Tabel Wijzigingsverordening minimaregelingen
Tekst van het document
Was Verordening Minimaregelingen Renswoude
Wordt Verordening tot wijziging van de Verordening Minimaregelingen Renswoude
Artikel 1. Begrippen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Renswoude die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze verordening aanvraagt; b. college: college van burgemeester en wethouders; c. de doelgroep: inwoners van de gemeente Renswoude met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen; d. de gemeente: de gemeente Renswoude; e. jaar: kalenderjaar. Vanaf 1 juli 2023: boekjaar van 1 juli tot 1 juli van het daaropvolgende jaar; f. kind: een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Renswoude in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jeugdwet; g. peildatum: 31 december van het jaar van de aanvraag. Vanaf 1 juli 2023: 30 juni van het lopende boekjaar; h. uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de regelingen met betrekking tot de Verordening Minimaregelingen uitvoert; i. norm: wettelijk minimum/ bijstandsnorm, het bedrag, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Participatiewet. 2.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Gemeentewet.
Artikel 1 Begrippen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Renswoude die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze verordening aanvraagt; b. college: college van burgemeester
en wethouders; c.
d.
e. f.
g.
h.
i.
aanvraagperiode: de periode waarin een aanvraag kan worden ingediend zoals nader verwoord onder sub g. de doelgroep: inwoners van de gemeente Renswoude met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen; de gemeente: de gemeente Renswoude; huishouden: een aantal personen dat in gezinsverband leeft en als zodanig als een eenheid wordt beschouwd; kind : een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Renswoude in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jw; norm: wettelijk minimum/ bijstandsnorm, het bedrag, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Pw; peildatum: i. aanvraagperiode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021: 31 december 2021; ii. aanvraagperiode 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023: 30 juni 2023. iii. Vanaf 1 juli 2023: 30 juni van de lopende aanvraagperiode 1 juli tot en met 30 juni;
j.
Artikel 2. Reikwijdte en doelstelling verordening 1. Deze verordening heeft tot doel: a. het vergroten van de kansen om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie; c. het voorkomen van sociale uitsluiting; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de minima behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking. 2. Er bestaat alleen recht op vergoedingen op basis van deze verordening voor inwoners van de gemeente Renswoude met een inkomen dat niet hoger is dan maximaal 120% van de norm of die in de schuldsanering zitten. 3. Voor inwoners die in de schuldhulpverlening zitten is de norm van 100% van het wettelijk minimum toepasbaar. 4. Bij vaststelling van het inkomen wordt de Vermogenstoets, zoals omschreven in artikel 31 van de Participatiewet, toegepast met uitzondering op het vermogen in de vorm van een eigen woning. Deze wordt niet meegerekend. 5. Bij de vaststelling van het inkomen wordt de Kostendelersnorm, zoals omschreven in de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet, toegepast. 6. Er bestaat recht op de voorzieningen voor zover de leeftijd van de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden als genoemd bij de specifieke voorzieningen. 7.
Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt. Een uitzondering hierop betreft (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering.
uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de minimaregelingen uit de Integrale Verordening uitvoert. 2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Gemeentewet. Artikel 2 Reikwijdte en doelstelling 1. Deze verordening heeft tot doel: a. het vergroten van de kansen van de doelgroep om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie bij de doelgroep; c. het voorkomen van sociale uitsluiting van de doelgroep; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de doelgroep behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking van de doelgroep. 2. Er bestaat alleen recht op vergoedingen op basis van deze verordening voor: a. inwoners met een inkomen dat niet hoger is dan maximaal 120% van de norm; of b. inwoners die in de schuldhulpverlening zitten waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als inwoners met de norm van 100% van het wettelijk minimum . 3. Bij vaststelling van het inkomen worden toegepast: a. de vermogenstoets, zoals omschreven in artikel 31 van de Pw, met uitzondering op het vermogen in de vorm van een eigen woning: deze wordt niet meegerekend, en b.
