Toelichting en regels BP Schalm 5
Tekst van het document
4.6
Waterparagraaf
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Voor dit plan is een digitale watertoets uitgevoerd. Het resultaat hiervan is opgenomen als Bijlage 7. Hieruit blijkt dat er geen waterschapsbelangen geraakt worden. Dit plan zorgt voor een aanzienlijke afname van het verhard oppervlak in het plangebied. Het hemelwater dat op de nieuwe woningen valt zal via een hemelwaterafvoer opgevangen worden en afgevoerd worden naar de omliggende gronden, alwaar het de bodem kan infiltreren. De vuilwaterafvoer van het gebouw zal worden aangesloten op de gemeentelijke vuilwaterriolering. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel liggen er rond het plangebied een aantal C-watergangen. Dit plan verandert niets aan deze watergangen. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet aan de orde.
26
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
In hoofdstuk 3 is de voorgestane invulling van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 toont aan dat deze invulling uitvoerbaar is. De volgende stap is het treffen van een juridische regeling die de invulling mogelijk maakt. Dit hoofdstuk beschrijft deze regeling. Voor de regels van dit plan zijn de regels uit de twee geldende bestemmingsplannen als basis gebruikt. Die regels zijn vervolgens ontdaan van overbodige elementen, geactualiseerd op gewijzigde wetgeving en op onderdelen aangepast in verband met de beoogde situatie in het plangebied. De gegeven bestemmingen worden hierna kort besproken.
5.1
Wonen
Het plangebied krijgt de bestemming 'Wonen'. Daarmee worden de gronden in hoofdzaak bestemd voor wonen en de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Er wordt voorzien in drie bouwvlakken. Per bouwvlak mag één woning, inclusief aan- en uitbouwen, worden gebouwd, met een maximale inhoudsmaat van 660 m3. Daarnaast geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Per woning zijn bijgebouwen en overkappingen van maximaal 80 m2 toegestaan, zowel binnen als buiten het bouwvlak. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen hooiberg' is tevens een berging in de vorm van een hooiberg toegestaan.
27
Hoofdstuk 6 6.1
Inspraak en overleg
Vooroverleg
Het concept van dit bestemmingsplan zal toegezonden worden aan de provincie Utrecht, waterschap Vallei en Veluwe en de Veiligheidsregio Utrecht in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De uitkomsten worden te zijner tijd in deze paragraaf verwerkt
6.2
Voorontwerp
De ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt, heeft een beperkte invloed op zijn omgeving. Daarom heeft geen voorontwerp van dit plan voor inspraak ter inzage gelegen. Wel heeft vooroverleg met de omwonenden van het plangebied plaatsgevonden. De initiatiefnemer heeft in het afgelopen half jaar de bewoners van de Schalm 5a, 8 en 9 op verschillende momenten geïnformeerd over de aanstaande veranderingen in het plangebied. Dit heeft geen aanleiding gegeven om het planvoornemen aan te passen.
6.3
Ontwerp
Van P.M. tot en met P.M. heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter inzage gelegen. Toen zijn P.M. zienswijzen ingediend.
28
Bijlagen bij de toelichting
29
Bijlage 1 Verkennend bodem- en asbestonderzoek
30
Teus’Advies Verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de Schalm 5 te Renswoude Projectnummer: 221131/dh/sh Datum: 14 februari 2023
Opdrachtgever Teus’Advies Ambon 10 3772 ZV BARNEVELD Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 7
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 4 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 5 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 6 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 7 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 8 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 8 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 11 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN, MENGGRANULAAT ................. 12
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 14
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 14 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 14 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 15
BIJLAGEN: 1 2 3
4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten 3.1. vaste bodem 3.2. grondwater 3.3. bouwstoffen 3.4. asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuizen
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van Teus’Advies is in januari 2023, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Schalm 5 te Renswoude. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijzing, sloop en nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA.
