CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Totaal versie 19 mei 2021

Raadscommissie 25 januari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Groot Overeem II (voor de zienswijzen wordt verwezen naar de vergaderstukken bij de raadscommissie van 16 december 2021)26.632 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Renswoude

Bestemmingsplan Groot Overeem II

Toelichting, regels en analoge verbeelding

Mei 2021 Ontwerp Kenmerk 0339-35-T01 Projectnummer 0339-35

Toelichting

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Vigerende bestemmingsplannen 1.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010 1.3.2. Bestemmingsplan Bedrijventerrein 1.3.3. Inpassingsplan Grebbelinielandschap

1 1 1 1 1 3 3

2.

Bestaande situatie 2.1. Historie 2.2. Huidige situatie

7 7 8

3.

Toekomstige situatie 3.1. Stedenbouw 3.1.1. Algemeen 3.1.2. Oriëntatie en accenten 3.1.3. Bebouwingsbeeld 3.1.4. Beeldkwaliteit 3.2. Verkeer 3.2.1. Ontsluiting 3.2.2. Parkeren 3.2.3. Verkeersintensiteiten 3.3. Water en groen 3.4. Duurzame inrichting

9 9 9 10 10 11 11 11 12 12 13 14

4.

Beleidskader 4.1. Rijksbeleid 4.1.1. Nationale Omgevingsvisie 4.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 4.2. Provinciaal beleid 4.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht 4.2.2. Interim Omgevingsverordening 4.3. Gemeentelijk beleid 4.3.1. Welstandsnota 4.3.2. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030

15 15 15 17 18 18 18 20 22 22 23

5.

Milieu- en overige aspecten 5.1. Luchtkwaliteit 5.2. Akoestisch onderzoek 5.3. Externe veiligheid

24 24 25 25

5.4. Elektromagnetische straling 5.5. Bodemkwaliteit 5.6. Natuur 5.7. Stikstof 5.8. Water 5.9. Archeologie 5.10. Geurhinder 5.10.1. Algemeen 5.10.2. Geurhinder van bedrijventerrein 5.10.3. Geurhinder agrarische bedrijven 5.11. Milieuzonering 5.12. Vormvrije mer-beoordeling

28 28 29 32 33 36 38 38 38 38 39 41

6.

Juridische planbeschrijving 6.1. Algemeen 6.2. Bestemmingsplan 6.3. Regels

43 43 43 43

7.

Uitvoerbaarheid 7.1. Economische uitvoerbaarheid 7.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3. Ontwerpbestemmingsplan

47 47 47 47

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding Op de bestaande bedrijventerreinen van Renswoude zijn vrijwel geen uitgeefbare kavels meer beschikbaar. Daardoor is er nagenoeg geen ruimte meer voor (nieuw)vestiging en/of verplaatsing van bedrijven. Vanuit lokale ondernemers is de behoefte om uit te breiden of te verplaatsen naar een bedrijventerrein groot, zo blijkt uit recent onderzoek onder ondernemers (bron: Arcadis, Behoefteonderzoek Bedrijventerrein Gemeente Renswoude, 2018). Om deze ruimte te kunnen bieden en het (lokale) bedrijfsleven te kunnen blijven faciliteren wordt het bestaande bedrijventerrein uitgebreid aan de westzijde van dit bedrijventerrein Groot Overeem. Hiermee zou aan de concrete vraag van ondernemers kunnen worden voldaan. Het onderhavige bestemmingsplan is het planologisch-juridisch kader voor de realisatie van bedrijfsbebouwing en -activiteiten. Het omvat een bouwtitel voor de realisatie en geeft richtlijnen voor het beheer. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied van ongeveer 4,7 hectare ligt aan de westkant van de bebouwde kom tussen het bestaande bedrijventerrein Groot Overeem, de Utrechtseweg en buitenste oever van de Lunterse Beek.

1.3.

Vigerende bestemmingsplannen

1.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010 Voor het grootste deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" dat op 5 oktober 2010 door de gemeenteraad van de gemeente Renswoude is vastgesteld (zie afbeelding 2). Het plangebied heeft de bestemmingen "Agrarisch met waarden – Landschaps-

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

2

waarden - Beekdal" en "Water". Door middel van een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om een zone langs de Lunterse Beek te wijzigen in de bestemming "Natuur". Realisatie van het bedrijventerrein Groot Overeem II past niet binnen deze bestemmingen. Aan de zuidoostkant van het plangebied zijn nog twee delen van het plangebied met de aanduiding 'Veiligheidszone - LPG'. Ter plaatse van die aanduiding zijn geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen toegestaan. Deze zone was opgenomen in verband met het benzineservicestation aan de Utrechtseweg 26 waar LPG werd verkocht. In april 2015 is in verband met het buiten gebruik stellen van de LPGinstallatie een revisievergunning verleend. Derhalve levert dit aspect geen belemmering op voor de ontwikkeling van het plangebied. Afbeelding 2: Fragment bestemmingsplan Buitengebied 2010

Daarnaast heeft een deel van de gronden respectievelijk de bestemmingen "Waarde - Archeologie 2" en "Waarde - Archeologie 3". Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. Bij "Waarde - Archeologie 2" is archeologisch onderzoek nodig bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 0,40 meter. Bij "Waarde - Archeologie 3" zijn deze maten 1.000 m² en 0,50 meter.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

3

Afbeelding 3: Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie.

1.3.2. Bestemmingsplan Bedrijventerrein Voor de oostrand van het plangebied (blauw omlijnd in afbeelding 2) vigeert het bestemmingsplan "Bedrijventerrein" dat op 8 oktober 2013 door de gemeenteraad van de gemeente Renswoude is vastgesteld. Het perceel heeft de bestemmingen "Groen" en "Agrarisch". Deze gronden hebben verder ook de dubbelbestemmingen "Waarde –Archeologie – 2" en "Waarde - Archeologie – 3". Hiervoor geldt een onderzoeksplicht vanaf respectievelijk 1.000 m² en 10.000 m². 1.3.3. Inpassingsplan Grebbelinielandschap Het Inpassingsplan Grebbelinielandschap is op 8 december 2014 vastgesteld. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan dat door de provincie wordt vastgesteld. Het doel van dit Inpassingsplan is het borgen van de waarden van de Grebbelinie bij de toepassing van afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden in vigerende bestemmingsplannen. Het inpassingsplan leidt tot de inspanningsverplichting voor gemeenten om bij hun nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de waarden van de Grebbelinie. Bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan moet met de regelingen uit het inpassingsplan rekening worden gehouden. Het inpassingsplan heeft betrekking op het gebied rondom de als rijksmonument aangewezen delen, dat wil zeggen de hoofdverdedigingslijn en de militaire objecten van de Grebbelinie.

