Samenvatting Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035
Tekst van het document
Samenvatting Het OntwerpUtrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 Samen voor een sterk landelijk gebied
Colofon Uitgave Provincie Utrecht Vormgeving Vorm de Stad Fotografie Provincie Utrecht/Jeroen Bosch
2
Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied Waarom het Utrechts Programma Landelijk Gebied? Er zijn provincies met prachtige open landschappen waar je heerlijk kunt fietsen in de lange leegte. En provincies met eindeloze bossen waar je in kunt verdwalen. Weer andere met knusse besloten land schappen met houtwallen en paadjes. En de provincie Utrecht heeft dat allemaal! Landschappelijk is Utrecht één van de meest afwisselende provincies van ons land. Hier in het hart van Nederland hebben we de prachtige veenweiden van het Groene Hart én de weidsheid van Eemland én de besloten bossen van de Heuvelrug én het rustieke rivierenlandschap van het Kromme Rijngebied én de bijzondere variatie in de Gelderse Vallei. Binnen deze landschappen kent Utrecht ook nog eens een gevarieerde en sterke landbouwsector die zorgt voor voedsel, werkgelegenheid en landschapsbeheer. We willen deze diversiteit aan landschappen met de bijbehorende rijke natuur goed beschermen. Zodat we het landelijk gebied op een goede manier kunnen doorgeven aan toekomstige generaties. Tegelijkertijd hebben we ook zorgen: in het landelijk gebied staat de kwaliteit van onze leefomgeving onder druk. Zo verarmt de natuur door te veel stikstof, heeft een groot deel van het veenweidegebied last van ernstige bodemdaling en uitstoot van CO2 uit de bodem en is de waterkwaliteit op veel plekken niet op orde.
Het resultaat is dat de vergunningverlening stagneert, met grote gevolgen voor woningbouw, energietransitie en landbouw. Alleen als we de natuur kunnen herstellen en de waterkwaliteit kunnen verbeteren, ontstaat er weer ruimte om te ondernemen. Dan kunnen we weer vergunningen verlenen, agrariërs perspectief bieden, wegen en huizen bouwen en de provincie van het slot halen. Daar moeten we nú mee aan de slag. Dit is niet alleen onze provinciale ambitie, we zijn ook gebonden aan harde (inter-)nationale afspraken vanuit bijvoorbeeld Europese richtlijnen en het Klimaatakkoord.
Een sterk landelijk gebied Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) omvat beleid voor het landelijk gebied voor de komende tien jaar (2026-2035). Behoud en versterking van het landelijk gebied voor nu en voor toekomstige generaties, dat is het uitgangspunt. Dat is een ingewikkelde puzzel waarbij we verschillende belangen hebben moeten afwegen. Een centrale rol in het ontwerpprogramma is weggelegd voor de landbouw. De landbouwsector is de belangrijkste economische sector in het buitengebied en van oudsher ook de drager van het landschap. Een economisch rendabele en duurzame landbouw is voor de lange termijn de basis voor een gezond en leefbaar landelijk gebied.
Combineren en samenwerken Het Ontwerp-UPLG omvat vier grote thema’s: water en bodem, natuur, klimaat en landbouw. Wij hebben deze thema’s zoveel mogelijk gecombineerd. Het idee is dat maatregelen elkaar op die manier kunnen versterken en dat één plus één daardoor meer dan twee is. Deze integrale manier van werken vereist samenspraak en samenwerking. Een groot voordeel hierbij is dat we in Utrecht voortbouwen op een jarenlange traditie van samenwerking die wij dan ook als basis zien voor zowel de totstandkoming als de uitvoering van het UPLG.
Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 – samenvatting
3
Onze aanpak In het Ontwerp-UPLG beschrijven we per thema onze aanpak. Meestal bouwt dit voort op bestaand (inter-) nationaal en provinciaal beleid. In enkele gevallen gaat het om nieuw beleid. De kern van onze aanpak hebben we beschreven in 17 ‘structurerende principes’, de richtingwijzers van onze aanpak. In figuur 1 zijn de structurerende principes weergegeven, verdeeld over de vier thema’s.
Water en bodem 4. Maximale inzet op doelen Kaderrichtlijn Water (KRW) We verbeteren de waterkwaliteit door vermindering van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en door het 4. Maximale inzetenop KRW-doelen ecologisch inrichten beheren van sloten en oevers.
