Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley - Deel A
Tekst van het document
REGIONAAL PERSPECTIEF LANDELIJK GEBIED
REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING Deel A 5 april 2024
H1
H2
H3
H4
H5
REGIO FOODVALLEY IN BEELD
DOELEN LANDELIJK GEBIED
TOEKOMST VAN DE REGIO
UITVOERINGSSTRATEGIE
HOE NU VERDER?
6
9
15
18
31
Natuurlijk systeem in balans 9
Toekomst van de regio
Herstel en biodiversiteit 11
15
Wie zijn wij
2.1
6
Toonaangevende Agrifoodsector
Water en bodem in balans 11
6
Klimaatneutraal 12
Gedeelde waarden en brede welvaart
Gezonde leefomgeving 12
15
Natuur en landschap
Regionale ambitie
7
15 Recreatie en toerisme
Regio Foodvalley in 2040
7 2.2
Ondernemend en vitaal landelijk gebied 13
15
Economisch sterke en diverse regio 13
Doorkijk: ontwikkeling na 2040
Sterke regionale samenwerkingen 13
17
Er gebeurt al veel 7
Besluitvorming gemeenteraden 31
4.1
Strategische keuzes 18
4.2
Aan de slag met geïntegreerde thema's 20
RPLG 31
4.3
Hoe ver komen we hiermee? 22
Uitvoerings programma 31
4.4
4.5
Nodig van provincies en Rijk 22 Eerste concrete acties 23
Opbouw 4.6 uitvoeringsprogramma 24
4.7
Acties, maatregelen en instrumenten per thema 25
5.1
5.1 5.2
Samenwerking 31 Provincies, waterschap en Rijk 32 Regionaal 32
Deel B Verdieping
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Klik op dit icoontje list onderaan elke pagina om terug te gaan naar deze inhoudsopgave
SAMENVATTING In Regio Foodvalley komen veel vraagstukken over het landelijk gebied samen die van belang zijn voor héél Nederland. Dit zorgt voor onzekerheid bij ondernemers in het gebied. Als regiogemeenten nemen we onze verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk duidelijk heid te bieden over de koers die wij voor ogen hebben en over wat wij kunnen doen. Gezien de centrale locatie en hoogteligging is de verwachting dat de regio ook op de lange termijn de juiste plek blijft voor een circulaire en efficiënte voedselvoorziening in een gezond natuurlijk en sociaal ecosysteem. Regio Foodvalley wil hiervoor dé nationale proeftuin zijn. De regio kan een voorstrekkersrol pakken in het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, teelten, ketens en nog veel meer.
We stellen zes integrerende thema’s voor, met een eerste set aan acties en maatregelen. Deze passen bij onze doelen en ambities voor het natuurlijk systeem en het sociaal economisch systeem. Ook start de regio in 2024 vooruitlopend op het uitvoerings programma met een aantal no-regret-activiteiten op basis van al beschikbaar budget. Hiermee zetten we een belangrijke stap naar het realiseren van perspectief voor het landelijk gebied. We zijn er daarmee nog niet. Er missen nog essentiële kaders en randvoorwaarden en gezien de grote opgave in de regio zal er de komende jaren meer nodig zijn. Hiervoor zijn een kennisagenda en samenwerkingsagenda opgesteld en worden de zes thema’s met maatregelen uitgewerkt tot een uitvoeringsprogramma.
De regio wil niet afwachten maar proactief en gebiedsgericht aan de slag. Nu beleid vanuit Rijk en provincies op zijn vroegst in 2025 wordt vastgesteld, is het extra belangrijk dat gemeenten stappen zetten. Het RPLG is in de eerste plaats een gezamenlijke koers bepaling van de regiogemeenten. Het geeft aan hoe wij uitvoering willen geven aan de kaders van Rijk en provincie en wat wij van hen nodig hebben. Het is echter geen integrerende ruimtelijke visie waarin alle ruimteclaims zijn afgewogen. Deze integrale afweging wordt op andere plekken gemaakt (fig. 2).
Met het RPLG wordt aan de gemeenteraden de volgende besluiten te nemen: • Vaststellen van het hoofddocument m.b.t. de doelen (2.1 en 2.2), het toekomstbeeld (3), de bijbehorende keuzes (4.1) en de prioritaire thema’s (4.2); • In te stemmen met het uitwerken van de acties maatregelen en instrumenten (4.7) naar een uitvoeringsprogramma met prioritering, rolneming en passende budgettering; • In te stemmen met de samenwerkingsagenda (4.4) en de kennisagenda (4.6).
Figuur 1: Schematische doorsnede huidige landschappen in beeld
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
3
WAAROM DIT RPLG AMBITIE EN URGENTIE De regio Foodvalley heeft de ambitie om het landelijk gebied zo te ontwikkelen dat volgende generaties er in gezondheid kunnen leven en werken. Herstel van het natuurlijk systeem van bodem, water en natuur, in goede balans met de ontwikkeling van het voedselsysteem van de toekomst is daarvoor essentieel. In Regio Foodvalley komen veel vraagstukken over het landelijk gebied samen die van belang zijn voor heel Nederland. De regio speelt een cruciale rol in het behalen van de landelijke en provinciale doelen voor natuur, water en klimaat. Het grootste natuurgebied van Nederland, de Veluwe, ligt deels in de regio en er ligt een grote emissiereductie opgave voor stikstof. De veedichtheid in onze regio is hoog, waardoor de impact van de verwachte krimp (> 25% in 2040) op de gemeenschap groot is. Goede waterkwaliteit is essentieel voor de beken en wateren. Klimaatverandering zorgt voor meer weersextremen, wat noodzaakt om anders met water om te gaan. Er is de afgelopen jaren hard gewerkt aan deze thema’s, maar om deze ambitie te kunnen realiseren binnen de Europees en landelijk doelen is een versnelling noodzakelijk. Uit een scenariostudie1 blijkt dat behoud van zoveel mogelijk grond voor landbouw daarvoor nodig is. Tegelijk ligt er de opgave om 40.000 woningen te realiseren met bijbehorende voorzieningen en werkgelegenheid.
Ook is er ruimte nodig voor natuur en wil Regio Foodvalley in 2050 energieneutraal zijn2. Dit maakt de sociaaleconomische opgave groot en lastige keuzes op ruimtegebruik onvermijdelijk. Voor die keuzes is dit RPLG de bouwsteen vanuit de pijlers van het natuurlijk systeem en het voedselsysteem voor het landelijk gebied.
DOEL: PERSPECTIEF VOOR HET LANDELIJK GEBIED De regiogemeenten maken het RPLG om als een perspectief te geven voor de komende 10 tot 40 jaar: duidelijkheid voor onze inwoners en ondernemers over wat wij belangrijk vinden, wat er nodig is en wie wat kan doen. Deze duidelijkheid heeft beperkingen, omdat vanuit het Rijk en de provincies op dit moment niet alle kaders en middelen bekend zijn. Dit maakt echter de urgentie om als gemeenten aan de slag te gaan met wat wél kan nog groter. Het RPLG beschrijft een toekomstbeeld met balans tussen het
natuurlijk systeem en het voedselsysteem in de context van sociaaleconomische duurzaamheid. Daarmee bouwt het aan de brede welvaart in de regio. De transitie naar een voedselsysteem van de toekomst is een grote pijler in het RPLG, maar deze slaagt alleen als het integraal onderdeel is van transitie van het landelijk gebied en ons sociaal economisch systeem. Dit document benoemt strategische keuzes en zet de eerste agenda voor ruimtelijke keuzes. Het biedt een eerste set aan acties, waarmee in 2024 een uitvoerings programma met gezamenlijke activiteiten, projecten en onderzoekstrajecten wordt gemaakt. Perspectief bestaat daarmee uit: zo duidelijk mogelijke (milieu)kaders, een toekomstbeeld, keuzes over ruimtelijke sturing en het benoemen van acties om onder nemers en inwoners te ondersteunen om zelf bij te dragen aan de ontwikkelrichting.
PARTICIPATIE EN SAMENWERKING In dit RPLG brengen we de aanpak ‘van onderop’ en de doelsturing ‘van bovenaf’ bij elkaar. Met belangenorganisaties van natuur en landbouw, agrariërs, partijen uit het agrofoodcomplex, andere overheden en deskundigen van diverse kennisinstituten is bij elkaar gebracht wat er nodig is om het gezamenlijke toekomstbeeld te realiseren. Dat is belangrijk want bij de uitvoering zijn alle partners nodig. De complexiteit is groot, we willen vakmanschap benutten en er zijn financiën en aangepaste regelgeving nodig. Daarom bundelen we als regiogemeenten onze kennis en capaciteit.
