Raadsvoorstel Vaststelling Visie Landelijk Gebied
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 595711/623867 Behandeld door: M.H.T. Jansen Datum: 19 mei 2026
Onderwerp: Vaststelling visie landelijk gebied.
Geachte raad, Samenvatting: In september 2024 heeft uw raad het Afwegingskader regionaal functieveranderingsbeleid vastgesteld, evenals alle gemeenten binnen de regio Foodvalley en een aantal gemeenten in de regio Amersfoort. In dat afwegingskader is opgeroepen om desgewenst een nadere gemeentelijke uitwerking vast te stellen, een visie op het landelijk gebied. Dit hebben wij gezamenlijk met de gemeenten Leusden en Woudenberg opgepakt. Bureau Nieuwe Gracht heeft opdracht gekregen om ons daarin te begeleiden, zowel bij het opstellen van de visie zelf als bij de participatie met betrokkenen en stakeholders in het landelijk gebied van de drie gemeenten. Het ontwerp van de visie heeft ter visie gelegen en daarop zijn diverse inspraakreacties ontvangen. Deze reacties zijn in bijgaande inspraaknota voorzien van een conceptbeantwoording. Voorgesteld wordt de nadere gemeentelijke uitwerking op het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 vast te stellen. Inleiding Op 17 september 2024 heeft de gemeenteraad het ”Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio’s Foodvalley en Amersfoort” vastgesteld. Het functieveranderingsbeleid (waarin het instrument “sloopmetersystematiek” centraal staat) heeft als doel om de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied te behouden en waar mogelijk te verbeteren.
In dat regionale afwegingskader is aan de individuele gemeenten gevraagd zelf een nadere uitwerking op een aantal thema’s in het landelijk gebied op te stellen en vast te stellen. De gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg hebben de handen ineen geslagen en hebben Bureau Nieuwe Gracht opdracht gegeven om een nadere uitwerking voor de drie gemeenten op te stellen. Het ontwerp daarvan heeft ter inzage gelegen en er zijn een aantal inspraakreacties binnen gekomen. Voorgesteld wordt om naar aanleiding daarvan het document in de drie gemeenten op dezelfde wijze beperkt aan te passen en gewijzigd vast te stellen. Beoogd resultaat Met de nadere invulling wordt voor zowel initiatiefnemers als plantoetsers meer duidelijkheid gecreëerd over welke activiteiten in welke deelgebieden binnen het landelijk gebied toegestaan worden en in welke omvang.
Pagina 1 van 5
Kaders Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 regio’s Foodvalley en Amersfoort Omgevingswet Bestemmingsplan buitengebied 2010 en herziening 2013 (tijdelijk omgevingsplan) Handreiking VAB-visie provincie Utrecht Argumenten Gezamenlijke opdracht nadere uitwerking functieveranderingsbeleid De gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg hebben in de vigerende bestemmingsplannen buitengebied (tegenwoordig tijdelijke omgevingsplannen) al meer dan 10 jaar functieveranderingsbeleid staan. Daarin zijn mogelijkheden opgenomen voor nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven en voor functieverandering bij bedrijfsbeëindiging. Deze regeling is gebaseerd op de inzichten en economie van de periode van de Reconstructiewet, rond 2008. Inmiddels is de Reconstructiewet ingetrokken. Het landelijk gebied verandert snel door veranderende regelgeving en door maatschappelijke ontwikkelingen. Het aantal stoppende agrariërs is de afgelopen decennia al groot en deze ontwikkeling blijft zich naar verwachting voortzetten. Daarnaast is de behoefte van de agrarische bedrijven aan stabiele neveninkomsten groter dan destijds. In regionaal verband (regio’s Amersfoort en Foodvalley) is de afgelopen jaren een project doorlopen om het functieveranderingsbeleid op elkaar af te stemmen en vooral een instrument te hebben om gezamenlijk te streven naar ruimtelijke kwaliteit in onze buitengebieden.