Deze gebieden liggen ten westen en oosten van de hoofdverdedigingslijn en worden gezien als

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

4

het Grebbelinielandschap. Het beleid is gericht op de bescherming van de kwaliteiten van de Grebbelinie, met name de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de Grebbelinie. De respectzone, het gebied dat binnen 100 meter van linie-elementen ligt, is een gebied dat direct grenst aan de zichtbare linie-elementen, zoals de liniedijk, werken en keerkades. Deze zone heeft tot doel om de linie-elementen ruimte te geven, waardoor deze zichtbaarder zijn en waardoor er vanaf de linie meer zicht is op de omgeving. De respectzone is in essentie dus een open strook, waarin geen opgaande elementen, zoals bebouwingen en beplantingen, voorkomen. In het huidige landschap bevinden zich al beplantingen en bebouwing in deze respectzone. De introductie van de respectzone is niet bedoeld als een dwingend instrumentarium om erven te verplaatsen of beplantingen te verwijderen. Het is primair bedoeld om bewustzijn te creëren bij initiatiefnemers, over de aanwezigheid van de Grebbelinie en dat zij invloed hebben op de algehele kwaliteit van de linie. Bij uitbreidingen en functieveranderingen van erven wordt dan ook gevraagd om afstand te houden ten opzichte van de linie en rekening te houden met zichtlijnen. Het plangebied ligt op meer dan 150 meter van de linie en ligt derhalve buiten de respectzone.

Door middel van het Inpassingsplan is aan de gronden rondom de Grebbelinie de dubbelbestemming "Waarde - Grebbelinielandschap" toegekend. Dat wil zeggen dat de gronden tevens zijn aangewezen voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden van de Grebbelinie. Deze waarden worden in het Beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage bij de regels van het inpassingsplan is opgenomen, beschreven. Afbeelding 4: Inpassingsplan Grebbelinielandschap.

Het plangebied behoort tot het deelgebied 'kleinschalige linie'. De kleinschalige linie bestaat uit de gebieden waar sprake is van een meer organisch, lommerrijk en kleinschalig landschapstype. Het betreft met name het kampenlandschap. De kleinschalige linie wordt gekenmerkt door

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

5

een rijke hoeveelheid aanwezige landschappelijke beplanting, zoals houtwallen/singels, bomenrijen en boscomplexjes. Openheid rondom de linie is dan ook alleen aanwezig binnen dit landschappelijke raamwerk en heeft een kleine maat. Voor het zicht vanaf en naar de linie-elementen zijn zichtlijnen uiterst belangrijk. Het doel van de kleinschalige linie is dan ook de ontwikkeling van het erf in te passen in het landschap, met aandacht voor zichtlijnen vanaf en naar de linie-elementen. Afbeelding 5: BKP Grebbelinielandschap.

In dat Beeldkwaliteitsplan zijn voor de 'kleinschalige linie' de volgende beeldkwaliteitscriteria opgenomen:  algemeen  houd rekening met zichtlijnen richting het linie- element;  veranker het erf aan landschapselementen (zoals houtwallen, boscomplexen of wegbeplanting), met behoud van open ruimten;  uitbreiding van het erf  zorg voor een herkenbaar voorerf als een representatieve zijde van het erf;  behoud een compacte erfindeling ten behoeve van de openheid rondom het erf;  onttrek bedrijfsmatige elementen (zoals silo's en/ of sleufplaten)zoveel mogelijk uit het zicht, door een goede positionering tussen gebouwen of door gebruik van een dichte erfbeplanting;  functieverandering van het erf  plaats het nieuwe gebouw(en) rondom een gemeenschappelijke erf, zodat een compacte erfvorm te realiseren is;

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

6

versterk openheid rondom het linie-element door op vrijkomende grond weinig hoog opgaande elementen te plaatsen (zoals bebouwing en beplanting) en nieuwe bebouwing op afstand van de linie te leggen.

Door middel van landschapselementen zullen de randen van het plangebied die grenzen aan het buitengebied te zijner tijd zo goed mogelijk worden ingepast.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

7

2.

Bestaande situatie

2.1.

Historie De Gelderse Vallei kenmerkt zich als een gevarieerd, relatief kleinschalig agrarisch landschap. Er is een grote afwisseling van grasland- en akkerpercelen, bosjes, houtwallen en enkele natte natuurgebiedjes. Het gebied wordt gekenmerkt door dekzandruggen en (van oudsher) kronkelende beken. Het landschapstype rondom Renswoude staat bekend als kampen- of coulissenlandschap. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn de kleinschaligheid en de aanwezige houtwallen. Renswoude is van oorsprong een kasteeldorp met duidelijke identiteitsbepalende landschappelijke structuren. Tot en met de Tweede Wereldoorlog concentreerde de dorpsbebouwing van Renswoude zich grotendeels in het bebouwingslint langs de Dorpsstraat en was het onderhavige plangebied onderdeel van het coulissenlandschap. Het oostelijke deel van Renswoude bestaat vooral uit woonbebouwing en het historische kasteel. Het westelijk deel van Renswoude heeft een meer functie-gemengde invulling gekregen. Afbeelding 6: Bestaande situatie.

