Raadsvoorstel Centrumregeling
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 523075/527074 Behandeld door: I. Bremer Datum: 15-12-2020
Onderwerp: Centrumregeling Meten en Monitoren
Geachte raad, Samenvatting: In het Bestuursakkoord Water (BAW 2010) is vastgelegd dat waterschappen en gemeenten gezamenlijk € 380 miljoen moeten besparen om de verwachte kostenstijgingen te verminderen. Dit akkoord was de directe aanleiding voor de oprichting van een Uitvoeringsorganisatie (UVO), als onderdeel van het Platform Water Vallei en Eem (PWVE), waarin experts efficiënter en meer kosteneffectief samenwerken. Op dit moment werkt de UVO in een netwerkorganisatie, waarbij het waterschap de gastheer is. De UVO is een groot succes, echter loopt de organisatie van de UVO tegen bepaalde grenzen aan. In 2019 heeft bureau Twynstra Gudde een onderzoek uitgevoerd en het belangrijkste advies n.a.v. het onderzoek is om de bestaande netwerkorganisatie om te buigen naar een centrumorganisatie. Met een gemeenschappelijke Centrumregeling geven de deelnemende organisaties vorm aan de regionale samenwerking voor het efficiënt en doelmatig inrichten van de (afval)waterketen conform de afspraken die gemaakt zijn met het Rijk in het Bestuursakkoord Water. Waterschap Vallei en Veluwe is bereid om als centrumorganisatie te fungeren.
Pagina 1 van 5
Inleiding In het Bestuursakkoord Water (BAW 2010) is vastgelegd dat waterschappen en gemeenten gezamenlijk € 380 miljoen moeten besparen om verwachte kostenstijgingen te verminderen. Dit akkoord was de directe aanleiding voor de oprichting van een Uitvoeringsorganisatie (UVO), als onderdeel van het Platform Water Vallei en Eem (PWVE), waarin experts efficiënter en meer kosteneffectief samenwerken. Sinds 2012 worden de gemeentelijke taken op het gebied van meten en monitoren in de afvalwaterketen en het grondwater binnen het beheergebied van Waterschap Vallei en Veluwe via de UVO gezamenlijk uitgevoerd. Dit zijn werkzaamheden die als één van de vele taken binnen een gemeente bij één of slechts enkele personen zijn ondergebracht. In de UVO is deze zogenaamde snippertaak gebundeld en wordt deze door experts uitgevoerd. Hierdoor wordt de taak efficiënter en meer kosteneffectief uitgevoerd. Door de uitvoering van deze bedrijfsmatige en politiek neutrale taken regionaal te bundelen zijn de afgelopen jaren voordelen behaald. De kwaliteit van de activiteit is verbeterd en de kosten zijn niet gestegen. In andere regio’s vindt deze aanpak navolging. De huidige organisatiestructuur De 3 medewerkers van de UVO werken voor de 19 gemeenten in een netwerkconstructie waarbij het waterschap de gastheer is. Na 8 jaar blijkt dat de UVO een groot succes is. Iedereen ziet de meerwaarde hiervan.
Maar de medewerkers van de UVO lopen tegen de grenzen van de netwerksamenwerking aan. De aansturing is te diffuus, UVO medewerkers horen nergens bij en hebben geen ontwikkelmogelijkheden. Dit was de aanleiding voor een heroriëntatie van de werkzaamheden en de organisatiestructuur. In 2019 heeft bureau Twynstra Gudde een onderzoek uitgevoerd en een advies gegeven om in de nabije toekomst robuust en toekomstbestendig te zijn. Het belangrijkste advies is om de bestaande netwerkorganisatie om te buigen naar een centrumorganisatie en de huidige samenwerkingsovereenkomst te vervangen door een Centrumregeling. Dit advies is overgenomen en uw raad wordt gevraagd het college toestemming te geven om deze Centrumregeling aan te gaan. Waarom een centrumorganisatie De voorgestelde Centrumregeling regeling (bijlage 1) is een gemeenschappelijke Centrumregeling tussen de colleges van burgemeester en wethouders van Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Eemnes, Ermelo, Harderwijk, Leusden, Nijkerk, Putten, Renkum, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen en Woudenberg. Waterschap Vallei en Veluwe is bereid om als centrumorganisatie te fungeren. Nu is de netwerkorganisatie gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst waarin de werkafspraken staan vastgelegd.