POSITIE VAN HET RPLG Het RPLG is een belangrijke bouwsteen voor de integrale afweging met de verstedelijkingsen energiestrategieën. Die afweging wordt gedaan in het Regioarrangement Foodvalley, het NOVEX-ontwikkelperspectief, gemeentelijke omgevingsvisies en -plannen en lokale programma’s (fig. 2). Het RPLG is daarmee geen integrale ruimtelijke omgevingsvisie, maar wel een gezamenlijke koersbepaling van de regiogemeenten. Ook is het voor de regiogemeenten de basis voor een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. Daarmee is het ook ons aanbod aan provincies, waterschap en Rijk voor hoe wij invulling willen geven aan hun kaders. Het laat ook zien waar samenwerking nodig is. Voor andere partners geeft het RPLG zicht op wat we als regio van plan zijn en wat hun rol daarin is.
1 Verkenning naar ruimtegebruik landbouw 2050 voor Regio Foodvalley, WUR 2020. 2 www.resfoodvalley.nl
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
4
SAMENHANG RPLG EN OMGEVING
Figuur 2: overheden – producten – relaties
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
5
1. REGIO FOODVALLEY IN BEELD WIE ZIJN WIJ Het landelijk gebied van de Regio Foodvalley is een bijzonder gebied. Voedselproductie, gastvrijheid, natuurbeleving, ondernemerschap en innovatie vormen onze identiteit en zijn onderdeel van ons DNA. De motor van het gebied is de enorme bedrijvigheid. Er wordt volop ondernomen, zowel in de agrarische sector als in de toelevering, verwerking, bouw en dienstverlening. Daarnaast hebben we een kenniseconomie, met MBO-, HBO- en WO-onderwijs en onderzoek. De ligging van het gebied, in het hart van Nederland en vlak bij de Veluwe, is zeer gunstig om in te wonen. Onze regio bestaat uit veel natuur en aantrekkelijke landschappen met een rijke historie, waar veel vrijwilligers zich voor inzetten. De gemeenschap in de regio Foodvalley is hecht. Het is voor de g emeenschap belangrijk dat als je hier van school komt, er werk is in de regio. Dat je hier een plek vindt om te wonen en je kinderen op te laten groeien. En dat je via het rijke verenigingsleven een steentje bij kunt dragen aan de sociale samenhang en de kwaliteit van de samenleving.
Figuur 3: De 9 gemeenten van het RPLG met inwoneraantal
Gemeente Putten gaat meedoen Op 1 januari 2024 sluit de gemeente Putten aan bij de programma’s Landbouw & Vitaal Platteland en Voeding & Gezondheid van Regio Foodvalley. In het kaartmateriaal is het grondgebied van de gemeente Putten daarom al betrokken. In de regionali sering van doelen en opgaven en de kwantificering daarvan is dat nog niet het geval. Dat wordt wel meegenomen bij de verdere uitwerkingen en uit voering van gezamenlijke projecten en initiatieven.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
De 9 gemeenten van het RPLG zijn divers in grootte, aantal inwoners en type gebied (fig. 3). Mede door de historie zijn de ontwikkelaspecten in de verschillende gemeenten ook divers. Bijvoorbeeld wat betreft natuur, landgoederen, cultuurhistorie, landbouw, wonen of onze kenniseconomie. Gezamenlijk, over de grenzen heen kijkend, hebben we alle puzzelstukken in handen.
TOONAANGEVENDE AGRIFOODSECTOR Als regio zijn we trots op onze agrifood sector. Het is een van de economische en sociale pijlers voor het landelijk gebied en de maakindustrie. In 2021 omvatte het AgroComplex3 13.8% van de werkgelegenheid in de regio, wat bovengemiddeld is voor Nederland. De concentratie van primaire landbouw, die enerzijds leidt tot opgaven voor emissiereductie en (minder) verspreiding van dierziekten, heeft ook geleid tot ontwikkeling en bundeling van kennis. Ook zijn veel landbouwbedrijven verbredingsactiviteiten gestart. In Regio Foodvalley wordt gepionierd met het kweken van meelwormen en insecten, met vertical farming, de Nederbanaan, wijnbouw en nieuwe eiwitgewassen, zoals lupine voor menselijke consumptie. 10% van de land- en tuinbouwbedrijven, met name pluimvee, heeft een biologisch keurmerk (landelijk 3%).
Zie ook Verdieping H3 Huidige agrarische sector
3 AgroComplex: de totale bedrijvigheid van voedselindustrie, primaire productie, de totale voedings- en genotmiddelenindustrie, relevante (non-food) groothandel en zakelijke dienstverlening en de kennis- en onderwijsinstellingen van de agrifoodsector. 6
De omvang van de korteketensector, in Gelderland in euro’s is vergelijkbaar met de biologische sector4, biedt kansen voor thema’s als volksgezondheid, stedelijk klimaat en regionale sociaaleconomische doelstellingen.
NATUUR EN LANDSCHAP Mensen wonen graag in Regio Foodvalley omdat het er Zie ook groen is en de natuur dichtbij. De Veluwe is vlakbij, net als de Utrechtse Heuvelrug. Er lopen meerdere beken door het Verdieping H4 gebied. Het Veluwemeer en de Rijn vormen de grenzen en Gebieden met het ‘Groene Valleilint’ ligt er een prachtige landgoederen en kaarten zone. De rijkdom aan gevarieerde landschappen en de grote natuurwaarden zijn een belangrijke basis voor gevarieerde flora en fauna (intrinsieke waarde). Het land schap draagt sterk bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en is daarmee ook belangrijk voor een toekomstbestendige voedselproductie (maatschappelijk- economische waarde).
RECREATIE EN TOERISME Veel inwoners besteden een deel van hun vrije tijd buiten. Dat moedigen we aan! Met de verstedelijkingsopgave van 40.000 woningen in Regio Foodvalley (2040) gaat de vraag naar hoogwaardige en duurzame recreatieruimte en vrijetijdseconomie stevig groeien. Zowel de Utrechtse Heuvelrug als de Veluwe zijn nu al (te) drukbezochte gebieden. We willen daarom delen van de regio recreatief en toeristisch ontwikkelen en 2000 ha uitloop gebied realiseren in de regio. Bijvoorbeeld rond de grote natuurgebieden en in de buurt van dorpen en steden. Met daarbij toegankelijk erfgoed, activiteiten voor jong en oud en duurzame vervoersmogelijkheden. Dit biedt kansen voor allerlei typen ondernemers en nieuwe/alternatieve verdienmodellen. Voor de inwoners van de Foodvalley biedt het meer ontspanning dichtbij huis, verbinding met het landelijk gebied én de natuur van de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe wordt minder belast.
ER GEBEURT AL VEEL Als innovatieve regio zijn we bottom-up al lang aan de slag met de transitie van het landelijk gebied, met ondernemers en burgerinitiatieven als drijvende krachten. We zijn een regio waarin overheid, ondernemers en onderwijs samen partnerschappen aangaan, waaronder in het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley. Innovaties worden in combinatie met andere partijen en eindgebruikers bedacht. In het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij zijn bijvoorbeeld nieuwe technieken voor emissiereductie van fijnstof beschikbaar gekomen en via interim vergunningenbeleid op grote schaal toegepast. Binnen de Regiodeal Foodvalley worden via proeftuinen en pilots innovaties getest en versneld ingezet (zie kader hiernaast). In samenwerking met One-Planet wordt gewerkt aan metingen buiten stallen. Er zijn succesvolle leertafels, masterclasses en bodemcursussen. Op deze wijze wordt kennis opgebouwd in en direct gedeeld met de praktijk.
Bedrijvenmeetnetwerk in de schijnwerpers In het Bedrijvenmeetnetwerk (Regiodeal Foodvalley) is een groep veehouders (blank vleeskalveren, vleesvarkens en leghennen) samen aan de slag. Er wordt met sensoren onderzocht of bedrijfsemissiemonitoring samen met het verlagen van ammoniak emissies door boerenvakmanschap, de milieu-impact van veehouderijen kan verkleinen. In de stallen van het Bedrijvenmeetnetwerk wordt 1 jaar (2022) de baseline emissie gemeten. Daarna gaan veehouders aan de slag met het sturen op minder emissies. Via voer-, dier- en stalmaatregelen die weinig of geen techniek kosten.