Het bedrijventerrein Groot Overeem is een uitbreiding van het bedrijventerrein De Hooge Hoek ten noordwesten van de gelijknamige weg Groot Overeem. De ontwikkeling van het bedrijventerrein De Hooge Hoek is vanaf het eind van de 20ste eeuw in gang gezet; vanaf 2005 is de ontwikkeling van Groot Overeem gestart. De Hooge Hoek/Groot Overeem ligt ten westen van de Barneveldsestraat en ten noorden van de Molenstraat. De bedrijvigheid op Groot Overeem is duidelijk opgezet vanuit de overgang van de Lunterse Beek naar het middengebied en de Utrechtseweg, waardoor dit bedrijventerrein is onder te verdelen in twee gebieden. Het noorde-

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

8

lijke deel, grenzend aan de Lunterse Beek, bestaat uit een zone met lichte bedrijvigheid op overwegend kleinschalige kavels. In deze zone bevinden zich, georiënteerd op de Lunterse Beek, enkele bedrijfswoningen. Deze zone van bedrijven en woningen vormt de overgang met de Lunterse Beek die hier een meer meanderende structuur heeft. Dit draagt nadrukkelijk bij aan de ecologische waarde van deze zone. Het zuidelijke deel van De Hooge Hoek bestaat uit zwaardere bedrijvigheid op grotere kavels. Op dit deel van De Hooge Hoek zijn ook enkele bedrijfswoningen aanwezig. De bouwhoogte op bedrijventerrein De Hooge Hoek varieert van 6 tot 10 meter. Het onderhavige plangebied grenst aan het westelijk deel van dit bedrijventerrein. Bij de ruimtelijke opzet voor Groot Overeem is aangesloten bij De Hooge Hoek. Ook hier bevinden zich langs de Lunterse Beek met name bedrijven op kleinschalige kavels met de mogelijkheid om bedrijfswoningen te realiseren. Het middengedeelte van Groot Overeem bestaat uit ruimere bedrijfskavels met grote volumes aan bedrijfsbebouwing. Qua bouwhoogte is eveneens aansluiting gezocht bij De Hooge Hoek.

2.2.

Huidige situatie Het plangebied ligt aan de westzijde van de kern van Renswoude, zo'n 750 meter vanaf het centrum, en sluit aan de oostzijde aan op het bestaande bedrijventerrein Groot Overeem. Dit bedrijventerrein wordt hier afgescheiden door een groenstrook met boombeplanting en een afwateringsgreppel die in verbinding staat met de Lunterse Beek aan de noordzijde. Groot Overeem loopt hier als het ware dood. Twee wegen stoppen bij de plangrens en vormen duidelijke aanzetten om de uitbreiding van het bedrijventerrein op voort te zetten. Het plangebied zelf is momenteel in gebruik als agrarisch grasland. Aan de westzijde wordt het plangebied door de noordwestelijke oever van de Lunterse Beek begrensd. Deze vormt de landschappelijke begrenzing met het buitengebied en heeft ter plaatse door zijn huidige vorm en structuur weinig ecologische waarde. Ter hoogte van het plangebied ligt er een stuw in de Lunterse Beek. Tevens is er aan de noordzijde van het plangebied sprake van natuurvriendelijke oevers. De Lunterse Beek en de oevers maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De zuidzijde van het plangebied ligt direct aan de Utrechtseweg. Deze provinciale weg, met ter plaatse aan weerszijden boombeplanting, vormt de verbinding met onder andere Scherpenzeel en Woudenberg in westelijke richting en Ede en Veenendaal in oostelijke richting.

Tegen de zuidoosthoek van het plangebied ligt er langs deze weg een tankstation. Een eventuele ontsluiting van het plangebied op deze weg is niet mogelijk.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

9

3.

Toekomstige situatie

3.1.

Stedenbouw

3.1.1. Algemeen Het stedenbouwkundig plan gaat uit van het voortzetten van de huidige ruimtelijke structuur van Groot Overeem. De bestaande wegenstructuur wordt naar het westen doorgetrokken tot aan de Lunterse Beek. Daarmee ontstaat een viertal bedrijfsvelden. De Lunterse Beek krijgt ter plaatse een ecologische inrichting en vormt tezamen met de bedrijfsrand de nieuwe dorpsrand van Renswoude. Afbeelding 7: Toekomstige situatie (rode lijn is plangrens bestemmingsplan).

Met deze ruimtelijke opzet worden vier 'koppen' gemaakt waarmee de nieuwe dorpsrand wordt gevormd. Het noordelijke bedrijfsveld sluit aan bij de bestaande rand en kan ruimte bieden aan kleinere bedrijfskavels. Daarmee ontstaat zowel in het straatbeeld als aan de zijde van de Lunterse Beek een eenduidig beeld. De twee bedrijfsvelden in het midden kunnen ruimte bieden aan grotere bedrijven. Hier zijn grotere kavels mogelijk in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein. De westelijk rand van de nieuwe uitbreiding loopt evenwijdig aan de Lunterse Beek. Het bedrijfsveld op de hoek van de Utrechtseweg en de Lunterse Beek biedt ruimte aan meer representatieve bedrijvigheid, die inspeelt op de ligging van deze 'zichtlocatie'. Hier zal extra aandacht moeten uitgaan naar onder andere korrelgrootte, kapvorm, oriëntatie, voor-, zij- en achterkanten, etc. Hier worden dan ook hoge eisen gesteld aan de beeldkwaliteit.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

10

3.1.2. Oriëntatie en accenten Het plan is dusdanig opgezet dat er een goede oriëntatie voor alle bedrijfskavels mogelijk is. Oriëntatie en zichtbaarheid zijn belangrijke vestigingseisen voor een bedrijf. Alle bedrijven zijn met hun voorzijde op de straat georiënteerd. Langs de Lunterse Beek wordt een nieuwe dorpsrand gevormd. De koppen van de bedrijven dienen samen de gewenste kwalitatieve rand te vormen met de inrichting van de groene rand langs de beek. Zo blijven bedrijven goed zichtbaar en ontstaat er een aantrekkelijke dorpsrand van groen en gebouwen. 3.1.3. Bebouwingsbeeld Voor een duurzame kwaliteit van het bedrijventerrein is een evenwichtig en representatief bebouwingsbeeld van belang. Behalve door een strakke vormgeving van wegen- en groenstructuur wordt dit ook door de opzet en situering van de bebouwing bereikt. De maatvoering, situering, gebruik en inrichting van het bedrijfskavel kan met de bouwvoorschriften in het bestemmingsplan worden gestuurd. Om een goede 'match' te maken voor het juiste bedrijf op de juiste locatie, en de daarbij passende architectonische uitwerking, wordt hier bij de uitgifte van een bedrijfskavel vooraf naar gekeken. Alle bedrijfspanden zijn vanaf de ontsluitingswegen goed zichtbaar. Dit draagt bij aan een goede oriëntatie en presentatie van individuele bedrijven.

