rapd02-Toelichting compleet
Tekst van het document
Bijlage(n)
I BIJLAGE: VOORONDERZOEK BODEM
Witteveen+Bos | 128572/22-000.436 | Bijlage I | Definitief02
RO en Vergunningen provinciale wegen Vooronderzoek bodem
Provincie Utrecht 11 februari 2019
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
RO en Vergunningen provinciale wegen Provincie Utrecht
Vooronderzoek bodem Definitief 11 februari 2019 106833/19-002.291
106833 mw. drs. T. Klumper ing. R.W.M. Jansen
mw. A. van Blerck MSc, mw. N.F.C. Veldt BSc A.G.C. Goselink mw. drs. T. Klumper
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Hoogoorddreef 15 Postbus 12205 1100 AE Amsterdam +31 (0)20 312 55 55 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding en doel
5
1.2
Afbakening
5
1.3
Leeswijzer
5
2
RESULTATEN
6
2.1
Huidige situatie
6
2.1.1 2.1.2
6 7
Algemene gegevens Terreininspectie
2.2
Historische situatie
7
2.3
Beschikbare informatie bodemkwaliteit
9
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5
9 10 11 11 11
2.4
Bodemloket Omgevingsdienst Regio Utrecht RUD Utrecht Gemeente Renswoude Vigerend bodembeleid
Bodemopbouw en geohydrologie
13
2.4.1 2.4.2
13 14
Bodemopbouw Geohydrologie
3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
15
4
REFERENTIES
16
Laatste pagina
16
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Regionale situatie
1
II
Bodemlocaties bodemloket
6
III
Terreininspectie
1
1 INLEIDING In opdracht van de provincie Utrecht is door Witteveen+Bos een vooronderzoek bodem uitgevoerd op een gedeelte van de N224 en de Ubbeschoterweg te Renswoude (gemeente Renswoude).
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het uitvoeren van een vooronderzoek bodem is het voornemen van de provincie Utrecht om in het kader van groot onderhoud aan de N224 te Renswoude het fietspad ten oosten van de Ubbeschoterweg en ten noorden van de N224 te verbreden van een eenrichtingsfietspad naar een tweerichtingsfietspad. De voorgenomen werkzaamheden zijn op enkele plekken in strijd met het bestemmingsplan. Ter onderbouwing van de ruimtelijke inpassing en uitvoerbaarheid van het project ten behoeve van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is het vooronderzoek bodem uitgevoerd. Het vooronderzoek heeft zich specifiek gericht op een zone van 25 m buiten de projectcontour van het onderzoeksgebied waar (graaf)werkzaamheden zullen plaatsvinden. Het vooronderzoek bodem is uitgevoerd conform de NEN 5725 [ref. 1]. Met een vooronderzoek wordt door archief- en dossieronderzoek informatie verzameld over het voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik, de bodemkwaliteit, de bodemopbouw en geohydrologie en de financieel-juridische situatie. Dit vooronderzoek is met name gericht op het achterhalen van mogelijke bronnen van verontreiniging(en).
1.2
Afbakening
In het kader van het vooronderzoek zijn voor de onderzoekslocatie de volgende bronnen geraadpleegd: - historische kaarten 1815-heden (www.topotijdreis.nl); - Geoloket omgevingsdienst regio Utrecht; - Bodemloket (www.bodemloket.nl); - RUD Utrecht; - gemeente Renswoude; - terreininspectie; - bodemkwaliteitskaarten; - Dinoloket (TNO).
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek en in hoofdstuk 3 worden de conclusies en aanbevelingen besproken.
5 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
2 RESULTATEN 2.1
Huidige situatie
Deze paragraaf geeft inzicht in de huidige situatie van de onderzoekslocatie, welke is beschreven middels de beschikbare algemene informatie en een terreininspectie.
2.1.1
Algemene gegevens
In tabel 2.1 zijn de belangrijkste gegevens opgenomen. Op afbeelding 2.1 is de globale contour van de onderzoekslocatie weergegeven.
Tabel 2.1 Algemene gegevens Algemene gegevens locatie
het fietspad aan de oostzijde van de Ubbeschoterweg en aan de noordzijde van de N224
gemeente
Renswoude
huidige eigenaren en kadastrale percelen
Provincie Utrecht: RWD01-G-800, RWD01-G-326 RWD01-C-2040 Gemeente Renswoude: RWD01-C-2035,RWD01-C-2037, RWD01-C-2039
oppervlakte onderzoekslocatie
circa 1.550 m2
gebruik locatie: - voormalig - huidig - toekomstig
openbare weg en natuur openbare weg en natuur ongewijzigd
De onderzoekslocatie is niet in een waterwin-, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone gelegen. De onderzoekslocatie is gelegen in het beheersgebied van waterschap Vallei en Veluwe.
6 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
Afbeelding 2.1 Onderzoeksgebied historisch bodemonderzoek (Google Maps).
2.1.2
Terreininspectie
Op 2 augustus 2018 is heeft een terreininspectie plaatsgevonden. Een fotoreportage van deze terreininspectie is opgenomen in bijlage III. Visueel zijn geen potentieel verdachte activiteiten waargenomen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
2.2
Historische situatie
Voor het verkrijgen van historische gegevens zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd, waarbij tevens de periode van raadplegen is benoemd: - historisch kaartmateriaal (augustus 2018); - Bodemloket, www.bodemloket.nl (augustus 2018). Om inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de onderzoekslocatie zijn diverse historische topografische kaarten geraadpleegd. Op afbeelding 2.2 is de ontwikkeling van de onderzoekslocatie sinds 1850 weergegeven.
7 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
Afbeelding 2.2 Topografische kaarten uit 1850 tot 2015 met de contour van de onderzoekslocatie (geel gemarkeerd). Afbeelding noord gericht (Geoviewer Witteveen+Bos)
Uit de historische topografische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf 1850 wegen betreffen. Aan weerzijden van de huidige N224 in het onderzoeksgebied is al vanaf 1850 een bos aanwezig. Aan de westzijde van de Ubbeschoterweg is bebouwing aanwezig en aan de oostzijde van de Ubbeschoterweg bos.
