CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

TVA-ruimtelijke onderbouwing -editie 20 juli 2022

Raadscommissie 6 september 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot afgifte van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen ten behoeve van het nemen van projectafwijkingsbesluit voor de realisatie van woningbouwplan Taets van Amerongenweg, fase 27.757 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dorpsstraat 18 3927BD RENSWOUDE T - 0318 – 573928 I - www.henkschuurman.nl

bouwkundig ontwerpbureau henk schuurman bv

E - info@henkschuurman.nl

Gemeente Renswoude

Ruimtelijke onderbouwing Projectafwijking Bestemmingsplan voor de realisatie 3 huurwoningen, 12 BEBO-woningen+ parkeervoorzieningen/ ontsluitingsweg in plan Taets van Amerongenweg fase 2 te Renswoude Toelichting, onderbouwing 20 juli 2022

Werknummer 3235 Bouwkundig ontwerp- & tekenbureau henk schuurman bv handelsregister K.v.K. Amersfoort: 31034795 Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd volgens laatste versie van De Nieuwe regeling 2011, zoals opgesteld door Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, Bond van Nederlandse Architecten en NL ingenieurs gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam.

1

Inhoudsopgave

1.

Planbeschrijving a. b. c.

2.

Beleidskader a. b. c.

3.

Milieuaspecten Luchtkwaliteit Akoestisch onderzoek Bodem Flora en fauna Water Parkeren Archeologie Externe veiligheid

Procedure a. b.

5.

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Plantoetsing a. b. c. d. e. f. g. h. i.

4.

Aanleiding Huidige situatie Toekomstige situatie

Procedure Activiteit in strijd met bestemmingsplan

Uitvoerbaarheid a. b. c.

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Van ontwerp tot vaststelling

Bijlage

3 3 4 6

10 10 11 11

13 13 13 14 15 16 18 20 21 22

23 23 23

24 24 24 24

25

2

1. Planbeschrijving a. Aanleiding In de gemeente Renswoude heeft het Gemeentelijk Woningbedrijf Renswoude(GWR) na een succesvolle herstructurering van Fase 1 aan de Taets van Amerongen het vervolgplan opgepakt voor Fase 2 in het gebied Taets van Amerongenweg. Met deze tweede fase herstructurering wordt het project Taets van Amerongenweg voltooid. Met deze tweede fase zal het GWR 26 woningen vervangen door 37 nieuwe kwalitatief hoogwaardige, energiezuinige woningen. Hiermee wordt zowel de woonkwaliteit alsmede het woningaanbod verbeterd/ verhoogd. Gezien de krapte op de woningmarkt is dit een positieve ontwikkeling voor de plaatselijke bewoners. De toenemende vergrijzing zorgt ook in Renswoude voor een tekort aan seniorenwoningen. In Fase 2 van de herontwikkeling van de Taets van Amerongenweg wordt hier ruim invulling aan gegeven door in totaal 16 seniorenwoningen in het plan op te nemen. Bij de herontwikkeling van het gebied wordt gebruik gemaakt van het vigerende bestemmingsplan “Dorp”.

Het gehele gebied kent reeds de woonbestemming, waarmee de woningen passend zijn met de thans geldende bestemming en binnen de bestaande bouwvlakken hoofdgebouw behoudens de navolgende afwijkingen: - Voor 3 woningen grenzend aan hofje fase 1 is geen bouwvlak aanwezig - In het plan worden 12 BEBO-woningen(beneden- bovenwoningen) gerealiseerd, waarbij er sprake is van overschrijding bouwhoogte met 38cm tot een hoogte van 10,28 meter - Bij de Bebo-woningen worden de grenzen van het bouwblok overschreden - Bij de Bebo woningen is er een overschrijding van de erfscheiding op achterbalkon 1e verdieping ter plaatse van trapopgang achterzijde - In het plan komen een 2-tal “parkeerkoffers”. Deze zijn gelegen aan weerszijden van de weg, noordzijde grenzend aan de percelen Dorpsstraat 65- 73 en aan zuidzijde ter hoogte van de percelen Van Reedeweg 57- 65. De verkeersbestemming is strijdig met de bestemming wonen. De realisatie van de 3 woningen zonder bouwblok, de overschrijding bouwhoogte en bouwblokgrenzen, overschrijding erfscheiding verdieping en de parkeervoorzieningen zijn op voorhand volgens het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk tenzij er door een ontheffingsprocedure wordt afgeweken van het bestemmingsplan.

3

b. Huidige situatie Aansluitend op de eerste fase van herstructurering van de Taets van Amerongenweg zal het oostelijke gedeelte van de Taets van Amerongenweq worden heringericht. De weg vormt de verbindingsweg van het Dorpscentrum naar de Koepelkerk. Aan de noordzijde grenst het gebied aan de achterzijde percelen ontsloten aan de Dorpsstraat. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan de achtertuinen van de woningen van de Van Reedeweg. In de eerste fase is het westelijke gedeelte van de Taets van Amerongenweg heringericht met duurzame nieuwbouw woningen. Nu is het GWR voornemens om het oostelijke gedeelte, in overeenstemming met de 1e fase, te herstructureren, waarna de transformatie van de gehele straat zal zijn voltooid. De huidige woningen zijn niet meer geschikt voor renovatie en zullen plaats gaan maken voor nieuwbouw. Kenmerkend voor de huidige woningen is dat ze over een laag wooncomfort beschikken, met hoge energielasten. Wel beschikken ze over redelijk diepe kavels. Fase 2 is kadastraal bekend onder Renswoude sectie A, perceelnummer 1325 gebied ten zuiden van de Taets van Amerongenweg en sectie A, perceelnummer 1394 ten noorden van de Taets van Amerongenweg. In het zuidelijke deel worden 18 woningen gerealiseerd en in het noordelijk deel zijn 19 woningen gepland. Locatie herstructurering Taets van Amerongenweg

Gerealiseerde herstructurering FASE 1

Voornemen herstructurering FASE 2

De bebouwing in het gebied bestaat thans uit sobere rijwoningen. Grondgebonden woningen veelal 2 bouwlagen met kap, afgewisseld met 1 bouwlaag met kap. De uitstraling van de openbare straat is bij de eerste fase reeds heringericht, waarbij het straatprofiel al een groen karakter heeft gekregen. In de voortuinen is veel verharding aanwezig. De openbare ruimte is naast het aanwezige groen voorzien van parkeerplaatsen. Bij de voorgenomen herstructurering

4

zal het groene straatbeeldgebied gehandhaafd blijven en de bebouwing aansluiten op de herontwikkeling 1e fase van de Taets van Amerongenweg.

