Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019-2021
Tekst van het document
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
4 augustus 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................ 4
2.
Context ......................................................................................................................... 5
3.
Aanpak en vraagstelling ................................................................................................. 6
4.
Is IW4 binnen de financiële kaders gebleven? ................................................................ 8
5.
6.
7.
4.1
Inleiding ......................................................................................................................... 8
4.2
Operationeel resultaat: kaders en realisatie................................................................. 8
4.3
Gemeentelijke bijdrage: kaders en realisatie ............................................................... 9
4.4
Conclusies .................................................................................................................... 10
Toetsing van de cijfers van IW4 .................................................................................... 11 5.1
Inleiding ....................................................................................................................... 11
5.2
Maatregel 5, aanpassen kaderformatie ...................................................................... 11
5.3
Maatregel 6, nieuwe dienstverlening ......................................................................... 12
5.4
Maatregel 7, aanpassen huisvesting ........................................................................... 12
5.5
Maatregel 8, efficiencymaatregelen in de bedrijfsvoering ......................................... 13
5.6
Samenvatting financiële effecten van de maatregelen .............................................. 13
Toekomstige financiële houdbaarheid ......................................................................... 15 6.1
Inleiding ....................................................................................................................... 15
6.2
Analyse ........................................................................................................................ 15
Conclusies ................................................................................................................... 16 7.1
Inleiding ....................................................................................................................... 16
7.2
IW4 blijft binnen de financiële kaders ........................................................................ 16
7.3
Toetsing van de door IW4 berekende financiële effecten.......................................... 16
7.4
Op andere punten zijn er nadelen .............................................................................. 16
7.5
Toekomstige houdbaarheid financiële prestaties IW4 ............................................... 17
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
2
Bijlage 1: Operationeel resultaat 2019 – 2021: realisatie versus begroting 2019 .................... 18 B1.1 Inleiding ........................................................................................................................ 18 B1.2 Realisatie versus begroot zonder maatregelen ............................................................ 18 B1.3 Vergelijking op onderdelen .......................................................................................... 18 B1.4 Conclusies ..................................................................................................................... 20
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
3
1.
Inleiding
In 2018 hebben de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude het besluit genomen om de kennis en infrastructuur van IW4 te benutten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te begeleiden en IW4 door te ontwikkelen naar een werkleerbedrijf voor de brede doelgroep van de Participatiewet: variant 1+. Op basis van dit besluit is door IW4 een transitieplan opgesteld.1 Dit plan is geaccordeerd door de GR en RvC en vormt het uitgangspunt voor de transitie. De transitie waar IW4 voor staat is een verschuiving van sociale werkvoorziening naar professioneel werkleerbedrijf, om iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam naar betaald werk te begeleiden. Instroom, doorstroom en uitstroom van (kandidaat)werknemers staan centraal. Bij deze aangepaste focus hoort een verdere uitbouw van dienstverlening op het gebied van arbeidsontwikkeling en een lichte infrastructuur voor beschut werk en werkleerplekken. De hiervoor genoemde aanpassingen moeten ertoe leiden dat IW4 ook op (middel-)lange termijn een financieel gezond bedrijf blijft en de infrastructuur behouden blijft. Iroko heeft in 2019 in opdracht van de GR het transitieplan van IW4 getoetst en de verwachte financiële effecten beoordeeld. Het is drie jaar later en IW4 heeft de Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 – 2021 (juni 2022) opgesteld.
IW4 heeft Iroko gevraagd om de cijfers in hoofdstuk 3 van deze Eindrapportage te toetsen. In dit hoofdstuk heeft IW4 de maatregelen uit het Transitieplan tegen het licht gehouden en bepaalt wat de financiële effecten ten opzichte van de realisaties in het jaar 2018 zijn. Iroko heeft deze toetsing in juli 2022 uitgevoerd. Daarbij hebben wij ons mede gebaseerd op hoofdstuk 3 van de Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 – 2021 (hierna: Eindrapportage Transitieplan) en op de jaarrekeningen van de GR en IW4 NV. We zijn er daarbij vanuit gegaan dat de cijfers in de jaarrekeningen van de GR en de NV feitelijk juist zijn. De accountant heeft immers goedkeurende verklaringen afgegeven. In deze rapportage doen we verslag van de toetsing.
1
IW4, Transitieplan op hoofdlijnen, ‘op weg naar een professioneel werkleerbedrijf’, 25 april 2019, en IW4, Uitwerking maatregelen Transitieplan IW4 2020 – 2028, ‘werk in uitvoering’, september 2019 Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
4
2.
Context
Het Transitieplan IW4 is voortgekomen uit een onderzoek van Berenschot in 2018 naar mogelijke scenario’s voor IW4.2 Op basis van onder andere dat onderzoek hebben de gemeenten en de GR een besluit genomen om te kiezen voor scenario 1+. In dit scenario behoudt IW4 de huidige zelfstandige rol voor de uitvoering van de Wsw, naast de gemeentelijke uitvoering van de Participatiewet (werk en inkomen). Dit beide vanuit hun eigen kracht, opdracht en verantwoordelijkheden. De variant 1+ bestaat uit variant 1 met toevoeging van elementen uit andere scenario’s. Deze toevoegingen zijn er vooral op gericht om de gezamenlijke werkgeversbenadering en de werking van de inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet, te bevorderen. De belangrijkste elementen die de verschillen tussen variant 1+ en ongewijzigd voortzetten markeren, zijn de volgende: •
De infrastructuur en organisatie van IW4 wordt gewijzigd, passend bij de dalende omvang van het aantal Wswdienstverbanden.
