RAP01 Duurzaamheidskader Groot Overeem II v1.5 - Definitief
Tekst van het document
Rapport Duurzaamheidskader Groot Overeem II te Renswoude
Projectnummer
S20.034
Opdrachtgever
Gemeente Renswoude T.a.v. F. van Drie Dorpsstraat 4
Omschrijving
3927 BD Renswoude Dhr. K. van Nobelen Dhr. L.M. Wijnand Duurzaamheidskader bedrijventerrein Groot Overeem II
Versie
1.5 (Definitief)
Datum
24-12-2021
Auteur(s)
M3E B.V. Rivium Quadrant 163 2909 LC CAPELLE AAN DEN IJSSEL +31 (0)10-202 22 10 E: info@m3e.nl I: www.m3e.nl
Inhoud 1.
Inleiding ....................................................................................................................................... 1 1.1.
Doel ......................................................................................................................................... 1
1.2.
Ambitie .................................................................................................................................... 1
1.3.
Scope ....................................................................................................................................... 1
2.
(Ruimtelijke) context ................................................................................................................... 3 2.1.
Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) ................................................................................. 3
2.2.
Energie ..................................................................................................................................... 3
2.3.
Stedenbouwkundige opzet & beeldkwaliteitsplan ................................................................. 4
2.4.
Focusthema’s........................................................................................................................... 5
3.
Kader openbare ruimte ............................................................................................................... 6 3.1.
Biodiversiteit en gezondheid ................................................................................................... 6
3.2.
Klimaatadaptatie ..................................................................................................................... 6
3.3.
Materiaalgebruik ..................................................................................................................... 6
3.4.
Energie ..................................................................................................................................... 7
4.
Kader bedrijfskavels .................................................................................................................... 9 4.1.
Wettelijke eisen ....................................................................................................................... 9
4.2.
Gemeentelijke eisen .............................................................................................................. 10
4.3.
GPR Gebouw 4.4 .................................................................................................................... 10
4.4.
Aandachtspunten GPR Gebouw ............................................................................................ 12
5.
6.
Stimuleringsregelingen voor duurzaam bouwen ...................................................................... 16 5.1.
Gemeentelijke stimuleringsregeling ..................................................................................... 16
5.2.
Landelijke stimuleringsregelingen ......................................................................................... 16
5.3.
MIA/VAMIL ............................................................................................................................ 16
5.4.
EIA.......................................................................................................................................... 17
5.5.
ISDE........................................................................................................................................ 17
5.6.
SDE++..................................................................................................................................... 17 Voorbeeldberekening ................................................................................................................ 19
Bijlagen .................................................................................................................................................. 20
24-12-2021 ▪ M3E
1.
Inleiding
De gemeente Renswoude ontwikkelt een nieuw bedrijventerrein ten westen van het bestaande bedrijventerrein Groot Overeem. Het nieuwe bedrijventerrein, Groot Overeem II, wordt in het zuiden begrensd door de N224; in het noorden en westen door de Lunterse Beek. Voorliggend duurzaamheidskader heeft betrekking op dit terrein.
Figuur 1: Locatie en begrenzing van bedrijventerrein Groot Overeem II
1.1. Doel Deze notitie geeft het duurzaamheidskader aan voor de invulling van de openbare ruimte en nieuwbouwprojecten op de bedrijfskavels van bedrijventerrein Groot Overeem II te Renswoude. Dit duurzaamheidskader fungeert hierbij als richtlijn voor alle projecten om invulling te geven aan verschillende duurzaamheidsthema’s.
1.2. Ambitie Het stedenbouwkundig plan voorziet in bedrijfskavels van 1.000 – 1.500m2 tot maximaal ca. 3.500m2 waarmee het bedrijventerrein een lokale uitstraling krijgt en zich voornamelijk een plaats zal bieden aan bedrijven uit Renswoude en directe omgeving. Allerlei bedrijven kunnen zich vestigen op Groot Overeem II. De gemeente wil deze bedrijven informeren, stimuleren en kansen geven om zich duurzaam te ontwikkelen. Zij vervult daarin een voortrekkers- en voorbeeldrol door zichzelf een hoog ambitieniveau op te leggen voor de inrichting van de openbare ruimte. Het moet een gebied worden met een groene uitstraling waar bedrijven zich graag willen vestigen en waar het prettig werken is. Voor de inrichting van de bedrijfskavels zal een duidelijke ondergrens worden getrokken m.b.t. duurzaamheid waar bedrijven aan moeten voldoen.