4 Korte ketens in Gelderland (van der Schans en van Wonderen 2019, WUR nota 2019-072)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
7
Figuur 4: Landschappen van Regio Foodvalley in beeld
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
8
2. DOELEN LANDELIJK GEBIED We creëren gezamenlijk een toekomstbestendig, ondernemend en vitaal landelijk gebied, met een goede balans tussen het natuurlijk systeem, maatschappelijke behoeften en economische ontwikkeling. Daarmee ontstaat een veerkrachtig landelijk gebied waarin activiteiten van mensen in evenwicht zijn met wat de natuur kan dragen. Om dit te bereiken, heeft het RPLG twee hoofddoelen, die niet los van elkaar gezien kunnen worden: • Een veerkrachtig natuurlijk systeem dat tegen een stootje kan. • Een ondernemend en vitaal landelijk gebied met lange termijnperspectief.
2.1 EEN NATUURLIJK SYSTEEM IN BALANS Door klimaatverandering, intensief landgebruik en verstedelijking staan het natuurlijk systeem en de ruimtelijke kwaliteit onder druk. Er zijn meer weersextremen en de bodem-, natuur- en waterkwaliteit is op diverse plekken (te) kwetsbaar. De draagkracht van het natuurlijk systeem moet weer leidend worden voor de inrichting en het gebruik van het landelijk gebied. Bij een systeem in balans blijft de schade beperkt bij extremen als wateroverlast en droogte. Samen met herkenbare landschappen is het natuurlijk systeem de basis voor onze voedselproductie, recreatie en ander landgebruik.
SYSTEEMHERSTEL
Balans ontstaat door herstel van het bodem- en watersysteem en de biodiversiteit. Ter bevordering van systeemherstel en landschappelijke kwaliteit zijn er diverse Europese, Rijks- en provinciale doelen opgesteld (NPLG, VLGG en UPLG). De regio combineert deze doelen met (landelijke) doelen voor luchtkwaliteit, en het voorkomen van dierziekten en zoönosen. De landelijke en provinciale doelen zijn hieronder en in de verdieping zo concreet mogelijk weergegeven. Het is mogelijk dat deze doelen na 2030/2040 nog worden aangescherpt. Cijfers en doelen vanuit het Rijk zijn daarom richtinggevende kaders en ondersteunend bij het overkoepelend doel: systeemherstel. In figuur 6 staan landelijke doelen. Daaronder staat de regionale ambitie samengevat. Voor veel doelen is de regionale opgave nog niet vertaald. Dit wordt samen met de provincies Gelderland en Utrecht en het waterschap Vallei en Veluwe uitgewerkt. De doelen worden in gebieds processen verder gebiedsgericht toegepast.
Zie ook Verdieping H5.1 NPLG doelen
Figuur 5: Conceptuele gebiedsdoorsnede met opgaven
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
9
TIJDLIJN LANDELIJK GELDENDE DOELEN - status februari 2024 NATUUR
WATER EN BODEM
KLIMAAT*
GEZONDE LEEFOMGEVING
tree
Afronding Natuurwerk Nederland (40.571 ha)
N2000: goede hydrologische condities (natuurpact afspraken
N2000: stikstofreductie (42%)
Nieuw areaal bossenstrategie (37.400 ha)
2027
Ecologisch en chemisch gezond oppervlakte en grondwater (cf. KRW incl. innamepunten drinkwater)
Goede kwantitatieve toestand grondwater
Omgevings waarden wateroverlast voldoen
Verkleinen risico’s zoönose (nationaal actieplan 2026)
Reductie broeikasgas- emissies (55%) Landbouw >5Mton CO2 Veenweide >1Mton CO2
Reductie methaanemissie (3.82 Mton CO2)
2030
2050
Natuurherstel tbv Vogel & Habitat richtlijn (30%)
Biodiversiteits verlies stoppen en herstel bevorderen**
10% groenblauwe dooradering (5% in 2030)
Gunstige staat van instand houding natuur
CONTINUE Figuur 6: Landelijke doelen m.b.t. “Natuurlijk systeem in balans”
Koolstofvastlegging >0.9 Mton CO2
Schade door weersextremen beperken
Zoetwater beschikbaarheid natuur en landbouw
Water en bodemsturend als basis: Voldoende en schoon zoetwater Bodem: vitaal en efficiënt geordend
Goede kwaliteit drinkwaterbronnen
>50% gezondheidswinst (schone lucht akkoord) Streefdoel WHO stikstof/fijnstof: NO2 <40 μg/m3 PM10 <40 μg/m3 PM2.5 <10 μg/m3
Nederland klimaatneutraal
* De klimaatopgave voor de industrie is onderdeel van de opgave energietransitie ** NV - biodiversiteitsverdrag en de onderhandelingen over het post 2020 Global Biodiversity Framework
‘HERSTEL BIODIVERSITEIT’- REGIONALE OPGAVE samengevat
‘WATER EN BODEM IN BALANS’ - REGIONALE OPGAVE samengevat
• Voor stikstofreductie geldt op dit moment volgens beide provincies voor Foodvalley een doelstelling van minimaal 46-55% van de ammoniakemissie t.o.v. 2018. In regio Foodvalley heeft stikstofdepositie het meest impact op Natura2000 gebied de Veluwe. Maar het is ook voor het Binnenveld, Arkemheen, de Veluwerandmeren en de Rijntakken relevant. • Voor het NNN (Nederlands Natuurnetwerk) zijn opgaven voor nieuwe natuur in het Groene Valleilint, langs de randen van de Utrechtse Heuvelrug en het Renkums Beekdal. En in ecologische verbindingszones zoals bij Allemanskamp en in het Binnenveld. Dit doel kan in de regio in 2025 grotendeels behaald zijn. • De regio wil extra inzetten op kwaliteitsverbetering en het versneld realiseren van de GBDA. Ongeveer de helft van de nodige 10% groen blauwe dooradering (GBDA) van het landschap is in de regio aanwezig. Dit groenblauwe raamwerk zorgt voor de verbindingen (connectiviteit) die soorten nodig hebben. • We werken toe naar een basiskwaliteit natuur (BKN) buiten Natura 2000 in de hele regio. Dit zorgt ervoor dat algemene soorten (zoals de egel en de huismus) aanwezig blijven. Als de kwaliteit van het landschap op orde is, volgen de soorten vanzelf. Inzicht in ‘hotspots’ met veel karakteristieke soorten is input voor ruimtelijke keuzes.
• Vanuit de verstedelijkingstrategie is de ambitie om 2.000 ha voor recreatief mede gebruik geschikt landelijk gebied met een groenblauw raamwerk te realiseren. • De provinciale bossenstrategieën landt in bovengenoemde opgaven. De verdeling over de regio’s is nog niet bekend. • Binnen de weidevogelkerngebieden wordt met het aanvalsplan Grutto gericht ingezet op de Vogel- en Habitatrichtlijn. In Regio Foodvalley is weidevogelkerngebied Arkemheen een deelgebied waar een nationaal toonaangevend vogelgebied samen gaat met passend agrarisch gebruik. • Ook de hoge recreatiedruk, klimaatverandering, invasieve exoten en droogte zijn van invloed op de staat van de regionale natuur en biodiversiteit, daarom is de ambitie breder te kijken dan de wettelijke doelen en het natuurlijk systeem centraal te zetten.
• Met het waterschap wordt invulling gegeven aan de Water en Bodem sturend brief5 om te komen tot een robuust watersysteem. Water en bodem zijn hierbij conditionerend in plaats van faciliterend. Dit betekent dat we toegaan naar een regio waar de functie van een gebied (steeds meer) het water en bodemsysteem volgt in plaats van andersom. Een eerste kaart geeft inzicht in wat dit in de regio betekent (zie verdieping H4). Extra aandacht is nodig voor waterbeschikbaarheid, ruimte voor het watersysteem, verminderen oppervlakkige afspoeling, bufferzones rond beken en uitspoelings gevoelige gronden. In zandgebieden komen hogere grondwaterstanden (liefst ~20-30cm). Aan de rand van de stuwwal (en op dekzand- en rivierruggen) kan men meer water vasthouden en dekzandvlakten natter te houden. Landgebruik rondom beken wordt afgestemd met de hydrologische randvoorwaarden. • We sluiten aan bij de (EU/Rijks) bodemrichtlijn; voor een duurzaam beheer van alle (landbouw)gronden in uiterlijk 2030. Dit gaat over verbeteren sponswerking en het tegengaan van verdichting en verzuring. Veel van deze maatregelen worden meegenomen bij invulling van “water en bodem sturend”. • De regio kent diverse grondwaterbeschermingsgebieden voor de winning van drinkwater. Tussen Ede, Barneveld, Scherpenzeel en Renswoude bevindt zich een drinkwaterreserveringsgebied (ASV) in het 3e watervoerend pakket.