Een uitgebreide toelichting op de verschillen tussen de netwerk- en centrumorganisatie en de beoogde effecten hiervan staan in bijlage 2. Maar op hoofdlijnen zijn de voordelen van een centrumregeling: • • • • •
Inzet van de UVO blijft mogelijk. Specialistische (snipper)taken worden efficiënt uitgevoerd en leiden tot betere investeringsbeslissingen. Kwaliteit neemt toe, (meer) kosten en kwetsbaarheid (onvoldoende technisch personeel) nemen af. Inhoudelijk en financieel is er weinig verschil voor de individuele gemeenten ten opzichte van de huidige samenwerkingsovereenkomst. Er wordt geen nieuw lichaam en bestuur opgericht Problemen met betrekking tot mededinging / markt en overheid worden voorkomen. Toe- en uittreding is even flexibel als binnen de huidige samenwerkingsovereenkomst Deze regeling is geschikt voor het gemeenschappelijk organiseren van uitvoerende taken door één centrumorganisatie: het waterschap Vallei en Veluwe.
Pagina 2 van 5
Kaders In 2012 is een samenwerkingsovereenkomst getekend door de partners in de samenwerking rond meten & monitoren. In 2016 is deze SOK geactualiseerd en heet vanaf toen SAVE. Toestemming gemeenteraad Op grond van artikel 1 lid 3 van de Wgr (Wet gemeenschappelijke regelingen) moet het college voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling toestemming vragen aan de raad. Deze toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Het gaat bij ‘strijd met het algemeen belang’ bijvoorbeeld om de situatie dat de raad meent dat het ondoelmatig is om ten aanzien van de desbetreffende belangen samen te werken met andere gemeenten of dat de raad meent dat de bevoegdheid zich niet leent voor gezamenlijke behartiging. Hiervan is ons inziens geen sprake. De regeling voorziet in het voortzetten van de huidige samenwerking. Deze samenwerking betreft uitvoerende taken die politiek-neutraal zijn. Het beëindigen van de samenwerking zou bovendien betekenen dat de taken ten aanzien van meten, monitoren, databeheer en –analyse weer bij de eigen organisatie zouden komen te liggen. De benodigde formatie en expertise hiervoor ontbreekt. De UVO heeft de afgelopen jaren bewezen de taken op een kosteneffectieve wijze uit te voeren. Beoogd effect Een centrumregeling maakt de UVO robuust en toekomstgericht.
De deelnemende gemeenten en het waterschap houden met de inzet van de UVO inzicht in het functioneren van de (afval)waterketen. Meten, monitoren, databeheer, analyse is een onmisbare basis voor goed (afval)waterbeheer en is een basis voor onderbouwde klimaatadaptatiemaatregelen. Door deskundig en betrouwbaar beheerde gegevens kunnen deze aan de partners beschikbaar worden gesteld. Op deze wijze draagt de UVO bij aan het efficiënt en doelmatig inrichten van de (afval)waterketen, conform de landelijke afspraken hierover in het bestuursakkoord. Argumenten 1.1 Een Centrumregeling geeft een betere aansturing en meer continuïteit. Een conclusie uit het onderzoek van TwynstraGudde is dat een verbetering van de rechtsvorm en de governance van de UVO noodzakelijk is. In de praktijk is gebleken dat een netwerkconstructie voor het soort taken van de UVO (structurele, specialistische uitvoerende taken) nadelen heeft. De aansturing vanuit het netwerk is op papier helder, maar blijkt dat in de praktijk niet. En omdat de UVO-medewerkers het gevoel hebben nergens echt bij te horen en aansturing ontbreekt, blijkt het in de praktijk lastig de continuïteit voldoende te borgen. Met een Centrumregeling worden deze nadelen ondervangen.