1.3. Scope De scope van dit duurzaamheidskader voor bedrijventerrein Groot Overeem II is:
24-12-2021 ▪ M3E
1-22
1. De notitie geeft het duurzaamheidskader voor de ontwikkeling van de openbare ruimte binnen de grenzen van het te ontwikkelen bedrijventerrein 2. De notitie geeft het duurzaamheidskader voor de ontwikkeling van de bedrijfskavels op het bedrijventerrein 3. De notitie geeft een uitwerking van de focusthema’s voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein: Energie, Klimaatadaptatie, Materiaalgebruik, Biodiversiteit en Gezondheid. 4. De notitie geeft per thema de ondergrens van de te realiseren duurzaamheidsprestaties. Projectgebonden kunnen hier uiteraard aanvullingen en toevoegingen op worden gedaan.
24-12-2021 ▪ M3E
2-22
2.
(Ruimtelijke) context
2.1. Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) De gemeente Renswoude heeft de zeventien Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen) als uitgangspunt genomen voor hun duurzaamheidsbeleid. Dit zijn 17 doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. Ze zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties (VN), waaronder Nederland. De doelen kwamen er op basis van wereldwijde inbreng van organisaties en individuen. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen startten in 2015 en lopen nog tot 2030. Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Het zijn de opvolgers van de Millenniumdoelen, die liepen van 2000 tot 2015.
Figuur 2: De 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s)
In het duurzaamheidskader wordt voornamelijk aangesloten bij de duurzame ontwikkelingsdoelen: • Betaalbare en duurzame energie • Duurzame steden en gemeenschappen • Klimaatactie Om het behapbaar te houden focust de gemeente op drie doelen, te weten: circulaire economie, energie en klimaatadaptatie. In het duurzaamheidskader komen deze doelen op verschillende plaatsen en schaalniveaus aan bod.
2.2. Energie Zowel nationaal als internationaal zijn er afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen om zo de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. De EU-lidstaten hebben afgesproken dat de EU in 2030 55% minder moet uitstoten. In Nederland wordt dat per regio verder uitgewerkt in een energiestrategie. 24-12-2021 ▪ M3E
3-22
Renswoude is onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) regio Foodvalley. Voor deze regio is de RES inmiddels vastgesteld. De belangrijkste ambitie uit het RES regio Foodvalley is het einddoel van energieneutraal in 2050, met als belangrijkste ‘tussenstation’ het opwekken 1TWh duurzame energie in 2030. In het concept-RES regio Foodvalley zijn voorkeursbestemmingen voor de opwekking van energie door zonnepanelen aangewezen. De locaties zijn opgesplitst in 3 typen: op (grote) parkeerplaatsen, op agrarisch dak en op (grootschalige) daken op bedrijventerreinen. Voor Renswoude is het Groot Overeem (II) aangewezen als ‘kerngebied voor grootschalig zon op dak (bedrijventerrein)’. In de verdere uitwerking van de notitie is dit als uitgangspunt aangehouden.
Figuur 3: Voorkeurslocaties voor opwekking van zonne-energie volgens de (concept)RES Foodvalley
2.3. Stedenbouwkundige opzet & beeldkwaliteitsplan Het stedenbouwkundig plan gaat uit van het voorzetten van de huidige ruimtelijke structuur van Groot Overeem. De bestaande wegenstructuur wordt doorgezet naar het nieuwe terrein. Daarmee ontstaan 4 groepen met bedrijfskavels. Aan de westzijde vormt de Lunterse Beek samen met het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de natuurlijke begrenzing van zowel Groot Overeem II als het dorp. Groot Overeem II onderscheidt zich van andere bedrijventerreinen door de ligging aan de Lunterse Beek. Dit Unique Selling Point van de locatie verenigt meerdere duurzame aspecten in zich (zoals waterberging, versterken biodiversiteit, etc.) en kan als kapstok dienen voor de verdere duurzame invulling van het terrein. Hiermee worden aanwezige kwaliteiten versterkt en draagt bij aan het creëren van een sterke identiteit van het gebied.
