Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan Kooiweg 18
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 603103/621345 Behandeld door: M.H.T. Jansen Datum: 31 maart 2026
Onderwerp: Vaststelling TAM-omgevingsplan Kooiweg 18
Geachte raad, Samenvatting: De eigenaar van het perceel Kooiweg 18 te Renswoude heeft zich aangemeld voor de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV+). In ruil voor beëindiging van deze intensieve veehouderij, sloop van alle dierenverblijven en intrekking van de milieuvergunning wil initiatiefnemer op deze locatie een kleinschalig transportbedrijf met maximaal twee vrachtwagens vestigen. Daartoe is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk om de agrarische bestemming om te zetten naar een niet-agrarische bedrijfsbestemming. Het ontwerp-wijzigingsplan heeft gedurende zes weken ter visie gelegen. Hierop zijn geen zienswijzen ingediend, zodat het plan ongewijzigd ter vaststelling wordt aangeboden. Voorgesteld wordt over te gaan tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan Kooiweg 18. Inleiding Op het perceel Kooiweg 18 bevindt zich een intensieve veehouderij met vergunning voor vleesvarkens en vleeskalveren. De eigenaar van dit bedrijf neemt deel aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV+). Daartoe heeft hij reeds een positieve beschikking van het ministerie van LNV ontvangen. Aanvullend wil de eigenaar gebruik maken van mogelijkheden om de sloopmeters in te zetten voor de vestiging van een éénmans transportbedrijf.
Beleidskaders Tijdelijk Omgevingsplan gemeente Renswoude (Bestemmingsplan buitengebied 2010/2013) LBV+ Afwegingskader regionaal functieveranderingsbeleid regio’s Foodvalley en Amersfoort Omgevingsverordening provincie Utrecht Inpassingsplan Grebbelinielandschap Beoogd effect Functieverandering leidt ertoe dat de agrarische bestemming wordt gewijzigd in een bedrijfsbestemming met bedrijfswoning en niet-agrarische bedrijfsbebouwing. Door beëindiging van deze intensieve veehouderij in het kader van de LBV+ neemt de uitstoot van stikstof op kwetsbare natuur af. Het initiatief en de beoordeling daarvan
Pagina 1 van 7
Het initiatief betreft de sloop van 2.161 m2 aan agrarische bebouwing (dierenverblijven). Een kaploods van 127 m2 blijft behouden. Voor de sloop en de inlevering van de milieurechten (stikstof en ammoniak) krijgt initiatiefnemer een subsidie op grond van de LBV+. Consequentie van de deelname aan de LBV+ is dat op deze locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden mogen worden en dat de eigenaar een beroepsverbod voor het houden van varkens opgelegd krijgt.
Figuur 1 Luchtfoto Kooiweg 18
Figuur 2 Omgevingsplan Kooiweg 18
Bovenop deze beëindigingsregeling bestaat de mogelijkheid om in het kader van functieverandering een ruimtelijk plan in te dienen voor een ander gebruik. Initiatiefnemer wil in ruil voor de sloop van de dierenverblijven een éénmans transportbedrijf vestigen op deze locatie. Daartoe wil hij een bedrijfshal toevoegen van 864 m2. De agrarische bestemming (met een bouwperceel van bijna 6.000 m2) wordt daarmee omgezet naar een bedrijfsbestemming met een bouwperceel van ongeveer 3.000 m2. De overige nu bebouwde gronden krijgen weer de agrarische bestemming zonder bouwperceel.
Pagina 2 van 7
Figuur 3 Toekomstige situatie Omgevingsplan
Afwegingskader functieveranderingsbeleid Het eerste contact over toepassing van de ruimte voor ruimteregeling dateert van januari 2024. Toen hebben wij vanuit RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) bericht ontvangen over deelname van het bedrijf aan de Kooiweg 18 aan de LBV+. Op dat moment is de eigenaar ook gestart met de planontwikkeling en was bij ons bekend dat gedacht werd aan de omzetting van het agrarisch bedrijf naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie. Het afwegingskader functieveranderingsbeleid is in september 2024 vastgesteld en bevat overgangsrecht op basis waarvan plannen mogelijk zonder toepassing van het afwegingskader kunnen worden behandeld. In dit geval was vóór de vaststelling van het afwegingskader al sprake van concrete planvorming. Wij zijn dan ook tot het oordeel gekomen dat in dit geval redenen aanwezig zijn voor toepassing van het overgangsrecht uit het afwegingskader. Bestemmingsplan buitengebied 2013/2013 (tijdelijk omgevingsplan) Nu het afwegingskader functieveranderingsbeleid vanwege overgangsrecht niet van toepassing kan worden verklaard, zijn de bepalingen uit het bestemmingsplan onverkort van toepassing. Het perceel Kooiweg 18 is gelegen in het verwevingsgebied met de landschapswaarde reliëf.
