Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley - Deel B
Tekst van het document
•
Kansen • •
Groene daken en natuurlijke tuinen waar water zo lang mogelijk wordt hergebruikt, Vernatting door herstelde kwelstroom en door water vast te houden door verhoging vastgehouden en geinfiltreerd. drainagebasis. • Openbare ruimte wordt ingericht op infiltratie regenwater. Regenwater wordt afgekop• Ruimte voor hogere piekafvoer of -opvang is noodzakelijk om de gevolgen van klimaatpeld van het riool. verandering op te vangen. Hoge zichtbaarheid en toegankelijkheid van stedelijk water en dedie beeksoms stimuleren • Begeleiding van door gevarieerde vegetatie onder water staan. De natte Openbaar groen en waterdoorlatende recreatieve en naturlijke doeleinden verharding infiltreren water maximaal zone kan doorontwikkelen tot extensieve landbouw, zoals hooilanden. Natte hooi/gras velden langs de beek
Beekbegeleidende beplanting met beschaduwing in robuust zomerbed
Opbouwen organisch stofgehalte
Huizen en daken houden water zo veel mogelijk vast
Verhogen beekbodem en beek krijgt mogelijkheid tot meanderen 50-125 m brede onbemeste zone verbeterd waterkwaliteit
50-100 m natuurlijk beekdal
Zeekleivlakte / laagveenvlakte • • • • •
Aan de noordkant van de vallei ligt een gebied dat van oorsprong beïnvloed werd door de Zuiderzee. Na ontginning en inpoldering is hier open weidegebied ontstaan. Afzettingen van klei en de vorming van laagveen bepalen het karakter van dit gebied. Dit zijn gebieden met relatief hoge grondwaterstanden. Het aanwezige pakket veen is onderhevig aan oxidatie waardoor bodemdaling ontstaat en koolstof wordt uitgestoten. Door de lage ligging en hoge waterstanden is dit gebied relatief gevoelig voor nattere omstandigheden. De gevolgen hiervan zijn met het huidige landgebruik relatief beperkt.
•
CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstofemissies
•
CO2 vasthouden en vastleggen. Peilaanpassing tbv remmen bodemdaling en koolstofemissies Voldoende waterafvoer voor lange termijn borgen
Veenvlakte Binnenveld •
gang
list
Ontstaansgeschiedenis; Vanaf de 16de eeuw werd er begonnen met veenontginning en ontstonden de kanalen. • De bodem bestaat uit veengronden, voornamelijk koopveengronden. De bovenlaag bestaat uit kleiïg veen, ontstaan door een afwisseling van veenvorming en sedimentatie door overRPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING stromingen. • Het venig gebied in het Binnenveld is iets anders van karakter dan de noordelijk gelegen laagveengebieden, omdat de omstandigheden hier mesotroof/oligotroof en kalkrijk zijn.
•
23
Figuur 12 Kaart F - Huidig ruimtegebruik naar hoofdfunctie
<20
>70
Bestaande woningvoorraad (woningen/ha) Bedrijventerrein Natuur (N2000, NNN) Landbouw Water Infrastructuur (spoor en snelweg)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
24
Figuur 13 Kaart G - Landschap en cultuurhistorie
Waardevolle natuurlandschappen Natura 2000 NatuurNetwerk Nederland Landschapstypen FoodValley RES Foodvalley 2023 Bos/Heidelandschap Bos Heide Agrarisch landschap Engen Broek/heideontginning Kampenlandschap Slagenlandschap Polderlandschap Rivierenlandschap Komgronden en oeverwallen Beken Beekdalen Cultuurhistorische elementen Cultuurhistorische DNA Gelderland Militair erfgoed Pantherstelung line Grebbelinie Grebbedijk Kastelen en buitenplaatsen (Bron: Cultuurhistorische Atlas Utrecht) Religieus en funerair erfgoed (Bron: CHAT) Fort (Bron: CHAT) Buitenplaats (Bron: Gelders Arcadië)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
25
5
DOELEN LANDELIJK GEBIED - BIJ H2
WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER In hoofdstuk 2 (deel A) zijn de landelijke (grotendeels NPLG) doelen samengevat in de overzichtsfiguur. Daaronder staat in het kort de regionale ambitie samengevat. In dit hoofdstuk staan de achtergrondtabellen waar de informatie uit komt (5.1. en 5.2) en in 5.3 en 5.4 in meer detail de provinciale en regionale toelichting en ambities op de doelen. 5.3 gaat over het natuurlijk systeem in balans, 5.4 over het ondernemend en vitaal landelijk gebied, met bijbehorende subdoelen.
Figuur 14: RPLG doelen
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
26
5.1
NPLG DOELEN
Tabel 2.1 Samenvattend overzicht regionale doelen Rijk-NPLG
Natuur
Water
Klimaat (broeikasgassen)
30% natuurherstel Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) (2030) Richtinggevende landelijke areaal- en kwaliteitsopgave natuur tbv 30% VHR en de gunstige staat van instandhouding (gSvI)
Concentraties nutriënten (P en N) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027)
Emissiereductieopgaven broeikasgassen veenweiden voor 6 provincies (2030), als onderdeel van de nationale opgave Broeikasgassen landgebruik optellend tot 1 Mton CO₂ eq (2030)
Per provincie een (richtinggevende) ruimtelijke vertaling van benodigde stikstofreductie. Deze inzet is onderdeel van de totaal benodigde stikstofreductie die nodig is voor de landelijke doelen: • 2025: 50% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde • 2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde
Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027)
Landelijke emissiereductieopgave broeikasgassen voor de veehouderij en akkerbouw (mestaanwending in de akkerbouw) van 5 Mton CO₂ eq (in 2030). Nog te verdelen per provincie, op basis van een nog nader te bepalen verdeelsleutel.
Areaal opgave per provincie voor nieuw bos (2030), optellend tot 37.400 ha
Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand (2027)
Resterende opgave areaal per provincie voor Natuur netwerk Nederland (NNN), optellend tot 40.571 ha (2027)
Beleid, inrichting en beheer aangepast aan het veranderende klimaat. Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken (2050)
Hydrologische condities N2000-gebieden op orde (2027)
Om te voldoen aan de Global Methane Pledge dient met het NPLG in de veehouderij en akkerbouw een methaanemissiereductie van minimaal 3,82 Mton CO₂ eq. te zijn gerealiseerd in 2030. Landelijke koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur van 0,4 – 0,8 Mton CO₂ eq en in landbouwbodems van 0,5 Mton CO₂ eq (2030) (Bomen/ bos/natuur gerealiseerd via bossenstrategie).
10% groenblauwe dooradering (2050), waarvan de helft van de opgave in 2030 gerealiseerd is Blauw Oranje Geel
bekend en vastgesteld indicatief bekend gemaakt via de startnotitie NPLG Nationaal doel geactualiseerd of nieuw (indicatief) bekend gemaakt via Kamerbrief NPLG november 2022). De verdeling van deze opgaven naar provincies volgt begin 2023.
Figuur 15: Overzichtstabel startnotitie 2022 NPLG
list
Verschillen in gewicht tussen de NPLG-doelen De doelen voor natuur, water en klimaat hebben alle drie een relatie met een goede RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING kwaliteit van de leefomgeving. Hebben alle NPLG-doelen een even groot gewicht? Nee, het gaat om een aantal elementen in samenhang: de hardheid van de internationale
27
5.2
PROVINCIALE DOELEN: UPLG EN VLGG
5.3.1 HERSTEL BIODIVERSITEIT
UPLG PROVINCIE UTRECHT
DOELEN VANUIT RIJK EN PROVINCIES
In de tabel op de volgende pagina zijn de gekwantificeerde doelen voor de provincie Utrecht weergegeven, zoals die zijn genoemd in het Concept UPLG van juli 2023. Dit zijn doelen voor de hele provincie. Er is op dit moment geen overzicht beschikbaar van doelen voor alleen de Utrechtse gemeenten binnen Foodvalley.