Bestemmingsplan Voor het gebied vigeert het bestemmingsplan “Dorp”, vastgesteld op 25 juni 2013. De huidige bestemming is wonen met een bouwblokaanduiding conform de bestaande bebouwing van de hoofdgebouwen. De gronden zijn geschikt voor woningbouw met bijgebouwen met woningen met goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 9 meter. Realisatie voor het oprichten van vervangende nieuwbouw woningen binnen het bouwvlak is mogelijk. Huidig bestemmingsplan

Bestaande straatbeeld

5

c. Toekomstige situatie De huidige straatbeleving van de Taets van Amerongenweg is onevenwichtig, bestaande uit een vernieuwd straatbeeld aan westzijde en verouderd straatbeeld aan oostzijde. Het westelijke deel is nieuwbouw fase 1 met donkere daken, voorzien van zonnepanelen. Het oostelijke deel wijkt hier sterk van af met rode baksteen en rode dakafwerking. Het openbare gebied is de enige bindende factor. De woningbouw in het oostelijk gedeelte van de straatwand is gedateerd en zal worden gesloopt om plaats te maken voor vervangende nieuwbouw van duurzame woningen, aansluitend op de gerealiseerde 1e fase(westelijk deel Taets van Amerongenweg). Hiermee krijgt de gehele straat weer één karakter aan uitstraling terug. De stedenbouwkundige invulling van het oostelijk deel van de Taets van Amerongenweg wordt overeenkomstig de inrichting van fase 1. Rijwoningen langs weerszijden van de straat afgewisseld met een bestaande “insteek” naar woonhofje bij de overgang van fase 1 naar fase 2 aan de noordzijde en nieuwe ”insteek” naar parkeerhoven aan noord en zuidzijde. Hiermee komen in de tweede fase totaal 34 woningen aan weerszijden van de straat en 3 woningen in het hofje aan de noordzijde. In Fase 1 is aan de noordzijde een hofje reeds voor de helft gerealiseerd, compleet met parkeervoorzieningen.

Met Fase 2 wordt dit hofje voltooid met 3 woningen die een identieke uitstraling krijgen als de reeds aanwezige woningen uit Fase 1. Voor deze drie woningen is echter geen bouwvlak in het bestemmingsplan opgenomen. Bij 3 woonblokken worden de kopgevels uitgevoerd als BEBO-woningen(Beneden-Bovenwoningen). Hierbij wordt voor deze woningen de nokhoogte 10,28 meter, wat een overschrijding van de bouwhoogte geeft van 1,28 meter t.a.v. de toegestane bouwhoogte uit het vigerende bestemmingsplan(bouwhoogte 9 meter). Daarnaast worden de bouwblokken, op bestemmingsplankaart lang 27,5 meter, als gevolg van toepassing van de BEBO-woningen 28 meter lang, hetgeen een overschrijding geeft van 50cm van het bouwblokgrens bestemmingsplan. Aan de Taets van Amerongenweg wordt in de 2e fase aan de noordzijde en zuidzijde een doorsteek gemaakt tussen twee woonblokken voor het bereiken van nieuw aan te leggen openbare “parkeerkoffers” t.b.v. van de nieuw te realiseren 37 woningen. Deze parkeervoorzieningen zorgen samen met de parkeervoorzieningen in het straatprofiel dat het aantal parkeerplaatsen in het gebied voldoen aan de huidige parkeernormen gemeente Renswoude. Deze parkeervoorziening incl. ontsluiting valt onder de bestemming verkeer, wat strijdig is met de vigerende bestemming wonen. Situatie 3 woningen + “parkeerkoffer noordzijde”

“parkeerkoffer zuidzijde”

Om de woningbouwplannen voor 37 woningen alsmede de parkeervoorzieningen met ontsluiting mogelijk te maken is gekozen voor een projectafwijkingstraject procedure. Met een projectafwijkingsbesluit kan eenmalig worden afgeweken van de bestemmingsplanvoorschriften. Bij de toekomstige actualisatie van het bestemmingsplan/ omgevingsplan, in de regel om de tien jaar, kan dan op de nieuwe plankaart de afwijkingen worden hersteld, waardoor het bestemmingen in het plan voor het gehele gebied in overeenstemming is met de werkelijke situatie. 6

De 3 woningen kunnen middels deze procedure voor een goede afronding van het bestaande “hofje” zorg dragen. Met de afwijkende bouwhoogte en overschrijding bouwblokgrens kunnen de extra BEBO-woningen voor de doelgroep starters worden gerealiseerd. Met de extra parkeervoorzieningen krijgt het gebied een parkeerbalans die voldoet aan de thans geldende parkeernorm gemeente Renswoude.

Bebouwing De bebouwing in fase 2 Taets van Amerongenweg, waarvoor een projectafwijkingsbesluit zal worden gevoerd bestaat uit het realiseren van: - 3 woningen aan een bestaand hofje. - 12 BEBO-kopwoningen aan bouwblok 3 woningen aan een bestaand hofje De woningen hebben een perceel met een oppervlakte van 140 - 178m2. De woningen krijgen een uitstraling gelijk aan de bestaande woningen aan het hofje, waarmee de woonsfeer wordt versterkt. Parkeren voor de woningen is aan de westzijde mogelijk op de parkeervoorzieningen van het hofje. De woningen hebben een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 7 meter. De plattegrond van de woningen is op basis van alle woonfuncties op de begane grond bestemd voor senioren. Op de verdieping is er ruimte voor een extra slaapkamer, bereikbaar middels vaste trap. Aan de achterzijde is de tuin gelegen op het oosten. De energievoorzieningen van de woningen zal energieneutraal worden uitgevoerd. Impressie Exterieur

Woonplattegronden

12 BEBO-woningen

7

In de 2e fase Taets van Amerongenweg komen 6 woonblokken, waarvan 3 blokken voorzien van verbijzonderde kopwoningen in de vorm van BEBO-woningen. Hiermee wordt de verscheidenheid aan woonvormen in het gebied versterkt en extra woningen voor starters/ kleine huishoudens. De BEBO- woningen hebben een gescheiden toegang op de begane grond. De benedenwoning op de begane grond heeft een gebruiksoppervlakte van 46,7m2. De bovenwoning op de 1e en 2e verdieping heeft een gebruiksoppervlakte van 82m2. De benedenwoning grenst aan een voor- en achtertuin en de bovenwoning is voorzien van een balkon op de 1e verdieping. Met het oog op de privacy naar de naastgelegen woning wordt aan 1 zijde op het balkon een balkonscherm geplaatst. Met de toevoeging van de BEBO-woningen krijgt het bouwblok een gevarieerd beeld en meer belevingswaarde op de kopgevels. Bouwhoogte van de woningen zijn 9,9 meter en voor de BEBO is deze 10,28 meter.