Water en bodem
We verbeteren de waterkwaliteit via reductie van nutriënten 5. voor water enRuimte gewasbeschermingsmiddelen door de landbouw en We reserveren ruimteen voor de opvang vansloten piekbuien en werken ecologisch beheer inrichting van en oevers. aan het vasthouden van water.
5. Ruimte voor water 6. Grondwatersysteem in balans We reserveren ruimte voor de opvang van piekbuien en We geven prioriteit aan herstel van het hydrologische systeem werken aan het vasthouden van water en verkleinen van op de Utrechtse Heuvelrug en in de Natura 2000-gebieden.
N
9 N 2
Water en bodem
Natuur
Voldoende, schoon en klimaatadaptief
Robuust en gezond
de watervraag.
7. Vitale bodem 6. ondersteunen Grondwatersysteem in bodembeheer balans We bij duurzaam en nemen bodem We geven prioriteit aan herstel van het hydrologische vitaliteit mee in de gebiedsprocessen.
systeem op de Utrechtse Heuvelrug en in de Natura 2000 8. Integrale aanpak beekdalen gebieden. We werken aan herstel van de beekdalsystemen in samenhang met realiseren 7. het Vitale bodemvan de natuuropgaven.
We ondersteunen agrarische ondernemers en terreinbeherende organisaties bij duurzaam bodembeheer en nemen bodemvitaliteit mee in de gebiedsprocessen. 8. Integrale aanpak beekdalen We zetten in op herstel van de beekdalsystemen, door de afvoer van het water te vertragen en de kwaliteit van Landbouw het water te verbeteren in samenhang met het realiseren van de natuuropgaven.
16. Perspectief voor landbouw – Doelsturing, waaronder de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL) – Ondersteuning individuele boeren via ondernemersprogramma – Investeringssubsidies – Vergunningverlening op gang brengen – Ondersteuning van innovatie (Fieldlabs) – Structuurversterking (‘kavelruil’) – Meer vergoeding voor groenblauwe diensten, met name Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) – Ruimte voor verbreding
Algemene structurerende principes 1. Landschappen als basis 2. Opgaven combineren 3. Stad-land relatie versterken
Landbouw
Klimaat
Duurzaam, toekomstgericht en rendabel
Vermindering uitstoot broeikasgassen
Landbouw
16. Perspectief voor landbouw We werken aan doelsturing, zetten ons in voor een rendabele bedrijfsvoering en een oplossing voor de PAS-melders en interimmers.
4
– Doelsturing (Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw) – Rendabele bedrijfsvoering via ‘ondernemersprogramma landbouw’ – Inzet op innovatie – Grondstrategie voor toekomstbestendige landbouw
1 I c
1 D p
1 I w
1 B h
1 W h
1 W l d
K Figuur 1. Overzicht van de structurerende principes verdeeld over de vier UPLG-thema’s
1 N v v
Landbouw
Natuur 9. Herstel natuur in Natura 2000-gebieden Natuurdoelanalyses en adviezen van de Ecologische Autoriteit zijn kaderstellend voor maatregelen in en rondom Natura 2000-gebieden. 10. Overgangsgebieden rond Natura 2000-gebieden In overgangsgebieden rond Natura 2000-gebieden nemen we maat regelen op het gebied van ecologische verbindingen, het watersysteem, natuuromvang en stikstof. 11. Generieke normering stikstof Doelsturing moet de uitstoot van grondgebonden bedrijven omlaag brengen. Boeren krijgen eerst ruimte om dit zelf te bereiken. Als na enkele jaren blijkt dat de daling onvoldoende is, dan gaat in 2035 een norm gelden van 40-42kg ammoniakuitstoot per hectare per jaar. Voor niet-grondgebonden bedrijven komt er een emissieplafond per dierplaats. 12. Gebiedsgerichte stikstofreductie In en rondom (zone van 250 meter) stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden gelden mestbeperkingen. Via een maatwerkaanpak verminderen we de stalemissies nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit kan ook buiten de 250 meter zone het geval zijn. 13. Realisatie indicatieve arealen Vogel- en Habitatrichtlijn Benodigde nieuwe (agrarische) natuurgebieden vanuit de Vogel- en Habitat richtlijn (VHR) combineren we waar mogelijk met andere opgaven. Voor het behalen van de natuurdoelstellingen zijn ‘essentiële percelen natuur’ aangewezen. 14.
Kwaliteitsverbetering van bestaande natuur We richten ons op kwaliteitsverbetering van plant- en diersoorten en hun leefgebieden. Daarnaast werken we aan herstel van de bossen op de Heuvelrug. 15. Biodiversiteit in agrarisch gebied We werken aan uitbreiding van het areaal waar natuur- en landschapsbeheer wordt uitgevoerd en aan uitbreiding van groenblauwe dooradering en agroforestry.