8 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
2.3
Beschikbare informatie bodemkwaliteit
Om informatie over de bodemkwaliteit te krijgen is gebruik gemaakt van vier verschillende bronnen: - Bodemloket (augustus 2018); - Omgevingsdienst regio Utrecht (augustus 2018); - RUD Utrecht (augustus 2018); - gemeente Renswoude (augustus 2018).
2.3.1
Bodemloket
Het Bodemloket (www.bodemloket.nl) is een initiatief van de gezamenlijke bevoegde overheden in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb). Deze provincies en gemeenten verzamelen gegevens over bodemonderzoeken en bodemsaneringen die (in het kader van de Wbb) worden uitgevoerd. Bodemloket geeft inzicht in het historisch gebruik van de locatie wanneer dit in milieuhygiënisch opzicht van belang is, of op een locatie onderzoek heeft plaatsgevonden, of dit onderzoek aanleiding geeft tot vervolgstappen (nader onderzoek of bodemsanering) of dat een locatie wellicht al gesaneerd is. De locaties waar op Bodemloket informatie van beschikbaar is, zijn op afbeelding 2.3 weergegeven. De rapportages van Bodemloket zijn in bijlage II opgenomen.
Afbeelding 2.3 Locaties Bodemloket (paars gemarkeerd) en de onderzoekslocatie (rood gemarkeerd). Afbeelding noord gericht (Bodemloket)
9 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
Uit de informatie op Bodemloket blijkt dat er geen bodeminformatie bekend is van de onderzoekslocatie. Wel is er bodeminformatie van twee locaties nabij de onderzoekslocatie. De locatie ten westen van de Ubbeschoterweg (linker bodemlocatie op afbeelding 2.3) is voldoende onderzocht/gesaneerd. Op de locatie is een autoreparatiebedrijf en landbouwmachinereparatiebedrijf aanwezig (geweest). Op de locatie is een nader onderzoek [ref. 3], een saneringsplan [ref. 4], een saneringsevaluatie [ref. 5] en een monitoringsrapportage [ref. 6] uitgevoerd. Uit de informatie op Bodemloket blijkt dat de locatie ten zuidoosten van de onderzoekslocatie tevens voldoende onderzocht/gesaneerd is. Op de locatie is een wegensteunpunt/zoutopslag, een bovengrondse stookolietank en erfverharding aanwezig (geweest). Op de locatie zijn een verkennend bodemonderzoek [ref. 7] en een indicatief onderzoek [ref. 8] uitgevoerd.
2.3.2
Omgevingsdienst Regio Utrecht
Het Geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht is geraadpleegd om informatie te verkrijgen van nieternstige gevallen van bodemverontreiniging en overige informatie van de bodem. Indien van percelen op- of nabij de onderzoekslocatie bodemrapporten bekend zijn, zijn deze opgevraagd bij de gemeente Renswoude, aangezien de gemeente de bodemrapporten (van niet ernstige gevallen) beheert. De beschikbare informatie op het Geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht is weergegeven op afbeelding 2.4.
Afbeelding 2.4 Beschikbare informatie Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht (afbeelding noord gericht) (Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Uit de informatie op het Geoloket blijkt dat van de onderzoekslocatie geen bodemrapporten bekend zijn. Wel is informatie beschikbaar van een bodemlocatie grenzend aan de westzijde van de onderzoekslocatie ter hoogte van Ubbeschoterweg. Tevens zijn de twee eerder genoemde locaties, identiek aan de informatie op Bodemloket, weergegeven (zie bodemlocaties weergegeven in paars geblokte vlakmarkering). Op de locatie ten westen van de Ubbeschoterweg zijn twee bodemrapporten bekend, te weten een verkennend onderzoek [ref. 9] en RW-Dorpsstraat 4 (Gemeentehuis) [ref. 10]. Uit het eerst genoemde bodemonderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is ten aanzien van verontreinigingen en uit het tweede bodemonderzoek blijkt dat de locatie voldoende onderzocht is en dat de verontreinigingsstatus niet ernstig is.
10 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
2.3.3
RUD Utrecht
De beschikbare bodemrapportages van de RUD bevinden zich op meer dan 25 meter afstand van de onderzoekslocatie. Derhalve worden de onderzoeken niet relevant geacht. De rapportages zijn niet ingezien.
2.3.4
Gemeente Renswoude
Bij de gemeente Renswoude zijn binnen de contour van 25 meter rondom de onderzoekslocatie twee relevante onderzoeken. Het betreft een verkennend bodemonderzoek uit 1999 [ref. 11] en een grondwatermonitoring uit 2007 [ref. 12] uitgevoerd op en nabij het perceel aan de Dorpsstraat 4 te Renswoude. Het onderzoek uit 1999 [ref. 11] is uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen bouw op het terrein. Tijdens het onderzoek zijn drie boorpunten gezet waarvan een peilbuis, ter plaatse van de huidige aanbouw op het perceel. In de bovengrond zijn licht verhoogde concentraties lood, kwik en PAK gemeten. De ondergrond en het freatisch grondwater zijn niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Vervolgens heeft op het naastgelegen perceel een grondwatermonitoring plaatsgevonden waarbij tevens op het noordelijk deel van het perceel van Dorpsstraat 4 een aantal peilbuizen zijn geplaatst [ref. 12]. De sanering is buiten de invloedsfeer van de onderzoekslocatie uitgevoerd (> 25 meter). Tijdens de monitoring is het grondwater geanalyseerd op minerale olie, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen. Voor geen van de geanalyseerde parameters zijn verhoogde concentraties gemeten.
2.3.5
Vigerend bodembeleid
Het onderzoeksgebied ligt in de gemeente Renswoude. De gemeente Renswoude beschikt over een opgestelde en bestuurlijk vastgelegde Nota bodembeheer [ref. 1], inclusief een bodemkwaliteitskaart (Bkk). Uit de bodemfunctieklassekaart blijkt dat de bodemfunctieklasse van de onderzoekslocatie ‘landbouw/natuur’ en ‘wonen’ betreft. Deze klassen gelden tevens voor de toepassingskwaliteit en de ontgravingskwaliteit van de bovengrond. Op afbeelding 2.5 zijn de bodemfunctieklassekaart, de toepassingskaart bovengrond en de ontgravingskaart bovengrond weergegeven.