Dit gebied wordt extra beschermd tegen verontreiniging. Regionale plafonds voor wateronttrekkingen zijn te overwegen. In lijn met de kamerbrief is waterbesparing een regionale ambitie. • Regionaal komen o.a. de volgende richtinggevende KRW-doelen in beeld6 (in 2024 volgt doorrekening voor 2027): - 40% reductie van fosfaat uit- en afspoeling naar oppervlaktewater; - 11% reductie van stikstof uit- en afspoeling naar oppervlaktewater; - Verlaging van gemiddelde nitraatconcentratie in grondwater van 63 mg NO3/L naar 50 mg NO3/L; • Detail tabellen en kaarten over (KRW)- lichamen staan in de verdieping. Wens is KRW- maatregelen integraal te koppelen aan systeemherstel (biodiversiteit, natuur, bodem) en te vertalen naar kleine wateren. Verwachting is dat maatregelen uit de stroomgebiedsplannen en bufferstroken langs watergangen enig effect hebben op de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater. Daar tegenover staat de impact
“We moeten ons voegen naar een systeem met meer extremen” list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
5 Ministerie van I&W Water en Bodem sturend 25 november 2022 6 Gies 2023, notitie WEnR (eerste aanzet voor studie in 2024)
11
van droogte, warmte en weersextremen op gevoelige (biologische) indicatoren. De druk op de KRW-doelen is hoog gezien deze in 2027 gerealiseerd moeten zijn en de verwachting is dat dit niet (overal) te realiseren is.
‘KLIMAATNEUTRAAL’ - REGIONALE OPGAVE samengevat • Richtinggevend regionale doel voor 2030 is ~32% reductie van de broeikasgasemissies methaan en lachgas. De grootste opgave voor methaanreductie ligt daarbij in de melk-, kalver- en varkenshouderij. • Het grootste deel van CO2-reductie in veenbodems opgave zal buiten de regio Foodvalley worden gerealiseerd.
‘GEZONDE LEEFOMGEVING’ - REGIONALE OPGAVE samengevat Regionaal wordt een verkenning uitgevoerd om invulling te geven aan het actieplan zoönose7. Daarbij wordt gestuurd op onderstaande luchtkwaliteitsparameters. Naast deze streefdoelen is vermindering van endotoxinen, geur en geluid met rondom de woonkernen een opgave. Bronnen
Streefdoel 2030 SLA akkoord WHO- 2005
Huidige situatie FoodValley (2020)8
Opgave Foodvalley
NO2 (stikstofdioxide)
40 µg/m3
11,7 µg/m3 (2020)
Jaargemiddelde overal onder streefdoel SLA
PM10 (fijnstof)
20 µg/m3
19-22 µg/m3 (2023)
Jaargemiddelde overal onder streefdoel SLA
PM2,5 (fijnstof)
10 µg/m3
8,7 µg/m3 (2020)
Jaargemiddelde overal onder streefdoel SLA
NH3 (Ammoniak)
Niet beschikbaar
8,9 µg/m3
Deze gemiddelde waarden laten niet de sterke regionale verschillen op gemeente– en wijkniveau zien, net als verschillen in daggemiddelden.
7 Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid (overheid.nl) 8 Monitoring brede welvaart 2021 Regiodeal (i.s.m. UU) en dataportal RIVM
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
Zie ook Verdieping H5.3 Doelen natuurlijk systeem 12
2.2 EEN ONDERNEMEND EN VITAAL LANDELIJK GEBIED Een ondernemend en vitaal landelijk gebied vormt het fundament van onze regio. De transitie van het landelijk gebied zorgt voor veranderingen op zowel sociaal en economische vlak. Uiteraard bij de agrarische sector, maar ook voor andere ondernemers en inwoners. Daarmee hebben deze veranderingen impact op de brede welvaart van de gehele regio. Brede welvaart gaat verder dan economische voorspoed9. Het gaat over alles wat het leven de moeite waard maakt. Het zorgt voor een nieuwe balans tussen economische groei (focus op bbp) en breder welzijn. Brede welvaart is zowel gericht op het ‘hier en nu’, als het ‘later’ (volgende generaties) en het ‘elders’ (andere landen). Naast focus op mensen hoort hier ook dierenwelzijn bij10.
“Geef vertrouwen aan de boer, dan boeren we vooruit” Omdat welvaart een breed begrip is onderscheiden de Brede Welvaartsmonitor van het CBS en de WUR acht thema’s (fig. 7), waarbij er veel dwarsverbanden tussen thema’s zijn. De ambities van de Strategische Agenda 2020-2025 van de Regio Foodvalley gericht op brede welvaart en de Regiodeal Foodvalley sluiten aan bij deze thema’s.
Zowel vanuit de doelen voor het natuurlijk systeem (gerelateerd aan gezondheid, milieu en leefomgeving), als vanuit het sociaaleconomische doel “een ondernemend en vitaal landelijk gebied” werken we aan onderdelen van brede welvaart. Om te zorgen voor meer afbakening zijn binnen dit hoofddoel twee subdoelen gesteld. In de verdieping wordt aangegeven aan welke brede welvaart thema’s de subdoelen bijdragen. Inwoners van Regio Foodvalley vinden subjectief welzijn, materiële welvaart en gezondheid het meest belangrijk⁸.
De twee subdoelen voor het maatschappelijk en economische domein zijn: • We behouden een economisch sterke en diverse regio (Economisch domein) • We creëren sterke regionale samenwerkingen en geven ruimte aan bottom-up initiatieven (maatschappelijk domein)
Zie ook Verdieping H5.3 Sociaaleconomische doelen
9 https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals 10 Convenant dierwaardige veehouderij
Figuur 7: Indeling effecten brede welvaart naar domeinen (naar WUR-rapport 2023-052)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
13
REGIONALE AMBITIE VOOR BEIDE SUBDOELEN samengevat • We creëren ruimte voor de economie van de toekomst op bijvoorbeeld het gebied van eiwittransitie, energietransitie, circulaire of biobased economie. Om de druk van recreatie en toerisme op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug te verminderen, zijn er buiten die gebieden kansen voor nieuwe verdienmodellen op het gebied van recreatie en toerisme. Inspiratie voor dit soort ontwikkelingen wordt onder meer aangedragen in het rapport “Next Economy” van Studio Savelberg11. • Sterke samenwerking vereist gelijkwaardigheid, onderling vertrouwen en gedeelde historie. We geven ruimte aan bottom-up initiatieven, burgerinitiatieven en proeftuinen, waarbij overheden kaders stellen die ruimte bieden voor creatieve oplossingen. We werken toe naar doelsturing zodat initiatiefnemers zelf passende maatregelen kunnen nemen. Via korte ketens staat de producent in rechtstreeks contact met de consument, waarmee nieuwe voedselpraktijken kunnen worden ontwikkeld om deze, bij gebleken succes, op te schalen en te transporteren naar andere contexten. • Vanuit ‘Practise what you preach’ werken (lokale) overheden aan eigen beleid, flexibiliteit in regelgeving, verkorten van doorlooptijden en financiële inzet.
“Sterke samenwerking vereist gelijkwaardigheid, onderling vertrouwen en gedeelde historie”
11 Savelberg – Next Economy 2023
BREDE WELVAART
Figuur 8: Conceptuele gebiedsdoorsnede met doelen
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
14
3. TOEKOMST VAN DE REGIO GEDEELDE WAARDEN EN BREDE WELVAART De basis voor het toekomstbeeld voor het landelijk gebied zijn onze identiteit en gedeelde waarden. Waar staan we voor, wat vinden we belangrijk en hoe willen we met elkaar en met onze omgeving omgaan? Bij onze waarden past een nieuwe economie die inzet op brede welvaart. Op dit moment wordt veel publiek geld besteed aan het in stand hou den van het huidige economische systeem. Dit geld kan ook worden ingezet om een nieuw systeem te realiseren en toekomstige kosten te voorkomen. Waarbij de sociaal- maatschappelijke, natuurlijke en economische hulpbronnen voor volgende generaties worden behouden. Dat betekent dat de regio werkt aan een veerkrachtig natuurlijk systeem dat tegen een stootje kan, in balans met een sociaaleconomisch ondernemend en vitaal landelijk gebied. Wettelijke doelen zijn een randvoorwaarde, maar Foodvalley richt zich op een hoopvol breder perspectief van een toekomstbeeld dat in dit hoofdstuk beknopt beschreven wordt.