Klimaat 17. Vermindering uitstoot broeikasgassen uit veenbodems In aansluiting op de Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse veenweiden (2022) richten we ons op het verhogen van de grondwaterstand in de zomer tot gemiddeld 40 centimeter.
Het behoud van een vitale landbouwsector vinden we als provincie essentieel. De landbouw is een onmisbare partner bij het produceren van voedsel en het verbeteren van de kwaliteit van het landelijk gebied. Alleen samen met de landbouw kunnen we werken aan de andere drie thema’s uit het UPLG. Daarbij maken we graag gebruik van de kennis, het vakmanschap, de innovatiekracht en de creativiteit van de sector. We willen toekomstbestendig boeren mogelijk maken door agrariërs en plattelandsinitiatieven die bijdragen aan verbetering van natuur, waterkwaliteit en klimaat te faciliteren en te belonen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn de nadruk op eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor ondernemerschap. Zo ontwikkelen we een ‘Ondernemersprogramma Landbouw’ dat helpt bij het maken van individuele keuzes om te komen tot een rendabele en duurzame bedrijfsvoering. Een ander voorbeeld is de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL) die agrariërs door middel van doelsturing en kennisdeling helpt om stappen te zetten richting meer natuurinclusieve kringlooplandbouw. Daarnaast zijn er instrumenten beschikbaar om de verdeling in grondbezit te herschikken en om herwaardering van grond te realiseren. Een groep agrariërs die wij specifiek aandacht zullen blijven geven, zijn PAS-melders en interimmers die al jaren buiten hun schuld om zonder geldige vergunning werken.
Er zullen de komende periode meerdere subsidies worden opengesteld en we zijn betrokken bij verschillende pilots. Om de vergunningverlening weer op gang te krijgen, gaan we per 1 januari 2027 bovendien werken met een doel voorschriftenvergunning. Dat is een vergunning die zich richt op ‘output’ (zoals uitstootbeperking van ammoniak) in plaats van ‘middelen’ (zoals stalmaatregelen en aantal dieren).
Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 – samenvatting
5
Natuur We werken in het UPLG op verschillende manieren aan het behoud en herstel van natuur en meer biodiversiteit. Juridisch gezien is het herstellen van de Natura 2000-gebieden het belangrijkst. Door de problematiek in deze gebieden zit de vergunningverlening momenteel immers ‘op slot’. In en rondom Natura 2000-gebieden gaan we daarom aan de slag met systeemherstel. Dit betekent dat we maatregelen willen nemen die de natuurlijke processen in en rondom het gebied herstel len. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het versterken van het bodem- en watersysteem, het onderling verbinden van natuurgebieden en het verlagen van de milieudruk. Dit is maatwerk per Natura 2000-gebied. Daarnaast zetten we in op uitbreiding van het Natuur netwerk Nederland (NNN) en het aanleggen van nieuwe bossen. Ook stimuleren we agroforestry en natuurinclusieve landbouw met kleinschalige land schapselementen en levendige sloten en oevers die als groenblauwe aders door het landschap lopen. In de open polders zal weidevogelbeheer centraal staan. Voor de realisatie van de NNN- en de Natura 2000-doel stellingen is het noodzakelijk dat sommige agrarische percelen van functie veranderen naar natuur. In het Ontwerp-UPLG staat welke percelen wij aanwijzen als ‘essentiële percelen natuur’.
6
Stikstof Voor natuurherstel in de Natura 2000-gebieden is het verlagen van de stikstofuitstoot cruciaal. Daarvoor stellen we een algemene aanpak en een gebiedsaanpak voor. Bij de algemene aanpak sturen we op een provinciale vermindering van de stikstofuitstoot in de landbouw van 46% in 2035 ten opzichte van 2019. Dat willen we op twee manieren realiseren: • Binnen de grondgebonden veehouderij kunnen agrariërs via voer- en managementmaatregelen de ammoniakuitstoot flink beperken. Dit kan gemeten worden via de combinatie van de hoeveelheid ureum in de melk en het aantal uren weidegang. Onder andere de Kringloopwijzer kan helpen bij het monitoren van de voortgang. Als deze aanpak op vrijwillige basis de komende jaren voldoende effect heeft, is het instellen van een algemene emissienorm – van maximaal 40-42 kg ammoniak per hectare per jaar vanaf 2035 – hoogstwaarschijnlijk niet nodig. Een besluit hierover wordt genomen in 2029 op basis van de peiljaren 2026, 2027 en 2028. Mocht dit wel nodig blijken, dan zal deze norm vanaf 1 januari 2030 ingaan. • Voor niet-grondgebonden veehouderij, zoals legkippen, varkens en kalveren, hanteren we een emissienorm per dier in bestaande stallen. Om dit te bereiken, zijn stalinnovaties zoals luchtwassers noodzakelijk.