Daarin is voor deze situatie het volgende artikel opgenomen: 30.3.2 Wijzigen bestemming Agrarisch of Agrarisch met waarden naar Bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' of Agrarisch met waarden ter plaatse van de aanduiding bouwvlak wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' en / of in de bestemming 'Agrarisch' of Agrarisch met waarden zonder aanduiding of bouwvlak en in combinatie daarmee tevens lid 29.2 onder a wijzigen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf is gelegen binnen de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' of de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'; b. aangetoond moet zijn dat het agrarisch bedrijf is beëindigd en voortzetting van het agrarisch gebruik niet reëel is; c. de wijziging ten behoeve van de bestemming 'Bedrijf' omvat ten hoogste de bestaande bebouwing en het daarbij behorende erf binnen het bouwvlak; d. de wijziging ten behoeve van de bestemming 'Bedrijf' omvat in elk geval de voormalige bedrijfsbebouwing, met uitzondering van het bepaalde onder i, en de woonruimten binnen het betreffende bouwvlak, waarbij het aantal woningen binnen het bouwvlak niet mag worden vergroot; e. het resterende deel van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch' of Agrarisch met waarden zonder aanduiding of bouwvlak; f.
de gezamenlijke oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak of bestemmingsvlak mogen niet toenemen ten opzichte van de bestaande situatie;
Pagina 3 van 7
g.
de gronden mogen worden gebruikt voor de volgende typen bedrijven: 1. opslag- en stallingsbedrijven, behorende tot maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. agrarische hulpbedrijven, niet zijnde landbouwmechanisatiebedrijven, zoals een loonwerkbedrijf, veehandelsbedrijf, fouragehandel, behorende tot maximaal categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 3. landbouw verwante bedrijven, zoals een paardenpension, hoveniers- en boomverzorgingsbedrijf, behorende tot maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 4. ambachtelijke landbouwproducten verwerkende bedrijven, zoals een wijnmakerij, kaasmakerij, imkerij, behorende tot maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 5. ambachtelijke bedrijven, zoals een dakdekker, rietdekker, meubelmaker, behorende tot maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 6. dan wel bedrijven, die in ruimtelijk opzicht daarmee gelijk kunnen worden gesteld; h. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; i. wijziging wordt slechts toegepast indien ten minste 50% van de aanwezige oppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing, niet zijnde de bedrijfswoning, wordt gesloopt, waarbij ten hoogste de volgende bedrijfsvloeroppervlakte gehandhaafd mag worden: 1.
ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied': 1.000 m2; 2. ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied': 750 m2; 3. de bebouwing, die als bijgebouwen bij de woningen kunnen en, gezien de maximale oppervlaktebepalingen, mogen worden aangemerkt; j. wijziging van lid 29.2 onder a is uitsluitend toegestaan in geval van sloop van bedrijfsgebouwen als bedoeld onder i, waarbij deze wijziging is gericht op het verminderen van de maximaal toelaatbare oppervlakten van bestaande bouwwerken voor het betreffende perceel met de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt; k. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing mag niet worden gesloopt; l. het parkeren behorende bij de bedrijfsactiviteit dient binnen het betreffende bestemmingsvlak plaats te vinden; m. in vergelijking met het agrarisch gebruik mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden; n. er vindt geen opslag van goederen in de open lucht plaats; o. wijziging wordt slechts toegepast indien: 1. uit een beeldkwaliteitplan, inclusief een erfinrichtingsplan, blijkt dat een kwalitatief hoogwaardige invulling wordt gegeven aan de architectuur van het hoofdgebouw en de inrichting van omliggende terreinen in hun ruimtelijke samenhang; 2.
voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing, afgestemd op de kenmerken van de omgeving; alvorens het plan te wijzigen vragen burgemeester en wethouders hierover advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige; 3. zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst; 4. een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst.
Aan de meeste van de hierboven gestelde voorwaarden wordt voldaan. De voorwaarden in artikel 10.3.2 onder g, h, i, l, m en o vergen een nadere toelichting. g. type bedrijf Een éénmans transportbedrijf (met kleinschalige statische opslag) kan worden beschouwd als een bedrijf in categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. h. ontwikkelingsmogelijkheden naastgelegen percelen De nieuw te realiseren hal betreft geen geluid- en geurgevoelig object. Derhalve zal de bedrijfsvoering van in de nabijheid gelegen agrarische bedrijven niet worden ingeperkt. Daarnaast wordt het woon- en leefklimaat in de omgeving verbeterd. Enerzijds kan gesteld worden dat door het beëindigen van de intensieve veehouderij het leefklimaat verbetert en de ligging nabij de A12 maakt het eenvoudig te concluderen dat de vestiging van een kleinschalig transportbedrijf qua geluid niet tot problemen zal leiden. i. sloop en bedrijfsvloeroppervlakte bedrijf Minimaal 50% van de bedrijfsbebouwing moet worden gesloopt en in verwevingsgebied mag maximaal 1.000 m2 aan niet-agrarische bebouwing aanwezig zijn. Van de totaal aanwezige
Pagina 4 van 7
bedrijfsbebouwing (2.288 m2) wordt meer dan de helft gesloopt. Naast behoud van de kaploods van 127 m2 wordt een nieuwe loods van 864 m2 gebouwd, zodat met een totale bedrijfsbebouwing van 991 m2 aan dit vereiste wordt voldaan. l. parkeren binnen bestemmingsvlak Parkeren van de vrachtwagen geschiedt op eigen terrein. m. verkeersbelasting op het wegennet Eén vrachtwagen en beperkte statische opslag genereren een beperkte verkeersbelasting. Met het beëindigen van de veehouderij vinden andere transportbewegingen niet meer plaats, zodat geconcludeerd kan worden dat de impact op het wegennet niet verslechtert. o. ruimtelijke kwaliteitswinst Een erfinrichtingsplan is als bijlage bij de stukken gevoegd. Dit plan is goedgekeurd door onze landschapsdeskundige. Uitvoering en instandhouding is in een anterieure overeenkomst vastgelegd. Participatie Initiatiefnemer heeft zijn plan voorgelegd aan de omgeving. Uit de reactie blijkt dat vanuit de omgeving geen bezwaren bestaan tegen dit plan. Ingewonnen adviezen Provincie Utrecht Het initiatief is voorgelegd aan de provincie Utrecht. Door de provincie is geconcludeerd dat het plan past binnen de provinciale Omgevingsverordening. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) Alle milieu-aspecten zijn door de ODRU beoordeeld (bijlage ROM-advies).
