CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Jeugdhulp Bunschoten

Raadscommissie 30 juni 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Rekenkamer13.826 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

5. Financiële randvoorwaarden Positieve factoren Geen financiële positieve factoren, wel belemmeringen Er zijn uit het rekenkameronderzoek geen financiële zaken naar voren gekomen die momenteel aantoonbaar bijdragen aan het behalen van de doelen. Wel zijn er belemmeringen aan te wijzen op het gebied van financiën. Belemmeringen De kosten blijven stijgen Ondanks de inzet op normaliseren en het afnemende aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontvangt, is geen daling van de totale kosten zichtbaar, zoals in paragraaf 2.1.4 is weergegeven. Er zijn geen eenduidige verklaringen voor de voortdurende stijging van de jeugdhulpkosten. Onder andere inflatie is van invloed op de kostenstijgingen. Wel is sprake van een verschuiving binnen de kostencategorieën: de uitgaven aan behandeling nemen af, terwijl de kosten voor begeleiding juist toenemen. Deze ontwikkeling kan wijzen op een effect van de ingezette koers richting normaliseren. Om met meer zekerheid vast te stellen dat deze verschuiving daadwerkelijk samenhangt met beleidsmaatregelen van de gemeente en de regionale jeugdhulpketen, is het nodig de kostenontwikkeling over een langere periode te volgen. Daarbij is van belang het bredere kostenbeeld mee te nemen.

De inzet op normaliseren kan immers niet alleen leiden tot een verschuiving binnen de jeugdhulpcategorieën, maar ook tot een grotere vraag naar ondersteuning door het sociaal team – met bijbehorende capaciteits- en kostenimplicaties. Een volledige vergelijking is op dit moment echter niet mogelijk, omdat gegevens over de kosten van het sociaal team en het aantal uitgevoerde behandelingen (nog) niet volledig beschikbaar zijn. Projecten worden gefinancierd uit tijdelijke middelen Een kwetsbaar punt is dat projecten vaak worden gefinancierd uit tijdelijke middelen. Bijvoorbeeld via een SPUK: een Specifieke Uitkering. Dit zijn tijdelijke subsidies vanuit de Rijksoverheid aan gemeenten voor een -23-

specifiek doel. Daardoor kan het geen structurele basis krijgen in de activiteiten van de sociale basis. Met een SPUK wordt bijvoorbeeld de subsidie voor voorschoolse educatie betaald. Ook taalklassen voor nieuwkomers worden met een SPUK gefinancierd.

6. Monitoring en sturing Positieve factoren Monitoring leidt tot bijsturing werkwijze De gemeente gebruikt de evaluaties om het werk bij te sturen. Zo heeft de gemeente door de evaluaties van de gedragsdeskundigen inzicht gekregen in trends in problematiek. Dit kan gebruikt worden in bijvoorbeeld het bepalen van onderwerpen voor nieuw groepsaanbod. De gemeenteraad wordt over deze evaluaties geïnformeerd. Belemmeringen Er is nog onvoldoende sprake van uniforme begrippen Het monitoren van de activiteiten van MetMaya is op dit moment nog in ontwikkeling. Een complicerende factor om goed te kunnen monitoren en sturen is dat er (nog) geen sprake is van uniforme begrippen. Dit geldt overigens niet alleen voor de informatievoorziening tussen de gemeente en MetMaya, maar ook breder (regionaal én landelijk). Daardoor is het verzamelen van informatie en het vertalen daarvan naar bruikbare sturingsinformatie complex. Daarnaast zijn enkele informatievraagstukken nog niet uitgewerkt. Zo is bijvoorbeeld niet eenduidig bepaald wat precies onder ‘specialistische jeugdhulp’ valt en wat als ‘begeleiding door het sociaal team’ wordt geregistreerd. Ook is het nog onduidelijk vanaf welk moment iemand formeel als wachtend op een wachtlijst wordt beschouwd. Daardoor kunnen rapportages een vertekend beeld geven en onjuiste conclusies worden getrokken.