Water en bodem Voor het thema water en bodem richten we ons in het Ontwerp-UPLG allereerst op schoon water waarbij we te maken hebben met de Europese Kaderrichtlijn Water waar we in 2027 aan moeten voldoen. We verbeteren de waterkwaliteit door minder gebruik te maken van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen en door sloten en oevers meer natuurvriendelijk in te richten en te beheren. Aangezien veel stikstof dichtbij de bron neerdaalt, nemen we binnen de gebiedsaanpak verschillende maatregelen: • We stellen een stikstofzone voor van 250 meter rondom zes van de negen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (het Habitatrichtlijndeel). Agrariërs mogen in deze zone slechts beperkt mest uitrijden en geen kunstmest gebruiken. Het betreft de volgende zes Natura 2000-gebieden: Binnenveld, Botshol, Lingegebied & Diefdijk Zuid, Oostelijke Vechtplassen, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Zouweboezem. • Bínnen alle negen stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden (het Habitatrichtlijndeel) mag helemaal niet meer bemest worden, tenzij dit nodig is voor de natuur. • Voor alle negen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden geldt bovendien een maatwerkaanpak stalemissies. Bedrijven met grote stallen en veel vee zullen hun uitstoot verder moeten verlagen. Dit kan ook buiten de stikstofzone van 250 meter het geval zijn.
We houden rekening met het veranderende klimaat door ervoor te zorgen dat we water vast kunnen houden voor tijden van droogte en door ruimte te reserveren voor de opvang van piekbuien. Verder werken we aan de beschikbaarheid van voldoende zoet water. In het ontwerpprogramma staan ook maatregelen waarmee we het grondwatersysteem weer meer in balans willen brengen, onder andere voor de Utrechtse Heuvelrug. Dat wil zeggen dat we op de hogere delen van de Utrechtse Heuvelrug de grondwatervoorraad vergroten door ervoor te zorgen dat meer regenwater in de bodem kan infiltreren en dat dit op de flanken beter kan worden vastgehouden. In de beekdalen werken we aan systeemherstel door de afvoer van water te vertragen en de kwaliteit van het water te verbeteren. Dit doen we in samenhang met het realiseren van de natuuropgaven.
Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 – samenvatting
7
Tot slot streven we naar een vitale bodem. We vinden het belangrijk om agrarische ondernemers en terrein beherende organisaties te ondersteunen bij duurzaam bodembeheer en bodemvitaliteit mee te nemen in de gebiedsprocessen. Een gezonde bodem is beter in staat water vast te houden, is goed voor de natuur en is belangrijk voor de voedselproductie.
Klimaat Klimaatverandering leidt tot meer droogte en grotere wateroverlast. Met als gevolg schade aan de natuur, afname van de biodiversiteit en problemen in de landbouw. Het is en blijft daarom van groot belang om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Ongeveer een derde van de provincie Utrecht bestaat uit veengrond. Door oxidatie van het veen en inklinking van de veenbodem daalt de bodem op veel plekken tussen 2 mm en 10 mm per jaar en vindt er ongewenste uitstoot van koolstofdioxide (CO2) plaats. Om de uitstoot van CO2 te verminderen en de bodemdaling af te remmen, zetten we de aanpak uit de Regionale Veenweiden Strategie Utrechtse Veenweiden uit 2022 voort in het UPLG. Dit betekent dat we doorgaan met de gebiedsgerichte aanpak die zich richt op het verhogen
8
van grondwaterstanden. Op basis van nieuwe weten schappelijke inzichten, voegen we ook kleidek-opveengebieden aan deze opgave toe. Er is echter een behoorlijke versnelling van onze aanpak nodig om de (inter-)nationaal afgesproken klimaatdoelen tijdig te realiseren. In het veenweide gebied streven we daarom naar een gemiddelde grondwaterstand in de zomer van 40 cm onder het maaiveld. We blijven daarbij zoeken naar milieuvriendelijke vormen van waterinfiltratie en naar manieren om ruimtelijk beleid in te zetten om dit doel te bereiken. Dit alles met de belangrijke randvoorwaarde van voldoende beschikbaarheid van zoet water. We realiseren ons dat bovenstaande een vereen voudiging is van de praktijk. Door hoogteverschillen in het landschap kunnen sommige percelen bijvoorbeeld te nat worden. Het is daarom belangrijk hier op gebiedsniveau maatwerk aan te houden. Naast CO2 krijgt ook methaan onze aandacht. We verminderen methaanemissies uit veehouderij door mee te koppelen met andere opgaven en maatregelen, zoals het stimuleren van extensivering, innovatie en doelsturing. Dit gaan we monitoren.
