CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

uitgaand integraal ROM advies Landgoed Engelaar Utrechtseweg 5 Renswoude

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling bestemmingsplan Utrechtseweg 5 – landgoed Engelaar2.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ROM INTEGRAAL ADVIES Aan T.a.v. Onderwerp

Gemeente Renswoude E. Zech ROM integraal advies voorontwerp-bestemmingsplan landgoed Engelaar

Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk

R. Horijon Algemeen: 088 - 022 50 00; direct: 06-48629555 19 augustus 2020 Z/20/165785 / D - 427705

Inleiding De gemeente Renswoude heeft ons gevraagd het voorontwerp-bestemmingsplan voor Landgoed Engelaar, Utrechtseweg 5 met bijbehorende onderzoeken te toetsen op de aspecten bodem, ecologie en archeologie. Het gaat om toepassing van de ruimte voor ruimte regeling waarbij het agrarische bedrijf wordt beeindigd. De monumentale boerderij blijft behouden, de agrarische bijgebouwen worden gesloopt. Er vindt natuuren bosontwikkeling plaats en als compensatie wordt bouw van één woning met schuur op het erf toegestaan. Hieronder wordt per thema het resultaat van de toets weergegeven en vervolgens per thema een uitgebreider advies met toelichting. De resultaten van onze toets kunnen worden meegenomen in de volgende fase van de procedure: het opstellen van het ontwerp-bestemmingsplan. Korte conclusie Thema

Blz.

Beoordeling

Bodem

2

Niet akkoord

Archeologie

4

Niet akkoord

Ecologie

7

Niet akkoord

Pagina 1 van 7

Opmerkingen en/of belemmeringen Aanvullend onderzoek nodig naar OCB’s en asbest Archeologische waarden zijn onvoldoende beschermd in het bestemmingsplan Op basis van het rapport kan (nog) geen selectiebesluit worden genomen. De ecologische onderbouwing uit 2015 is gedateerd en dient te worden geactualiseerd.

Bodem Advies 1. De locatie aanvullend te onderzoeken op OCB’s en asbest. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Er is geen onderzoek verricht naar OCB’s ter plaatse van voormalige boomgaard Het vooronderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie is onvoldoende uitgevoerd. Ter plaatse van een deel van de locatie is in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. Dit deel van de locatie moet aanvullend worden onderzocht op OCB’s (toplaag van 0-0,3 m-mv). 1.2 Er is geen onderzoek gedaan naar aanwezigheid asbest Door nieuwe inzichten met betrekking tot de verdachtheid van een locatie met betrekking tot asbest moet aanvullend onderzoek conform NEN 5707 worden uitgevoerd. Hierbij moet ook worden gekeken of er (in het verleden) opstallen met asbestverdachte daken aanwezig zijn (geweest). De regendrup ter plaatse van de (vml.) opstallen moet ook worden onderzocht (toplaag tot 0,1 m-mv).

Wat is getoetst? Rapportage verkennend bodemonderzoek, Grondvitaal BV, projectnummer: 1522030, 23-3-2015 Waaraan is getoetst? • Wet Bodembescherming; • Circulaire bodembescherming; • Regeling bodemkwaliteit; • Woningwet; • Bouwverordening; • Normen voor bodemonderzoek: o NEN5725 (vooronderzoek); o NEN5740 (verkennend bodemonderzoek); o NEN5707(asbestbodemonderzoek).Bijlage Achtergrondinformatie Verkennend bodemonderzoek, Grondvitaal BV, projectnummer: 1522030, 23-3-2015 Vooronderzoek Op de onderzoekslocatie bevindt zich een agrarisch bedrijf. Het te onderzoeken terreingedeelte bestaat gedeeltelijk uit met beton verhard terrein. Voor het overige deel is het terrein onverhard (tuin, gras). Het uitgevoerde onderzoek strekt zich uit over een oppervlak van ± 6.950 m². Er hebben voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden waardoor een bodemverontreiniging is ontstaan. Voor zover bekend zijn op de locatie geen olietanks of andere verontreinigingsbronnen aanwezig (of aanwezig geweest). Opmerking: Ter plaatse van een deel van de locatie staat een voormalige boomgaard geregistreerd. Dit deel van de locatie is niet aanvullend onderzocht op OCB’s, zie ook onderstaande uitname uit het Geoloket van de ODRU. Het groene vlak geeft de locatie aan van een voormalige boomgaard.