Zie ook Verdieping H6 Onze waarden
Onze regionale waarden • We nemen verantwoordelijkheid en geven ruimte vanuit vertrouwen: Mens en landschap hebben ruimte nodig om te leven en zich te ontwikkelen. Dat vraagt om lef en moed van bestuurders en ambtenaren om op een betrouwbare manier kaders te stellen die ruimte houden voor creatieve oplossingen. We respecteren elkaars autonomie, zonder gedeelde belangen uit het oog te verliezen. • We dragen zorg voor onze omgeving: Fysieke ruimte is schaars in onze regio. Onze landschappelijke identiteit is sterk. Een gezonde natuur en een vitale lokale gemeenschap met gezond voedsel voor inwoners zorgt voor energie, rust en ontspanning. Met behoud van identiteit van dorpen en variëteit aan landbouw willen we natuurlijke processen herstellen.
• We bouwen oplossingen met respect voor verleden en heden: We bouwen voort op wat er in eeuwen is ontwikkeld. We hebben oog voor effecten op lange termijn en laten deze zwaar meewegen in de keuzes die we maken. Dat wat lokaal geworteld is vraagt om lokale oplossingen.
REGIONALE AMBITIE De regio heeft de ambitie om een toonaangevende voedselregio te zijn in een gezond natuurlijk en sociaal ecosysteem. Klimaatbestendige en versterkte landschappen (“meer landschap”12) dragen sterk bij aan onze vrijetijdseconomie en bieden een blijvende basis voor de voedselproductie als belangrijke economische pijler. Functies zijn vaker gemengd en harde grenzen worden daardoor verzacht. De verbinding tussen stad en buitengebied is sterk: inwoners en consumenten weten waar hun voedsel vandaan komt en zijn zich bewust van de waarden van het landelijk gebied. We dragen als gebied samen de lusten: gezond eten, biodiversiteit, recreatie, klimaatbestendigheid, én de lasten: de maatschap pelijke kosten en de gezamenlijk last om dit beeld te bereiken.
REGIO FOODVALLEY IN 2040
Zie ook Gebiedsontwikkeling op basis van het natuurlijke systeem Ruimtelijke ontwikkelingen en gebruik van gebieden passen steeds Verdieping H7 beter bij onze centrale ambitie. Bedrijven nemen maatregelen om Doelen ruimtelijk het natuurlijk systeem te herstellen. Hier kunnen in verschillende in beeld gebieden andere ontwikkelrichtingen in gehanteerd worden. Hierdoor is in verschillende deelgebieden een gedifferentieerd en gevarieerd beeld ontstaan. In Natura 2000 gebieden is de natuur fors hersteld door lagere stikstofdepositie, minder verdroging en een betere balans tussen recreatie en natuur. Rondom Natura 2000 gebieden is de harde grens tussen natuur en voedselproductie verzacht door landschapsversterking, natuurinclusief grondgebruik en reductie van emissies. In beekdalen is de uitspoeling van nutriënten fors verminderd, de biodiversiteit vergroot, is er meer ruimte voor waterberging en zijn er maatregelen getroffen om afspoeling te verminderen en afvoer te vertragen. Er is functieverweving 12 Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, ‘Meer Landschap, meer stad’.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
15
met recreatief medegebruik (zie ook fig. 9). De landgoederenzone Groen Valleilint is als verbinding tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug landschappelijk versterkt, met een sterke combinatie van natuurinclusieve voedselproductie, natuur(beheer) en recreatief medegebruik. Polder Arkemheen is doorontwikkeld naar natuurinclusieve voedselproductie voor herstel van biodiversiteit (weidevogels), met verbreding van de landbouw en rondom het N2000 gebied vergroting van recreatief medegebruik. In het Binnenveld heeft het gebiedsproces tot een unieke en breed gedragen situatie geleid van duurzame voedsel productie in combinatie met natuurontwikkeling en recreatie.
boeren en burgers en klimaatmantels dragen bij aan droge voeten in de dorpen. In de steden en dorpen wordt inbreiding van woningbouw gecombineerd met extra biodiversiteit. Hemelwater wordt vastgehouden en geïnfiltreerd en het drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking is verlaagd. Humane reststromen dragen bij aan de (nutriënten) kringloop. Voedselverspilling is enorm verminderd, onder meer door korte ketens. In de tussenliggende landbouwgebieden vragen de doelen om duurzaam bodembeheer, versterking en herstel van landschap, biodiversiteit en het watersysteem en vermindering van verliezen (stoffenbalans).
Rondom dorpen en steden is reductie van geur- en fijnstofemissies uit de veehouderij gerealiseerd en is een sterke verweving van functies ontstaan in de stad-land verbinding. Door landschapsherstel en recreatieve routes zijn nieuwe “uitloopgebieden” ontstaan. De verbinding tussen agrariërs en andere inwoners is versterkt door nieuwe recreatie-, zorg- en educatie combinaties op boerenerven. Nieuwe samenwerkingsvormen tussen
Ontwikkeling van het voedselsysteem In 2040 is de regio hard op weg naar een rendabele, klimaatneutrale, circulaire landbouw13. Voor het behalen van de klimaatdoelen (2050) is een reductie nodig van broeikasgassen, ontwikkeling naar een energieneutrale bedrijfsvoering en een toekomstbestendig energiesysteem. Gezien het natuurlijk verloop en de verschillende regelingen vanuit het Rijk is de verwachting dat de komende jaren een groot aantal agrarische bedrijven stoppen. De omvang van de veestapel zal ten opzichte van de huidige situatie in 2035 20 tot 25% kleiner zijn14, mede door de beëindigingsregelingen en de intrekking van dierrechten. Inzet is dat emissiereductie die niet noodzakelijk is voor natuurherstel benut is voor PAS-melders en waar mogelijk wordt ingezet voor (economische) ontwikkelingen in de regio. Grof geschat zijn er in 2035 ca. 1.000 agrarische bedrijven actief in Foodvalley en in 2050 ca. 800 agrarische bedrijven15. We zien daarbij globaal ruimte voor ongeveer 300 bedrijven in en rondom de kwetsbare natuurgebieden, de beekdalen, en rondom steden en dorpen, met een kleinere totale productieomvang. In de overige gebieden zien we kansen voor ongeveer 500 bedrijven waarvan de productieomvang niet noodzakelijk kleiner wordt, maar die wel binnen de integrale milieugebruiksruimte duurzaam ondernemen.
Bij de woningbouw en de energietransitie gaan we zuiniger om met het areaal landbouw grond dan voorheen, zodat de afname van areaal gedempt wordt. Voor ons landschap en de voedselproductie zet de regio daarom in op behoud van waardevolle landbouw grond16. Deze is nodig voor meer natuurinclusieve en waar nodig meer extensieve
Figuur 9: Toekomstig beekdallandschap in 3D, voor 9 andere landschappen, zie verdieping H7
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
13 Gelderse kadernota ‘Toekomst voor de Gelderse boer’ 14 Zie figuur 3 in Verdieping H3 15 Gies 2023, notitie WEnR 16 Verkenning naar ruimtegebruik landbouw 2050 voor Regio Foodvalley, WUR 2020. 16
melkveehouderij, voor andere eiwitgewassen voor diervoer, voor plantaardige gewassen voor menselijke consumptie en in zeker mate voor vezelgewassen (vlas, hennep, etc.) ten behoeve biobased bouwen. Hiermee wordt voorgesorteerd op de langere termijn ontwikkeling naar meer alternatieve eiwitbronnen voor voeding (bijvoorbeeld insecten, luzerne, veldbonen, sojabonen) en andere of aanvullende verdienmodellen. Door deze ontwikkelingen is in 2040 de dichtheid van bedrijven verminderd, wat samen met steeds betere protocollen en vaccins voor dieren, heeft geleid tot verdere vermindering van zoönoserisico’s en het vermijden van ruimingen. Het toekomstig agrocomplex bestaat in het toekomstbeeld uit een mix van nieuwe en doorontwikkelde huidige sectoren. Er is een Zie ook variëteit aan landbouw: wel en niet grondgebonden, met focus op Verdieping H7 de korte ketens en op de wereldmarkt, biologisch, natuurinclusief Doelen ruimtelijk en regeneratief. Insectenkweek, vertical farming en vormen van kweekvleesproductie zijn niet meer weg te denken. Net als nieuwe in beeld samenwerkingsvormen tussen boeren, burgers en andere private ondernemingen. Wij zien ook binnen een circulaire landbouw een blijvende rol weggelegd voor niet-grondgebonden veehouderij.