Maatwerk per landschap De diversiteit aan landschappen vormt de basis van het Ontwerp-UPLG. We onderscheiden in Utrecht vijf grote landschappen: het Groene Hart, Eemland, de Utrechtse Heuvelrug, het Kromme Rijngebied en Schalkwijk en de Gelderse Vallei. Door op het niveau van de verschillende landschappen de structurerende principes samen te brengen, kunnen we opgaven en maatregelen elkaar laten ondersteunen en versterken. Niet alle thema’s en bijbehorende structurerende principes spelen overal. Hieronder geven we per landschap aan waar we de focus op aan willen brengen. Op uitvoeringsniveau is dit overigens altijd maatwerk per gebied. Een aantal generieke maatregelen, zoals de maatregelen rondom stikstof, gelden voor alle landschappen en worden niet apart benoemd.
Groene Hart • Verminderen uitstoot broeikasgassen uit (kleidek-op-) veenbodems en afremmen bodemdaling • Beter omgaan met te veel en te weinig water • Verbeteren van de waterkwaliteit • Herstel van de Natura 2000-gebieden • Realisatie nieuwe natuur (NNN) • Versterken en uitbreiden weidevogelgebieden • Versterken en uitbreiden van groenblauwe dooradering • Landbouw meer natuurinclusief en aangepast aan nattere omstandigheden
Eemland
Amersfoort
Groene Hart Utrecht
Nieuwegein
Utrechtse Heuvelrug
Gelderse Vallei
Kromme Rijngebied en Schalkwijk
Figuur 2. Indeling van provincie Utrecht in vijf grote landschappen
Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 – samenvatting
9
Utrechtse Heuvelrug
Eemland
• Hydrologisch systeem bestand maken tegen impact van droogte en wateroverlast • Revitalisering van de bossen en aanleg nieuw bos op de flanken • Herstel van kwelafhankelijke natuur op de flanken • Herstel Natura 2000-gebied Kolland & Overlangbroek en de Rijntakken • Realisatie nieuwe natuur (NNN) op de flanken • Versterken van de groenblauwe dooradering
• Verminderen uitstoot broeikasgassen uit (kleidek-op-) veenbodems • Verbeteren van de waterkwaliteit • Versterken en uitbreiden weidevogelgebieden • Versterken en uitbreiden groenblauwe dooradering • Landbouw meer natuurinclusief en aangepast aan nattere omstandigheden
Kromme Rijngebied en Schalkwijk • Behoud van goede landbouwgebied • Verbeteren van de waterkwaliteit • Beter omgaan met te veel en te weinig water • Versterken en uitbreiden van groenblauwe dooradering
Gelderse Vallei • Verduurzaming van de intensieve veehouderij • Beter omgaan met te veel en te weinig water (o.a. zoekgebieden waterberging) • Versterken en uitbreiden groenblauwe dooradering • Herstel van de beekdalsystemen, inclusief realisatie nieuwe natuur (NNN) • Verbeteren van de waterkwaliteit • Herstel Natura 2000-gebied Binnenveld
10
Aan de slag Bij de uitvoering van UPLG willen wij, net als in de afgelopen jaren, zoveel mogelijk gebruik maken van de kracht, kennis, betrokkenheid en energie in een gebied. Daarom zetten we de gebiedsgerichte aanpak voort waarin we werken op basis van openheid, vertrouwen en helderheid over de bewegingsruimte voor het gebied. Door de urgentie van een aantal opgaven is er op sommige onderdelen echter meer sturing noodzakelijk. Hierbij hanteren wij als filosofie ‘strak waar het moet, ruimte geven waar het kan’.