De van toepassing zijnde protocollen in dit onderzoek zijn: ☒ 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen ☒ 2002: Het nemen van grondwatermonsters ☐ 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek ☒ 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens
eigendomssituatie hoogteligging 2.bodemopbouw en bodemopbouw geohydrologie antropogene lagen in de bodem geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de geval van ernstige bodemverontreiniging bodemkwaliteit kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken 4. gebruik/beïnvloeding van voormalig de locatie, verdachte huidig situatie, activiteiten, toekomst ongewoon voorval asbestverdacht 5. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
O O
C
D
E
F
O
G
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie verstrekt door de opdrachtgever; terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; informatie Omgevingsdienst Regio Utrecht; informatie Gemeente Renswoude; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis; Bagviewer; Kadaster; grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Schalm 5 te Renswoude en staat kadastraal bekend als: gemeente Renswoude, sectie G, nummer 1027. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 7.200 m2. Op de locatie is een woonhuis (voormalige tandartspraktijk) met diverse opstallen aanwezig. De opstallen dateren van circa 1950 tot 1975. Het voornemen bestaat om huidige opstallen te slopen en drie woningen te bouwen. De oostelijke schuur is voorzien van een asbesthoudende dakbedekking. Het maaiveld is deels voorzien van klinkers. De noord- en oostzijde van de locatie is voorzien van grind, met daaronder een laag menggranulaat. Het overige terrein is in gebruik als tuin. Aan de zuidzijde van de locatie is een vijver gesitueerd. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Figuur 1: situatie Topotijdreis 1939 en 1952
Figuur 2: situatie Topotijdreis 1976 en 1993
Figuur 3: situatie Topotijdreis 2000 en 2021
2.3
Historische informatie
Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. De locatie is voor zover bekend niet eerder onderzocht. Uit informatie van de Omgevingsdienst Regio Utrecht blijkt dat de zuidzijde van de locatie in het verleden in gebruik was als boomgaard. Figuur 4: informatie Omgevingsdienst Regio Utrecht met boomgaard
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
3
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Uit informatie van de Gemeente Renswoude/Veenendaal blijkt dat op de locatie een ondergrondse 5 m3 HBO-tank aanwezig is/was. De tank was gesitueerd nabij de garage. Het ontluchtingspunt is nog aanwezig aan de noordzijde van de gevel. Bij de Gemeente Renswoude/Veenendaal zijn geen gegevens bekend over de locatie van de tank en of de tank is verwijderd. Foto 1: situatie ontluchtingspunt garage
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. Uit dit rapport zijn de volgende regionale gegevens samengevat. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket 1e WVP Form. van Twente
diepte (m-mv) 0 - 15
samenstelling middel fijn t/m uiterst fijn zand
1e scheidende laag Eemformatie
15 - 20
klei
2e + 3e WVP Form. van Urk, Sterksel, Enschede en Harderwijk 3e scheidende laag Form. van Harderwijk
20 - 115
uiterst grof t/m matig fijn zand
4e WVP Form. van Maassluis, Tegelen en Harderwijk Toelichting: WVP = watervoerend pakket
115 - 120
klei
120 - > 250
afwisselende lagen van (slibhoudend) fijn zand en matig fijn~matig grof zand
kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit
Grondwaterstroming De regionale stroming van het grondwater in het watervoerend pakket is voornamelijk in noordwestelijke richting.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
4
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest en bestrijdingsmiddelen in de actuele contactzone/drupzone en oliecomponenten ter plaatse van de (voormalige) HBO-tank. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN-5740. Voor de bovengrond is de onderzoeksstrategie “VED-HE” (verdacht heterogeen onderzoek) toegepast, in verband met het voormalige gebruik als boomgaard. Voor de ondergrond is de onderzoeksstrategie “ONV” (onverdacht onderzoek) toegepast. De bovengrond is aanvullend geanalyseerd op OCB’s. Ter plaatse van het met grind- en puinverharde terreindeel is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, in aansluiting op de onderzoeksstrategie 6.5.2 “halfverhardingslagen” uit de NEN-5897. Het asbestonderzoek is gecombineerd met het onderzoek ter plaatse van de “drupzones” van de asbestdak van de oostelijke schuur. Van het puin is tevens een mengmonster samengesteld voor onderzoek op samenstelling en uitloging, met oog op toekomstig hergebruik.
Ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse HBO-tank is het onderzoek uitgevoerd in aansluiting op de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740). Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/onderdeel
verkennend opp. <7.500 m2
veldonderzoek boringen tot waarvan tot met 0,5 m-mv > 2 m-mv peilbuis
23
6
2
9@
-
-
3 1
-
-
asbest puin NEN-5897 samenstelling puin asbest drupzone(s) ontluchting
#: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek
laboratoriumonderzoek vaste bodem
grondwater
8 x NEN-grond 6 x OCB’s 2 x asbest puin 1 x samenstelling 1 x uitloog 1 x asbest grond 1 x olie/aromaten
2 x NEN-water
@: gecombineerd met onverdacht
-
*: inclusief arseen en chroom
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X
5
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.6
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
6
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 17 en 26 januari 2023 door de gecertificeerde medewerkers dhr. J. Molenkamp en dhr. W. Jansen van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 24 handboringen uitgevoerd (1 t/m 23 en 27), waarvan 2 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 2,5 m-mv. Vanwege de onduidelijkheid over de ligging van de ondergrondse HBO-tank is met een tankdetector het gebied waar de tank mogelijk gesitueerd is/was gescand en bij positief signaal is aanvullend met een tankprikstok/edelmanboor vastgesteld of er een tank aanwezig is. Tijdens de tankscan is geen indicatie waargenomen dat de ondergrondse tank nog aanwezig is. Naar verwachting is de tank in het verleden verwijderd. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 3, 5, 10, 12 t/m 15 en 24 t/m 26 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 mmv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond/puin is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm.
Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond/puin zijn mengmonsters samengesteld van de drupzone (0,0-0,2 m-mv) en de puinverharding (0,00,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond/puin. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de situatie van de monsterpunten en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,06
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam
toevoeging
klinker/grind/braak
0,06 ~ 0,5
zand, matig fijn, lokaal menggranulaat
matig siltig, zwak humeus
0,5 ~ 1,0
zand, matig fijn
matig siltig, lokaal humeus
1,0 – 2,5
zand, matig fijn
matig siltig grondwaterstand: circa 1,0 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. In diverse monsterpunten is een volledige laag menggranulaat waargenomen vanaf 0,03 tot maximaal 0,5 m-mv. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van het ontluchtingspunt (boring 27), geen oliecomponenten waargenomen. In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2).
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
7
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 7. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6, 8 t/m 10. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 10. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters
Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1 :
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 en 7.
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
8
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 6.1:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie hexachloorbenzeen DDD DDE DDT drins (som) chloordaan (som) α-HCH β-HCH γ-HCH
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing in de bijlage] MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 MM-06 1/2/5/9 12 t/m 15 3+10 4/6/7/8 16 t/m 19 20 t/m 23 0,5~1,0 0,5-1,0 0,5-1,0 0,0-0,3 0,0-0,3 0,0-0,3 < < < < < < @ @ @ @ @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 3,0• < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 0,0097• 0,0098• < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
Tabel 6.2: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie BTEXN tot.
standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 1,5 35 140 1,5 0,02 190 0,0085 0,02 0,1 0,2 0,015 0,002 0,001 0,002 0,003
½ (AW+I) 48 @ 6,8 117,5 102,5 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 1,004 17,01 1,2 0,95 2,008 2,001 8,501 0,801 0,602
Iwaarde 76 @ 13 180 190 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 2 34 2,3 1,7 4 4 17 1,6 1,2
analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-07 MM-08 27-01 3+4+7+9 17+22 27 1,0~2,0 0,5~2,0 0,1-0,3 < < @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 @
½ I(AW+I) waarde 48 76 @ @ 6,8 13 117,5 180 102,5 190 115 190 18,08 36 290 530 96 190 67,5 100 430 720 20,8 40 0,51 1 2595 5000 @ @
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
9
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 7:
analyseresultaten grondwater