• • • • • •
VLGG PROVINCIE GELDERLAND De Provincie Gelderland heeft een gebiedsplan opgeleverd in juli 2023. Dit gebiedsplan dient als basis voor het formuleren voor doelen per regio in Gelderland. Een concrete vertaling van NPLG-doelen naar deelgebieden is nog in ontwikkeling (dd. Maart 2024), per regio worden in een latere versie concretere doelen opgenomen. In het gebiedsplan gaat de Provincie Gelderland in op doelen rondom stikstof en de N2000 gebieden. Op de andere opgaven, zoals de GBDA, de KRW, en de bossenstrategie wordt nog niet doelmatig ingegaan. Hoewel er momenteel nog gewerkt wordt aan de doelen per regio in het VLGG, is het algemene streven om de uitdagingen op het gebied van stikstof en Natura 2000- gebieden de komende jaren aan te pakken. De specifieke plannen voor de regio’s zullen in een later stadium worden opgeleverd, waarbij meer inzicht wordt gegeven in de specifieke doelen en maatregelen die per regio worden nagestreefd. Deze doelen zullen zich o.a. richten op het verminderen van de stikstofuitstoot, de GBDA, en het behoud en herstel van Natura 2000-gebiedenen. De eerste versie van deze regionale doelen wordt in Q2 van 2024 verwacht.
5.3
DOELEN NATUURLIJK SYSTEEM
De doelen voor het natuurlijk systeem zijn net als in figuur 6 in deel A onderverdeeld naar ‘herstel biodiversiteit (natuur)’, ‘water en bodem in balans’, ‘klimaatneutraal’ en ‘gezonde leefomgeving’. Daarbij worden eerst de landelijke en provinciale doelen toegelicht, met daaronder de regionale ambitie. In deel A zijn de doelen meer integraal samengevat.
Natura 2000 gebieden gunstige staat van instandhouding NNN-opgave Groenblauwe Dooradering en Landschap Bossenstrategie Natuurherstel t.b.v. Vogel- en Habitatrichtlijn Biodiversiteitsverlies stoppen en het -herstel bevorderen in 2030 als tussenstap naar een samenleving in harmonie met de natuur in 20504.
N2000 GUNSTIGE STAAT VAN INSTANDHOUDING (STIKSTOF EN WATER) In N2000 gebieden zijn, volgens de habitatrichtlijn, specifieke habitattypen aangewezen met bijbehorende instandhoudingsdoelen (kwaliteit en areaal). Elk habitattype heeft een eigen “kritische depositiewaarde” (KDW5): dit is de hoeveelheid depositie van stikstof die mag neerdalen op het gebied. Wanneer de achtergronddepositie hoger is dan de KDW kan de instandhouding van het habitattype in gevaar komen. Landelijk geldt dat 74% van het oppervlak van de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000 gebieden geen overschrijding van de kritische depositie waarde dient te hebben in 2035 (Wet natuur beheer). Dit kan wellicht worden vervroegd, afhankelijk van de kabinetsplannen. Naast stikstofreductie is een goede waterconditie één van de belangrijke factoren voor natuurherstel in N2000 gebieden. Stikstofemissie moet volgens de NPLG-doelen nationaal met 42% worden gereduceerd. Diverse onderzoeken naar biodiversiteit geven aan dat dit cijfer (42%) waarschijnlijk (veel) te laag is om de doelen te realiseren en de verwachting is dat dit percentage nog verhoogd zal worden. Uitgaande van 42% reductie, betekent dit 7,5 Kton, inclusief 25% emissiereductie per sector in Gelderland in 2025. In 2023 is nog geen ruimtelijke verdeling gemaakt van de 42% reductiedoelstelling.
In de provincie Utrecht is de reductieopgave voor stikstofemissie 2,36 Kton. Dat is een reductieopgave van 46%. Daarbij is in het Concept UPLG aangegeven dat er binnen 1 kilometer van N2000 een hogere reductie gevergd zal worden. 4 NV – biodiversiteitsverdrag en de onderhandelingen over het post-2020 Global Biodiversity Framework 5 Onze boodschap aan het Rijk m.b.t. de KDW i.r.t. deze andere aspecten, is beschreven in de samenwerkings agenda (verdieping 11.3).
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
28
Thema
Sub-thema
Termijn
Provinciale doelen
Water
Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn
2027
Concentraties nutriënten (P en N) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen. Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen. Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand. Hydrologische condities Natura 2000-gebieden op orde. Ecologie voldoet aan KRW-doelen en doelen overig water (inspanningsverplichting)
-Natuur
Natura 2000
z.s.m.
Bereiken van de gunstige staat van instandhouding in (en indien nodig) rondom de Natura 2000-gebieden.
-Natuur
NNN
2027
Het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN): in totaal 1.570 ha functieverandering naar natuur (uiterlijk 2027). In totaal 4.264 hectare inrichting voor natuur (uiterlijk 2027).
-Natuur
VHR-agrarische natuur (met agrarisch natuurbeheer)
20302050
Indicatief 8.100 (2030) tot 27.000 (2050) extra hectare open grasland (voor weidevogels). Indicatief 345 (2030) tot 1500 (2050) extra hectare open akkerland. Indicatief 2.760 (2030) tot 9.200 (2050) extra hectare groenblauwe dooradering.
NB: doelen vanuit het Rijk voor de provincies zijn nog indicatief -Natuur
VHR-natuur NB: doelen vanuit het Rijk voor de provincies zijn nog indicatief
20302050
Indicatief 848 (2030) tot 2.825 (2050) hectare nieuwe natuur buiten de huidige NNN, bedoeld voor moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden. Indicatief 117 (2030) tot 391 (2050) hectare nieuwe natuur binnen de huidige NNN via omvorming, bedoeld voor moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden.
-Natuur
Bos
2040
Realiseren doelstellingen provinciale Bossenstrategie. Aanleggen van 1.500 ha nieuw bos Revitaliseren van bestaand bos (ijkmoment 1-1-2021).
-Natuur
Groenblauwe dooradering (GBDA)
20302050
Het realiseren van GBDA in het landelijk gebied: 5% in 2030. 10% in 2050 (in de drie NPLG-prioritaire gebieden 10% in 2030).
-Natuur
Stikstof
2030
Reductie van de emissie van stikstof uit de landbouw: daling van de totale ammoniakemissie met 46% ten opzichte van het referentiejaar 2018, dat wil zeggen binnen onze provincie een totale reductie van 2.359 kton (van 5.093 kiloton ammoniak in 2018 naar 2.734 kiloton in 2030).
-Natuur
-
2025-2030
2025: 40% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde. 2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde.
Klimaat
Methaan veehouderij
2030
Reductie methaan uit veehouderij: 0,3 megaton CO2eq ten opzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV 2021).
Klimaat
Broeikasgassen natte natuur
2030
Reductie broeikasgassen uit ontwikkeling natte natuur: 0,4-0,8 megaton CO2eq als nationale opgave, nog nader te verdelen
-Klimaat
Broeikasgassen veenbodems in veenweidegebied
2030
Reductie uitstoot broeikasgassen uit veenbodems: in 2030 een reductie van 0,09 Mton CO2eq/jaar.
Landbouw
-
-
Transitie naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw
Tabel 1 Overzicht provinciale doelen gekoppeld aan het NPLG. Figuur 16: Overzichtstabel UPLG Provincie Utrecht (bron: UPLG) Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
15 29
Regionaal: Op dit moment geldt de generieke doelstelling van 42% reductie. In regio Foodvalley is de stikstofdepositie voornamelijk van toepassing op het Natura2000 gebied de Veluwe. Maar het is ook voor het Binnenveld, Arkemheen, de Veluwe randmeren en de Rijntakken relevant. Voor het Binnenveld is relevant dat de provincie Utrecht in het Concept UPLG heeft aangegeven dat er binnen 1 kilometer van N2000 een hogere reductie gevergd zal worden.
NATUUR NETWERK NEDERLAND Om te komen tot 40.571 ha Natuurnetwerk in Nederland (NNN) heeft de provincie Gelderland als doel om 8.414 ha nieuwe (beschermde) natuur voor Het Gelders Natuurnetwerk (GNN, onderdeel van NNN) te realiseren6. Daarvan is in 2022 ruim 68% gerealiseerd. Het natuurbeheerplan Provincie Gelderland 2024 geeft de te realiseren nieuwe natuur weer7. Om uiterlijk in 2027 het Utrechtse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) te realiseren moet er op in totaal 1570 hectare een functieverandering naar natuur plaatsvinden, daarnaast moet er 4264 hectare natuur worden ingericht. Zie voor specifieke locaties het natuurbeheerplan 2024 van de Provincie Utrecht8. Regionaal: Er zijn voor het NNN nog opgaven in het Groene Valleilint, langs de randen van de Utrechtse Heuvelrug en het Renkums Beekdal, maar ook in een aantal ecologische verbindingszones zoals rondom Allemanskamp en in het Binnenveld. De verwachting is dat het doel in de regio in 2025 grotendeels behaald is.
