CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Regiovisie Beschermd Wonen en Beschermd Thuis

Raadscommissie 30 januari 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Regiovisie Beschermd Wonen en Beschermd Thuis in de Valleiregio 2024-202911.116 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REGIOVISIE Beschermd Wonen en Beschermd Thuis in de Valleiregio 2024 t/m 2029

REGIOVISIE Beschermd Wonen en Beschermd Thuis in de Valleiregio 2024 t/m 2029

VOORWOORD De afgelopen jaren is volop gewerkt aan sociale inclusie, door mensen met een psychische kwetsbaarheid passende ondersteuning in de eigen woonomgeving te bieden in plaats van in een instelling. Een goede regionale samenwerking tussen gemeenten en met andere belanghebbenden, die aansluit op de lokaal georganiseerde ondersteuning, is daarbij een noodzakelijke basis voor succes gebleken. We willen samen met alle belanghebbenden een duurzame beweging in gang te zetten om goede, beschikbare en betaalbare ondersteuning te waarborgen, dichtbij mensen: van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis. Onze ambitie is helder: mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen zoveel mogelijk in wijken met ondersteuning aan huis, vanuit een toegankelijk palet aan lokale voorzieningen. Dat vraagt om een proces van ombouw en afbouw van bestaande voorzieningen en opbouw van (lichtere) nieuwe voorzieningen. Tegelijk erkennen we dat voor hen die dat nodig hebben het verblijf in een instelling Beschermd Wonen - altijd blijft bestaan.

DEEL 1: INLEIDING

6

1.

Inleiding

7

2

Wat is Beschermd wonen en om wie gaat het?

9

DEEL 2: VISIE OP BESCHERMD WONEN

12

3.

Leidende principes

13

4.

Ambities

16

5.

Het realiseren van een dekkend zorglandschap

17

5.1 Afbouw, uitbreiding en beschikbaarheid van voorzieningen

17

5.2 Voorzieningen voor Beschermd Wonen

17

5.3 Beschermd Thuis (zelfstandig)

19

5.4 Beschermd Thuis Geclusterd

20

5.5 Aanvullende voorzieningen (regionaal/bovenregionaal)

20

Afstemming met aanpalende terreinen

22

6.

De overgang van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis is complex en vraagt geduld, dus we zijn er zeker nog niet. De ontwikkelingen ten aanzien van de zorg en huisvesting van kwetsbare mensen volgen elkaar snel op en zijn dynamisch en omvangrijk van aard. We hebben ook te maken met een wereld waarin van alles gebeurt en wetgeving die continu aan verandering onderhevig is. Met deze Regiovisie hebben we een richting ontwikkeld en houden we een vinger aan de pols. Het vormt de basis voor een jaarlijks uitvoeringsprogramma, waarin we kijken waar we staan, onze ambities en ontwikkelingen concreet maken en kijken wat nodig is voor het komende jaar.

Leon Meijer, wethouder gemeenten Ede en voorzitter Bestuurlijk Overleg Wmo Martijn Beek, wethouder gemeente Veenendaal

DEEL 3: REGIONALE SAMENWERKING

24

7.

Inleiding

25

8.

Het doel en de uitgangspunten van de regionale samenwerking

26

9.

Wat pakken we samen op, wat doet iedere gemeente zelfstandig?

28

10. De juridische vastlegging van de regionale samenwerking

30

11. De financiële aspecten van de regionale samenwerking

31

12. Norm van opdrachtgeverschap

33

TOT SLOT

34

Bijlage 1: Begrippenlijst

36

Legenda bij kaart Beschermd Wonen voorzieningen

39

4

Het betreft een groot en langdurig transformatieproces; in stenen en in financiële middelen, maar vooral ook in de manier van samenwerken, organiseren en denken. Alleen met krachtige en aanhoudende samenwerking, zowel regionaal als landelijk en met alle partners, kunnen we de beweging van sociale inclusie voor mensen met psychische kwetsbaarheid een stap verder brengen. De ervaringen die we afgelopen beleidsperiode hebben opgedaan bij het betrekken van de buurt, nemen we mee in deze nieuwe beleidsperiode.

Hans Boerkamp, wethouder, gemeente Rhenen Kees Eskes, wethouder gemeente Renswoude Jolanda de Heer-Verheij, wethouder gemeente Barneveld Henk Vlastuin, wethouder gemeente Scherpenzeel Guido van Vulpen, wethouder gemeente Wageningen

5

1. Inleiding

DEEL 1: INLEIDING

Kwetsbare mensen met psychiatrische problemen en sociaal-maatschappelijke problemen kunnen hun zelfstandigheid vaker behouden als passende ondersteuning in de thuissituatie beschikbaar is. De ambitie is om samen met alle belanghebbenden een duurzame beweging in gang te zetten om goede, beschikbare en betaalbare ondersteuning te waarborgen, dichtbij mensen: van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis. Met dit breed omarmde advies van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen (Commissie Dannenberg1) startten gemeenten en Rijk in samenwerking met partners zoals cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties in 2015 de bredere beweging van sociale inclusie voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Op dit moment ontvangt Ede als centrumgemeente de middelen voor Beschermd Wonen van het Rijk. Naar verwachting gaat het Rijk met ingang van 1 januari 2026 de middelen voor Beschermd Wonen verdelen over alle gemeenten. Deze decentralisatie vraagt om een nieuwe stap in de samenwerking. In deze Regiovisie geven we hier aandacht aan. Voorliggende Regiovisie Beschermd Wonen en Beschermd Thuis is een strategisch document waarin de samenwerkende gemeenten hun visie op Beschermd Wonen vastleggen en daarnaast samenwerkingsafspraken maken. Op beide punten gaan we hieronder in.

Visie op Beschermd Wonen en Beschermd Thuis In deze Regiovisie staan onze doelstellingen voor de komende jaren en wat er nodig is om de opgave van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis verder vorm te geven. In de visie geven we inzicht in de huidige stand van zaken en de uitdagingen voor de toekomst. We kijken daarbij niet alleen naar Beschermd Wonen, maar ook naar aanverwante werkvelden die de uitvoering van Beschermd Wonen raken. We willen de ambities van de Regiovisie vertalen naar uitvoering. Daarom werken we met een Uitvoeringsplan dat met de tijd meebeweegt. Zo kunnen we ook op de lange termijn inspelen op ontwikkelingen binnen Beschermd Wonen. In het Uitvoeringsplan werkt elke gemeente afzonderlijk concrete stappen uit voor die periode, afgestemd op de meest recente ontwikkelingen. De brede visie op de zorg is dat ondersteuning zoveel mogelijk (in de) thuis(omgeving) gegeven wordt. Ook binnen het bredere sociaal domein is dat het uitgangspunt. Er zijn altijd situaties waarin iemand vanwege zijn psychische kwetsbaarheid tijdelijk niet thuis kan wonen. Daar is Beschermd Wonen voor. We willen Beschermd Wonen alleen inzetten als dat de meest passende oplossing is en het ook écht niet anders kan. De Regiovisie beschrijft hoe we dit willen bereiken. We sluiten aan bij de visie die in het Groeidocument Beschermd Wonen Valleiregio al in 2015 in gang is gezet.

1

6

https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf

7

2. Wat is Beschermd Wonen en om wie gaat het? Visie op samenwerking Gemeenten hebben in de Algemene Ledenvergadering van de VNG (juni 2020) een aantal normen vastgesteld waaraan de onderlinge samenwerking moet voldoen: Norm van Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen (NvO). In de Norm van Opdrachtgeverschap staat dat gemeenten in een regio richtinggevende afspraken met elkaar maken over wat zij als regio samen doen op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen én hoe dit lokaal en bovenregionaal is verbonden. In deze Regiovisie geven de samenwerkende gemeenten in de Valleiregio hier invulling aan voor Beschermd Wonen. In de Regiovisie Maatschappelijke Opvang, eerder vastgesteld in 2021, wordt dit beschreven voor de Maatschappelijke Opvang. Een belangrijk onderdeel van deze Regiovisie is de afstemming en verdeling van verantwoordelijkheden: waar is iedere gemeente zelf verantwoordelijk voor en bij welke taken trekken we gezamenlijk op? Een ander belangrijk focuspunt in de samenwerking is het inperken van de administratieve lasten voor zowel gemeenten als aanbieders. In deze Regiovisie maken we op hoofdlijnen afspraken over hoe we de inkoop, toegang en financiering van Beschermd Wonen in de regio gaan organiseren. De uitwerking van deze visie willen wij samen doen met andere stakeholders zoals woningcorporaties, zorgaanbieders en zorgkantoren.