Daarbij wordt de bebouwing in de voorgevelrooilijn gesitueerd op 6 meter uit de erfgrens met de openbare weg om het gevarieerde bebouwingsbeeld te structureren. Op deze wijze wordt voorkomen dat er een onsamenhangend en rommelig beeld ontstaat. De voorgevelrooilijn betreft de lijn waarin de hoofdvoorgevel van het hoofdgebouw gebouwd moet worden. In principe is dit de voorzijde van de bedrijfskavel. Voor hoekkavels geldt een tweezijdige oriëntatie. De voorgevelrooilijn betreft de lijn gekeerd naar, en duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte. De bebouwing langs de Utrechtseweg heeft twee voorzijden. De bouwmassa hiervan bestaat uit een samengesteld volume en bestaat uit een representatief kantoor-/showroom gedeelte aan de Utrechtseweg en een representatieve bedrijfsruimte aan de achterzijde. Van oost naar west liggen voorgevels ten opzichte van elkaar enigszins versprongen terug. Het stedenbouwkundig plan biedt ruimte aan circa 3 hectare netto uit te geven kavels. Daarbij is ruimte voor kleine kavels vanaf 1.000 - 1.500 m² tot zeer grote kavels van 3.500 m². Uiteraard is het geheel flexibel in te delen. De bouwhoogte sluit aan bij het bestaande bedrijventerrein Groot Overeem. De bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen wordt gerelateerd aan het deelgebied waarin het is gelegen en de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Voor de noordelijke rand langs de Lunterse Beek

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

11

geldt een maximale bouwhoogte van 8 meter. Voor de bedrijfskavels aan de Utrechtseweg geldt een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 8 meter. Voor de rest van de bedrijfskavels geldt een bouwhoogte van maximaal 10 meter. Buitenopslag is aan de zijde van de Utrechtseweg is niet toegestaan. Voor de rest geldt dat buitenopslag is toegestaan buiten het zicht vanaf de openbare weg en de Beekzone. 3.1.4. Beeldkwaliteit Voor Groot Overeem II is een beeldkwaliteitplan1 vervaardigd. Het beeldkwaliteitplan is richtinggevend. Het geeft de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar is dermate flexibel dat ontwerpers een eigen invulling kunnen geven aan de richtlijnen. Ze vormen geen blauwdruk maar stippen principes (niet uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en beeldkwaliteit te komen. Indien met andere principes hetzelfde wordt bereikt dan is dit 'in de geest van het plan' en wordt aan de richtlijnen voldaan. In het beeldkwaliteitplan wordt onderscheid gemaakt in drie deelgebieden, zodat onderscheid kan worden gemaakt in de kwalitatieve uitgangspunten voor die deelgebieden:  Beekzone;  Utrechtseweg;  Middengebied. Voor de Beekzone en Utrechtseweg liggen de ambities hoger dan voor het Middengebied. Daarom gelden daar aanvullende criteria ten aanzien van de beeldkwaliteit.

3.2.

Verkeer

3.2.1. Ontsluiting De ontsluitingsstructuur loopt vanaf het bestaande bedrijventerrein door en wordt aan de zuidzijde uitgebreid met een extra 'lus'. Het plangebied is daarmee van twee zijden te benaderen zodat er rondgereden kan worden. De bedrijfskavels, die aan de Utrechtseweg zijn geprojecteerd, zijn alleen via de achterzijde bereikbaar. In afwijking van het bestaande Groot Overeem worden de wegen aan één zijde uitgevoerd met een groenstrook van circa 2 meter breed. Hier is tevens boombeplanting voorzien om het straatbeeld aantrekkelijk te maken en om onder andere hittestress tegen te gaan. In de verdere uitwerking moet gezocht worden naar geschikte plekken voor bomen in het straatprofiel afgestemd op de inritten van de bedrijfskavels. Het groen dient robuust te zijn. Voor de wegen in het plangebied geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer/uur. Voor de toegankelijkheid van het gebied en de mogelijkheid van een 'ommetje' wordt een wandelpad vanaf het bedrijventerrein langs de Lunterse Beek aangelegd.

1

Buro SRO, Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein Groot Overeem II Renswoude, Projectnummer: SR190414, Utrecht, 5 mei 2021

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

12

3.2.2. Parkeren Het parkeren en het laden en lossen vindt voornamelijk op eigen terrein plaats. Er wordt in beperkte mate voorzien in vrachtwagenparkeerplaatsen in openbaar gebied. Dit komt de kwaliteit van de openbare ruimte ten goede. Voor het parkeren is de "Nota parkeernormen gemeente Renswoude", die Burgemeester en wethouders van Renswoude op 30 mei 2016 hebben vastgesteld het uitgangspunten. Op basis van deze nota kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. In afbeelding 8 zijn de parkeernormen die van toepassing zijn op het bedrijventerrein weergegeven. In de planregels is de verplichting opgenomen dat aan deze parkeernormen wordt voldaan. Afbeelding 8: Parkeren. pp/100 m² BVO

Aandeel bezoekers

Kantoor (zonder baliefunctie)

2,4

5%

Kantoor (met baliefunctie)

3,1

20%

Bedrijf (industrie, lab, werkplaats)

2,0

5%

Bedrijf (loods, opslag, transport)

0,9

5%

Bedrijfsverzamelgebouw

1,8

-

3.2.3. Verkeersintensiteiten Als gevolg van de realisatie van Groot Overeem II zal er sprake zijn van een toename van de verkeersintensiteit. Daarom is een verkeerskundig onderzoek2 uitgevoerd om de effecten van uitbreiding bedrijventerrein Groot Overeem op verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van de hoofdstructuur van Renswoude te bepalen. Daarnaast geeft het onderzoek aan welke aanpassingen nodig zijn om de verkeersveiligheid en doorstroming te waarborgen na de uitbreiding van bedrijventerrein Groot Overeem. Ten slotte wordt ingegaan op de veilige inrichting. De ontwikkeling van Groot Overeem II zorgt, in combinatie met de autonome groei van het doorgaande verkeer en de ontwikkeling van Beekweide, voor meer verkeer op de ontsluitingswegen van Renswoude. De wegen en kruispunten kunnen het toegenomen verkeer in de plansituatie over het algemeen nog goed en verkeersveilig verwerken. Wel lopen enkele kruispunten in 2030 na alle ontwikkelingen tegen hun maximale capaciteit aan of in sommige gevallen eroverheen. Er zijn twee aandachtpunten op de ontsluitingsstructuur: 1. de oprijdbaarheid van de Dorpsstraat vanaf de Ubbeschoterweg; 2. de inrichting en het gebruik van de Barneveldsestraat. Ad 1. Oprijdbaarheid van de Dorpsstraat vanaf de Ubbeschoterweg. Door toenemende wachttijden gaan automobilisten meer risico nemen bij het oprijden van de Dorpsstraat.