Pagina 2 van 7

Onderzoekshypothese Tijdens een terreininspectie is een brandplaats waargenomen, deze is als aparte verdachte locatie onderzocht. De overige locatie is als onverdacht conform NEN 5740 onderzocht. Asbestverdacht In de bodem zijn resten baksteen en puin (ter plaatse van een tweetal boringen) aangetroffen. Tijdens de monstername en de veldwerkzaamheden is verder geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Puin in de bodem dient als asbestverdacht te worden beschouwd, totdat het tegendeel is bewezen (conform nieuwe inzichten). Mogelijk dat het sporadische aantreffen van puin in de bovengrond (ter plekke van boorpunt B3) ervoor kan zorgen dat dit als een voldoende onderbouwing geldt voor het niet uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek naar puin in de bodem. Wel is bekend dat er bebouwing aanwezig is waarbij asbestverdachte dakbedekking aanwezig is/was op de locatie. Er dient onderbouwd te worden of er sprake is, of geweest had kunnen zijn van een regendrup(pelzone). En mogelijk dient hier aanvullend asbestonderzoek te worden uitgevoerd.

Resultaten In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond, in het grondwater wordt barium en molybdeen licht verhoogd aangetoond.

Pagina 3 van 7

Archeologie Advies: 1. Het bestemmingsplan aan te laten passen op basis van de opmerkingen bij 1.1. 2. Teneinde archeologische waarden te beschermen planaanpassing toe te passen. 3. Indien planaanpassing niet mogelijk is een vervolgonderzoek verplicht te stellen. 4. Het rapport van het bureauonderzoek aan te laten passen op basis van de opmerkingen in de bijlage. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Het bestemmingsplan is voor het onderdeel archeologie niet correct. In de toelichting ontbreekt een verwijzing naar het gemeentelijke archeologiebeleid en de wettelijke meldplicht voor archeologische (toevals)vondsten. Het bestemmingsplan moet worden aangepast op basis van de opmerkingen in de bijlage. Daarnaast zijn archeologische waarden onvoldoende beschermd door het ontbreken van planregels. In het bestemmingsplan dienen planregels te worden opgenomen voor de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2 en Waarde-Archeologie 3. Wij adviseren om behalve regels voor aanleg en bouw ook regels op te nemen voor ondergrondse sloopwerkzaamheden. De verbeelding is akkoord. 2.1 Planaanpassing bij landgoed Engelaar is nodig om archeologische waarden te beschermen. Het uitgevoerde bureauonderzoek heeft de hoge archeologische verwachting voor het plangebied ter hoogte van het landgoed bevestigd.

In het plangebied kunnen archeologische resten uit de Laat Paleolithicum t/m Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn. De kans op resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is zelfs zeer hoog omdat op het perceel sinds de Middeleeuwen bebouwd is geweest en onderdeel uitmaakt van een landgoed. De voorgenomen ontwikkelingen, zowel de sloop van de huidige bebouwing als de nieuwbouw en eventuele herinrichting van het erf kunnen archeologische waarden in de bodem aantasten. Wij onderschrijven het advies van het archeologisch bureau om de beoogde nieuwbouw op een archeologie-vriendelijke manier te realiseren, zodat de eventueel aanwezige archeologische waarden in situ kunnen worden behouden. Uitgangspunt hierbij is dat de bodem niet dieper wordt verstoord dan 40 cm. Het opstellen van een archeologievriendelijk herinrichtingsplan zal moeten geschieden in overleg met de bevoegde overheid (gemeente Renswoude). In dit scenario is het belangrijk ook de sloop van de aanwezig gebouwen niet dieper uit te voeren dan 40 cm -mv. Eventueel diepere funderingen blijven dus in de bodem behouden. En ook bij een eventuele herinrichting van de tuin, aanleg van kabels en leidingen dient de maximale grens van 40 cm beneden maaiveld te worden gewaarborgd.

Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische of archeologische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 3.1 Een vervolgonderzoek is noodzakelijk indien planaanpassing bij landgoed Engelaar niet mogelijk is. Indien planaanpassing niet mogelijk is en de bodemingrepen dieper gaan dan 40 cm beneden maaiveld wordt geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek uit te laten. Welke vorm van onderzoek het meest geschikt is moet beter worden onderbouwd in het rapport van het uitgevoerde bureauonderzoek (zie 4.1). Wij adviseren pas een selectiebesluit over het vervolgonderzoek te nemen op basis van het aangepaste rapport. 4.1 Op basis van het rapport van het bureauonderzoek kan geen besluit genomen worden over de onderzoeksmethodiek van een vervolgonderzoek. Het archeologische verwachtingsmodel en -advies is niet voldoende onderbouwd. Daarom kan niet worden bepaald welke vorm van vervolgonderzoek het beste kan plaatsvinden. Wij adviseren u om het rapport aan te laten passen op basis van de opmerkingen in de bijlage, en pas een besluit te nemen over de onderzoeksmethodiek van het vervolgonderzoek als het aangepaste rapport door ons is beoordeeld.

Pagina 4 van 7

Kanttekening Het door Buro de Brug uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek betreft alleen het perceel van het voormalige landgoed aan de Utrechtseweg 5 in Renswoude. De overige locaties waarover in het Ontwerp Bestemmingsplan wordt gesproken (Schalm 9, Emminkhuizerlaan 1 en de natuurontwikkeling langs de Luntersche Beek) zijn hier niet in meegenomen. Wat is getoetst? • J. van Leeuwen & J.W. Oudhof, 2020. Archeologisch bureauonderzoek, Utrechtseweg 5 – Landgoed Engelaar, Renswoude, gemeente Renswoude. Buro de Brug Rapporten B20-438. Status: Definitief 17 juni 2020 • Voorontwerp Bestemmingsplan Landgoed Engelaar. 0339-09-Totaal versie 2 juni 2020.pdf Waaraan is getoetst? • Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.1. • Erfgoedwet 2016. • Archeologiebeleid gemeente Renswoude: Boshoven, E.H., G.H. de Boer & D. Bekius, 2010: Gemeenten Renswoude en Woudenberg. Een archeologische verwachtings- en Beleidsadvieskaart. RAAP-rapport 2117, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Bijlage Opmerkingen op de toelichting Ontwerp BP: •

§1.3, pag.3 laatste alinea: ‘Onderzoek is niet nodig als op voorhand duidelijk is dat de grond reeds verstoord is, bijvoorbeeld als gebouwd wordt op de plek waar al eerder gebouwen hebben gestaan.’ Deze zin is niet correct, eerdere gebouwen kunnen namelijk archeologische resten betreffen. De zin s.v.p. vervangen door: ‘Onderzoek is niet nodig als middels (archief)documenten op voorhand kan worden aangetoond dat de grond reeds verstoord is tot minimaal dezelfde diepte als de geplande bodemingrepen’.

•

§1.3, pag.3 laatste zin: Bij "Waarde - Archeologie 3" zijn deze maten 1.000 m² en 0,50 meter beneden maaiveld’. Zin aanvullen met de vetgedrukte tekst.

•

§5.2: In de toelichting ontbreekt een verwijzing naar het gemeentelijke archeologiebeleid en de wettelijke meldplicht voor archeologische (toevals)vondsten.

•

§5.2, eerste alinea: ‘financiering van opgravingen’ graag vervangen door ‘financiering van archeologisch onderzoek’.

•

§5.2, tweede alinea: de huidige alinea is alleen toegespitst op gronden met Waarde Archeologie 2 en bouwwerkzaamheden. De alinea moet worden aangevuld met de vrijstellingsgrens voor Waarde Archeologie 3 alsmede de vermelding dat conform het reeds bestaande bestemmingsplan deze vrijstellingsgrenzen ook gelden voor werkzaamheden ten behoeve van werken, geen bouwwerken zijnde (aanlegvergunning). Dit laatste geldt ook voor de beschrijving op pagina 4.