Samenwerking tussen gemeenten in onze regio is daarnaast nodig om de continuïteit van de zorg te bewaken en gezamenlijk vorm te geven aan een dekkend zorglandschap. Dit betekent dat we in de regio een aanbod aan voorzieningen willen hebben dat kwalitatief en kwantitatief aansluit bij de zorgvraag van onze inwoners. De gemeenten stemmen het aanbod dat nodig is af met de twee zorgkantoren (Menzis en Zilveren Kruis) die in de regio actief zijn.

Leeswijzer In het eerste deel van de Regiovisie gaan we in op wat Beschermd Wonen is en om wie het gaat. Het tweede deel gaat over onze visie op Beschermd Wonen. We gaan in dit deel onder andere in op de leidende principes en de ambities die we voor ogen hebben. In het derde deel gaan we in op hoe we in de regio willen samenwerken. We kijken daarbij naar de doelstelling en de uitgangspunten van de samenwerking. Wat gaan de verschillende gemeenten zelfstandig doen en waarin werken we samen? Hoe zit het met de financiën van Beschermd Wonen? En in welke juridische vorm gaan we de samenwerking gieten? Deze en andere vragen komen aan bod. Tot slot gaan we in op hoe we na de vaststelling van deze Regiovisie verder aan de slag gaan.

8

Beschermd Wonen is bedoeld voor inwoners vanaf 18 jaar met psychische problematiek, complexe psychosociale problematiek en/of verslavingsproblematiek die onvoldoende regie hebben over hun eigen leven en tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen. De problematiek kan samenhangen met cognitieve beperkingen (licht verstandelijke beperking), lichamelijke handicaps of zintuiglijke handicaps.

Definitie Beschermd Wonen op basis van de Wmo 2015: ‘Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.’

Meestal is sprake van (ernstige) gedragsproblemen en vaak zijn er ook andere problemen zoals armoede, schulden, dreigende huisuitzetting, het ontbreken van een zinvolle dagbesteding, geringe deelname aan het arbeidsproces of huiselijk geweld. Kenmerkend is dat de cliënt moeilijk of geen hulp kan vragen wanneer dat nodig is en dat de hulpvraag niet uitgesteld kan worden. Als veiligheid in het geding is of als de benodigde gespecialiseerde hulpverlening meer is dan thuis kan worden geboden, is de cliënt 24 uur per dag en 7 dagen per week aangewezen op zorg in een intramurale setting (een instelling). Bij Beschermd Wonen binnen de Wmo gaat het om een tijdelijke behoefte aan deze vorm van ondersteuning. Een cliënt met een blijvende behoefte aan 24/7 toezicht of permanente zorg in de nabijheid komt in aanmerking voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Als de cliënt tijdens zijn verblijf behandeling nodig heeft, wordt deze behandeling geboden door een externe partij (Zorgverzekeringswet).

We spreken over Beschermd Thuis wanneer cliënten geen noodzaak hebben tot een intramuraal verblijf. Zij ontvangen intensieve begeleiding thuis of in een (geclusterde) woonvorm in de wijk waar de cliënt de woonruimte huurt. De hulp bestaat grotendeels uit planbare en deels uit niet planbare ondersteuning. De hulp is niet 24 uur aanwezig, maar wel 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar. Beschermd Wonen is binnen de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening. Dit betekent dat we eerst kijken of iemand op eigen kracht en met steun van de omgeving, met een algemene voorziening of andere minder ingrijpende maatwerkvoorziening is geholpen. De inwoner krijgt zo snel mogelijk alle noodzakelijke handvatten om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De aanbieder werkt met de cliënt aan de volgende (hoofd)doelen: • • • • • •

Het bevorderen van herstel, (financiële) zelfredzaamheid en participatie; Het bevorderen van psychisch en sociaal functioneren; Stabilisatie van de psychische kwetsbaarheid; Het bieden van een veilige woonomgeving; Het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast; Het afwenden van gevaar voor de cliënt of voor anderen.

9

Onderstaande tabel geeft een beeld van hoeveel inwoners uit de Valleiregio in het jaar 2022 waren aangewezen op Beschermd Wonen of Beschermd Thuis. Gemeente(n)

Beschermd Wonen

Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Rhenen, Renswoude

203

Wageningen

20

Veenendaal

83

TOTAAL

306

Gemeente(n)

Beschermd Thuis (geclusterd/zelfstandig)

Ede

142

Barneveld

22

Scherpenzeel

0

Rhenen

4

Renswoude

0

Wageningen

12

Veenendaal

46

Over 5 jaar: • ben ik gestopt met medicatie slikken. • ben ik gestopt met behandeling bij Pro Persona. • woon ik zelfstandig met begeleiding van Gewoon Thuis. • kan het ook zijn dat mijn verhoudingen met mijn ouders beter liggen dan nu. • heb ik nog steeds een relatie. • bewandel ik een zelfstandige weg. • doe ik vrijwilligerswerk en heb ik dat als mijn daginvulling in de week. • durf en kan ik weer zelfstandig op vakantie gaan met een vriendin. • leef ik nog en kan ik omgaan met mijn diagnose. Cliënt

In deze uitgave staan quotes van clienten, professionals en bewoners: Bron Narratief Onderzoek Beschermd Wonen en Beschermd Thuis Veenendaal 2021/2022

Samen eten ervaar ik als prettig. Dit soort momenten zorgen ervoor dat ik het naar mijn zin heb. Ondanks dat ik blij ben dat ik ben opgevangen door het Beschermd Wonen is mijn wens om zelfstandig te wonen. Ik heb altijd zelfstandig gewoond en nooit ergens begeleiding in gehad. Het voelt als een vernedering om nu beschermd te wonen. Cliënt Beschermd Wonen

10

11

DEEL 2: VISIE OP BESCHERMD WONEN

In dit deel van de Regiovisie gaan we in op de leidende principes en de ambities voor Beschermd Wonen (hoofdstuk 4 en 5). Een belangrijke ambitie is dat we een passend en dekkend zorglandschap willen voor de cliënten (hoofdstuk 6). We sluiten dit deel af met een hoofdstuk over de afstemming met aanpalende terreinen (hoofdstuk 7).

3. Leidende principes We willen dat inwoners van de Valleiregio zo volwaardig mogelijk mee kunnen doen in de samenleving. Wij gaan ervan uit dat iedereen zijn leven zo veel mogelijk zelfstandig of met behulp van zijn netwerk vormgeeft. Waar nodig regelt de gemeente de ondersteuning. De ondersteuning en mate van zelfregie is maatwerk en moet zo dicht mogelijk bij én met de persoon en zijn netwerk georganiseerd worden. Voor de verdere transformatie van Beschermd Wonen in onze regio worden de volgende leidende principes gehanteerd: 1. Normaliseren van wonen en ondersteuning daar waar mogelijk Het gaat hier om het herstel van het gewone leven, waar problemen onderdeel van uitmaken. Dit betekent dat wonen ook voor kwetsbare inwoners zo veel mogelijk ingevuld wordt zoals dat voor iedereen geldt: zelf zorg dragen voor de huur, gedrag vertonen dat past bij een goede huurder, zinvolle dagbesteding hebben en een goede buur zijn - waar nodig met ondersteuning. 2. Ondersteuning zo licht als kan en zo zwaar als nodig We bieden passende ondersteuning aan inwoners. Als het echt niet anders kan, zetten we Beschermd Wonen in. Een tijdelijk verblijf in een locatie voor Beschermd Wonen is ingrijpend, intensief en kostbaar. Alleen als er sprake is van een ‘noodzaak tot verblijf met 24/7 ondersteuning’, wordt Beschermd Wonen geïndiceerd.