1.2 De Centrumregeling verandert de bestuurlijke bevoegdheden niet De voorgestelde Centrumregeling doet niets toe of af aan de bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de deelnemende gemeenten en het waterschap. De uitvoering van de taken wordt belegd bij het waterschap maar de verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten. De UVO is dus van belang voor iedereen, gemeenten én waterschap. 1.3 De Centrumregeling maakt de huidige samenwerking inhoudelijk niet anders Met het inzetten van de UVO worden specialistische (snipper)taken efficiënt uitgevoerd en kunnen betere investeringsbeslissingen genomen worden. Bovendien wordt kennis opgebouwd van het gebied en de werking van het afvalwatersysteem waardoor de kwaliteit toeneemt en kwetsbaarheid, door onvoldoende technisch personeel, afneemt. De Centrumregeling sluit uit dat problemen ontstaan met betrekking tot mededinging/markt en overheid. Inhoudelijk en financieel geeft een Centrumregeling weinig verschil voor de individuele gemeenten ten opzichte van de huidige samenwerkingsovereenkomst. De voorgestelde Centrumregeling is met betrekking tot toe- en uittreding even flexibel als de huidige samenwerkingsovereenkomst.
Pagina 3 van 5
Er wordt geen nieuw lichaam en bestuur opgericht. Deze regeling is geschikt voor het gemeenschappelijk organiseren van uitvoerende taken. Kanttekeningen Uitvoering Nadat toestemming door de raad is verleend aan het college om de centrumregeling aan te gaan, zal het PWVE hiervan op de hoogte worden gebracht. De regeling heeft een looptijd tot 31 december 2025. Daarna wordt de regeling telkens met 5 jaar verlengd, tenzij deze tussentijds wordt opgeheven of definitief beëindigd. Uittreding is mogelijk per 1 januari van een kalenderjaar met een aanzegtermijn van een half jaar en onder gebondenheid aan een uittredingsplan. Andere gemeenten kunnen toetreden door een tweederdemeerderheid besluit van de deelnemers.
Pagina 4 van 5
Vervolgstappen 1. Na verkregen toestemming van de gemeenteraad zal het college de Centrumregeling kunnen aangaan. 2. Nadat alle deelnemers hebben ingestemd met de Centrumregeling zal conform artikel 13 van de Centrumregeling gemeente Renswoude de gemeenschappelijke regeling bekend maken, waarna de regeling in werking treedt. Risico’s, kosten, baten en dekking De bijdrage aan de UVO zal in de nieuwe situatie beperkt wijzigen. De kosten zijn onderverdeeld in: - Het basispakket: het vaste bedrag van dat Renswoude altijd al betaalde voor bepaalde diensten. De kosten voor het basispakket waren €2.409,00 en worden €2.554,00; - Doorontwikkeling: een vast bedrag wat verdeeld wordt over alle deelnemers van de centrumregeling. De kosten voor doorontwikkeling waren €0,00 en worden €2.167,00; - Pluswerkzaamheden: kosten die alleen worden betaald op het moment dat een taak die niet tot het basispakket hoort wordt afgenomen. De kosten voor pluswerkzaamheden zijn afhankelijk van de werkzaamheden die worden afgenomen. In het verleden heeft Renswoude hier geen gebruik van gemaakt. Deze kosten zijn opgenomen in de begroting van het GRP en leiden niet tot extra kosten die niet begroot zijn.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris a.i., W.C.M. Lissenberg
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
Bijlage(n): 1: Centrumregeling 2: Netwerk- en Centrumorganisatie
Pagina 5 van 5