Verschillende bronnen worden gebruikt voor monitoring Voor monitoring worden verschillende bronnen gebruikt, zoals het regionale dashboard van MetMaya, de lokale dashboards vanuit het datawarehouse van de gemeente Amersfoort voor de regiogemeenten en tot slot landelijke bronnen (CBS en Waarstaatjegemeente.nl). Omdat de verschillende bronnen onderling afwijkingen kunnen bevatten, kan onduidelijkheid ontstaan over welke informatie juist is en daarmee ook over de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de informatievoorziening. De overgang naar MetMaya heeft geleid tot aanpassingen in de informatievoorziening. Hierdoor is de informatiewaarde tijdelijk gedaald, al zorgen herstelwerkzaamheden inmiddels voor verbetering. Verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening bij zowel MetMaya als de gemeenten is noodzakelijk, evenals een betere afstemming tussen beide. De prestatie-indicatoren waarop MetMaya rapporteert, zijn weliswaar bij de aanbesteding vastgesteld, maar worden in de praktijk nog uitgewerkt. RISB en MetMaya overleggen samen hoe de rapportage op deze indicatoren vorm moet krijgen. Onvoldoende inzicht in begeleiding aantal jeugdigen door sociaal team De aantallen jeugdigen die het sociaal team begeleidt of waarmee zij intakegesprekken hebben, is niet te monitoren, omdat het sociaal team niet alleen werkt voor jeugd, maar voor 0-100 jaar en omdat er dossiers -24-

gemaakt worden per gezin en niet per individu. Wel is in kaart te brengen hoeveel jeugdigen de gedragsdeskundigen, werkzaam in het sociaal team, spreken (zie hiervoor paragraaf 2.1.3).

-25-

3. Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk brengt de rekenkamer de belangrijkste inzichten uit het onderzoek samen. Op basis van de bevindingen is gekeken in hoeverre de gemeente de doelen voor de jeugdhulp bereikt, welke ontwikkelingen zichtbaar zijn en welke factoren dit ondersteunen of juist belemmeren. Om dit overzichtelijk te maken, zijn de conclusies en aanbevelingen geordend in de zes thema’s van hoofdstuk 2: (1) passend aanbod, (2) toegang en bereikbaarheid, (3) preventie en vroegsignalering, (4) ketensamenwerking, (5) financiële randvoorwaarden en (6) monitoring en sturing. De aanbevelingen richten zich zowel op verbetering van de uitvoering als op het versterken van de voorwaarden die nodig zijn om de gewenste omslag richting normaliseren structureel te ondersteunen. De rekenkamer adviseert de raad om de aanbevelingen over te nemen en het college opdracht te geven om deze waar mogelijk uit te werken. De rekenkamer trekt op basis van de bevindingen de volgende conclusies. Om de conclusies te kunnen trekken, heeft de rekenkamer voor dit onderzoek normen opgesteld. De toetsing van het normenkader hebben we opgenomen in bijlage 1. 1.

Passend aanbod jeugdhulp Conclusies Normaliseren wordt breed gedragen, maar bredere blik op gezin en dorp ontbreekt De ingezette lijn om meer te normaliseren en strenger te zijn in het diagnosticeren wordt gesteund door alle partijen die we hebben gesproken. Het gaat hier zowel om de organisaties in het voorveld (welzijnsorganisatie De Boei, het basis- en voortgezet onderwijs, de kinderopvang, artsen en Stichting de Genadebron) als de organisatie die de specialistische jeugdhulp verzorgt (MetMaya). Men vindt dat diagnosticeren niet altijd de oplossing biedt en dat men jeugdigen niet te snel een stempel moet geven. Waar diagnostiek wel nodig is, moet deze beschikbaar zijn. De beleidsrichting voor normaliseren lijkt daarmee effect te hebben op het gedachtegoed in de keten. MetMaya is in januari 2024 van start gegaan. Het is nog niet mogelijk om conclusies te trekken over de aantallen jeugdhulp als gevolg van het op afstand zetten van de specialistische jeugdhulp, maar in 2024 zijn de aantallen gedaald. Het groepsaanbod – in plaats van individuele hulpverlening – aan zowel jeugdigen als aan ouders lijkt vruchten af te werpen. Het groepsaanbod wordt nog niet lang genoeg aangeboden om al eenduidige conclusies te kunnen trekken over de effecten. Maar het kan een preventieve werking hebben: er kan mee voorkomen worden dat problemen groter worden en het draagt bij aan normalisering.

Uiteindelijk kan het leiden tot een afname van de specialistische jeugdhulp. Het valt op dat de gemeente in de ‘Omgekeerde verordening sociaal domein 2025’ wel wijst op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners, maar dit niet laat terugkomen in de informatie op de gemeentelijke website over jeugdhulp en het sociaal team. De informatie die daar staat over mogelijkheden voor jeugdhulp is eerder uitnodigend dan terughoudend geformuleerd. De aandacht ligt nu sterk op individuele jeugdigen. Er wordt nog te weinig breder gekeken. Er is nog te weinig aandacht voor de rol van ouders, het gezin, het netwerk en ook breder gezien: de cultuur en gewoontes in het dorp. Ouders werken over het algemeen hard en kinderen brengen veel tijd door op kinderopvang of BSO. Daarnaast zijn er meer echtscheidingen dan vroeger. Regelmatig is genoemd dat overmatig alcohol- en -26-

drugsgebruik een rol spelen onder volwassenen en jeugdigen en dat kinderen dit van hun ouders mee krijgen. Om bredere maatschappelijke ontwikkelingen het hoofd te bieden, is het onvoldoende om te focussen op individuele casussen. Er zou dan meer ingezet moeten worden op preventie en cultuurverandering.