8

Strijdigheid met bestaand Bestemmingsplan Voor het gebied vigeert het bestemmingsplan “Dorp”, vastgesteld op 25 juni 2013. De huidige bestemming is wonen met een bouwblokaanduiding conform de bestaande bebouwing van de hoofdgebouwen. De opzet van het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter, waarbij de bestaande aanwezige bebouwing als uitgangspunt is opgenomen in de regelgeving. Gevolg hiervan is dat het plan verschillende voorschriften heeft voor woningbouw in het gehele gebied van bestemmingsplan “Dorp”. De bestaande woningen hebben een goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 9 meter voorgeschreven, terwijl voor de nieuwbouwlocatie Beekweide in het plangebied een bouwhoogte van 10 meter mogelijk is. Bij nieuwbouw zijn de bouwregels voor woningen in de loop der jaren verder aangescherpt t.o.v. de bestaande woningen. Aantal onderdelen die gewijzigd zijn t.o.v. het verleden zijn: - Gebruiksvoorschriften, waarbij vrije hoogten van woningen per woonlaag van 2,4 meter naar 2,6 meter; - Energiezuinige voorschriften met toepassing van duurzame en hoogwaardige isolatie, waardoor wand-, vloer- en dakconstructie dikker worden uitgevoerd Gevolgen van deze maatregelen zijn dat de maatvoering voor woningen bij gelijkblijvende woonoppervlakten sterk zijn toegenomen.

In nieuwe bestemmingsplannen wordt hier al op ingespeeld en zijn de bouwhoogten van 10- 11 meter gebruikelijk geworden voor rijwoningen. In de 2e fase van het plan Taets van Amerongenweg is er sprake van volledige nieuwbouw, gelijk aan fase 1, en zal er conform de huidige regelgeving de woningen worden gerealiseerd met een hoge duurzaamheid. Dit heeft tot gevolg dat op het punt van bouwhoogte en bouwblokafmetingen knelpunten ontstaan. De regels voor wonen in Art. 16 wonen van het geldende bestemmingsplan, zijn hiervoor niet toereikend. De nieuwbouwwoningen zijn wat betreft maatvoering in lijn met wat verwoord is in Art. 20 Woongebied wat o.a. voor het woongebied Beekweide van toepassing is. Hiermee kan in afwijking van de bestaande regelgeving een grotere bouwhoogte worden toegestaan en in geringe mate de grenzen van de bestaande bouwblokken worden overschreden. De erfafscheiding op het balkon 1e verdieping van 2 meter zorgt voor privacy tussen de BEBO-woning en de aangrenzende tussenwoning. Bouwhoogte wordt plaatse van het aangebouwde balkon 5 meter. De beoogde “parkeerkoffers” komen planologisch gezien te liggen op gronden met de bestemming “WONEN” i.p.v. de bestemming verkeersdoeleinden. De 3 woningen aansluitend op het woonhofje van de 1e fase Taets van Amerongenweg zijn gelegen in de bestemming “WONEN” maar een bouwblok met bestemming hoofdgebouw ontbreekt.

Samengevat kan middels een projectafwijkingsbesluit worden afgeweken van de bestaande bestemmingsplanvoorschriften voor: - Bouwen van hoekwoningen/ BEBO-woningen met bouwhoogte van 10,28meter - Verruimen bouwblokafmetingen met 0,5 meter - Plaatse van erfafscheiding op verdieping aanbouw BEBO-woningen - Realisatie 3 seniorenwoningen buiten bouwblok - Aanleg parkeervoorzieningen op de bestemming wonen

9

2. Beleidskader a. Rijksbeleid - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu het vaststellingsbesluit van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland door een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit te bereiken, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…') en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Het Rijk richt zich daarbij op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer (waaronder buisleidingen), energie en natuur, alsook ondergrond en ruimte voor militaire activiteiten.

Ook waterveiligheid en milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water en externe veiligheid) horen daarbij, evenals de bescherming van ons werelderfgoed (zoals de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinie). Buiten de nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en laat verstedelijkings- en landschapsbeleid over aan de provincies en gemeenten. De gemeente is in dat opzicht de overheid die het dichtst bij de burger staat en zorg draagt voor een veilige en leefbare woon- en werkomgeving. In het ruimtelijk domein gaat het om de ruimtelijke ontwikkeling van stad en platteland in brede zin, waarbij onder meer belangen ten aanzien van mobiliteit, milieu, natuur, water, economie en wonen worden afgewogen. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei geënt op het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en over-programmering wordt voorkomen. Om beide te bereiken, wordt een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit houdt in dat bij ruimtelijke besluiten moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik.

Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent voor alle ruimtelijke plannen: - eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling; - vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt; - mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. Het aantal woningen neemt met elf toe ten opzichte van de huidige situatie(bestaand 26 woningen in het gebied). Het vigerende bestemmingsplan is toereikend om 34 woningen van de in totaal 37 woningen te realiseren. Uit de woonvisie van de gemeente Renswoude blijkt dat er een tekort aan 1- en 2kamerappartementen en aan woningen in de huursector is. De onderhavige invulling van het plangebied vervult een deel van die behoefte. De 3 extra huurwoningen voor senioren en de 12 BEBO-woningen dragen bij aan de woningbehoefte en zorgt tevens voor doorstroming. Daarmee is de eerste stap van de ladder doorlopen. De locatie ligt in het bestaand stedelijk gebied, waarmee ook de tweede trede van de ladder is doorlopen. Toetsing aan de derde trede is niet noodzakelijk omdat aan de tweede trede wordt voldaan. De ontwikkeling past daarmee binnen de beleidsuitgangspunten van de SVIR. 10

