Raadsvoorstel Participatie
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 579444/579446 Behandeld door: R. ter Avest Datum: 13-09-2023
Onderwerp: Participatie- en inspraakverordening en beleidsregels participatie
Geachte raad, Samenvatting: Als de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, moet elke gemeente, provincie of waterschap participatiebeleid hebben vastgesteld (motie Nooren). Het is de bedoeling dat na de invoering van de Omgevingswet initiatieven (beleid en projecten) met een grote impact op de fysieke leefomgeving, met meer participatie tot stand komen. Gevraagd wordt om de participatie- en inspraakverordening en de beleidsregels participatie vast te stellen. In de participatie- en inspraakverordening is opgenomen dat de huidige inspraakverordening dan komt te vervallen. 1. Inleiding Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt het verplicht om bij de totstandkoming van een omgevingsvisie, programma of een omgevingsplan participatie toe te passen. De gemeente moet aangeven hoe belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Bij het instrument omgevingsvergunning is participatie niet verplicht, tenzij het gaat om een buitenplanse omgevingsvergunning en de raad deze heeft aangewezen als “participatieplichtig”. De wijze waarop participatie wordt toegepast is wettelijk gezien in alle gevallen vormvrij.
Het gemeentelijke participatiebeleid is echter wél bindend voor het vaststellend bestuursorgaan. De huidige inspraakverordening voorziet hier onvoldoende in. Daarom moet nieuw beleid worden vastgesteld. 2. Kaders Omgevingswet, Omgevingsbesluit en Omgevingsregeling 3. Beoogd effect De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen.
Pagina 1 van 3
De wet zegt over participatie: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. 4. Argumenten In de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling staan regels over participatie. Als overheden instrumenten (zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan) van de Omgevingswet vaststellen, moeten ze aangeven hoe belanghebbenden betrokken zijn bij de totstandkoming van deze instrumenten. En welke resultaten dat heeft opgeleverd. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ook aangeven hoe ze hun eigen participatiebeleid hebben ingevuld. Er is een uitzondering: bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet juist de aanvrager het initiatief nemen. Hij moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn. Vroegtijdig betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. Zo zorgt participatie voor meer draagvlak en betere besluiten Het Omgevingsbesluit stelt participatie verplicht bij het wijzigen van het omgevingsplan. In de meeste gevallen zal de gemeente uit eigen beweging het omgevingsplan wijzigen.
Dan kan de gemeente de participatie naar eigen inzicht vormgeven en is het de vraag of minimale kwaliteitseisen nodig zijn. De Omgevingswet laat echter ook toe dat een derde een aanvraag voor het wijzigen van het omgevingsplan indient. Daarom is het stellen van beleidsregels nodig. De Omgevingsregeling bevat geen inhoudelijke eisen aan participatie. In de Omgevingsregeling is de zogenoemde “aanvraagvereiste participatie” opgenomen om initiatiefnemers te stimuleren om aan participatie te doen. In beleidsregels over participatie kan voor de beoordeling daarvan worden vastgesteld of de aanvraag in behandeling kan worden genomen. Participatie kan door de gemeenteraad ook verplicht worden gesteld bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijken van het omgevingsplan). In artikel 2 van de participatie- en inspraakverordening zijn die gevallen aangewezen. Bovendien kan het voorkomen dat het college bevoegd is een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen, namelijk als de gemeenteraad die bevoegdheid heeft gedelegeerd aan het college. Als het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, moet dat college de beleidsregels vaststellen. Het college kan geen beleidsregels vaststellen voor andere soorten omgevingsvergunningen.
Omdat bij die vergunningen participatie niet verplicht kan worden gesteld, is er geen grondslag voor beleidsregels over participatie, die betrokken worden bij de beoordeling van het in behandeling nemen van de aanvraag. Beleidsregels met minimale kwaliteitseisen aan de participatie zijn wenselijk. Die bieden zowel houvast aan de aanvrager, als aan belanghebbenden en het college of de Gemeenteraad. 5. Kanttekeningen Als het bevoegd gezag het participatietraject niet goed heeft ingericht, dan kan het zijn dat sommige belangen daardoor niet goed worden meegenomen in de besluitvorming. Een ieder kan een zienswijze indienen op een ontwerpbesluit om dat aan te geven. Soms kunnen belanghebbenden ook een bezwaar indienen of in beroep gaan. 6. Uitvoering a. Planning: De participatie- en inspraakverordening en de beleidsregels participatie moeten vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) zijn vastgesteld. Met het vaststellen van de participatie- en inspraakverordening komt de huidige inspraakverordening te vervallen. b. Communicatie: De participatie- en inspraakverordening en de beleidsregels participatie moeten op de daarvoor gebruikelijke wijze worden gepubliceerd.
Pagina 2 van 3
7. Risico’s, kosten, baten en dekking Als het bevoegd gezag het participatietraject niet goed heeft ingericht, kan dat leiden tot rechtsonzekerheid, meer zienswijzen en meer bezwaar- en beroepzaken.
Vergadering Raadscommissie 3 oktober 2023 Tijdens deze vergadering werden (o.a.) de voorstellen tot vaststelling van de Participatie- en Inspraakverordening en de Beleidsregels Participatie besproken. Naar aanleiding daarvan werden twee vragen gesteld: er werd gewezen op het Aarhus-arrest met daarbij de vraag of participatie niet voor een ieder zou moeten gelden, in plaats van alleen voor belanghebbenden. Daarnaast werd de vraag gesteld of je een initiatiefnemer wel kunt verplichten om informatie op internet beschikbaar te stellen. Moet je dat als gemeente niet gewoon faciliteren? Naar aanleiding van deze vragen zijn de Participatie- en Inspraakverordening en de Beleidsregels Participatie aangepast. De navolgende wijzigingen zijn doorgevoerd: Participatie- en Inspraakverordening - Artikel 3, onder d: toegevoegd …”(een ieder)”…
-
-
-
Onder de artikelsgewijze toelichting: Artikel 2: toegevoegd “Bij bepaalde besluiten kan de gemeente participatie of inspraak niet voorschrijven. Dat geldt bijvoorbeeld voor omgevingsvergunningen voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit.” Artikel 3: toegevoegd “Het Verdrag van Aarhus regelt dat het publiek (individuen en verenigingen die hen vertegenwoordigen) het recht heeft op toegang tot milieu-informatie en inspraak bij besluitvorming over milieu-aangelegenheden. Die inspraak moet voor een ieder mogelijk worden gemaakt. Bij toepassing van participatie neemt de gemeente de eisen van het Verdrag van Aarhus in acht. Bij besluiten die onder Aarhus vallen kan een ieder deelnemen aan het participatieproces.” Artikel 4: toegevoegd “Door de inspraak open te stellen voor een ieder wordt voldaan aan de eis van het Verdrag van Aarhus (zie toelichting bij artikel 3).”
Beleidsregels Participatie - Onder 1: verwijderd “De initiatiefnemer kan gemotiveerd de participatie beperken tot belanghebbenden.” - Onder 3: “De initiatiefnemer stelt vanaf het moment van kennisgeving relevante informatie ter beschikking over het project, die gratis raadpleegbaar is via internet” gewijzigd in “De initiatiefnemer stelt vanaf het moment van kennisgeving relevante informatie over het project ter beschikking van de gemeente.”
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
Bijlage(n): - Raadsbesluit Participatie- en inspraakverordening - Raadsbesluit beleidsregels participatie
Pagina 3 van 3