Wel met een toenemende circulariteit van het veevoer door onder meer andere voergewassen en insecten en op de langere termijn met focus op wellicht uitsluitend reststromen. Door doelsturing kunnen ondernemers op termijn met management-maatregelen en technische innovaties vanuit hun vakmanschap bijdragen aan een gezonde leefomgeving. De keten heeft een belangrijke verantwoordelijkheid, onder meer in het waar mogelijk sluiten van kringlopen, waarvan de schaal per sector anders kan zijn (regionaal, Europa). Met deze ontwikkeling bouwt de regio ook aan een kenniseconomie voor toekomstbestendige voedselsystemen.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
DOORKIJK: ONTWIKKELING NA 2040 Klimaatverandering, verstedelijking, tegengaan van afnemende biodiversiteit, zeespiegel stijging, verzilting, extreem weer en veranderende voedselproductie gaan de ruimtelijke inrichting van Nederland steeds meer bepalen. Ook wordt strategische autonomie m.b.t. voedselzekerheid belangrijker. Een evenwichtig natuurlijk systeem kan extremen als gevolg van klimaatverandering aan en biedt ook aan toekomstige generaties een leefbare en vruchtbare omgeving. Gezien de centrale locatie en hoogteligging is de verwachting dat de regio ook op de lange termijn de juiste plek blijft voor (circulaire en efficiënte) voedselvoorziening. Regio Foodvalley wil hiervoor proactief bijdragen aan experimenteerruimte, het Zie ook ontwikkelen van nieuwe businessmodellen, teelten en ketens. Verdieping H8 “Onze” Wageningen Universiteit heeft praktisch-wetenschappelijke Lange termijn beelden ontwikkeld hoe dat er op langere termijn (2040 tot 17 studies omstreeks 2100) uit zou kunnen zien voor het voedselsysteem en de ruimtelijke inrichting18. Daarnaast is in opdracht van Regio Foodvalley een inspiratiedocument ontwikkeld voor onze nieuwe economie19. Ook is door overheden in de regio een (water)visie voor 2120 gemaakt20. Deze studies zijn mede een basis voor keuzes over de ontwikkelingen die we als regio komende jaren in gang willen zetten.
17 WUR-rapport: re-rooting the Dutch Foodsystem 18 WUR-rapport: Nederland 2120 19 Savelberg-rapport: Next Economy 20 Een watergestuurde regio. Vallei en Veluwe in 2120.
17
4. UITVOERINGSSTRATEGIE Als regiogemeenten willen we met dit RPLG perspectief bieden door inhoudelijke keuzes te maken en voor een duidelijke aanpak te kiezen. Dat kunnen we niet alleen en niet alles kan meteen. We realiseren ons dat we werken aan een ontwikkeling, een transitie, waarvan het eindbeeld niet vastligt. Er is nog geen zekerheid over wat provincies en Rijk precies willen vastleggen en financieren. Maar niets doen vinden wij geen optie omdat de onzekerheid en druk op ondernemers en het natuurlijk systeem alleen maar groeit. Wij willen samen met onze partners aan de slag. In dit hoofdstuk wordt de aanpak toegelicht.
“We moeten ombouwen terwijl de winkel open is” Deze bestaat uit de volgende stappen: A Onze regionale ambitie (H2) en toekomstbeeld (H3) maakt dat er een aantal strategische keuzes worden gemaakt (paragraaf 4.1); B De regio gaat aan de slag met 6 integrerende thema’s. Onder die thema’s hangt een eerste set aan acties, maatregelen en instrumenten die wij als wenselijk en noodzakelijk zien, waarbij wordt aangeven wie daarbij aan zet is (paragraaf 4.2 en 4.7); C De regio stelt randvoorwaarden die door provincies en Rijk op orde gebracht moeten worden om de maatregelen en instrumenten te kunnen uitvoeren en inzetten (onze samenwerkingsagenda in paragraaf 4.4); D De acties, maatregelen, instrumenten en randvoorwaarden worden uitgebouwd tot een meerjarig uitvoeringsprogramma, met een stevige kennisagenda om de kennis op te bouwen en te delen (paragraaf 4.5); E In 2024 starten met een aantal concrete acties (paragraaf 4.6), voordat het Uitvoerings programma gestart is.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
4.1 STRATEGISCHE KEUZES Om op basis van onze regionale ambities en met de landelijke doelen als randvoorwaarden te werken aan het toekomstbeeld zijn er keuzes nodig op inhoud en aanpak. Samengevat betekent hoofdstuk 2 en 3 dat we als regio kiezen voor: 1 We willen proactief en gebiedsgericht zo snel mogelijk starten, binnen de mogelijkheden die er zijn m.b.t. capaciteit en financiën; 2 We werken uit praktische overwegingen met thema’s, maar bij uitwerking en afwegingen staat het integrale herstel van het (boven-)regionale natuurlijk systeem met specifieke aandacht voor bodem, water en natuur centraal; 3 De langere termijnvisie voor een gezond en circulair voedselsysteem is sturend bij de uitwerking van acties, maatregelen en instrumenten. Om deze regionaal te ontwikkelen is extra kennisontwikkeling noodzakelijk en aanvullende politieke keuzes; 4 Via ruimtelijk beleid wordt gestuurd op “de juiste functie op de juiste plek”. In het voedselsysteem van de toekomst is ruimte voor een grote diversiteit aan landbouw en veehouderij, met naast o.a. nieuwe vormen van eiwitproductie en vezelgewassen een blijvende rol voor niet-grondgebonden veehouderij; 5 We kiezen voor doelsturing (in plaats van sturing op middelen), zodat ondernemers hun vakmanschap kunnen inzetten om zelf keuzes te maken voor maatschappelijke-, management- en technische innovaties; 6 Maatschappelijke diensten t.b.v.
de NPLG-doelen moeten structureel langjarig beloond worden, als uitdrukking van de maatschappelijke waardering. Deze diensten spelen een grote rol in de transitie en dit komt ten goede aan alle inwoners en recreanten van de regio; 7 “Practise what you preach”: bij acties en maatregelen waar gemeenten een eigen verantwoordelijkheid kunnen pakken, nemen we die. Bijvoorbeeld in ons inkoop, ontwikkel- en onderhoudsbeleid.
“We kunnen niet voor de ander spreken, dus laat de ander zelf spreken”
18
De eerste vier keuzes worden hieronder kort uitgelicht.
PROACTIEF EN GEBIEDSGERICHT WERKEN Als regio Foodvalley willen we bijdragen aan de landelijke doelen, voorop blijven lopen én geloven we dat niet alles overal evenredig hoeft. We willen niet afwachten wat er vanuit de landelijke en provinciale politiek op ons afkomt. Daarbij kent onze regio deel gebieden met verschillende karakteristieken. Daarom kiest de regio voor een proactieve, gebiedsgerichte strategie. Afstemming met de uitvoeringsstrategieën van de provincies is belangrijk. Hierbij zijn de volgende overwegingen belangrijk: • Gelijkwaardigheid via gebiedsspecifieke oplossingen is eerlijker dan gelijkheid: Omdat kenmerken van deelgebieden verschillen en doelen en randvoorwaarden anders kunnen zijn, is het niet passend overal dezelfde aanpak (‘gelijkheid’) toe te passen. Waar een generieke aanpak kan, wordt dat gedaan, maar gelijkwaardigheid is dat wordt gezocht naar een aanpak en oplossingen die bij een deelgebied passen. Denk bijvoorbeeld aan verschillen tussen aandachtsgebieden rond dorpen en steden of rond natuur of landgoederenzones. • Maatwerk zorgt voor vertrouwen en beter resultaat: Met maatwerk, doelsturing en meten/monitoren kunnen ontwikkelingen worden gefaciliteerd die passen bij de plek en bij de (grond)eigenaar. Er zal daarvoor wel meer capaciteit nodig zijn. We zullen moeten kiezen om in specifieke gebieden te starten.
• Heldere doelen en rekening houden met onzekerheden: Om samen met eigenaren en gebruikers goed aan de slag te kunnen gaan is het nodig dat er vooraf duidelijke en concrete doelen zijn. Maar nog niet alle doelen en kaders zijn op regioniveau duidelijk (december 2023). Bovendien zijn politieke ontwikkelingen niet te voorspellen, wat onzekerheid geeft t.a.v. natuurherstel, waterkwaliteit, gebruik van gewasbeschermings middelen en klimaat. In de praktijk moet blijken wat er wel en niet werkt. Dat maakt dat gemeenten in de uitwerking van maatregelen en beleid en voor gebiedsprocessen op dit moment keuzes maken waarvan met enige zekerheid bekend is dat daar sowieso aan moeten worden gewerkt. Ook om stilstand in het gebied te voorkomen.