In alle andere situaties gaan we op zoek naar voorliggende voorzieningen zoals (intensieve) ambulante begeleiding of Beschermd Thuis; ter voorkoming van verblijf in een instelling. De ondersteuning is effectief en doelgericht: zo kort als mogelijk en zo lang als nodig. Alle onderdelen van het hersteltraject, maar ook de huisvesting, zijn erop gericht dat de inwoner zo snel mogelijk weer in staat is om (grotendeels) zelfstandig te wonen en deel te nemen aan de samenleving (met of zonder ambulante begeleiding). 3. Herstelgerichte benadering (kwaliteit van leven centraal) De ondersteuning is gericht op herstel en het vergroten van welbevinden. Voor veel cliënten geldt dat een psychische kwetsbaarheid een leven lang blijft, maar niet altijd intensieve begeleiding behoeft. Ons doel is in die situatie niet gericht op het wegnemen van de kwetsbaarheid, maar om er zo goed mogelijk mee om te gaan. We spannen ons in om zoveel mogelijk de aandacht te verschuiven van beperking/kwetsbaarheid naar het vergroten van de kwaliteit van leven. Dit vraagt maatwerk en flexibiliteit in plaats van uniformiteit. We bieden de professional ruimte om te zoeken naar doelgerichte interventies die een positieve bijdrage leveren aan de uitstroom, het werken aan herstel en/of het vergroten van het welbevinden.

12

13

Een voorwaarde voor een herstelgerichte benadering is een betekenisvolle daginvulling en contacten. Dit geeft structuur, voldoening en zingeving en draagt bij aan persoonlijk en maatschappelijk herstel. We streven naar het hoogst haalbare. Dit kan variëren van een lichte vorm van dagbesteding en vrijwilligerswerk tot betaald werk. De combinatie van professionele inzet, ervaringskennis, ervaringsdeskundigheid, informele ondersteuning en het eigen netwerk is van belang bij het versterken van de eigen regie. We zien dat we hier. Op het gebied van inzet van ervaringskennis en deskundigheid kunnen we op beleidsniveau, binnen zorgorganisaties en op casusniveau nog kansen creëren en benutten. Het verkennen van de mogelijkheden rondom deze inzet wordt meegenomen in de regionale inspiratietafels (ook in relatie tot het Integraal Zorgakkoord) en vormt een onderdeel van het herstelplan dat met de cliënt wordt opgesteld.

Mijn cliënt heeft heel sterk de wens om op zichzelf te wonen en een baan te zoeken. Hij heeft daarbij goede herinneringen aan de tijd voordat hij psychisch ziek werd. Hij wil graag leven net zoals in de periode toen hij nog getrouwd was, een baan had en hij geen hinder ondervond van psychische klachten. Professional 4. Spreiding van voorzieningen en woonplekken Als regio werken wij aan een passend zorglandschap voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. We streven daarbij naar spreiding van (beschermde) woonplekken over de regio zodat inwoners kunnen wonen op de plek waar zij vandaan komen, waar ze hun netwerk hebben of waar ze het beste tot hun recht komen. Vanuit zowel het oogpunt van zorgefficiency als sociaalmaatschappelijke ontwikkeling kan het echter toch wenselijk zijn om zorg te concentreren; bijvoorbeeld voor ondersteuning die schaars en specialistisch is. Uitgangspunt is: lokaal waar het kan, regionaal waar het meerwaarde heeft.

6. Maatschappelijke betrokkenheid Bij de huisvesting van inwoners in kwetsbare posities is het belangrijk om te ondersteunen bij de draagkracht van de wijk en oog te hebben voor de samenstelling in de wijk. Het is van belang om bewustwording, gesprek en randvoorwaarden in de wijk te creëren en daarbij stigmatisering te voorkomen. Inclusief wonen in de wijk betekent ook dat er overlast en escalerende situaties kunnen zijn. Belangrijk voor het draagvlak is dat hierbij snel wordt ingegrepen en er mogelijkheden zijn om iemand tijdelijk elders te laten verblijven (bijvoorbeeld in een time-outvoorziening zo dicht mogelijk bij huis). Bij het openen van nieuwe locaties voor Beschermd Wonen of geclusterde vormen van Beschermd Thuis, maakt de zorgaanbieder afspraken met de omgeving over het voorkomen/beheersen van mogelijke overlast. Een veilige en prettige woonplek is een voorwaarde om te kunnen werken aan persoonlijk en maatschappelijk herstel. Het hebben van sociaal netwerk/ vangnet is een belangrijke factor die de stap naar zelfstandig (blijven) wonen mogelijk maakt. Steunende contacten met mensen uit de directe woonomgeving zijn daarbij helpend. Door elkaar te kennen groeit begrip en betrokkenheid. Vooral als er laagdrempelig contact ontstaat vanuit een gezamenlijke interesses, talenten, buurtprojecten of belangen

Dagbesteding is tot op heden niet gelukt. Een reguliere opleiding lukt vooralsnog ook niet. De cliënt is veel thuis en aan het gamen. Draait het dag- en nachtritme geregeld om. De cliënt heeft ASS en een groot verschil tussen performaal en verbaal. Niet in staat om tot handelen te komen en zeer sociaal onaangepast gedrag. Bij de start van Beschermd Wonen was er veel conflict over groepswonen. In 2 jaar tijd is een relatie opgebouwd van vertrouwen en staat de cliënt sinds kort open voor behandeling. Professional

5. Stimuleren van een stabiele en inclusieve woonplek in de wijk Vanuit de Valleiregio willen we een stabiele en inclusieve woonplek in de wijk stimuleren. Dit betekent dat we willen dat inwoners in kwetsbare posities zo zelfstandig en zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Verhuisbewegingen worden zoveel mogelijk voorkomen omdat verhuizen stressvol is, veel aanpassingsvermogen vraagt en vaak een breuk in activiteiten en relaties met anderen betekent. Met de inzet van producten als Beschermd Thuis willen we het wonen voor zoveel mogelijk cliënten loskoppelen van zorg. Inwoners die uitstromen uit een BW-voorziening worden waar mogelijk direct geplaatst op een plek waar ze kunnen blijven wonen. Voldoende passende en betaalbare woningen en een diversiteit aan woonvormen zijn belangrijke randvoorwaarden om de doorstroom te kunnen bevorderen.

14

15

4. Ambities

5. Het realiseren van een dekkend zorglandschap

Onze ambities worden vormgegeven onder het adagium ‘lokaal waar het kan, regionaal waar het meerwaarde heeft’. Dit betekent dat we de samenwerking in onze regio willen versterken om onze ambities de grootst mogelijke kans op succes te geven. Dit hebben we verder uitgewerkt in Deel 3.

In de Valleiregio hebben we een gezamenlijke verantwoordelijkheid als het gaat om zorgen dat inwoners uit de doelgroep toegang hebben tot passende vormen van ondersteuning, in de vorm van Beschermd Wonen of (bij voorkeur) in de vorm van Beschermd Thuis. Dit hoofdstuk richt zich op het creëren van een dekkend zorglandschap voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis.

Onze ambities zijn: • We werken aan een inclusieve samenleving voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid. We willen dat zij zoveel mogelijk kunnen deelnemen aan het alledaagse leven, bijvoorbeeld op het gebied van (vrijwilligers)werk, opleiding en vrije tijd. Iedere gemeente geeft hier vorm aan door middel van een lokaal Uitvoeringsprogramma waarin beschreven staat hoe op lokaal niveau regie wordt vormgegeven op de gewenste beweging naar een inclusieve samenleving en op welke prioriteiten/ uitdagingen accenten liggen • We zetten in op een afname van het gebruik van Beschermd Wonen en een toename van het gebruik van Beschermd Thuis. Deze transformatieopgave pakken we zorgvuldig op. We waarborgen de continuïteit van de zorg. Het cliëntperspectief staat hierin centraal. • We streven in de gehele regio naar een duurzame uitstroom met een zo kort mogelijke doorlooptijd. • Iedere gemeente zorgt voor passende uitstroommogelijkheden voor inwoners uit de eigen gemeente. • Door een gerichte inkoop zorgen we voor een passend en toereikend zorglandschap voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. Daarbij zorgen we ook voor voldoende beschikbare, lokale Wmo-voorzieningen of algemeen lokaal aanbod. In de inkoop is aandacht voor de uitdagingen die er liggen in de huidige en toekomstige krapte op de arbeidsmarkt voor zorgpersoneel.

