RPLG Groeidocument wensen en bedenkingen
Tekst van het document
REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED REGIO FOODVALLEY Groeidocument: Deel 1: 95% / Deel 2: 8 5% / Deel 3: 15%
Status van dit document: Groeidocument dat voor ‘wensen en bedenkingen’ wordt voorgelegd aan gemeenteraden van Regio Foodvalley
Na het opstellen van de contourennotitie (september 2022) zijn we gestart met de verdere uitwerking in 3 delen: Waarom, Hoe en Wat. In november is hiervoor een werkatelier gehouden met veel stakeholders. In februari heeft een groot aantal stakeholders feedback geleverd op het Groeidocument, wat in deze versie is verwerkt. Bovenstaande percentages geven een indruk van de uitwerking. Het is dus zeker nog niet klaar. Toch leggen we het groeidocument voor, omdat het belangrijk is dat gemeenteraden kennisnemen van de voortgang én zich kunnen uitspreken over de ingeslagen weg.
30 maart 2023
VOORAF Voor u ligt het groeidocument van het regionaal perspectief voor het landelijk gebied (RPLG) van de Regio Foodvalley (RFV). Een perspectief dat urgent en belangrijk is. Met het Nationaal Programma Landelijk gebied als integrerend instrument staan we aan de vooravond van enorme veranderingen in ons landelijk gebied. En met de dwingende wet- en regelgeving vanuit Europa en de Rijksoverheid is daar relatief weinig tijd voor. De gewenste doelen voor stikstof in 2030 of 2035 en de einddatum voor de Kader Richtlijn Water in 2027 zijn de bekendste voorbeelden. Daar komen de doelen voor CO2reductie (2030), klimaatadaptatie en biodiversiteit bovenop. Ook heeft het Rijk vooruitlopend op deze ‘grote verbouwing’ besloten een aanpak voor ‘piekbelasters’ uit te rollen (LBV+-regeling). Die aanpak is naar verwachting van toepassing op honderden, voornamelijk agrarische, bedrijven in Regio Foodvalley en zal daardoor de komende 1-2 jaar een enorme impact hebben op het gebied. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied wordt op dit moment (voorjaar 2023) door de provincies Gelderland en Utrecht uitgewerkt in provinciale Programma’s voor het landelijk gebied. Daarnaast maken de provincies in opdracht van het rijk een “ruimtelijk voorstel”. Daarin komen alle ontwikkelingen in het gebied samen.
Dat gaat over de samenloop van de verstedelijkingsstrategieën (woningbouw, bedrijven, mobiliteit), de regionale energiestrategieën (RES) én de toekomstontwikkeling van het landelijk gebied. Hoe de beide provincies dit uitwerken is van belang voor Regio Foodvalley, omdat dit samenwerkingsverband bestaat uit 3 gemeenten die in provincie Utrecht vallen en 5 gemeenten in de provincie Gelderland. Vanuit Gelderland wordt gewerkt aan regioarrangementen. Utrecht kent ook een aanpak via regio’s, maar hoe dat precies voor Regio Foodvalley zal gaan, wordt nog besproken. Het document dat voor u ligt is een Groeidocument van het regionale perspectief op het landelijk gebied van de Regio Foodvalley (RPLG). Hierin leest u de koers die RFV voorstaat voor de ontwikkeling van ons landelijk gebied, wat daarmee ook onze input is voor de nationale en provinciale plannen. Het vormt wat ons betreft een belangrijke bouwsteen voor zowel de provinciale programma’s voor het landelijk gebied als de ruimtelijke voorstellen (i.c. het regioarrangement). Het document start met de aanleiding van dit perspectief (Waarom), en welke ontwikkelingen we daarbij voor ogen hebben (Hoe). Het laatste hoofdstuk gaat over wat dit betekent voor de regio (Wat).
Doordat deel 1 en 2 bredere perspectieven op de gewenste ontwikkelingen bevatten en deel 3 (de Wat) nog niet is geconcretiseerd, kan het document de indruk wekken dat alles nog mogelijk is. Maar dit is zeer zeker niet het geval, omdat de concrete (rijks-)doelen forse beperkingen zullen geven t.o.v. de huidige situatie. Het RPLG is nog niet af, maar het is belangrijk dat de gemeenteraden nu kennis nemen van dit groeidocument en gelegenheid krijgen om wensen en bedenkingen mee te geven op de ingezette koers. Het gaat immers om ontwikkelingen met impact voor iedereen in het landelijk gebied. Het raakt onze (gezins-) bedrijven en daarmee onze lokale economie. Gezamenlijk zal een andere koers moeten worden ingezet en dit vergt grote betrokkenheid van gemeenten en alle andere betrokken stakeholders, zodat we samen een gedragen koers uitwerken en iedereen zich waar mogelijk tijdig kan voorbereiden op te maken keuzes. Parallel aan het proces van de gemeentelijke wensen en bedenkingenronde, zetten we de komende maanden de volgende stap naar wat dit concreet betekent voor de regio (deel 3). Welke maatregelen en keuzes zijn nodig om dit perspectief te realiseren en waar gaan deze landen? Welk beleid willen we daarvoor? Welke rol nemen gemeenten? Wat is nodig van andere partijen?, van medeoverheden, ketenpartijen, ondernemers en inwoners.
Samen willen we zo de puzzelstukken leggen, die richting geven aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied van Regio Foodvalley. Daarmee streven we als regio naar duidelijkheid, voor zowel de agrarische sector, het natuurlijk systeem, als de woningbouw en de industrie. 2
INHOUD VOORAF
2
INHOUD
3
INLEIDING: BELANG VAN EEN PERSPECTIEF
4
1.
WAAROM DOEN WE DIT? ONZE WAARDEN
6
2.
HOE WILLEN WE PERSPECTIEF ONTWIKKELEN
8
2.1 opgaven uit de contourennotitie
2.2.
2.3.
9
2.1.1.
Balans in het natuurlijk systeem
9
2.1.2.
Balans in het voedselsysteem
11
uitgangspunten uit de contourennotitie
12
2.2.1.
Het bodem- en watersysteem is leidend
12
2.2.2.
Natuurkwaliteit en gezonde leefomgeving als randvoorwaarde
12
2.2.3.
De identiteit van het gebied wordt behouden en versterkt
13
2.2.4.
Economische en sociale vitaliteit met meervoudig ruimtegebruik
13
2.2.5.
De regio is een topregio voor toekomstbestendige voedselproductie
13
Ontwikkellijnen
15
2.3.1.
Lijn 1: Het bodem en watersysteem brengen we in balans
16
2.3.2.
Lijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving
18
2.3.3.
Lijn 3: Een natuurlijk landschap dat verbindt
22
3.
WAT IS ER NODIG?
26
3.1. 3.2.
Inhoudelijk proces uitwerking gemeentelijke sturing en succesvoorwaarden
26 28
3.2.1.
Sturingsfilosofie
28
3.2.2.
Vraagstukken en keuzes voor gemeenten
29
3.2.3.
Voorwaarden voor succes
31
3
INLEIDING: BELANG VAN EEN PERSPECTIEF De stapeling van grote maatschappelijke opgaven leidt tot onzekerheid over de sociaaleconomische en -culturele vitaliteit van ons regionaal landelijk gebied. Ons regionaal perspectief is erop gericht om meer zekerheid te bieden voor iedereen die woont, werkt en recreëert in ons landelijk gebied. Perspectief betekent dat we als regio antwoord hebben op vragen als: wat kan er wél, wat kan waar en hoe kan het? Welke ontwikkelingen passen bij een gezonde toekomst van het landelijk gebied met rendabele voedselproductie? Welke instrumenten gaan we inzetten om die stappen die daartoe worden gezet te ondersteunen en mogelijk te maken? Om zo’n toekomst waar te maken passen we het landschap en onze manieren van wonen, werken en verplaatsen aan. Voor het landschap hebben we te maken met de uitstoot van o.a. fijnstof, stikstof, de energietransitie die ruimte vraagt, het verbeteren van de waterkwaliteit en het waterbergend vermogen, de bodemkwaliteit en het herstellen van de biodiversiteit. Dat willen we doen in een vitaal platteland in een leefbare omgeving met meer nieuw te bouwen woningen in een gezonde en groene leefomgeving, aandacht voor mobiliteit en bereikbaarheid, en rekening houdend met de behoefte aan duurzame voedselproductie en goede natuurbeleving.