De oprijdbaarheid kan met verschillende maatregelen worden verbeterd. Een mogelijke oplossing is het aanbrengen van een brede middengeleider op de

2

Megaborn, Verkeerskundig onderzoek Groot Overeem II, Concept, GRs1903, Versie 1.0, 22 januari 2020

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

13

N224 dat als tussensteunpunt fungeert. Zo neemt de wachttijd af en kunnen automobilisten vanuit de Ubbeschoterweg gefaseerd en veilig de N224 oprijden. Ad 2. Inrichting van de Barneveldsestraat in combinatie met de verkeersintensiteiten in de plansituatie. Op de Barneveldsestraat rijden in de plansituatie naar verwachting circa 7.700 motorvoertuigen per etmaal. Met deze intensiteiten verdient het uit veiligheidsoogpunt de voorkeur om fietsverkeer van het gemotoriseerd verkeer te scheiden. Gelet op de beperkte ruimte is dit niet mogelijk. Als alternatief is het wenselijk om huidige fietssuggestiestroken uit te breiden tot bredere, rode fietsstroken. De impact van de ontwikkeling van Groot Overeem op deze knelpunten is beperkt. Beide locaties zijn ook zonder de ontwikkeling van Groot Overeem II al een aandachtpunt. De ontwikkeling van Groot Overeem II zorgt ervoor dat de intensiteiten en wachttijden op deze punten slechts in beperkte mate toenemen. Gezien de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen in Renswoude is de aanbeveling is om het kruispunt Dorpsstraat – Ubbeschoterweg voor 2030 te reconstrueren. Voor de Barneveldsestraat wordt aanbevolen om bij groot onderhoud van de weg de rijbaanindeling te wijzigen en bredere fietsstroken toe te passen. Voor de inrichting van Groot Overeem II wordt aanbevolen om aan te sluiten op de weginrichting van het huidige bedrijventerrein.

Zo ontstaat een eenduidige verkeerssituatie en het huidige wegprofiel voldoet aan het gewenste wegprofiel voor Groot Overeem II. Parkeren vindt bij voorkeur zoveel mogelijk op eigen terrein plaats (zie paragraaf 3.2.2). Voor bezoekersintensieve bedrijven zijn parkeerplaatsen in het openbaar gebied wenselijk. De daadwerkelijke parkeerbehoefte dient afgestemd te worden op de daadwerkelijk invulling van het bedrijventerrein en het type bedrijven dat zich gaat vestigen op het bedrijventerrein.

3.3.

Water en groen In het plan wordt voorzien in groen en water. De Lunterse Beek wordt ter plaatse verbreed, om zo te kunnen voldoen aan de gestelde watercompensatie. Hiervoor is een (indicatief) inrichtingsplan3 vervaardigd. Daarmee wordt extra ruimtelijke kwaliteit in het plan toegevoegd en wordt aangesloten bij het inrichtingsprincipe van de noordzijde van de beek nabij Beekweide. De oevers krijgen een natuurlijk verloop met dito inrichting en beplanting. Samen met de voorzijde van de bedrijfskavels, aan deze zijde van het plan, ontstaat een aantrekkelijke groene bedrijfsrand. De wegen zijn vooral als functionele ruimte bedoeld en worden aan één zijde voorzien van een groenstrook met boombeplanting, die onderbroken wordt door inritten. Deze groenstroken dra-

3

Eelerwoude, Inrichtingsplan beekzone Luntersebeek Groot Overeem 2, 201145, Goor, 14 mei 2021

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

14

gen bij aan het langer vasthouden van water in het gebied en het voorkomen van hittestress. Aan de oostelijke rand worden de bestaande groenstroken gehandhaafd en opgewaardeerd. Deze vormt een verbinding met de Lunterse Beek in het noorden en draagt bij aan het vasthouden en vertraagd afvoeren van water.

3.4.

Duurzame inrichting Het stedenbouwkundig plan voor Groot Overeem II is gebaseerd op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Dit komt tot uitdrukking in de groene overgangszone van de bedrijfskavels naar de Beekzone van de Lunterse Beek en de speciale aandacht voor een duurzaam watersysteem. De beekzone wordt op een zo duurzaam mogelijke wijze ontworpen en gerealiseerd. Daarbij is er o.a. aandacht voor klimaatadaptatie, hittestress, waterberging, biodiversiteit, natuurvriendelijke verlichting, enzovoort. Op bedrijfskavelniveau dient een ondernemer hier nadrukkelijk aandacht aan te geven. Bij de uitgifte van een bedrijfskavel wordt bekeken welke maatregelen worden ingezet om de ambities waar te maken. Bedrijven worden gestimuleerd maximaal in te zetten op verduurzaming (onder andere beperken materiaalgebruik, tegengaan hittestress, hergebruik regenwater, zonnepanelen, passief bouwen).

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

15

4.

Beleidskader

4.1.

Rijksbeleid

4.1.1. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

16

Prioriteit 1 gaat over de ambitie van Nederland om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Daarnaast gaat het ook over de ambitie van Nederland om in 2050 een duurzame energievoorziening te hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen en de bijbehorende energie infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie. Bij prioriteit 2 wordt aangegeven dat de ambitie voor de lange termijn is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Er wordt ingezet op een aantrekkelijke, gezonde en veilige omgeving en een goed vestigingsklimaat, inclusief een goede bereikbaarheid en duurzame mobiliteit. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. Er wordt daarbij ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors.

Nieuwvestiging van toerisme vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. Bij prioriteit 3 word beschreven dat er wordt ingezet op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Hieraan wordt een stevige impuls gegeven. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Bij prioriteit 4 wordt ingegaan op het belang van natuurlijke systemen en het landschap. In sommige regio's staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als het waterpeil omhoog gaat, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel.

Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreeren en ook vanwege ons cultureel erfgoed. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

17

 combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;  kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Voor de voorliggende ontwikkeling zijn met name de prioriteiten 'duurzaam economisch groeipotentieel' en 'sterke en gezonde steden en regio's' van belang. Door middel van de realisatie van Groot Overeem II aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein wordt een bijdrage aan het nationale belang geleverd om een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat te waarborgen en te versterken. Daarmee past de ontwikkeling binnen de uitgangspunten van de NOVI. 4.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt is dat de ruimte zorgvuldig wordt benut en overprogrammering wordt voorkomen.