• We bevorderen ketensamenwerking en stimuleren aanbieders tot innovatie, kennisuitwisseling en onderlinge samenwerking, onder meer door het organiseren van Ontwikkeltafels en netwerkbijeenkomsten waar o.a. de stem van de client en/of ervaringsdeskundigen een plek krijgt. Een Ontwikkeltafel zorgt ervoor dat aanbieders en gemeenten ook na de inkoop van Beschermd Wonen-voorzieningen en Beschermd Thuis-voorzieningen met elkaar in gesprek blijven over het doorontwikkelen van de dienstverlening. • We organiseren tussenvormen van voorzieningen (Beschermd Thuis) die voorliggend zijn aan Beschermd Wonen (groot en klein). Deze zijn verspreid over de regio beschikbaar.

Op dit moment vind ik het fijn dat ik in mijn eigen huis op mijn eigen plek kan zijn. Wat ik moeilijk vind is dat ik het directe fysieke contact met andere mensen mis.

5.1 Afbouw, uitbreiding en beschikbaarheid van voorzieningen Afbouw van Beschermd Wonen en opbouw van Beschermd Thuis wordt ook voor onze regio een van de maatschappelijke opgaven voor de komende jaren. Beschermd Wonen (met 24-uurs toezicht) wordt verantwoord afgebouwd naar het niveau dat regionaal nodig is. We streven naar uitbreiding van Beschermd Thuis (eigen huisvesting, Ambulante Ondersteuning en meer eigen regie, bij voorkeur in de eigen woonomgeving) in alle gemeenten. Verder onderzoeken we of uitbreiding en spreiding van voorzieningen tussen Zelfstandig Thuis en het Beschermd Wonen nodig zijn om de voor de doelgroep benodigde diversiteit in het aanbod te creëren. De samenwerkende gemeenten monitoren de opbouw en afbouw en de gevolgen daarvan zorgvuldig.

Ik ga ervan uit dat ik over 5 jaar zelfstandig in een prettige hoekwoning woon, ondersteund met ambulante begeleiding. Ik hoop dat ik beter sociaal contact heb met mijn buren, dat ik mij prettig en veilig voel in mijn woonomgeving en dat ik een actiever leven heb. (Cliënt) 5.2 Voorzieningen voor Beschermd Wonen Bij Beschermd Wonen is er sprake van een verblijf in een instelling waarbij de cliënt 24/7 ondersteuning en toezicht nodig heeft. In de Valleiregio delen we met elkaar de Beschermd Wonen-voorzieningen volgens het leidende principe ‘lokaal waar het kan, regionaal wanneer het meerwaarde heeft’. Daar waar mogelijk en verantwoord willen we Beschermd Wonen verder afbouwen, als strategische stap om meer de nadruk te leggen op lichtere vormen van ondersteuning. Het aanbod van beschermde woonvoorzieningen heeft zich door de jaren heen gevormd. Beschermd Wonen-voorzieningen hebben vaak een specialisme en/ of een levensbeschouwelijke grondslag, waardoor een locatie niet in iedere gemeente te realiseren is. Ook is er voor een Beschermd Wonen-voorziening voldoende ‘economische massa’ nodig om 24-uurs toezicht te organiseren. Als een inwoner een Beschermd Wonen-plek nodig heeft kan hij deze zorg daardoor niet altijd in de eigen leefomgeving of woonplaats krijgen.

Cliënt Beschermd Thuis Inwoners die langdurig aangewezen zijn op Beschermd Wonen of Beschermd Thuis krijgen een indicatie van het CIZ in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Met de openstelling van de Wlz voor cliënten Beschermd Wonen met GGZ-grondslag per 2021 zijn meer cliënten van de Wmo naar de Wet langdurige zorg overgegaan dan verwacht. De huidige instroom in de Wlz blijft in alle regio’s in Nederland hoog. De VNG en VWS zijn in overleg hoe de instroom van cliënten in de Wlz beperkt kan worden door meer Wmo te indiceren. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de benodigde capaciteit aan Beschermd Wonen-plekken.

16

17

Uiteindelijk willen we dat er een passend aanbod voor onze inwoners is, ongeacht of het om een Wmo- of Wlz-indicatie gaat. Enkele voordelen van Beschermd Wonen zijn: • Veiligheid en beveiliging: In een instelling voor Beschermd Wonen is er over het algemeen een hoger niveau van fysieke veiligheid en beveiliging. Dit kan belangrijk zijn voor mensen met ernstige psychische aandoeningen, verslavingen of andere kwetsbaarheden. • Gestructureerde omgeving: Beschermd wonen biedt vaak een gestructureerde dagelijkse routine. Dat kan helpen bij het beheren van symptomen en het bevorderen van stabiliteit.

Figuur 1: Spreiding over de regio van het aantal plekken met een Wmo en Wlz -indicatie Beschermd Wonen, zie ook de legenda op pagina 39.

Enkele nadelen van Beschermd Wonen zijn: • Verlies van autonomie: In een instelling voor Beschermd Wonen kunnen bewoners soms het gevoel hebben dat ze een deel van hun autonomie verliezen, omdat ze regels en routines moeten volgen die zijn opgelegd door de instelling. • Kosten: Beschermd wonen voorzieningen zijn duur. • Mogelijke institutionalisering: Er is een zorg dat sommige mensen in een instelling afhankelijk kunnen worden van de structuur en ondersteuning, wat kan leiden tot moeilijkheden bij het terugkeren naar onafhankelijk wonen.

Bij goede begeleiding kunnen deze mensen een plaats in de maatschappij krijgen waardoor hun eigenwaarde kan groeien en zij een zelfstandig bestaan - binnen grenzen - kunnen leiden. Voor deze mensen is zeker een plaats in de gemeenschap aanwezig, zeker als zij zorgvuldig over de maatschappij worden verdeeld. Inwoner

5.3 Beschermd Thuis (zelfstandig) Beschermd Thuis is een persoonsgerichte vorm van ondersteuning waarbij de cliënt in staat wordt gesteld om in zijn eigen huis te blijven wonen (of een toegewezen woning), terwijl hij Ambulante Ondersteuning ontvangt van professionele zorgverleners. Er is dan sprake van scheiding van wonen en zorg. Beschermd Thuis is bedoeld om de beweging van Beschermd Wonen (verblijf in een instelling) naar zelfstandig (blijven) wonen in de wijk en deelname aan de samenleving te behouden of te bevorderen. Beschermd Thuis (Zelfstandig) heeft een preventieve functie (het voorkomen van instroom naar zwaardere ondersteuning), maar biedt ook de mogelijkheid om zwaardere zorg eerder af te schalen. Beschermd Thuis Zelfstandig kan worden ingezet als: • De cliënt beschikt over eigen huisvesting waar hij kan blijven wonen. • Cliënten een eigen hulpvraag kunnen stellen en doorgaans mogelijk ook kunnen uitstellen tot de volgende dag. Cliënten de zekerheid hebben dat begeleiding 24/7 oproepbaar is en indien nodig beschikbaar. Door dit vangnet is het mogelijk om zelfstandig te kunnen wonen. In noodsituaties en in geval van incidenten kunnen cliënten rekenen op directe ondersteuning. We noemen dit ongeplande zorg en deze zorg kan - al naargelang de situatie telefonisch, digitaal of fysiek plaatsvinden.

Belangrijke voordelen van Beschermd Thuis Zelfstandig zijn: • Inwoners met een intensieve ondersteuningsvraag kunnen langer thuis blijven wonen. Met behoud van sociaal netwerk, dagelijkse routines, kennis van de omgeving, daginvulling, huisdieren etc. • De ondersteuning sluit aan bij de (woon)situatie van de cliënt in plaats van dat de cliënt moet wonen waar de zorg geboden wordt. • De cliënt hoeft niet te verhuizen als het beter gaat. Een dergelijke verhuizing geeft vaak dusdanig veel onrust dat er ongewenst een terugval ontstaat (decompensatie). • Behoud en effect van duurzame huisaanpassingen (denk aan extra isolatie i.v.m. prikkelgevoeligheid). • De stap naar maatschappelijke integratie (de droom van veel cliënten) is kleiner als de woonsituatie gelijk blijft. • De cliënt heeft meer zelfstandigheid dan bij Beschermd Wonen. Er is hierdoor minder kans dat hij afhankelijk wordt van de structuur en ondersteuning die hem geboden wordt. • Het voorkomen van een onrustige woonplek als gevolg van een cluster van inwoners met gelijke en/of andersoortige problematiek rondom psychische kwetsbaarheid en verslaving.