•
De financiële condities voor de uitvoering van de Wsw worden verbeterd, door een hogere gemeentelijke bijdrage, zodat de uitvoering van de Wsw in de komende jaren zonder tekorten mogelijk is.
•
De zeggenschap van de gemeenten wordt - in lijn met een grotere financiële betrokkenheid - vergroot en daarmee wordt de governancestructuur binnen de GR/NV verbeterd.
•
De inhoudelijke uitvoering van taken van IW4 wordt nog sterker gericht op het samen met werkgevers werken aan een inclusieve arbeidsmarkt en de ontwikkeling van inclusief werkgeverschap.
•
De organisatie van IW4 wordt ontwikkelruimte geboden om haar expertise en inhoudelijke kennis te blijven inzetten voor het bij reguliere werkgevers ondersteunen van inclusief werkgeverschap.
•
Met deze keuze worden onnodige inhoudelijke en financiële risico’s en hoge reorganisatiekosten vermeden en een voor de doelgroep van de Wsw stabiele en toekomstgerichte situatie gerealiseerd, waarmee de gemeenten de condities scheppen voor het blijvend goed kunnen bieden van werk voor de bestaande Wswwerknemers.
Ook zijn elementen toegevoegd om de samenwerking met de gemeente Veenendaal bij de uitvoering van de Participatiewet te verbeteren. De verbetering in deze samenwerking moet er toe leiden dat de inzet van reintegratieondersteuning vanuit IW4 maximaal aansluit bij de vragen vanuit de uitvoering van werk en inkomen. IW4 heeft uitgaande van scenario 1+ het Transitieplan IW4 opgesteld. Daarin zijn een aantal door Berenschot voorgestelde maatregelen overgenomen. Enkele maatregelen van Berenschot zijn niet door IW4 overgenomen. IW4 heeft daarnaast enkele andere maatregelen opgenomen in het plan. Het Transitieplan IW4 vormt het uitgangspunt voor de Transitie.
2
Berenschot, Basisinfrastructuur IW4, vier varianten, 19 juli 2018.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
5
3.
Aanpak en vraagstelling
We hebben beoordeeld of de cijfers in hoofdstuk 3 van de Eindrapportage Transitieplan aansluiten op cijfers uit de jaarrekeningen. Waar dat niet direct vast te stellen was, hebben we IW4 gevraagd dat aan te tonen of te onderbouwen. Als de in de Eindrapportage Transitieplan gepresenteerde cijfers niet direct uit de jaarrekening kwamen, hebben we IW4 gevraagd aan te tonen hoe de cijfers tot stand zijn gekomen. Daarbij hebben we ook gebruik kunnen maken van gedetailleerde financiële overzichten per onderdeel van IW4 voor de jaren 2018 en 2021. We hebben ervoor gekozen om in deze rapportage van globaal naar specifiek te werken. Een belangrijke eerste vraag is of binnen de in 2018 afgesproken financiële kaders wordt gebleven. We kijken daarvoor naar het operationeel resultaat van IW4 en de gemeentelijke bijdrage. Het operationeel resultaat is het saldo van de bruto marge (ook wel netto toegevoegde waarde genoemd) en de overige opbrengsten enerzijds en de kosten voor regulier personeel en de overige bedrijfskosten anderzijds. Het subsidieresultaat is het saldo van het deelbudget / Rijksbijdrage Wsw enerzijds en de loonkosten, de loonkostensubsidies begeleid werken en de overige personeelskosten voor de Wsw-medewerkers anderzijds.
De gemeentelijke bijdrage is de bijdrage van de gemeenten voor de uitvoering van de Wsw bovenop de Rijksbijdrage Wsw die door de gemeenten wordt doorbetaald aan de GR. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2019 – 2028 is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het subsidieresultaat en een operationeel resultaat dat overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Afgesproken is dat de gemeentelijke bijdrage flexibel meebeweegt met mee- en tegenvallers in het subsidieresultaat.
Daarna gaan we specifiek in op de cijfers in hoofdstuk 3 van de Eindrapportage Transitieplan en geven we een beoordeling van deze cijfers. Tot slot geven we een oordeel over de vraag of de financiële prestaties van IW4 de komende jaren houdbaar zijn. De financiële kaders zijn immers afgesproken voor de periode tot en met 2028. We gaan dus achtereenvolgens in op de volgende vragen: 1.
Is IW4 binnen de vastgestelde financiële kaders gebleven? a.
Is het operationeel resultaat van IW4 in 2019, 2020 en 2021 conform of beter dan het operationeel resultaat door Berenschot becijferd?
b.
Is de gemeentelijke bijdrage aan IW4 in 2019, 2020 en 2021 conform of lager dan wat is afgesproken in de financiële kaders?
2.
Zijn de financiële effecten die IW4 in het Eindrapport Transitieplan IW4 2019 – 2021 laat zien helder onderbouwd en toetsbaar?
3.
Wat is de houdbaarheid van de financiële prestaties van IW4 naar de toekomst toe?
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
6
In een nadere analyse hebben we het operationeel resultaat van IW4 in 2019, 2020 en 2021 vergeleken met het in de begroting 2019 en meerjarenraming 2020 – 2022 opgenomen operationeel resultaat. Daarbij hebben we gekeken naar de diverse opbrengsten- en kostenposten in het operationeel resultaat. De resultaten van deze analyse zijn opgenomen in bijlage 1.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
7
4.