analyseresultaten (µg/l) peilbuis 4 filter (m-mv) 1,5-2,5 pH 7,1 EC (µs/cm) 403 troebelheid (NTU) 3,1 grondwater [m-mv] 1,1 zware metalen arseen < barium < cadmium < chroom < kobalt < koper < kwik < lood < molybdeen < nikkel < zink < vluchtige aromaten benzeen < tolueen < ethylbenzeen < xylenen (som) < styreen < naftaleen < gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan < 1,2-dichloorethaan < 1,1-dichlooretheen < cis 1,2-dichlooretheen < trans 1,2-dichlooretheen < dichloormethaan < dichloorpropanen < tetrachlooretheen (per) < tetrachloormethaan (tetra) < 1,1,1-trichloorethaan < 1,1,2-trichloorethaan < trichlooretheen (tri) < trichloormethaan (chloroform) < vinylchloride < < minerale olie < bromoform Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
toetsingswaarden (µg/l) 9 1,5-2,5 7,2 449 8,8 0,95
Swaarde
½ (S+I)
Iwaarde
< 51• < 2,1• < < < < < < <
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < < <
7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
10
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.4
Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’. Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 8:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten) monstergegevens
Monster RE-01P RE-02P RE-04
Sleuf/MP 1/2/3/5/10 12 t/m 15 24 t/m 26
traject (m-mv) 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,2
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalgewogen* bodem/puin bodem/puin monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem < n.a. < < n.a. < 78 n.a. 78
asbesttype soort asbest
H/NH
S
H/NH
Toelichting bij tabel: P: puin < : kleiner bepalingsgrens n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
11
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.5
Toetsingscriteria en analyseresultaten, menggranulaat
Het menggranulaat is indicatief geanalyseerd op samenstelling (PCB’s, PAK en minerale olie). De resultaten van het samenstellingsonderzoek zijn indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en opgenomen in tabel 9. Middels een cascadeproef zijn de maximale emissiewaarden voor zware metalen en anionen bepaald in het bemonsterde menggranulaat. De resultaten zijn opgenomen in tabel 10. De toetsingsbladen, met toetsing van het samenstellings- en uitloogonderzoek, zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 9:
analyseresultaten samenstellingswaarden organische parameters
monstercode aanduiding monsterpunten PAK’s naftaleen fenantreen anthraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno (1,2,3cd)pyreen PAK’s (som)-tot. Overige parameters PCB’s (som) min.olie
Analyseresultaten (mg/kg d.s.) RE-03 puinlaag [0,0~0,5] 1+2+3+5+10+12 t/m 15
Maximale waarde (mg/kg d.s.)
<0,10 0,55 0,17 1,3 0,77 0,82 0,43 0,62 0,43 0,41 5,6
5 (3) 20 (3) 10 (3) 35 (3) 40 (3) 10 (3) 40 (3) 10 (3) 40 (3) 40 (3) 50 (4,7)
0,0084 36
0,5 (7) 500 (5)
Toelichting bij tabel: •: overschrijding van de maximaal toegestane samenstellingswaarden - : niet geanalyseerd #: vrijstelling max. samenstellingswaarde (3) deze maximale samenstellingswaarden gelden niet voor bitumenproducten*2, asfaltproducten*3 en granulaten*4. (4) voor bitumenproducten*2 en asfaltproducten*3 geldt een maximale samenstellingswaarde van 75 mg/kg d.s. voor PAK’s (som). (5) deze maximale samenstellingswaarde geldt niet voor rubberproducten*1, toegepast op of onder kunstgrasvelden, bitumenproducten*2 en asfaltproducten*3. Voor granulaten*4 en vormzand geldt een maximale waarde van 1.000 mg/kg droge stof. (6) Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). Deze eis bedraagt 0 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest. (7) de definitie van de somparameters wordt gegeven in bijlage N *1
*2
*3 *4
onder rubberproducten wordt verstaan: rubbergranulaat van personen- en bedrijfsautobanden (SBR-rubber), rubbergranulaat op basis van thermoplastisch-elastomeren (TPE) en rubbergranulaat op basis van elastomeren (EPDM) en functionele mengsels met rubbergranulaat; onder bitumenproducten wordt verstaan: bitumen dakbedekkings- en afdichtingsmaterialen, vormgegeven bouwstoffen met een bitumen coating, en secundair bitumengranulaat dat zodanig is toegepast dat in de eindtoepassing een functionele constructie van samenhangend bitumengranulaat ontstaat; onder asfaltproducten wordt verstaan: asfalt, asfaltbeton, asfaltgranulaat en civieltechnisch functionele mengsels met asfaltgranulaat; onder granulaten wordt verstaan: menggranulaat, hydraulisch menggranulaat, betongranulaat, metselwerkgranulaat brekerzeefzand en recyclingbrekerzand.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
12
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________ Tabel 10 monstercode aanduiding monsterpunten metalen antimoon arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel seleen tin vanadium zink anionen bromide chloride fluoride sulfaat
analyseresultaten maximale emissiewaarden anorganisch parameters Analyseresultaten (mg/kg d.s.) RE-03 puinlaag [0,0~0,5] 1+2+3+5+10+12 t/m 15
toetsing
Maximale emissie-waarden (mg/kg d.s.) NietIBCvormgegeven bouwstoffen (NV) (IBC)
0,014 <0,14 <0,42 <0,0049 <0,07 <0,049 0,1 <0,0035 <0,21 <0,035 <0,14 0,01 <0,014 <0,21 <0,49
-