11 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
Afbeelding 2.5 Bodemkwaliteitskaart: bodemfunctieklasse, toepassingskaart bovengrond en ontgravingskaart ondergrond. De onderzoekslocatie is aangeduid met de rode contourlijn (afbeelding noord gericht) (Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Voor de toepassingsklasse ondergrond en ontgravingsklasse ondergrond geldt de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Op afbeelding 2.6 zijn de toepassings-en ontgravingskaart van de ondergrond weergegeven.
Afbeelding 2.6 Bodemkwaliteitskaart: toepassings-en ontgravingskaart ondergrond. De onderzoekslocatie is aangeduid met de rode contourlijn (afbeelding noord gericht) (Geoloket Omgevingsdienst Regio Utrecht)
Rijkswegen en provinciale wegen zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart en hebben de bodemfunctieklasse industrie.
12 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de gegevens van het Dinoloket van TNO.
2.4.1
Bodemopbouw
De bodemopbouw betreft een algemene omschrijving van de afzettingen aanwezig op en nabij het onderzoeksgebied. Een dwarsdoorsnede van het onderzoeksgebied met de schematische bodemopbouw is weergegeven op afbeelding 2.7.
Afbeelding 2.7 Schematische bodemopbouw onderzoekslocatie (Dinoloket, TNO)
Bovengrond De bovengrond (tot circa 1,0 m-mv) is antropogeen beïnvloed. Aan het oppervlak is de Formatie van Boxtel aanwezig. Aan de hand van nabije boringen worden in de bovenste meter van de bodem fijn tot matig fijne zandafzettingen of veen verwacht. Ondergrond Op basis van de informatie op Dinoloket wordt vanaf het maaiveld tot een diepte van circa 15 m-mv de Formatie van Boxtel verwacht. De afzettingen bestaan uit matig tot fijn zand met sporadisch een kleilaag. Vanaf circa 15 m-mv tot 25 m-mv is de Eem Formatie aanwezig, welke bestaat uit matig fijn tot zeer grof zand en kleilagen. Hieronder bevindt zich de Formatie van Drenthe tot een diepte van circa 38 m-mv. De afzettingen bestaan matig tot grof zand en klei. Van 38 m-mv tot 40 m-mv is de Formatie van Sterksel aanwezig, welke bestaat uit matig tot grof zand met kleilagen. Op een diepte groter dan 40 m-mv bevindt zich de Formatie van Peize en de Formatie van Waalre, bestaande uit matig tot grof zand. Op afbeelding 2.8 is een schematische weergave getoond van een boring uitgevoerd binnen de onderzoekslocatie tot een diepte van 4,0 m-mv. De afzettingen bestaan uit fijn tot matig grof zand.
13 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
Afbeelding 2.8 Schematische weergave bodemopbouw onderzoekslocatie tot een diepte van 4,0 m-mv (Dinoloket, TNO)
2.4.2
Geohydrologie
Het maaiveld ligt globaal op een hoogte van circa NAP + 7,5 m. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,5 m-mv en stroomt regionaal in westelijke richting. Volgens Dinoloket bevindt het eerste watervoerend pakket zich tot circa 15 m-mv en behoort tot de Formatie van Boxtel. De aanwezige kleilagen in de Eem Formatie dienen als een scheidende laag. Het tweede watervoerend pakket bevindt zich tot een diepte van circa 38 m-mv en betreft de Formatie van Drenthe.
14 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
3 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van de resultaten van het vooronderzoek in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden kan worden geconcludeerd dat behoudens het afstromen van hemelwater (‘run off’) en atmosferische depositie, op de locatie en binnen een zone van circa 25 m van de locatie geen aanwijzingen zijn waaruit zou blijken dat er zich potentieel bodembelastende (voormalige) (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek wordt noodzakelijk geacht om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. De onderzoekshypothese en -strategie voor een verdachte lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (NEN 5740; VED-HE-L) wordt als meest doelmatig beoordeeld om de actuele milieuhygiënische kwaliteit vast te stellen en dienovereenkomstig onderzocht. De lengte van het tracé is circa 165 meter. Op basis van onderzoeksstrategie VED-HE-L dienen 4 boringen geplaatst te worden op de onderzoekslocatie, waarvan 1 peilbuis. De grondmonsters dienen onderzocht te worden op het standaardpakket grond. Het grondwatermonster wordt onderzocht op het standaardpakket grondwater. Een grondwateronderzoek dient alleen uitgevoerd te worden wanneer het freatisch grondwater hoger dan 0,25 cm onder de maximale graafdiepte bevindt.
Wanneer het grondwater zich dieper bevindt wordt deze vervangen door een boring tot 0,25 m onder de ontgravingsdiepte. In tabel 3.1 is het benodigde aantal boringen, peilbuizen en analyses weergegeven conform de NEN 5740. Aangezien de wegbermen vaak heterogeen verontreinigd zijn, wordt geadviseerd om de bovenste laag tot 20 centimeter apart te analyseren.
Tabel 3.1 Onderzoeksinspanningen veld- en chemisch onderzoekslocatie Lengte onderzoekslocatie (meter)
165
Veldonderzoek
Chemisch onderzoek
Boring tot 0,25 m onder de ontgravingsdie pte
Boring met peilbuis/max. 2,0 m-mv
Bovengrond1
Ondergrond1
Grondwater 2
4
1
1
1
1
Toelichting: 1
NEN 5740 standaardpakket grond: droge stof, organische stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB, PAK, minerale olie (GC).
2
NEN 5740 standaardpakket grondwater: ontsluiting ten behoeve van zware metalen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie (GC), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
15 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
4 REFERENTIES 1
NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, januari 2009. 2 Nota bodembeheer grondstromenbeleid Gemeente Renswoude, Omgevingsdienst regio Utrecht, Z2014-12326/13191, december 2014. 3 Nader onderzoek, Tauw, R3611892.D01, 20 november 1997. 4 Saneringsplan, Tauw, R3632652.D01, 5 december 1997. 5 Saneringsevaluatie, Tauw, 3639991, 19 maart 1998. 6 Monitoringsrapportage, Tauw, L001-4550740WDOevp-V01-NL, 25 oktober 2007. 7 Verkennend onderzoek NVN 5740, Tukkers milieuonderzoek, 630024, 21 maart 1996. 8 Indicatief onderzoek, Tukkers milieuonderzoek, 17155, 8 maart 1999. 9 Verkennend onderzoek NVN 5740, 146299, AA033900078. 10 RW-Dorpsstraat 4 (Gemeentehuis), 73470, AA033900061. 11 De Bondt, Verkennend bodemonderzoek Dorpsstraat 4 te Renswoude, 99.4670.02, 21 juni 1999. 12 Grondwatermonitoring Dorpsstraat 4 te Renswoude, Tauw, L001-4550740WDO-evp-V01-NL, 25 oktober 2007.