GROENEBLAUWE DOORADERING EN LANDSCHAP Vanuit het NPLG ligt er een ambitie voor 10% groenblauwe dooradering (GBDA). Dit biedt mogelijkheden om de regionale landschapskwaliteit te versterken. Landschap vraagt niet alleen om een streefbeeld, maar heeft ook inhoudelijk beleid nodig. Connectiviteit en ecologische verbindingen zijn essentieel voor natuurherstel. Provincie Gelderland heeft ingezet op 350 ha extra GBDA en 950 ha verbetering van huidige structuren.
Gelderland versterkt het landschap ook via ‘groene ontwikkelingszones’ en ‘Nationale Landschappen’, gebieden tussen en rondom natuurgebieden. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Voor bouwen of ontwikkelen in dit gebied gelden specifieke regels. Met Gelders Landschap en Kastelen wordt gewerkt aan landschappelijke opgaven, bijvoorbeeld rondom klein Bylaer. Vanuit de NOVEX-ontwikkelstrategie wordt ingezet op de ontwikkeling van een groenblauw raamwerk. De provincie Utrecht wil in prioritaire gebieden van het NPLG al in 2030 naar 10% GBDA. Prioritaire gebieden zijn het veenweidegebied, de beekdalen, overgangszones rondom Natura2000 gebieden. Ook werkt het waterschap in de provincie Utrecht aan een initiatief rond de Moorsterbeek. Regionaal: In de regio Foodvalley is een deel (~5%) van de groenblauwe dooradering aanwezig. De regio wil vooral inzetten op kwaliteitsverbetering en versneld realiseren van de GBDA. Dit groenblauwe raamwerk zorgt voor de verbindingen (connectiviteit) die soorten nodig hebben. Bijvoorbeeld voor de verbinding tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Daarbij werken we toe naar een op orde zijnde basiskwaliteit natuur (BKN) in de hele regio. Deze basiskwaliteit is noodzaak om te zorgen dat algemene en karakteristieke soorten algemeen en karakteristiek blijven.
We streven er naar dat het natuurlijk systeem in stedelijk en agrarisch gebied op zijn minst voldoet aan een set van basiscondities die ‘algemene’ soorten nodig hebben om te kunnen leven in de stedelijke en agrarische landschappen waar zij van origine thuishoren. Daarbij houden we er rekening mee dat ieder type landschap karakteristieke eigenschappen heeft waarin niet dezelfde soorten ´algemeen´ zijn. Als de condities van het milieu en landschap op orde zijn, volgen de soorten vanzelf. Inzicht in ‘hotspots’ met veel karakteristieke soorten bij elkaar maakt dat je in beleid ruimtelijke keuzes kunt maken waar je herstel specifiek vormgeeft.
6 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018) 7 Natuurbeheerplan (gelderland.nl) 8 Natuurbeheerplan Provincie Utrecht 2024
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
30
BOSSENSTRATEGIE
(30%) NATUURHERSTEL T.B.V. VOGEL- EN HABITATRICHTLIJN (VHR)
De bossenstrategie heeft als doel bij te dragen aan de volgende landelijke doelen: • Minimaal 0,26 Mton CO2 koolstofvastlegging in 2030. • Herstel van de biodiversiteit: ~20% herstel van (VHR) bossoorten en -habitats in 2030. De provincie Gelderland richt zich met de Gelderse bossenstrategie op het bewerkstelligen van omvorming van heide, kruidenrijke graslanden naar bos, omvorming van productiebos naar natuurbos, extra bos en de revitalisering van bosbodems. Voor de Veluwe en omringende gebieden zijn de volgende opgaven: • Meer bos binnen het GNN: 490-540 ha; • Meer bos buiten het GNN: 280-300 ha; • Vitalisering, verjonging en diversificatie van bos: 20.400-22.500 ha; • Meer natuurbos i.p.v. productiebos binnen het GNN: 7.000-7.400 ha; • Meer bomen buiten het bos – een deel van de 1 miljoen bomen buiten bossen als onderdeel van landschapselementen.
Het NPLG stuurt op een richtinggevende opgave om de kwaliteit en het areaal van natuur te vergroten, ten behoeve van 30% herstel (t.o.v. ‘nu’, 2023) van de VHR. Om te komen tot een gunstige staat van instandhouding van de beschermde soorten (planten en dieren) en habitattypen (typen natuur). Provincie Utrecht heeft indicatieve doelen in ha voor extra open grasland (weidevogels), open akkerland, (natte) en natuur buiten NNN (moerassen, vochtige bossen en vochtige schraalgraslanden) vastgesteld. Regionaal: De Regio Foodvalley kent het weidevogelkerngebied Arkemheen. Binnen de weidevogelkerngebieden wordt gericht ingezet op de vogel- en habitatrichtlijn. Arkemheen is een nationaal toonaangevend vogelgebied en is “een van de oudste en meest oorspronkelijke polders van Nederland”. Er liggen op wel vijftig stukken land greppels en voedselrijke ‘plasdrassen’, die in samenwerking met boeren speciaal voor de vogels zijn aangelegd. Met de Grutto als ambassadeursvogel kunnen we werken aan voldoende leefgebied voor de weidevogels in onze regio.
De provincie Utrecht werkt aan het realiseren van de doelstellingen van de provinciale bossenstrategie, waaronder het revitaliseren van bestaande bossen en de aanleg van 1500 ha nieuw bos9. De onderverdeling hiervan is als volgt: • 500 hectare meer bos in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) (2028); • 500 hectare meer bos in de Groene contour; • 500 hectare meer bos in het landelijk gebied, rondom steden en dorpen; • Waarvan 120 hectare meer kleine landschapselementen (bos en bomen) in het landelijk gebied; • Waarvan 300 hectare agroforestry, inclusief 75 hectare voedselbos; • Meer bos en bomen in steden en dorpen. Regionaal: Het is de verwachting dat binnen de provincie Gelderland andere gebieden dan regio Foodvalley een zwaardere opgave vanuit de bossenstrategie moeten realiseren. Dit komt mede door de grote verstedelijksopgave in de regio.
Figuur 17: OBN-systematiek
9 Strategisch Bosbeleid: meer en beter bos voor Utrecht (2022)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
31
HOE VER ZIJN WE MET BIODIVERSITEISTHERSTEL?
list
Doelen
URLG/VLGG
Huidige situatie regio Foodvalley
Resterende opgave regio Foodvalley
N2000 gebieden natuur herstel
Zie natuur beheerplan Gelderland Utrecht nog aanvullen
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
N2000 gebieden (water-conditie)
Zie natuur beheerplan Gelderland Utrecht nog aanvullen
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
stikstofreductie
42% voor heel Gelderland
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
Afronding NNN
Zie provinciale kaarten
Nog aanvullen.
Nog aanvullen
Groen Blauwe door-adering
Utrecht: 2030: 5% 2040: 10% 2050: ~9200 extra ha
Circa 5% (bron onderzoek provincie Gelderland)
5% extra in 2040 realiseren plus algehele kwaliteitsverbetering
Bossenstrategie
2040: 1500 ha nieuw bos (UT) 2030: 2200 ha bos en landschapselementen (GLD)
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
30% natuurherstel VHR
2030: ~8100 ha open grasland. ~345 ha open akkerland. ~848 ha natte natuur (UT) In bestaande natuurgebieden, landschaps elementen
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
Gelderland 2050: 350 ha extra GBDA 950 ha verbetering
32
5.3.2 WATER EN BODEM IN BALANS DOELEN VANUIT RIJK, PROVINCIES EN WATERSCHAP • • • •
Oppervlaktewater: kwantiteit en kwaliteit Grondwater en drinkwater: kwantiteit en kwaliteit (E.U.) bodemrichtlijn; gezonde bodem Water en bodem sturend
De Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Nitraatrichtlijn zijn Europese, wettelijke afspraken die zijn verankerd in Nederlandse wetgeving. Deze hebben als doel de kwaliteit en kwantiteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen en om in 2015 een ‘goede toestand’ te hebben bereikt. Deze termijn kon tweemaal worden verlengd met maximaal zes jaar. Uiterlijk in 2027 moeten de doelstellingen zijn behaald. Naast deze doelen zijn er veel stappen te zetten op het klimaatbestendig maken van de regio. Droogte, opwarming en meer weersextremen vragen aanvullende maatregelen. Een deel hiervan valt onder het kopje water en bodem sturend. Het is echter essentieel om met deze opgaves in het hoofd integraal te blijven werken aan systeemherstel. De bestaande normatieve kaders als minimale vereisten voor het doelbereik zijn daarvoor een vrij smalle benadering. Via de BOVI205010 zet het waterschap het goede voorbeeld, door op geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame samenleving te zetten, waarbij ze water zien als een ordenend principe.