0,32 0,9 22 0,04 0,63 0,54 0,9 0,02 2,3 1,0 0,44 0,15 0,4 1,8 (1) 4,5
0,7 2 100 0,06 7 2,4 10 0,08 8,3 15 2,1 3 2,3 20 14
<0,56 <70 4,5 460
-
20 (2) 616 (2) 55 (2) 1730(2,3)
34 8.800 1.500 20.000
Toelichting bij tabel: : geen overschrijding • : overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarden niet vormgegeven bouwstof (ongeïsoleerde toepassing) •• : overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarden geïsoleerde toepassing gem. : gemiddelde meetwaarde (= rekenkundig gemiddelde van waarnemingen) (1): bij toepassing in opp. water maximaal 460 mg/kg d.s. (V) en 4,6 mg/kg d.s. (NV) (2): bij toepassing in zeewater/brak natuurlijk chloride gehalte > 5000 mg/l geen max. emissiewaarden voor chloride en bromide. Maximale emissiewaarden voor fluoride en bromide vermenigvuldigen met factor 4. (3): tot 1 januari 2015 maximale emissiewaarde van 2430 mg/kg d.s..
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
13
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van Teus’Advies is in januari 2023, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Schalm 5 te Renswoude. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijzing, sloop en nieuwbouw op de locatie, en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 4.1
Asbestonderzoek
In diverse monsterpunten is een volledige laag menggranulaat waargenomen vanaf 0,03 tot maximaal 0,5 m-mv. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem/puin is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het menggranulaat binnen RE-01 en RE-02 [0,0~0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Analytisch zijn in het menggranulaat (RE-03) geen gehalten aan PAK, PCB’s en minerale olie aangetoond boven de maximaal toegestane samenstellingswaarden voor niet vormgegeven bouwstoffen. In RE-03 zijn na uitloging (cascade) geen gehalten aangetoond boven de maximale emissie-waarden. Bij indicatieve toetsing aan het Bbk is het menggranulaat toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof In de actuele contactzone [0,0-0,2 m-mv] onder de “drupzone” binnen RE-04 (monsterpunt 24 t/m 26) is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 78 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest overschrijdt de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.), maar blijft beneden de interventiewaarde (100 mg/kg ds.). 4.2
Vaste bodem en grondwater
Vanwege onduidelijkheid over de ligging van de ondergrondse HBO-tank is met een tankdetector het gebied waar de tank mogelijk gesitueerd is/was gescand. Hierbij is geen signaal waargenomen die duidt op de aanwezigheid van een tank. Naar verwachting is de tank in het verleden verwijderd. Zintuiglijk en analytisch zijn in de vaste bodem, ter plaatse van het ontluchtingspunt (boring 27), geen oliecomponenten aangetroffen. Analytisch zijn in de grondmengmonsters MM-01 t/m MM-03 direct onder het menggranulaat, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan PAK in MM-01, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het aangetoonde gehalte aan overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. OCB’s zijn niet aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-04 t/m MM-06, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan hexachloorbenzeen in MM-05 en MM-06, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. De aangetoonde gehalten aan hexachloorbenzeen overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
14
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Analytisch zijn in de ondergrondmengmonsters MM-07 en MM-08, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in het grondwater uit de peilbuizen 4 en 9, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan barium en chroom in peilbuis 9, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. De aangetoonde gehalten aan zware metalen overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. 4.3
Conclusies en aanbevelingen
In de actuele contactzone onder de “drupzone” binnen RE-04 is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 78 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest blijft beneden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In het menggranulaat zijn geen verhoogde gehalten aan asbest aangetoond. Bij indicatieve toetsing aan het Bbk is het menggranulaat toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof. Met de tankdetector is geen signaal waargenomen die duidt op de aanwezigheid van een ondergrondse tank. Naar verwachting is de tank in het verleden verwijderd. Zintuiglijk en analytisch zijn in de bovengrond, ter plaatse van het ontluchtingspunt, geen oliecomponenten aangetroffen. In de bovengrond zijn lokaal licht verhoogde gehalten aan hexachloorbenzeen aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, met uitzondering van het aangetoonde gehalte aan asbest in de drupzone binnen RE-04, geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingswijzing, sloop en nieuwbouw. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is formeel een nader onderzoek asbest verplicht.