16 | 16
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: REGIONALE SITUATIE
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Bijlage I | Definitief
´
R
Legenda
Witteveen+Bos
R
Onderzoekslocatie
D:\Users\schr72\Desktop\Projecten\PMH BERGEN OP ZOOM\PMH_BOZ.mxd 29-8-2018 18:44:59
Esri Nederland, Community Map Contributors
Regionale situatie
getekend: R. Scholten MSc
gecontroleerd: N. Veldt BSc goedgekeurd: mw. drs. T. Klumper versie: definitief 1 datum: 29-08-2018 tekeningnr: 0
opdrachtgever: Provincie Utrecht
projectnaam: Vooronderzoek bodem fietspad Renswoude projectcode: 106833
formaat: A3 staand
0
schaal: 1:50000
500
1000
1500
2000
2500 m
II BIJLAGE: BODEMLOCATIES BODEMLOKET
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Bijlage II | Definitief
Rapport Bodemloket UT033900016 Dorpsstraat 4 Datum: 22-08-2018
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/3
UT033900016 Dorpsstraat 4
Inhoud 1
Algemeen
1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2
Disclaimer
1
Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/
1.1
Administratieve gegevens Locatienaam:
Dorpsstraat 4
Identificatiecode volgens bevoegd gezag:
UT033900016
Locatiecode gemeentelijk BIS:
UT033900016
Adres:
Dorpsstraat 4 3927BD Renswoude
Gegevensbeheerder:
RUD Utrecht 2.0
Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.
1.2
1.3
Statusinformatie Vervolg:
voldoende gesaneerd.
Omschrijving:
De resultaten van de evaluatie van de sanering geven aan dat de vastgestelde verontreiniging voldoende is gesaneerd in het kader van de Wet bodembescherming.
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
Start
Eind
autoreparatiebedrijf (501044)
onbekend
onbekend
landbouwmachinereparatiebedrijf1965 (293202)
1.4
1.5 2/3
onbekend
Onderzoeksrapporten Type
Auteur
Nummer
Datum
Monitoringsrapportage
Tauw
L001-4550740WDOevp-V01-NL
2007-10-25
Sanerings evaluatie
Tauw
3639991
1998-03-19
Saneringsplan
Tauw
R3632652.D01
1997-12-05
Nader onderzoek
Tauw
R3611892.D01
1997-11-20
Besluiten
1.6
1.7
Type
Kenmerk
Datum
Monitoring grondwater
2007INT215615
2007-12-17
Instemmen uitgevoerde sanering
98/930466
1998-06-29
Monitoring grondwater
98/930466
1998-06-29
besch. ernst, urgentie niet bepaald
97/931068 mbe
1997-12-22
Instemmen met SP
97/931068 mbe
1997-12-22
Saneringsinformatie Bovengronds
Ondergronds
Start
Eind
voll. verw., aanvulgrond BGW
stabiel, kl.restver./ pas.zorg, geen mon
1998-01-30
1998-02-06
Contact Geen contact informatie beschikbaar voor UT-RUD Utrecht 2.0
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
Rapport Bodemloket UT033900015 vm Rijksweg 724 thv Veenweg Datum: 22-08-2018
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/3
UT033900015 vm Rijksweg 724 thv Veenweg
Inhoud 1
Algemeen
1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2
Disclaimer
1
Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/
1.1
Administratieve gegevens Locatienaam:
vm Rijksweg 724 thv Veenweg
Identificatiecode volgens bevoegd gezag:
UT033900015
Locatiecode gemeentelijk BIS:
UT033900015
Adres:
Renswoude
Gegevensbeheerder:
RUD Utrecht 2.0
Als de gegevensbeheerder de provincie is, kan er bij de gemeente en/of de omgevingsdienst waar de locatie onder valt meer informatie beschikbaar zijn.
1.2
1.3
1.4
2/3
Statusinformatie Vervolg:
voldoende onderzocht.
Omschrijving:
De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
Start
Eind
wegensteunpunt/zoutopslag (452316)
onbekend
onbekend
stookolietank (bovengronds) (631305)
onbekend
onbekend
erfverharding (niet gespecificeerd) (900080)
onbekend
onbekend
Onderzoeksrapporten Type
Auteur
Nummer
Datum
Indicatief onderzoek
Tukkers milieuonderzoek
17155
1999-03-08
Verkennend onderzoek Tukkers milieuNVN 5740 onderzoek
630024
1996-03-21
1.5
Besluiten Type
1.6
Datum
Saneringsinformatie Bovengronds
1.7
Kenmerk
Ondergronds
Start
Eind
Contact Geen contact informatie beschikbaar voor UT-RUD Utrecht 2.0
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
III BIJLAGE: TERREININSPECTIE
Witteveen+Bos | 106833/19-002.291 | Bijlage III | Definitief
FOTOREPORTAGE
Project Opdrachtgever Projectcode Datum fotoreportage
RO en Vergunningen provinciale wegen Provincie Utrecht 106833 24 augustus 2018
Afbeelding 1. Zicht in westelijke richting, gezien vanaf de oostzijde van de onderzoekslocatie op de Dorpsstraat.
Afbeelding 2. Fietspad op de Dorpsstraat, gezien in westelijke richting.
Afbeelding 3. Zicht op fietspad Dorpsstraat in oostelijke richting vanaf kruising Ubbeschoterweg.
Afbeelding 4. Zicht op Ubbeschoterweg in noordelijke richting.
Afbeelding 5. Kruising Ubbeschoterweg en Dorpsstraat in zuidelijke richting.