b. Provinciaal beleid - Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Het provinciale ruimtelijke beleid is vastgelegd in de op 10 maart 2021 vastgestelde Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht(IOP). Deze verordening is een vervanging van diverse “losse” verordeningen zoals o.a. de Provinciale Ruimtelijke verordening. De Interim Omgevingsverordening is een tijdelijke verordening, als gevolg van het uitstel van de Omgevingswet. Doel van de IOP is om provinciale belangen op het gebied van o.a. de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De verordening bevat daartoe bepalingen die bij het opstellen van gemeentelijke bestemmingsplannen, projectafwijkingsbesluiten en beheers verordeningen in acht moeten worden genomen. Dit betekent dat geldende bestemmingsplannen niet onder de werking van de verordening vallen. De verordening bevat géén bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Het provinciale beleid is onder meer gericht op het benutten van de bouwmogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied. Beleidsmatig is dit vertaald in een ruimtelijke afbakening van het stedelijk gebied door rode contouren. Het plangebied ligt binnen de rode contour.

Uit de verordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voor de bouw van de 3 seniorenwoningen+ de 12 BEBO-woningen voort. De Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht heeft daarom geen gevolgen voor het voorliggende projectafwijkingsbesluit.

c. Gemeentelijk beleid - Marktverkenning 2019 – 2035/ woonvisie SAMEN ‘OP RENSWOU’ De gemeente Renswoude heeft op 3 juli 2018 de “Omgevingsvisie Renswoude 2018- 2030 vastgesteld. In de omgevingsvisie is aangegeven wat de visie van Renswoude is voor de periode tot 2030. Sinds 2011 laat de gemeente Renswoude elke twee jaar de woningmarkt onderzoeken wat inzicht geeft in de richting waarin de woningvoorraad in Renswoude zich tot 2035 moet ontwikkelen. Dit woningmarktonderzoek biedt een toetsingskader voor al het beleid en maatregelen op het terrein van het wonen in Renswoude. Concreet gaat het om het beleid voor het huisvesten van bepaalde doelgroepen, zoals starters en ouderen, het woningbouwbeleid en het beleid in de huursector (gemeentelijk woningbedrijf). Het onderzoek geeft inzicht in de ontwikkelingen en trends op de lokale woningmarkt, formuleert de ambities voor het woonbeleid en bevat tot slot een voorstel voor een woningbouwprogramma. Het onderzoek geeft aan hoe de gemeente Renswoude nieuwbouw ontwikkelt die gedifferentieerd, onderscheidend en concurrerend is en die voldoet aan de wensen van voornamelijk de eigen bevolking. Uit de Woningmarktanalyse blijkt dat het aantal éénpersoonshuishoudens mede verantwoordelijk is voor de extra behoefte aan (huur)woningen. Dit stelt eisen aan de woningvoorraad.

De gemeente Renswoude draagt er zorg voor dat de toevoegingen aan de woningvoorraad een bijdrage leveren aan de vraag vanuit de bevolking. Dit betekent concreet dat er bij nieuwbouwprojecten wordt afgewogen wat de toevoeging is voor het aanbod aan starterswoningen, ouderenwoningen en in welke mate de plannen bijdragen tot de differentiatie in Renswoude. Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad de nieuwe Woonvisie genaamd SAMEN ‘OP RENSWOU’ goedgekeurd. De woningvoorraad in Renswoude is sinds 2013 met 18% toegenomen. Ondanks deze toename is er met name voor jongeren en eenpersoonshuishoudens een laag woningaanbod.

11

Actuele onderzoeken geven aan dat de regio, waar Renswoude onderdeel van uitmaakt, een sterkere groei van het aantal huishoudens mag worden verwacht dan voorheen. Ook het aantal huishoudens van 75jaar en ouder zal tot 2030 met bijna 60% toenemen. De woonvisie van Renswoude kent vijf ambities:

-

Vorm geven aan duurzame leef kwaliteit Groei woningaanbod met minimaal 500 woningen tot 2030 Kansengelijkheid op de woningmarkt met woningen voor jongeren en levensloopbestendige woningen woonzorgvormen voor passend wonen voor ouderen kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningbouw

De vergrijzing van de samenleving zal de komen jaren fors toenemen, waarbij de woningbehoefte voor deze doelgroep sterk zal stijgen. De toevoeging van 3 woningen bestemd voor senioren past binnen het programma om te komen tot een groter aanbod van huurwoningen(specifiek voor senioren) zoals opgenomen in de woonvisie/ woningmarktverkenning. De realisatie van de BEBO-woningen draagt tevens bij aan een groter woningaanbod voor diverse doelgroepen.

12

3. Plantoetsing

a. Milieuaspecten In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieu hygiënische aspecten van die bedrijven. In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: - het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; - het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: "zware" bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan "lichte" bedrijven. Binnen het plangebied Taets van Amerongenweg zijn in de directe omgeving uitsluitend de functies detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen (zorgfuncties) gerealiseerd(plan Dorpshart ten westen van het gebied). Deze functies zijn allemaal categorie A en B bedrijven. Dat houdt in dat deze functies direct naast of boven gevoelige functies kunnen worden toegelaten.

De toename van het woningaantal met 3 seniorenwoningen en 12 BEBO-woningen heeft geen invloed op deze conclusie. Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er daarom geen belemmeringen voor woningbouw.

b. Luchtkwaliteit Sinds eind 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB ‘Niet in betekenende mate bijdragen(NIBM), de ministeriele regeling NIBM, de ministeriele regeling Projectsaldering en de ministeriele regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die ’niet in betekenende mate bijdragen’ aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor fijnstof en NO2. Voor woningbouw ligt de grens van 3% op 1500 woningen. Op basis van de planontwikkeling van vervangende nieuwbouw van 37 woningen ten opzichte van de te slopen 26 woningen is er sprake van toename van 11 woningen. Het project blijft onder de 3% norm en is dus vrijgesteld van toetsing grenswaarden buitenlucht. Met het bouwplan worden 37 nieuwe woningen gerealiseerd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat uit oogpunt van de “Wet luchtkwaliteit” er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van dit plan. In het plangebied zal in geringe mate verandering/ toename van verkeersbewegingen ontstaan. Met een Aerius-stikstofberekening kan nauwkeurig worden berekend wat de verwachte stikstofdepositie voor dit woningbouwproject is.