OPPERVLAKTEWATER: KWANTITEIT EN KWALITEIT De doelen voor oppervlaktewateren voor 2027 bestaan uit onderstaande onderdelen: • Biologie-ondersteunend: Nutriënten concentraties (P en N) voldoen aan wettelijke normen (KRW). • Ecologische doelstellingen, te weten: biologie, algen, macrofauna, vissen en wwaterplanten (KRW) • Aanwezige “specifiek verontreinigende stoffen”: Hieronder valt dat o.a. concentraties gewasbeschermingsmiddelen voldoen aan wettelijke normen (KRW). • Chemische doelstellingen: voldoen aan Europese normen m.b.t. prioritaire stoffen (KRW) • Voldoen aan normen wateroverlast (NBW) • Watertekort (zijn nog geen normen voor)
Figuur 18: in blauw alle KRW oppervlakte-waterlichamen in de regio Foodvalley
Het waterschap verwacht dat de voorgenomen maatregelen uit de KRW stroomgebiedsplannen en de sinds maart 2023 verplichte bufferstroken langs watergangen enig effect hebben op de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater. Het doelbereik voor (biologische) indicatoren die gevoelig zijn voor droogval, (hoge) temperatuur, gebrek aan stroming of juist een te hoge afvoerdynamiek is onzeker door de klimaatverandering met verwachte langere periodes van droogte, afgewisseld met periodes van intensieve neerslag. Wel is duidelijk dat inzet nodig is op robuust systeemherstel om veel of alle doelen van de KRW te halen. Er moet daarom o.a. worden ingezet op de integrale verbetering en verbinding van waterkwaliteit, - kwantiteit, groenblauwe dooradering, biodiversiteit, etc. Daarbij moeten we inzetten op het verbeteren van de sponswerking van de bodem, het verminderen van oppervlakkige afspoeling en het verminderen van de afvoer van waardevol grondwater.
10 https://bovi2050.nl/wp-content/uploads/2019/02/BOVI-kaart.pdf
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
33
Voor wateroverlast zijn er in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) van 2003 werknormen opgenomen die voor de verschillende vormen van landgebruik de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming ofwel het wenselijk geachte beschermings niveau uitdrukken. Waterkwantiteit gaat om het verbeteren van de sponswerking, verminderen oppervlakkige afspoeling of verminderen afvoer waardevol grondwater. Regionaal: Wens is KRW- maatregelen integraal te koppelen aan systeemherstel (biodiversiteit, natuur, bodem) en de KRW opgave breder door te vertalen naar kleinere wateren. Zie daarvoor ook het kopje ´water en bodem sturend´. Voor wateroverlast wordt naast de regionale toetsing gekeken naar het verbeteren sponswerking en het verminderen van oppervlakkige afspoeling. Voor KRW gaat het om onderstaande (20) waterlichamen, voornamelijk beken. De fysisch-chemische kwaliteit is gemiddeld ‘matig’. De ecologische kwaliteit is grotendeels ‘goed’. Over het algemeen bevatten de wateren 5-6 “specifiek verontreinigende stoffen” die niet voldoen. De chemische kwaliteit wordt nog aangevuld. Ook RWZI’s zullen een belangrijke reductie moeten leveren aan de KRW doelen.
Naam
Type
Valleikanaal
R6) Langzaam stromend riviertje op zand/klei
Lunsterse beek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Zijdewetering
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Moorsterbeek
R4a) Permanent langzaam stromende bovenloop op zand
Modderbeek
R4a) Permanent langzaam stromende bovenloop op zand
Heiligenbergerbeek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Esvelderbeek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Hoevelakense beek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Kleine Barneveldse Beek
R4a) Permanent langzaam stromende bovenloop op zand
Middenloop Barneveldse Beek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Benedenloop Barneveldse Beek
R6) Langzaam stromend riviertje op zand/klei
Grote Valkse Beek
R4a) Permanent langzaam stromende bovenloop op zand
Veldbeek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Eem
R7) Langzaam stromende rivier/nevengeul op zand/klei
Wiel
M3) Gebufferde (regionale) kanalen
Arkervaart
M7B) Grote diepe kanalen met scheepvaart
Eemnesservaart
M3) Gebufferde (regionale) kanalen
Noorderwetering
M3) Gebufferde (regionale) kanalen
Haarse Wetering
M3) Gebufferde (regionale) kanalen
Schuitenbeek
R5) Langzaam stromende middenloop/benedenloop op zand
Tabel 2: KRW-lichamen in het gebied11
11 Waterschap Vallei en Veluwe
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
34
Naam
Fysisch-chemische kwaliteit
Aantal specifiek verontreinigde stoffen wdat niet voldoet
Biologie
Macrofauna
Vissen
Waterplanten
Valleikanaal
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Lunsterse beek
Goed
5-6
Matig
Goed
Matig
Goed
Zijdewetering
Ontoereikend
7-11
Slecht
Goed
Slecht
Goed
Moorsterbeek
Slecht
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Modderbeek
Slecht
5-6
Matig
Goed
Goed
Matig
Heiligenbergerbeek
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Esvelderbeek
Goed
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Hoevelakense beek
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Kleine Barneveldse Beek
Slecht
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Middenloop Barneveldse Beek
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Benedenloop Barneveldse Beek
Goed
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Grote Valkse Beek
Matig
5-6
Matig
Goed
Matig
Goed
Veldbeek
Goed
5-6
Matig
Goed
Matig
Goed
Eem
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Wiel
Matig
5-6
Matig
Goed
Goed
Matig
Arkervaart
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Eemnesservaart
Goed
5-6
Matig
Goed
Goed
Goed
Noorderwetering
Matig
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Haarse Wetering
Goed
5-6
Goed
Goed
Goed
Goed
Schuitenbeek
Matig
5-6
Matig
Matig
Matig
Goed
Tabel 3: KRW-beoordeling 202112
12 Compendium voor de Leefomgeving
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
35
GRONDWATER EN DRINKWATER: KWANTITEIT EN KWALITEIT Voor grondwater zijn de volgende doelen gesteld: • Verontreinigende stoffen (o.a. gewasbeschermingsmiddelen) en nutriëntenconcentraties (P en N) verlagen; • Grondwaterpeil herstellen: halen en behouden van de goede kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen; • Significant stijgende trends in het grondwaterlichaam ombuigen; • De doelen voor beschermde gebieden, zoals drinkwaterwinningen halen. Meer specifiek zijn de KRW-eisen voor grondwater beschreven in de Grondwaterrichtlijn.
Om de continuïteit en de toekomstige inrichting van onze drinkwatervoorziening te waarborgen (voor de korte en de lange termijn) èn in samenhang met andere opgaven te verduurzamen zijn er vanuit drinkwater diverse doelen gesteld. Deze gaan naast het beschermen en verbeteren van de grondwaterkwaliteit over het verbeteren van de waterbeschikbaarheid, waterbesparing en het benutten van potentie van drinkwater- wingebieden om de natuur te versterken. De provincie Gelderland heeft drinkwaterreserveringsgebieden aangewezen; de provincie Utrecht nog niet. In deze gebieden wordt het grondwater beschermd zodat het water geschikt blijft voor eventuele toekomstige drinkwaterwinning. De bescherming is vooral gericht op de het intact houden van de kleilaag die het diepe grondwater van het ondiepe grondwater scheidt. De Provincie Gelderland heeft hiervoor regels opgenomen in de Omgevingsverordening. De provincie Gelderland wil werken aan het inzicht bieden, evalueren en opschonen van de onttrekkingsvergunningen. Daarnaast wil ze onderzoeken of alternatieven voor grondwater beschikbaar zijn, bijvoorbeeld via de vijfjaarlijkse waterbesparingsplannen die aan de industriële onttrekkers worden gevraagd. De verwachting is echter dat de resultaten die met waterbesparing behaald gaan worden, vooral voor de lange termijn een relevante vermindering van drinkwatergebruik opleveren.