Wij adviseren echter om de aangetroffen asbestverontreiniging in de drupzone van RE-04 (circa 10 m3), voorafgaand aan de sloop, onder milieukundige begeleiding te verwijderen, en de vrijkomende grond ter verwerking af te voeren. Voorafgaand aan de uitvoering dient een beknopt plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag Wbb (Gemeente Renswoude). Tevens dient men tijdens de herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de mogelijk aanwezigheid van de tijdens onderhavig onderzoek niet getraceerde ondergrondse HBO-tank.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Schalm 5 te Renswoude
15
BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht
Kadastrale kaart
Uw referentie: 221131
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Renswoude G 1027
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 13 januari 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01
grind / cm t ov m aaiveld
0
04
1
t uin / cm t ov m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an
1 -3
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50
2 50 -60
1 100
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
3 100
-100 4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
5
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, zuigerboor
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-120
150
150
-150
200
02
grind / cm t ov m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an -3
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 1 100
t ype dat um boorm eest er
-250
250 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
05
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
250
grind / cm t ov m aaiveld
0
-3
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 1
03
grind / cm t ov m aaiveld
0
100 0 -3
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 1 100
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-120
-50
06
t uin / cm t ov m aaiveld
0
150
1
-150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor
200
2
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 N EN /V OA Sch a lm 5 Re n sw ou d e 221131 N EN 5 1 0 4
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an -50
50 -200
onderzoek project code get ekend conform
-100
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
2
3
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
ow: geen, edelm an
t ype dat um boorm eest er
0
ow: geen, edelm an
-120
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
07
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 2
10 0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-3
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 3
1
100
-100 4
0
ow: geen, edelm an
50
100
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an -100
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an t ype dat um boorm eest er
150 5
-120
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-200
200 t ype dat um boorm eest er
grind / cm t ov m aaiveld
0
11
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 2
-50
50
08
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
0
ow: geen, edelm an
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-6 2 50 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
12
-50
grind / cm t ov m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an -3
09
1
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
50
100 4
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal wit , ow: geen, edelm an -50
3
1
0
ow: geen, edelm an -6
2
150
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-120
-100
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, zuigerboor
13
150
grind / cm t ov m aaiveld
0
0
ow: geen, edelm an -3
200
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 1 250 t ype dat um boorm eest er
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
5
250
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-250
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
100
t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA Sch a lm 5 Re n sw ou d e 221131 N EN 5 1 0 4
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an -120
14
grind / cm t ov m aaiveld
0
18 0
braak / cm t ov m aaiveld
0
ow: geen, edelm an
1 -3
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 1 100
t ype dat um boorm eest er
2 50 -50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
-120
19
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 2
15
0
ow: geen, edelm an -3
t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
ow: geen, volledig m enggranulaat , schep
50 1 100
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
20 -100
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
in sp e ct ie g a t 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
braak / cm t ov m aaiveld
0
-120
2
16
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 2
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
50
21
braak / cm t ov m aaiveld
0 -50
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
1 2
t ype dat um boorm eest er
17
braak / cm t ov m aaiveld 1 2
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
22
3
braak / cm t ov m aaiveld
0 -50
50
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
50
0
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
50
grind / cm t ov m aaiveld
0