18

19

Mogelijke nadelen van Beschermd Thuis zelfstandig zijn: • Risico op vereenzaming en terugval wanneer de aansluiting bij de samenleving onvoldoende tot stand komt. Door in de begeleiding in te zetten op een goede daginvulling en de cliënt te ondersteunen bij het versterken van zijn/haar netwerk kan hierop geanticipeerd worden. • Bij beschermd thuis wonen is de directe fysieke aanwezigheid van zorgverleners beperkter dan bij beschermd wonen. Beschermd thuis wordt daarom alleen ingezet bij cliënten die doorgaans hun hulpvraag kunnen uitstellen. NB: Indien het wonen in een intramurale instelling noodzakelijk is in verband met veiligheid en de mate van kwetsbaarheid, wordt een indicatie voor een 24/7-verblijf geïndiceerd.

Alles staat of valt met de juiste begeleiding, of er gekeken wordt naar mogelijkheden van mensen en niet alleen naar wat ze niet kunnen. Inwoner 5.4 Beschermd Thuis Geclusterd Voor sommige cliënten is een tussenstap tussen zelfstandig wonen en een verblijf in een instelling wenselijk of noodzakelijk. Dit kan door tijdelijk te wonen in een geclusterde woonvorm, waarbij de cliënt zijn eigen woning huurt van een zorginstelling of een woningcorporatie. Er is sprake van zelfstandig wonen,in een omgeving waarbij er in een kleine groep gewerkt kan worden aan persoonlijke doelen en er met buurtgenoten georganiseerd sociaal contact, erkenning en herkenning is. Wonen in een geclusterde woonvorm kan verblijf in een instelling voorkomen (aan de voorkant) of verblijf in een instelling verkorten (aan de achterkant). In deze woonvormen worden zelfstandige woningen of wooneenheden doorgaans gegroepeerd rond een gezamenlijke voordeur. In sommige woonvormen zijn er gemeenschappelijke ruimtes, zoals een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke tuin, waar men samenkomt en sociale activiteiten plaatsvinden. In woonvormen met een gezamenlijke voordeur zal de cliënt uitstromen naar een reguliere woning. 6.5

Aanvullende voorzieningen (regionaal/bovenregionaal/landelijk)

Safehouse Een Safehouse duidt op een veilige, gezonde woonomgeving waarbij middelengebruik niet is toegestaan. Vaardigheden die essentieel zijn voor blijvend herstel na een verslaving worden aangeleerd en geoefend in een omgeving met gelijkgestemden. Safehouses bieden geen behandeling, maar intensieve herstelondersteunende begeleiding en dagbesteding, vaak in de vorm van Beschermd Thuis of Beschermd Wonen. Ervaringsdeskundigen vormen een belangrijk onderdeel van het multidisciplinaire team.2 De Valleiregio beschikt op dit moment over twee Safehouses. Het plaatsen van een cliënt in een Safehouse binnen de eigen regio is alleen verstandig als er voldoende afstand is tot het negatieve gebruikersnetwerk van de cliënt. In andere gevallen is een bovenregionale plaatsing voorwaardelijk voor een succesvol herstel. In het regionale inkooptraject voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis nemen we dit mee. Zowel gemeenten als Safehouses ervaren knelpunten in de onderlinge afstemming en samenwerking. Hierbij gaat het dikwijls over de vraag of de cliënt al voldoende behandeling heeft gehad - welke valt onder de financiële verantwoordelijkheid Zorgverzekeringswet - om vanuit een stabiele situatie te kunnen werken aan verder herstel.

Een landelijke handreiking Safehouses beoogt de ondersteuning voor deze doelgroep en de samenwerking te verbeteren en zal in de komende jaren in onze regio aandacht behouden. Landelijke voorzieningen De VNG voorziet in de inkoop van enkele Beschermd Wonen-voorzieningen met een zeer beperkte doelgroep: a) mensen met een auditieve beperkingen; b) veteranen; c) mensen die behandeld zijn voor een eetstoornis; d) mensen die te maken hebben gehad met mensenhandel; e) mensen met het velocardiofaciaal syndroom. Hierover zijn afspraken gemaakt tijdens een Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG (2021).

Bij goede begeleiding kunnen deze mensen een plaats in de maatschappij krijgen waardoor hun eigenwaarde kan groeien en zij een zelfstandig bestaan - binnen grenzen - kunnen leiden. Voor deze mensen is zeker een plaats in de gemeenschap aanwezig, zeker als zij zorgvuldig over de maatschappij worden verdeeld. Inwoner

Time-out voorziening Een Time-out voorziening kan ingezet worden voor cliënten die voor een korte periode een beschermde omgeving nodig hebben. Dit kan te maken hebben met een plotselinge terugval in het herstelproces, waarbij zwaardere zorg nodig is dan de ondersteuning vanuit Beschermd Thuis. Ook kan een Time-out voorziening nodig zijn voor een cliënt die verblijft in een beschermde woonvorm, bijvoorbeeld in verband met (dreigend) gedrag tegen personeel en/of medebewoners. In de afgelopen jaren hebben we ervaring opgedaan met time-out plekken in Barneveld (2) en Veenendaal (1). Tijdens de inkoopprocedure gaan we met zorgaanbieders in overleg over de invulling van time-outbedden in de regio.

2

Uit Handreiking safehouses, VNG

20

21

6. Afstemming met aanpalende terreinen Het werkveld Beschermd Wonen heeft veel raakvlakken met andere werkvelden. Het is belangrijk om met deze aanverwante werkvelden de (integrale) samenwerking te zoeken. In deze Regiovisie geven we aan wat deze raakvlakken zijn en hoe ze het succes van onze ambities kunnen beïnvloeden. Participatie, Sociale Basis en Inclusie Mensen met een psychische beperking willen zo gewoon mogelijk mee kunnen doen in de samenleving. Dat geldt ook voor mensen die aangewezen zijn op een Beschermd Wonen of een Beschermd Thuis-voorziening. In het kader van het VN-verdrag voor mensen met een beperking maken gemeenten beleid voor een inclusieve samenleving. Van aanbieders verwachten we dat zij samen met cliënten vormgeven aan zoveel mogelijk inclusieve participatie, bijvoorbeeld op het gebied van sport, cultuur, onderwijs en (vrijwilligers)werk. Mantelzorgondersteuning Het is belangrijk dat familie en vrienden in het natuurlijke netwerk van de cliënt zich gesterkt voelen in de informele ondersteuning die zij aan hun dierbare(n) geven. Aanbieders van een beschermde woonvoorziening kunnen bijvoorbeeld familieleden en vrienden voorzien van informatie en hen helpen bij het begrijpen van de aandoening of zorgbehoeften van de bewoner.

Maatschappelijke opvang Mensen die uit de Maatschappelijke Opvang komen, hebben naast een acuut huisvestingsprobleem vaak ook psychiatrische problematiek en/of verslavingsproblematiek. Voor hen die willen werken aan herstel is het belangrijk dat de wachttijden voor een geschikte vervolgplek in Beschermd Wonen of een Beschermd Thuis zo kort mogelijk zijn.

Ik heb kleinkinderen die autisme hebben. Ik denk echt dat het noodzakelijk is om voor deze groep een thuis te bieden. Dat kan gewoon in de wijk. Inwoner Jeugdhulp We streven naar een soepele overgang voor mensen die (residentiële) jeugdhulp ontvangen en daarna op Beschermd Wonen of een Beschermd Thuis zijn aangewezen. We kijken zorgvuldig of een Wmo-voorziening of een voorziening in het kader van verlengde jeugdhulp meer passend is. Wonen De aanhoudende krapte op de woningmarkt is een belemmerende factor in het laten doorstromen van cliënten die klaar zijn met hun behandeling in een beschermde woonvorm. Het streven is om mensen zo kort mogelijk in een beschermde woonvorm te laten verblijven en door te laten stromen naar minder zware vormen van zorg in de eigen omgeving. Maar dan moet er wel een eigen woonomgeving beschikbaar zijn. De afgelopen periode is er hard gewerkt om tot een huisvestingsverordening te komen die regionaal zo uniform mogelijk is. In de huisvestingsverordening zijn ook bepalingen opgenomen m.b.t. de doelgroepen waar urgentie aan wordt verleend. Daarnaast is er in de Food Valley een zogenaamde Woondeal gesloten met de Provincie en het Rijk om veel meer te sturen op het bouwen van betaalbare (sociale) huurwoningen. Naar verwachting zal dit op langere termijn resulteren in meer doorstroming en makkelijker kunnen toewijzen aan deze doelgroep.