Is IW4 binnen de financiële kaders gebleven?
4.1
Inleiding
We gaan in dit hoofdstuk in op de eerste vraag. We beoordelen of IW4 in 2019 – 2021 binnen de financiële kaders is gebleven en het in de financiële kaders opgenomen operationeel resultaat heeft behaald. Er is in 2018 afgesproken de financiële kaders flexibel te laten meebewegen met mee- en tegenvallers in het subsidieresultaat. De reden hiervoor is dat IW4 het subsidieresultaat niet of nauwelijks in gunstige zin kan beïnvloeden en daarom uitsluitend wordt beoordeeld op het operationeel resultaat.
4.2
Operationeel resultaat: kaders en realisatie
Onderstaande tabel geeft voor de jaren 2019 – 2021 weer: •
Het te realiseren operationeel resultaat volgens het branchegemiddelde. Dit is als basis gebruikt voor het vaststellen van het gemeentelijk financieel kader. Het branchegemiddelde was destijds € 1.200 per standaardeenheid Wsw (SE).3
•
Het door IW4 gerealiseerde operationeel resultaat. Dit is het operationeel resultaat zonder de transitiekosten en de ontvangen bijdragen van de gemeenten voor de transitie.
We zien dat de realisatie in 2019 en 2020 beter is geweest dan het operationeel resultaat opgenomen in de financiële kaders. In 2021 ligt het operationeel resultaat precies op het niveau van het operationeel resultaat in de financiële kaders. Daarbij tekenen wij aan dat de realisatie Wsw in 2021 op 284 SE is uitgekomen in plaats van de in 2018 verwachte 294 SE. Dus met 10 SE Wsw-ers minder heeft IW4 toch aan de financiële kaders voldaan. De coronasteun in 2020 en 2021 hebben we daarbij meegenomen in het operationeel resultaat. Corona heeft niet of nauwelijks invloed gehad op de arbeidskosten voor de Wsw-medewerkers. De Coronasteun was bedoeld ter compensatie van een lagere bruto marge of hogere bedrijfskosten als gevolg van Corona. Zowel de bruto marge als de bedrijfskosten zijn componenten van het operationeel resultaat. Tabel 4.1 Operationeel resultaat IW4 (opgenomen in financiële kaders en realisatie) Operationeel resultaat (x € 1.000) 2018 2019 2020 Opgenomen in financiële kaders nvt 383 368 Gerealiseerd IW4 447 457 509 Verschil realisatie -/- financieel kader nvt 74 141
2021 353 350 -3
Bron voor financiële kaders: Hans Zuidema, Samenvattend advies Toekomstscenario IW4 en de Participatiewet, voor de besluitvorming van de gemeenten Rhenen, Renswoude en Veenendaal, juli 2018.
Overigens kunnen we ook constateren dat het operationeel resultaat in 2018 al beter is geweest dan begroot .
3
Zie Hans Zuidema, Samenvattend advies Toekomstscenario IW4 en de Participatiewet, voor de besluitvorming van de gemeenten Rhenen, Renswoude en Veenendaal, juli 2018, pagina 19 en 20. Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
8
Hierbij speelt verder dat IW4 het aantal plaatsingen van Wsw-ers in begeleid werken heeft weten te verhogen van 12,58 fte in 2018 tot 21,57 fte in 2021. Dit is uitermate voordelig voor de gemeenten omdat hierdoor het subsidietekort Wsw aanzienlijk is verminderd. Het heeft echter een nadelig effect op het operationeel resultaat van IW4 omdat detacheringsopbrengsten (circa € 15.000 per fte) hierdoor zijn weggevallen. Dit nadelige effect op het operationeel resultaat van IW4 wordt voor het jaar 2021 geraamd op ruim € 140.000. Ook zijn er door IW4 in 2021 incidentele kosten in het operationeel resultaat genomen voor huisvesting en ICT. Deze zijn niet ten laste gebracht van het Transitiebudget.
4.3
Gemeentelijke bijdrage: kaders en realisatie
De volgende tabel geeft voor 2019 - 2021: •
De vastgestelde of afgesproken structurele gemeentelijke bijdrage (zonder de incidentele bijdrage van de gemeenten aan de transitie van IW4).
•
De werkelijke gemeentelijke bijdrage.
De structurele gemeentelijke bijdrage is elk jaar lager uitgekomen dan in het financiële kader. In 2020 en 2021 is het voordelige verschil respectievelijk € 400.000 en € 500.000. Tabel 4.2 Structurele gemeentelijke bijdrage aan IW4 (volgens financiële kaders en realisatie) Gemeentelijke bijdrage (x € 1.000) 2019 2020 2021 Opgenomen in financiële kaders 759 853 717 Gerealiseerd IW4 652 451 214 Verschil -107 -402 -503 Er is in 2018 afgesproken de financiële kaders flexibel te laten meebewegen met mee- en tegenvallers in het subsidieresultaat. Het subsidieresultaat kent in de afgelopen jaren uitsluitend meevallers. In de volgende figuur is het effect hiervan weergegeven door de blauwe lijn. Het financieel kader is als gevolg van deze meevallers aangepast. De groene lijn, het effect van het operationele resultaat, laat daarom de afwijking van het flexibel aangepaste financiële kader zien. In 2021 is die afwijking nihil. Deze groene lijn is gelijk aan het verschil tussen realisatie en financieel kader in tabel 4.1.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
9
Figuur 4.1 Aanpassing financieel kader door meevallers in het subsidieresultaat en afwijking t.o.v. aangepast financieel kader door operationeel resultaat
100 0 -100
2019
2020
2021
-200 -300 -400 -500 -600 Effect subsidieresultaat
4.4
Effect operationeel resultaat
Conclusies
IW4 is in de afgelopen drie jaar binnen de financiële kaders gebleven. In 2019 en 2020 heeft IW4 financieel beter gepresteerd dan waar in de financiële kaders vanuit is gegaan. In 2021 ligt de realisatie precies op het financiële kader, met 10 SE Wsw-ers minder dan in 2018 verwacht. De toename van het aantal plaatsingen van Wsw-ers in begeleid werken, de meest inclusieve vorm van plaatsing in de Wsw, heeft een aanzienlijk nadelig effect gehad op het operationeel resultaat van IW4. Ook heeft IW4 in 2021 incidentele kosten in het operationeel resultaat genomen. Desondanks blijft IW4 binnen de financiële kaders.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
10
5.