Aanbeveling Blijf inzetten op normaliseren Het stimuleren van normaliseren door diagnostiek te beperken, groepsaanbod te bieden en zoveel mogelijk te proberen op te lossen in het voorveld lijkt effect te hebben; de aantallen jeugdigen in specialistische zorg zijn gedaald in 2024. De rekenkamer raadt aan om verder te gaan met de ingezette maatregelen. Een kans daarbij is om ook in de gemeentelijke communicatie, bijvoorbeeld via de website, aandacht te geven aan normaliseren en de rol van bijvoorbeeld ouders en de omgeving hierin.

2. Toegang en bereikbaarheid Conclusies Sturende toegang via het sociaal team werkt, maar risico op versnippering groeit De specialistische jeugdhulp staat tegenwoordig meer op afstand dan voorheen. Het sociaal team biedt zelf meer eigen begeleiding en als dat niet nodig is, verwijst zij naar het voorveld, zoals De Boei. Het doel hiervan is ervoor te zorgen dat er minder doorverwezen wordt naar specialistische jeugdhulp. Door deze werkwijze is er echter wel het risico dat de zorg versnipperd raakt. Bovendien leidt het ertoe dat partijen uit het voorveld vaak niet meer op de hoogte zijn van de zorg die een jeugdige krijgt. Dit vergroot de kans dat organisaties langs elkaar heen gaan werken. Aanbeveling Verbeter informatie-uitwisseling Houd betrokken organisaties uit het voorveld op de hoogte over casussen waarin hulpverlening door het sociaal team of MetMaya plaatsvindt. Dit voorkomt dat organisaties langs elkaar heen gaan werken. Privacywetgeving kan daarbij zorgen voor belemmeringen. Werk daarom aan een vorm van gegevensdeling die binnen de privacyregels past, bijvoorbeeld door standaard toestemming te vragen aan ouders.

3. Preventie en vroegsignalering Conclusies Vroegsignalering werkt, maar staat onder druk door minder capaciteit in onderwijs Het lijkt erop dat vroege signalering bijvoorbeeld op scholen of bij de kinderopvang zwaardere zorg voorkomt. Nu er minder gebruikgemaakt wordt van diagnostiek, richt het voorveld zich nadrukkelijker op preventie. Een kwetsbaar punt als het gaat om preventie en vroegsignalering zijn bezuinigingen in het christelijk basisonderwijs, waardoor er minder capaciteit beschikbaar is voor de eigen specialisten. Op termijn kan dit ertoe leiden dat vroegsignalering minder goed mogelijk is. -27-

Aanbeveling Versterk het voorveld Erken het belang van individuele organisaties in het voorveld en waardeer hun werk. Ga bij sportverenigingen, kerken et cetera op bezoek en zie wat ze doen. Als zij om ondersteuning in het algemeen of bij individuele casussen vragen, is het belangrijk om daar adequaat op te reageren. Kijk met hen hoe je elkaar kunt versterken, zodat de kracht van preventie groter wordt.

4. Ketensamenwerking Conclusies Samenwerking is goed, maar ontbrekende verbindingen in de keten verzwakken het totaal De samenwerking tussen de gemeente (sociaal team en beleidsmedewerkers), welzijnsorganisatie De Boei en het onderwijs wordt als positief ervaren. Het sociaal team heeft de procesregie bij individuele casussen. Dit functioneert nog niet optimaal. Er zijn inmiddels wel afspraken gemaakt over het contact tussen MetMaya en het sociaal team, maar in de praktijk zijn die nog niet voldoende uitgekristalliseerd. Ook richting de partijen in het voorveld kan de communicatie en informatievoorziening verbeterd worden. Er is door de nieuwe werkwijze vrijwel geen contact tussen het voorveld (o.a. scholen of welzijnsorganisatie De Boei) aan de ene kant en de specialistische jeugdhulp (MetMaya) aan de andere kant. Er worden veel activiteiten ontplooid in Bunschoten die bijdragen aan normaliseren en preventie. De gemeente kent echter het aanbod van organisaties zoals kerken en sportverenigingen onvoldoende, terwijl deze organisaties wel een signalerende functie hebben en de basis vormen van de piramide, het fundament waarbij het normaliseren begint. Deze organisaties signaleren veel, maar zij zijn geen hulpverleningsinstanties en hebben daarom af en toe behoefte aan ondersteuning of advies.