24-12-2021 ▪ M3E
4-22
Figuur 4: Stedenbouwkundig plan Groot Overeem II
2.4. Focusthema’s Aan de hand van de in het beeldkwaliteitsplan genoemde duurzame aspecten kan de invulling van de openbare ruimte op Groot Overeem II concreet gemaakt worden. Wij zijn uitgekomen op de volgende focusthema’s: • Biodiversiteit en gezondheid: aanwezigheid van groen en aanleiding tot het maken van een ommetje • Klimaatadaptatie: regenwaterberging en -afvoer, bestrijden van hittestress en verdroging, waterkwaliteit, hergebruik regenwater • Materiaalgebruik • Energie (vnl. in te vullen door de te ontwikkelen bedrijfspanden)
24-12-2021 ▪ M3E
5-22
3.
Kader openbare ruimte
3.1. Biodiversiteit en gezondheid Groot Overeem II vormt een overgang tussen dorp en de landelijke omgeving en kan met de juiste invulling een mooi visitekaartje zijn voor bedrijven in Renswoude: •
•
• •
Beplantingskeuze en beheer (zowel in openbare ruimte als op de bedrijfskavels) is gericht op de betekenis voor flora, vogels en insecten: ontwikkelen/versterken van biodiversiteit door gebruik van inheemse beplantingssoorten en extensief beheer. Maatregelen voor het bevorderen van medegebruik van de openbare ruimte door (lokale) fauna: takkenrillen, nestkasten (bijv. vleermuizen), bijenkasten, rotstuinen (type, locatie en hoeveelheid te bepalen door ecoloog). Watergangen zo vormgeven dat brede onderhoudspaden worden voorkomen. De ruimte die hiermee bespaard word, komt ten goede aan groenstructuren. Natuurvriendelijk verlichten: dynamische straatverlichting die ’s nachts uitgeschakeld of gedimd worden naar minder hoge verlichtingssterkte, lichtkleur in overleg met ecoloog en naar beneden gericht (niet opzij of naar boven).
3.2. Klimaatadaptatie Door het veranderende klimaat komen in Nederland steeds vaker perioden van droogte en perioden met hevige neerslag voor. Het verstandig opvangen, bergen en afvoeren van water kan toekomstige wateroverlastproblemen beheersen en zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast biedt (openbaar) groen bij klimaatadaptatie mogelijkheden de bodem te benutten. Groen speelt een belangrijke rol in tijden van extreme droogte en hitte. •
•
•
Retentie van water vindt voornamelijk plaats in de watergangen aan de (noord)westzijde van het plangebied (de Lunterse Beek). Een deel van de waterberging zal plaats moeten vinden op de bedrijfskavels. Water wordt opgenomen in de structuur van het gebied, zodat wordt aangesloten bij het gebiedseigen karakter en het water kan worden ingezet voor het maken van een aantrekkelijke beeldkwaliteit: voldoende bomen/beplanting in de openbare ruimte en rondom watergangen om verdamping in hete en droge periodes te beperken. Door open verharding op parkeerplaatsen wordt zowel de infiltratie- als de retentiecapaciteit vergroot ten opzichte van een traditioneel bedrijventerrein.
3.3. Materiaalgebruik • • •
Zo minimaal mogelijk verharden van het openbare terrein; de niet-verharde openbare ruimte inzetten voor groen en water. Reflecterend asfalt met lichte steenslag (Reeflexfalt o.g.). Minder straatverlichting nodig, meer reflectie dus lager risico hittestress. Gebruik duurzame materialen bij de inrichting van de openbare ruimte (bijv. houten bankjes i.p.v. staal).
24-12-2021 ▪ M3E
6-22
3.4. Energie Op het gebied van energie zijn er voor de invulling van de openbare ruimte voornamelijk kleine stappen te maken. De nadruk zal dan ook liggen op het stellen van eisen aan de opwekking van duurzame energie bij invulling van de bedrijfskavels. • Energiezuinig verlichten: dynamische straatverlichting die ’s nachts uitgeschakeld of gedimd wordt naar minder hoge verlichtingssterkte. • Eisen stellend bij invulling van bedrijfskavels. • Te onderzoeken of autonome straatverlichting (straatverlichting die niet aangesloten is op het elektriciteitsnetwerk maar voorzien is van geïntegreerde zonnepanelen en accu) haalbaar/wenselijk is.
Ruimte voor (inheemse) oevervegetatie bij watergangen
Gebiedseigen beplanting en grasmengsels voor aantrekken insecten en vlinders
Nestkasten creëren plekken voor o.a. vogels
Takkenrillen bieden plek aan insecten, vlinders, reptielen, kleine zoogdieren, vogels
24-12-2021 ▪ M3E
7-22
Reeflexfalt: reflecterend asfalt
Invulling openbare ruimte met duurzame materialen
Voorbeeld van autonome slimme straatverlichting: Soluxio Solar lichtmast
24-12-2021 ▪ M3E
8-22
4.