Status en positie van het RPLG In het RPLG maken we als regio de verbinding tussen het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Programma’s Landelijk Gebied van Utrecht en Gelderland enerzijds en het gemeentelijk beleid anderzijds. Het RPLG is daarmee onze regionale visie én aanpak van de opgaven en doelen die de provincies in afstemming met het Rijk vastleggen. Beide provincies en het Rijk met andere betrokken stakeholders worden daarom betrokken bij de uitwerking van het RPLG. Hoe we dat doen ontdekken we gaandeweg, en is op dit moment (februari 2023) nog onderwerp van gesprekken en zal in de loop van 2023 steeds duidelijker worden. In het RPLG maken de acht gemeenten van de Regio Foodvalley in afstemming met provincies Gelderland en Utrecht en waterschap Vallei & Veluwe en binnen de kaders van de gebiedsprogramma’s, afspraken over een gezamenlijk regionaal perspectief. Het RPLG wordt uiteindelijk vastgesteld door de acht gemeenteraden, voordat het verwerkt kan worden in het gemeentelijk beleid. Het vormt daarmee vervolgens ook de basis voor gebiedsplannen die opgesteld worden in gebiedsprocessen in deelgebieden in RFV.
Opbouw van het RPLG Het RPLG bestaat uit drie delen (fig. 1): 1) Waarom werken we aan perspectief? 2) Hoe vullen we dat perspectief in? 3) Wat is er nodig om dat perspectief met elkaar te realiseren? Fig. 1: De 3 delen van het RPLG
4
1.Waarom werken we als regio aan een perspectief voor het landelijk gebied? In hoofdstuk 1 lees je een waarden gedreven verhaal, dat het belang van verbindende taal in deze tijd van onzekerheid en veranderingen onder de aandacht brengt. Wat kenmerkt onze regio? Waarom doen we dit als regio gezamenlijk? 2. Hoe vullen we dat perspectief in en gaan we beweging houden en krijgen? Dit doen we via ontwikkellijnen. Met daarbij inzicht in wie waaraan kan bijdragen en op welke manieren. Hier komen ook de doelen van het Rijk en de provincies in te staan. Dit wordt beschreven in hoofdstuk 2. Op basis van de opgaven en uitgangspunten uit de Contourennotitie (paragraaf 2.1 en 2.2) zijn er brede ontwikkellijnen beschreven, waar integraal vanuit meerdere sectoren aan wordt bijgedragen. 3. Wat hebben we als ondernemers, overheid en organisaties in praktische zin nodig om dit perspectief concreet te maken, hierin samen sterk op te trekken en met elkaar te leren? Hoe kunnen we bestaande positieve ontwikkelingen kracht bij zetten? Kortom, hoe realiseren we het RPLG? In hoofdstuk 3 vind je de uitwerking in doelen, maatregelen, regelingen en projecten etc.
5
1.WAAROM DOEN WE DIT? ONZE WAARDEN Een perspectief voor het landelijk gebied begint bij gedeelde waarden: waar staan we voor, wat vinden we belangrijk en hoe willen we met elkaar en met onze omgeving omgaan? Dit deel van het RPLG beschrijft drie waarden die het fundament vormen van ons regionaal perspectief landelijk gebied. Uiteindelijk willen wij als inwoners, agrariërs, ondernemers en politici de wereld op een goede wijze doorgeven aan de volgende generaties en tegelijkertijd in het hier en nu goed zorgdragen voor onze naasten. Iedereen doet dit op zijn eigen manier. Onze wens is om meer aandacht te hebben voor het delen van waarden, die ons verbinden, waar we groot mee zijn geworden en die we willen doorgeven aan volgende generaties. In dit perspectief willen we in deze regio hoopvol vooruitzien, waarin het kader van de brede welvaart leidend is. Brede welvaart ‘hier en nu’ gaat over de kwaliteit van leven en de omgeving waarin mensen leven. Dit gaat over het ervaren van welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu. Brede welvaart ‘later’ gaat over de sociale, economische, menselijke en natuurlijke hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om tenminste hetzelfde niveau van brede welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie. Dat vraagt andere ontwikkelingen.
Want door de huidige manier van leven staat de verbinding met onze omgeving, tussen mensen onderling en met de natuur onder druk. Bij het ontwikkelen van dit perspectief is de vraag om met elkaar vast te stellen wat ons gezamenlijk belang is, hoe ons dit in beweging brengt en waar we deel van willen uitmaken. Vanuit dit veranderend perspectief kunnen we verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving, ieder op zijn eigen manier, binnen de met elkaar vastgestelde kaders.
Waarde 1: Verantwoordelijkheid nemen en in Vertrouwen ruimte geven Mensen hebben ruimte nodig om te leven en zich te ontwikkelen. Zij maken eigen keuzes en richten het leven en werk in op een manier die bij hem of haar past. Fysieke ruimte is echter schaars in onze regio FV en scherp afgebakend in Nederland. Hoe kunnen we ruimte geven om eigen keuzes te blijven maken in hoe we ondernemen, ondersteunt door systemen en instituties, die onze verantwoordelijkheid stimuleert en elkaar in vertrouwen ruimte biedt? We respecteren elkaars autonomie, zonder gedeelde belangen uit het oog te verliezen. We maken gebruik van de kracht van onze gemeenschappen en onderlinge verbondenheid. Daarbij willen we ruimte geven om te experimenteren en om van fouten te leren. Daarin mogen keuzes met lef worden gemaakt en vernieuwingen doorgevoerd in overheidsorganisaties, bedrijven en andere maatschappelijke organisaties, gericht op een toekomstbestendige, leefbare omgeving, waarin welvaart en welzijn stimuleren voorop staat. Dat wat lokaal geworteld is vraagt om lokale oplossingen. Kortom: overheden stellen kaders die ruimte houden voor creatieve oplossingen. Dat vraagt om onderling vertrouwen en leren van elkaar. Dat vraagt om lef en moed van bestuurders en ambtenaren en om begrip en 6
respect voor elkaars standpunten, om met elkaar ruimte te scheppen voor de mens, het landschap, de ondernemer. Tot slot willen we benadrukken dat het landschap ook ruimte nodig heeft om in perspectief te ontwikkelen. Daarbij zijn gezamenlijke keuzes nodig om de ontwikkeling van het landschap te borgen en initiatieven voor verbetering ruimte te geven en belonen.
Waarde 2: Zorgdragen voor onze omgeving De inwoners van de Regio Foodvalley staan niet los van hun natuurlijk omgeving en het landschap, maar zijn er onderdeel van. Zonder natuur is er geen leven mogelijk. Daarbij geeft gezonde natuur, lokale gemeenschap en een vitaal landschap de inwoners gezond voedsel, zorgt voor energie, rust en ontspanning. Als we weten waar we staan en hoe we ons verhouden tot onze omgeving, dan weten we wat ons te doen staat: we gaan uit van onze relatie met de natuur, en de relaties binnen natuurlijke systemen. Dat kunnen we op verschillende manieren doen. Dat kan door minder in functies en begrenzingen te denken, en te kijken vanuit onderlinge relaties en verbanden. Om de veerkracht van de natuurlijke omgeving te herstellen en in balans te houden is meer evenwicht nodig. Hiervoor is het nodig op allerlei terreinen om de natuurlijke processen te versterken, in een variëteit aan landbouw (gangbaar, biologisch, natuurinclusief, multifunctioneel et cetera) en in de identiteit van het karakter van de dorpen en stedelijke profilering. Zo kunnen we bijdragen aan de omgeving van onze toekomstige generaties.