Aanbeveling Pak onderliggende problemen aan Besteed aandacht aan bredere maatschappelijke en culturele factoren die invloed hebben op het welzijn van jeugdigen. Een veelgehoord signaal is dat in Bunschoten een sterke arbeidsethos en een druk gezinsleven een duidelijke rol spelen. Deze cultuur heeft positieve kanten: ouders zijn betrokken, werken hard en willen hun kinderen een goede toekomst bieden. Tegelijkertijd leidt dit er ook toe dat veel ouders lange dagen werken, waardoor er minder tijd en aandacht is voor het kind en ook minder (gezamenlijke) rust. Voor jonge kinderen kan dit betekenen dat zij veel uren op de opvang of BSO doorbrengen. Dat is op zichzelf niet negatief, want opvang draagt bij aan ontwikkeling, maar langdurige en intensieve opvang kan ook zorgen voor prikkels en onrust, zeker bij de jongste kinderen. Dit kan doorwerken in het gedrag van kinderen en hun behoefte aan ondersteuning. Daarnaast is in interviews herhaaldelijk genoemd dat alcoholgebruik (en soms drugsgebruik) voorkomt onder zowel jeugdigen als volwassenen. Kinderen groeien op in een omgeving waarin dit gedrag zichtbaar is, wat invloed kan hebben op hun eigen keuzes en hun ontwikkeling. Deze diepere factoren vragen om maatregelen die niet direct binnen de jeugdhulp liggen, maar die wel bepalend zijn voor de oorzaak van een deel van de problemen.

Dit vraagt om politiek minder populaire, maar structureel belangrijke maatregelen. De rekenkamer adviseert daarom om met de gemeenteraad, het -28-

college, het voorveld en ouders het gesprek te voeren over hoe een positieve cultuurverandering in het dorp kan worden bereikt.

5. Financiële randvoorwaarden Conclusies Kosten blijven stijgen en volledig inzicht ontbreekt, waardoor sturen lastig is De totale kosten van de jeugdhulp blijven stijgen, ondanks een afname van het aantal jeugdigen dat specialistische hulp ontvangt en het inzetten op normaliseren. Er is een verschuiving zichtbaar van uitgaven aan behandeling naar begeleiding, wat mogelijk een effect is van het normaliseren. Het ontbreekt echter aan volledig inzicht in de kosten van het sociaal team en het aantal uitgevoerde behandelingen, waardoor een volledig en betrouwbaar overzicht van het kostenbeeld momenteel niet beschikbaar is. Zonder dit inzicht is het lastig om de effectiviteit van beleid en inzet van maatregelen financieel te beoordelen. Aanbeveling Maak kosten inzichtelijk Breng de kosten van het sociaal team en het aantal uitgevoerde behandelingen volledig in kaart en volg systematisch de totale jeugdhulpkosten en de verschuiving tussen behandelings- en begeleidingskosten over een langere periode, zodat de gemeente de effectiviteit en efficiëntie van het beleid en de ingezette maatregelen beter kan beoordelen. Daardoor nemen de sturingsmogelijkheden toe.

6. Monitoring en sturing Conclusies Monitoring verbetert, maar betrouwbaarheid en volledigheid van data blijft achter Het monitoren van de jeugdhulp in de gemeente Bunschoten is verbeterd door de centralisatie van de uitvoering via MetMaya en het gebruik van diverse dashboards en kwartaalrapportages. Toch blijft de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van gegevens een uitdaging door ontbrekende uniforme begrippen, onduidelijkheden in definities en verschillen tussen regionale en landelijke bronnen. Daarnaast zijn gegevens over het sociaal team beperkt, waardoor een volledig beeld van de inzet van eigen maatregelen ontbreekt. De bestaande evaluaties en rapportages bieden wel inzicht in trends en doelbereik, maar verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening en afstemming tussen betrokken partijen is nodig. Aanbeveling Werk met eenduidige definities Werk aan uniforme definities en begrippen, zowel lokaal als regionaal, zodat gegevens beter vergelijkbaar en bruikbaar zijn voor sturing en rapportage.