Kader bedrijfskavels
De gemeente heeft gekozen aan te sluiten bij de huidige methodes die vanuit de bouwvergunning verplicht zijn (BENG/MPG) en extra accenten te leggen op overige duurzame aspecten. Voor het definiëren van het ambitieniveau voor de duurzaamheid van de bedrijfspanden sluiten we aan op GPR Gebouw. GPR staat voor Gemeentelijke Praktijk Richtlijn en is een instrument dat de integrale duurzaamheidswaarde van gebouwen inzichtelijk maakt. In paragraaf 4.3 wordt hier verder op ingegaan.
4.1. Wettelijke eisen De Nederlandse overheid stelt al diverse eisen met betrekking tot duurzame nieuwbouw; een aantal daarvan richt zich ook op de focusthema’s uit deze notitie. Hieronder een opsomming van een aantal van de eisen waar nieuwe gebouwen cf. regelgeving al aan moeten voldoen: •
•
•
•
Aardgasvrij: Voor nieuwbouw geldt per 1 juli 2018 dat deze geen aardgasaansluiting meer krijgen en er sindsdien alle nieuwbouw gasloos is. In de praktijk betekent dit dat voor verwarming, koeling en warm tapwater alternatieven worden toegepast, zoals warmtepompen, elektrische boilers en warmtenetten. Energieprestatie: Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Deze nieuwe methode vervangt de EPG berekening waarin de energieprestatie van het gebouw werd uitgedrukt in één enkel getal. Bij de nieuwe methode wordt de energieprestatie aan de hand van de Trias Energetica* uitgedrukt in 3 waardes, elke met een eigen eis. Milieuprestatie: Alle materialen die in een gebouw toegepast worden, brengen schade toe aan het milieu. Denk hierbij aan uitputting van de bodem bij winning van grondstoffen, energieverbruik bij vervoer en productie, uitstoot van giftige stoffen, etc. Al deze effecten van materialen worden in een MPG berekening (MilieuPrestatie Gebouwen) uitgedrukt in een waarde (=milieubelasting). Zo’n MPG berekening is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen.
Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. Op 1 juli 2021 is de milieuprestatie voor nieuwe woningen (niet voor kantoren) aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Het doel is om de eis stapsgewijs scherper te stellen en uiterlijk in 2030 te halveren (0,5). Laadpalen: Bij utiliteitsgebouwen met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein moet minimaal 1 oplaadpunt voor de hele parkeergelegenheid worden aangelegd. Ook moet er leidinginfrastructuur (loze leidingen) worden aangelegd voor 1 op de 5 parkeervakken.
*De Trias Energetica gaat uit van 3 principes, namelijk (1) het beperken van de energiebehoefte, (2) het efficiënt opwekken van energie en (3) de toepassing van zoveel mogelijk hernieuwbare energie.
De BENG berekening komt in GPR Gebouw terug bij het thema Energie van het kantoor, voor de GPR berekeningen moeten ook MPG berekeningen gemaakt worden. Energiezuinige all-electric oplossingen als warmtepompen worden ook gewaardeerd binnen GPR Gebouw. Door tijdig een GPR Gebouw Expert te betrekken bij een project, is een efficiëntieslag te maken waardoor kosten beperkt kunnen blijven. Ook is dan tijdig een inschatting te maken of u in aanmerking kunt komen voor een van de stimuleringsregelingen die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aanbiedt (zie hoofdstuk 5).
24-12-2021 ▪ M3E
9-22
4.2. Gemeentelijke eisen 4.2.1.
Dak geschikt voor zonnepanelen
De gemeente hecht waarde aan een toekomstbestendig bedrijventerrein. Om ervoor te zorgen dat de nieuw te bouwen bedrijfspanden klaar zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie in de toekomst (dat kan in eigen beheer maar bijv. ook door dakoppervlakte te verhuren aan een energieleverancier), is het een minimale vereiste dat het dat van uw bedrijfspand geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen. Dit houdt o.a. in dat: • •
De draagconstructie berekend moet zijn op het extra gewicht van de zonnepanelen De toegepaste materialen van het dak geschikt zijn voor de plaatsing van zonnepanelen (NB: betrek in een vroeg stadium verzekeraar(s) bij het proces. Er zijn verzekeraars die eisen stellen aan het type isolatie en dakbedekking die toegepast wordt i.v.m. brandgevaar)
In het ontwerp kan ook al voorgesorteerd worden op de plaatsing van zonnepanelen in de toekomst door direct al loze leidingen en voldoende ruimte in de technische ruimte op te nemen.