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
www.witteveenbos.com
II BIJLAGE: BEANTWOORDING OPMERKINGEN ODRU OP VOORONDERZOEK BODEM
Witteveen+Bos | 128572/22-000.436 | Bijlage II | Definitief02
Commentaar tabel Project: Vooronderzoek bodem N224 Renswoude Projectcode: 106833
Opdrachtgever: Provincie Utrecht Omgevingsdienst regio Utrecht
Witteveen+Bos
1.1 De conclusie van het vooronderzoek is niet helemaal juist.
De Ubbeschoterweg is inderdaad niet verdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen op basis van het
de aanwezigheid van bodemverontreiniging vanwege afstromend regenwater en
de volgende tekst opgenomen: 'Rijkswegen en provinciale wegen zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart en
verdacht is op de aanwezigheid van bodemverontreiniging hangt af van het aantal
Ubbeschoterweg deels binnen bodemkwaliteitszone 'Wonen' en deels binnen bodemkwaliteitszone 'AW2000'.
Uit het uitgevoerde vooronderzoek (volgens de NEN5725) blijkt dat de locatie verdacht is op vooronderzoek. Dit is in de rapportage vermeld op pagina 12 in paragraaf 2.3.5. 'Vigerend bodembeleid'. Hierin is atmosferische depositie. Dit is niet helemaal juist. Om vast te stellen of een wegberm voertuigbewegingen per etmaal. Op basis hiervan is de Ubbeschoterweg niet verdacht op bodemverontreiniging en de Dorpsstraat wel.
hebben de bodemfunctieklasse industrie'. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Renswoude valt de
Bij voorgenomen ontgraving in de bermen komen drie bodemkwaliteitsklassen vrij (Ubberschoterweg: ‘AW2000’ en ‘Wonen’ en de N224: ‘Industrie’), die – indien mogelijk – op of in de nabijheid van het werk in de betreffende bodemkwaliteitszone van de ontgraving kunnen worden terug geplaatst (tijdelijk uitnemen).
De indeling van de bodemkwaliteitsklassen heeft plaatsgevonden middels een statistische bewerking van data uit
uitgevoerde bodemonderzoeken en betreft een gemiddelde van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond. Voor
het bepalen van de maatregelen veiligheidsklasse uitvoeringsfase is dit echter niet toereikend, waaraan ‘harde’ data aan ten grondslag dienen te liggen. Derhalve is aanbevolen om verkennend bodemonderzoek uit te voeren ten behoeve van het bepalen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond. Het hanteren van twee
verschillende onderzoeksstrategieën (VED-HE-L (N224) en ONV-NL (Ubbeschoterweg)) wordt, mede gelet op de oppervlakte van de onderzoekslocatie, als niet doelmatig beoordeeld voor het bepalen van de actuele
milieuhygiënische kwaliteit. Daarnaast blijft de te leveren onderzoeksinspanning hiermee namelijk nagenoeg gelijk. Voor de volledigheid is het hanteren van onderzoeksstrategie VED-HE-L juist wel doelmatig.
‘Grond die onder wegen en uit wegbermen vrijkomt, mag, indien de weg(berm) onverdacht is, worden hergebruikt binnen dezelfde of andere wegen en wegbermen binnen de gemeente. Overtollige grond wordt in een tijdelijk depot geplaatst (maximaal 6 maanden). De kwaliteit van dit depot wordt door middel van een partijkeuring bepaald.’ Bron: Nota Bodembeheer grondstromenbeleid Gemeente Renswoude, 2014
III BIJLAGE: ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
Witteveen+Bos | 128572/22-000.436 | Bijlage III | Definitief02
RAAP-RAPPORT 3583
Plangebied fietspad N224 Ubbeschoterweg te Renswoude Gemeente Renswoude Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Colofon Titel: Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 23-10-2018 Auteur: N.L.A. Conradi MA Projectcode: RWUW Bestandsnaam: RAAPrap_3583_RWUW_20181023 Autorisatie: drs. C.F.H. Coppens
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2018 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting In opdracht van Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs B.V. heeft RAAP in september en oktober 2018 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied fietspad N224 Ubbeschoterweg te Renswoude in de gemeente Renswoude (figuur 1).Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Het aanwezige fietspad wordt verbreed. Hiervoor dienen verschillende aanpassingen uitgevoerd te worden, waaronder het verplaatsen va n een bestaande watergang. Renswoude ligt in het zuidelijk deel van de Gelderse Vallei. Specifieker ligt het plangebied op de overgang van een dekzandrug in het zuiden naar een vlakte met mogelijk ten dele verspoelde dekzanden in het noorden. Een groot deel van het plangebied ligt in een bos behorend bij het landgoed van kasteel Renswoude. Verder is Renswoude gelegen in het gebied van de Grebbelinie. Deze gegevens tezamen maken dat er een middelhoge verwachting bestaat voor archeologische resten uit het Mesolithicum. Verder bestond er een lage verwachting voor archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Middeleeuwen, met name vanwege aanwijzingen voor een slechte waterhuishouding in de omgeving.
De verwachting voor bebouwing uit de Nieuwe Tijd was laag, met uitzondering van eventuele tuin-elementen die bij het landgoed behoorden. Op basis van het veldonderzoek blijkt het plangebied te liggen in een dekzandvlakte met enige kenmerken van afspoeling en hellingsprocessen in de diepere ondergr ond. Verder is het gebied sterk geroerd tot een diepte variërend van 0,95 - 1,35 m -mv (6,8 - 6,1 m +NAP). Vanaf daar gaan de verstoringen naar beneden toe abrupt over naar het schone dekzand. In dit dekzand zijn geen aanwijzingen voor oudere, overstoven bodems. De grootschalige verstoring zal deels veroorzaakt zijn door de aanwezige weg en de aanwezige kabels en leidingen. De bodemverstoringen binnen het landgoed zullen veroorzaakt zijn tijdens de inrichting van het park, eventueel in combinatie met lokale bioturbatie (wortelwerking). Omdat het plangebied in een landgoed is gelegen werd er met het veldonderzoek gelet op afwijkende parkachtige tuinelementen. Ook is het gebied visueel geïnspecteerd op eventuele sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Dergelijke sporen zijn niet waargenomen. De verwachting voor resten uit alle archeologische perioden kan worden bijgesteld naar laag. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden.
Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Renswoude, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[3]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7
2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Archeologische gegevens ....................................................................................................................10 2.4 Historische situatie .............................................................................................................................14 2.5 Huidige situatie ...................................................................................................................................17 2.6 Toekomstige situatie ...........................................................................................................................17 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting .......................................................................................18
3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 21 3.1 Methode .............................................................................................................................................21 3.2 Resultaten ..........................................................................................................................................21
4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 25 4.1 Conclusie ...........................................................................................................................................25 4.2 Advies ................................................................................................................................................25 4.3 Tot slot ...............................................................................................................................................25
Literatuur .......................................................................................................................................... 26 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 27
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[4]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs B.V. heeft RAAP in september en oktober 2018 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied fietspad N224 Ubbeschoterweg te Renswoude in de gemeente Renswoude (figuur 1).Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleids matig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Renswoude li gt het plangebied in een Archeologisch Waardevol Gebied categorie 3. Deze waarde hangt samen met de ligging in een landgoed. Het beleid voor een dergelijk gebied schrijft voor dat b odemingrepen dieper dan 30 cm -mv voorkomen dienen te worden. Indien dit niet mogelijk blijkt, is er archeologisch onderzoek nodig bij 2
bodemingrepen groter dan 100 m (Boshoven et.al, 2010). Deze voorschriften zijn ook verankerd in het bestemmingsplan NL.IMRO.0339.BP2012Dorp-vg01. De omvang van de bodemingrepen bedraagt circa 2
870 m . Het plangebied is groter, maar de overige werkzaamheden beperken zich tot het vernieuwen van bestaand fietspad. De diepte van de ingrepen is vooralsnog onbekend. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van arch eologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische be roepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm . Voorafgaand aan het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. Dit PvA is goedgekeurd (op 26 september 2018, mail mevr. Bruning). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven (landbodems) en 4006 Specialistisch onderzoek. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[5]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood). Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[6]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs B.V.
Bevoegde overheid
Gemeente Renswoude
Plaats
Renswoude
Gemeente
Renswoude
Provincie
Utrecht
Centrumcoördinaten (X/Y)
165.987/453.680
Toponiem
Ubbeschoterweg
Kadastrale gegevens
Delen van RWD01 C 2035, 2037, 2039, 2040 en RWD01 G 325 en 800
Oppervlakte plangebied
Circa 870 m² (oppervlakte van de bodemingrepen)
Afbakening plangebied
Tijdens het bureauonderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht; het veldonderzoek is uitgevoerd binnen de grenzen van het plangebied.
Onderzoeksperiode
September en oktober 2018
Uitvoerder
RAAP West
Projectleider
drs. C.F.H. Coppens
Projectmedewerkers
N.L.A. Conradi MA
RAAP-projectcode
RWUW
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4632214100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio West te Leiden
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het bureauonderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: Bureauonderzoek
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?
Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?
Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[7]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Veldonderzoek:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?
Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig intact dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
Op welke manier dient bij graafwerkzaamheden met archeologische resten te worden omgegaan?
Is in het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet?
Figuur 2. Overzicht van de voorgenomen bodemingrepen.
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[8]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relev ante informatie bevatten (zie literatuurlijst). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.
2.2 Aardkundige situatie Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de Gelderse Vallei: van oorsprong een diep glaciaal tongbekken dat in het Saalien (ca. 200.000 tot 130.000 jaar geleden) door een gletsjertong is uitgesleten (De Boer & Warning, 2007). Gedurende het Eemien (ca. 130.000 tot 120.000 jaar geleden) en het Weichselien (ca. 120.000 tot 10.000 jaar geleden) is dit tongbek ken grotendeels opgevuld met diverse afzettingen. In het Weichselien zijn er dikke pakketten fluvioperiglaciale zanden, afkomstig van de hoger gelegen stuwwallen van de Veluwe de Utrechtse Heuvelrug, afgezet door smeltwaterstromen. Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel (voorheen Formatie van Twente). Op deze afzettingen die hoofdzakelijk uit grove, soms licht grindhoudende zanden bestaan, zijn eolische zanden afgezet. Het betreft de dekzanden die onder Arctische omstandigheden tijdens de koudste perioden van de laatste ijstijd (het Laat Weichselien) zijn afgezet. Daarbij zijn grotere en kleinere duinvormen ontstaan. De Gelderse Vallei kenmerkt zich door het voorkomen van grote aantallen van dergelijke duinen die in langgerekte of paraboolvormige ruggen zijn gevormd (Maarleveld & Van der Schans, 1961). De dekzanden worden tot het Laagpakket van Wierden (eveneens Formatie van Boxtel) gerekend.
Het plangebied ligt op de overgang van een dekzandrug (3B35) in het zuiden naar een vlakte met mogelijk ten dele verspoelde dekzanden (2M53) naar het noorden. Verspoeld dekzand is dekzand, dat deels vermengd is met grover zand en leem. Dit is ontstaan door afspoeling en andere hellingprocessen (Boshoven et.al., 2010, blz. 43). Bodemkundig gezien bestaat de bodem uit gooreerdgronden of beekeerdgronden, beide gevormd in lemig fijn zand (resp. pZn21 en pZn23). Gooreerdgronden hebben een donkere bovengrond die dunner is dan 50 cm en zeer zwak ontwikkelde humuspodzol-B. Ze komen onder andere voor in afvoerloze laagten of op de overgang van beekdalen naar de hogere gronden. Beekeerdgronden hebben ook een donkere bovengrond die dunner is dan 50 centimeter. Dit soort bodems komen voor in laaggelegen zandgronden. In zowel de gooreerdgronden als in de beekeerdgro nden wordt vrijwel nooit een duidelijke podzolbodem gevormd. Dit heeft te maken met de waterhuishouding (Bakker, 1966).
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[9]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Geologische situatie
Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel
Geomorfologische situatie
Het grootste deel ligt in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss (Archis3). Vlak; steilste hellingen <¼ graden en max hoogteverschil tov omgeving 0.25 – 0.5 (m) (2M53). Het zuidelijke deel ter hoogte van het fietspad langs de N224 lig op een dekzandrug, al dan niet met oud-bouwlanddek (3B35yc) beschreven als een vrij vlakke, laaggelegen rug. De steilste hellingen zijn ¼ - 1(2) graden en max hoogteverschil tov omgeving 0.25 – 1.5 (m).