Toetsing van de cijfers van IW4
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk toetsen we de cijfers uit hoofdstuk 3 van de Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 – 2021. We behandelen de maatregelen in de volgorde die in dat hoofdstuk 3 is aangehouden.
5.2
Maatregel 5, aanpassen kaderformatie
IW4 heeft laten zien hoe de cijfers over de loonkosten regulier in 2018 aansluiten op de cijfers uit de jaarrekening 2018. Zie tabel 5.1. Hierbij zijn de kosten voor nieuw beschut medewerkers buiten beschouwing gelaten. Dat geldt ook voor de loonkostensubsidies en het lage inkomensvoordeel die voor de nieuw beschut medewerkers zijn ontvangen. Tabel 5.1 Onderbouwing kosten kaderpersoneel en inhuur 2018 en 2021 Kosten kaderpersoneel (x € 1.000) 2018
2021
Bruto loon Sociale lasten Pensioenpremie Totaal loonkosten, sociale lasten en pensioenpremies
2.285 370 364 3.019
Loonkosten, sociale lasten en pensioenpremie nieuw beschut
1)
2.319 322 270 2.911 1)
-327
Totaal kosten kaderpersoneel Correctie voor incidendele inhuur vanwege langdurige ziekte Totaal kosten na correctie inhuur
2.584 2.584
3.019 -67 2.952
Kosten in loonniveau 2018
2.584
2.775
Kosten inhuur Kosten inhuur prijsniveau 2018
1.041 1.041
384 361
Totale kosten regulier personeel loon/prijsniveau 2018
3.625
3.136 In
2018 zijn de loonkosten voor nieuw beschut medewerkers in de jaarrekening samen genomen met de kosten voor kaderpersoneel. In 2021 zijn de kosten voor nieuw beschut medewerkers apart gepresenteerd in de jaarrekening waardoor er geen correctie meer hoeft plaats te vinden.
De kosten voor kaderpersoneel in 2021 zijn door IW4 teruggerekend naar het loonniveau van 2018. IW4 geeft aan dat er in 2019 en 2020 stapsgewijs een toename van de cao-lonen is doorgevoerd van 6,25 procent. Inclusief een cao-verhoging per 1 december 2021 van 1,5 procent (in 2021 alleen van toepassing in de maand december) is dit nog iets hoger: 6,375 procent. Dit laatste percentage is gebruikt om terug te rekenen naar loonniveaus van 2018. De kosten voor het eigen kaderpersoneel zijn in 2021 € 191.000 hoger dan in 2018. Het verschil van € 3.000 met de door IW4 vermelde € 188.000 in de Eindrapportage Transitieplan wordt veroorzaakt door afrondingsverschillen. Merk hierbij op dat de sociale lasten en pensioenpremies in 2021 ruim € 140.000 hoger zijn dan in 2018 voor een vrijwel gelijke bruto loonsom.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
11
De kosten voor inhuur kloppen met de cijfers in de jaarrekeningen van 2018 en 2021. Ook voor de inhuur heeft IW4 teruggerekend naar 2018 op basis van de toename van de cao-lonen. We vinden dat correct. De kosten voor inhuur in 2021 (in prijzen van 2018) zijn € 680.000 lager dan in 2018. Wij komen tot de conclusie dat de weergegeven cijfers over de kosten van het kaderpersoneel in de Eindrapportage Transitieplan juist zijn. De opgenomen cijfers over het aantal fte’s kunnen we niet beoordelen op juistheid. In de jaarrekening 2021 wordt een aantal van 45,4 fte regulier (staf, leidinggevend en productie) personeel weergegeven. Dit is een jaargemiddelde en exclusief inhuur. IW4 vermeldt in de Eindrapportage Transitieplan 51,4 fte inclusief inhuur.
5.3
Maatregel 6, nieuwe dienstverlening
IW4 geeft in de eindrapportage aan dat het de nieuwe dienstverlening door corona nog niet echt aan de markt heeft kunnen aanbieden. Men verwacht dat er meer potentie zit in de dienstverlening aan werkgevers, gemeenten en UWV dan tot nu toe is gerealiseerd. De kosten en opbrengsten zullen jaarlijks worden geëvalueerd. Bij navraag naar de kosten en opbrengsten in 2021 heeft IW4 aangegeven dat de kosten in 2021 worden geraamd op € 90.000 en de opbrengsten op ongeveer € 35.000. Dit toont aan dat de potentie benut zal moeten worden om in ieder geval kostendekkend te werken. Dit geldt overigens breder voor re-integratie (trajecten voor gemeenten) en Het Werkt Nu (plaatsingen en payroll opbrengsten). Uit gedetailleerde financiële overzichten over het jaar 2021 blijkt dat op beide activiteiten een verlies wordt geleden. IW4 geeft aan dat de re-integratieactiviteiten in 2022 aantrekken.