de kostendelersnorm, zoals omschreven in de artikelen 19a en 22a van de Pw. 4. Er bestaat recht op een vergoeding als de leeftijd van de aanvrager voldoet aan de voorwaarden als gesteld bij de specifieke voorzieningen. 5. Geen recht op een in deze verordening genoemde vergoeding heeft de aanvrager: a. die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt met uitzondering van (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering; of
8. Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregelingen heeft de belanghebbende aan wie op grond van artikel 11 van de Participatiewet geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. 9. Vergoedingen worden verstrekt in natura. 10. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. 11. Het recht op vergoedingen kan niet meegenomen worden naar een volgend jaar. Artikel 4. Aanvragen 1. Aanvragen voor vergoedingen op grond van deze verordening kunnen door middel van een papieren aanvraagformulier bij de uitvoerder of via de eigen digitale omgeving van de uitvoerder worden ingediend. 2. Aanvragers kunnen een persoonlijke inlogcode aanvragen bij de uitvoerder. 3. In de persoonlijke digitale omgeving kunnen de aanvragers zien op welke regelingen zij recht hebben en onder welke voorwaarden. 4. De aanvragers dienen zelf aan te tonen dat zij een inkomen hebben binnen de geldende inkomensnormen. 5. Aanvragen voor vergoedingen kunnen aangevraagd worden van: a. 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021; b. 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2023; c. Vanaf 1 juli 2023 geldt dat aanvragen voor vergoedingen kunnen worden aangevraagd van 1 juli van het betreffende kalenderjaar tot 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar.
Artikel 5. Doe mee-budget 1. Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren van alle leeftijden verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. De vergoeding betreft culturele, recreatieve en/of maatschappelijke voorzieningen of activiteiten. 3. Het maximale bedrag waarvoor de rechthebbende per periode vergoedingen kan aanvragen is bij een inkomen:
b. aan wie op grond van artikel 11 van de Pw geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. 6. Vergoedingen worden verstrekt in natura behoudens bij de collectieve ziektekostenverzekering waarbij de vergoeding ziet op een korting op de ziektekostenverzekering. 7. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. 8. Het recht op een vergoeding kan niet meegenomen worden naar een volgende aanvraagperiode. Artikel 4 Aanvragen 1. Aanvragen voor vergoedingen op grond van deze verordening kunnen door middel van een papieren aanvraagformulier bij de uitvoerder of via de eigen digitale omgeving van de uitvoerder worden ingediend. 2. Aanvragers kunnen een persoonlijke inlogcode aanvragen bij de uitvoerder. 3. In de persoonlijke digitale omgeving kunnen de aanvragers zien op welke vergoedingen zij recht hebben en onder welke voorwaarden. 4. De aanvragers dienen zelf aan te tonen dat zij een inkomen hebben binnen de geldende inkomensnormen. 5. Aanvragen voor vergoedingen kunnen ingediend worden in de volgende perioden: a. 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021; b. 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023; c. vanaf 1 juli 2023 : 1 juli van het betreffende kalenderjaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. 6.
Aanvragen voor deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering zoals vermeld in artikel 4.5.13 voor een komend kalenderjaar, kunnen worden ingediend voor 1 januari van dat komende kalenderjaar. In bijzondere gevallen kan het college besluiten af te wijken van deze datum. Artikel 5 Maatschappelijke participatie (Doe mee-budget) 1. Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren van alle leeftijden verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. De vergoeding betreft culturele, recreatieve, sportieve of maatschappelijke voorzieningen of - activiteiten. 3. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager per periode vergoedingen kan aanvragen is bij een inkomen:
- tot en met 100% van de norm, € 100,00 per jaar; - van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 75,00 per jaar; - van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00 per jaar. 4. Het is toegestaan het Budget voor sport en bewegen volwassenen uit artikel 6 samen te voegen met de bedragen uit lid 3, ten behoeve van een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging. 5. De vergoeding voor maatschappelijke participatie is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden aangevraagd kan worden.
