CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Flora en fauna - Renswoude, Groot Overeem II Breur

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Groot Overeem II (voor de zienswijzen wordt verwezen naar de vergaderstukken bij de raadscommissie van 16 december 2021)1.293 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum: 18-10-2021

Rapportcode: N21061

Notitie – Renswoude, Groot Overeem II Toelichting n.a.v. zienswijzen Aanleiding Gemeente Renswoude heeft Breur Ecologie & Onderzoek verzocht om extra toelichting te geven naar aanleiding van ontvangen zienswijzen m.b.t. het ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II. De aangedragen punten uit de zienswijzen worden in deze notitie geanalyseerd ten aanzien van de Wet natuurbescherming, er wordt nogmaals beoordeeld en toegelicht of er sprake is van een overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna of beschermde natuurgebieden.

Bezwaren zienswijzen De bezwaren uit de zienswijzen (voor zover deze betrekking hebben op natuur/ecologie) worden als volgt samengevat: “De geplande ontwikkeling zorgt voor (onherstelbare) schade aan het natuurgebied GrootWolfswinkel. Het gaat hierbij om verstoring van waterhuishouding, licht- en geluidsoverlast en verlies van foerageergebied van (zeldzame) diersoorten” In het bijzonder wordt één diersoort genoemd: “Het plan verjaagt de zeldzame en beschermde wespendief”

Toelichting Algemeen: Deze toelichting spitst zich toe op het juridische aspect van natuurbescherming en is geen waardeoordeel over de natuur of het groene karakter van het plangebied als zodanig. Desalniettemin is het belangrijk om voorop te stellen dat het plangebied geen natuurgebied is en er is geen sprake van een ecologisch beheerd terrein. Het betreft een bemest raaigrasland met productiedoeleinde. Dergelijke graslanden hebben weliswaar een groen qua uiterlijk maar scoren zeer laag als het gaat om biodiversiteit. Doordat de ontwikkeling voorziet in een ecologisch ingerichte brede oeverzone langs de Lunterse beek (ca. 20m breed) zal er in dit deel van het plangebied (het deel het meest nabij Groot-Wolfswinkel en Landgoed Wittenoord) juist een verbetering optreden ten aanzien van de biodiversiteit. Extern effect op waterhuishouding, geluid of licht in Groot-Wolfswinkel: Het plangebied is lager gelegen dan het natuurterrein Groot-Wolfswinkel 1, er is geen sprake van kweldruk vanuit het plangebied naar het natuurgebied. Hiernaast is het plangebied relatief klein qua oppervlakte, er is naar verhouding zeer veel onbebouwd gebied met een vergelijkbaar hoogteprofiel in de omgeving aanwezig. Tevens is het plangebied gelegen op ca.

300m afstand tot Groot-Wolfswinkel en gescheiden van dit terrein door de Lunterse beek (er is geen directe waterstroming vanuit of naar het natuurgebied). Om deze redenen leidt de ontwikkeling niet tot een significant effect op de waterhuishouding van natuurgebied GrootWolfswinkel. Significante verstoring van geluid is eveneens uitgesloten gezien de afstand tot het natuurgebied en soortgelijke geluidsbronnen (wegen, bedrijven) die reeds aanwezig zijn in de omgeving. 1

https://www.ahn.nl/ahn-viewer

Datum: 18-10-2021

Rapportcode: N21061

Ten aanzien van kunstlicht gelden er specifieke randvoorwaarden voor het nieuwe bedrijventerrein: Langs de noord- en westzijde mag er sprake zijn geen directe verlichting op de Lunterse beek. Dit wordt bereikt door middel van gerichte armaturen, of door het selectief afschermen van lichtbronnen waardoor de lampen enkel richting het bedrijventerrein schijnen. Ook eventuele lichtreclame mag niet direct op het wateroppervlak van de Lunterse beek schijnen. Extern effect op foerageergebied van (beschermde) diersoorten Er is geen reden om aan te nemen dat de ontwikkeling afbreuk zal doen aan het foerageergebied van (beschermde) diersoorten. Foerageergebied buiten het plangebied blijft intact en deze gebieden zijn fysiek van het plangebied gescheiden door wegen en de Lunterse Beek. In de huidige situatie is de natuurwaarde van het plangebied – zoals reeds eerder beschreven – zeer laag en daardoor ook slechts marginaal geschikt als foergageerhabitat. Door de nieuw aan te leggen 20 meter brede ecologische oeverzone van de Lunterse beek zal dit deel van het terrein juist een veel hogere waarde krijgen als foerageergebied voor veel soorten dieren. De plannen voorzien in een meer meanderende beek met een lange gradiënt: een overgangszone van nat naar droog.