-29-

4. Bestuurlijke reactie van het college en nawoord rekenkamer 4.1 Bestuurlijke reactie

Aan de rekenkamer

Uw kenmerk:

Ons kenmerk: 1230855

Behandeld door: M. Sikkema-Dekker

Bunschoten-Spakenburg

VERZONDEN - 5 MAART 2026 Onderwerp:

Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek naar de jeugdhulp

Telefoonnummer: 033-2991411 Website: www.bunschoten.nl

Geachte rekenkamer, Begin 2025 is het onderzoek naar de jeugdhulp in de gemeente Bunschoten gestart en inmiddels hebben wij het rapport van u mogen ontvangen voor een bestuurlijke reactie hierop. In uw rapport 'Op weg naar normaliseren en hulp dichtbij' legt u de nadruk op het belang van de sociale basis, het vangnet waar iedere jongere op terug zou moeten kunnen vallen. Wij onderschrijven dit, waarbij De Boei voor ons een belangrijke partner is met haar werk in de sociale basis en als verbindende factor naar de andere actieve partijen. U heeft daarnaast een aantal aanbevelingen gedaan waar wij graag op reageren: Aanbeveling 1: Blijf inzetten op normaliseren We zijn blij dat u onze inspanningen om te normaliseren terugziet in uw bevindingen. Uw advies om verder te gaan op deze weg zullen wij dan ook van harte opvolgen, ook in de communicatie naar ouders toe. Aanbeveling 2: Verbeter de informatie-uitwisseling U geeft aan dat veel betrokkenen het gevoel hebben dat ze langs elkaar heen werken. Eén van de genoemde oorzaken hiervoor is het niet instemmen van de jeugdige/ouders met het uitwisselen van gegevens. Het integraal team vraagt altijd al standaard toestemming aan jeugdige/ouders om informatie te delen. We zien in de praktijk echter dat veel jeugdigen en/of ouders huiverig zijn om deze toestemming te verlenen.

Wij zijn het met u eens dat dit de effectiviteit van de jeugdhulp kan verminderen, daarom gaan we met Eemkracht in gesprek om te onderzoeken hoe we de drempel om toestemming te geven kunnen verlagen. Aanbeveling 3: Versterk het voorveld Wij onderschrijven het belang om sportverenigingen, kerken en lokale initiatieven te benutten als dat bij kan dragen aan de versterking van de sociale basis. Binnen de werkgroep preventie middelengebruik en Netwerk(t) Jeugd zien we al dat samenwerking en meer afstemming rondom jeugd zorgt voor betere ondersteuning voor jeugd. Als gemeente zijn wij nu ook aangesloten bij dit netwerk om zo signalen te horen en onze relatie met de sociale basis te versterken. Aanbeveling 4: pak onderliggende problemen aan

Stadsspui 1 Postbus 200 3750 GE Bunschoten-Spakenburg

033 - 299 1411 www.bunschoten.nt Kv I<: 32165160

IBAN: NL35RABO03 11488250 BIC: RABONL2U BTW: NL002508631B01

-30-

U geeft terecht aan dat de oorsprong van jeugdhulpvragen vaak niet direct bij het kind zelf ligt, maar in de omgeving/situatie waarin hij of zij opgroeit. U geeft als voorbeeld ouders die hard werken voor hun bestaanszekerheid of alcohol- en druggebruik onder jongeren of hun ouders. U stelt vast dat een cultuurverandering nodig kan zijn en jeugdhulp alleen de onderliggende problematiek niet op kan lossen. Cultuurverandering kost tijd en wij onderschrijven uw conclusie dat dit van alle partijen in de samenleving actie vraagt en dat daarbij de focus niet alleen op jongeren kan liggen om het probleem op te lossen. Aanbeveling 5: Maak kosten inzichtelijk & aanbeveling 6: werk met eenduidige definities De stijging van de jeugdzorgkosten is ook voor het college een zorg. Uw aanbeveling is om de verschuiving in kosten van MetMaya naar het integraal team (en van het integraal team naar de sociale basis) beter inzichtelijk te krijgen, om zo inzicht te geven in de effectiviteit van de ingezette transformatie. In de regio is een gedeelde wens om meer zicht te krijgen op de voortgang van de transformatie. Regionaal onderzoeken we nieuwe vormen van monitoring. Wat daarbij kan helpen is gebruik van uniforme begrippen. Dit draagt onder andere bij aan een duidelijkere afbakening tussen specialistische jeugdhulp en ondersteuning door het integraal team.

In de contractevaluatie met MetMaya nemen wij dit mee. Ook zijn we in de regio Amersfoort bezig om onze regionale visie `Samen werken aan specialistische jeugdhulp' te herzien. Ook in de regiovisie zullen we scherp zijn op duidelijke definities. Wat u verder in uw rapport aangeeft is dat u, ondanks dat u nog geen harde conclusie kunt trekken over het effect van de beleidsdoelen, ontwikkelingen ziet die een aanwijzing zijn dat de ingezette transformatie effect heeft. Tegelijkertijd delen we met u de voorzichtigheid en willen we als gemeente niet stil zitten, maar de jeugdhulp verder transformeren. Hiervoor werken we ook in regioverband samen waar dat onze slagkracht versterkt. Tot slot willen we u bedanken voor het onderzoek. U heeft een helder beeld geschetst van de complexiteit en de benodigde samenwerking om iedere jeugdige passend te ondersteunen.

