Raadsvoorstel Oprichting Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio JeugdFV 603630 (1)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 602560/603630 Behandeld door: H. Maris Datum: 01-04-2025
Onderwerp: Oprichting Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio JeugdFV
Geachte raad, Samenvatting: De colleges van burgemeester en wethouders binnen Jeugdhulpregio JeugdFV zijn van plan de samenwerking ten behoeve van jeugdhulp voort te zetten en te formaliseren in enerzijds een gemeenschappelijke regeling (rechtsvorm bedrijfsvoeringsorganisatie) en anderzijds een doorontwikkeling van de intergemeentelijke samenwerking. Het betreft een collegeregeling, dus het college stelt de GR Jeugdhulpregio JeugdFV formeel vast. Dit kan echter alleen met toestemming van de raad. Daarom is het nu eerst aan de raden om eventueel een zienswijze uit te brengen over de voorgenomen ontwerpregeling. Er wordt voorgesteld om geen zienswijze in te dienen.
Beslispunten 1. De raad besluit kennis te nemen van de ontwerpregeling van de GR Jeugdhulpregio JeugdFV; 2. De raad besluit om af te zien van een zienswijze op de ontwerpregeling van de GR Jeugdhulpregio JeugdFV. Inleiding De gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel en Veenendaal werken al jaren samen ten behoeve van de jeugdwet, maar per 1 januari 2026 wordt er een steviger fundament onder deze samenwerking gelegd. Hiervoor worden twee sporen van samenwerking aangehouden: 1) Het aangaan van de gemeenschappelijke regeling waarmee een bedrijfsvoeringsorganisatie wordt opgericht, en 2) Het bestendigen en herijken van de integrale samenwerking, waarin beleidsafstemming centraal staat. Beide vormen van samenwerking komen ten goede aan de doelmatige en doeltreffende uitvoering van de jeugdhulp. Gezamenlijk realiseren de gemeenten meer schaalvoordelen en efficiëntie.
Pagina 1 van 3
Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg Met het aangaan van een gemeenschappelijke regeling wordt opvolging gegeven aan het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’. Uit het wetsvoorstel volgt voor gemeenten de verplichting om voor specifieke taken op regionaal niveau een gemeenschappelijke regeling op te richten. De gemeenschappelijke regeling Jeugdhulpregio JeugdFV richt zich dan ook specifiek op de taken die voortvloeien uit dit wetsvoorstel. Deze taken worden ook wel de zogenoemde ‘uitvoeringstaken’ dan wel ‘bedrijfsvoeringstaken’ genoemd. Het afstemmen en uitvoeren van beleid behoort niet tot het takenpakket van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Echter, om de uitvoering van jeugdhulp doelmatig en doeltreffend te verbeteren, is het nodig dat er in ieder geval beleidsafstemming op regionaal niveau plaatsvindt. De gemeentebesturen vonden het belangrijk zelf bevoegd te blijven voor het opstellen en vaststellen van beleid. Om die reden zijn beleidstaken in de integrale samenwerking belegd, waarin op zowel ambtelijk- als bestuurlijk niveau wordt samengewerkt ten aanzien van jeugdbeleid. In het plan, zoals opgenomen in bijlage 4, is deze samenwerking nader uitgewerkt met onder meer werk- en procesafspraken.
Bestuurlijke uitgangspunten Bij het opstellen van zowel de gemeenschappelijke regeling als ook de doorontwikkeling van de intergemeentelijke samenwerking, is rekening gehouden met de volgende bestuurlijke uitgangspunten: -
Gelijkwaardigheid in zeggenschap en oog voor elkaars belangen en verschillen;
-
Formalisatie van de samenwerking bevordert de doelstelling en het belang van samenwerken, namelijk versterking en verbetering van jeugdhulp;
-
Bevoegdheden worden in mandaat uitgevoerd, wat betekent dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de gemeentebesturen blijft liggen, en
-
Er wordt gewerkt aan een toekomstbestendige en duurzame samenwerking.
Bij de doorontwikkeling van de integrale samenwerking is doorgeborduurd op de samenwerking die de gemeenten al kenden. Wat al goed werkte in de samenwerking is behouden gebleven en waar er verbeterpunten geconstateerd werden, zijn verbetervoorstellen gedaan. Uiteindelijk is rekening gehouden met de volgende inrichtingsprincipes: -
Lokaal wat lokaal kan en regionaal wat regionaal moet. Er wordt altijd in samenhang gewerkt;
-
Samen staan we sterker, werken we efficiënter, brengen we zorginhoudelijke verbeteringen aan en leren we van elkaars ervaringen en expertise.
-
Rolduidelijkheid en het expliciteren van bevoegdheden in de overlegstructuur is noodzakelijk, en
-
Kostenbewust handelen, met publieke en politieke verantwoording over het kostenniveau.
Kaders Wet gemeenschappelijke regelingen. Beoogd effect Met het bestendigen van de samenwerking in een gemeenschappelijke regeling en het herijken van de integrale samenwerking, wordt op de lange termijn een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet beoogd.
Pagina 2 van 3
De samenwerking via een bedrijfsvoeringsorganisatie moet zorgen voor een voorzien en toereikend aanbod van specialistische jeugdhulp en gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In het wetsvoorstel wordt nadrukkelijk de continuïteit van het regionale aanbod benadrukt. Daarnaast realiseert de samenwerking op langere termijn meerdere schaalvoordelen ten behoeve van inkoop, administratieve verwerking en beleidsontwikkeling. Omdat gemeenten op regionaal niveau uitgaan van dezelfde soorten jeugdhulp (producten) en gezamenlijk naar buiten treden, bevordert dit de transformatie van jeugdhulp, beleidsdoelstellingen en (regionale en lokale) belangen van de gemeenten. Om te komen tot een doelmatige en doeltreffende uitvoering van Jeugdwet is het essentieel dat de gemeenten op beleidsmatige aspecten samenwerken. Met het doorontwikkelen van de integrale samenwerking is de beleidsmatige samenwerking efficiënt ingericht. Hiermee is beoogd dat in de overeengekomen werk- en procesafspraken verbinding ontstaat tussen beide vormen van samenwerking. Argumenten 2.1 Er wordt geadviseerd geen zienswijze in te dienen. Het advies aan de raad is om geen zienswijze naar voren te brengen en/of aanvullende aandachtspunten op te nemen in de zienswijze.
De GR Jeugdhulpregio JeugdFV gaat de taken uitvoeren die op dit moment door het Knooppunt JeugdFV worden uitgevoerd. Kanttekeningen Niet van toepassing. Vervolg Op basis van eventueel ontvangen zienswijzen zal het college naar eigen oordeel de gemeenschappelijke regeling aanpassen (het initiatief tot wijziging ligt bij de colleges). Hierna wordt het definitieve ontwerp aan de raad voorgelegd. Tot slot wordt de raad gevraagd om formeel toestemming te verlenen voor de oprichting van de gemeenschappelijke regeling. De raad kan alleen toestemming onthouden als de regeling in strijd is met het recht of het algemeen belang. Risico’s, kosten, baten en dekking Niet van toepassing.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
Bijlage(n): GR-tekst Bedrijfsvoeringsorganisatie JeugdFV Eindrapport Bedrijfsvoeringsorganisatie JeugdFV Begroting Bedrijfsvoeringsorganisatie JeugdFV Eindrapport Intergemeentelijke Samenwerking JeugdFV
Pagina 3 van 3