Raadsvoorstel wijzigen bestemming Biesbosserweg 19
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 523372/545786 Behandeld door: M. Wentzel Datum: 23-11-2021
Onderwerp: Verzoek wijzigen bestemming Biesbosserweg 19 (agrarisch naar maatschappelijk)
Geachte raad, Samenvatting: Het definitief vaststellen van het bestemmingsplan Biesbosserweg 19 en de zienswijze ongegrond verklaren. Inleiding Op 30 maart 2021 heeft het college van B&W ingestemd om het ontwerpbestemmingsplan voor te leggen aan de raad. Op 20 april 2021 heeft de raadscommissie besloten om het ontwerpbestemmingsplan te publiceren mits er geen nadelige gevolgen voor ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven zouden zijn. Op 4 mei 2021 is de nadere onderbouwing van de omgevingsdienst voorgelegd aan het college van B&W en zij hebben besloten om het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen. Het ontwerpbestemming heeft vanaf 14 juli 2021 zes weken ter visie gelegen. Op 18 augustus 2021 zijn er twee zienswijzen ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan. De zienswijzen In de zienswijze wordt het volgende aangegeven: 1. Dat de functiewijziging van agrarische doeleinden naar maatschappelijke doeleinden en camping in strijd zou zijn met het beleid van de Gedeputeerde Staten en in strijd met het Reconstructieplan Gelderse Vallei/ Utrecht-Oost. Omdat het landbouw ontwikkelingsgebied primair is bedoeld voor agrarische functies; 2. Een bestemmingsplanwijziging heeft voor de omgeving gevolgen op allerlei gebieden. Het kan zeer grote negatieve invloed hebben, die deels van tevoren zijn te overzien en deels niet vooraf te bepalen zijn. 3.
Zij vragen om handhavend op te treden, zodat er een einde komt aan de huidige niet gewenste situatie bij Biesbosserweg 19 omdat het aantal campingplaatsen te veel zijn en dat er permanent wordt gewoond. 4. De gemeente heeft namelijk niet willen meewerken aan het legaliseren van de nevenfunctie op de Dashorsterweg 4, zodat het betreffende bedrijf haar bouwtak heeft moeten verplaatsen. Dit viel nog onder nevenactiviteiten, maar zelfs dat heeft de gemeente gemeend te moeten afwijzen. Hoe kan de gemeente uitleggen dat zij nu wel voornemens is om medewerking te verlenen aan een bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar maatschappelijk, waarbij de gehele agrarische bestemming eraf gaat en zij een nieuwe bestemming, te weten maatschappelijk, wil toekennen? In het kader van de Wet op Gelijke Behandeling zal de gemeente met dezelfde maat moeten meten: dus dezelfde regels moeten worden gehanteerd in het gehele gebied 5. Negatieve precedentwerking in het landbouw ontwikkelingsgebied als de zorgboerderij wordt toegestaan.
Pagina 1 van 5
6. Dat door deze bestemmingsplanwijziging de omliggende agrarische bedrijven in de uitbreidingsmogelijkheden worden geschaad. (in aantal dieren dan wel het uitbreiden van agrarische bebouwing) 7. Er worden vraagtekens gezet bij de economische haalbaarheid voor het opzetten van een zorgboerderij; 8. Er wordt gevraagd of de gemeente garantie kan geven en garant staan dat de omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering wordt geschaad of beperkt 9. Dat de natuurbestemming in het ontwerpbestemmingsplan nadelige gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven. Beoogd effect Het geven van een passende bestemming van de vergunde activiteiten op dit perceel en het omvormen van de Bed&Breakfastkamers naar zorgwoningen, waarbij de vergaderaccommodatie en caravanopslag verdwijnen en het aantal niet-permanente standplaatsen voor de minicamping wordt vergroot van 25 naar 30. Als compensatie dienen er duurzame maatregelen te worden getroffen. Daarnaast krijgt een groot stuk terrein de natuurbestemming en er wordt voorzien in de behoefte aan een woonzorgeenheden. Het weerleggen van de zienswijze en antwoorden geven op de zienswijze. In de onderstaande antwoorden wordt argumentatie aangereikt om de zienswijze te weerleggen. Vervolgens het definitieve bestemmingsplan vast te laten stellen door de gemeenteraad.