Waarde 3: Oplossingen bouwen met respect voor verleden en heden De vraagstukken van deze tijd vragen om een brede blik. Maatregelen die de korte termijn overstijgen, en oplossingen die recht doen aan verleden én toekomst. We bouwen voort op wat er in eeuwen is ontwikkeld. En dat wat we gestart zijn en ten goede komt aan de gewenste ontwikkelingen, zetten we door. We zorgen dat we in verbinding blijven met ons verleden, door elkaars blik op de geschiedenis te delen, daarvan te leren en te respecteren. We durven ver vooruit te kijken, 2040 en waar nodig en behulpzaam daar voorbij. We hebben oog voor effecten op lange termijn en laten deze zwaar meewegen in de keuzes die we maken. Want we willen dat de generaties na ons hier ook gezond en plezierig kunnen leven. Zo gaan we met respect voor ons verleden de uitdagingen van deze tijd aan met openheid en nieuwsgierigheid naar de toekomst.
7
2. HOE WILLEN WE PERSPECTIEF ONTWIKKELEN Met als basis de brede bedding van gekozen waarden die in hoofdstuk 1 zijn beschreven, kijken we verder naar hoe de verschillende componenten van onze natuur, economie en maatschappij met elkaar zijn verbonden. Wanneer het voedselsysteem en het natuurlijk systeem elkaar versterken ligt er een basis voor een vitaal en toekomstbestendig platteland. Dat is ons doel. Om daar te komen is het nodig om de balans terug te brengen tussen de verschillende functies in het natuurlijk systeem. Daarbij is de draagkracht van het natuurlijk systeem mede bepalend voor de draaglast van ons menselijk gebruik van de natuur In de contourennotitie van september 2022 zijn de belangrijkste opgaven en uitgangspunten beschreven. Deze worden hieronder (paragraaf 2.1 en 2.2) kort herhaald om inzichtelijk te maken hoe deze vervolgens zijn verwerkt in de ontwikkellijnen (paragraaf 2.3) die het RPLG richting geven. Kenmerken en belang van de agrifoodsector Regio Foodvalley is trots op haar agrifood sector, waarin alle partijen in de keten samenwerken aan onze toonaangevende rol in de Nederlandse voedselproductie. De landbouw bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van ons landelijk gebied. Boerenbedrijven hebben een rol in het behoud van de leefbaarheid van het buitengebied.
Vooral de grondgebonden landbouw vervult de rol van gastheer en beheerder van het landschap en is zo medebepalend voor kwaliteit van ons landschap. Kijkend naar de cijfers van de regio1 in 2020 kenmerkt de regio zich in vergelijking met Nederland doordat het in oppervlak relatief veel grasland en mais en relatief weinig akkerbouw gewassen heeft. In aantallen bedrijven vormen de melkveehouderij en de kalverhouderij de grootste sectoren. In aantallen dieren zijn, haast vanzelfsprekend gezien de diersoort, de leghennen en vleeskuikens de meest voorkomende diersoort in het gebied. Opvallend is dat in Regio Foodvalley bijna 30% van het aantal vleeskalverbedrijven van Nederland aanwezig is, in de pluimveesector is dat ongeveer 20%. Melkveebedrijven, vleeskalverbedrijven en overige graasdierbedrijven omvatten gezamenlijk ongeveer 60% van het totaal aan land- en tuinbouwbedrijven (ieder ~20%). De meerderheid van de bedrijven (60%) valt in de categorie ‘zeer klein’ of ‘klein’. In de regio is 10% van de agrarische bedrijven biologisch. Dit is meer dan driemaal zoveel als landelijk (3%), wat vooral wordt bepaald door het hoge aandeel biologische legkippenbedrijven. Verbredingsactiviteiten zoals verkoop aan huis, stalling, boerderij-educatie en loonwerk nemen de laatste jaren verder toe. Iets minder dan 10% van de bedrijven zetten (een deel van) hun producten af via een korte keten.
Het grootste deel hiervan (30%) is een pluimveebedrijf. De agrifoodsector is van groot economisch belang voor de regio. In 2020 omvatte het agrocomplex van de Regio Foodvalley een bruto toegevoegde waarde (TGW) van 1,69 miljard euro.2 Dit is 12,9% van de totale bruto TGW van de Regio Foodvalley. Landelijk is dit 7,2%. In Regio Foodvalley was binnen het agrocomplex de toelevering en verwerking de grootste deelsector (40,1%). Ook de groothandel was een grote deelsector (36,1%). Hierna volgden de primaire productie (14,9%) en onderzoek en onderwijs (8,8%). Het aantal banen in het agrocomplex geeft hetzelfde beeld: in Regio Foodvalley was in 2021 het aandeel 13,8% van het totaal aantal banen, waar dat in heel Gelderland en in Nederland respectievelijk 8,1% en 6,5% was. Daarbij is van belang dat de groei van het aantal
1
Deze gegevens komen uit de Landbouwstructuuranalyse (WUR Nota 2022-050), waarin naast de Regio Foodvalley ook gemeenten Bunschoten, Leusden, Putten en Woudenberg zijn meegenomen. CBS-data zijn van 2020. 2 Cijfers komen uit de Agrofood monitor Regio Foodvalley (CHE rapport 2023).
8
banen in Regio Foodvalley in de periode 2012 tot en met 2021 maar liefst 16% is, waar die groei zowel in Gelderland als in heel Nederland ongeveer 8% bedraagt. Via de samenwerking met regionale onderwijsinstellingen draagt het agrocomplex bij aan kennisontwikkeling over voedselproductie, gezondheid van mens en dier en onze leefomgeving. Die kennis is een belangrijk exportproduct van Nederland. De aanwezigheid van onze innovatieve agrifoodsector is van groot belang voor de bestaande kennisclusters waarin wetenschap en praktijk elkaar verrijken. In de huidige geopolitieke situatie wordt steeds duidelijker dat de agrifoodsector ook een grote rol speelt in het internationale voedselsysteem en dat zelfvoorzienendheid m.b.t. de voedselzekerheid belangrijk is. De kennis en innovaties van de Nederlandse agrifoodsector hebben geleid tot een hoge kwaliteit en kwantiteit van voedselproductie, met hoge standaarden voor dierenwelzijn en een relatief lage footprint. In de behoefte aan strategische autonomie speelt de export van onze producten en kennis een grote rol, maar ook het zoeken naar minder afhankelijkheid van ‘input’ van elders in de wereld.
2.1 OPGAVEN UIT DE CONTOURENNOTITIE 2.1.1. Balans in het natuurlijk systeem Het natuurlijke systeem is meer dan alleen de planten en dieren die we om ons heen kunnen zien: het zijn ook de bodem, het water en onze lucht. Door de aard en intensiteit van verschillende functies 3 is het natuurlijk systeem nu uit balans.4 Bestaande functies kunnen zich niet verder ontwikkelen of moeten zelfs een stapje terug doen. Voor nieuwe ontwikkelingen is geen of zeer beperkte ruimte zonder dat dit ten koste gaat van het natuurlijk systeem. Een natuurlijk systeem dat in balans is, biedt op lange termijn een duurzaam perspectief voor verschillende activiteiten. Daarmee vormt het natuurlijk systeem ook de basis voor een sociaaleconomisch en maatschappelijk vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied met balans tussen voedselproductie, recreatie en andere activiteiten en functies. Kijkend naar het N2000-beheerplan van de Veluwe5 zijn de belangrijkste factoren die een goede instandhouding van het natuurlijk systeem in de regio kunnen schaden of in de weg staan, een combinatie van de volgende zaken: • Ontbreken van of onzorgvuldig beheer (inclusief begrazing): wat kan zorgen tot verdwijnen van soorten en afname van de algehele kwaliteit.
• Verzuring en vermesting: wat kan zorgen voor een onbalans in het aanbod van voedingsstoffen waardoor er in van nature voedselarme natuurgebieden verlies van planten, bomen (en dieren die hiervan afhankelijk zijn) kan plaatsvinden. • Verdroging: waar door minder (of slechter) kwelwater en grondwaterstandverlaging de natuurkwaliteit in natte natuurgebieden als beken kan verslechteren. • Verstoring: waar andere functies als wonen, werken, vervoer en recreatie verstoring voor met name dieren kunnen creëren door gebrek aan rust.