Ouderdom geomorfologische structuur
Laat-Pleistoceen
Bodemkundige situatie
pZn21 (gooreerdgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand) of pZg23 (beekeerdgronden, in lemig fijn zand).
Grondwatertrap (en betekenis)
pZn21: VI. Een grondwatertrap VI wijst erop dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm -mv en de laagste grondwaterstand meer dan 120 cm -mv bedraagt. Een dergelijk lage grondwaterstand betekent dat eventueel aanwezige organische archeologische resten (zoals hout en bot) niet goed geconserveerd zullen zijn. Anorganische archeologische resten kunnen daarentegen nog wel in goede staat in de bodem aanwezig zijn. pZg23: IIIb. Een grondwatertrap IIIb wijst erop dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 25 en 40 cm -mv en de laagste grondwaterstand tussen de 80 en 120 cm -mv bedraagt. Een dergelijke grondwaterstand betekent dat eventueel aanwezige organische archeologische resten (zoals hout en bot) redelijk goed geconserveerd zullen zijn. Anorganische archeologische resten kunnen in goede staat in de bodem aanwezig zijn.
Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen
direct aan of onder het maaiveld, of onder het eventueel bouwlanddek
Tabel 2. Samenvattend overzicht van de geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.
In en nabij het plangebied zijn enkele boringen bekend in het DINO-loket: ter hoogte van het kruispunt Ubbeschoterweg - N224 geeft B32G0613 een profiel weer dat volledig uit zand bestaat. In twee boringen iets buiten het plangebied staat zandig veen aangeven tot een die pte van 1,2 en 2 m -mv. Deze venige top zou een bouwlanddek kunnen zijn.
2.3 Archeologische gegevens In de nabije omgeving van het plangebied zijn twee archeologische monumenten bekend. Op circa 200 meter ten westen ligt AMK-terrein 12.251. Het betreft de dorpskern van Renswoude met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De huidige aanleg van het dorp dateert uit de 17e eeuw en is gerelateerd aan de verbouwing van huis ‘Renswoude’ tot een landhuis (AMK -terrein 11.545). Aangezien huis ‘Renswoude’ een middeleeuwse voorganger heeft gehad, zou het dorp ook uit de Middeleeuwen kunnen dateren. De dorpskern van Renswoude ligt op een dekzandrug.
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[10]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan: dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’
Archeologisch onderzoek is nodig bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm.
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
De archeologische verwachting gebaseerd op het landschap is middelhoog voor jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum), laag voor landbouwers (Neolithicum tot aan de Middeleeuwen en laag voor resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Dit komt door de ligging van het plangebied in welvingen en flanken in laaggelegen dekzandlandschap . Rijksmonumenten zijn geïntegreerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Renswoude (Boshoven et.al. 20 10). Het plangebied is grotendeels gelegen in het terrein van Rijksmonumentnummer 509.376, het landgoed behorend bij kasteel Renswoude. Het plangebied ligt daarom in een Archeologisch Waardevol Gebied, waarde 3, met betrekking tot cultuurhistorische elemen ten. Het plangebied ligt niet in het terrein van het archeologisch monument kasteel Renswoude (AMK-nummer 11.545).
Gemeentelijke archeologische beleidskaart
Archeologisch onderzoek is nodig bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm.
Tabel 3. Samenvattend overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart. Monument
Ligging
Complex
Datering
Materiaal
Diepte
Waarde
12.251
200 m ten westen
Historische kern Renswoude, nederzetting
LME NTC
Divers
Direct vanaf het maaiveld
Hoge archeologische waarde
11.545
100 m ten zuidwesten
Borg/stins/versterkt huis
LME NTC
Divers
Bovengronds en direct aan en onder het maaiveld
Hoge archeologische waarde
Zaakidentificatienr.
Ligging
Complex
Datering
Materiaal
Diepte
Verzamelwijze
3984312100
250 m ten noordwesten
Nederzetting, onbekend
17 e eeuw
Keramiek, glas
Onder bestaande bebouwing
Archeologische begeleiding
Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.
Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat met name de hoger gelegen dekzandruggen zijn uitgekozen voor (tijdelijke) bewoning. Zo is de historische kern van Renswoude gevormd op een dekzandrug. Ook zijn er in de wijdere omgeving mesolithische vondsten gedaan op dekzandruggen (zie bijvoorbeeld Archis3-zaakidentificatienummer 2025659100). Het plangebied zelf is gelegen op de overgang van een dekzandrug in het zuiden naar een lager gelegen vlakte, met mogelijk verspoeld dekzand. Ook op deze afzettingen kon gewoond worden, al waren de hoger gelegen delen aantrekkelijker. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de reeds uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving. Als men dit samenvat kan men in de omgeving van Renswoude rekening houden met diepgaande verstoringen. Enerzijds is dit veroorzaakt door (historische) veenontginningen, anderzijds kan dit k omen door recentere graafwerkzaamheden. Verder weg van de bebouwde kom is het nog zeer goed mogelijk om (deels) intacte mesolithische vindplaatsen aan te treffen. Het plangebied zelf is grotendeels gelegen in
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[11]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
een park behorend bij buitenplaats Renswoude. De afgelopen eeuwen zullen er in dit park weinig grootschalige veranderingen plaatsgevonden hebben. Wel dient men rekening te houden met eventuele vergravingen ten gevolge van bosbouw en de aangelegde waterpartijen. Direct langs de huidige wegen zullen verschillende (constructie)werkzaamheden hebben plaatsgevonden.
Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer
Resultaat/advies
Opmerking
2304169100
Op basis van het bureau- en booronderzoek is het plangebied vrijgegeven. De bodem rondom de bestaande bebouwing was sterk verstoord.
Er is besloten tot een archeologische begeleiding van de sloop van de bestaande bebouwing (zie Archis3zaakidentificatienummer: 3984312100)
(Boonstra et.al., 2010), 3984312100
Vervolg op bovenstaand onderzoek. Er zijn funderingen aangetroffen die te dateren zijn tot in de 17 e eeuw. (Van Heeringen et.al., 2016)
-
2316668100
Bureau- en booronderzoek voor plangebied het Hoge Hof. Het plangebied bleek diepgaand verstoord door veenwinning, waardoor er geen archeologische resten meer worden verwacht (Van Kampen, 2012).