Antwoord op de zienswijze met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden omliggende agrariërs en hoe sluit de ontwikkeling aan op het beleid. In de zienswijze van de omliggende agrariërs wordt voornamelijk ingestoken op het aspect dat het hier gaat om LOG en dat het reconstructieplan uit 2005 en het daarop aansluitende bestemmingsplan buitengebied het primaat legt bij de landbouw. In onze Omgevingsvisie 2018-2030 is echter het volgende opgenomen: Daarnaast is een deel van het buitengebied aangewezen als Landbouwontwikkelingsgebied (LOG), hier stappen wij vanaf. Wij willen clustering van agrarische bedrijven namelijk voorkomen en agrariërs elders in ons buitengebied ook de kans geven om zich te ontwikkelen, maar ook de belemmeringen voor functieverandering of de ontwikkeling van nevenactiviteiten wegnemen. Een logisch gevolg van deze keuze is dat we mogelijkheden hiertoe in een later stadium willen onderzoeken om vervolgens de gemaakte keuzes en eventuele voorwaarden vast te leggen in het nieuwe Omgevingsplan. Uiteraard blijven uitbreidingsplannen onder meer getoetst worden aan het provinciale beleid. Concluderend kan gesteld worden dat het Reconstructieplan niet meer vigerend is door het vervallen van de Reconstructiewet. In ons bestemmingsplan buitengebied is de daaruit voortvloeiende zonering echter nog wel opgenomen.
Dit hoeft echter geen belemmering te zijn voor niet-agrarische ontwikkelingen in het buitengebied. Uiteindelijk geeft de Omgevingsvisie de uitgangspunten voor een toekomstig Omgevingsplan. Dit is ook precies de reden dat de nu voorgestelde wijziging door middel van een bestemmingsplanprocedure moet lopen, omdat hiervoor binnenplans geen mogelijkheden bestaan. Uiteindelijk moet wel aan de huidige voorwaarden uit het bestemmingsplan buitengebied worden voldaan, onder andere dat wijziging niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. De vraag die nu voorligt is dus om te beoordelen of de aantasting onevenredig is.
Pagina 2 van 5
Provinciaal beleid Ambtelijk contact met de provincie leert dat ook binnen het huidige provinciale beleid mogelijkheden gecreëerd zijn om kleinschalige woonzorgvoorzieningen te ontwikkelen. In het commissievoorstel is aangegeven waarom een sloopeis niet gesteld wordt, namelijk omdat dit een reeds bestaande stedelijke functie in het buitengebied betreft. De bestaande bed&breakfasteenheden worden namelijk omgevormd naar zorgeenheden. Artikel 9.9 Instructieregel functiewijzing (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen) 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij: i.
het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening, of ii. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; iii. het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; iv. het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; v. er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of vi. de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; c. te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 2.
De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
Pagina 3 van 5
Het toekomstige gebruik heeft geen gevolgen voor omliggende agrarische bedrijven De omgevingsdienst Regio Utrecht heeft nader onderzocht of de bestemmingsplanwijziging nadelige gevolgen heeft omliggende agrarische bedrijven. Zij adviseren ons het volgende: Omliggende veehouderijen worden vanwege het aspect geur niet belemmerd door de nieuwe dagbesteding. Inhoudelijke onderbouwing De onderbouwing per veehouderij: - Voor de veehouderij op Biesbosserweg 18 is de geurbelasting 4,4 ou/m3 op zowel de bestaande woningen als het nieuwe geurgevoelig object (zie de berekening in bijlage 1). De veehouderij heeft nog de mogelijkheid voor een hogere geurbelasting tot de norm van 17 ou/m3. De veehouderij wordt niet extra belemmerd door de nieuwe dagbesteding en de woonbestemming. - Voor de veehouderij op Biesbosserweg 17 en op Oude Holleweg 53 geldt voor geur alleen een minimumafstand. Aan deze afstand wordt ruim voldaan, zodat de nieuwe dagbesteding en de woonbestemming geen beperkingen geeft. - Voor de veehouderij op Biesbosserweg 20 is de geurbelasting op Biesbosserweg 21 hoger dan bij de nieuwe dagbesteding. Dit betekent dat de nieuwe dagbesteding en de woonbestemming niet bepalend is voor de mogelijkheden voor uitbreiding (zie de berekening in bijlage 2). - Voor de overige verder weg gelegen veehouderijen geldt dat er bestaande dichterbij gelegen woningen zijn.