Bestaande woningen(26 stuks) met zeer lage isolatie en voorzien van gasinstallatie worden vervangen door 37 nieuwbouwwoningen, duurzaam uitgevoerd als Nul op de meterwoningen(NOM). Voor het nieuwbouwproject is een stikstofberekening opgesteld. De afstand van planlocatie is 6.098meter tot aan het dichtstbijzijnde Natura 200-gebied. Conclusie uit de berekeningen is dat bij de realisatie en gebruik van de woningen in het plangebied geen depositieresultaten heeft opgeleverd boven de 0,00mol/ha/jr. De gewenste ontwikkeling geeft geen strijdigheid met de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 200- gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden.

13

c. Akoestisch onderzoek Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn woningen geluidgevoelige bestemmingen. Volgens artikel 77 van de Wet geluidhinder is het nodig akoestisch onderzoek te verrichten naar woningen die in een geluidszone vallen. In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen geluidszones, met uitzondering van: - woonerven; - 30 km/uur-gebieden De breedte van de geluidszone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buiten stedelijk). In het gebied geldt voor een weg met één of twee rijstroken een zone van 200 meter aan weerszijden van de weg. De planlocatie ligt binnen de geluidszone van de Dorpsstraat (provinciale weg N224). In principe zou voor het bouwplan een akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn. Uit eerdere rapportage van aangrenzende bebouwingen, Fase 1 van de herstructurering van de Taets van Amerongenweg en woningbouw Fase 1 was de conclusie dat de woningen zonder aanvullende geluidwerende voorzieningen konden worden gerealiseerd. De ligging van de woningen van Fase 2 komen ten oosten van Fase 1 met identieke geluidshinder.

Hierbij moet nog worden opgemerkt dat bij de berekeningen van Fase 1 nog niet de verlaging verkeerslawaai Dorpsstraat is meegenomen als gevolg van toepassing stil asfalt in 2020 en invloedsfeer van Barneveldsestraat in fase 1 niet van toepassing is voor fase 2(gelegen buiten de zone van 200meter). Door geluidsadviesbureau is een nadere analyse gemaakt voor de mogelijke gevolgen voor geluidsbelasting fase 2 t.o.v. de situatie van Fase 1. Uit onderzoek voor fase 1 is gebleken dat voor de woningen aan de Taets van Amerongenweg maatgevend zijn en de overige wegen een dusdanig lage geluidsbelasting geven dat deze niet relevant zijn. De verkeersintensiteit in fase 2 van de Taets van Amerongenweg ligt lager dan in Fase 1, waardoor de geluidsbelasting ter plaatse van de woningen ook lager zullen uitvallen. Er is uit oogpunt van geluid sprake van een gunstiger situatie t.o.v. van Fase 1. Ontheffingen van de voorkeursgrenswaarde en eventuele maatregelen zijn niet van toepassing op fase 2. Voor de woningen is geen nader onderzoek van geluidwering van de gevels noodzakelijk. Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een akoestische binnenwaarde van max. 33 dB bij de woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai gegarandeerd te worden. Volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB.

Op basis van de hoogste geluidsbelasting in het plangebied zal de binnenwaarde van 33 dB niet worden overschreden. Geconcludeerd kan worden dat wordt voldaan aan de norm voor de maximale binnenwaarde.

14

d. Bodem In artikel 2.4.1, lid 1 van de Bouwverordening is bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. In artikel 2.1.5 leden 1 en 2 van de Bouwverordening is het voorschrift gegeven dat bij het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning een bodemonderzoeksrapport overlegd moet worden, dat bestaat uit de resultaten van een recent verkennend onderzoek volgens NEN 5740. Ten behoeve van het plangebied/ bouwplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Boot organiserend ingenieursbureau bv. (documentnummer P21-0789-025 d.d. 25 november 2021) Zintuiglijke waarnemingen De bodem bestaat in de bovengrond voornamelijk uit zeer fijn tot matig fijn, zwak siltig en zwak tot matig humeus zand. Plaatselijk zijn bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. De ondergrond bestaat uit zeer fijn tot matig, zwak siltig zand. Grondwater bevindt zijn tijdens de uitvoering op een diepte van 1,5- 1,7 meter minus maaiveld. Bij het veldwerk is op een enkele plaats bodemvreemd materiaal aangetroffen. Bij boring / gat (G)02 is asbest verdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van een droge watergang is in asbestinspectiegat G1000 asbestverdacht materiaal in de bodem aangetroffen. Deze bodemlaag is separaat bemonsterd en geanalyseerd.

Interpretatie en analyseresultaten De analyseresultaten geven aan dat de grond en het grondwater op de locatie maximaal licht verontreinigd zijn met cadmium, koper, kwik, zink PCB en minerale olie. Daarnaast zijn op enkele plaatsen asbesthoudend materiaal aangetroffen. Deze resultaten zijn aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek op de locaties waar asbesthoudend materiaal is aangetroffen. In aansluiting hierop is in het plangebied een nader bodemonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd door Boot organiserend ingenieursbureau bv. (documentnummer P21-0789-056 d.d. 28 januari 2022) Op twee locaties in het plangebied is op basis van verkennend bodemonderzoek nader onderzoek verricht. Resultaten bevestigen dat er sprake is van ernstige bodemverontreiniging op beide locaties. Op basis van deze uitkomsten zijn graafwerkzaamheden uitsluitend toegestaan na melding en instemming van bevoegd gezag Wet bodembescherming(Wbb). Sanering uitvoeren door een BRL SLK 7000 erkende aannemer met toezicht van BRL SILB 6000 erkend milieukundige begeleider. De locatie waar de 3 woningen zijn gesitueerd grenst aan het gebied waar bij nader onderzoek verontreiniging is aangetroffen. Alvorens tot realisatie van de woningen over te gaan zal de grond in dit gebied worden gesaneerd.