Met vriendelijke groet, burgemeestèr en withouders van Bunschoten

drs. §.F.H. Jennekens secretaris/directeur

J burge

rts ester

2/2

-31-

4.2 Nawoord rekenkamer De rekenkamer bedankt het college van burgemeester en wethouders voor de uitgebreide reactie op het rapport, die wij op 5 maart 2026 hebben ontvangen. De rekenkamer waardeert de acties die de gemeente in gang gaat zetten en ziet uit naar de vervolgstappen die het college en de gemeenteraad zullen zetten om de jeugdhulp verder te versterken. Het is aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over de conclusies en aanbevelingen. Als de raad de aanbevelingen overneemt, wordt hij over de opvolging geïnformeerd door het college. Dit conform een artikel in de Gemeentewet (185a) dat toeziet op de opvolging van aanbevelingen door het college. Dit artikel luidt: “Het college zendt de raad jaarlijks een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.” Tot slot maken we graag van de gelegenheid gebruik om de medewerkers van de gemeente en van de externe organisaties, die hebben meegewerkt aan dit onderzoek, te bedanken voor hun tijd en betrokkenheid.

-32-

Bijlage 1 Toetsing van het normenkader De rekenkamer heeft voor dit onderzoek normen opgesteld. Hier geven we aan in hoeverre de gemeente voldoet aan deze normen. In de linker kolom staan de normen genoemd: deze verwoorden als het ware de ideale situatie waaraan de praktijk zou moeten voldoen. In de rechter kolom beschrijven we in hoeverre de praktijk van Bunschoten voldoet aan de normen. Normen

Toetsing in de praktijk

Doelen en doeltreffendheid •

•

•

•

•

De gemeente heeft doelen gesteld die zij wil bereiken met de jeugdhulp, en deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De gestelde doelen zijn gebaseerd op een analyse van de situatie in Bunschoten en sluiten aan bij landelijke doelen die voor en door gemeenten zijn opgesteld. De gemeente heeft in het beleid aandacht voor een integrale aanpak van problemen bij jeugdigen.

•

De gemeente heeft de doelen vertaald naar specifieke acties en prestatieindicatoren. Voor de uitvoering van het beleid voor jeugdhulp heeft de gemeente een uitvoeringsplan (of vergelijkbaar document) opgesteld.

•

•

•

•

•

• • •

De gemeente heeft zicht op het bereik van de doelen en stuurt daar op. De gemeente beschikt over data om doelen en indicatoren te kunnen monitoren en gebruikt de data om analyses te maken.

•

•

De gemeentelijke doelen zijn in het beleidsplan voor het sociaal domein opgenomen. De raad heeft dit beleid vastgesteld. De gemeente heeft input uit de sociale basis opgehaald om de doelen te bepalen. Ook is het gebaseerd op landelijke ontwikkelingen. Daarnaast is verder ingezet op het voorgaande beleid voor sociaal domein. Een risico van het huidige beleid is dat integrale aanpak van problemen bemoeilijkt wordt: hulpverlening wordt per organisatie afgebakend en communicatie tussen organisaties is beperkt door onder andere privacywetgeving. Ook kan hierdoor bureaucratie in de hand gewerkt worden. In het beleidskader sociaal domein maakt de gemeente concreet welke acties zij gaat inzetten om het doel te bereiken, onder het kopje ‘Waar zetten we op in?’ De doelen zijn vertaald in de ‘Omgekeerde verordening sociaal domein 2025’. Ook de ‘Taskforce jeugdzorgkosten’ heeft geleid tot maatregelen voor de uitvoering. In de communicatie op de gemeentelijke website komt de nadruk op eigen verantwoordelijkheid van inwoners niet terug. De gemeente heeft geen uitvoeringsplan opgesteld. De gemeente stuurt op het doel ‘normaliseren’ door een aantal maatregelen te treffen, zoals ‘geen diagnostiek meer onder de 12 jaar’ en stimuleren dat huisartsen niet meer direct verwijzen naar specialistische hulp, maar naar het sociaal team.

De gemeente beschikt over data om de aantallen specialistische jeugdhulp te monitoren. -33-

•

De gemeente evalueert periodiek de uitvoering en stuurt waar nodig bij met aanvullende maatregelen. •

•

De gemeente is aantoonbaar op weg om de gestelde doelen te behalen.