Voor Regio Foodvalley is ook voor de korte termijn sprake van een groeiende drinkwatervraag. Uitbreiding van de productie capaciteit blijft daarom nodig. Een belangrijke opgave is het vergroten en op peil houden van de voorraad grondwater. Voor de Veluweregio zijn nog geen specifieke doelen gesteld voor het aanvullen van de voorraad grondwater. De hogere zandgebieden, waaronder de Veluwe, zijn de plek waar regenwater infiltreert (vooral in het winterseizoen, omdat de verdamping dan veel kleiner is) en het grondwatersysteem aanvult. De grondwaterstanden in het gebied zakken echter door o.a. verhoogde verdamping, grondwateronttrekkingen en aanleg Flevopolders. Kwelwater stroomt onder de randmeren door naar de Flevopolder. In het noorden van het gebied komt kwel naar boven in de uitloop van de Hierdense Beek, vanwege en relatief ondiepe kleilaag.
Figuur 19: Drinkwaterwinningen op kaart (Bron: Vitens)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
36
De aanwezige watergangen hebben een drainerende werking. Grondwateronttrekkingen hebben ook een flinke impact op het grondwaterniveau. Bovendien is er onvoldoende aanvulling van het grondwater op het Veluwemassief door een hogere verdamping in een warmer klimaat met een langer groeiseizoen. Ook zwaardere naaldbossen (vooral sparren) hebben een hogere verdamping door een veel hogere interceptieverdamping in de winter. Waterschap Vallei en Veluwe werkt toe naar een natuurlijker regime van (ondiepe) grondwatertrappen. Daarnaast speelt de opgave om de huidige grondwater kwaliteit (fysisch en chemisch) te behouden.
WATER EN BODEM STUREND
Regionaal: Om het grondwater op peil te houden wordt ingezet op water vasthouden. Bijvoorbeeld aan de rand van de stuwwal (en dekzand- en rivierruggen). Dekzandvlakten worden natter gehouden. Idealiter gaat de grondwaterstand in zandgebieden 20-30 cm omhoog. Het drinkwaterreserveringsgebied de Gelderse Vallei (GV) tussen Ede, Barneveld Scherpenzeel en Renswoude is aangewezen als aanvullende strategische voorziening (ASV). Dit gebied is gereserveerd om er ook in de toekomst voor te zorgen dat onder alle omstandigheden voldoende drinkwater is. Het gaat dan om een mogelijke winning van 4-6 miljoen m3 per jaar. Dit is in lijn met de verwachte groei in vraag naar schoon drinkwater en als gevolg van de toenemende droogte in de regio. Regionale plafonds voor wateronttrekkingen zijn te overwegen. In lijn met de kamerbrief is waterbesparing een regionale ambitie.
De kamerbrief ‘Water en Bodem Sturend’ van november 2022 is door Gelderland al vertaald naar de volgende principes: • Ruimte voor water, te weten: de rivieren, rivierwater binnendijks, toekomstige dijkversterkingen en water in regionale systemen. • Voldoende water: veerkrachtige watersystemen, ruimte voor waterberging en water vasthouden (ook in de bodem), hogere grondwaterpeilen rond natuurgebieden, voldoende drinkwaterbronnen en waterbesparing. • Schoon water en schone bodem: water- en bodemkwaliteit op orde, bronnen van verontreinigingen worden aangepakt, voorkom lozingen van schadelijke stoffen uit industrie en RWZI, beperk gebruik van nutriënten en bestrijdingsmiddelen. • Vitale en efficiënt geordende bodem; regie op de ondergrond, behoud bodems die waardevolle functie vervullen; zoals het produceren van groen, infiltreren van water en bijdragen aan biodiversiteit, duurzaam bodembeheer, verminder verstoring van de bodem en zet in op hergebruik, prioriteit aan preventie en sanering bodem verontreiniging, afdekking van de bodem tegengaan. • Een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving.
BODEMRICHTLIJN; GEZONDE BODEM Als onderdeel van de EU-bodemstrategie is in 2023 een voorstel voor een bodemrichtlijn gedaan. 60 tot 70 % van de bodems in de EU is momenteel ongezond. Bovendien wordt jaarlijks een miljard ton grond door erosie weggespoeld, waardoor de resterende bovenste vruchtbare laag snel verdwijnt. De kosten in verband met bodemaantasting worden geraamd op meer dan 50 miljard euro per jaar13. Deze nieuwe wet zet in op gezonde bodems in 2050. Hieronder valt: een uniforme definitie van bodemgezondheid, een monitoringkader, sanering van verontreinigde locaties en duurzaam bodembeheer als norm. Vanuit het ministerie van LNV wordt via het Nationaal Programma Landbouwbodems gestuurd op het duurzaam beheer van alle landbouwgronden in uiterlijk 2030. Veel van deze doelen worden meegenomen in het thema “water en bodem sturend”.
13 https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_23_3565
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
Het belangrijkste is om in samenwerking met het waterschap invulling te geven aan de Water en Bodem sturend brief. In het deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (DPRA) wordt gewerkt aan het doel: “klimaatadaptief en waterrobuust Nederland in 2050”. Water en bodem worden sturend in het oplossen van andere opgaven. Een belangrijk deel van de oplossing is het creëren van meer ruimte voor natuurlijke processen bij ruimtelijke ordening en inrichting. Als gebruiksfuncties te belastend zijn voor het lokale water- en bodemsysteem, moet gezocht worden naar een aanpassing of beëindiging van die functie.
De volgende denklijn wordt in het UPLG aangehouden voor het principe water en bodem sturend: • Het veranderend klimaat met extreme weersituaties vraagt om klimaatbestendige en water robuuste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij het natuurlijk bodem- en water systeem veel meer leidend wordt. • Keuzes zijn nodig voor het realiseren van voldoende water, schoon water en ruimte voor water. • Behoud en versterking van de bodemstructuur, bodemleven en bodembiodiversteit is van groot belang ten behoeve van o.a. de opvang van extreme droogte en neerslag. 37
Regionaal: In samenwerking met het waterschap is een kaart gemaakt die inzicht geeft in wat Water & Bodem sturend voor de regio betekent. Deze kaart staat in hoofdstuk 4 (deel B). Via de Regiodeal wordt hard gewerkt aan verbetering van de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld via pilots, een meetnetwerk en bodemcursussen. Het Valleikanaal is een sterke drager van de Gelderse Vallei. Deze ontwikkelen we in een brede zone door tot een regionale waterbuffer (klimaatkanaal). Hierbij worden landgoederen, waterbergingsgebieden en de natuurontwikkeling van Binnenveld-West betrokken (zie BOVI). Voor de Grift onderzoeken we of we het verder doorontwikkelen als klimaatkanaal, en wat dit dan betekent of zou kunnen betekenen voor de regio. In lijn met bodem en water sturend wordt het gebruik rondom de beek afgestemd met de hydrologische randvoorwaarden.
HOE VER ZIJN WE REGIONAAL MET WATER EN BODEM IN BALANS? Doelen
Huidige situatie regio Foodvalley
Resterende opgave regio Foodvalley
Ecologische, biologische en chemische doelstellingen in oppervlaktewater (KRW)
Zie tabellen
Zie tabellen
Ecologische, biologische en chemische doelstellingen in grondwater (KRW)
Zie tabellen
Zie tabellen
Grondwaterbalans herstellen met hoger grondwaterpeil
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
Grondwaterstand verhogen in veenweide gebieden (Arkemheen).