SYSTEEMDENKEN: HET NATUURLIJK SYSTEEM EN HET VOEDSELSYSTEEM De doelen in pararaaf 2.1 kunnen worden geïnterpreteerd als op zichzelf staande, sectorale, opgaven. Ze moeten echter in samenhang worden gezien om een toekomst bestendig natuurlijk systeem te realiseren. Samen met onze partners bewaken we als gemeenten dat bij de uitwerking wordt uitgegaan van het herstel van samenhangende systemen, het systeemdenken. Het kan daarbij voorkomen dat een doel er (tijdelijk) op achteruit gaat, maar het systeem er als geheel erop vooruitgaat. Strategische keuzes dragen bovendien bij aan het langere termijnperspectief van een gezond en circulair voedselsysteem. De beschrijving van die integrale systemen, de ontwikkellijnen uit het Groeidocument RPLG van 30 maart 2023, staan aan de basis van het te ontwikkelen uitvoeringsprogramma: • Het bodem- en watersysteem brengen we in balans • Vruchtbare landbouwbodems in een gezonde leefomgeving21 • Een natuurlijk landschap dat verbindt
RUIMTELIJKE STURING: DE JUISTE FUNCTIE OP DE JUISTE PLEK Via ruimtelijk beleid sturen we als gemeenten op “de juiste functie op de juiste plek”. Dat betekent dat functies aansluiten op de randvoorwaarden, doelen en ambities die daar gelden. Afhankelijk van de locatie, het landschap, het bodem en watersysteem en de basiskwaliteit natuur kies je wat waar het beste kan, zoals beknopt beschreven in het toekomstbeeld. We zetten hierbij ook het regionale functieveranderingsbeleid (VAB) in. Bij ruimtelijke sturing is gedwongen uitkoop van veehouderijen t.b.v. ammoniakreductie voor de regiogemeenten niet bespreekbaar.
Zie ook Verdieping H10 Ontwikkellijnen
21 In het Groeidocument heet deze ontwikkellijn “een vruchtbaar landschap in een gezonde leefomgeving”, maar dat werd te weinig breed herkend als ontwikkellijn voor het voedselsysteem.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
19
4.2
AAN DE SLAG MET INTEGRERENDE THEMA’S
De Regio Foodvalley speelt een cruciale rol in het halen van de landelijke en provinciale doelen voor natuur, water en klimaat. Er is nog veel onduidelijk vanuit Rijk en provincies en specifieke kennis mist. Toch willen we als regio nu concrete stappen zetten om aan de doelen te werken en kennis op te bouwen. Dat doen we door met onderstaande zes thema’s aan de slag te gaan.
Wat er nu al gebeurt: Werken aan emissiearme melkveehouderij
Deze zes thema’s structureren onze aanpak. Het zijn integrale, brede thema’s waarmee we de (geregionaliseerde) landelijke NPLG-doelen gaan realiseren én de regionale doelen en ambities. Ieder thema draagt bij aan meerdere doelen, zowel de kwantitatieve doelen als de kwalitatieve (en niet minder belangrijke) maatschappelijk lange termijn doelen en de sociaaleconomische doelen. In thema 1, 2 en 4 ligt het accent op de NPLG-doelen met een koppeling naar regionale ambities. In thema’s 3, 5 en 6 ligt het accent meer op de regionale ambities, deze zijn wat instrumenteler, maar dragen ook bij aan de NPLG-doelen. Met deze integraliteit werken we aan het systeem. Met de bijbehorende acties en maatregelen wordt daardoor een belangrijke stap gezet naar het realiseren van perspectief voor het landelijk gebied.
in en door praktijk” van het Platform Natuurinclusieve
In de melkveehouderij wordt al veel bereikt met managementmaatregelen. Binnen het project “Kennis Landbouw Gelderland wordt veel gemeten. Onafhankelijk onderzoeker Peter Vanhoof vond o.a. bij een melk- en pluimveebedrijf dat de kalk uit de ligboxen de pH van de drijfmest verhoogt wat zorgt voor extra ammoniakemissie. Nu de kalk is vervangen
Deze doelen waar de thema’s aan bijdragen zijn benoemd in hoofdstuk 2 waar mogelijk gekwantificeerd. Niet alle doelen zijn kwantificeerbaar. Daarnaast is in hoofdstuk 2 en in de Verdieping hoofdstuk 5 ook zichtbaar dat ook diverse doelen die regionaal kwantificeerbaar zijn, op dit moment (december 2023) nog niet voldoende concreet zijn. Hier is nog veel inzet van en afstemming met Rijk en provincies voor nodig.
door steenmeel is de ammoniakemissie verlaagd. Ook zijn kunstmest giften omlaag gebracht omdat Peter inzichtelijk maakte dat met minder kunstmest dezelfde opbrengsten van gras kan worden bereikt.
Voor de zes thema’s is een eerste set van acties en maatregelen opgesteld die bijdragen aan het realiseren van de doelen (tabellen paragraaf 4.7). Deze tabellen beschrijven welk type acties de gemeenten de komende jaren gaan inzetten, welke maatregelen daarbij horen, wat gemeenten en regio willen faciliteren, wat van onze partners wordt verwacht en welke randvoorwaarden er zijn om de aanpak te laten slagen. Het realiseren van systeemherstel is breder dan deze eerste set van maatregelen. Bij het vaststellen van maatregelen en beleid wordt daarom nadrukkelijk naar de bredere ruimtelijke puzzel gekeken inclusief andere doelen en ambities.
Mogelijk is de opbrengst zelfs beter omdat de verhouding DVE/OEB* verbeterd is. Gemiddeld hebben de 15 melkveehouders uit het project hun uitstoot van ammoniak uit de stal nu 26% omlaag gebracht. Daarnaast is het gebruik van
Zie details in H4.7 Acties, maatregelen en instrumenten per thema list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
krachtvoer en kunstmest verminderd. Ook dat draagt bij aan een lagere emissie vanuit het bedrijf, zowel naar lucht als naar bodem en water.
*Darm Verteerbaar Eiwit / Onbestendig Eiwit Balans
20
DE ZES THEMA'S 1
BODEM & WATERSYSTEEMHERSTEL
Via een gebiedsgerichte aanpak op stroomgebied- niveau werken aan systeemherstel, met extra aandacht voor beekdalen en N2000 gebieden. Waarbij water en bodem conditionerend zijn in plaats van faciliterend. Met verweving van functies, zorg voor kwalitatief en kwantitatief voldoende (drink)water en omgaan met extremen.
2
BIODIVERSITEIT VERSTERKEN
Via robuust ecosysteemherstel: Basiskwaliteit natuur op orde, inzicht in hotspots met bijzondere en karakteristieke soorten, verbinden van groen via (10% kwalitatieve) groenblauwe dooradering, vergroening binnen en buiten de stad. Verbinden met: Natuurinclusief bouwen/landbouw, brede welvaart
Verbinden met: Natuur(inclusief), klimaatbestendig, brede welvaart
4
EMISSIEREDUCTIE
Reductie van fijnstof, stikstof, geur, NH3, P, N en CO2 via o.a. managementmaatregelen, vrijwillige beëindiging en innovatie om een diversiteit aan landbouwsectoren in de regio te behouden. Locatie-specifiek en via doelsturing. Verbinden met: Gezonde leefomgeving, meetnetwerk
5
LANDBOUWGROND OPTIMAAL BENUTTEN
In samenhang met alle opgaven ruimte houden voor (landbouw)grond ten dienste van de economie van de toekomst. Gecombineerd met de verweving van functies, met aandacht voor bodemtype en specifieke locatie. Passende mix van bedrijfstypen, met ruimte voor gebouwgebonden landbouw. Verbinden met: De juiste functie op de juiste plek, grondbank, VAB, Economisch sterke regio.
3
NUTRIËNTENBEHOUD
Herstel van de stoffenbalans in de bodem met minder verlies van nutriënten. Meer gebruik van lokale dierlijke mest, minder kunstmest en gewasrotatie. Toewerken naar het sluiten van kringlopen. Met meer gemengde bedrijven of samenwerking binnen het “systeem regio Foodvalley”. Verbinden met: Kringlooplandbouw, circulaire economie, Circular Lab, sterke regionale samenwerking.
6
REGIONAAL VOEDSEL
Versterken van korte ketens en regionale (voedsel) initiatieven waar dit kan. Verbinden van (keten) ondernemers, boer en burger. Stimuleren van gezond voedsel met bewust voedselbeleid. Toewerken naar 40/60 eiwitverdeling in de regio. Verbinden met: Economisch sterke regio, circulair voedselsysteem, eiwittransitie.