Artikel 6. Budget voor sport en bewegen volwassenen 1. Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren, ouder dan 18 jaar verstrekken voor de kosten van een sportabonnement. 2. De vergoeding betreft een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging. 3. Het maximale bedrag waarvoor de rechthebbende per periode vergoedingen kan aanvragen is bij een inkomen: - tot en met 100% van de norm, € 100,00 per jaar; - van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 75,00 per jaar; - van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00 per jaar. 4. Het is toegestaan de bedragen genoemd in artikel 5.3 toe te voegen aan de bedragen uit lid 3. 1. De vergoeding voor sport is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat op de peildatum 18 jaar of ouder is, aangevraagd kan worden.
a. tot en met 100% van de norm: € 100,00; b. van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 75,00; c. van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00. 4. In afwijking op het gestelde in lid 3 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale bedragen waarvoor aanvrager vergoedingen kan aanvragen bij een inkomen: a. tot en met 100% van de norm: € 160,00; b. van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 120,00; c. van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 80,00. 5. Het is toegestaan de vergoeding voor sport en bewegen volwassenen uit artikel 6 samen te voegen met de bedragen uit lid 3 en 4, ten behoeve van een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging. 6. De vergoeding voor maatschappelijke participatie is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden aangevraagd kan worden. Artikel 6 Sport en bewegen volwassenen 1. Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren, van 18 jaar en ouder verstrekken voor de kosten van een sportabonnement. 2. De vergoeding betreft een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging. 3. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager per periode vergoedingen kan aanvragen is bij een inkomen: a. tot en met 100% van de norm: € 100,00; b.
van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 75,00; c. van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 50,00. 4. In afwijking op het gestelde in lid 3 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale bedragen waarvoor aanvrager vergoedingen kan aanvragen bij een inkomen: a. tot en met 100% van de norm: € 150,00; b. van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 112,50;
c.
Artikel 7 Vergoeding ID-kaart 1. Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren, ouder dan 14 jaar verstrekken voor de kosten van een IDkaart. 2. De vergoeding betreft de werkelijke kosten voor het verlengen of aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. 3. Indien een Veenendaler in het bezit is van een vreemdelingendocument dan kan hij een tegemoetkoming krijgen in de kosten van de verlenging van het vreemdelingendocument ter hoogte van de kosten genoemd in lid 2. 4. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een ID-kaart, moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. de aanvrager is op de peildatum 14 jaar of ouder.
b. Er is aan de aanvrager de afgelopen periode geen vergoeding voor een ID-kaart vanuit de Verordening Minimaregelingen verstrekt: i. Deze periode betreft vijf jaar voor aanvragers van 14 tot 18 jaar en ii. tien jaar voor aanvragers ouder dan 18 jaar. 5. De aanvrager kan voor ieder kind die op de peildatum de leeftijd heeft van 14 tot en met 17 jaar, eenmalig voor vergoeding van de kosten voor een ID-kaart in aanmerking komen tot de kostprijs van die kaart (in 2019 was dit € 29,90). 6. De aanvrager, ouder dan 18 jaar, kan elke tien jaar in aanmerking komen voor vergoeding van de kosten voor een IDkaart, tot de kostprijs van die kaart (in 2019 was dit € 56,80). 7. De vergoeding voor een ID-kaart is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat voldoet aan de
van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 75,00. 5. Het is toegestaan de bedragen genoemd in artikel 5 toe te voegen aan de bedragen uit lid 3 en lid 4. 6. De vergoeding voor sport is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat op de 18 jaar of ouder is, aangevraagd kan worden. Artikel 7 Identiteitsbewijs 1. Het college kan een vergoeding aan inwoners, verstrekken voor de kosten van een ID-kaart. 2. De vergoeding betreft de werkelijke kosten voor het verlengen of aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. 3. Indien een inwoner een paspoort wenst aan te schaffen in plaats van een ID-kaart, kan hij een vergoeding krijgen voor het verlengen of aanvragen van een paspoort ter hoogte van de kosten van het aanschaffen of verlengen van een ID-kaart. De aanvullende kosten kunnen worden voldaan vanuit het Doe mee-budget uit artikel 5. 4. Indien een inwoner in het bezit is van een verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf dan kan hij een vergoeding krijgen voor de werkelijke kosten van de verlenging van het verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf. 5. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een ID-kaart is ten behoeve van deze persoon in de voorgaande periode geen vergoeding voor een ID-kaart vanuit deze verordening of een van zijn voorgaande regelingen verstrekt: a.