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
Drinkwaterdoelen
Nog aanvullen
Nog niet bekend
Water en bodem sturend als basis
Nog geen (kwantitatieve) stand van zaken
Nog niet bekend
5.3.3 KLIMAATNEUTRAAL DOELEN VANUIT RIJK EN PROVINCIES Het nationale klimaatakkoord stelt de volgende doelen: • 55% minder uitstoot broeikasgassen in 2030 t.o.v. 1990. • Reductie van broeikasgasuitstoot van landbouw van minimaal 5 Mton CO2 eq (t.o.v. 2017) in 2030. • Reductie van methaanemissie in de landbouw van minimaal 3,82 Mton CO2 eq in 2030. • Reductie van broeikasgassen veenweiden van minimaal 1 Mton CO2 eq in 2030. • Vastlegging van koolstof in bossen, natuurgebieden en landschapselementen (0,4-0,8 Mton CO2 eq) en landbouwbodems (0,5 Mton CO2 eq) in 2030. • De klimaatopgave voor de industrie is onderdeel van de opgave energietransitie • In 2050 moet de landbouwsector klimaatneutraal zijn. Het aandeel van broeikasgasreductie in Provincie Gelderland is groot. Dit moet in 2030 met minimaal 1,9 Mton CO2-eq. worden verminderd. De provinciale opgave voor emissiereductie in de land- en tuinbouwsector is opgesplitst voor de veehouderij (vooral methaan (CH4) en lachgas (N2O)) en voor de glastuinbouw (met name CO2). Er is berekend14 dat er in de land- en tuinbouwsector in 2030 een reductie van 50% CO₂ en een reductie van 50% in de overige broeikasgassen nodig is ten opzichte van 2016. Voor de reductie van methaan en lachgas is doelbereik nog (lang) niet in zicht15. De Provincie Utrecht gaat uit van een (veehouderij) methaan reductie van 0.3 Mton (t.o.v. 2021).
Voor de opgave van reductie van CO2 uitstoot in veenweidegebied (veenoxidatie) stelt Utrecht als doel een reductie van 0.09 Mton CO2 eq/jaar. Voor de overige doelen zijn nog geen kwantitatieve provinciale of regionale doelen. Diverse maatregelen die passen bij duurzaam bodembeheer kunnen ook een bijdrage leveren CO2 vastlegging in bodems16. Regionaal: Het grootste deel van CO2-reductie in veenbodems zal buiten de regio Foodvalley worden gerealiseerd. De opgave voor methaanreductie vanuit de veehouderij zal relatief hoog zijn in onze regio. Door te sturen op “de juiste functie op de juiste plek” kan er via slim landgebruik worden bijgedragen aan vastlegging van CO2-eq. in de bodem.
14 Gelders Energieakkoord 15 E. Gies et al., mei 2023 16 Het klimaatdoel voor minerale landbouwbodems in Nederland is haalbaar (Slier en van der Kolk, WUR 2023).
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
38
HOE VER ZIJN WE REGIONAAL?
list
Doelen
UPLG/VLGG
Huidige situatie regio Foodvalley
Opgave Foodvalley
Broeikasgassen veehouderij en akkerbouw
1,9 Mton CO2eq/jaar (GLD) UT nog aanvullen
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Methaanemissie reductie
0,3 Mton CO2eq/jaar (UT) GLD nog aanvullen
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Broeikasgassen veenweiden (Arkemheen)
0.09 Mton CO2eq/jaar (UT)
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Koolstofvastlegging in natuur en landbouwbodems
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
39
5.3.4 GEZONDE LEEFOMGEVING
DOELEN VANUIT RIJK EN PROVINCIES
We zetten ons samen in voor een gezonde leefomgeving en de daarmee gepaarde gezondheidswinst. Dit betekent dat we bovenstaande (NPLG) doelen combineren met (landelijke) doelen voor fijnstofreductie, verminderen van geluidsoverlast en geuroverlast, en het voorkomen van de verspreiding van dierziekten en zoönosen. We sluiten hiermee aan bij de voorgestelde EU-richtlijnen voor luchtkwaliteit, en werken samen met de sector aan de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord (SLA). De drie belangrijkste componenten voor luchtverontreiniging in de buitenlucht betreffen deeltjesvormige luchtverontreiniging (PM10, PM2,5, roetdeeltjes waaronder elementair en organisch koolstof), stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3). De gezondheidsindicatoren voor nationale en provinciale beleids voering zijn gebaseerd op langdurige blootstelling en sterfte door PM10 en NO2, omdat deze typen luchtverontreiniging hoofdzakelijk direct in de atmosfeer worden gebracht door menselijk handelen in Nederland en omringende landen. Op de andere stoffen is aanzienlijk moeilijker effectief beleid te voeren. Ammoniak wordt in de regio gemonitord om inzicht te krijgen in geuroverlast. Er zijn vanuit het gezondheidsbelang geen wettelijke eisen aan de concentraties ammoniak gesteld. In Nederland is de ammoniak concentratie gemiddeld 7 µg/m3 (2020 = 8 µg/m3).
Voor meer informatie, zie het ‘Methoderapport gezondheidsindicatoren Schone Lucht Akkoord’ van het RIVM17.
Voor de gezonde leefomgeving zijn de volgende doelen gesteld: • Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven het Rijk en de provincies naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 201619. • We werken toe naar de WHO-advieswaarden in 2030, met de WHO-advieswaarden uit 2005 als uitgangspunt (zie tabel). • De Europese grenswaarde voor de fijnstofconcentratie rond veehouderijen wordt niet meer overschreden, en er wordt bijgedragen aan de realisatie van de doelen van het Schone Lucht Akkoord (SLA). • Met het ‘Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid’ verkleinen we het risico op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen, en zijn we voorbereid op een eventuele uitbraak. De focus ligt daarbij op zoönosen die potentieel een grote impact hebben op individuen of de maatschappij. We wegen de risico’s van (onbekende) (zoönotische) ziekteverwerkkers mee in de GGA’s20. Het NPLG onderschrijft dit.
Bronnen
Verplichte wettelijke grenswaarden
Streefdoel 2030 SLA-akkoord WHO-waarden 2005
Voorstel aanpassen EU-richtlijn 2030 (wordt nog besproken, dus niet zeker)
EU-beleid zero-pollution 2050, streven naar WHO-waarden 2021
NO2 (stikstofdioxide)
40 µg/m3
40 µg/m3
20 µg/m3
10 µg/m3
PM10 (fijnstof)
40 µg/m
3
3
20 µg/m
3
20 µg/m
15 µg/m3
PM2,5 (fijnstof)
25 µg/m3
10 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
NH3 (Ammoniak)
Niet bekend
Niet bekend
Niet bekend
Niet bekend
Tabel 4: Overzicht waarden luchtkwaliteit: jaargemiddelde waarden18
17 Methoderapport gezondheidsindicatoren (rivm.nl) 18 Overzicht luchtkwaliteitswaarden - Schone lucht akkoord
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
19 Het Schone Lucht Akkoord - Schone lucht akkoord 20 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-9f92f27965183a7102ae0a7500cf7f0787deb012/pdf
40
5.4
Hoe ver zijn we regionaal met Gezonde Leefomgeving?21 Bronnen
Huidige situatie Utrecht/Gelderland (2020)*
Huidige situatie Foodvalley*
Opgave Foodvalley
NO2 (stikstofdioxide)
16,6 / 10,1 µg/m3
11,7 µg/m3 (2020)
Jaargemiddelde overal onder streefdoel SLA
PM10 (fijnstof)
Volgt
19-22 µg/m3** (2023)
Jaargemiddelde overal onder streefdoel SLA
PM2,5 (fijnstof)
9,6 / 7,0 µg/m3
8,7 µg/m3 (2020)
Jaargemiddelde overal onder streefdoel SLA
NH3 (Ammoniak)
4,0 / 9,5 µg/m3
8,9 µg/m3 (2020)
Nog niet bekend
SOCIAALECONOMISCHE DOELEN
Een ondernemend en vitaal landelijk gebied vormt het fundament van onze regio. De transitie van het landelijk gebied zorgt voor veranderingen op zowel sociaal en economische vlak. Uiteraard bij de agrarische sector, maar ook voor andere ondernemers en inwoners. Daarmee hebben deze veranderingen impact op de brede welvaart van de gehele regio. Brede welvaart gaat verder dan economische voorspoed. Het gaat over alles wat het leven de moeite waard maakt. Het zorgt voor een nieuwe balans tussen economische groei (met focus op bbp) en breder welzijn. Het is zowel gericht op het ‘hier en nu’ (ervaren van brede welvaart op dit moment), als het ‘later’ (datgene dat nodig is voor brede welvaart voor volgende generaties) en het ‘elders’ (mensen in andere landen).
* Deze gemiddelde waarden laten niet de sterke regionale verschillen op gemeente –en wijkniveau zien, net als verschillen in daggemiddelden. ** Huidig jaargemiddeld PM10 (in µg/m3, bron RIVM): Barneveld 20, Ede 20, Nijkerk 20, Putten 19, Renswoude 22, Rhenen 20, Scherpenzeel 22, Veenendaal 21, Wageningen 20.