Deze woningen zijn bepalend voor de mogelijkheden voor uitbreiding en niet de nieuwe dagbesteding en de woonbestemming. Antwoord op het verzoek om handhaving De brief die we hebben ontvangen van een belanghebbende hebben we geïnterpreteerd als een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan. Aan hem is gevraagd of deze interpretatie correct is. Los van de nu lopende bestemmingsplanwijziging is er wel nader bekeken of er daadwerkelijk gehandhaafd moet worden tegen de camping en de zorgboerderij. De huidige situatie (een camping zonder een agrarisch bedrijf) bestaat al meerdere jaren. De camping wordt gemaximaliseerd in het nieuwe bestemmingsplan en heeft geen nadelige invloed op de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven. Door de omgevingsdienst is nader onderzocht wat de impact is van de maatschappelijke bestemming (zorgboerderij) op de omliggende agrarische bedrijven. Zij adviseren het volgende: Omliggende veehouderijen worden vanwege het aspect geur niet belemmerd door de nieuwe dagbesteding. Hieruit komt naar voren dat de zorgboerderij geen beperkingen geeft. Om deze reden is er geen noodzaak om handhavend op te treden maar het huidige gebruik te legaliseren in het nieuwe bestemmingsplan. Antwoord op gelijkheidsbeginsel Bij de Dashorsterweg 4 is een volwaardig bouwbedrijf vastgesteld en dat is in strijd met de bestemmingsplan voorschriften.
Bij deze situatie kan men niet spreken over een nevenactiviteit omdat het bouwbedrijf ingeschreven is op de Dashorsterweg 4 en dat activiteiten zijn vastgesteld die bevestigen dat het bouwbedrijf is gevestigd op de Dashorsterweg 4. De strijdigheid ten opzicht van het bestemmingsplan is van een andere orde dan bij de Biesbosserweg 19, waarbij een nevenactiviteit wordt omgezet tot een hoofdactiviteit met een zorgboerderij. Het bouwbedrijf betreft een zelfstandig bedrijf. Daarnaast is een bouwbedrijf ook niet aan te merken als een nevenactiviteit.
Pagina 4 van 5
Antwoord op negatieve precedentwerking Naar verwachting zullen in de toekomst meerdere agrarische bedrijven stoppen. Dan is het denkbaar dat kleinschalige maatschappelijke bestemmingen in het buitengebied ontstaan. Zonder dat grote impact heeft op de omgeving. Elke nieuwe situatie moet zorgvuldig beoordeeld worden. Daarbij moet steeds afgewogen worden of een bepaalde functie op een bepaalde locatie wenselijk is. Aspecten die daarbij komen kijken zijn bereikbaarheid (verkeersaantrekkende werking), landschap, maar ook een analyse van de omgeving (omliggende agrarische bedrijven). Antwoord op de economische haalbaarheid Gelet op het feit dat de huidige situatie in een behoefte voorziet en het bedrijfsplan geen aanleiding geeft om te twijfelen aan de haalbaarheid van dit bedrijf, achten wij het plan uitvoerbaar. Antwoord m.b.t. natuurbestemming Alleen natuurgebieden die zijn aangeduid als natura 2000 zijn door de werking van de Wet natuurbescherming van invloed op agrarische bedrijven. Echter is dat hier niet van toepassing, omdat alleen de bestemming natuur is opgenomen. Antwoord m.b.t. garantieverklaring De gemeente Renswoude probeert zo goed mogelijk de belangen van de agrarische bedrijven te waarborgen. Echter kan door onvoorziene omstandigheden een situatie ontstaan die nadelige effect heeft op de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven.
Om deze reden kan en zal de gemeente geen garantieverklaring afgeven. Raadscommissie 14 december 2021 Onlangs is een fout in de bestemmingsplanvoorschriften ontdekt en met dit voorstel willen we deze fout herstellen. De fout is dat er geen bouw- en goothoogte voor bijgebouwen in de voorschriften staan. Maar in het ontwerpbestemmingsplan werd verwezen naar de aanduidingen op de verbeelding. Echter op de verbeelding stond geen aanduiding. De oplossing is in de regels van het bestemmingsplan de bouw en goothoogte voor bijgebouwen op te nemen. De tekst komt daarmee als volgt te luiden: c. de maximale goothoogte van de bijgebouwen bedraagt 6 meter en de maximale bouwhoogte 10 meter; Alles overwegende is voorliggend bestemmingsplan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en voorziet het plan in een passende functie voor dit perceel. Een kleinschalige woonzorgvoorziening in het buitengebied voorziet naar onze mening in een behoefte en is een goede aanvulling op de bestaande zorgvoorzieningen binnen de gemeente. De zienswijzen zijn zorgvuldig beantwoord en weerlegt. Daarom stellen wij voor om de zienswijze ongegrond te verklaren en het bestemmingsplan definitief vast te stellen. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
Bijlage(n):
Pagina 5 van 5
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
12