Hierdoor komt er meer ruimte voor natuurlijke dynamiek, de verschillen in zomer- en winterpeil komen veel meer tot uiting dan nu het geval is bij de huidige korte steile oeverzone. Ook komt er meer groen in de oeverzone, door aanplant, maar ook door spontane natuurlijke ontwikkeling. Dit alles is zeer gunstig voor de natuur; er zal een veel grotere variatie aan vegetatie tot stand komen, er komen meer microhabitats voor insecten, er ontstaat opgroeihabitat voor jonge vis in de beek enz. Ook voor vleermuizen zoals de dwergvleermuis en watervleermuis zal dit deel van de beek veel aantrekkelijker worden als foerageergebied. Het effect op vogels wordt hieronder beschreven. Situatie wespendief (en andere roofvogels) De wespendief is een schuwe bosvogel. Het klopt dat dit een zeldzame vogel is, hoewel volledigheidshalve ook vermeld dient te worden dat dit van nature een schaarse soort is (wat vaker voorkomt bij vogels met grote territoria). De landelijke staat van instandhouding van de wespendief is “gunstig” en de IUCN status “Least concern” 2, in Nederland is de soort niet opgenomen in de rode lijst. De wespendief is beschermd volgens de Europese vogelrichtlijn (“alle van nature in Europa voorkomende vogelsoorten zijn beschermd”).

In Nederland is de soort strenger beschermd doordat de wespendief wordt beschouwd als een vogel met een vaste- rust of verblijfplaats, dit houdt in dat nestplaatsen (inclusief functioneel leefgebied) jaarrond beschermd zijn. Wespendieven hebben echter een zeer groot territorium, voedselvluchten van >10 km zijn geen uitzondering, er kan zelfs tot 50 km van het nest worden gefoerageerd 3. Hiernaast heeft de wespendief een zeer specifiek hoofdvoedsel: het broed van sociale wespen. Er wordt vooral gefoerageerd in bosgebied waar de wespendief grondnesten van wespen open graaft en de raten met larven rooft. Gezien de grote territoria van wespendieven kunnen deze vogels in een zeer groot gebied rondom de nestplaats worden aangetroffen. Vanwege het schuwe karakter van deze vogels zullen eventueel aanwezige nesten zich in besloten en rustige bosgebieden bevinden, dit kunnen inderdaad de bossen van Groot-Wolfswinkel zijn. De boomopstanden direct langs het plangebied bevinden zich echter in een jonge ontwikkelingsfase of zijn gelegen naast wegen of wandelpaden. Nesten van de wespendief in de directe omgeving van het plangebied zijn daarom redelijkerwijs uit te sluiten. De expertise van dhr. De Haan staat buiten kijf, maar het plangebied (monotoon raaigrasland) heeft geen speciale betekenis voor grondwespen en behoort daarom niet tot essentieel functioneel leefgebied van de wespendief. 2

https://stats.sovon.nl/stats/soort/2310

3

SOVON (2018). Vogelatlas van Nederland

2

Datum: 18-10-2021

Rapportcode: N21061

Het plangebied kan in de huidige staat wel functioneren als foerageergebied voor andere roofvogels, dit betreft met name de buizerd en de torenvalk. Beide soorten kunnen hier jagen op muizen, en de buizerd kan hier ook wormen, mollen en amfibieën vangen. Voor de buizerd en torenvalk geldt echter dat het plangebied eveneens geen essentiële functie als foerageergebied vervult. In de directe omgeving van het plangebied is ruim voldoende soortgelijk en hoogwaardiger foerageerhabitat aanwezig. Hierdoor leidt de ontwikkeling in het plangebied niet tot negatief effect op roofvogels, er is geen sprake van een conflict met de Wet natuurbescherming. Effect op vogels in het algemeen: Het plangebied is in de huidige staat zeer marginaal geschikt als broedhabitat voor vogels. Weidevogels kunnen in open grasland broeden maar zij prefereren meer open gebied, zonder hoge elementen zoals bomen of gebouwen (dit zijn namelijk uitkijkposten voor roofvogels die gemakkelijk kuikens kunnen prederen). Daarnaast bestaat het plangebied uit een monocultuur van raaigras, weidevogels zijn gebaat bij een gevarieerde bloem- en kruidenrijke vegetatie, bij voorkeur met een hoog waterpeil en plas-draszones. In de huidige situatie is daarom voornamelijk enkel de rand van het plangebied geschikt als broedhabitat voor algemene watervogels (zoals bijvoorbeeld een meerkoet).

In de toekomstige situatie zal deze oeverzone echter enorm in kwaliteit verbeteren. Door de bredere en meer meanderende oeverzone komt er veel meer nestgelegenheid voor watervogels. Hiernaast kunnen er in de oevervegetatie zangvogels gaan broeden zoals bijvoorbeeld de bosrietzanger. Naarmate de oevervegetatie en bomen meer tot ontwikkeling komen zal dit deel van de beek ook geschikt worden als foerageergebied voor de ijsvogel. Op veel vogelsoorten zal de ontwikkeling dus juist een positief effect hebben.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11130451/2