3
Recreatiedruk, woningbehoefte, energietransitie, landbouw, mobiliteit etc. Wat is dat eigenlijk, ‘balans’? Een systeem is in balans als de verschillende, van elkaar afhankelijke elementen zich zodanig tot elkaar verhouden dat het systeem zichzelf gezond kan houden. Zo kan het systeem tegen een stootje en kan het zich ontwikkelen. Net zolang tot weer een nieuwe balans ontstaat. 5 Bron: Provincie Gelderland 2018: Beheerplan Natura 2000 Veluwe (057) 4
9
•
Verlies van ruimtelijke samenhang: waar door veel kleine gefragmenteerde stukken natuur kunnen soorten geen duurzaam leven opbouwen.
De opgave om het systeem in balans te krijgen bestaat uit twee delen: balans in het bodem- en watersysteem en het herstellen van biodiversiteit. In Europese wetgeving (zie kader hieronder) zijn de normen van een draagkrachtig systeem vastgelegd. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. In het van akkoord van Parijs staan de klimaatdoelen voor broeikasgassen. We vertalen de Europese, landelijke en provinciale doelen naar regionale opgaven. Uitgaande van deze (inter-)nationale verplichtingen zorgen we dat de draagkracht van het natuurlijk systeem leidend wordt voor de multifunctionele inrichting en gebruik van het landelijk gebied. Daarbij werken we voortdurend aan herstel van biodiversiteit. Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Daar zullen we t.z.t. op anticiperen. Voor de opgave voor Regio Foodvalley hanteren we de doorvertaling naar de provinciale reductiedoelen als leidende opgave (reductie Gelderland: 7.500 ton stikstof / Utrecht: PM).
Een draagkrachtig natuurlijk systeem in wetgeving (bron: NPLG)6 en beleid: Stikstof: In 2030 voldoen 74% van de gevoelige N2000-gebieden aan de Kritische Depositie Waarde. Fijnstof: we spannen ons in om in 2030 50% gezondheidswinst gerealiseerd te hebben t.o.v. 2016; Water: In 2027 voldoen we aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (kwantiteit en kwaliteit), nitraatrichtlijn, Energie: in 2030 zijn er 55% minder broeikasgasemissies waaronder methaan en CO2 t.o.v. 1990; we zijn klimaatneutraal in 2050. Natuur en biodiversiteit: In 2030 zijn 70% van de Vogel- en Habitat Richtlijn condities op orde; opgaven Natura2000; Bossenstrategie; Opgaven NNN en groene contour; in 2050 is er 10% Groenblauwe dooradering en een goede Basis Kwaliteit Natuur in het landelijk gebied
Dit zijn enorme opgaven, juist ook voor de Regio Foodvalley. Dit vergt zeer forse reducties van emissies van ammoniak doordat relatief veel agrarische bedrijven dichtbij de Veluwe liggen. De grote dichtheid van agrarische bedrijven maakt ook de opgave van fijnstofreductie groter dan gemiddeld in Nederland. Het lagenmodel (fig. 2) vormt een goede basis om de draagkracht van het natuurlijk systeem te bepalen. Dit model wordt gebruikt om bij het maken van gebiedsgerichte plannen bodem en water in samenhang te bezien. Om keuzes te kunnen maken over de balans tussen draagkracht en draaglast - ons gebruik van de omgeving - moeten we kijken naar het landgebruik én de ondergrond. Dit betekent niet dat overal hetzelfde moet gebeuren. Wel dat overheden dezelfde afwegingsprincipes hanteren om tot een evenwichtige keuze te komen. Voor een omgevingsinclusieve benadering gelden de afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 6
3 Fig. 2: Op waterbasis - Deltares
Voor een volledig overzicht zie de bijlage van de startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
10
3. Afwentelen wordt voorkomen waarbij de lagenbenadering een hulpmiddel is;
2.1.2. Balans in het voedselsysteem Een belangrijk uitgangspunt is dat de voedselproductie moet passen in de ontwikkeling naar een balans tussen het natuurlijke en het sociaal-maatschappelijk systeem. Hiervoor is een ontwikkeling naar een gezonde en circulaire voedselproductie met op een passende schaalniveau gesloten kringlopen, zonder verliezen naar bodem, water of lucht noodzakelijk. Zo ontstaat evenwicht in de wijze waarop het voedselsysteem en natuurlijk systeem op elkaar ingrijpen.
Belangrijkste elementen in het voedselsysteem Het voedselsysteem omvat alle elementen die samenhangen met productie, verwerking en consumptie van voedsel. Het gaat niet alleen om de productiefactoren als grond, arbeid en kapitaal maar ook om de consumptie, de grondstoffen en reststromen (vrijkomende materialen en stoffen), de direct en indirect gerelateerde bedrijvigheid, foodindustrie, de supermarkten, banken, kennis- en innovatiesector en de culturele- en maatschappelijke elementen die met het systeem samenhangen. Alle ketenpartijen in de agrifoodsector zijn onderdeel van het voedselsysteem, dat de regio ver overstijgt.
Op allerlei manieren blijkt dat het voedselsysteem nu uit balans is. We zien dat: • er een economische onbalans in het voedselsysteem is; om te voldoen aan maatschappelijke doelen (dierenwelzijn, emissiereductie) zijn al forse investeringen gedaan en zijn verdere investeringen noodzakelijk, ook t.b.v. extensivering, landschap en het sluiten van kringlopen. Maar tot op heden kunnen die kosten niet of nauwelijks in de opbrengst per eenheid terugverdiend worden, anders dan door schaalvergroting. De verdiencapaciteit van veel agrarische bedrijven in relatie tot de maatschappelijke doelen staat hierdoor onder druk. • onze manieren van consumeren en produceren uit balans zijn met de draagkracht van de natuur en de kwaliteit van de leefomgeving; • het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij onder druk staat door zorgen over onder meer zoönosen en dierenwelzijn; • er een sociaal-economische en -maatschappelijke disbalans dreigt door de mogelijk forse toename aan veehouderij bedrijven die omvormen of stoppen in het kader van de aanpak stikstof. Door het voedselsysteem in balans te brengen creëren we een landschap waar ondernemers (waaronder agrariërs) toekomstbestendig kunnen ondernemen, gewaardeerd worden en een goede beloning krijgen. Zo behouden we de werkgelegenheid en de bredere economische betekenis van de kennis producerende agrifoodketen in de regio.
De landbouw blijft een belangrijke drager van het landschap en er komt ook ruimte voor andere functies en activiteiten.
11
2.2. UITGANGSPUNTEN UIT DE CONTOURENNOTITIE We willen de draagkracht van het natuurlijk systeem en de balans in het voedselsysteem herstellen. Dat doen we op basis van de onderstaande vijf uitgangspunten. Deze vormen de basis van de drie ontwikkellijnen naar een ecologisch, economisch en sociaal-maatschappelijk toekomstbeeld van ons landelijk gebied die we in de volgende paragraaf beschrijven. Soms kunnen de uitgangspunten met elkaar botsen. In dat geval bepalen we gedurende de ontwikkeling van dit groeidocument in overleg de prioriteiten. De ontwikkellijnen, die een uitwerking zijn van deze uitgangspunten, worden in de volgende paragraaf toegelicht. De uitgangspunten zijn: 1. Het bodem- en watersysteem is leidend; 2. Goede natuurkwaliteit en een gezonde leefomgeving zijn een randvoorwaarde; 3. De identiteit van het gebied staat centraal; 4. We maken meervoudig ruimtegebruik mogelijk voor economische en sociale vitaliteit; 5. De regio is een topregio voor toekomstbestendige voedselproductie.