deze periode betreft vijf jaar voor personen van jonger dan 18 jaar; en b. tien jaar voor personen van 18 jaar en ouder. 6. De vergoeding voor een ID-kaart is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 5. aangevraagd kan worden.
voorwaarden gesteld in lid 2 aangevraagd kan worden.
Artikel 8. Computer/ tablet basisschool 1. Het college kan een vergoeding aan gezinnen verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet, en/of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, headset, toetsenbord, beeldscherm en muis. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer en/of tablet moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag betreft een gezin met kinderen die op de peildatum 4 tot en met 11 jaar oud zijn. b. er is aan het gezin de afgelopen vijf jaar geen vergoeding verstrekt voor een computer vanuit het Activerend Minimabeleid.
3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van vijf jaar een vergoeding kan worden aangevraagd is € 500,00. 4. Er kan slechts één keer per periode van vijf jaar een vergoeding worden aangevraagd voor het maximale bedrag per periode. 5. De vergoeding voor een computer en/of tablet is een gezinsregeling, wat betekent dat de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden genoemd in punt 1 en 2, recht heeft op één vergoeding, ongeacht het aantal kinderen in het gezin.
Artikel 9. Vergoeding schoolkosten 1. Het college verstrekt een vergoeding voor schoolbenodigdheden die door middelbare scholen als noodzakelijk worden geacht om de schoolcarrière optimaal te kunnen doorlopen, wanneer aan de voorwaarden van lid 2 wordt voldaan. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor schoolkosten moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 tot en met 18 jaar oud is. b. Er is voor het kind de afgelopen periode, zoals gespecificeerd onder 4a t/m c, geen vergoeding verstrekt vanuit de regeling vergoeding schoolkosten.
3. De regeling vergoeding schoolkosten omvat de volgende vergoedingen:
Artikel 8 Computer/ tablet basisschool 1. Het college kan een vergoeding aan inwoners verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, toetsenbord, beeldscherm, muis en headset. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer of tablet wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag betreft een huishouden met kinderen die op de peildatum 4 tot en met 11 jaar oud zijn; en b. er is aan het huishouden de afgelopen vijf aanvraagperiodes geen vergoeding verstrekt voor een computer vanuit deze verordening of een van zijn voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van vijf aanvraagperiodes een vergoeding kan worden aangevraagd is € 500,00. 4. De vergoeding voor een computer of tablet basisschool wordt verstrekt per huishouden, wat betekent dat de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden genoemd in de voorgaande leden, recht heeft op één vergoeding, ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 9 Schoolkosten middelbare school 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor schoolbenodigdheden die door middelbare scholen als noodzakelijk worden geacht om de schoolcarrière optimaal te kunnen doorlopen. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor schoolkosten wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. er is voor het kind in de voorgaande periode, zoals gespecificeerd onder lid 4 onder a., geen vergoeding verstrekt vanuit deze verordening of een van zijn voorgaande regelingen. 3. De vergoeding voor schoolkosten omvat de volgende vergoedingen: a. laptop of computer; b. schoolbenodigdheden; 4. De frequentie waarin aanvrager vergoedingen kan aanvragen is voor:
a. laptop of computer; b. schoolbenodigdheden; c. ouderbijdrage (inclusief verplichte ouderbijdrage, schoolreisjes en stagekosten. 4. De frequenties waarin rechthebbenden vergoedingen kunnen aanvragen zijn voor: a. laptop of computer eenmalig; b. schoolbenodigdheden jaarlijks; c. ouderbijdrage jaarlijks. 5. Het maximale bedrag waarvoor de rechthebbende per periode vergoeding kan aanvragen is voor: a. laptop of computer € 500,-; b. schoolbenodigdheden: i. bij een inkomen tot en met 100% van de norm, € 100,00; ii. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 75,00; iii. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00. c. Ouderbijdrage € 250,00. 6. Voor de vergoeding van de laptop kan er slechts één keer een vergoeding worden aangevraagd voor het maximale bedrag. 7. De regeling vergoeding schoolkosten is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind.
