Raadsvoorstel - Oprichting één Omgevingsdienst provincie Utrecht
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 590187/601373 Behandeld door: C.J.M. van den Heuvel Datum: 14 januari 2025
Onderwerp: Oprichting één omgevingsdienst in de provincie Utrecht
Geachte raad, Samenvatting: Wij stellen uw raad hierbij in de gelegenheid om ten aanzien van de ontwerp Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht uw eventuele wensen en bedenkingen aan ons college kenbaar te maken. Wij adviseren uw raad om een zienswijze in te dienen. Een concept zienswijze is bijgevoegd. Na uw raadsvergadering op 18 februari 2025 zullen wij uw aanvullende wensen of bedenkingen vermelden in en betrekken bij de reactie van het college. 1. Inleiding In afgelopen periode hebben de omgevingsdiensten in onze provincie, de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) en Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU), het initiatief genomen om de oprichting van één omgevingsdienst in de provincie Utrecht voor te leggen. Gedurende de verkenning naar de meerwaarde van één omgevingsdienst in de provincie bent u hier over geïnformeerd. Op 7 december 2023 hebben de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht besloten om te starten met het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. In het voorjaar 2024 zijn er twee Webinars voor raads- en statenleden en collegeleden georganiseerd om hen te informeren over het beoogde proces. Half juni volgden er twee bijeenkomsten voor raads- en statenleden over hun rol in het proces en in de nieuwe omgevingsdienst in Utrecht.
De route om tot één omgevingsdienst voor Utrecht te komen bestaat uit drie fasen: richten, inrichten en verrichten. De start van de taakuitvoering door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht is voorzien op 1 januari 2026; op dat moment moet het proces van vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn doorlopen. Op 17 oktober 2024 heeft het gezamenlijk algemeen bestuur (van de ODRU en de RUD) de eindproducten uit fase 1 waaronder de ontwerp Gemeenschappelijke regeling - goedgekeurd en ingestemd met de start van fase 2 ‘inrichten’ van het fusieproces. Aan alle colleges wordt gevraagd om in te stemmen met het uitvoeren van fase 2 ‘inrichten’, met de intentie om per 1 januari 2026, op basis van de eindproducten van fase 1, één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht te vormen. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeenteraad om toestemming verzocht om de definitieve gemeenschappelijke regeling daadwerkelijk te treffen.
Pagina 1 van 3
2. Kaders Wet gemeenschappelijke regelingen 3. Beoogd effect De gemeenteraad wordt de gelegenheid geboden zienswijzen te geven op de ontwerp Gemeenschappelijke regeling van de nieuw op te richten omgevingsdienst. 4. Argumenten Een robuuste omgevingsdienst die haar taken op kwalitatief hoog niveau uitvoert is onmiskenbaar omdat: - Eén omgevingsdienst in de provincie Utrecht draagt bij aan een gelijker speelveld voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. - Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht verhoogt en waarborgt de kwaliteit van de taakuitvoering. - Eén omgevingsdienst die gelijk is met het werkgebied van de provincie, de GGD en de Veiligheidsregio kan slagvaardiger functioneren. - Het samenvoegen van de twee diensten zorgt er voor dat de provincie en gemeenten in Utrecht één omgevingsdienst hebben die voldoet aan de landelijke eisen voor robuustheid. - Stijgende kosten kunnen beter worden beheerst. - Complexe vraagstukken kunnen beter worden opgepakt. - Een robuuste omgevingsdienst draagt bij aan het vinden en behouden van goed personeel in een krappe arbeidsmarkt. - De in het richtingsplan opgenomen uitgangspunten zijn leidend in het verdere proces. - De rudimentaire begroting laat zien dat de nieuwe dienst in beginsel betaalbaar is. - Vermindering van taken/uren is beperkt mogelijk.
Bij oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht stappen de deelnemers gezamenlijk in de gemeenschappelijke regeling. Om flexibiliteit te behouden worden alleen de wettelijke vereisten opgenomen in de gemeenschappelijke regeling, overige bepalingen worden opgenomen in “uitwerkingsregelingen”. De juridische uitgangspunten van de Gemeenschappelijke regeling zijn: • De Omgevingsdienst Utrecht bestaat uit gelijkwaardige deelnemers: ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem; dit geldt ook voor het dagelijks bestuur; • Er zijn geen gewogen stemmen, dit geldt ook voor het dagelijks bestuur; • Het quorum in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is de helft plus 1 van het aantal zittende leden; • Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur beslissen bij meerderheid; • In het algemeen bestuur geldt een gekwalificeerde meerderheid van 3/4 van de stemmen voor de vaststelling van: de Bijdrageverordening, de Kadernota, Begroting(swijziging), Wijziging/opheffing/toetreding/uittreding van de GR. 5. Kanttekeningen We kunnen ons vinden in de ontwerp Gemeenschappelijke regeling. Wij adviseren de raad om wel een zienswijze in te dienen gezien het gegeven dat tijdens fase 2 de financieringssystematiek voor de nieuwe dienst wordt bepaald en daarmee de financiële consequenties per deelnemer pas duidelijk zijn.
De daaropvolgende begroting 2026 wordt dan ook voor zienswijze aangeboden bij de deelnemers. Dit traject is nadat toestemming is verzocht aan de raden om toe te treden tot de Gemeenschappelijke regeling. Wij willen eerst inzicht in de financiële gevolgen van de fusie voordat we toetreden tot de Gemeenschappelijke regeling. 6. Uitvoering De Stuurgroep de eventuele zienswijze uiterlijk 3 maart 2025 aan te leveren. De raadsvergadering waarin dit voorstel wordt behandeld is op 18 februari 2025. De zienswijze kan tijdig door het college worden aangeleverd bij deze stuurgroep (bestaande uit deelnemers RUD Utrecht en ODRU).
Pagina 2 van 3
7. Risico’s, kosten, baten en dekking Het traject “Naar één omgevingsdienst in Utrecht” brengt éénmalige kosten met zich mee. De provincie Utrecht heeft voor het gehele programma financiële middelen toegezegd. Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) is tevens een financiële bijdrage beschikbaar gesteld. Daarnaast zijn in het kader van het interbestuurlijk programma versterking VTH specifieke uitkeringen beschikbaar gesteld. Deze zijn volledig ingezet voor kosten in fase 1. De overige kosten worden gedekt vanuit de vermogens van beiden omgevingsdiensten. Het risico is aanwezig dat het weerstandvermogen te laag is waardoor er in de toekomst een bijdrage aan de gemeente kan worden gevraagd. De structurele financiële gevolgen van de oprichting van de Omgevingsdienst Utrecht komen aan de orde in fase 2 bij het opstellen van de kadernota 2026 en begroting 2026. Wij stellen u in de gelegenheid om naast de voornoemde zienswijze van het college uw wensen en bedenkingen te uiten. Wij nemen deze mee in de reactie aan de stuurgroep. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
Bijlagen: 1. Raadsbesluit Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht 2. Zienswijze inzake Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht 3. Ontwerp Gemeenschappelijke regeling 4. Artikelsgewijze toelichting bij ontwerp Gemeenschappelijke regeling
Pagina 3 van 3