2.2.1. Het bodem- en watersysteem is leidend De draagkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem zijn leidend bij de ruimtelijke inrichting van onze regio. De bron- en stroomgebieden van onze beken en de sponswerking van de bodem spelen hierbij een belangrijke rol. Deze keuze betekent dat we bodem en water zien als vertrekpunt op basis waarvan we met gebruik van natuurlijke processen, een toekomstbestendige leefomgeving creëren. Naast de waterkwantiteit is ook de waterkwaliteit van belang. De bescherming van de drinkwatervoorraden vraagt hierbij extra aandacht. Het is het onderzoeken waard hoe kringlooplandbouw en drinkwaterbescherming hand in hand kunnen gaan. Door de hoge nitraatconcentraties is het water nu vaak erg voedselrijk. Hierdoor domineren enkele planten- en diersoorten. Deze monoculturen zijn te weinig veerkrachtig om sterke wisselingen in omstandigheden zoals hitte, atmosferische depositie, droogte of piekbuien en dergelijke aan te kunnen. Door inspanningen van de laatste decennia is de waterkwaliteit verbeterd, maar deze is nog niet voldoende. Wij willen bij voorkeur wegblijven bij generieke afstandscriteria en inzetten op passende vormen van landgebruik op basis van goed onderbouwde effecten op de waterkwaliteit (meten en monitoren).
2.2.2. Natuurkwaliteit en gezonde leefomgeving als randvoorwaarde Biodiversiteit is een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving en gezonde voedselproductie. Daarom streven we voor de regio naast naar herstel en instandhouding van natuurgebieden (N2000 en het natuurnetwerk GNN/NNN) naar een minimale Basiskwaliteit Natuur7 (BKN) in de hele regio. Deze basiskwaliteit is het minimum aan algemene soorten wat nodig is om de soortenrijkdom niet verder af te laten nemen. Per type gebied geven we aan welke kwaliteit we nastreven. Ook geeft de BKN aan op welke plekken we landschap, biodiversiteit en natuur moeten versterken om het natuurlijke systeem te herstellen, zowel in de stad als daarbuiten. Zo kunnen we bepalen welke functies wenselijk zijn op welke plaats op basis van de draagkracht van de natuur. Bijvoorbeeld waar we vanwege nabijheid van natuur maximale natuurinclusieve landbouw nastreven. De BKN wordt één van de fundamenten voor de ruimtelijke inrichting van onze regio.
7
De Basiskwaliteit Natuur is op orde als de voor dat landschap karakteristieke en algemene soorten algemeen zijn en blijven. De bepalende factoren daarbij zijn het milieu, de inrichting en het beheer en gebruik. Deze factoren moeten aan minimum vereisten voldoen om de Basiskwaliteit duurzaam te garanderen.
12
2.2.3. De identiteit van het gebied wordt behouden en versterkt In onze regio is een grote variatie aan bijzondere landschappen te vinden. Deze variatie is op veel plaatsen historisch gebaseerd op de variatie in de bodem. Uiteindelijk heeft het gebruik ook geleid tot sociaal-maatschappelijke en landschappelijke identiteit. De agrifoodsector is een steeds grotere rol gaan vervullen en is daarmee een belangrijke drager van de identiteit van het gebied geworden. Met ‘identiteit’ bedoelen we hier (de geschiedenis van) het landschap en het gebruik daarvan, maar ook de manier waarop het landschap van invloed is op de mensen die er wonen. We willen de identiteit van ons landelijk gebied behouden en versterken. De ruimtelijke uitdagingen die op ons af komen kunnen we benutten om de waarde van die identiteit voor mensen te borgen. Gebiedsprocessen, zoals in het Binnenveld en het Veenhuizerveld, zijn hierbij een belangrijk middel. Voor nieuwe functies (wonen, zorg, economisch, recreatie) geldt: “ja, mits het past bij/bijdraagt aan de identiteit van de regio”. Dat geldt landschappelijk en sociaal/maatschappelijk.
2.2.4. Economische en sociale vitaliteit met meervoudig ruimtegebruik Het in balans brengen van het voedselsysteem gaat onder andere over het verduurzamen van de landbouw. Dit is een combinatie van ecologische, economische en maatschappelijke aspecten, bijvoorbeeld door te sturen op biologische landbouw rond drinkwaterwinningen. Tegelijk liggen er vragen vanuit nieuwe functies: recreatie, kennisontwikkeling, energie en ook wonen en werken. Deze ontwikkelingen kunnen elkaar versterken. De financiële haalbaarheid is randvoorwaarde voor een duurzame toekomst. We delen deze gezamenlijke zoektocht naar nieuwe verdienmodellen. Hierbij zoeken we ook de balans met andere opgaven in de regio zoals verstedelijking en de regionale energiestrategieën (RES). Dit leidt tot een meer diverse ruimtelijke inrichting. Kijkend naar de RES kun je denken aan de rol van ondernemers in diverse sectoren (waaronder bijvoorbeeld de recreatiesector) bij het inzetten van zon op dak. Naast zon op dak zal een deel van het landelijk gebied ook ingezet worden voor de RES-zoekgebieden. Voor de verstedelijkingstrategie liggen belangrijke koppelkansen in het realiseren van de hectares aan recreatief toegankelijk groen. Een voorbeeld hiervan bij ontwikkellijn 3.
2.2.5. De regio is een topregio voor toekomstbestendige voedselproductie Onze regio is een van de topregio’s voor de toekomstbestendige voedselproductie, met name voor de koppeling stad-land en innovatie door duurzame, slim-technologische oplossingen. Daarnaast werken we aan de transitie naar kringlooplandbouw. Zo kunnen we beperkingen van en voor de agrarische sector omzetten in kansen voor economie, ecologie en samenleving. In onze topregio onderscheiden we twee landbouwpijlers: • De gebouwgebonden voedselproductie. Om die toekomstbestendig te maken werken we onder andere aan circulariteit, emissiereductie, eiwittransitie in food en feed, vertical farming en natuurinclusieve erven; • De grondgebonden landbouw. Toekomstbestendigheid zit hier in het werken aan natuurinclusief zijn, emissiereductie, kringlopen, eiwittransitie in food en feed, meervoudig ruimtegebruik. Beide pijlers kennen eigen uitdagingen, kansen en mogelijkheden voor de doorontwikkeling, en dragen zo bij aan de opgaven van het landelijk gebied. Waar mogelijk werken in de Regio Foodvalley samen op het thema landbouw (zie bijvoorbeeld de Regiodeal Foodvalley). Dit betekent dat we afspraken over de landbouw waar mogelijk in regioverband nemen om versnippering te voorkomen en om het lerende vermogen, kennis en ervaring willen bundelen.
Landelijke afspraken zoals die worden gemaakt in het landbouwakkoord zijn daarbij onmisbaar, wat kán in de regio doen we in de regio. 13
Kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, biologische landbouw ‘Bij kringlooplandbouw komt zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut’. Het gaat hier om een circulair perspectief. (Ministerie van LNV 20218 - Waardevol en verbonden). Voor de melkveehouderij en de akkerbouw worden vaak de termen natuur-inclusieve landbouw en regeneratieve landbouw gebruikt. We zetten hiervoor in op bodems met volop bodemleven, het verbeteren van biodiversiteit door bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer, infiltreren van water en het minder belasten van natuur door minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en residuen van medicijnen in het milieu te verminderen. Biologische landbouw is een productiesysteem dat de gezondheid van bodems, ecosystemen en mensen ondersteunt en in stand houdt. Het is gebaseerd op ecologische processen, biodiversiteit en natuurlijke kringlopen die zijn aangepast aan lokale omstandigheden, in plaats van het gebruik van input met nadelige effecten. Biologische landbouw combineert traditie, innovatie en wetenschap ten voordele van de gezamenlijke leefomgeving en ter bevordering van rechtvaardige relaties en een goede levenskwaliteit voor alle betrokkenen. Biologische landbouw heeft een internationaal erkend keurmerk en monitoringssysteem.