Samengevat komen de adviezen op het volgende neer: • Bodem: geen bodemgevoelig gebouw, maar historisch bodemonderzoek is vereist vanwege het verblijf door personen gedurende meer dan twee uur per dag i.v.m. de trimsalon. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden en is door de ODRU akkoord bevonden. • Geluid: geen geluidgevoelig object, geen onderzoek nodig. • Luchtkwaliteit: geen verslechtering luchtkwaliteit, derhalve geen belemmeringen. • Externe veiligheid: geen belemmeringen. • Milieuzonering: geen belemmering voor omliggende bedrijven en woningen. • Ecologie: Quickscan flora en fauna is akkoord bevonden. Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden vindt plaats door de nieuwe bedrijfsactiviteiten, maar bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de provincie Utrecht geconcludeerd dat de bestaande natuurvergunning ingetrokken is en dat voor de nieuwe activiteiten geen vergunningplicht geldt. • Archeologie: Grondwerkzaamheden hebben een beperkte diepte en oppervlakte, waardoor onderzoek niet nodig is. • Mer-beoordeling: De activiteiten zijn niet mer-beoordelingsplichtig. Verkeerskundig advies Zowel de ODRU (in het kader van geluid) als onze verkeerskundige (in het kader van verkeersaantrekkende werking) adviseren positief over het plan. In vergelijking met de oude situatie bevat het plan weliswaar een toename van het aantal verkeersbewegingen, maar niet substantieel.
Landschapsadvies Voormalige agrarische bebouwing zal worden of is reeds gesloopt en er blijft een compact erf met woning en kaploods over. Daarnaast zal een loods worden toegevoegd. Een reeds opgesteld landschapsplan is aangepast naar aanleiding van opmerkingen van onze landschapsdeskundige en vervolgens akkoord bevonden.
Pagina 5 van 7
Figuur 4 Erfinpassingsplan
Anterieure overeenkomst Een anterieure overeenkomst is gesloten om een aantal afspraken en verplichtingen privaatrechtelijk te borgen. Het gaat dan voornamelijk om de uitvoering en instandhouding van het landschapsplan. Een getekende versie van de overeenkomst is vertrouwelijk aan het dossier toegevoegd. Ontwerp wijzigingsplan Het ontwerp van het wijzigingsplan is sonderend besproken in de raadscommissie van 25 november 2025. Vervolgens is het ontwerpplan gedurende zes weken ter visie gelegd met ingang van 11 december 2025. Ten aanzien van dit ontwerpplan zijn geen zienswijzen ontvangen. Procedure en planning In het kader van de LBV+ moet gegarandeerd worden dat op deze locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Daarom is verlening van een omgevingsvergunning niet voldoende en moet het omgevingsplan worden gewijzigd. Op die manier verdwijnt het agrarisch bouwperceel. In dit geval komt daar een niet-agrarische bedrijfsbestemming voor in de plaats, waarbij de bestaande agrarische bedrijfswoning een nietagrarische bedrijfswoning wordt. Als bijlage is nog toegevoegd het ontwerp-wijzigingsplan. Dit plan zal na het raadsbesluit definitief worden gemaakt voor bekendmaking. Voorstel Voorgesteld wordt het TAM-omgevingsplan Kooiweg 18 vast te stellen, conform bijgaand concept-raadsbesluit. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
Pagina 6 van 7
de wnd. burgemeester, K.J.G. Kats
Bijlage(n): - Erfinpassingsplan 17 november 2025 - Totaalversie wijziging omgevingsplan d.d. 26 november 2025 - Quickscan flora en fauna - Quickscan milieu ODRU - Stikstofberekeningen Aerius met toelichting - Reactie provincie Utrecht inzake intrekking natuurvergunning - ROM-advies ODRU - Rapport verkennend en nader onderzoek asbest 7 januari 2026 - Rapport historisch bodemonderzoek 7 januari 2026 - Advies provincie Utrecht inzake ontwerpplan - Anterieure overeenkomst (vertrouwelijk)
Pagina 7 van 7