22

Alle gemeenten stellen een Woonzorgvisie vast (of hebben deze al vastgesteld). In de Woonzorgvisie wordt de basis gelegd voor verdere prestatieafspraken en/ of een toekomstbestendig uitvoeringsprogramma waarin concreet is vastgelegd welke plannen wanneer worden uitgevoerd om te voorzien in wonen, zorg en welzijn voor kwetsbare doelgroepen. Bij nieuw te ontwikkelen gebieden wordt in een vroeg stadium pro-actief meegedacht over eventueel gewenste woonvormen in het nieuwe gebied. Draagkracht in de wijk Verschillende ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat sommige wijken minder draagkracht en veerkracht hebben dan andere wijken. Deze ontwikkeling is mede ingezet door de verplichting sociale huurwoningen passend toe te wijzen in combinatie met de ambulantisering binnen de GGZ en de toename van het aantal personen met verward gedrag. Bij de ontwikkelopgave van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis houden we zoveel mogelijk rekening met de draagkracht en veerkracht in de wijken van de Valleiregio. Gemeenten, welzijnsorganisaties en corporaties hebben een gezamenlijke taak om de veerkracht van de wijk te verbeteren. Anders Wonen In de Valleiregio vindt een verkenning plaats voor het realiseren van Anders Wonen. Anders Wonen gaat over woonplekken voor kwetsbare inwoners die in een reguliere setting ernstige overlast veroorzaken.

Deze overlast zorgt voor een verhoogd gevoel van onveiligheid in de omgeving en een relatief hoge inzet van de veiligheidsdiensten en de afdeling Toezicht. Wanneer deze kwetsbare inwoners in een rustige, prikkelarme of relatief geïsoleerde omgeving verblijven, kunnen ze met specialistisch maatwerk stabiliseren. Omwonenden en de hulpverleningsdiensten hoeven dan minder vaak inzet te plegen. GGZ Inwoners in de regio staan vaak te lang op de wachtlijst voor specialistische zorg. Ter overbrugging houden de huisarts en de praktijkondersteuner GGZ de vinger aan de pols. Door het uitstellen van zorg kan de problematiek soms escaleren. Daarnaast bestaat het risico dat de betrokkene zich meer uit het maatschappelijk leven (werk, vrijwilligerswerk, onderwijs) terugtrekt. Als de verzekerde zorg binnen de GGZ hapert, merken we dit in het sociaal domein. Beide domeinen staan in verbinding met elkaar. Gemeenten hebben geen verantwoordelijkheid voor de behandeling van mensen met een psychiatrische aandoening. Wel kunnen zij een bijdrage leveren aan de participatie en het versterken van het netwerk van de cliënt. Als behandeling voorliggend is en op de voorgrond staat, is Beschermd Wonen vaak nog niet passend en mogelijk.

Beschermd Wonen en de Wet langdurige zorg Het Rijk heeft in 2021 de Wet langdurige zorg (Wlz) opgezet voor mensen met een psychiatrische problematiek die langdurig op Beschermd Wonen zijn aangewezen. De uitname naar de Wet langdurige zorg was groter dan verwacht. Het bijbehorende budget is van de gemeenten naar het Zorgkantoor gegaan. De instroom van cliënten met een Wlz-indicatie groeit gestaag en de uitstroom verloopt moeizaam. Hierdoor zijn financiële tekorten binnen de Wlz ontstaan. Veel Centrumgemeenten hebben een overschot op de begroting van Beschermd Wonen. Het Rijk zet in op een inperking van de instroom binnen de Wlz. Indien dit onvoldoende lukt, heeft het Rijk een forse uitname uit het Gemeentefonds voor Beschermd Wonen aangezegd.

23

7. Inleiding

DEEL 3: REGIONALE SAMENWERKING

Gemeenten staan voor de opgave om Beschermd Wonen toekomstbestendig te organiseren en inhoudelijk door te ontwikkelen. De gemeenten in de Valleiregio werken al jaren samen op het gebied van Beschermd Wonen. Vanaf 2015 is gemeente Ede als Centrumgemeente (inhoudelijk en financieel) verantwoordelijk voor deze taak namens de zes gemeenten in de Valleiregio (Barneveld, Ede, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Wageningen). Met de komst van het advies van de commissie Dannenberg (2015) hebben de afzonderlijke gemeenten in de Valleiregio stapsgewijs zelf een aantal taken opgepakt. Zo voeren Wageningen, Barneveld en Scherpenzeel zelfstandig taken uit in relatie tot Beschermd Wonen. Vanaf 2016 is Wageningen stapsgewijs, vooruitlopend op de doordecentralisatie, alle Beschermd Wonen-taken gaan uitvoeren. In 2022 is gemeente Veenendaal toegetreden tot de regio. Zij voert vanaf 1 januari 2022 ook zelf alle Beschermd Wonen-taken uit. Een aantal gemeenten verzorgt ook zelf de toegang. Ook zijn gemeenten zelf aan de slag gegaan met het ontwikkelen van lichtere vormen van Beschermd Wonen (Beschermd Thuis, Begeleid Wonen). Om aan deze ontwikkelingen vorm te geven is de Centrumgemeente Ede afzonderlijke afsprakenkaders aangegaan met de verschillende regiogemeenten.

Om de omslag naar ‘de wijk’ en ‘de eigen leefomgeving’ te versnellen, is het Rijk voornemens om de financiële middelen door te decentraliseren. Dit betekent dat (naar verwachting) met ingang van 1 januari 20263 alle gemeenten op basis van een ‘object verdeelmodel’ eigen middelen zullen krijgen. Gemeenten kunnen hiermee zelf invulling geven aan de wijze waarop zij de ondersteuning voor deze doelgroep, die intensieve ondersteuning nodig hebben, gaan organiseren. In het objectieve verdeelmodel ontvangen gemeenten financiële middelen voor cliënten die per 1 januari 2026 instromen op basis van de gemeente van herkomst (Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen). De doordecentralisatie gaat net zoals elke decentralisatie gepaard met een paradox. Aan de ene kant gaan gemeenten zelf meer aan het stuur staan over de invulling van de ondersteuning, anderzijds moeten zij intensief samenwerken met andere gemeenten. De nieuwe samenwerkingsafspraken die horen bij het nieuwe financiële verdeelmodel gaan in vanaf het moment van de doordecentralisatie. Als de doordecentralisatie niet doorgaat, gaan we door met het realiseren van de ambities uit de regiovisie. De voorliggende visie op de samenwerking binnen de Valleiregio kan gezien worden als een logische vervolgstap in de samenwerking. De samenwerking die er al was, wordt de komende jaren voortgezet en daar waar nodig versterkt.

In dit Deel gaan we in op de volgende onderwerpen: • Het doel en de uitgangspunten van de regionale samenwerking (hoofdstuk 9) • Wat pakken we samen op, wat doet iedere gemeente zelfstandig? (hoofdstuk 10) • De juridische vastlegging van de regionale samenwerking (hoofdstuk 11) • De financiële aspecten van regionale samenwerking (hoofdstuk 12) • Norm van opdrachtgeverschap (normenkader voor samenwerking VNG). (hoofdstuk 13)

3

24

Na de val van het kabinet heeft de Tweede Kamer de Wet op de wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning waarin het woonplaatsbeginsel wordt ingevoerd controversieel verklaard. De verwachting is dat daarmee de middelen voor Beschermd Wonen per 1 juni 2026 overgaan naar alle gemeenten.