5.4
Maatregel 7, aanpassen huisvesting
IW4 geeft in de Eindrapportage aan dat de aanpassing van de huisvesting een besparing gaat opleveren van € 80.000 tot € 100.000 per jaar. Deze besparing wordt gerealiseerd vanaf het moment van ingebruikname van het pand. IW4 heeft een document ter beschikking gesteld genaamd “Nieuwbouw IW4. Bijgestelde exploitatieberekening op basis van de “Raming investeringskosten nieuwbouw IW4 Veenendaal van 29 oktober 2020” en nieuwe afspraken tussen IW4 en gemeente over grondprijs en verdeling kosten van het gezamenlijke deel”. De raming in dit document is door een deskundige beoordeeld. We gaan er daarom van uit dat de ramingen van de besparingen op onderhoud en energie en de geraamde inkomsten door het delen van een aantal voorzieningen met de afdeling Wijkservice van de gemeente zo goed mogelijk zijn gemaakt. Iroko kan daar vanuit haar expertise niets aan toevoegen.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
12
5.5
Maatregel 8, efficiencymaatregelen in de bedrijfsvoering
5.5.1
Schoonmaak
IW4 presenteert voor de schoonmaak in 2021 een verbetering (kostenbesparing en verhoging van de brutomarge) van € 228.000 ten opzichte van 2018. De cijfers in de eindrapportage komen overeen met interne eindejaarsrapportages die wij van IW4 hebben ontvangen. De besparing op de kosten regulier personeel is zowel bij schoonmaak als bij maatregel 5, het aanpassen van de kaderformatie, meegenomen. In het samenvattende overzicht in paragraaf 5.6 wordt deze bij maatregel 5 geëlimineerd. 5.5.2
Groen
Net zoals bij schoonmaak zijn de cijfers over 2018 en 2021 terug te herleiden tot de interne eindejaarsrapportages van IW4. IW4 heeft in de Eindrapportage Transitieplan twee correcties doorgevoerd in 2021: een verlaging van de bruto marge met € 53.000 vanwege opbrengsten die betrekking hadden op 2020 en verhoging van de kosten regulier personeel van € 100.000. Dit laatste zijn kosten van een vaste consulent voor groen. Beide correcties leiden tot een lager operationeel resultaat van groen in 2021. Dan nog resteert voor groen een verbetering van € 227.000 ten opzichte van 2018. De besparing op de kosten regulier personeel is zowel bij groen als bij maatregel 5, het aanpassen van de kaderformatie, meegenomen. In het samenvattende overzicht wordt deze bij maatregel 5 geëlimineerd. 5.5.3
Detacheringen
We hebben de cijfers van IW4 over de ontwikkeling van de bruto marge van detacheringen zo goed mogelijk gecontroleerd op correctheid. We hebben bij deze cijfers geen op- of aanmerkingen. IW4 laat zien dat de extra opbrengst van detacheringen in 2021 ruim € 205.000 bedraagt. 5.5.4
Verpakken/montage
Ook bij de cijfers van IW4 over de ontwikkeling van de bruto marge van verpakken/montage hebben wij geen op- of aanmerkingen. De extra bruto marge in 2021 is € 93.000. We vermelden wel dat anderzijds ook de bedrijfskosten voor verpakken/montage zijn toegenomen. De toename van de kosten is sterker dan de toename van de opbrengsten, waardoor het operationeel resultaat van verpakken/montage in 2021 t.o.v. 2018 is verslechterd. Hierop komen we terug in het concluderende hoofdstuk.
5.6
Samenvatting financiële effecten van de maatregelen
IW4 vat de financiële effecten van de maatregelen samen in een tabel die wij hieronder hebben overgenomen. De tabel laat de verwachte besparingen van de maatregelen in 2021 en de gerealiseerde besparingen zien. Uit het voorafgaande blijkt dat wij geen belangrijke op- of aanmerkingen bij de cijfers hebben. Wel is het zo dat de score% voor maatregel 8.3 en voor het totaal in de tabel van IW4 niet kloppen. Uit de tabel blijkt dat voor het geheel de verwachte financiële effecten zijn bereikt.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
13
Tabel 5.2 Samenvatting verwachte en gerealiseerde besparingen 2021 Maatregel
Verwachte Werkelijke besparing 2021 besparing 2021
5
Aanpassen kaderformatie Waarvan opgenomen onder 8.1 en 8.2 6 Ontwikkelen nieuwe dienstverlening 7 Aanpassen huisvesting 8 Overige efficiencymaatregelen, zijnde: 8.1 Efficiencymaatregelen schoonmaak 8.2 Verplaatsen groen naar deta 8.3 Overige doelmatigheidsverbeteringen Totaal na correcties
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
Verschil
Score%
50 PM
492 -464 0 PM
192 -464 -50 PM
164% -100% 0% PM
100 142 200 792
228 227 298 781
128 85 98 -11
228% 160% 149% 98,6%
300
14
6.