De gemeentegrenzen zijn immers in het landschap niet zichtbaar. Daartoe is het Afwegingskader functieveranderingsbeleid opgesteld, dat door de gemeenteraad van Renswoude in september 2024 is vastgesteld. Daarmee is een systematiek vastgesteld om met vrijkomende sloopmeters om te gaan en deze gemeentegrensoverschrijdend in te kunnen zetten. Dit afwegingskader geeft een uitnodiging aan individuele gemeenten om op bepaalde thema’s in het landelijk gebied en op gebiedsniveau nog nadere keuzes te maken. De drie gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg hebben, onder meer vanwege vergelijkbare vigerende regels binnen de provincie Utrecht en vergelijkbare landschappen besloten om gezamenlijk een nadere uitwerking op te laten stellen. Bureau Nieuwe Gracht heeft dit voor ons gedaan en het ontwerp van deze nadere uitwerking heeft ter inzage gelegen voor inspraak. Inhoudelijke keuzes Het in 2024 vastgestelde afwegingskader bevat een instrumentarium hoe om te gaan met berekening, uitwisseling en registratie van sloopmeters van vrijkomende bedrijfsbebouwing. In dat afwegingskader zijn echter geen keuzes gemaakt waar bepaalde activiteiten wel en waar juist niet wenselijk zijn. Ook zijn nog geen keuzes gemaakt over de mate waarin sloopmeters op een bepaalde locatie kunnen landen en waarvoor deze ingezet kunnen worden, op een wijze die past bij het deelgebied en de locatie.
Ook is voor sommige thema’s niet duidelijk welke omvang bepaalde activiteiten mogen hebben, omdat dit verschillend kan zijn per gemeente en per provincie. Met de voorliggende nadere uitwerking worden deze keuzes nu wel gemaakt en wordt duidelijkheid geboden. Het beleid is echter niet uitputtend; bij specifieke initiatieven blijft een locatiespecifieke toetsing en afweging noodzakelijk. De nadere uitwerking onderscheidt verschillende gebieden per gemeente aan de hand van een aantal gebiedskenmerken. Zo is voor Renswoude en Woudenberg in het geldende bestemmingsplan kenmerkend het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) met nog steeds een grote concentratie met grote gebouwgebonden veehouderijen. Maar er liggen in Renswoude ook diverse gebouwgebonden bedrijven buiten dat gebied en ook andersom geldt dat in het LOG veranderingen hebben plaatsgevonden. De aanduiding LOG, ooit gebaseerd op uitgangspunten en berekeningen onder het reconstructieplan, sluit niet meer aan bij de huidige inzichten. In dit document is het LOG dan ook onderdeel van een breder gebied met de aanduiding agrarisch gebied, hetgeen wij zien als het agrarische productiegebied. Vanouds zijn er ook gebieden met zichtbare landschappelijke en natuurwaarden, wat deels is bepaald door wetgeving, maar nog veel meer door de landschappelijke inrichting (houtwallen, bomen langs smalle wegen, etc).