25

8. Het doel en de uitgangspunten van de regionale samenwerking De gemeenten in de Valleiregio gaan de komende jaren een samenwerking aan die gericht is op het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van Beschermd Wonen. Deze samenwerking moet effectief en efficiënt vormgegeven worden, zodat de ondersteuningsstructuur ook voor de langere termijn voor de doelgroep gegarandeerd is. Dit alles met als doel dat hiermee schaalvoordelen kunnen worden behaald, samenwerking wordt gestimuleerd en de beheersing van de middelen geregeld. Deze samenwerking wordt vastgelegd in een nieuwe mandaatregeling. De gemeente Ede krijgt hierin de rol van gastgemeente4 voor de gemeenten in de Valleiregio. Lokaal waar het kan, regionaal waar het meerwaarde heeft Het adagium voor de regionale samenwerking was sinds 2015 ‘Lokaal wat kan en regionaal wat moet’. De Valleigemeenten kiezen er in deze visie voor om daar waar regionale samenwerking het zorglandschap effectiever of efficiënter maakt, daarvoor te kiezen, ook als lokale uitvoering mogelijk zou zijn. Dus: ‘Lokaal waar het kan, regionaal waar het meerwaarde heeft’. Dit hebben we – met betrekking tot onze toekomstige samenwerking rond het aanbod van voorzieningen – tot een adagium in de regio gemaakt.

Hiermee geven we aan dat er situaties zijn waarin lokale uitvoering mogelijk is, maar waar bijvoorbeeld vanuit cliëntperspectief, bundeling van expertise of organisatiekracht een regionale voorziening toch de voorkeur kan hebben. Soms is het in het belang van de cliënt om buiten zijn eigen woonplaats te verblijven. Sommige voorzieningen in het zorglandschap kunnen bovendien niet in elke gemeente worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door het specialisme wat benodigd is. Elke gemeente blijft verantwoordelijk voor zijn eigen inwoners. Dit betekent dat de gemeente van herkomst de regie heeft en ook behoudt wanneer iemand tijdelijk verblijft in een voorziening in een andere gemeente.

Gemeenten in de regio houden zeggenschap De gemeenten behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden: gericht op een goede dienstverlening aan de eigen inwoners en met ruimte voor het behoud van eigen identiteit in de uitvoering van Beschermd Wonen.

Ik denk dat deze mensen een vangnet nodig hebben. Dus bij wonen in een wijk zouden er bijvoorbeeld een paar buurtbewoners moeten zijn die maatje worden. Ik denk niet dat je kunt verwachten dat deze rol vanzelf wordt opgepakt. Inwoner Uitgangspunten voor regionale samenwerking zijn: • We gaan uit van regionale inkoop en contractering van voorzieningen BW door de gastgemeente5; • We zorgen samen voor de instandhouding van voorzieningen op het gebied van Beschermd Wonen; • We bewaken samen de Zorgcontinuïteit; • We doen aan gezamenlijke beleidsvoorbereiding; • We monitoren gezamenlijk de afspraken; • We besluiten samen over beleidsmatige zaken; • We bereiden ons samen voor op de doordecentralisatie van taken naar gemeenten; • We maken duidelijke afspraken over uitvoeringstaken tussen samenwerkende gemeenten; • We zorgen voor een lokale toegang tot Beschermd Wonen en/of regionale wachtlijst die waar nodig ook verbonden is met de regionale toegang voor gezamenlijke voorzieningen.

Samenwerking zo licht mogelijk regelen Naast de geformuleerde uitgangspunten voor samenwerking is het wenselijk om deze zo licht mogelijk en zo zwaar als nodig in te regelen. Dit om, zonder al te grote impact, te kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast dient bij de uitwerking van het bovenstaande rekening te worden gehouden met de verschillende samenwerkingsposities die gemeenten voorstaan.

Uit onderzoek is gebleken dat veel mensen met psychische of (zeer ernstige) psychiatrische problematiek in staat zijn tot (vrijwilligers)werk en hier baat bij hebben. Het biedt zingeving, betekenis en structuur. Dat heeft direct effect op herstel. Erik Dannenberg

4

Gezien de komende doordecentralisatie en het woonplaatsbeginsel wordt elke gemeente verantwoordelijk voor BW en verdwijnt de term centrumgemeente. Er is er meer gelijkwaardigheid tussen de gemeenten. Binnen die gelijkwaardigheid/gezamenlijke verantwoordelijkheid kunnen samenwerkingsafspraken worden gemaakt.

26

5

De gemeente Wageningen continueert haar huidige zelfstandige inkoop voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. Voor de inkoop van aanvullende voorzieningen waarbij aanbod op lokale schaal niet passend is (bijvoorbeeld: time-outvoorziening, safehouses) sluit Wageningen aan bij de (boven)regionale inkoop.

27

9. Wat pakken we samen op, wat doet iedere gemeente zelfstandig? In dit hoofdstuk gaan we dieper in op hoe we met de doordecentralisatie de taken in de Valleiregio gaan verdelen. We gaan in op de volgende onderdelen: beleid, inkoop en contractmanagement, toegang, wachtlijstbeheer en voorzieningen. Beleid Beleidsontwikkeling vindt regionaal plaats in het Ambtelijke regio-Overleg (AO). Onder beleid verstaan we kaderstellende documenten die door gemeenteraden worden vastgesteld, zoals een Regiovisie en Wmo-verordening. Nieuw beleid wordt voorgelegd aan het bestuurlijk overleg. Elk college stelt de Wmobeleidsregels vast. Voor het onderdeel Beschermd Wonen trekken we ambtelijk zoveel mogelijk gezamenlijk op. Elke gemeente werkt zelf aan een lokaal Uitvoeringsprogramma. Vanuit regionaal verband zoeken we de samenwerking met zorgkantoren om beleidsontwikkeling af te stemmen en waar mogelijk samen vorm te geven. Governance De rol en taken van het Bestuurlijk Overleg en de wijze besluitvorming worden nader uitgewerkt in een convenant. Elke gemeente heeft in het Bestuurlijk Overleg een gelijke stem. Inkoop, contractmanagement en contractbeheer De gemeente Ede is voor de regio de aanbestedende dienst voor de inkoop van diensten op het gebied van Beschermd Wonen. We verkennen de mogelijkheid om dit op dezelfde wijze te doen voor Geclusterd Beschermd Thuis en Beschermd Thuis Zelfstandig.

De gemeente Ede zal het contractmanagement en contractbeheer uitvoeren. Toegang Inwoners van de gemeenten Ede, Wageningen, Veenendaal en Barneveld kunnen bij hun eigen gemeente terecht voor een aanvraag en beschikking voor een Beschermd Wonen of een Beschermd Thuis-voorziening. De gemeente Ede verzorgt de toegang voor inwoners uit Rhenen, Renswoude en Scherpenzeel. Elke gemeente blijft verantwoordelijk voor zijn eigen inwoners. Dat betekent dat de gemeente van herkomst de regie heeft en ook behoudt wanneer iemand tijdelijk verblijft in een voorziening in een andere gemeente.

Mijn cliënt heeft na 20 jaar op een Beschermd Wonen-locatie de stap naar Gewoon Thuis durven maken doordat haar vriendin, die ook 20 jaar in hetzelfde complex woonde, het voorbeeld gaf. Professional Wachtlijstbeheer De gemeente Ede voert het wachtlijstbeheer uit voor het regionaal ingekochte aanbod. We werken aan een systeem waarin de andere gemeenten cliënten op de wachtlijst kunnen plaatsen. De uitvoeringsorganisaties van de verschillende gemeenten hebben met elkaar overleg, zodat alle cliënten op een zo kort mogelijke termijn een plek kunnen krijgen en bepaalde aanbieders niet over- of ondervraagd worden. Voorzieningen Het wonen, de voorzieningen en de ondersteuning worden zo lokaal mogelijk en dicht bij de inwoner georganiseerd. Voor de ondersteuning die zodanig schaars en specialistisch is dat lokaal aanbod onmogelijk of inefficiënt is, is er een regionaal aanbod aan Beschermd Wonen-voorzieningen. Regionale samenwerking betekent in onze ogen meer flexibiliteit in voorzieningen, betere exploitatieperspectieven door meer volume voor de aanbieders en meer spreidingsmogelijkheden. Grote en middelgrote gemeenten zijn in staat om Geclusterd Beschermd Thuis in hun eigen gemeente te ontwikkelen.