We gaan voor kwaliteit in ons beleid en in de uitvoering. Maar we zijn ook realistisch: het is onmogelijk om overal met alle opgaven direct aan de slag te gaan. Het hoeft ook niet allemaal in één keer klaar te zijn. Voor sommige maatregelen is de termijn kort, andere maatregelen kunnen geleidelijk worden doorgevoerd. En er zijn ook nog maatregelen die verder moeten worden uitgewerkt. Daar hebben we vooral onze medeoverheden hard bij nodig. Met het wegvallen van een deel van de financiering vanuit het Rijk is de lange termijn financiering van het UPLG onzeker. Voor de eerstkomende jaren hebben we als provincie in totaal ongeveer €280 miljoen aan Rijksgeld gekregen voor het uitvoeren van maatregelen. Er is ook een groot aantal bestaande geldstromen die we kunnen gebruiken, zoals voor het Agrarisch Natuuren Landschapsbeheer (ANLb). Ondertussen blijven we bij het Rijk aandringen op het beschikbaar stellen van aanvullende middelen. In het Ontwerp-UPLG benoemen we vier gebieden die prioriteit krijgen wanneer vanuit beperkte middelen keuzes gemaakt moeten worden. Het betreft: • Natura 2000-gebieden met overgangsgebieden • veenweidegebieden • beekdalen • Utrechtse Heuvelrug (inclusief het Langbroeker weteringgebied) Maar ook buiten deze gebieden zijn er volop mogelijk heden om aan de slag te gaan.
Een deel van het geld dat we van het Rijk hebben gekregen voor de UPLGmaatregelpakketten is in de hele provincie inzetbaar. Denk bijvoorbeeld aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL) en groenblauwe dooradering.
Utrecht gaat door Het opstellen van het Ontwerp-UPLG was geen eenvoudig traject. Drie jaar lang is er meegesproken, meegedacht en meebeslist. We hebben goed geluisterd naar zorgen, signalen en verhalen die we hoorden op het erf, in de dorpen en uit de landbouwsector. We hebben heftige emoties gezien en gevoeld op het Provinciehuis, maar bijvoorbeeld ook tijdens de protesten bij Galgenwaard. Die geluiden hebben we niet weggewuifd maar meegewogen. Adviezen zijn meegenomen en, waar mogelijk, verwerkt. Maar we zijn er nog niet. Want als we willen dat het UPLG slaagt, dan moeten we blijven luisteren, blijven uitleggen, en vooral: blijven samenwerken. In Utrecht zijn we trots op onze traditie van samen werken in het landelijk gebied. Samen met partners, maatschappelijke organisaties en medeoverheden hebben we de afgelopen jaren veel bereikt als het gaat om het verbeteren van bijvoorbeeld de waterkwaliteit, uitbreiding van het NNN, de aanleg van groenblauwe dooradering en verduurzaming van de landbouw. Op basis van deze samenwerking willen we met het UPLG ook de volgende stappen zetten en een heldere koers kiezen. Want als de natuur herstelt en de waterkwaliteit verbetert, kunnen we weer vergunningen verlenen om agrariërs perspectief te bieden, wegen en huizen te bouwen en de provincie van het slot te halen. Samen voor een sterk landelijk gebied.
Samen voor een provincie waar huidige en toekomstige generaties goed en gezond kunnen wonen, werken en recreëren.
Het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035 – samenvatting
11
Deel uw visie met ons Deze samenvatting is onderdeel van het Ontwerp-Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). De volledige versie van het Ontwerp-UPLG vindt u op www.provincie-utrecht.nl/uplg. Wilt u uw visie op dit ontwerp met ons delen, dan kan dat tijdens de zienswijzeperiode van 6 januari 2026 tot en met 16 februari 2026 via het Omgevingsloket. Vanaf 6 januari zal de link naar de betreffende pagina binnen het Omgevingsloket op bovenstaande webpagina worden gepubliceerd. Onderdelen van het UPLG zullen juridisch geborgd worden in de gewijzigde Omgevingsvisie en Omgevingsverordening waarvan de ontwerpwijzigingen gelijktijdig met het Ontwerp-UPLG ter inzage liggen. U hebt hierbij de mogelijkheid om één gecombineerde zienswijze in te dienen. U dient zicht daarbij te baseren op de versie van de drie ontwerpen die te zijner tijd in het Omgevingsloket worden gepubliceerd; dat is de rechtsgeldige versie. Na afronding van de zienswijzeprocedures, komt de provincie met een reactie. Het UPLG zal vervolgens in de loop van 2026 door Gedeputeerde Staten worden vastgesteld en de gewijzigde Omgevingsvisie en -verordening door Provinciale Staten.