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, edelm an
2
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
50
-50
100 3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, edelm an
4 100 -150
150 5
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, edelm an
4 150
200
-150
-200 5
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
200 t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA Sch a lm 5 Re n sw ou d e 221131 N EN 5 1 0 4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, ow: geen, edelm an -200
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
23
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 2 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 1 7 -0 1 -2 0 2 3 JM
24
braak / cm t ov m aaiveld
0
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 6 -0 1 -2 0 2 3 W . Ja n se n
25
braak / cm t ov m aaiveld
0
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 6 -0 1 -2 0 2 3 W . Ja n se n
26
braak / cm t ov m aaiveld
0
0
-20
0
-20
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an t ype dat um boorm eest er
-20
in sp e ct ie g a t 2 6 -0 1 -2 0 2 3 W . Ja n se n
27
grind / cm t ov m aaiveld
0
0
edelm an 1
-10
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, edelm an
50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, bruin, edelm an 100 t ype dat um boorm eest er
-100
g r on d b or in g 2 6 -0 1 -2 0 2 3 W . Ja n se n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA Sch a lm 5 Re n sw ou d e 221131 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 3 Toetsingstabellen en analyserapporten 3.1. vaste bodem 3.2. grondwater 3.3. bouwstoffen 3.4. asbest
Project
221131-NEN/VOA Schalm 5 Renswoude
Certificaten
1478358
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 8 februari 2023 16:38
Monsterreferentie
7522565
Monsteromschrijving
MM-01, 01: 60-100, 02: 50-100, 05: 50-100, 09: 50-100
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
2.9
10
Lutum
% (m/m ds)
4.4
25
%
80.9
80.9
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES arseen (As)
mg/kg ds
<4
< 4.5
-
20
48
76
barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 42
@
190
555
920
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.22
-
0.6
6.8
13
chroom (Cr)
mg/kg ds
< 10
< 12
-
55
117.5
180
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 5.8
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 6.5
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 10
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<7
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 29
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 84
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.64
0.64
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
0.51
0.51
chryseen
mg/kg ds
0.46
0.46
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
0.29
0.29
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
0.42
0.42
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
0.24
0.24
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
0.29
0.29
mg/kg ds
3
3.0
2.0 AW(WO)
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
mg/kg ds
0.005
< 0.017
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 1 van 14
Pagina 2 van 14 Organochloorbestrijdingsmiddelen 2,4-DDD (o,p-DDD)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
4,4-DDD (p,p-DDD)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
2,4-DDE (o,p-DDE)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
4,4-DDE (p,p-DDE)
mg/kg ds
0.003
0.010
2,4-DDT (o,p-DDT)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
4,4-DDT (p,p-DDT)
mg/kg ds
0.005
0.017
aldrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
dieldrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
endrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
telodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
isodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
heptachloor
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
heptachloorepoxide (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
heptachloorepoxide (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
alfa-endosulfan
mg/kg ds
< 0.001
alfa - HCH
mg/kg ds
beta - HCH
mg/kg ds
gamma - HCH (lindaan) delta - HCH
0.32
-
0.0007
2.00035
4
< 0.0024
-
0.0009
2.00045
4
< 0.001
< 0.0024
-
0.001
8.5005
17
< 0.001
< 0.0024
-
0.002
0.801
1.6
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
-
0.003
0.6015
1.2
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
@
hexachloorbenzeen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
-
0.0085
1.00425
2
endosulfansulfaat
mg/kg ds
< 0.002
< 0.0048
@
hexachloorbutadieen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
-
0.003
chloordaan (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
chloordaan (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0024
som DDD
mg/kg ds
0.001
< 0.0048
-
0.02
17.01
34
som DDE
mg/kg ds
0.004
0.013
-
0.1
1.2
2.3
som DDT
mg/kg ds
0.006
0.020
-
0.2
0.95
1.7
som drins (3)
mg/kg ds
0.002
< 0.0072
-
0.015
2.0075
4
som c/t heptachloorepoxide
mg/kg ds
0.001
< 0.0048
-
0.002
2.001
4
som chloordaan
mg/kg ds
0.001
< 0.0048
-
0.002
2.001
4
som OCBs (landbodem)
mg/kg ds
0.021
0.073
-
0.4
Sommaties
Toetsoordeel monster 7522565:
Pagina 2 van 14
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 3 van 14 Monsterreferentie