Om beide te bereiken, wordt een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit houdt in dat bij ruimtelijke besluiten moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent voor alle ruimtelijke plannen:  eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling;  vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt; mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. Met ingang van 1 juli 2017 is een wijziging inwerking getreden. Deze wijziging betekent dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve van toepassing op een stedelijke ontwikkeling in de vorm van een uitbreiding van een bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied. Derhalve is een laddertoets4 uitgevoerd.

Daarin wordt geconstateerd dat de marktregio voor

4

Stec Groep, Laddertoets Groot Overeem 2, 20.042, Arnhem, 27 maart 2020

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

18

Groot Overeem II voor het overgrote deel lokale bedrijvigheid betreft. Op basis van de geraamde vraag binnen het verzorgingsgebied van Groot Overeem II van 3 tot 5 hectare en de afwezigheid van (plan)aanbod resteert er een behoefte van 3 tot 5 hectare bedrijventerrein binnen het verzorgingsgebied. De gemeente Renswoude voorziet met circa 3,5 hectare netto bedrijventerrein in deze behoefte. Gezien de verwachte behoefte zal het toevoegen van 3,5 hectare netto bedrijventerrein niet leiden tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten (elders). Op het huidige bedrijventerrein Groot Overeem is nog een kavel met een agrarische bestemming, die door toepassing van een wijzigingsbevoegdheid gewijzigd kan worden in de bestemming "Bedrijventerrein". Het is niet aannemelijk dat deze locatie binnen aanzienbare tijd ook daadwerkelijk beschikbaar is voor die ontwikkeling. Echter, ook als die kavel wel de bestemming "Bedrijventerrein" krijgt, voorziet Groot Overeem II naar verwachting nog in een behoefte. Binnen de regio Food Valley zijn bovendien afspraken gemaakt om er op toe te zien dat er niet te veel bedrijventerrein ontstaat in de regio. Daarmee is trede 1 van de ladder doorlopen. Binnen het bestaand stedelijk gebied is geen alternatieve locatie beschikbaar. Daarmee is ook trede 2 doorlopen.

De planontwikkeling past derhalve binnen de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. De ontwikkeling past ook voor het overige binnen de beleidsuitgangspunten van de SVIR. 4.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011 met uitzondering van enkele onderdelen is in werking getreden. Het Barro omvat regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen voor alle ruimtelijke rijksbelangen die een juridische vertaling dienen te krijgen in bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, het NatuurNetwerk Nederland, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. De algemene regels in het Barro met vooral een conserverend/beschermend karakter zijn niet relevant voor voorliggende ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op deze nationale belangen en het bestemmingsplan is daarmee niet in strijd met het Barro.

4.2.

Provinciaal beleid

4.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat:  stad en land gezond;  klimaatbestendig en waterrobuust;

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

19

 duurzame energie;  vitale steden en dorpen;  duurzaam, gezond en veilig bereikbaar;  levend landschap, erfgoed en cultuur;  toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Renswoude behoort tot de regio Food-valley. Food-valley is bij uitstek een regio waar grensoverschrijdende samenwerking aan de orde is. De regio ligt binnen de provincies Utrecht en Gelderland en bestaat uit acht gemeenten. Het Utrechtse gedeelte omvat de gemeenten Renswoude, Rhenen en Veenendaal. Deze gemeenten werken in regioverband samen met de Gelderse gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. Voor het onderhavige bestemmingsplan is het thema vitale steden en dorpen van belang. Niet alle bedrijvigheid laat zich mengen, bijvoorbeeld onderdelen van de maakindustrie en de logistiek. Ook deze bedrijven zijn noodzakelijk voor het economisch ecosysteem. Voor de vestiging van deze bedrijven blijft specifiek bedrijventerrein nodig.

Om aan de behoefte te voldoen, zet de provincie allereerst in op herstructurering, revitalisering en eventuele herprofilering van en efficiënter ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen in stedelijk gebied. Daarbij kunnen tevens de ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en gezondheid zo veel als mogelijk geëffectueerd worden. Naar verwachting leiden deze opgaven ook tot extra ruimtebeslag. Niettemin is de provincie terughoudend met het mogelijk maken van de ontwikkeling van nieuw, nog niet gepland bedrijventerrein. De totale extra behoefte aan specifiek bedrijventerrein tot 2030, inclusief vervanging van mogelijk te transformeren bedrijventerrein, wordt geraamd op circa 212 hectare (behoefteraming Stec, oktober 2019). Deze totale extra behoefte kan worden onderscheiden in een lokale, regionale en bovenregionale behoefte. Lokale bedrijven zijn vaak verankerd in de lokale samenleving. In specifieke gevallen biedt de provincie ruimte voor de uitbreiding van een bedrijventerrein. Namelijk daar waar er binnenstedelijk via bijvoorbeeld herstructurering geen mogelijkheden meer zijn, de uitbreiding of uitplaatsing nog past bij de aanwezige verkeersinfrastructuur, de uitbreiding past bij het karakter van het dorp en de regionale economie en waar er geen mogelijkheden zijn binnen het bestaande stedelijke gebied.

De aanvullende behoefte aan werklocaties binnen het Utrechtse gedeelte van Foodvalley tot 2030 is 4 tot 24 hectare. De provinciale inzet is vooral gericht op herstructurering, verduurzaming en efficiënter ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien is de primaire insteek accommodatie van de behoefte van het lokaal en regionaal gevestigde bedrijfsleven. Over de omvang en de wijze van accommoderen gaat de provincie met de gemeenten en de

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

20

regio Foodvalley in gesprek om tot een regionaal programma bedrijventerreinen te komen. De verhouding tussen ruimtevraag en het aantal arbeidsplaatsen betrekt de provincie in deze afweging. Het bedrijventerrein Groot Overeem II is daarbij specifiek opgenomen, evenals een aantal andere reeds geplande bedrijventerreinen in de provincie Utrecht. Afbeelding 9: Overzicht locaties Foodvalley "Kader voor regionale programmering wonen en werken".

4.2.2. Interim Omgevingsverordening Omdat de Omgevingswet naar verwachting pas op 1 januari 2022 in werking treedt, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden. Dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, is op 1 april 2021 de Interim Omgevingsverordening in werking getreden. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Het plangebied grenst direct aan de Lunterse Beek. Deze beek maakt onderdeel uit van het NNN. Eventuele aanwezige waarden mogen niet aangetast worden. Door de herinrichting van de NNN wordt niet alleen voldaan aan de vereiste watercompensatie, maar wordt ook extra ruimtelijke kwaliteit in het plan toegevoegd en wordt aangesloten bij het inrichtingsprincipe van de noordzijde van de beek nabij Beekweide. De oevers krijgen een natuurlijk verloop met dito inrichting en beplanting. Hierdoor worden de natuurwaarden van de beek (en van de NNN) versterkt.