Dit deel van ons buitengebied noemen we agrarisch gebied met waarden. De begrenzing van de gebieden met waarden komt overeen met de aanduiding in het tijdelijk omgevingsplan. Het overige gebied kan worden gezien als multifunctioneel, omdat er naast agrarische bedrijven ook
Pagina 2 van 5
woningen en andere bedrijven aanwezig zijn. Die gebieden noemen we daarom multifunctionele agrarische gebieden. Er is bewust gekozen voor een globale indeling, omdat altijd een beknopte locatietoets nodig is om de feitelijke omgeving van een bouwperceel te bepalen en ook omdat de omgeving in de loop der jaren veranderd kan zijn. Daarbij geldt dat een gebied dat nu nog echt een agrarisch productiegebied is en derhalve nu onder de indeling agrarisch gebied valt, over 10 jaar door bijvoorbeeld veel stoppers, feitelijk een multifunctioneel agrarisch gebied kan worden. In alle drie de deelgebieden is de landbouw een belangrijke drager van landschap en economie. Maar bij het stoppen van een bedrijf (iets waar wij als gemeente geen sturing op hebben) kan afhankelijk van de ligging van een bouwperceel uit een rij van keuzes worden bezien, welke nieuwe invulling van het bouwperceel het beste past in een deelgebied, om zo de structuur van het deelgebied passend te houden. De nadere uitwerking bevat de volgende functies die in het landelijk gebied voorkomen: Wonen Werken Maatschappelijk Recreatie Per functie worden voorbeelden van activiteiten genoemd en in de tabellen wordt per deelgebied een maximale maatvoering voorgesteld, waarbij ook nog een onderscheid wordt gemaakt in hoofdfunctie of nevenfunctie.
Tot slot worden in sommige gevallen ruimere mogelijkheden voorgesteld waar het gaat om ligging aan ontsluitingswegen of in een kernrandzone. De tabel gaat uit van de inzet van sloopmeters zoals opgenomen in het regionale afwegingskader, tenzij in de tabel een andere inzet benoemd is. In de basis is het uitgangspunt dat het gebied met waarden landschappelijk minder grootschalig is en dat nieuwe functies met een grotere impact daar niet passen. In het multifunctionele gebied zijn functies met een effect dat vergelijkbaar is met de landbouw (gebouwen, gebruik van wegen ect) passend. In agrarisch (productie) gebied worden meer dan onder het LOG, nevenfuncties en functieverandering toegestaan, maar wordt de terughoudendheid met betrekking tot nieuwe verblijfsfuncties (woningen, verblijfsrecreatie, zorg met overnachting) in stand gehouden. Omdat deze functies, meer dan andere functies, een gevoelsmatige belemmering kunnen vormen voor de landbouw in de omgeving en gevoeliger zijn voor de effecten (stof/geur etc.) vanuit de landbouw. Per saldo ontstaan er meer mogelijkheden voor blijvende boeren om een aanvullend verdienmodel (en daarmee meer stabiliteit in het bedrijf) toe te voegen. Tevens wordt de mogelijkheid om te kiezen voor een economische functie (zowel als nevenfunctie maar zeker ook als nieuwe hoofdactiviteit) vergroot.
Dit voorkomt de vrijwel automatische keuze voor de bouw van woningen bij het beëindigen van een agrarisch bedrijf en biedt daarentegen mogelijkheden om te verbreden naar nieuwe economische dragers. Het laatste was een nadrukkelijke wens in de participatie-avonden vanuit bewoners en gebruikers van het buitengebied. Voor de functies en vierkante meters per functie is zoveel als mogelijk aangesloten bij hetgeen in het verleden, in het bestemmingsplan Buitengebied, onder de wijzigingsbevoegdheid opgenomen was. Voor alle gebieden geldt dat nieuwe functies landschappelijk ingepast moeten worden en op voldoende afstand moeten liggen van de aanwezige agrarisch bedrijven. Inspraak Het ontwerp ‘gemeentelijke uitwerkingen van het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024’ heeft van 10 december 2025 tot en met 1 februari 2026 ter visie gelegen in het kader van de inspraakverordening. Gedurende de inspraakperiode zijn er in Renswoude drie inspraakreacties ontvangen, die alle binnen de termijn zijn ontvangen en dus ontvankelijk zijn. Twee inspraakreacties zijn uitsluitend in Renswoude ingediend, de andere gelijkluidend in Leusden en Woudenberg. Daarnaast is bij alle drie de gemeenten een reactie ontvangen van de provincie Utrecht en van de gemeente Scherpenzeel namens het coördinatie-overleg VAB Foodvalley. De gemeenten