Toekomstige financiële houdbaarheid
6.1
Inleiding
IW4 presteert financieel goed. Het operationeel resultaat en daarmee ook de gemeentelijke bijdrage blijft binnen de financiële kaders. We gaan hieronder kort in op de toekomstige houdbaarheid. De financiële kaders zijn namelijk afgesproken voor de periode 2019 – 2028 waarbij het te realiseren operationeel resultaat langzaam afneemt.
6.2
Analyse
Het subsidieresultaat Wsw zal, gegeven de kennis van nu, de komende jaren verbeteren. De Rijksbijdrage per Wswer neemt de komende jaren toe. De gemiddelde loonkosten voor de Wsw-ers zullen (in prijzen van 2022) niet of nauwelijks wijzigen. Daardoor zal het subsidieresultaat verbeteren en zal deze meevaller in het subsidieresultaat tot een aanpassing van het financiële kader leiden en de gemeentelijke bijdrage omlaag gaan. Een risico hierbij is dat het Rijk op enig moment het macrobudget Wsw kan afromen, waardoor de subsidie per Wsw-plek minder sterk toeneemt dan nu voorzien. Het operationeel resultaat van IW4 zal onder druk komen te staan door de volgende factoren: •
De doorgaande uitstroom uit de Wsw.
•
De vergrijzing van de Wsw-medewerkers leidt daarnaast tot een vermindering van de productieve uren per medewerker door seniorenregelingen, de nieuwe regeling vervroegd uittreden (Rvu) en een hoger ziekteverzuim.
•
Een instroom van nieuw beschut medewerkers die de uitstroom Wsw niet compenseert en de niet kostendekkende vergoedingen voor nieuw beschut van het Rijk. De nieuw beschutte medewerkers hebben doorgaans ook een lagere loonwaarde dan de gemiddelde Wsw-er.
•
Een mogelijk beperkte groei van re-integratieactiviteiten voor gemeenten en andere opdrachtgevers.
•
De mogelijkheden om verdere besparingen te realiseren nemen af naarmate de omvang van de organisatie in termen van medewerkers kleiner wordt.
De verwachting van de directie is echter dat de totale bruto marge van IW4 de komende 3 tot 5 jaar nog op peil kan blijven. Dat geeft dan voldoende dekking voor het huidige niveau van de kosten voor regulier personeel en de overige bedrijfskosten. Op langere termijn kunnen de gemeenten het operationeel resultaat van IW4 ondersteunen door andere activiteiten en taken bij IW4 te beleggen. Wanneer dat niet gebeurt, komt het operationeel resultaat van IW4 op middellange termijn onder druk te staan. Misschien is nog wel belangrijker dat IW4 een infrastructuur heeft waarlangs inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een reguliere baan kunnen komen. Daar is de echte winst te boeken voor gemeenten door besparingen op de uitkeringen, zeker nu het macrobudget voor loonkostensubsidie op basis van realisaties over de gemeenten wordt verdeeld.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
15
7.
Conclusies
7.1
Inleiding
IW4 heeft Iroko gevraagd de cijfers in hoofdstuk 3 van de Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 – 2021 te toetsen. We hebben dat van globaal naar specifiek gedaan op basis van de volgende vragen: 1.
Blijft IW4 binnen de vastgestelde financiële kaders?
2.
Zijn de financiële effecten die IW4 in het Eindrapport Transitieplan IW4 2019 – 2021 laat zien helder onderbouwd en toetsbaar?
3.
Wat is de houdbaarheid van de financiële prestaties van IW4 naar de toekomst toe?
7.2
IW4 blijft binnen de financiële kaders
IW4 is in de afgelopen drie jaren binnen de financiële kaders gebleven. In 2019 en 2020 heeft IW4 financieel aanzienlijk beter gepresteerd dan waar in de financiële kaders vanuit is gegaan. In 2021 ligt de realisatie precies op het financiële kader. Daarbij komt dat de groei van het aantal plaatsingen Wsw in begeleid werken (de hoogste trede van de werkladder in de SW) een nadelig effect heeft gehad op het operationeel resultaat van IW4. Ook heeft IW4 incidentele kosten in het operationeel resultaat genomen die niet ten laste van het Transitiebudget zijn gebracht.
7.3
De door IW4 berekende financiële effecten getoetst
We hebben de financiële effecten die IW4 heeft gepresenteerd in hoofdstuk 3 van de Eindrapportage Transitieplan getoetst. Wij hebben geen belangrijke op- of aanmerkingen. Over het geheel genomen liggen de gerealiseerde besparingen in lijn met de verwachte besparingen. Maatregel
Verwachte Werkelijke besparing 2021 besparing 2021
5
Aanpassen kaderformatie Waarvan opgenomen onder 8.1 en 8.2 6 Ontwikkelen nieuwe dienstverlening 7 Aanpassen huisvesting 8 Overige efficiencymaatregelen, zijnde: 8.1 Efficiencymaatregelen schoonmaak 8.2 Verplaatsen groen naar deta 8.3 Overige doelmatigheidsverbeteringen Totaal na correcties
7.4
Verschil
Score%
50 PM
492 -464 0 PM
192 -464 -50 PM
164% -100% 0% PM
100 142 200 792
228 227 298 781
128 85 98 -11
228% 160% 149% 98,6%
300
Op andere punten zijn er nadelen
IW4 heeft in 2021 door de maatregelen in het Transitieplan voordelige financiële effecten gerealiseerd van pakweg € 800.000 euro. Echter, het operationeel resultaat als geheel is in 2021 (€ 325.000) lager dan in 2018 (€ 447.000). Deels heeft dit te maken met cao-loonsverhogingen en prijsstijgingen. Ook speelt het nadelige effect van de groei van het aantal begeleid werken plaatsingen een rol. En IW4 heeft in 2021 in het operationeel resultaat een aantal incidentele kosten genomen voor modernisering van de ICT omgeving en de huisvesting.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
16
Anderzijds zijn er de volgende twee constateringen: •
Met name bij verpakken / montage zijn de kosten voor regulier personeel en de overige bedrijfskosten toegenomen. Daardoor is het operationele resultaat van verpakken / montage verslechtert t.o.v. 2018, ondanks de hogere opbrengsten per fte. Wsw-ers in cruciale functies die zijn uitgestroomd, zijn vervangen door regulier personeel.