In het gebied waar de BEBO-woningen worden opgericht geldt voor het bouwblok ten noorden van de Taets van Amerongenweg voor het achtertuingedeelte dat saneren van de gronden noodzakelijk is alvorens tot realisatie over te gaan. Namens de Gemeente Renswoude zal voor de sanering van de 2 locatie middels een BUS-melding worden ingediend bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de bovengrond aan de functieklasse Wonen en/ of Industrie en de ondergrond functieklasse “landbouw/natuur”. Zodoende bestaan voor wat PFAS betreft geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens voor drinkwatergebieden en de te saneren gedeelten grond. Gezien het feit van langdurig gebruik van de gronden (wonen met tuin) en de incidenteel aangetroffen verontreinigingen is alertheid gevraagd tijdens de grondwerkzaamheden op afwijkingen in de grond, zoals kleurverschil en aanwezigheid van afwijkende hoeveelheden bodemvreemde bij-mengingen.

15

e. Flora en Fauna De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. De gebiedsbescherming is geregeld via de Natuurbeschermingswet (Natura 2000 gebieden en Beschermde natuurmonumenten) en de Wet ruimtelijke ordening (met name via de bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur). De soortbescherming is geregeld door middel van de Flora- en faunawet. De verschillende natuurwetgevingen in Nederland hebben als een belangrijke component het zorgplichtbeginsel, dat van elke initiatiefnemer verlangt dat hij zich vooraf op de hoogte stelt van eventuele schadelijke effecten op voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Gebiedsbescherming: Natura 2000 gebieden en Beschermde natuurmonumenten hebben een zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat mogelijke negatieve gevolgen van ontwikkelingen buiten het beschermde gebied voor de waarden in het beschermde gebied moeten worden onderzocht. Binnen een afstand van 3 km liggen geen beschermde natuurmonumenten of Natura 2000 gebieden. Buiten deze 3 km grens ligt het beschermd natuurmonument het Meeuwenkampje. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is het Binnenveld. De afstand van de locatie tot het Binnenveld bedraagt ongeveer 7 km. De locatie is niet gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur.

De afstand van de Taets van Amerongenweg tot beide gebieden is zodanig groot dat er van kan worden uitgegaan dat het bouwplan geen invloed heeft op de natuurwaarden in beide natuurgebieden. Als indicatieve depositie in de handreiking woningbouw en AERIUS kan worden opgemaakt dat bij een afstand van 7 km tot aan een natura 2000 gebied bij de realisatie van 50 woningen sprake is van 0,00 mol/ha/jaar. Op grond van bovenstaande is als bijlage een stikstofberekening toegevoegd, waarin wat de handreiking AERIUS aangeeft wordt bevestigd.

Soortenbescherming In verband met de Flora- en faunawet en de daarin verwerkte Europese richtlijnen, de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn, dienen ruimtelijke en andere ingrepen te worden getoetst aan deze regelgeving. In de Flora- en faunawet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten. Naast een aantal in de wet (en daarop gebaseerde besluiten) vermelde specifieke mogelijkheden om ontheffing te verlenen van in de wet genoemde verboden, geeft de wet een algemene ontheffingsbevoegdheid aan de minister. Het ecologisch onderzoek beantwoordt de volgende vragen: i.Komen in het projectgebied vaste verblijfplaatsen voor van strikter beschermde soorten of zijn deze te verwachten? ii.Hebben de plannen voor de herbestemming nadelige effecten voor de eventueel aangetroffen vaste verblijfplaatsen van strikter beschermde soorten? iii.Indien sprake is van nadelige effecten, welke mitigerende maatregelen dienen dan getroffen te worden om overtreding van de verbodsbepalingen van de Ff-wet te voorkomen? iv.Als mitigerende maatregelen nadelige effecten niet kunnen voorkomen, voor welke soorten moet dan ontheffing worden aangevraagd in het kader van de Ff-wet?

Het perceelgedeelte waar de 3 woningen worden gerealiseerd is een onbebouwd bouwterrein zonder enige beplanting wat in het verleden dienst deed als moestuin. In Fase 1 van de herstructurering Taets van Amerongenweg is een Flora en Fauna onderzoek verricht en zijn er aansluitend compenserende en mitigerende maatregelen getroffen. Voor Fase 2 is door Breur Ecologie& onderzoek een onderzoek en activiteitenplan opgesteld(Rapport AP21013v01 d.d. 0109-2021). Op basis van de dit onderzoek kan worden samengevat dat in het Fase 2 – gebied er sprake is van 1 paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en 18 huismussennesten. Plan van aanpak hiervoor zal zijn dat de tijdelijke kasten van Fase 1 kunnen worden beschouwd als

16

mitigerende maatregelen voor Fase 2 zodat er voldoende zorg wordt gedragen voor alternatieve nest- en verblijfplaatsen. Bij de nieuwbouw van Fase 2 worden in de gevels van de woningen 16 stuks huismussenkasten ingebouwd en 12 gierzwaluwkasten. Voor de drie woningen betekent dit het plaatsen van 4 kasten t.b.v. van de huismus. Bij de BEBO-woningen komen 4 stuks vleermuiskast zomer/paar en 2 stuks vleermuis- kraamkast, aangevuld met 12 kasten voor de gierzwaluw. Overzicht plaatsen nestkasten

Overzicht plaatsen vleermuiskasten

17

f. Water Vanaf 1 november 2003 is een watertoets voor alle ruimtelijke plannen verplicht. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van alle voorkomende waterhuishoudkundige aspecten die in de ruimtelijke plannen voorkomen. Voor het algemeen waterbeleid heeft Europa, Rijksoverheid, provincie Utrecht en Waterschap Vallei en Eem beheerplannen/ beleid opgesteld. Basisprincipe van het beleid zijn -

meer ruimte voor water voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd stand-still, geen verdere achteruitgang(2000) in de chemische en ecologische waterkwaliteit

In het Waterbeheerprogramma 2016-2021 van Waterschap Vallei en Veluwe wordt beschreven dat het waterschap zich bij ruimtelijke ontwikkelingen maximaal inspant om te zorgen voor een goede inpassing van het water, zodat geen wateroverlast ontstaat in kwantitatieve zin (zoals water op straat) en in kwalitatieve zin. De uitdaging is om de bebouwde kom zodanig in te richten dat de gevolgen van de effecten van klimaatveranderingen beperkt blijven. Scheiden van schoon hemelwater met vuilwater kan deze negatieve effecten grotendeels voorkomen. Afvoeren vanaf nieuwe verharde oppervlakken richting het watersysteem mag niet leiden tot een zwaardere belasting van het watersysteem. Dit geldt ook voor nieuwe lozingen vanaf bestaand verhard oppervlak zoals bijvoorbeeld het afkoppelen van het gemengde rioleringsstelsel. Omdat het watersysteem tijdens een T=100 neerslaggebeurtenis moet blijven functioneren, wordt het uitgangspunt gehanteerd dat er geen extra belasting mag zijn voor het watersysteem bij deze neerslaggebeurtenis. Om dit te faciliteren wordt geëist dat 60 mm berging gecreëerd moet worden over de toename van het verhard oppervlak dat afvoert richting het oppervlaktewatersysteem. Voor verhard oppervlak dat afgekoppeld wordt van het bestaande gemengde stelsel is het uitgangspunt dat de situatie niet mag verslechteren.