De locatie ligt is op de kaart 'Wonen, werken en recreëren kaart 1' aangeduid als 'Uitbreiding bedrijventerrein onder voorwaarden mogelijk'. Op grond van artikel 9.14 van de Interim Omgevings-verordening kan een bestemmingsplan bestemmingen en regels bevatten voor uitbreiding bedrijventerreinen mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:  de uitbreiding bedrijventerrein past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken of is opgenomen in de Bijlage 18 Wonen en werken;  de uitbreiding bedrijventerrein leidt niet tot extra bodemdaling;  de revitalisering, herstructurering en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd; en  de uitbreiding bedrijventerreinen vindt plaats in aansluiting op een bestaand bedrijventerrein, of, wanneer dat niet mogelijk is, in aansluiting op het stedelijk gebied.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

21

Een motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de onderbouwing. Voor Groot Overeem II is 3 hectare netto uitbreidingsruimte opgenomen in bijlage 18 en vindt plaats in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein. De uitbreiding het bedrijventerrein leidt niet tot extra bodemdaling. Bij de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking is aangetoond dat de revitalisering, herstructurering en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen zijn verzekerd. In paragraaf 3.1.4 is de beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen. Het plangebied is verder aangeduid als 'Militair erfgoed' op de kaart 'Cultuurhistorie en landschap kaart 1'. Het ligt in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Dit betreft de Grebbelinie. De Grebbelinie is een zestig kilometer lange waterlinie, gelegen in de Gelderse Vallei tussen de voormalige Zuiderzee en de Nederrijn. De linie is vanaf het midden van de achttiende eeuw aangelegd om de vijand uit het oosten te weren. De Grebbelinie is een samenhangend verdedigingsstelsel van liniedijk, keerkaden, aarden verdedigingswerken, sluizen, waterlopen, inundatie- en schootsvelden. De openheid van de voormalige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie.

De Grebbelinie is nog grotendeels ongeschonden aanwezig en manifesteert zich als een groen lint door het landschap. Volgens de PRV kan een ruimtelijk plan bestemmingen en regels bevatten die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan, mits de cultuurhistorische waarde van het militaire erfgoed wordt behouden en versterkt. Zoals eerder opgemerkt bevat de verordening géén bepalingen die de burger rechtstreeks binden. Normen uit de verordening moeten eerst vertaald worden in een gemeentelijk planologisch besluit. In dit geval heeft die vertaling al plaatsgevonden in het Inpassingsplan Grebbelinie (zie paragraaf 1.3.3). Uit het inpassingsplan blijkt dat het plangebied niet in de respectzone, het gebied binnen 100 meter van linieelementen ligt. Voor de kleinschalige linie zijn met name de zichtlijnen van belang. In de verkavelingsopzet voor Groot Overeem II is met deze zichtlijnen rekening gehouden in de wegenstructuur van het plan gebied. Bij de herinrichting van de Lunterse Beek zal rekening worden gehouden met die zichtlijnen en met de gebiedskarakteristieken van het aanwezige kampenlandschap, dat wordt gekenmerkt door een rijke hoeveelheid aanwezige landschappelijke beplanting, zoals houtwallen/-singels, bomenrijen en boscomplexjes. Groot Overeem II wordt zodoende ingepast in dit cultuurhistorisch waardevolle landschap.

Uit de Interim Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voor de onderhavige planontwikkeling voort. Omdat Groot Overeem II voldoet aan alle door de provincie gestelde voorwaarden voor uitbreiding van bedrijventerreinen (onder andere de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking), past deze ontwikkeling binnen de beleidsuitgangspunten van de interim verordening.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

22

4.3.

Gemeentelijk beleid

4.3.1. Welstandsnota De gemeenteraad van Renswoude heeft op 22 juni 2004 de Welstandsnota vastgesteld. Het doel van de Welstandsnota is het behouden en waar mogelijk versterken van de ruimtelijke kwaliteit. In de Welstandsnota van de gemeente Renswoude zijn gebiedsgerichte criteria opgenomen. Met de gebiedsgerichte benaderingswijze zijn de karakteristieken van wijken en samenhangende gebieden in heel de gemeente vastgelegd en gewaardeerd. Hiermee moeten de ontwerpers van nieuwe bouwplannen rekening houden en het biedt de welstandscommissie handvatten voor het formuleren van een welstandsadvisering. Het bestemmingsplan en de Welstandsnota functioneren naast elkaar. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Datgene wat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. De Welstandsnota doet daar uitspraken over. De ruimte die het bestemmingsplan biedt kan door de welstandscriteria gebruikt worden ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Als een bouwplan voldoet aan het bestemmingsplan, maar het ontwerp te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het gebied, kan een negatief welstandsadvies gegeven worden.

De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor (her-) ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken en waarvoor het ter plaatse geldende bestemmingsplan ook geen ruimte laat. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Zodra een (her-)ontwikkelingslocatie aan de orde is zal de gemeenteraad de aanvullende gebiedsgerichte welstandscriteria daarvoor vaststellen, als aanvulling op deze welstandsnota. Het opstellen van deze welstandscriteria wordt voortaan een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld in overleg met de welstandscommissie. Tegelijk kunnen afspraken worden vastgelegd over de werkwijze bij eventuele planbegeleiding en bij de welstandsbeoordeling. Voor dergelijke aanvullingen op de welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de planvoorbereiding. De welstandscriteria voor deze nieuwe projecten moeten zijn vastgesteld door de gemeenteraad voordat de planvorming van de eerste bouwplannen start en wordt bekend gemaakt aan alle potentiële opdrachtgevers in het betreffende gebied. In dit geval zal hiervoor het beeldkwaliteitplan worden gebruikt dat gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan (zie paragraaf 3.1.4) zal worden vervaardigd.

