het bureau SRO is geselecteerd om het bestemmingsplan Beekweide II op te stellen. Dit bureau heeft het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan van Overeem II ook opgesteld. Er wordt naar gestreefd om het voorontwerp in de commissie van 20 april 2021 vast te stellen en daarna wordt het ter inzage gelegd. Wat betreft de huisvesting gemeentehuis: als mensen daarin zijn geïnteresseerd kunnen ze op de website kijken want daar staat een voortgangsbericht. Dit is al naar de raadsleden toegestuurd maar dit bericht is voor de luisteraars. De heer Don merkt op dat er in de toekomst wel sprake zou kunnen zijn van perifere detailhandelsvestigingen en grootschalige detailhandelsvestigingen. Er zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen aan de Barneveldsestraat waar de fietsenmaker zich gaat vestigen. Daarom is het goed om daar even over na te denken voor wat betreft de toekomst maar het is prima als het rechtstreeks in de raad komt. Wethouder Teunissen verwacht niet dat een fietsenzaak bij grootschalige detailhandel hoort. Het gaat meer om vestigingen die bij elkaar horen zoals bijvoorbeeld een meubelboulevard en daar gaat Renswoude waarschijnlijk niet snel naartoe maar het is in ieder geval goed om kennis te nemen van dit soort stukken. Burgemeester Doornenbal meldt dat de ontwikkeling van de brandweerkazerne voorspoedig verloopt. Het valt binnen het budget en binnen de tijd.

Wellicht komen er nog wat uitdagingen aan maar dan wordt hierover zeker bij de raad teruggekomen. De heer Don heeft begrepen dat de sirene die zou moeten worden verplaatst inmiddels van het dak is verwijderd maar dat die nog heel dicht bij de brandweerkazerne staat. Heeft deze

Pagina 9 van 10

operatie inderdaad € 60.000 gekost en kan de portefeuillehouder de raad bijpraten over deze kwestie? Burgemeester Doornenbal geeft aan dat die op hetzelfde terrein is blijven staan van de brandweer, maar op dat terrein wel verplaatst moest worden. Er is nog overwogen om die op de gemeentewerf te plaatsen maar na gedegen onderzoek bleek dat deze sirene toch het beste staat bij de brandweerkazerne zelf. Er wordt nog op teruggekomen wat hiervan de exacte kosten waren, maar het was in ieder geval een aanzienlijk bedrag. Wethouder Van ’t Foort verwacht dat Taets 2 in januari/februari naar de raad gaat. Wat betreft het Dorpshart kan worden gezegd dat Di Tutto ermee ophoudt maar De Kraai neemt het volledige pand over. Er komt ook een opticien en dat betekent dat in ieder geval bouwdeel 1 een stuk meer zal zijn gevuld dan die nu is. 9. Rondvraag Hiervan wordt geen gebruikgemaakt. 10. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21.30 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie der gemeente Renswoude, gehouden op 26 januari 2021. de secretaris,

de voorzitter,

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9611326/1