C. Uitvoering van de jeugdhulp • Het is voor de verschillende partijen in de 0de, 1ste en 2de lijn duidelijk wat hun rol is en wanneer naar elkaar doorverwezen dient te worden. • Er is aandacht voor integraal werken: bij het afwegen of jeugdhulp geboden moet worden en doorverwijzing nodig is (of andere interventies nodig zijn), wordt gekeken of er andere oorzaken zijn die aan de problematiek ten grondslag liggen of dat er wellicht sprake is van meervoudige, complexe problematiek. • Er bestaan samenwerkingsovereenkomsten tussen de gemeente en relevante partijen. • In de samenwerkingsovereenkomsten zijn de gemeentelijke doelen voor de jeugdhulp opgenomen. • Er zijn afspraken over taken, rollen en verantwoordelijkheden, overlegvormen en over hoe om te gaan met conflicten. • De overlegstructuur tussen gemeente en partners draagt bij aan de efficiëntie van de samenwerking. • De gemeente stuurt erop aan dat partners in de jeugdhulp de gemeentelijke doelen nastreven. • De afspraken uit de samenwerkingsovereenkomsten worden nageleefd.

•

• •

•

•

•

• •

Vergelijkbare data van het sociaal team zijn er niet, omdat het sociaal team werkt voor 0-100 jaar en er geen dossier per individu gemaakt wordt, maar per gezin. De gemeente evalueert jaarlijks het werk van de gedragsdeskundigen en in 2025 is de taskforce jeugdzorgkosten geëvalueerd. Er kunnen nog geen stellige conclusies getrokken worden, maar de ingezette maatregelen lijken te leiden tot een daling van het aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontvangt. Over het algemeen is duidelijk dat de sociale basis dient te verwijzen naar het sociaal team. Tussen de gemeenten van Regio Amersfoort en MetMaya bestaat een samenwerkingsovereenkomst, met daarin de doelen en prestatie-indicatoren voor de specialistische jeugdhulp. De gemeente heeft in de subisidiebeschikking aan De Boei de doelen opgenomen en De Boei verantwoordt daar ook over. De afspraken over rollen, taken en verantwoordelijkheden tussen met MetMaya en het sociaal team, zijn deels bekend en deels nog in ontwikkeling: in de uitvoeringspraktijk blijkt dat dit nog niet altijd duidelijk is. Er is een overlegstructuur waarin het sociaal team, onderwijs en artsen elkaar weten te vinden. De specialistische hulp staat op afstand en de partners uit de sociale basis ervaren dit niet altijd als positief.

Er is weinig overleg tussen gemeente en overige belangrijke maatschappelijke partners (zoals kerken en sportverenigingen), terwijl die wel een belangrijke signalerende functie hebben. De gemeente benadrukt in de gesprekken met partners het nastreven van normaliseren. De afspraken uit de samenwerkingsovereenkomsten met De Boei en MetMaya worden nageleefd. Aangezien MetMaya een jonge organisatie is, is dit deels nog in ontwikkeling. -34-

Bijlage 2 Bronnenlijst Documenten Bunschoten • •

• • • • • • • • •

Advies technische bijstelling van de huidige afspraken over risicoverevening Jeugd voor het jaar 2022 (0109-2021) Ambtelijke documenten t.b.v. rekenkameronderzoek: “Achtergrondinformatie overlegstructuren intern en extern”, “Herkomst indicatoren beleidskader sociaal domein 2024-2027 aandachtsgebied jeugd”, Cijfers jeugdhulp periode 2021-2024” Evaluaties gedragsdeskundigen van 2022, 2023 en 2024 Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027 Samen Verder Kwaliteitskader 2024 Sociaal team De Lingt en Zorgloket Wmo (2024) Lokaal Educatieve Agenda Bunschoten (december 2024) Praatplaat samenwerking jeugdhulp Bunschoten (2024) Taskforce jeugdzorgkosten: Schriftelijke mededeling en analyse taskforce jeugdzorgkosten (26-09-2023) Taskforce jeugdzorgkosten: evaluatie 2025 Verordening sociaal domein (2025) Vijf exemplaren van de nieuwsbrief sociaal domein ‘Samen verder’

Financiële documenten 2021 • • • • •

Eerste tussentijdse bestuursrapportage Tweede tussentijdse bestuursrapportage Controleverklaring nieuwe taken en rapport van bevindingen (Deloitte) Controleverklaring Zorgadministratie BBS (BDO) Verantwoording nieuwe taken gemeente Bunschoten