Figuur 20: Indeling effecten brede welvaart naar domeinen (naar WUR-rapport 2023-052)
21 Monitoring brede welvaart 2021 Regiodeal (i.s.m. UU op basis van RIVM data)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
41
Omdat welvaart een breed begrip is onderscheiden de Brede Welvaartsmonitor van het CBS en de WUR acht thema’s (fig. 20). De ambities van de Strategische Agenda van de Regio Foodvalley gericht op brede welvaart en de Regiodeal Foodvalley sluiten aan bij deze doelen en thema’s. Zowel vanuit de doelen voor het natuurlijk systeem (gerelateerd aan gezondheid, milieu en leefomgeving), als vanuit het sociaaleconomische doel “een ondernemend en vitaal landelijk gebied” werken we aan onderdelen van brede welvaart. Uiteraard zitten er meer verbanden tussen de thema’s dan figuur 20 doet vermoeden. Het thema milieu (reductie van emissies en luchtkwaliteit) heeft bijvoorbeeld veel verbanden met gezondheid. Gezondheid heeft veel invloed op de economische kansen en het welzijn van mensen. Zo zijn er nog vele dwarsverbanden te maken. Naast brede welvaart voor mensen hoort hier ook verbeteren van diergezondheid en dierenwelzijn bij22. Dat wil zeggen naar een dierwaardige veehouderij waarin 6 leidende principes centraal staan23; 1) erkenning van de intrinsieke waarde en de integriteit van het dier; 2, 3 en 4: goede voeding, omgeving en gezondheid; 5) voldoende mogelijkheden voor natuurlijk gedrag en 6) stel dieren in staat om te reageren op veranderende omstandigheden. Om te kunnen sturen hebben we binnen het sociaaleconomische hoofddoel twee sub doelen gesteld.
Deze zorgen voor meer afbakening. Binnen de twee subdoelen wordt in de verdieping aangegeven aan welke brede welvaart thema’s dit subdoel bijdraagt. Inwoners van Regio Foodvalley vinden subjectief welzijn, materiële welvaart en gezondheid het meest belangrijk4. De twee subdoelen zijn: • We behouden een economisch sterke en diverse regio (economisch domein). • We creëren sterke regionale samenwerkingen en geven ruimte aan bottom-up initiatieven (maatschappelijk domein).
22 Convenant dierwaardige veehouderij 23 https://www.rda.nl/nieuws/nieuws/2021/11/18/zes-leidende-principes-voor-een-dierwaardige-veehouderij
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
5.4.1 ECONOMISCHE STERKE EN DIVERSE REGIO We streven naar een goede balans tussen de belangen van ondernemers, bewoners en recreanten. We werken hiermee aan een nieuwe economie waarin werken in balans met het natuurlijk systeem en het bevorderen van de brede welvaart, onderdeel is van ons economisch model. De brede welvaart thema’s die hier onder vallen zijn: • Arbeid en vrije tijd: Ontwikkeling van de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden. Effecten zijn bijvoorbeeld werkgelegenheid, arbeidsmarkteffecten en arbeidsmarkt omstandigheden. • Materiele welvaart: Effecten die het besteedbaar inkomen beïnvloeden. Materiële welvaart geeft het effect op het inkomen van de ondernemer weer, maar ook de doorwerking hiervan op de betreffende sector. Effecten zijn bijvoorbeeld inkomen ondernemer, inkomen agrarische sector en inkomen andere ketenpartijen.
AANSLUITENDE DOELEN VANUIT RIJK EN PROVINCIES • Duurzaam én ondernemend Nederland en een klimaatneutrale samenleving met een sterke, open economie24. • Ruimte voor ondernemers om te vernieuwen25. • Duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw26. • Goede uitgangspositie behouden in concurrerende economieën (wereldwijd)27. • Verduurzaming en innovatie met een uitmuntend ondernemingsklimaat28. • Nederland zet zich in voor het verminderen van lange afstandstransporten van landbouwhuisdieren29.
24 Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Rijksoverheid.nl 25 Organisatie ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Rijksoverheid.nl 26 VERKENNING 21/06 Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw (ser.nl) 27 Bedrijvenbeleid in beeld (min. EZK) 28 Bedrijvenbeleid in beeld 29 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid (overheid.nl) 42
Regionale ambitie In het landelijk gebied zijn er kansen om betekenisvol te zijn in de voedselproductie, met mogelijkheden voor verbreding van activiteiten en de door ontwikkeling of overstap naar een natuurinclusieve en circulaire bedrijfsvoering. Afhankelijk van de locatie, het natuurlijk systeem en de wensen van individuele onder nemer zijn er diverse keuzes mogelijk om op een volwaardige manier de bedrijfsvoering door te ontwikkelen of te verbreden. Denk hierbij aan activiteiten zoals natuurinclusief boeren, recreatie, natuurontwikkeling, zorg, educatie en energie. Een goed verdienmodel, gegarandeerd voor de langere termijn, is hierbij essentieel. Het verdienmodel is in sterke mate afhankelijk van wat in de markt wordt verdiend en daarmee van de ontwikkeling in productprijzen en kosten voor inputs (Jongeneel, 2022).
In “een regiodeal Veluwe in balans” (2025) zijn onderstaande doelen meegenomen: • We bieden nieuwe perspectieven voor de Gouden Randen van de Veluwe met recreatie, multifunctionele landbouw, erfgoed en zorg. Deze perspectieven ondersteunen de verstedelijkingsopgave en de opgaven voor het landelijk gebied. Op die manier ontlasten en beschermen we de kwetsbare natuur in het centrale. • Veluwemassief en voegen we kwaliteit toe aan het platteland. • We investeren sterker in de kwaliteit en duurzaamheid van recreatieve voorzieningen en mobiliteit naar en op de Veluwe. Daarmee dragen we bij aan de biodiversiteit, de klimaatopgave, circulariteit, de energietransitie én aan een toekomstbestendige vrijetijdseconomie.
Ook andere soorten bedrijven en ondernemers in het landelijk gebied krijgen ruimte om zich te ontwikkelen. Hiermee creëren we innovatieruimte voor de economie van de toekomst op bijvoorbeeld het gebied van eiwittransitie, circulair of biobased. Om de druk van recreatie en toerisme op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug te verminderen zijn, nieuwe bedrijven op het gebied van recreatie en toerisme een kans voor de regio. We streven naar het versterken van de balans van de Veluwe tussen natuur, recreatie & toerisme en erfgoed te koesteren en aan de andere kant de beleving te verbeteren voor het realiseren van de ambities voor toerisme en recreatie. Voor een meer concrete invulling van deze ambitie heeft Studio Savelberg het rapport “Next Economy” voor de regio ontwikkeld ter inspiratie30.
Van daaruit gaan we inzetten op nieuwe vormen van verblijfsrecreatie die bijdragen aan een nieuw perspectief en een nieuw verdienmodel op gebiedsniveau. Dus niet het simpel weg toevoegen van een groot vakantiepark of kamperen bij de boer, maar bijvoorbeeld in de vorm van meerdere verspreide huisjes (biobased, off-grid) in een groot gebied, geëxploiteerd door een coöperatie, die ervoor zorgt dat de resultaten ten goede komen aan de boeren/eigenaren. Hierdoor blijft de winst binnen het gebied behouden.
“Geef vertrouwen aan de boer, dan boeren we vooruit”
30 Savelberg – Next Economy 2023
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
HOE VER ZIJN WE REGIONAAL? In september 2022 is via de Regiodeal Foodvalley aan de inwonerspanels van Barneveld, Ede, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal een vragenlijst voorgelegd31. Hieruit blijkt dat wat betreft arbeid en inkomen inwoners gemiddeld hoger scoren en daarmee meer brede welvaart ervaren, dan gemiddeld in de rest van Nederland. Voor werk ging dit over de vraag “in hoeverre ze verzekerd zijn van een baan of werk” voor inkomen over “of men voldoende inkomen heeft”. Dit is afgezet tegenover cijfers als gemiddeld persoonlijk inkomen, inkomensongelijkheid en percentage werkloosheidsuitkeringen. Beide thema’s worden in de regio beter ervaren dan deze feitelijk zijn.