Wanneer het oppervlaktewatersysteem voldoende capaciteit heeft, is het creëren van extra berging niet noodzakelijk. Wanneer dit niet het geval is, zal bij het aanleggen van een HWA-stelsel er minstens evenveel berging in het HWA-stelsel aanwezig moeten zijn als in het huidige gemengde stelsel.

Bestaande situatie Oorspronkelijk lag er in de Taets van Amerongenweg een gemengd rioolstelsel. In fase 1 van de herontwikkeling rond van de Taets van Amerongenweg is door BOOT-ingenieursbureau een wateranalyse opgesteld voor de herontwikkeling van het gehele projectgebied van fase 1, alsmede de reconstructie in fase 2. Het wegprofiel van oostelijk deel van de Taets van Amerongenweg, waar de 2e fase is gelegen is reeds in de 1e fase meegenomen en opnieuw ingericht incl. de waterafvoer/ riolering. Het totale plangebied voor de 2e fase waarvoor de herinrichting van toepassing heeft een oppervlakte van circa 12.420 m2 De hoeveelheid verhard oppervlak in de huidige situatie bedraagt ca. 5830m2. Maaiveld in het plangebied varieert van 7,5meter+NAP tot 7,7meter+NAP. Oppervlaktewater Aan de noordzijde van fase 2 grenzend aan de percelen van de Dorpsstraat bevinden zich nog een watergang met een B-status. De watergang heeft geen afwaterende functie.

18

Nieuwe situatie hemelwater en riolering Uit het geohydrologisch onderzoek blijkt dat binnen het plangebied nauwelijks mogelijkheden aanwezig zijn voor het infiltreren van het hemelwater naar de bodem. De ontwatering is te gering waardoor diepere infiltratievoorzieningen niet kansrijk zijn. De nieuwe woningen krijgen een gescheiden stelsel. De verharding in fase 2 zal toenemen met 1055m2. Daarnaast wordt ca. 2330m2 afgekoppeld van bestaand gemengd stelsel. In overleg met waterschap, gemeente en beheerders van Utrechts landschap is overeengekomen om het af te koppelen “schoon” hemelwater van fase 1 en 2 te bergen in watergang rondom het kasteel te oosten van de Taets van Amerongenweg. Hiermee kan het watertekort in de kasteelvijver worden teruggedrongen. De nieuwe woningen krijgen een gescheiden stelsel. De vuilwaterafvoer wordt aangesloten op het aanwezige vuilwaterstelsel(aangebracht in fase 1). De verharding in fase 2 zal toenemen met 1055m2. Er wordt ca. 2330m2 afgekoppeld van bestaand gemengd stelsel. Om de waterkwaliteit van het water in de watergang rondom het kasteel te waarborgen, zal hemelwater afkomstig van het 'schoon verhard oppervlak' (bebouwing, kavels) zoveel als mogelijk rechtstreeks richting die watergang worden afgevoerd. Bij de herstructurering van de Taets van Amerongenweg is zowel voor Fase 1 als voor Fase 2 de hoofdstructuur waterhuishouding aangepast.

In Fase 2 zal er verder invulling worden gegeven van het afkoppelen van “schoon” hemelwater van de woningen gelijkwaardig aan Fase 1.

Grondwater Het plan ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. In en om het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. Ingrepen voorkomend uit dit plan zullen naar verwachting geen bodemlagen aantasten als gevolg waarvan het grondwatersysteem verandert. Op basis van de geanalyseerde gegevens wordt uitgegaan van een maatgevend hoge grondwaterstand van NAP + 6,70 meter. Om grondwateroverlast bij hogere grondwaterstanden te voorkomen, wordt voorgesteld drainage op te nemen binnen het plangebied met een drainage-instelniveau van NAP + 6,70 meter. Dit drainagestelsel kan afvoeren als apart stelsel op de watergang rondom het kasteel of via aansluiting op het HWA-stelsel.

Oppervlaktewater Het plan ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Het is daarom niet te verwachten dat het plan van invloed zal zijn op de veiligheid van een waterkering. De gemeente streeft ernaar om het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen. Het plan veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor of door het oppervlaktewatersysteem in de omgeving.

19

g. Parkeren De gemeente Renswoude heeft een gemeentelijke parkeernota. Op basis van de Nota Parkeernormen (2016) zorgt de gemeente voor een goede afstemming van de parkeerruimte op de (verwachte) parkeervraag van woningen en voorzieningen. Voor de grondgebonden huurwoningen geldt een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woning. En voor de BEBOwoningen wordt een norm van 1,2 parkeerplaats per woning aangehouden. In het totaalplan voor Fase 2 is een parkeeranalyse gemaakt aan de hand van het aantal woningen in de diverse categorieën. In het gebied zijn aanwezig: - 25 sociale huurwoningen - 12 BEBO-woningen Aanvullend zijn er nog 11 bestaande koopwoningen in het plangebied, waarvan er 9 stuks parkeergelegenheden hebben op eigen terrein. Uitkomst van 37 nieuwe woningen is 37,5+ 14,4= 51,9, afgerond 52 parkeerplaatsen. Aanvullend worden er in de openbare ruimte voor de bestaande 11 koopwoningen nog de 14 parkeerplaatsen aan het plan toegevoegd. Op basis hiervan is een parkeerinrichtingsplan opgesteld met 68 parkeervoorzieningen. Voor verder onderbouwing zie analyse Parkeerbalans Taets van Amerongen Fase 1 & 2 (zie bijlage).