Ten behoeve van 6 thema’s en de samenhang daartussen wil de regio een gezamenlijke instantie waar praktijk, onderzoek en voorlichting samenkomen en deze kennis gedeeld wordt. Daar wordt actief op ingezet, met het sterke regionale kenniscluster en in verbinding met andere initiatieven. Dit leidt mogelijk tot een (regionaal) Expertise Centrum Landelijk Gebied, zie paragraaf 4.5 en Verdieping H11.2.
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
21
4.3 HOE VER KOMEN WE HIERMEE? Deze zes thema’s met de bijbehorende set aan acties en maatregelen zetten een ontwikkeling in gang naar systeemherstel en doelbereik. Ook is er divers ander landelijk en regionaal beleid in ontwikkeling dat bij gaat dragen aan de doelen. De komende jaren zijn daarbij aanvullende (integrale, ruimtelijke) keuzes en acties nodig, die deels nu nog niet te voorzien zijn of aanvullende kennis vergen. Hierbij kan ook herziening van bestaande wettelijke kaders nodig of wenselijk zijn. Uit verschillende recente rapporten van WUR22, DLV en de bouwstenen van het VLGG ontstaat het beeld dat er een haalbare mix aan integrale (landbouw) maatregelen mogelijk is waarmee de landelijke NPLG-doelen op het gebied van emissiereductie en KRW in grote lijnen gehaald kunnen worden in deze regio (zie kader hiernaast). Doelsturing geeft daarbij perspectief voor de lokale ondernemers. Tegelijkertijd zijn de komende jaren ook meer generieke maatregelen nodig waarvoor met name gekeken naar het Rijk wordt gekeken. Bijvoorbeeld om een grote diversiteit aan (management)maatregelen te monitoren, (juridisch) te borgen en te belonen. In de regio kan richting gegeven worden aan de gewenste ontwikkelingsrichtingen en het ondersteunen van de ondernemers bij de transitie, bijvoorbeeld via het RO- en milieubeleid en de gebiedsgerichte aanpak.
Om kwantitatief inzicht te krijgen in wat er regionaal aanvullend nodig is, wordt in 2024 in samenwerking met de Wageningen University & Research (WUR) een regionale scenario studie uitgevoerd. Hiermee wordt het uitvoeringsprogramma aangescherpt. Op dit moment zijn de (cijfermatige) doelen voor het natuurlijk systeem (paragraaf 2.1) concreter dan voor het sociaal economisch systeem (paragraaf 2.2). In het uitvoerings programma zal dit verder uitgewerkt worden om het meer in balans te brengen. Te denken valt aan een extra thema, of het beter verweven van doelen, voor een bloeiende vrijetijds economie.
22 Integrale doorrekening doelen en doelbereik Gelderse deelgebieden voor landbouw (Gies et al., 2023 – WUR rapport 3261) aangevuld met (Gies 2023, notitie WEnR)
list
RPLG REGIO FOODVALLEY KOERS VOOR UITVOERING
Regionale bijdrage aan doelen (2030/35). Eerste schatting23 Indruk van doelbereik met een mix aan regionale maatregelen: • NNN-hectareopgave haalbaar; • 5% GBDA (2030) haalbaar; • (~43%) ammoniakreductie haalbaar; • KRW: NO3 in grondwater en N uitspoeling haalbaar, m.n. door minder bemesten; • KRW: uit- en afspoeling van fosfor nog niet haalbaar, m.n. door historische bemesting; • Methaan- en lachgasemissies voldoen nog niet aan het gewenste reductiepercentage; • Gemiddelde luchtkwaliteitsdoelen haalbaar, lokaal en voor daggemiddelden moeten nog stappen worden gezet; • Doelsturing is nodig om dit perspectief te hebben. Voor de overige doelen is nog geen eerste regionale schatting. 23 DLV: Perspectief Gelderse landbouw – Bouwsteen voor VLGG - Gelderland
4.4 NODIG VAN PROVINCIES EN RIJK Om te realiseren dat in besluitvorming de transitie van het landelijk gebied effectief wordt opgepakt is de regio mede afhankelijk van wat provincies, waterschap en Rijk gaan doen. De regio heeft hen nodig voor inhoudelijke kaders, maar ook voor organisatorisch/bestuurlijke processen, instrumenten en voor financiële middelen. Randvoorwaarden voor het slagen van de uitvoering in de regio is beleid vanuit het Rijk op minimaal de volgende zaken: • (Rijks)visie op landbouw en de voedselvoorziening, inclusief randvoorwaarden om dit te realiseren; • Regie voeren op / afspraken maken met partners in de voedingsketen (multinationals, retail); • Invloed op de rol van Nederlandse producten in de wereldmarkt en handelsverdragen (duurzaamheid, afzetmarkt); • Inzet t.a.v. beprijzing/BTW van voedselproducten;
22
De regio kan diverse keuzes niet maken voordat Rijk en provincies stappen zetten. Het is daarbij cruciaal dat er binnen de opgaven van het NPLG en NOVEX met een regionale blik wordt gekeken naar ons landelijk gebied. De specifieke situatie met landelijk gezien veruit de grootste (natuur)opgave, maakt dat noodzakelijk. Dat betekent: langjarige samenwerking als één overheid. Deze samenwerking vraagt om een gedeeld perspectief en handelingskader24. Voor het op gang brengen van de gewenste ontwikkelingen is een agenda opgesteld. Samengevat gaat de samenwerkingsagenda over de volgende bestuurlijke/organisatorische en inhoudelijke punten: • Betrouwbaar samenwerken als één overheid vanuit een gedeeld perspectief; • Duidelijkheid en continuïteit in de gestelde doelen (bv. over latente rechten) vanuit het Rijk; • Gedeeld perspectief en (mede)eigenaarschap van provincie, gemeente en waterschap, voor inzet van o.a. Zie ook doelsturing, grondinstrumentarium, en gelijkwaardige betrokkenheid bij gebiedsprocessen; Verdieping H11.3 • Borging van integraal doelbereik en andere Samenwerkingsaangepaste wet- en regelgeving vanuit het Rijk25; agenda • Ondersteuning van de uitvoeringskracht in de regio (capaciteit, financiële middelen en experimenteerruimte).
4.5 EERSTE CONCRETE ACTIES De gemeenten in Foodvalley hebben budget vrijgemaakt voor het opstellen van het RPLG en voor de uitvoering van de onderzoeks- en ontwikkelagenda die is opgenomen in de door het Algemeen Bestuur van de Regio vastgestelde Contourennotitie voor het RPLG (september 2022). Met het voorliggende RPLG wordt sturing gegeven aan die agenda. Op basis van die agenda, het voorliggende RPLG en het beschikbare budget wordt in 2024 gestart met een aantal no-regret activiteiten. Hiermee krijg het Uitvoerings programma een vliegende start nog voordat het is opgebouwd en vastgesteld.
Dit omvat in ieder geval de volgende activiteiten: 1 Pré-verkenning voor gebiedsprocessen in het gebied langs de Veluwe tussen Stroe en Wekerom en het stroomgebied van de Barneveldse beek. Bij die verkenning worden de inzichten uit het rapport “Waardenverkaveling” meegenomen26; 2 Pré-verkenning gebiedsproces Renkums beekdal; 3 Herziening en vervolg gebiedsproces Binnenveld en mogelijk ook de gebieds processen Veenhuizerveld en De Valk; 4 Huidige uitgangspositie Basiskwaliteit Natuur voor de hele regio in kaart; 5 Uitwerken van de nulmeting Groenblauwe Dooradering van G elderland op kwantiteit en kwaliteit, gebiedsspecifiek voor de verschillende delen van de hele regio; 6 Verkenning van de kansen en mogelijkheden voor grondbeleid en een regionaal Grondfonds, of een fonds met regionale zeggenschap, in samenwerking met Rijk, provincies en waterschap; 7 Criteria formuleren voor wat “uitloopgebieden” worden genoemd en onderzoek starten naar financieringsbronnen voor deze uitloopgebieden, als structureel beloningsmiddel voor grondeigenaren; 8 Regionale verkenning starten over eventuele maatregelen ter voorkoming van (de verspreiding van) dierziekten, zoönosen en andere gezondheidseffecten en de mogelijke impact van het beoogde Convenant Dierwaardige Veehouderij; 9 Verder brengen van kennisdeling via leerkringen, meten, monitoren, borgen en belonen, onder meer door inzet op