Artikel 10. Tegemoetkoming kosten mobiele telefoon 1. Het college kan een vergoeding aan jongeren verstrekken voor de aanschaf van een mobiele telefoon. 2. Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 tot en met 18 jaar oud is. b. Voor het kind is de afgelopen drie jaar geen vergoeding toegekend voor de tegemoetkoming in de kosten voor een mobiele telefoon vanuit deze Verordening.
3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van drie jaar een vergoeding kan worden aangevraagd is:
5.
6.
7.
8.
a. laptop of computer: eenmalig; b. schoolbenodigdheden: elke aanvraagperiode; Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een laptop of computer: € 500,-; Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager per aanvraagperiode een vergoeding kan aanvragen is voor schoolbenodigdheden: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 100,00; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 75,00; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 50,00. In afwijking op het gestelde in lid 6 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale bedragen waarvoor aanvrager vergoedingen kan aanvragen voor schoolbenodigdheden; a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 150,00; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 112,50; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 75,00. De vergoeding schoolkosten middelbare school wordt per kind verstrekt ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 10 Mobiele telefoon 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor de aanschaf van een mobiele telefoon. 2. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. voor het kind is in de voorgaande drie aanvraagperiodes geen vergoeding toegekend voor de kosten van een mobiele telefoon vanuit deze verordening of voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van drie aanvraagperiodes een vergoeding kan worden aangevraagd is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 150,00;
a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm, € 150,00; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 112,50; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 75,00. 4. Er kan slechts één keer per drie jaar een vergoeding worden aangevraagd voor het maximale bedrag per periode. 5. De vergoeding geldt voor: a. een mobiele telefoon (nieuw of refurbished1); b. accessoires; c. prepaidkaarten. 6. Er kan geen vergoeding worden aangevraagd voor abonnementskosten en verzekeringskosten. 7. De regeling vergoeding mobiele telefoon is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind. Artikel 11 Tegemoetkoming kosten fiets 1. Het college kan een vergoeding/ tegemoetkoming aan jongeren verstrekken voor de aanschaf of het opknappen van een fiets. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 tot en met 18 jaar oud is. b. Voor het kind is niet eerder een vergoeding toegekend voor een fiets vanuit deze verordening.
3. Het maximale bedrag waarvoor een tegemoetkoming in de kosten van een fiets kan worden aangevraagd is € 150,00: 4. Er kan slechts één keer een tegemoetkoming in de kosten van een fiets worden aangevraagd voor het maximale bedrag. 5. De een tegemoetkoming in de kosten van een fiets is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind. Artikel 12. Kledingpakket
1
b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 112,50; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 75,00. 4. De vergoeding geldt voor: a. een mobiele telefoon (nieuw of refurbished); b. accessoires; c. prepaidkaarten. 5. Er kan geen vergoeding worden aangevraagd voor abonnementskosten en verzekeringskosten. 6. De vergoeding mobiele telefoon wordt per kind verstrekt ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 11 Fiets 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor de aanschaf of het opknappen van een fiets. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. voor het kind is niet eerder een vergoeding toegekend voor een fiets vanuit deze verordening of voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag waarvoor een vergoeding voor de kosten van een fiets kan worden aangevraagd is € 150,00: 4. Er kan slechts één keer een vergoeding voor de kosten van een fiets worden aangevraagd. 5. De vergoeding fiets wordt per kind verstrekt ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 12 Kledingpakket 1. Het college kan een vergoeding voor een kledingpakket verstrekken.