14
2.3. ONTWIKKELLIJNEN Rekening houdend met de opgaven en uitgangspunten van contourennotitie (paragraaf 2.1 en 2.2), geven we hieronder via drie ontwikkellijnen de richting en denkruimte aan waarbinnen we perspectief ontwikkelen en bieden. Hierbij kijken we vanuit ruimtelijk perspectief waar welk gebruik past, en waar niet. Binnen deze ontwikkellijnen gaan we maatregelen en interventies uitwerken (deel 3). Wetende dat de huidige tijd complex en dynamisch is en niet alles zal kunnen. Gedurende de uitwerking verwachten we delen van deel 2 (de ontwikkellijnen) hierop aan te passen, maar de hoofdlijnen zullen blijven staan. De drie ontwikkellijnen waar we mee starten zijn: 1. Het water en bodemsysteem brengen we in balans; 2. Een vruchtbaar landschap in een gezonde omgeving; 3. Een natuurlijk landschap dat verbindt. De prioriteiten, relaties en volgordelijkheid brengen we in de volgende versie van het RPLG met een tijdlijn in beeld. Ook laten we zien wat we doen aan het herstel van natuurlijke processen in bodem, watersystemen, biodiversiteit en input en output van bedrijven in de regio. Op de kaart vertalen we de ontwikkellijnen ruimtelijk omdat ieder landschapstype een eigen bodemgesteldheid, watersysteem, natuurkwaliteit, cultuurhistorie, gemeenschappen en potentie heeft. Daarnaast beschrijven we de doelen van het Rijk en provincie.
Om deze ontwikkellijnen te realiseren hebben we iedereen nodig; ondernemers, industrie, consumenten, overheden, onderwijs, natuurbeheerders, recreatiesector, landgoedeigenaren, etc.
Figuur 3: Landschapstypes-kaart Regio Foodvalley
15
2.3.1. Lijn 1: Het bodem en watersysteem brengen we in balans We werken toe naar een robuust watersysteem van bron tot monding. De bodem en het water is de basis van al het leven en is daarom de eerste ontwikkellijn. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), waar bodem en water leidend zijn. Onder robuust verstaan we een landschappelijk systeem, dat pieken of extremen kan opvangen, zonder dat het onoverkomelijke schade toebrengt voor inwoners en landgebruikers. In een robuuste bodem zal droogteproblematiek zich minder manifesteren. Er is voldoende water, waaronder drinkwater. Voor drinkwater gaat dit enerzijds inzetten op verminderen van drinkwatergebruik, maar ook toewerken naar nieuwe en diverse drinkwaterbronnen, rekening houdend met de effecten van grondwateronttrekking. Waarbij we ons realiseren dat we een ASV-gebied hebben (Aanvullende Strategische Voorraden). Het is een gezamenlijk belang van iedereen in het landelijk gebied om bodem en water een grotere rol te laten spelen bij het afwegen van ruimtelijke veranderingen of landgebruik. Zoals genoemd in paragraaf 2.1.1 zien we bodem en water als vertrekpunt op basis waarvan we met gebruik van natuurlijke processen, een toekomstbestendige leefomgeving creëren. Dus maximaal sturen met de natuur en minimaal sturen van de natuur.
Dat houdt in dat we bij de verschillende functies afwegen hoe de activiteit of ingreep helpt bij het herstel van het natuurlijke systeem. Zoveel mogelijk op basis van een gebiedsgerichte effectanalyse van grondslag, natuurlijk systeem en landgebruik en liever niet met generieke vast afstanden. In de tabel hieronder leest u de uitwerking van deze ontwikkellijn. Anders denken: “van… -> naar situatie” 1. Van A – B – c naar…
Bodem – C – B – a
2. Van impact op lijnen naar...
Impact op vlakken (en de diepte in)
3. Van afvalwater naar...
Hergebruik van alle waterstromen én besparen van water
Een betere balans tussen 4. Individueel beheer en ...
Beheer door meer betrokkenheid in het gebied
5. Klein lokaal herstel en ...
Groter systeemherstel
6. Technisch beheer en …
Meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar
1. Van A – B – c naar… bodem – C – B – a Als we willen toewerken naar het langer vasthouden van het water, dan moeten we de bodem en de kleine wateren een belangrijkere rol geven. Bodem - CBA watergangen zijn er voor het vasthouden, infiltreren en herverdelen van regenwater. Ze zorgen ervoor dat het land niet te droog wordt en de grondwatervoorraad op peil blijft. Dit verplaatst de primaire focus van de grote (A en B) wateren naar de bodem en de haarvaten. Het vasthouden begint bij een bodem met een hoog gehalte organische stof, bodemleven en -structuur. Hiermee wordt de sponswerking en daarmee de waterbeschikbaarheid vergroot, in tijden van droogte. Vervolgens zijn de haarvaten van het watersysteem belangrijk om de hoeveelheid water langer vast te houden. Dit maakt het systeem flexibeler om ook met piekbelasting om te gaan. 16
2. Van impact op lijnen naar... impact op vlakken Als we nr. 1 doordenken, dan willen we sturen op de kwaliteit van de percelen in dit hele systeem en het gehele grondgebruik (2D en 3D). Het is hierbij realistisch te denken, dat het water langer dan we nu gewend zijn, op de erven en (woon)percelen bewaren (de vlakken), voordat het naar de lijnen (de watergangen) stroomt. Een deel kan dan al infiltreren in de bodem. Dit kan later weer aangewend worden voor gewassen en biodiversiteit. Door te sturen op het waar mogelijk vasthouden van water, verbetert door de verminderde uitspoeling ook de waterkwaliteit. Op deze manier dragen ook landschapselementen die de afstroming vertragen bij aan de waterkwaliteit. Uiteraard is het belangrijk niet alleen te kijken naar water vasthouden, maar ook te kijken hoe bij extremen water voor zo min mogelijk overlast zorgt. 3. Van afvalwater naar... hergebruik van alle waterstromen én besparen van water We willen kijken naar de hele watercyclus en alle vormen van water zijn daar onderdeel van. We moeten zuinig zijn op het water, besparen en hergebruiken. Hierbij hoort ook het verbeteren van de waterkwaliteit (KRW-doelen). 4. Individueel beheer en... beheer door meer betrokkenheid in het gebied Uitwerking van nr. 1 is dat de landgebruikers meer gezamenlijk aan zet zijn om het beheer van bodem en watersysteem uit te voeren.
En samen te leren en monitoren hoe bodem en water reageren op veranderende omstandigheden, hoe dit situationeel in te regelen is en welke impact dit heeft op het landgebruik en waterkwaliteit. 5. Klein lokaal herstel en... groter systeemherstel We hebben lange tijd meer aandacht gehad voor de ingrepen op relatief kleine schaal, in plaats van robuust systeemherstel. Hier komen individueel belang en algemeen belang bij elkaar en dit kan tot nieuwe afwegingen leiden. Klimaatverandering vraagt om denken op de schaal van het hele systeem. 6. Technisch beheer en... meer natuurlijk systeem, flexibel/zelf in regelbaar Naast het feit dat we kunstmatige ingrepen en faciliteiten in het landschap hebben gemaakt én nodig houden, willen we toe naar ‘building with nature’. Hoe kan de natuur richting geven aan het herstel van een natuurlijk systeem? Dit draagt ook bij aan het besef dat de landschappen door de seizoenen heen veranderen en dat we ons daarop aan te passen hebben.
A-B-C watergangen en bodem Het waterschap onderscheidt het watersysteem in verschillende wateren: •
A-watergangen zijn vaarten en weteringen met een belangrijke functie voor water aan- of afvoer. Deze worden onderhouden door het waterschap.
•
B-watergangen zijn sloten met een lokale functie voor water aan- en afvoer. Eigenaren van de aangrenzende grond onderhouden deze watergangen.
•
C-watergangen zijn kleinere sloten met vooral een waterbergende functie. Dit is de bron van schoon regenwater voor en van het gebied. Voor deze watergangen geldt geen onderhoudsplicht.
•
Bodem is de bovenste laag van de ondergrond waarin planten wortelen en bodemvormende processen plaatsvinden.