Financiële documenten 2022 • • • •

Eerste tussentijdse bestuursrapportage Tweede tussentijdse bestuursrapportage Controleverklaring nieuwe taken en rapport van bevindingen (Deloitte) Verantwoording nieuwe taken gemeente Bunschoten

Financiële documenten 2023 • • • •

Eerste tussentijdse bestuursrapportage Tweede tussentijdse bestuursrapportage Controleverklaring nieuwe taken en rapport van bevindingen (PWC) Verantwoording nieuwe taken gemeente Bunschoten

Financiële documenten 2024 •

Eerste tussentijdse bestuursrapportage -35-

• • • • • • • •

Tweede tussentijdse bestuursrapportage Toelichting kostenverdeling MetMaya (02-12-2024) Toelichting regionaal overleg financiën (ROF) zorgcontinuïteit (16-10-2024) Memo Terugblik eerste kwartaal 2024 specialistische jeugdhulp (Stuurgroep sociaal domein, 13-06-2024) Memo Terugblik tweede kwartaal 2024 specialistische jeugdhulp (Stuurgroep sociaal domein, 19-09-2024) Memo Samenwerking specialistische jeugdhulp derde kwartaal 2024 (Stuurgroep sociaal domein, 21-112024) Memo Indexering en jaarbudget MetMaya 2025 (Stuurgroep sociaal domein, SSD, 21-11-2024) Prognose jeugdhulp Q4 2024 en financiële oplegger (17-02-2025)

Documenten van partners in de jeugdhulpketen Met Maya • • • •

Handboek aanvullende specialistische jeugdhulp in de regio Amersfoort (oktober en december 2024) Kwartaalrapportage MetMaya Q2 2024 Samen bouwen MetElkaar (09-09-2024) Kwartaalrapportage MetMaya Q3 2024 Samen bouwen MetElkaar (21-11-2021) Verantwoordingsprotocol MetMaya 2024-2026 (12-02-2025)

Regio Amersfoort • • • •

Plan van Aanpak Rechtmatigheid Sociaal Domein 2024 Protocol Sociaal Domein 2024 Regio Amersfoort (nieuwe taken) Protocol Sociaal Domein 2024 – Verantwoording Zorgadministraties BBS en SDO (nieuwe taken) Regiovisie specialistische jeugdhulp 2021-2026

RISB • • • • • • • • •

Dienstverleningsovereenkomst Regionale samenwerking Sociaal Domein 2019 gemeente Amersfoort en gemeente @ Addendum overeenkomsten regionale samenwerking sociaal domein gemeenten Amersfoort en Bunschoten Infoblad 1 Inkoop jeugdhulp en Wmo 2023 Regio Amersfoort (09-05-2022) Infoblad 2 Taakgericht werken (09-05-2022) Infoblad 3 Marktconsultatie en bijeenkomsten Infoblad 4 Introductie inkoop 2023 voor raads- en collegeleden (01-07-2022) Infoblad 5 Specialistische jeugdhulp vanaf 2024 toelichting op de gunning (01-06-2023) Infoblad 6 Terugblik nieuwe werkwijze specialistische jeugdhulp 2024 (01-12-2024) Notitie inkoopkader jeugdhulp en Wmo 2023

Samenwerkingsverband De Eem •

Ondersteuningsplan 2024-2028 -36-

Welzijnsorganisatie De Boei • •

Uitvoeringsovereenkomsten van 2023 en 2024 Jaarrekening en Jaarverslag van 2023

Overige documenten en websites • • •

Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 Hulp en Ondersteuning regio Amersfoort | Hulp en Ondersteuning regio Amersfoort Onderzoek Effecten van kinderopvang op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen (Universiteit Utrecht, 2022)

-37-

Bijlage 3 Respondenten Gemeente Bunschoten • • • • • • •

Drie medewerkers van het sociaal team De Lingt Beleidsmedewerker volksgezondheid Beleidsmedewerker Wmo Beleidsadviseur jeugd Beleidsadviseur onderwijs Strategisch adviseur sociaal domein Financieel controller

Sociaal team De Lingt •

Drie medewerkers

Overige organisaties • • • • • • • • • •

Twee vertegenwoordigers van welzijnsorganisatie De Boei Een vertegenwoordiger van Christelijk Kindcentrum Bunschoten (CKCB) Een vertegenwoordiger van de openbare basisschool ‘t Kruisrak Een vertegenwoordiger van scholengroep Wijzer Een vertegenwoordiger van het Oostwende College Twee vertegenwoordigers van het RISB Twee vertegenwoordigers van MetMaya Twee vertegenwoordigers van Stichting De Genadebron Een huisarts Een jeugdarts

-38-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17062242/1