4.2.2.
MilieuPrestatie Gebouw
Op 1 juli 2021 is de milieuprestatie voor nieuwe woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Vooruitlopend op de verwachte aanscherping voor kantoren naar dezelfde eis, dient de MPG berekening van het kantoor te voldoen aan een milieubelasting van ten hoogste € 0,8 per m2 (BVO) per jaar.
Figuur 5: Voorbeeld resultaten MilieuPrestatie berekening (MPG). De gevel met grote glasvlakken met triple glas bepaalt voor een groot deel de score.
4.3. GPR Gebouw 4.4 Duurzaam bouwen vraagt om inzicht in duurzaamheid en om effectieve communicatie met alle bouwpartijen. De heldere opzet van GPR Gebouw is hiervoor ideaal. GPR Gebouw beoordeelt duurzaamheid aan de hand van 5 thema’s (Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde). Al deze thema’s hebben invloed op elkaar. Via rapportcijfers is in een oogopslag te zien hoe uw gebouw, project of plan presteert. De impact van keuzes is direct zichtbaar in de score op het thema.
24-12-2021 ▪ M3E
10-22
Bouwbesluit
Figuur 6: De thema's en subthema's in GPR Gebouw 4.4
4.3.1.
Ambitieniveau GPR Gebouw 4.4
Voor Groot Overeem II is bepaald dat er een GPR berekening gemaakt dient te worden in versie 4.4. In de tabel hieronder is het ambitieniveau aangegeven: per thema is de minimumscore weergegeven. Er is gekozen voor GPR scores die haalbaar en betaalbaar zijn, maar wel een interessante score opleveren qua duurzaamheid, boven het wettelijk verplichte niveau. Tabel 1: Minimumeisen GPR scores Energie
Milieu
Gezondheid
Gebruikskwaliteit
Toekomstwaarde
7,5
7,5
7,5
7,5
7,5
De gemeente ziet graag dat u een energieneutraal of energieleverend bedrijfspand realiseert. In dit duurzaamheidskader worden de hiervoor benodigde zonnepanelen echter gezien als aanvullend op het niveau dat behaald moet worden middels GPR Gebouw. De bovenstaande scores dienen dus behaald te worden zonder de toepassing van ‘extra’ zonnepanelen. Dit houdt het volgende in: • •
Kantoor: enkel de hoeveelheid zonnepanelen die nodig is om te voldoen aan de BENG eisen dient meegeteld te worden in de GPR berekening Bedrijfsgebouw: hiervoor dient in de GPR berekening gerekend te worden zonder zonnepanelen
NB: het gebouw is met extra zonnepanelen wel ‘klaar voor de toekomst’. Punten in de GPR berekening die daar betrekking op hebben kunnen uiteraard wel toegekend worden indien aan de vereisten wordt voldaan.
24-12-2021 ▪ M3E
11-22
GPR scores in perspectief: • • • •
Niveau 1: GPR score van 6,0 Standaard volgens het bouwbesluit Niveau 2: GPR score van 7,0 Duurzaam, met een beperkt aantal maatregelen Niveau 3: GPR score van 8,0 Een duurzaam gebouw met extra maatregelen Niveau 4: GPR score van 8,5 Een zeer duurzaam integraal concept waarbij duurzaamheid het uitgangspunt is bij het ontwerp
4.3.2. •
• •
Hoe werkt het?
U dient tegelijk met uw omgevingsvergunning één (of meerdere) GPR Gebouw berekeningen in (bij een bedrijfspand met meerdere gebruiksfuncties heeft u per gebruiksfunctie een GPR berekening nodig indien nevenfunctie > 100 m2). NB: bij een combinatiegebouw dienen het gewogen gemiddelde van de scores per gebruiksfunctie te voldoen aan de eisen (gebruik hiervoor het rekenblad combinatiegebouwen) De GPR Gebouw berekening dient opgesteld of goedgekeurd te zijn door een GPR Gebouw Expert. Een overzicht van GPR Gebouw Experts vindt u hier. De gemeente Renswoude controleert of de ingediende berekeningen juist zijn ingevoerd.