In de Valleiregio kunnen inwoners van Rhenen, Renswoude en Scherpenzeel zo nodig gebruikmaken van de geclusterde woonvoorzieningen in de andere regiogemeenten.6 Alle gemeenten in de regio zijn in staat om Beschermd Thuis Zelfstandig voor hun eigen inwoners te realiseren. Voor alle drie de vormen (Beschermd Wonen, Geclusterd Beschermd Thuis en Beschermd Thuis) geldt dat het soms in het belang van de cliënt kan zijn om buiten zijn eigen woonplaats te verblijven. De gemeenten in de Valleiregio werken samen om dit mogelijk te maken.

Ik ben nu keihard bezig om aan mezelf te werken, zodat ik straks stevig in m’n schoenen sta en weer kan gaan werken of een studie kan gaan volgen. Dat is iets wat ik graag wil doen en gewoon erg mis. Cliënt Beschermd Wonen

6

28

Dit neemt niet weg dat kleinere gemeenten ook een bijdrage kunnen leveren aan regionale voorzieningen.

29

10. De juridische vastlegging van de regionale samenwerking

11. De financiële aspecten van de regionale samenwerking

In 2016 is een Mandaatregeling vastgesteld voor Beschermd Wonen. In de Mandaatregeling zijn de taken en bevoegdheden van de Centrumgemeente vastgelegd. Deze zijn naarmate enkele gemeenten meer zelf zijn gaan doen aangevuld met afsprakenkaders voor de desbetreffende gemeenten.

Huidige situatie De gemeente Ede beheert de middelen voor Beschermd Wonen die zij van het Rijk ontvangt. De verdere verdeling is als volgt: • Lumpsum: De gemeenten Wageningen en Veenendaal ontvangen een lumpsumbedrag van de gemeente Ede en zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van Beschermd Wonen. • De gemeente Barneveld krijgt een budget voor Beschermd Thuis en voert dat zelf uit. Gemeente Barneveld verzorgt zelf de toegang tot Beschermd Wonen. De afwikkeling van de facturen voor Beschermd Wonen verloopt via Ede. • Volledig bij gemeente Ede: Voor de gemeenten Rhenen en Renswoude voert de gemeente Ede het Beschermd Wonen uit en financiert ze de plaatsen. De gemeente Scherpenzeel doet zelf de toegang. De gemeente Ede verzorgt voor die gemeente alleen de financiële afhandeling van de plaatsingen. • De gemeente Ede reserveert een deel van de uitkering voor de uitvoering van gezamenlijke taken, zoals beleid, contractmanagement en -beheer, inkoop etc. • De gemeente Ede beheert de reserve die overblijft na aftrek van alle kosten.

De Mandaatregeling gaat over besluiten en het aangaan van overeenkomsten op het gebied van inkoop, de uitvoering van besluiten op grond van de Wmoverordening aangaande Beschermd Wonen, bezwaar en beroep. Daarbij wordt ook invulling gegeven aan de eerdergenoemde uitgangspunten voor regionale samenwerking. De grotere gemeenten (behalve Wageningen, dus: Veenendaal en Barneveld), hebben het voornemen vanaf de datum van de doordecentralisatie te werken met een Mandaatregeling gericht op inkoop. De gemeente Ede zal voor een periode van 5 jaar optreden als gastgemeente. Kleinere gemeenten (Rhenen, Renswoude Scherpenzeel) hebben aangegeven te willen werken met een brede Mandaatregeling gericht op inkoop, de toegang tot Beschermd Wonen (voortvloeiend uit de Wmo-verordening) en bezwaar en beroep. De gemeente Ede is hiervoor aangewezen als gastgemeente. Tot aan de doordecentralisatie voert Scherpenzeel zelf de toegang uit.

Tsjonge... Ik ben zelf regelmatig depressief en heb hier al jaren ondersteuning voor. Het feit dat ik depressief ben, maakt mij niet anders dan mensen die dat niet zijn. Ervaringsdeskundige inwoner

In deze conceptversie is de positie van Scherpenzeel nog in ontwikkeling. De gemeenten zullen zodra de formele invoeringsdatum van het Woonplaatsbeginsel bekend is de Mandaatregeling herijken en vaststellen. Een voorwaarde voor het vormgeven van een nieuwe Mandaatregeling is in elk geval duidelijkheid over de doordecentralisatie en de posities die gemeenten daarbij willen innemen. Naast een Mandaatregeling stellen de gemeenten een Convenant op waarin zij onderlinge afspraken vastleggen. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de financiële afspraken.

Het beeld dat ik heb is van een groep die tussen wal en schip raakt. Mijn bezwaar zou zijn dat iemand aan zijn lot overgelaten wordt en de omgeving daar last van heeft. Inwoner

30

Voorgenomen situatie Alle gemeenten krijgen voor de nieuwe cliënten vanaf een bepaalde datum zelf de middelen op basis van een objectief verdeelmodel. De middelen voor de nieuwe cliënten worden over een periode van 10 jaar naar de individuele gemeenten overgeheveld. De historische middelen worden over een periode van 10 jaar afgebouwd. Met de invoering van een Objectief Verdeelmodel, is het noodzakelijk om vast te stellen voor welke (nieuwe) cliënten elke gemeente financieel (en juridisch) verantwoordelijk is. Het Rijk is voornemens om hiervoor het Woonplaatsbeginsel in te voeren. De herkomstgemeente van de cliënt wordt hiermee verantwoordelijk voor de verstrekking van Beschermd Wonen. Het idee is dat daarmee een maximale (financiële) prikkel ontstaat voor gemeenten om te zorgen voor goede preventie en Ambulante Begeleiding voor de eigen inwoners.

31

12. Norm van opdrachtgeverschap De verdeling van de financiën na de doordecentralisatie gaan er als volgt uit zien: • De gemeente Veenendaal is later bij de Valleiregio gekomen en ontvangt na doordecentralisatie van het Rijk middelen via het Objectief Verdeelmodel en haar aandeel in het historisch verdeelmodel. • De gemeenten Rhenen, Renswoude en Scherpenzeel kiezen ervoor de taken voor Beschermd Wonen te mandateren aan de gemeente Ede. Zij staan de middelen die zijn via het Objectieve Verdeelmodel ontvangen af aan de gastheergemeente Ede. • De gemeenten Ede, Barneveld en Wageningen ontvangen middelen van het Rijk voor de nieuwe cliënten. Aanvullend geeft de gemeente Ede deze gemeenten financiële middelen voor de cliënten die voor de doordecentralisatie zijn ingestroomd en waarvoor deze gemeenten een beschikking hebben afgegeven. • Omdat het tempo van uitstroom uit Beschermd Wonen in onze regio hoger is dan de afbouw van de historische middelen, houdt gastgemeente Ede middelen over op de historische middelen. Deze middelen verdeelt gastgemeente Ede over de gemeenten Ede, Wageningen en Barneveld op basis van de verdeelsleutel van het Objectieve Verdeelmodel. Deze middelen zijn nodig voor de financiering van de nieuwe cliënten.

Met beide financiële stromen (via het objectief verdeelmodel en een gedeelte het historische verdeelmodel) kunnen de gemeenten in de regio hun taken uitvoeren. • In het regionaal Bestuurlijk Overleg (BO) maken de wethouders afspraken over de verdeling en de bestemming van de reserve Beschermd Wonen. De wethouders kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om een deel van de reserve te bestemmen als Innovatiebudget. • De gemeente Ede voert als gastheergemeente een aantal taken uit voor de regio. Alle gemeenten dragen bij aan deze kosten. De gemeente Rhenen, Renswoude en Scherpenzeel hebben hiervoor hun middelen uit het Objectieve Verdeelmodel al overgedragen aan de gastgemeente Ede.

Er moet iets van een overbrugging zijn in de stap naar zelfstandig wonen. Die stap is gewoon veel te groot. Dat was het voor mij zeker. Van op zo’n locatie wonen, omringd zijn met begeleiders en elke dag een contactmoment hebben naar ineens op mezelf wonen en maar eens per week met een persoonlijk begeleider een gesprek hebben. Dus of als je op jezelf woont veel meer begeleiding krijgen of ook meer zoiets doen als 24/7. Cliënt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13684238/1