17
Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld (deze worden in deel 3 uitgewerkt): • We kiezen voor toekomstbestendige landbouw, waarin duurzaam bodem beheer centraal staat. Op sommige plekken betekent dit extensivering van de landbouw. • Beekdalen worden weer herkenbaar in het landschap, met ruimte voor functies voor voorkomen van wateroverlast en creëren van waterbuffers. We onderzoeken wat er in de buffers wel kan aan gewassen of vegetaties. • We maken ruimte voor retentiegebieden voor periodes met hevige neerslag, bijvoorbeeld als dubbelfunctie van agrarische grond; Dit vergt wel een beloningssysteem; • De draagkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem wordt vooraf meegewogen bij keuzes over de ruimtelijke inrichting van onze regio (draaglast). Welke goede voorbeelden zijn er onder andere in de regio? • Grondgebonden agrarische bedrijven zetten steeds meer in op bodemgezondheid en productie die klimaat robuust is en helpt bij water vasthouden, waterberging en verbeteren van de waterkwaliteit. Bijvoorbeeld i.s.m. het waterschap via kruidenrijk grasland en via het realiseren van minder uitspoeling (N/P) bij beken. • Boeren, loonwerkers en erfbetreders uit de regio kunnen gratis bodemcursussen volgen. • Binnen de Regiodeal Foodvalley doen we onderzoek naar bodemverbetering zoals bokashi, kruidenrijk grasland, mestverbetering en andere vanggewassen.
2.3.2. Lijn 2: Een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving Voedsel komt van over de hele wereld: We willen veel meer kijken naar ‘wat hier is’ en wat regionaal kan. Waarbij ‘hier’ eerst op schaal van (noordwest) Europa kan plaatsvinden. Nederland is een klein land, afhankelijk van het agrarisch bedrijf is een bepaalde schaal nodig voor een gezond verdienmodel. We streven naar een zo efficiënt mogelijke omgang met grondstoffen en watergebruik. Daarbij wil je dieren voeden met voedsel dat niet voor mensen geschikt is, of wel: zoveel mogelijk reststromen en deze zo slim mogelijk benutten. Ons doel is een zo klein mogelijke footprint, korte ketens en gesloten kringlopen, passend in de omgeving en passend bij de ondernemer. Voorwaarde is een eerlijk en duurzaam verdienmodel waar iedereen in de keten haar rol moet onderzoeken. En waar ruimte wordt ervaren om te ondernemen en met elkaar te leren.
Korte ketens Een
korte
voedselketen
is
een
afzetsysteem
van
landbouwproducten, dat een rechtstreekse relatie kent tussen producent en consument. Zo blijf je als consument direct verbonden met je regio en de sociale, culturele, ecologische en economische eigenschappen daarvan. Hierbij willen we ketens waarin alle schakels op een transparante manier er samen voor zorgen dat de boer een reële prijs ontvangt. Dat is een prijs die uitgaat van de werkelijke kostprijs en waarde van duurzame productie. In deze context verstaan we onder ‘regio’ Noordwest-Europa.
Er is al veel in beweging in de agrarische sector en er zijn al veel toekomstperspectieven, ideeën en transitiepaden uitgedacht die ingezet kunnen worden. Het is belangrijk om diverse paden tegelijk verder te ontwikkelen, die mogelijk per landschap en onderneming specifiek te maken zijn. De agrarische sector kan inzetten op emissiereductie, gebruik van circulair veevoer, technologische innovaties, meer CO2- en energieneutrale bedrijven, natuurinclusieve landbouw, uitvoering van natuur en landschapsbeheer, inzet van nieuwe teelten en de eiwittransitie, het vergroten van huiskavels en/of vrijwillige opkoop. Afhankelijk van de specifieke situatie.
18
In de tabel hieronder leest u de uitwerking Natuurlijke processen van deze ontwikkellijn. Ons uitgangspunt Naast het beschermen van op kaart begrensde is dat de boer boer moet kunnen blijven. natuurgebieden, vinden we het ook belangrijk natuur in de Het aandeel kringloop/natuurinclusieve hele regio te helpen herstellen. We noemen dit de landbouw bij grondgebonden veehouderij natuurlijke processen in bodem, water, lucht, klimaat, flora van de regio groeit. Er komt meer ruimte en fauna. Al deze onderwerpen werken sterk op elkaar in voor bedrijfsvoeringen en ontwikkelingen en zijn als geheel leven ondersteunde ecosystemen. Wij die bijdragen aan het herstel van mensen, zijn onlosmakelijk deelnemer in deze natuurlijke processen. Niet alles kan meer ecosystemen en het is belangrijk goed rentmeesters te zijn overal, maar waar dat kan blijft er ruimte en worden. voor diverse vormen van landbouw, ook voor productie voor de (inter-)nationale markt. Vandaar het woord ‘ook’ in de uitwerkingen in de tabel. Ook timing is van belang, want niet alles kan overal, op dit moment. De verwachting is dat in de komende periode de omvang van de veestapel en daarmee ook de uitstoot gereduceerd wordt. De ruimte die daarmee ontstaat kan op een later moment ruimte creëren voor gebouwgebonden intensieve landbouw, zolang de uitstoot laag is. Anders denken: “van… -> naar situatie” 1. Van agrariër naar…
…vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel
2. Van zelfstandig ondernemer met (te) strakke regels naar…
… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap en nieuwe samenwerkingsvormen (coöperaties).
3. Van versnipperde kavels naar…
…Meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels
4. Van dierlijke eiwitten naar…
…ook alternatieve eiwitbronnen
Een betere balans tussen 5. Van kwantiteit en maximale opbrengst naar…
…meer focus op kwaliteit en optimale opbrengst (met eerlijke prijs, kunstmest-arm, energie neutraal, lage uitstoot)
6. Van consument op afstand naar…
…consument meer nabij en betrokken
7. Van alleen landbouwgrond naar…
… meer (bio)diversiteit zoals ook (oude) granen, vlinderbloemigen, ruimte voor gebiedsidentiteit en landschappelijke waarden.
1. Van agrariër naar… vaker verbrede bedrijfsvoering (landschapsbeheer, zorg, energie, recreatie, educatie, …) met goed verdienmodel Het agrarisch bedrijf kan meer dan alleen voedsel produceren. Op dit moment komen de hoofdinkomsten meestal vanuit verkoop / afzet product. Van betekenis zijn in de voedselproductie is echter één van de mogelijke bedrijfstakken. Afhankelijk van de locatie en de individuele ondernemer zijn er diverse keuzes mogelijk om op een volwaardige manier de bedrijfsvoering te verbreden. Met het oog op het creëren van aantrekkelijke gebieden voor extensieve recreatie voor de toenemende bevolking, zien wij kansen voor landschapsbeheer en enige mate van recreatief dubbelgebruik. Een goed verdienmodel, gegarandeerd voor de langere termijn, is hierbij 19
essentieel. Op plekken waar dit kan blijft er daarbij ruimte voor landbouwproductie die op de (inter)nationale markt is gericht. 2. Van zelfstandig ondernemer met (te) strakke regels naar… verbindend ondernemer met ruimte voor ondernemerschap en nieuwe samenwerkingsvormen (coöperaties). Er is experimenteerruimte en toekomstperspectief nodig om te kunnen investeren in wat de maatschappij vraagt. Daar hoort ook financiering bij van innovaties, van omvorming en van maatschappelijke diensten. Georganiseerd in collectieven of coöperaties zijn er soms andere bedrijfsvoeringen en verdienmodellen mogelijk en is een ondernemer minder kwetsbaar. 3. Van versnipperde kavels naar… meer regie op grondgebruik en grootte huiskavels Gezien de hoge grondprijzen en het belang van de landbouw voor de regio gaan we als gemeenten gebieden die specifiek qua bodem en landschapstype zeer geschikt zijn voor landbouw, actief behouden door hier in ons ruimtelijk beleid (waaronder bestemmingsplannenj en het functieveranderingsbeleid) actief op te sturen. In de ruimtelijke puzzel willen we waar mogelijk grotere huiskavels realiseren om verdienmodellen te verbeteren en kansen voor extensivering te vergroten. Dit gaat over de grenzen van gemeenten heen.