•
Re-integratie / Het Werkt Nu heeft een negatief operationeel resultaat in 2021, met name ook door toename van de kosten voor regulier personeel. In 2018 was het operationeel resultaat nog positief.
Door beide aspecten worden de positieve effecten van de maatregelen in het Transitieplan min of meer teniet gedaan. Maar daarbij aangetekend dat IW4 de laatste jaren binnen de financiële kaders is gebleven. De directie van IW4 heeft deze punten scherp op het netvlies en geeft aan te zullen bijsturen en aanpassingen te zullen doorvoeren als dat nodig is.
7.5
Toekomstige houdbaarheid financiële prestaties IW4
Het subsidieresultaat Wsw zal, gegeven de kennis van nu, de komende jaren verbeteren door een toename van de subsidie per Wsw-er. Het operationeel resultaat van IW4 zal naar verwachting onder druk komen te staan door onder meer de volgende factoren: •
De doorgaande uitstroom uit de Wsw.
•
De vergrijzing van de Wsw-medewerkers leidt daarnaast tot een vermindering van de productieve uren.
•
Een instroom van nieuw beschut die de uitstroom Wsw niet compenseert en de niet kostendekkende vergoedingen voor nieuw beschut van het Rijk. De nieuw beschutte medewerkers hebben doorgaans ook een lagere loonwaarde dan de gemiddelde Wsw-er.
•
Een mogelijk beperkte groei van re-integratieactiviteiten voor gemeenten en andere opdrachtgevers.
De verwachting van de directie is dat de bruto marge de komende 3 tot 5 jaar nog op peil kan blijven. Dat geeft dan voldoende dekking voor het huidige niveau van de kosten voor regulier personeel en de overige bedrijfskosten. Het operationeel resultaat van IW4 is mede afhankelijk van keuzes van de gemeenten om al dan niet andere taken of activiteiten bij IW4 te beleggen. IW4 biedt een infrastructuur waarlangs mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar een reguliere baan kunnen worden begeleid.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
17
Bijlage 1: Operationeel resultaat 2019 – 2021: realisatie versus begroting 2019 B1.1 Inleiding In deze bijlage maken we een nadere analyse van de realisatie van het operationeel resultaat in 2019, 2020 en 2021 ten opzichte van de begroting 2019 (en meerjarenraming 2020 – 2022). Berenschot heeft in de scenariostudie de nullijn namelijk gebaseerd op de begroting 2019. We vergelijken de begroting (zonder maatregelen) van het operationeel resultaat van destijds met de realisaties. We gaan ook in op de verschillende opbrengsten- en kostenposten die onderdeel zijn van het operationeel resultaat.
B1.2 Realisatie versus begroot zonder maatregelen Het begroot operationeel resultaat is dus gebaseerd op de begroting 2019 en meerjarenraming 2020 – 2022. De cijfers zijn overgenomen van de nullijn van Berenschot (operationeel resultaat voor mutaties, c.q. zonder maatregelen). We zien dat het gerealiseerde operationeel resultaat elk jaar beter is dan begroot in de begroting 2019. Het voordelige verschil is in 2020 en 2021 groter dan € 600.000. Ook het gerealiseerde operationele resultaat in 2018 was al veel beter (circa € 400.000).
Tabel B1.1 Begroot operationeel resultaat (begroting 2019) en realisatie Operationeel resultaat (x € 1.000) 2019 2020 2021 Begroot (begroting 2019) 59 -123 -272 Realisatie 457 509 350 Verschil 398 632 622 Verder moeten we er rekening mee houden dat de begroting in prijzen van 2019 is gemaakt. Sindsdien zijn prijzen en lonen vanzelfsprekend gestegen.