4.4. Aandachtspunten GPR Gebouw Het is de ondernemer vrij om zelf invulling te geven aan hoe de scores per thema behaald worden. In de navolgende paragrafen is per thema uiteengezet welke aspecten een belangrijke bijdrage (kunnen) leveren aan een hoge score. In hoofdstuk 6 en de bijlagen is een voorbeeldberekening terug te vinden om een indruk te geven hoe hieraan invulling kan worden gegeven.
4.4.1. •
• •
De score op dit thema wordt grotendeels bepaald door de resultaten van de BENG-berekening; een significant betere score dan vereist voor het bouwbesluit resulteert in een hoge score op dit thema. Daaraan kunnen bijdragen: − LED verlichting met aanwezigheidsdetectie, geschakeld met veegpuls i.c.m. daglichtregeling − Hoog rendement WTW − Warmtepompen met hoge SCOP waarden − Het onderzoeken waard: kleine (verticale) windturbines zoals de ‘skybrator’ LED buitenverlichting Energiezuinige lift (of geen lift) met energielabel A
4.4.2. • • • •
• •
Energie
Milieu
Optimaliseer de Milieuprestatieberekening (MPG) door te kiezen voor materialen met een lage milieu impact Al het toegepaste hout FSC/PEFC gecertificeerd (waarbij ook de hoofdaannemer gecertificeerd is) Kies voor circulaire en/of hergebruikte materialen Waterbesparend sanitair: − Toiletten met spoelvolume max. 6 liter, met spoelonderbreker − Kranen met een doorstroomvolume van max. 9 liter/min. of sensorkranen − Waterbesparende douchekop van max. 6,9 liter/min. Hergebruik van regenwater voor doorspoelen toilet, bedrijfsprocessen en/of terrein (irrigatie) Hoog percentage van de kavel gebruiken voor groen/natuur met diversiteit aan beplanting
24-12-2021 ▪ M3E
12-22
• •
Groene daken/gevels Natuurvriendelijke voorzieningen: vogel/vleermuiskasten, bijen/insectenhotels, e.d.
4.4.3. • • • • • • • • • •
Ventilatiecapaciteit in verblijfsgebieden en verblijfsruimten is tenminste 1,5x zo groot als de minimumeisen uit het bouwbesluit CO2 regeling per verblijfsruimte geluidsabsorberend plafond (> 0,7 αw) Verlichting conform NEN 12464-1 − O.a. eisen verlichtingssterkte afhankelijk van type werkzaamheden Bouwmaterialen met een lage emissie van schadelijke stoffen (formaldehyde, oplosmiddelen in lijmen/kitten e.d.) Ruimteverwarming d.m.v. lage temperatuur (LT) afgiftesysteem Het thermisch comfort waarborgen door het opstellen van een TO (temperatuuroverschrijding) berekening, waarbij wordt voldaan aan hoge comforteisen Tochtwerende voorzieningen bij de ventilatietoevoer Zeer goede kierdichting (luchtdicht bouwen) Hoog niveau van daglicht in alle verblijfsruimten
4.4.4. • • • •
• • • •
• • • • •
Gebruikskwaliteit
Zorg voor een ruim opgezet ontwerp: brede verkeersruimten, voldoende opstelruimte voor deuren, liften, toiletten, e.d. Zorg voor een flexibele opzet van de hoofddraagconstructie met een kolom/balkstructuur met grote overspanningen en ruime verdiepingshoogte (bij voorkeur >3,2m) Meer fietsparkeerplaatsen (>20%) dan de gemeente voorschrijft Ontwerp dat sociale veiligheid bevordert (goed verlichte entree die zichtbaar is vanaf straat, glas in en rondom de entree, zicht op de openbare ruimte vanaf werkplekken, voldoende verlicht terrein, e.d.)