Pagina 3 van 5
Leusden, Renswoude en Woudenberg hebben besloten één gezamenlijke inspraaknota te maken, zie bijlage. Naar aanleiding van de conclusies uit de Nota van Inspraak stellen wij voor om de “gemeentelijke uitwerkingen van het regionale afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024” gewijzigd vast te stellen. Status Zoals aangegeven is deze nadere uitwerking een vervolg op het reeds vastgestelde Afwegingskader Functieveranderingsbeleid uit september 2024. Qua status zien wij deze nadere uitwerking dan ook als een bijlage bij het eerder vastgestelde afwegingskader en niet als een zelfstandig document. Het zal meegenomen worden bij de opstelling van een nieuw Omgevingsplan voor het onderdeel buitengebied. Op dat moment zal het ook formeel onderdeel worden van de regels, maar het dient vanaf vaststelling en bekendmaking mede als toetsingskader. Kanttekeningen en risico’s De nadere uitwerking is, zoals hiervoor reeds gesteld, niet limitatief. Er kunnen functies en activiteiten voorkomen die nu niet voorzien zijn. Ook kan het zijn dat toch mogelijkheden geboden worden voor de ontwikkeling van een functie op een bepaalde locatie vanwege combinatie van meerdere opgaven of waar dit wenselijk is om een probleem elders op te lossen.
Doel van het functieveranderingsbeleid is het bieden van mogelijkheden om verpaupering en daarmee het risico op ondermijnende activiteiten in leegstaande gebouwen/stallen te voorkomen. Dit neemt niet weg dat hergebruik van gebouwen of nieuwe gebouwen in het buitengebied een risico kunnen vormen voor de persoonlijke levenssfeer van de bewoners, wanneer hier ondermijnende activiteiten uitgevoerd gaan worden. Maatschappelijke draagvlak Het beleid heeft tot doel om de beleidskaders aan te passen aan de ontwikkelingen die gaande zijn door de transitie van het landelijk gebied en een nieuw kader te bieden voor de toekomst van het buitengebied. In de ontwerp-uitwerking is ingegaan op het proces van totstandkoming van dit document. Alle agrarische adressen in het buitengebied hebben een uitnodiging gehad voor een startbijeenkomst in maart 2025, met het verzoek deze te delen met hun niet-agrarische buren. Tijdens de gezamenlijke startbijeenkomst in Woudenberg (met ongeveer 200 aanwezigen uit de drie gemeenten) heeft een aantal mensen zich aangemeld voor twee vervolgbijeenkomsten. Het document is tot stand gekomen met behulp van een brede groep van kenners en gebruikers van het buitengebied (inwoners, agrariërs, overige bedrijven, landgoederen en waterschap).
Op 8 december 2025 heeft een tweede bijeenkomst plaatsgevonden in gebouw Rehoboth (met ongeveer 30 belangstellenden uit Renswoude), voorafgaand aan de inspraakperiode. De reacties op die avond en het beperkte aantal inspraakreacties maakt zichtbaar dat hetgeen opgehaald is ook herkend wordt in de nieuwe regels. Communicatie Na vaststelling door de gemeenteraad op 16 juni 2026 zal overgegaan worden tot bekendmaking van de aanvullende beleidsregels. Dit gebeurt op de gebruikelijke wijze via mijn overheid en in de Heraut. Financiën De nadere uitwerking is mede tot stand gekomen met subsidie van de provincie Utrecht. Voor het overige is gebruik gemaakt van de door uw raad beschikbaar gestelde budgetten voor landelijk gebied en herziening omgevingsplan. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
Pagina 4 van 5
de secretaris, E.J. Jansonius
de wnd. burgemeester, A.M.A. Pennarts-Pouw
Bijlage(n): - Concept-raadsbesluit - Gemeentelijke uitwerking functieverandering en nevenactiviteiten in het (agrarisch) buitengebied, versie april 2026 - Inspraakreacties geanonimiseerd - Concept-nota van beantwoording inspraakreacties
Pagina 5 van 5