20

h. Archeologie Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan Dorp de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie- 1” Hiervoor geldt een onderzoek plicht vanaf 100m2. Op basis van de vervangende nieuwbouw, waarbij sprake is van een nieuw in te richten grondgebied van meer dan 100m2 is de noodzaak van een archeologisch onderzoek op deze locatie aanwezig. De gemeente Renswoude heeft voor de herontwikkeling van de Taets van Amerongenweg een archeologisch vooronderzoek laten uitvoeren door Vestigia archeologie & cultuurhistorie(rapport V1413 d.d. 14 december 2016). Resultaten van het veldonderzoek zijn dat in het plangebied sprake is van een uniforme bodemopbouw. Bij 13 van de 20 uitgevoerde boringen is sprake van een verstoord bodemprofiel aangetroffen op dekzand. In twee gevallen is er nog sprake van een (deels) intact podzolprofiel. Het gebruik als woningbouwlocatie met tuinen en schuren voor deze gronden heeft tot gevolg dat de bovenlaag bij de realisatie in verleden is verstoord. Gezien de resultaten van het veldonderzoek kon voor de 1e fase worden gesteld dat de kans op het vinden van een archeologische vindplaats erg klein is. De archeologische verwachting voor dit gedeelte van het gebied is gekwalificeerd als “laag”. De gronden van fase 2 zijn in het huidige gebruik gelijk aan fase 1.

Ook hier is sprake van verstoort bodemprofiel als gevolg van de huidige woningbouw met bijgebouwen en tuinen. Aanvullend is er aan archeologisch onderzoek verricht voor het plangebied fase 2. Op 27 juni heeft er veldonderzoek plaatsgevonden. Uitkomsten van aanvullend onderzoek geeft als advies dat in kader van Archeologische Monumentenzorg vervolgstappen niet noodzakelijk worden geacht. Men zal er voor het plangebied een meldingsplicht toevalsvondst of waarneming van kracht blijven. De archeologische waarden – 1 geeft geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

21

i. Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten (bedrijven), transportroutes of buisleidingen. De wetgeving rond externe veiligheid heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het doel wordt vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. - Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, route of leiding, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. - Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloed gebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het Bevi zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd.

Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Deze norm komt tot uitdrukking in een afstand: de PR-contour. De risiconormen geven alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Er is voor gekozen om de norm voor het groepsrisico als oriëntatiewaarde te handhaven, zij het met een nadrukkelijke verantwoordingsplicht.

Op basis van overzichtskaart veilige omgeving(atlasleefomgeving) is op te maken dat de Taets van Amerongenweg niet binnen de invloedssfeer van industriële activiteiten, transportroutes of buisleidingen valt die van belang zijn in het kader van het aspect externe veiligheid.

Locatie fase 2

De N224 en de Barneveldsestraat zijn aangewezen wegen als route voor gevaarlijke stoffen, maar deze route eindigen op de grens bebouwde kom van Renswoude(zie bovenstaande kaart).

22

4. Procedure a. Procedure Voor de voorliggende aanvraag is een omgevingsvergunning nodig op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c van de Wabo voor de activiteiten ‘bouwen’. Het toetsingskader is te vinden in de artikelen 2.10 en 2.12 Wabo. Hoofdlijn van de Wabo is dat het besluiten op aanvragen om omgevingsvergunning een bevoegdheid is van het college van burgemeester en wethouders. Zo kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen door middel van het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3’, van de Wabo indien er sprake is van planologisch strijdig gebruik(artikel 2.12, eerste lid, onder c van de Wabo).

b. Activiteit in strijd met bestemmingsplan Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. Burgemeester en wethouders mogen een omgevingsvergunning- nu de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3’, van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan- pas verlenen nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben(artikel 6.5, eerste lid van Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor).

23

5.

Uitvoerbaarheid a. Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 6.12, lid 1 Wro dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan gerealiseerd wordt. De gemeenteraad kan afzien van het vaststellen van een exploitatieplan indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Alle gronden zijn in eigendom van de gemeente. De initiatiefnemer, zijnde Gemeentelijk Woningbedrijf Renswoude, vormt een entiteit met de gemeente. Dit houdt in dat te behoeve van het kostenverhaal er geen exploitatieplan wordt opgesteld. In het op 8 maart 2022 genomen raadsbesluit ten behoeve van het beschikbaar stellen van het benodigde krediet m.b.t. de overige kosten voor de realisatie van dit project. De voor de gemeente verhaalbare kosten zijn hierin meegenomen.

b. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer van de planontwikkeling zal de eigenaren van de omliggende percelen informeren over de planontwikkeling. Door de gemeente zal een inrichtingsplan worden opgesteld, waarbij een zorgvuldige aansluiting van de groenvoorziening kan worden gewaarborgd met het openbare gebied. Het ontwerpplan zal daarnaast worden voorgelegd aan Provincie en Waterschap.

c. Van ontwerp naar vaststelling De omgevingsvergunning is voorbereid met toepassing van een uitgebreide procedure ex artikel 2.12 lid 1 onder sub 3 Wabo juncto artikel 3.10 Wabo. Het ontwerpbesluit(met relevante stukken) zal voor een periode van 6 weken ter visie worden gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen. Aansluitend kan na positieve afhandeling van eventuele zienswijzen de omgevingsvergunning worden verleend. Dit besluit zal voor een periode van 6 weken wederom ter visie worden gelegd. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen het besluit.

Renswoude, 20 juli 2022

Henk Schuurman

24

Bijlagen: Verkennend bodemonderzoek Boot Veenendaal Rapport nader asbestonderzoek Boot Veenendaal Woonvisie 2022- 2026 SAMEN ‘OP RENSWOU’ Akoestisch onderzoek Roever Fase 1 MEMO verkeerslawaai Roever Fase 2 Activiteitenplan Flora en Fauna Breur Waterparagraaf Notitie Boot Fase 1 en 2 Notitie rioolontwerp Boot Stikstofdepositieberekening Kubiek Aerius projektberekening Archeologisch vooronderzoek Vestigia Aanvullend Archeologisch vooronderzoek Vestigia Plantekening Taets van Amerongenweg Fase 2 BA-002 Parkeerbalans Taets van Amerongenweg fase 1& 2

25 november 2021 28 januari 2022 29 november 2021 21 december 2016 19 mei 2022 1 september 2021 22 maart 2017 16 augustus 2017 9 juni 2022 9 juni 2022 14 december 2016 4 juli 2022 6 mei 2022 13 mei 2022

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11723690/1