7522566
Monsteromschrijving
MM-02, 12: 50-100, 13: 50-100, 14: 50-100, 15: 50-100
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
2.3
10
Lutum
% (m/m ds)
1.4
25
%
87
87.0
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES arseen (As)
mg/kg ds
<4
< 4.9
-
20
48
76
barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
190
555
920
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
chroom (Cr)
mg/kg ds
< 10
< 13
-
55
117.5
180
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
11
23
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
23
54
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 110
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
0.06
0.06
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.12
0.12
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.09
0.09
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.52
0.52
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
mg/kg ds
0.005
< 0.021
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 3 van 14
Pagina 4 van 14 Organochloorbestrijdingsmiddelen 2,4-DDD (o,p-DDD)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
4,4-DDD (p,p-DDD)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
2,4-DDE (o,p-DDE)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
4,4-DDE (p,p-DDE)
mg/kg ds
0.001
0.0043
2,4-DDT (o,p-DDT)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
4,4-DDT (p,p-DDT)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
aldrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
dieldrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
endrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
telodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
isodrin
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
heptachloor
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
heptachloorepoxide (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
heptachloorepoxide (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
alfa-endosulfan
mg/kg ds
< 0.001
alfa - HCH
mg/kg ds
beta - HCH
mg/kg ds
gamma - HCH (lindaan) delta - HCH
0.32
-
0.0007
2.00035
4
< 0.0030
-
0.0009
2.00045
4
< 0.001
< 0.0030
-
0.001
8.5005
17
< 0.001
< 0.0030
-
0.002
0.801
1.6
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
-
0.003
0.6015
1.2
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
@
hexachloorbenzeen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
-
0.0085
1.00425
2
endosulfansulfaat
mg/kg ds
< 0.002
< 0.0061
@
hexachloorbutadieen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
-
0.003
chloordaan (cis)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
chloordaan (trans)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0030
som DDD
mg/kg ds
0.001
< 0.0061
-
0.02
17.01
34
som DDE
mg/kg ds
0.002
0.0074
-
0.1
1.2
2.3
som DDT
mg/kg ds
0.001
< 0.0061
-
0.2
0.95
1.7
som drins (3)
mg/kg ds
0.002
< 0.0091
-
0.015
2.0075
4
som c/t heptachloorepoxide
mg/kg ds
0.001
< 0.0061
-
0.002
2.001
4
som chloordaan
mg/kg ds
0.001
< 0.0061
-
0.002
2.001
4
som OCBs (landbodem)
mg/kg ds
0.015
0.065
-
0.4
Sommaties
Toetsoordeel monster 7522566:
Pagina 4 van 14
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Pagina 5 van 14 Monsterreferentie
7522567
Monsteromschrijving
MM-03, 03: 50-100, 10: 50-100
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
0.6
10
Lutum
% (m/m ds)
1.0
25
%
85.2
85.2
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES arseen (As)
mg/kg ds
<4
< 4.9
-
20
48
76
barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 54
@
190
555
920
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.24
-
0.6
6.8
13
chroom (Cr)
mg/kg ds
< 10
< 13
-
55
117.5
180
kobalt (Co)
mg/kg ds
<3
< 7.4
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 7.2
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.05
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
< 11
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4
<8
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 33
-
140
430
720
mg/kg ds
< 35
< 120
-
190
2595
5000
naftaleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fenantreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
anthraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
fluoranteen
mg/kg ds
0.08
0.08
benzo(a)antraceen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
chryseen
mg/kg ds
0.07
0.07
benzo(k)fluoranteen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(a)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
indeno(1,2,3-cd)pyreen
mg/kg ds
< 0.05
< 0.035
mg/kg ds
0.43
0.43
-
1.5
20.75
40
PCB - 28
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 52
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 101
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 118
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 138
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 153
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
PCB - 180
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035
mg/kg ds
0.005
< 0.024
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Polycyclische koolwaterstoffen
Sommaties som PAK (10)
Polychloorbifenylen
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 5 van 14
Pagina 6 van 14 Organochloorbestrijdingsmiddelen 2,4-DDD (o,p-DDD)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.0035