4.4.5. •
Gezondheid
Toekomstwaarde
Benutten van daken voor de opwekking van duurzame energie: voor de berekening van de (dak)constructie dient voor de dakbelasting rekening te worden gehouden met de (toekomstige) plaatsing van zonnepanelen. Een hoge score op thema Gezondheid en Toekomstwaarde draagt bij aan de score op dit thema Eenvoudig uitbreidbaar of afstootbaar Scheiding tussen drager en inbouw Zorg voor een flexibele opzet van de hoofddraagconstructie met een kolom/balkstructuur met grote overspanningen en ruime verdiepingshoogte zodat het gebouw eenvoudig anders ingedeeld kan worden of een andere gebruiksfunctie kan huisvesten Ontkoppeling, afvoer hemelwater naar oppervlaktewater (Lunterse Beek) en/of infiltratie op locatie Parkeren op halfverharding (grind, grastegels, houtsnippers, etc.) Het thermisch comfort waarborgen door het opstellen van een TO (temperatuuroverschrijding) berekening, waarbij wordt voldaan aan hoge comforteisen Voldoende beschaduwing op het perceel (bijv. bomen bij de parkeerplaatsen) Ter voorkoming van hittestress: gevel en dakbedekking zijn uitgevoerd met materialen met een hoge albedo-waarde; lichtgekleurde materialen (bijv. witte dakbedekking)
24-12-2021 ▪ M3E
13-22
Bedrijfspand met deels houten gevelbekleding voor kantoor en hal (Barten Groep te Houten)
Groene gevels hebben een verkoelende werking, vangen fijnstof af en vergroten de biodiversiteit
Rotorloze ‘windmolen’: de Vortex Bladeless
Witte dakbedekking zorgt voor een temperatuurdaling in het gebouw en de omgeving (urban heat island effect)
Combinatie van mos/sedumdak met zonnepanelen op dak
Halfverharding: waterdoorlatend parkeren door grind i.c.m. grindmatten zorgt voor infiltratie regenwater
24-12-2021 ▪ M3E
14-22
Halfverharding: waterdoorlatend parkeren door grastegels zorgt voor infiltratie regenwater. Het plaatsen van bomen biedt schaduw, heeft een verkoelend effect en verhoogt de biodiversiteit
Waterberging en infiltratie door infiltratiekratten onder terreinverharding/parkeerplaatsen
Een wadi op eigen terrein (bijv. bij de parkeerplaatsen) voor waterberging en infiltratie
Insecten/bijenhotel biedt onderdak voor nuttige insecten
Fietsenstalling met zonnepanelen
24-12-2021 ▪ M3E
15-22
5.
Stimuleringsregelingen voor duurzaam bouwen
In onderstaande paragrafen is de huidige stand van zaken (december 2021) weergegeven met betrekking tot landelijke en gemeentelijke stimuleringsregelingen voor duurzaam bouwen. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel en de regelingen worden hier dan ook regelmatig op aangepast. Het is dus mogelijk dat de regelingen gewijzigd zijn op het moment dat u uw pand gaat realiseren. Een (subsidie) een adviseur kan u begeleiden tijdens het ontwerpproces om uw project aan de eisen te laten voldoen.
5.1. Gemeentelijke stimuleringsregeling Op dit moment heeft de gemeente Renswoude geen stimuleringsregelingen op het gebied van duurzaamheid. Wel heeft de gemeente de intentie om duurzaamheid in brede zin te stimuleren. In dat kader zal het college op korte termijn de mogelijkheden naar een duurzaamheidssubsidie onderzoeken, en indien mogelijk uitwerken en ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad.
5.2. Landelijke stimuleringsregelingen Er bestaan landelijke regelingen die duurzaam en energiezuinig bouwen stimuleren maar niet door de gemeente uitgevoerd worden. De gemeente stelt zich niet aansprakelijk voor het verkrijgen van deze subsidie maar wijst u graag op de mogelijkheden. Voor de bedrijfskavels op Groot Overeem II zijn de volgende regelingen mogelijk interessant. De koper van een bedrijfskavel dient zelf een adviseur in de hand te nemen om te inventariseren of zij in aanmerking komt, aanvragen te doen en de subsidie te verkrijgen.
5.3. MIA/VAMIL De Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil) richt zich op het stimuleren van het doen van milieuvriendelijke investeringen. Denk hierbij o.a. aan een (zeer) duurzaam gebouw, een circulair gebouw of gevel, infiltratiesysteem (voor regenwater) of materialen met hoge percentages gerecyclede content.
5.3.1.