Onbekend of het advies is overgenomen.
2025659100
In het kader van een groter onderzoek in verschillende gebieden in de provincie Utrecht is bureau- en booronderzoek uitgevoerd voor het gebied RenswoudeNoorderkwartier. Met name verschillende dekzandruggen zijn onderzocht, waarbij verschillende mesolithische vondsten zijn gedaan (Visscher, 1996)
-
4014946100
Bureau- en booronderzoek in het kader van herontwikkeling van de Taets van Amerongenweg te Renswoude. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis hiervan is het plangebied grotendeels vrijgegeven. Uitzondering vormde het oostelijke deel van het plangebied, in verband met de mogelijke ligging van het voormalige kerkhof (Weerheijm et.al., 2017)
Onbekend of het advies is overgenomen.
2149670100
Bureauonderzoek en veldkartering. Uitkomst onbekend.
-
3999096100
Bureau- en booronderzoek. Lage verwachting voor intacte archeologische resten. Advies is om het plangebied vrij te geven (Weerheijm et.al., 2016)
Onbekend of het advies is overgenomen.
Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[12]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Voor dit bureauonderzoek zijn geen amateurarcheologen benaderd. Op de digitale cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht (CHAT) ligt het plan gebied (deels) in een Rijksmonumententerrein (509.376). Dit heeft betrekking op de historische tuin - en parkaanleg behorend tot de historische buitenplaats Renswoude. Vanwege verschillende uiterlijke kenmerken is dit terrein van algemeen belang. Verder behoren de Ubbeschoterweg en de N224 tot een wegenstructuur die ouder is dan 1600 na. Chr (Boshoven et.al., 2010; kaartbijlage 3).
Figuur 3. Overzichtskaart (archeologische) gegevens uit de directe omgeving van het plangebied, geprojecteerd op de geomorfologische kaart. De codes beginnend met een “B” behoren bij boringen uit het DINO-loket.
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[13]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2.4 Historische situatie De naam Renswoude of ‘Silva Hrenem’ (wat ‘woud van de stad Rhenen’ betekend) komt voor het eerst voor in een oorkonde uit het jaar 855. In de Late Middeleeuwen vond ontginning van het gebied plaats. De oudste boerderijen lagen op dekzandruggen langs de Lunterse Beek. Vermoedelijk is het veen dat in de lagere delen van de Gelderse Vallei voorkwam, in deze periode afgegraven en werden er bouw - en hooilanden gecreëerd. De bouwlanden lagen op de hoogste delen, de dekzandruggen (Wolleswinkel, 1998). In 1363 wordt ‘Rijnswoude’ in een akte als een zelfstandig rechtsgebied genoemd. Van een dorp is echter nog geen sprake. Rond 1400 stond er te Renswoude een versterkt huis (de Borgwal) en een aantal verspreid liggende boerderijen (Wolleswinkel, 199 8). Pas in 1638 wordt er een dorp gesticht door Johan van Reede op de locatie van de voormalige Borgwal. Dit dorp bestond uit één hoofdweg met op den duur twee subwegen. Deze drie straten, waarvan de bebouwing in de loop van de eeuwen verdicht is, maakten tot de Tweede Wereldoorlog de kern van het dorp uit. Na de oorlog werd zowel aan de zuid- als noordzijde het dorp uitgebreid. Renswoude ligt in het gebied van de Grebbelinie. Deze linie is vanaf de 18e eeuw aangelegd als een stelsel van vestingwerken en inundatiewerken en diende als een verdedigingslinie voor het westen van Nederland (Rietberg, 2004).
De Grebbelinie is vooral bekend als het slagveld waar het Nederlandse leger enige dagen stand hield tijdens de Duitse inval in mei 1940. Nabij buitenplaats Renswoude zijn op 23 april 1945 ongeveer 20 Duitsers gevangen genomen. Hierop werd een aanval op Renswoude uitgevoerd rond 25 april 1945 (http://www.grebbelinie.nl). Of hier resten van aangetroffen worden binnen het plangebied is niet bekend. Verder kunnen er resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in de het historisch gebrui k van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. De Ubbeschoterweg en de N224 behoren tot een wegenstructuur die ouder is dan 1600 na. Chr (Boshoven et.al., 2010; kaartbijlage 3). Dit is ook zichtbaar op de Kadastrale Minuut (1811-1832). Het plangebied ligt dan al deels op en naast bestaande wegen. Ook op kaartmateriaal van 1850 is het plangebied ongewijzigd.
Het plangebied ligt deels in het zogeheten “Domineesbosje”, behorend bij het landgoed van kasteel Renswoude. Het terrein heette zo vanwege de functie van overtuin van de aanwezige pastorie. Dit bosje hoorde al vóór 1705 bij het landgoed van kasteel 1
Renswoude . Er zijn geen nieuwe elementen toegevoegd aan het park ten oosten van de Ubbeschoterweg. Dit blijft zo tot op heden. De vijver in het parkje lijkt wel gedempt te zijn in de jaren 80 van de afgelopen eeuw. Op de recente topografische kaarten is deze echter weer zichtbaar . Ook de watergangen ten noorden van het plangebied worden telken s anders weergegeven op kaartmateriaal . Mogelijk zijn de watergangen gedurende de tijd verplaatst, iet s dat grootschalige vergraving met zich meebrengt. Wanneer de inrit van het fietspad en de waterpartijen parallel aan de weg aangelegd zijn, is niet met zekerheid te zeggen (figuur 4).
1
http://rijksmonumenten.nl/monument/509376/kasteel -renswoude:-historische-tuin--en-parkaanleg/renswoude/
RAAP-rapport 3583 / versie 23-10-2018
[14]
Plangebied fietspad N224 - Ubbeschoterweg te Renswoude, gemeente Renswoude ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Uit deze analyse blijkt dat het plangebied in de loop van de afgelopen eeuwen weinig veranderd is. Wel zijn de watergangen mogelijk verplaatst gedurende de tijd. Verder dient er rekening gehouden te worden met een verstoorde ondergrond door de historische bosbouw. In het park zijn mogelijk historische tuinelementen aanwezig. Resten van bebouwing worden op basis van het kaartmateriaal niet verwacht.