Door uitruil van gronden kan een boer meer grond bij zijn huiskavel creëren, waardoor alternatieve gewassen, weidegang, of activiteiten die wat meer bewerkelijk zijn, mogelijk worden. 4. Van dierlijke eiwitten naar… ook alternatieve eiwitbronnen Er is vraag naar plantaardige eiwitten voor humane consumptie: dat kunnen bonen en granen zijn of noten en groenten. Daarnaastbij wordt er gekeken naar insecten als alternatieve dierlijke bron. We faciliteren de eiwittransitie van humane voeding (van 60/40 naar 40/60 dierlijk/plantaardig), wat impact heeft op grondgebruik (andere gewassen) én op gebouwgebonden productie (insecten, vertical farming). Dit biedt ook kansen voor nieuwe verdienmodellen en technologische innovaties bijvoorbeeld op het gebied van vegetarische vleesvervangers. En een aantal van deze teelten kan bijdragen aan gezonde bodems, meer biodiversiteit en vastlegging van CO2. 5. Van kwantiteit en maximale opbrengst naar… meer focus op kwaliteit en optimale opbrengst (met eerlijke prijs, kunstmest-arm, energie neutraal, lage uitstoot) Goede producten voor een goede prijs, waarbij de grond minder wordt uitgeput en bedrijven inzetten op gesloten kringlopen. Kunstmest wordt zoveel mogelijk vervangen door organische mest(producten) in combinatie met stikstofvastlegging door vlinderbloemigen en terugwining van fosfaat uit menselijke mest.
We stimuleren bodemleven om zo ook een optimale voedingswaarde van gewassen te bewerkstelligen. Waarbij we inzetten op reductie van de uitstoot van ammoniak, fijnstof en geur. Agrarische bedrijven kunnen door een mix van zonne-energie, windenergie en potentieel waterstof energie neutraal of mogelijk energie leverend worden en bijdragen aan (betaalde) CO2 opslag. De gehele keten neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. We zetten in op circulair veevoer, minder veevoer van elders en willen toewerken naar het waar mogelijk verkleinen en sluiten van de kringlopen met zo min mogelijk restverliezen en emissies. In eerste instantie op de schaalgrootte van NW-Europa, op langere termijn waar mogelijk nog meer lokaal/regionaal. We gaan van alleen een (financierings)focus op rendement en risico’s naar focus op waarden, innovatief en toekomstbestendig. Diensten die de boer aan de maatschappij levert worden betaald en gewaardeerd in bijvoorbeeld ondernemersruimte.
20
6. Van consument op afstand naar… consument meer nabij en betrokken. De rol van de consument is essentieel om een lokaal voedselsysteem in balans te krijgen en houden. Evenwichtige ketens willen we stimuleren, zowel korte ketens, als betere samenwerking en opbrengstverdeling in de langere ketens met supermarkten en andere marktpartijen (‘eerlijke ketens’). De relatie tussen boer en burger versterken, waarbij de consument vertrouwen krijgt/behoudt in het voedselsysteem. Consument leren over gezonde voeding, wat daarbij komt kijken en wat hun eigen bijdrage kan zijn aan een leefbaar en gezond landelijk gebied. Nieuwe vormen van landbouw met betrokkenheid van burgers en financiering door burgers bieden waardevolle kansen. Denk aan ontwikkelingen zoals Heereboeren, Land van Ons en zelfvoorzienende tiny-houses-gemeenschappen. 7. Van alleen landbouwgrond naar… meer (bio)diversiteit zoals ook (oude) granen, vlinderbloemigen, ruimte voor gebiedsidetiteit en landschappelijke waarden. Hieronder vallen bijvoorbeeld teelten die beter tegen droogte kunnen, of andere teelten die voedingsstoffen voor menselijke consumptie bevatten. Ook het terugbrengen van herkenbare landschapselementen als hagen etc. past bij diversificering van het agrarisch gebied en draagt bij aan vermindering van uit- en afspoeling. Instandhouding hiervan kan alleen door ondernemers hiervoor te belonen.
Keuzes die hierbij kunnen horen zijn bijvoorbeeld (deze worden in deel 3 uitgewerkt): • We kiezen voor meer regie op ruimte, met een ondersteunend functieveranderingsbeleid waarin we minder, geen of juist andere type woningen en niet-agrarische bedrijven toestaan op voormalige agrarische bedrijven, al dan niet verschillend per deelgebied. • Beschermen van landbouwgrond voor voedsel. Hiervoor is nodig: Actief grond- en pachtbeleid, werken met een grondbank, een kavelruil-instrument, uitvoering door een instantie zoals een regionale ontwikkelingsmaatschappij of een andere vorm van een regionale uitvoeringsorganisatie. • Op de locatie van beëindigde landbouwbedrijven, regelruimte geven voor het ontstaan van broedplaatsen voor innovaties die bijdragen aan de toekomstige voedselproductie in de ruimste zin; • Onafhankelijke voorlichting voor boeren, meer inzicht door kennisdelen en (nul)metingen en monitoring, inzet van experts. • Beloning van koplopers.
• Stimuleren en faciliteren van (nieuwe) combinaties van ondernemers voor samenwerking aan nieuwe vormen van voedselproductie (alternatieve eiwitten, vertical farming etc.) en eigendom (gezamenlijk gebruik percelen, gedeeld eigendom en zeggenschap); • Als regio willen we lobbyen voor bindende ketenafspraken (financier - voer - boer - retail consument) vanuit het Rijk, om te zorgen dat de Nederlandse boer een belangrijke plek kan behouden in de Nederlandse voedsel markt. Voorbeeld: in de supermarkten meer lokaal voedsel en voedsel van het seizoen. In het landbouwakkoord worden hierover afspraken gemaakt. • Om te onderzoeken hoe je beter kunt boeren heb je experimenteerruimte nodig - al dan niet tijdelijk - om knelpunten in wet- en regelgeving te verminderen. We vragen de overheid (Rijk, provincies) zoveel mogelijk flexibiliteit en experimenteerruimte te creëren voor ondernemers die voorop lopen in de transitie van het landelijk gebied. We willen waar mogelijk maatwerk kunnen bieden en procedures kunnen versnellen. Zodat dit perspectief biedt voor de rest van de ondernemers. Een voorbeeld is de regelgeving omtrent het inzetten van organische mest als kunstmestvervanger. • Qua energie worden boeren steeds meer zelfvoorzienend en leverend, waarvoor bestemmingsplannen ruimte (gaan) bieden, zoals door het mogelijk maken van voldoende hoge “boerderijmolens” (30-35 meter). 21
Welke goede voorbeelden zijn er onder andere in de regio? • Het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij (PEV) heeft een werkwijze ontwikkeld waarbij onderzoek naar nieuwe technieken plaatsvindt in bestaande stallen. Met behulp van Wageningen UR lukt het om nieuwe technieken te testen en valideren. • Binnen de Regiodeal Foodvalley wordt onderzoek naar innovaties en effecten van management nu toegepast om ook minder ammoniak (stikstof) uit te stoten. Ook wordt gekeken naar het aanplanten van bomen (agroforestry) in uitlopen van kippen en op erven, om stallen heen. • In de Regio Deal is een uniek meetnetwerk opgezet, zowel in en bij agrarische bedrijven als in de gehele leefomgeving om met voldoend dichtheid zowel ammoniak als fijnstof te meten. Daarmee worden modellen verbeterd en kunnen we de voortgang van het doelbereik monitoren; • Er loopt een initiatief om te onderzoeken of er een verdienmodel mogelijk is voor afzet van eiwitrijke gewassen uit "de regio". • Er is een Agroloket waar veel informatie vindbaar is en waar boeren terecht kunnen met vragen; • Er zijn agrarisch coaches beschikbaar voor een begeleidingstraject voor bedrijfsontwikkeling.
• Er zijn Korte Keten initiatieven en die worden door gemeenten ondersteund; • Het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley is een waardevolle ‘reflectieruimte’ waarin partners bespreken wat er nodig is om ontwikkelingen naar een toekomstbestendig voedselsysteem met voldoende bedrijfseconomisch perspectief in gang te zetten en te houden.