Onder ‘refurbished’ verstaan we producten die niet nieuw zijn maar ook niet tweedehands. De apparaten worden helemaal gecheckt door een expert en indien nodig voorzien van een nieuwe batterij of ander onderdeel. Daarnaast is het toestel volledig schoongemaakt, zijn de gegevens van de vorige gebruiker gewist en is het toestel voorzien van de nieuwste software.
1. Het college kan een vergoeding voor een kledingpakket verstrekken. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de aanvrager voldoen aan onderstaande voorwaarde: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 0 tot en met 18 jaar oud is. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode een vergoeding kan worden aangevraagd is:
a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm, € 200,00 b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 150,00 c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 100,00. 4. De vergoeding voor een kledingpakket is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind.
Artikel 13. Collectieve ziektekostenverzekering 1. Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering vertrekken doormiddel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen mag aanvrager geen achterstanden hebben bij de huidige zorgverzekering. 3. Deelname aan de collectieve zorgverzekering is mogelijk als de belanghebbende en/of diens partner met de zorgverzekeraar als bedoeld in lid 1, een overeenkomst sluit voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket overeenkomt met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. 4. Een inwoner kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. 5. De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat belanghebbende of diens partner:
2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarde: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum jonger is dan 19 jaar. 3. Het maximale bedrag waarvoor per aanvraagperiode een vergoeding kan worden aangevraagd is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 200,00 b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 150,00 c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm: € 100,00. 4. In afwijking op het gestelde in lid 3 zijn in de aanvraagperiode die loopt van 1 december 2021 tot en met 30 juni 2023, de maximale bedragen waarvoor aanvrager vergoedingen kan aanvragen bij een inkomen: a. tot en met 100% van de norm: € 320,00; b. van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 240,00; c. van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 160,00. 5. De vergoeding kledingpakket wordt per kind verstrekt ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 13 Collectieve ziektekostenverzekering 1. Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering verstrekken door middel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft geen achterstanden bij de huidige zorgverzekering; en b.
de aanvrager of diens partner sluit met de zorgverzekeraar als bedoeld in lid 1, een overeenkomst voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket komt overeen met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. 3. De aanvrager kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. 4. De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat aanvrager of diens partner:
a. de verzekering beëindigt (per 1ste van het nieuwe kalenderjaar); b. niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Renswoude; 6. De deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima eindigt per 1 januari van het volgende kalenderjaar indien belanghebbende of diens partner: a. een inkomen heeft dat hoger is dan 120% van de toepasselijke norm; b. een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de Participatiewet Artikel 18. Overgangsbepaling 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9 wordt gedurende de periode 1 januari 2021 tot 1 januari 2022 toegestaan om bonnetjes te declareren van zelf aangeschafte producten of diensten welke voldoen aan de in deze verordening gestelde vereisten. 2. Artikel 9 lid 3.c, 4.c en 5.c. vervalt met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de inwerkingtreding van de wijziging van de Wet op het primair onderwijs als gevolg van de “Wet van 31 augustus 2020, houdende voorstel van wet van de leden Kwint en Westerveld tot wijziging van diverse onderwijswetten teneinde te verbieden dat leerlingen van ouders die geen vrijwillige geldelijke bijdrage hebben voldaan worden buitengesloten van activiteiten”. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2.
wordt gedurende de periode 1 januari 2021 tot 1 februari 2021 voor de in artikel 13 bedoelde ziektekostenverzekering een inkomensgrens aangehouden voor: a. Garant Verzorgd 1&2: tot en met 120% van de norm; b. Garant Verzorgd 3: tot en met 130% van de norm.
a. de verzekering beëindigt (per 1ste van het nieuwe kalenderjaar; of b. niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Renswoude. 5. De deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima eindigt per 1 januari van het volgende kalenderjaar indien de aanvrager of diens partner: a. een inkomen heeft dat hoger is dan 120% van de toepasselijke norm; of b. een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de Pw. Komt te vervallen