Subsidie met GPR Gebouw
De eisen voor MIA subsidie met GPR Gebouw liggen hoger dan de eisen van de gemeente. De drempel om te voldoen aan de subsidie eisen ligt op een GPR score van minimaal 8,0 op elk thema (zie 24-12-2021 ▪ M3E
16-22
rekenvoorbeeld). Haalt u een score van minimaal 8,5 op elk thema, dan verdubbelt het fiscaal voordeel. Rekenvoorbeeld GPR Gebouw 8,0 (op elk thema) Stel u realiseert een duurzaam bedrijfspand met een kantoor van 400m2 en een bedrijfshal van 1000m2 (met witte dakbedekking). Volgens de MIA regeling 2021 komt er dan maximaal in aanmerking voor de investeringsaftrek: • •
Kantoor: 400 x € 1200,- = € 480.000,Bedrijfshal: 1000 x € 600,- = € 600.000,-
In totaal kunt u dan 13,5% van 1.080.000,- opvoeren als aftrekpost: € 145.800,Het fiscaal voordeel bedraagt dan € 36.450,Let op! Naast de minimale GPR scores zijn er meer belangrijke voorwaarden zoals onder anderen: • De GPR berekening dient opgesteld te worden door een GPR Gebouw Expert, en binnen 3 maanden na opdrachtverstrekking te zijn goedgekeurd door een GPR Gebouw Assessor • Al het toegepaste hout dient FSC/PEFC gecertificeerd te zijn en de hoofdaannemer dient FSC/PEFC gecertificeerd te zijn Daarnaast zijn er per jaar kleine wijzigingen in de eisen; een adviseur kan u begeleiden tijdens het ontwerpproces om uw project aan de eisen te laten voldoen.
5.4. EIA De Energie-investeringsaftrek (EIA) richt zich op het stimuleren van CO2-reductie, energiezuinige technieken en duurzame energie. Van de investering in duurzame bedrijfsmiddelen kunt u 45,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Het netto voordeel bedraagt dan ca. 11% (bij een VPB van 25%). Denk hierbij o.a. aan luchtbehandelingskasten met een hoog rendement of warmtepompen met een hoge SCOP waarde.
5.5. ISDE U kunt met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor zakelijke gebruikers uw gebouw verduurzamen. Dat kan met een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler. De ISDE subsidie is in 2021 beschikbaar voor investeringen die vermeld staan op de officiële apparatenlijsten. De exacte subsidiebijdrage (cash uitgekeerd) is afhankelijk van uw installatiekeuze. Voor bedrijven is tot en met 31 december 2023 subsidie beschikbaar voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen.
5.6. SDE++ Als u van plan bent om het dak van uw bedrijfspand zelf te voorzien van zonnepanelen, komt u mogelijk in aanmerking voor de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). De SDE++ is een exploitatiesubsidie. Dat wil zeggen dat u subsidie kunt ontvangen tijdens de exploitatieperiode van uw project. De SDE++ vergoedt het verschil tussen de kostprijs van de duurzame energie of de te verminderen CO₂-uitstoot en de (mogelijke) opbrengsten. Dit wordt de onrendabele top genoemd. De subsidie wordt toegekend over een periode van 12 of 15 jaar. Hoeveel jaren u subsidie krijgt, is afhankelijk van de technologie die u gebruikt. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toegepaste technologie en de CO₂-reductie die u daarmee uiteindelijk realiseert. 24-12-2021 ▪ M3E
17-22
De categorie 'Zon-PV' is alleen voor installaties die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet via een grootverbruikersaansluiting. Dit is een aansluiting op het elektriciteitsnet met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3 x 80 A.
24-12-2021 ▪ M3E
18-22
6.
Voorbeeldberekening
Om ondernemers die zich willen vestigen op bedrijventerrein Groot Overeem II een idee te geven wat een GPR Gebouw berekening inhoudt, zijn er voorbeeldberekeningen gemaakt. Als (fictieve) voorbeeld is een bedrijfspand aangehouden met een kantoor van 500m2 en een bedrijfshal van 1500m2. Deze berekeningen zijn opgenomen in bijlage 1 & 2. Voor de bepaling van de score voor het hele gebouw, dient een gewogen gemiddelde van de scores van beide berekeningen te worden bepaald. Dat wordt berekend aan de hand van het rekenblad combinatiegebouwen dat te vinden is in bijlage 3. De afbeelding hieronder betreft een screenshot van het rekenblad dat bij de voorbeeldberekeningen hoort.
Figuur 7: Rekenblad combinatiegebouwen
Het is belangrijk op te merken dat GPR Gebouw versie 4.4 is nog in ontwikkeling is. Het is dus mogelijk dat de definitieve versie iets afwijkt ten opzichte van de voorbeeldberekeningen.
24-12-2021 ▪ M3E
19-22
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
24-12-2021 ▪ M3E
Voorbeeld GPR berekening Kantoor Voorbeeld GPR berekening Bedrijfshal Rekenblad combinatiegebouwen
20-22