•

§5.2, tweede alinea: ‘Er is geen onderzoek nodig bij vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij de fundering wordt hergebruikt. Ondergrondse sloop of verwijderen van bestaande fundering is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Dit kan namelijk meer dan het bestaande oppervlak van de fundering verstoren waardoor eventueel aanwezige archeologische resten verloren kunnen gaan. Daarnaast kan het voorkomen dat (een deel van) de fundering van de huidige bebouwing bestaat uit de fundering van eventuele oudere bebouwing’. Zin graag aanvullen met de vetgedrukte tekst.

Pagina 5 van 7

•

§5.2, derde alinea, eerste zin: ‘Omdat op dit moment nog niet duidelijk is of de sloop van de huidige opstallen, de bouw van de nieuwe woning en de eventuele herinrichting van het erf binnen de randvoorwaarden van de planregels kunnen worden gerealiseerd’. Zin graag aanvullen met de vetgedrukte tekst.

•

§5.2, derde alinea, laatste zin: in het uitgevoerde archeologisch bureauonderzoek wordt aangegeven dat ook de ondergrondse sloop van de huidige opstallen archeologische waarden kunnen verstoren. In het huidige bestemmingsplan zijn geen specifieke planregels opgenomen voor ondergrondse sloop. Daarom wordt geadviseerd om bestaande alinea aan te vullen met een zinsnede dat de ondergrondse sloop van opstallen dieper dan 40 cm beneden maaiveld voorkomen dient te worden omdat dit archeologische waarden kan verstoren.

Opmerkingen archeologisch bureauonderzoek: •

•

§4.1: “Gezien de relatief geringe oppervlakte van de beoogde bodemingreep (ca. 250 m2), kunnen eventuele resten uit de prehistorie als “bijvangst” worden beschouwd. Het is niet noodzakelijk hier doelgericht archeologisch vervolgonderzoek voor in te stellen.” Waarom is geen archeologisch vervolgonderzoek nodig voor de prehistorische perioden (Laat Paleolithicum t/m IJzertijd) terwijl de beoogde bodemingrepen de vrijstellingsgrens overschrijden? (Hierbij wordt naast de sloop- en bouwwerkzaamheden ook de verdere inrichting van het terrein met kabels en leidingen en tuininrichting bedoeld.) Of wordt bedoeld dat vervolgonderzoek voor deze perioden wel nodig is maar de onderzoeksstrategie niet gericht hoeft te zijn op een vindplaats met een vondststrooiing van bijvoorbeeld vuursteen in plaats van een vondstlaag zoals vaak het geval is bij met steentijd vindplaatsen? Graag de gespecificeerde verwachting concreter maken door de prospectiekenmerken en diepteligging (maaiveld, top dekzand enz.) van de verschillende te verwachte perioden toe te voegen. Op basis hiervan het selectieadvies m.b.t. de onderzoeksmethodiek voor het vervolgonderzoek onderbouwen. §4.2: het selectieadvies dat vervolgonderzoek moet plaatsvinden door middel van een proefsleuvenonderzoek is onvoldoende onderbouwd (zie onder vorige opsommingsteken).

Waarom wordt voor deze onderzoeksmethodiek gekozen in plaats van een booronderzoek?

Pagina 6 van 7

Ecologie Advies: 1. De quickscan flora en fauna te actualiseren. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De gebruikte quick scan stamt uit 2015 en kan niet meer worden gebruikt voor de ruimtelijke procedure. Vanwege het dynamische karakter van de natuur is een natuuronderzoek maximaal 3 jaar te gebruiken voor een ruimtelijke onderbouwing. Aangezien het bijgevoegde onderzoek al 5 jaar oud is kan het niet meer worden ingezet voor de ruimtelijke procedure. Het onderzoek is wel degelijk opgesteld en kan een goede basis vormen voor een nieuw onderzoek. Wat is getoetst? - Quickscan Flora en fauna landgoed Engelaar gemeente Renswoude van november 2015. - Gemeente Renswoude Bestemmingsplan Landgoed Engelaar Juni 2020 Voorontwerp Kenmerk 0339-09-T01 Projectnummer 0339-09. Waaraan is getoetst? Wet natuurbescherming

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10364143/1