Dit beeldkwaliteitplan zal als aanvullend onderdeel van de welstandsnota worden vastgesteld.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

23

4.3.2. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 De Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 die op 3 juli 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Renswoude loopt vooruit op de totstandkoming van de Omgevingswet. Het doel van de Omgevingsvisie is het creëren van een strategische visie voor de langere termijn voor de hele fysieke leefomgeving van Renswoude, die antwoord geeft op de vraag: Hoe ziet Renswoude er in 2030 uit? In de Omgevingsvisie wordt een aantal belangrijke thema's behandeld. Voor dit bestemmingsplan zijn met name het thema werken van belang. In het kader van bedrijven en bedrijvigheid heeft de gemeente Renswoude afspraken gemaakt met de buurgemeenten, de regio FoodValley en de provincie omtrent het optimaliseren en het benutten van bedrijfslocaties. In dat kader richt Renswoude zich op bedrijven die passen in de context en de schaal van de gemeente. Mocht uit behoefte-onderzoek blijken dat lokale ondernemers meer ruimte nodig hebben, dan spant de gemeente zich in om voor die doelgroep het huidige bedrijventerrein uit te breiden. In eerste instantie is het beleid gericht om die uitbreiding 'binnen de beken' te realiseren. Derhalve is aan de westzijde van het bestaande bedrijventerrein ruimte aan de oostzijde van de Lunterse Beek ruimte gereserveerd voor de uitbreiding van het bedrijventerrein.

Op die manier ontstaat er een gezonde balans en afstemming tussen bedrijven in het dorp en de regio. Afbeelding 10: Fragment omgevingsvisiekaart.

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

24

5.

Milieu- en overige aspecten

5.1.

Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit samen met de AMvB 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Bedrijventerreinen zijn niet in het NIBM opgenomen. Derhalve is luchtkwaliteitsonderzoek5 uitgevoerd. Op landelijk niveau leveren fijn stof (PM10), zeer fijn stof (PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) knelpunten op. Hiervoor gelden de grenswaarden die in afbeelding 11 zijn aangegeven. Afbeelding 11: Grenswaarden. Stof NO2 PM10 Etmaalgemiddelde concentratie PM2.5

Type norm Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie 50 μg/m³ mag max. 35x / jaar worden overschreden Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 μg/m³ 40 μg/m³ 25 μg/m³

Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vindt vanaf 2010 jaarlijks monitoring plaats. Hiermee wordt de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nederland gevolgd. De uitbreiding van het bedrijventerrein ligt aan de N224 (Utrechtseweg). De N224 is een weg die in het NSL is opgenomen. Op rekenpunten op 10 meter afstand van de wegrand zijn de concentratieniveaus van NO2, PM10 en PM2,5 berekend en op te zoeken in de NSL Monitoringstool. Op de twee rekenpunten ter hoogte van het onderhavige plangebied is de jaargemiddelde concentratieniveaus voor zichtjaar 2020 (monitoringsronde 2019) als volgt:  NO2:5 16,5 en 17,5 μg/m³;  PM10: 19.5 en 19,6 μg/m³;  PM10: aantal overschrijdingsdagen bedraagt 7,3 en 7,2 dagen;  PM2,5: 10,9 en 11,0 μg/m³. Deze concentratieniveaus zijn een optelsom van de achtergrondconcentratie en de bijdrage van de lokale wegen. De achtergrondconcentraties worden jaarlijks berekend door het RIVM en zijn beschikbaar per kilometerblok. Voor NO2, PM10 en PM2,5 zijn deze in 2020 respectievelijk 13,1, 19,1, 10,8 μg/m³ voor het kilometerblok waarin het plangebied ligt. De bijdrage van de N224

5

Tauw, Notitie luchtkwaliteit - Uitbreiding bedrijventerrein Groot Overeem, N002-1273867SSW-V02-mdg-NL, Deventer, 6 maart 2020

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

25

aan de concentratieniveaus van NO2, PM10 en PM2,5 is met respectievelijk 4,4, 0,5 en 0,1 μg/m³ beperkt. De N224 heeft in de huidige situatie ter hoogte van de uitbreiding van bedrijventerrein Groot Overeem een verkeersintensiteit van ongeveer 8.500 personenauto's per weekdaggemiddeld etmaal en ongeveer 1.000 vrachtwagens per weekdaggemiddeld etmaal (voor zichtjaar 2020, monitoringsronde 2019). Het plangebied ontsluit via het bestaande bedrijventerrein op de N224. Door de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt een toename van de verkeersgeneratie verwacht van:  384 bewegingen van personenauto's per weekdaggemiddeld etmaal;  37 bewegingen van licht vrachtverkeer per weekdaggemiddeld etmaal;  53 bewegingen van zwaar vrachtverkeer per weekdaggemiddeld etmaal. De toename is beperkt ten opzichte van de totale verkeersintensiteit op de N224. Aangezien de bijdrage van het lokale verkeer aan de concentratieniveaus ook al beperkt is, zal het effect van de toename van het verkeer door realisatie van het plan een zeer beperkt effect hebben op de totale concentratieniveaus. Er wordt blijvend ruimschoots voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Ook ten gevolge van andere bronnen dan verkeer is geen relevante toename van concentratieniveaus te verwachten. Het plangebied wordt gasloos aangelegd, waardoor er geen toename van NO2-concentraties zal zijn ten gevolge van gasstook.

Wanneer een deel van het bedrijventerrein wel op gasnet wordt aangesloten kan hiervoor het kental van 387 kg NOx/ha/jaar aanhouden voor beperkt-energie intensieve bedrijven. Wanneer 50% van het terrein op het gasnet aangesloten wordt geeft dit een emissie van 755 kg NOx/jaar. Een berekening met het verspreidingsmodel Geomilieu geeft als uitkomst dat deze emissie (bij een uitstoothoogte van 5 meter boven maaiveld) een verhoging van de jaargemiddelde NO2-concentratie tot gevolg heeft van maximaal 0,05 μg/m³ op de meest nabije woningen. Deze bijdrage is dus zeer beperkt. Grote verbrandingsinstallaties zijn met een maximale milieucategorie van 3.2 niet te verwachten. Een enkele diesel-, benzine- of lpg-aangedreven heftruck of andere mobiele werktuig, die in het plangebied ingezet kan worden, heeft een verwaarloosbaar effect op de totale concentratieniveaus. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen knelpunt voor de realisatie van Groot Overeem II.

5.2.

Akoestisch onderzoek Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) zijn bedrijfsactiviteiten geen geluidgevoelige bestemming. Derhalve is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk.

5.3.

Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoen-

Ontwerp Gemeente Renswoude – Bestemmingsplan Groot Overeem II

26

de afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10988292/1