B1.3 Vergelijking op onderdelen In tabel B1.2 is het operationeel resultaat uitgesplitst in de verschillende onderdelen. Bij de verschillen geeft een positief getal een voordelig verschil ten opzichte van de begroting 2019 aan en een negatief getal een nadelig verschil. Te zien is dat de bruto marge en ook de totale opbrengsten, uitgezonderd in het coronajaar 2020, hoger zijn dan begroot. Vooral het voordelige verschil in 2021 is aanzienlijk. Dit geldt ook wanneer rekening wordt gehouden met circa 4 procent prijsstijgingen tussen 2019 en 2021. Het verschil in 2021 blijft dan nog steeds circa € 350.000. De coronasteun in 2020 en 2021 was vanzelfsprekend niet voorzien.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
18
Tabel B1.2 Begroot operationeel resultaat (begroting 2019) en realisatie op onderdelen Brutomarge omzet Overige opbrengsten Totaal opbrengsten
2019 4.873 158 5.031
Begroot 2020 4.628 158 4.786
2021 4.393 158 4.551
2019 5.059 190 5.249
Realisatie 2020 4.596 226 4.822
2021 4.885 213 5.098
Verschillen 2019 2020 186 -32 32 68 218 36
Corona compensatie
0
0
0
0
640
206
0
640
206
Loonkosten regulier Huisvestingskosten Afschrijvingen Rente lening o/g Kosten automatisering In- en verkoopkosten Overige bedrijfskosten Totaal kosten
-3.490 -380 -357 4 -142 -292 -315 -4.972
-3.420 -372 -350 -41 -136 -286 -304 -4.909
-3.352 -364 -343 -53 -133 -280 -298 -4.823
-3.801 -314 -172 0 -108 -167 -230 -4.792
-3.728 -341 -340 0 -137 -184 -223 -4.953
-3.623 -398 -323 0 -225 -175 -210 -4.954
-311 66 185 -4 34 125 85 180
-308 31 10 41 -1 102 81 -44
-271 -34 20 53 -92 105 88 -131
Operationeel resultaat
59
-123
-272
457
509
350
398
632
622
2021 492 55 547
De loonkosten voor het regulier personeel – dit is inclusief de inhuur van personeel - zijn in alle jaren hoger dan begroot. Deze kosten zijn in 2020 en 2021 wel afgenomen door meer medewerkers in dienst te nemen en inhuur te verminderen. Verder speelt bij de loonkosten regulier personeel: 1.
De cao-lonen zijn in 2019 en 2020 verhoogd. In totaal met 7,75 procent. Maar omdat verhogingen ook gedurende het jaar worden doorgevoerd is de toename in de kalenderjaren t.o.v. de begroting 2019 als volgt: 0,8 procent in 2019, 5,0 procent in 2020 en 6,40 procent in 2021. Het effect van deze cao-verhogingen is ongeveer € 41.000 in 2019, ongeveer € 178.000 in 2020 en ongeveer € 218.000 in 2021.
2.
De sociale lasten en pensioenpremies zijn tussen 2019 en 2021 sterk toegenomen.
3.
De loonkosten voor nieuw beschut medewerkers zijn ook in deze post opgenomen. Het aantal nieuw beschut medewerkers is in 2021 4,8 fte hoger dan in 2019. Het effect op de loonkosten is te verwaarlozen omdat ook de loonkostensubsidies zijn gewijzigd.
4.
In 2021 is sprake geweest van incidentele inhuur vanwege corona en langdurige ziekte. Het nadelige effect is € 67.000.
Kortom: in prijzen van 2019 en zonder de incidentele inhuur zouden de loonkosten regulier personeel in 2021 ongeveer € 285.000 lager zijn geweest. De huisvestingskosten zijn gemiddeld over de drie jaar iets lager uitgekomen dan begroot. De hogere kosten in 2021 zijn veroorzaakt door incidentele kosten voor de nieuwbouw (sloopwerkzaamheden en tijdelijk betrekken van het kantoor aan de Middelbuurtseweg in Rhenen), Deze kosten zijn niet ten laste gebracht van het Transitiebudget. Ook de afschrijvingen zijn gemiddeld over de drie jaar iets lager uitgekomen dan begroot. Het relatief grote voordelige verschil in 2019 heeft te maken met een resultaat op de verkoop van materiële activa. De kosten automatisering zijn over de gehele periode van drie jaar hoger uitgekomen dan begroot. De hoge kosten in 2021 hebben gedeeltelijk te maken met incidentele kosten voor modernisering van de ICT.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
19
De in- en verkoopkosten en de overige bedrijfskosten zijn in alle jaren lager uitgekomen dan begroot. Bij de niet-personele kosten kan voor het jaar 2021 uitgegaan worden van prijsstijgingen van ongeveer 4 procent ten opzichte van 2019. In prijzen van 2019 zouden deze kosten in 2021 circa € 50.000 lager zijn. De totale bedrijfskosten, personele en niet-personele kosten, zijn in 2020 en 2021 hoger uitgekomen dan begroot in 2019 en het nadelige verschil is in 2021 hoger dan in 2020. Dit ligt deels aan cao-verhogingen, prijsstijgingen en incidentele inhuur vanwege langdurige ziekte. Als met deze invloeden rekening wordt gehouden, dan komen de totale bedrijfskosten in 2021 circa € 335.000 lager uit dan weergegeven in tabel B1.2 en dus ruim € 200.000 lager dan begroot in de begroting 2019. Dit is dan nog zonder rekening te houden met de invloed van de incidentele kosten voor de huisvesting en automatisering in 2021 en de invloed van de toegenomen sociale lasten en pensioenpremies.
B1.4 Conclusies Samenvattend: 1.
IW4 heeft in 2019, 2020 en 2021 een beter operationeel resultaat gerealiseerd dan opgenomen in de begroting 2019 en meerjarenraming 2020 – 2022.
2.
Dit wordt vooral veroorzaakt door voordelige verschillen aan de opbrengstenkant.
3.
De kosten zijn in 2020 en 2021 hoger dan in de begroting 2019. Dit wordt veroorzaakt door cao-verhogingen, prijsstijgingen, incidentele inhuur, incidentele kosten voor huisvesting en ICT en toegenomen sociale lasten en pensioenpremies. Wordt daarvoor gecorrigeerd, dan komen de kosten lager uit dan in de begroting 2019.
Toetsing Eindrapportage Transitieplan IW4 2019 - 2021
20