31 Factsheet Brede Welvaart in de Regio Foodvalley, UU, CHE.
43
5.4.2 STERKE REGIONALE SAMENWERKINGEN We versterken lokale gemeenschappen en creëren wederkerigheid in samenwerken. Daarnaast geven we ruimte aan diversiteit, creativiteit en nieuwe ondernemingen. De overheden passen hun beleid hierop aan, en leggen de lat even hoog voor zichzelf als voor andere stakeholders in het gebied. Dit subdoel gaat daarmee over de kwaliteit van (sociale) verbanden in de samenleving. Het vertrouwen van (groepen) inwoners in elkaar en in instanties. De belangrijkste brede welvaart thema’s die hier onder vallen zijn (gezondheid valt onder het subdoel “gezonde leefomgeving): • Samenleving. Een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen en waarin mensen kunnen vertrouwen op elkaar is belangrijk voor goede welvaartsuitkomsten. Effect is bijvoorbeeld gemeenschapszin. • Veiligheid. Ervaren veiligheid in de Nederlandse samenleving, en wordt beoordeeld via de mate waarin criminele activiteiten voorkomen. Veiligheid heeft een sterke koppeling met sociale cohesie. Effect is bijvoorbeeld de mate van criminele activiteiten (bijvoorbeeld via leegstand). • Subjectief welzijn. In termen van geluk en tevredenheid met het leven, is gerelateerd aan verschillende factoren die betrekking hebben op de kwaliteit van leven.
Effecten zijn bijvoorbeeld ervaren regie over het eigen leven (verplicht karakter van maatregel) en tevredenheid met het leven (zinvolle tijdsbesteding na invoering maatregel).
DOELEN VANUIT RIJK EN PROVINCIES • Vertrouwen in instituties en in anderen32; • Meer samenwerking tussen Rijk en regio: samen werken aan meervoudig r uimtegebruik in een gebiedsgerichte benadering33; • Bottom-up initiatieven worden benut in de uitwerking van gebiedsprogramma’s34.
Regionale ambitie Sterke samenwerking vereist gelijkwaardigheid, onderling vertrouwen en gedeelde historie. Alle belanghebbenden in de regio werken in vertrouwen samen, met respect voor ieders autonomie en expertise. We benutten de kracht van onze gemeenschap en de onderlinge verbondenheid. We geven ruimte aan bottom-up initiatieven en proeftuinen, waarbij overheden kaders stellen die ruimte bieden voor creatieve oplossingen. Korte ketens waarbij rechtstreeks inkopen wordt gedaan bij de boer past bijvoorbeeld in het beeld van vertrouwen in elkaar. Het welzijn voor de boer verbetert door duurzaam zicht op afzet. Diverse overheidslagen stellen zich op als één overheid en alle gebiedspartijen zetten zich in om een betrouwbare samenwerkings partner te zijn. Hiermee werken we toe naar doelsturing. We realiseren ons dat de veranderingen die van ondernemers gevraagd wordt groot zijn. De overheid sluit hierbij aan door zelf ambitieus te werken aan een stevige sociaal economische basis voor de regio. Dit doen we bijvoorbeeld door vanuit ‘Practise what you preach’ te werken aan flexibiliteit in regelgeving, verkorten van doorlooptijden en financiële inzet.
HOE VER ZIJN WE REGIONAAL? Kijkend naar de uitkomsten van de Regiodeal Factsheet Brede Welvaart zijn de gekozen thema’s iets anders. Echter voor Subjectief welzijn en Veiligheid is ook hier de ervaren brede welvaart hoger dan landelijk en is ook de ervaren waarde positiever dan de feitelijke waarde. Feitelijk is er voor deze twee thema’s gekeken naar gemelde incidenten, percentage van bewoners die zich onveilig voelt of men aangeeft rond te komen en controle over hun leven te hebben. Het thema Samenleving komt het meest overeen met het thema “Maatschappelijke betrokkenheid” en “Sociale contacten”van de Regiodeal Factsheet. Maatschappelijke betrokkenheid is van de hier vermelde thema’s het enige thema waar de 5 regiogemeenten slechter scoren dan het landelijk gemiddelde (met de vraag “in hoeverre heeft u invloed op uw leefomgeving”). De sociale contacten worden wel hoog gewaardeerd.
32 Brede_welvaart_in_de_Foodvalley_Brochure.pdf 33 Regio Deals | PBL Planbureau voor de Leefomgeving 34 Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied (overheid.nl)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
44
6
ONZE WAARDEN - BIJ H3
WAT STAAT ER IN DEEL A EN WAT STAAT HIER In hoofdstuk 3 is een toekomstbeeld van de regio te vinden. In hoofdstuk 1 beschrijven we daar hoe we ons in afgelopen decennia hebben ontwikkeld en op welke wijze we bezig zijn met doorontwikkelingen in het landelijk gebied. In dit hoofdstuk van deze verdieping leest u de meer over de waarden van ons gebied; de kijk op onze wereld en wie we daarin samen zijn. Dit is de basis van de huidige regio, maar ook het toekomstbeeld. We vinden het belangrijk dit op deze manier voor het voetlicht te brengen, omdat keuzen voor het landelijk gebied, hiernaar terug te voeren zijn. Het zijn de zachtere waarden, die in de onderstroom van gesprekken een belangrijke rol spelen.
WAAROM DOEN WE DIT? Een perspectief voor het landelijk gebied begint bij gedeelde waarden: wie zijn we samen, waar staan we voor, wat vinden we belangrijk en hoe willen we met elkaar en met onze omgeving omgaan? Dit deel beschrijft drie waarden die het fundament vormen van ons regionaal perspectief landelijk gebied. Dit willen we opschrijven, omdat onderbouwing van keuzen vaak hiernaar terug te leiden is. We kunnen zeggen dat iedereen, inwoners, agrariërs, ondernemers en politici een gezonde wereld wil doorgeven aan de volgende generaties en tegelijkertijd in het hier en nu goed zorgdragen voor onze naasten met waardering voor het verleden. Iedereen doet dit op zijn en haar eigen manier. Onze wens is om meer aandacht te hebben voor het delen van waarden, die ons verbinden, waar we groot mee zijn geworden en die we willen doorgeven aan volgende generaties. Hierin schuilt namelijk gedeeld eigenaarschap van de opgaven van nu en de plek waar we leven. In de regio willen we hoopvol vooruitzien, waarin brede welvaart leidend is. Brede welvaart ‘hier en nu’ gaat over de kwaliteit van ons leven en de levende omgeving. Dit gaat over het ervaren van welzijn, gezondheid, eigen keuzen kunnen maken, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleven, veiligheid en milieukwaliteit.
Brede welvaart ‘later’ gaat over de sociale, economische, menselijke en natuurlijke hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om tenminste hetzelfde niveau van brede welvaart te kunnen bereiken als de huidige generatie. Dat vraagt andere ontwikkelingen. Want door de huidige manier van leven staat de verbinding met en daarmee nuttig maken van onze omgeving, tussen mensen onderling en met de levende omgeving onder druk.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY VERDIEPING
Bij het ontwikkelen van dit perspectief is de vraag om met elkaar vast te stellen wat ons gezamenlijk belang is, hoe ons dit in beweging brengt en waar we deel van willen uitmaken. Vanuit dit veranderend perspectief kunnen we verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving, ieder op zijn eigen manier, binnen de met elkaar vastgestelde kaders. Waarde 1: Verantwoordelijkheid nemen en in Vertrouwen ruimte geven Mensen hebben ruimte nodig om te leven en zich te ontwikkelen. Zij maken eigen keuzes en richten het leven en werk in op een manier die bij hen past. Fysieke ruimte is echter schaars in onze regio Foodvalley en scherp afgebakend in Nederland. Hoe kunnen we ruimte geven om eigen keuzes te blijven maken in hoe we ondernemen, ondersteund door systemen en instituties, die onze verantwoordelijkheid stimuleert en elkaar in vertrouwen ruimte biedt? We respecteren elkaars autonomie, zonder gedeelde belangen uit het oog te verliezen. Dit is een belangrijk evenwicht. We maken gebruik van de kracht van onze gemeenschappen en onderlinge verbondenheid. Daarbij willen we ruimte geven om te experimenteren en om van fouten te leren. Daarin mogen keuzes met lef worden gemaakt en vernieuwingen doorgevoerd in overheidsorganisaties, bedrijven en andere maatschappelijke organisaties, gericht op een toekomstbestendige, leefbare omgeving, waarin welvaart en welzijn stimuleren voorop staat.