Raadsvoorstel Begrotingswijziging AVU 2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 585509/585513 Behandeld door: C.J.M. van den Heuvel Datum: 6 februari 2024
Onderwerp: Begrotingswijziging 2024 AVU
Geachte raad, Samenvatting: Op 26 januari 2024 heeft het dagelijks bestuur van de Afval Verwijdering Utrecht de begrotingswijziging 2024 aan de gemeenteraden verstuurd. Gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 1 mei 2024 zienswijze kenbaar te maken, dan wel aan te geven geen zienswijze in te dienen. De raad wordt voorgesteld geen zienswijze kenbaar te maken. 1. Inleiding Per 1 januari 2023 is het gebruik van lachgas onder de Opiumwet gebracht. Handhaving van het verbod op het innemen van lachgascilinders per 1 juli jl. door gespecialiseerde bedrijven heeft de afvalsector voor enorme problemen geplaatst omdat in plaats van “statiegeld”-lachgascilinders nu wegwerpcilinders worden gebruikt die vervolgens illegaal worden gedumpt, met name in verzamelcontainers, zowel bovengronds als ondergronds. Daarnaast heeft op 21 september 2023 een enorme brand de afvalverwerkingslocatie van AVR in Rozenburg volledig buiten werking gesteld. Deze twee kwesties zijn verweven geraakt. Er zijn nu zorgen voor een stagnatie in de afvalverwerking en er dienen voorzorgsmaatregelen te worden genomen. 2. Kaders De raad kan bij deze begrotingswijziging een zienswijze geven op grond van artikel 33 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht. 3. Beoogd effect Een geactualiseerde begroting 2023, vastgesteld in de AB vergadering van 13 december 2023. 4.
Argumenten 1.1 Lachgascilinders Lachgascilinders worden veelvuldig aangetroffen tussen alle afvalstromen. Buiten het feit dat deze zogenaamde drukcilinders niet in welke afvalstroom dan ook mogen zitten en apart dienen te worden verwerkt, leveren de lachgascilinders op dit moment grote problemen op bij de verbranding van het restafval. Normale drukcilinders zoals gasflessen vallen wel onder een statiegeldregeling en komen zelden voor in het restafval. Bovendien is als gevolg van de constructie van die cilinders een ontploffing in een afvaloven bijna uitgesloten. Het zijn de wegwerplachgascilinders waar het hier om gaat, deze kennen geen statiegeldregeling en zijn niet
Pagina 1 van 4
bestand tegen de hoge temperatuur in een verbrandingsoven. In combinatie met de zeer hoge intern cilinderdruk en het feit dat deze vaak nog halfgevuld zijn, levert dat enorme explosies op met alle gevolgen van dien. Inmiddels heeft AVR waar het afval van de AVU wordt verbrand, aangegeven extra kosten die worden gemaakt als gevolg van de aanwezigheid van lachgascilinders in het restafval, inclusief een schadeclaim van € 1,2 miljoen te zullen doorberekenen aan de AVU. Gekozen is om de aansprakelijkheidsstelling af te wijzen. Helaas heeft overleg tussen de afvalsector en de Rijksoverheid nog niet geleid tot concrete maatregelen waarmee de problematiek beheersbaar wordt en er is ook geen overeenstemming bij wie de enorme kosten voor de onderschepping van de lachgascilinders uit het afval, de verwerking van die cilinders en voor de veroorzaakte en toekomstige schade kunnen worden verhaald. Aangezien het Rijk heeft aangegeven geen causaal verband te zien tussen het strafbaar stellen van lachgasgebruik en de problemen met de lachgascilinders, is de verwachting dat uiteindelijk de rekening bij de gemeenten terechtkomt. De Rijksoverheid heeft daarnaast ook te kennen gegeven dat het beleid niet zal worden teruggedraaid. 1.2 Maatregelen AVR dringt aan op verdergaande maatregelen dan voorlichting middels publicaties in kranten of op websites en stickers op de ondergrondse containers.
Andere opties die zijn aangedragen zoals het afsluitbaar maken van ondergrondse containers in sommige gemeenten is niet iets wat zomaar kan. Het is destijds een politiek besluit geweest om de ondergrondse containers voor iedereen open te stellen en het technisch aspect wat komt kijken bij het afsluitbaar maken van de ondergrondse containers zal lang duren vanwege beperkte levering van de benodigde elektronica. Na invoering van het Rijksbeleid op lachgas zijn extra handelingen op de overslaglocaties noodzakelijk geworden omdat er anders dan voorheen nu lachgascilinders in het restafval zitten. Als tussenoplossing kunnen lachgascilinders nu worden ingeleverd op de diverse milieustraten van de AVU-gemeenten. Hiermee kan alsnog niet worden voorkomen dat er lachgascilinders in de afvalcontainers terechtkomen en daarmee in de verbrandingsovens. Duidelijk moet zijn wie er voor de schade opdraait, wanneer er zich toch een calamiteit voltrekt. Volgens de acceptatievoorwaarden van de afvalverwerkers mogen er geen drukcilinders in het brandbaar afval zitten, hierdoor is de kans groot dat de leverancier van het afval, de AVU in dit geval, toch voor de schade opdraait, ondanks dat de verwerker het afval geaccepteerd zou hebben.
1.3 Kosten Van de kosten die de overslaglocaties moeten maken vanwege de extra controle van het restafval en de afvoer van de lachgascilinders, kan een grove schatting worden gemaakt van € 1.500,- per week voor een kleine overslaglocatie tot € 10.000,- per week voor een grote overslaglocatie. Voor de AVU-overslaglocaties komt dit neer op € 13.000,- per week, oftewel ruim € 600.000 per jaar. Dit bedrag is exclusief eventueel kosten voortkomend uit optredende schades aan de verbrandingsinstallatie, waarvoor de aansprakelijkheid onomstotelijk vast komt te staan en exclusief de kosten van de door de gemeenten zelf te nemen maatregelen. Voor 2023 geldt dat de extra kosten gemaakt zijn vanaf begin september. Wanneer deze kosten worden verdeeld over alle tonnen restafval van 2023, dan komt dit neer op € 1,00 per ton. Deze kosten zullen worden betrokken bij de afwikkeling van de jaarrekening van 2023. Voor 2024 wordt ervan uitgegaan dat de kosten voor het gehele jaar gemaakt zullen worden. Dit resulteert in 2024 in extra kosten van € 3,00 per ton. 2.1 Brand AVR De brand op 21 september 2023 bij AVR heeft grote gevolgen voor de Nederlandse en Europese afvalketen. De verwerkingslocatie van AVR ligt minimaal 6 maanden maar mogelijk tot eind 2024 stil. Voorkomen moet worden dat de gemeenten het restafval niet meer kunnen afvoeren en het op straat blijft liggen.
Er zijn in de huidige situatie 3 problemen die tot zeer zorgwekkende
Pagina 2 van 4
stagnatie kunnen gaan leiden: -
Volraken van de huidige alternatieve mogelijkheden; Niet accepteren van lachgascilinders op de alternatieve verwerkings- en opslaglocaties; Onvoldoende logistieke middelen voor het transport van het restafval naar de alternatieve locaties.
Er is 1,5 miljoen ton verbrandingscapaciteit weggevallen, bijna 20% van de totale capaciteit. Deze situatie is volgens de inschatting van AVR niet voor het einde van het derde kwartaal van 2024 opgelost. Er is momenteel slechts een zeer beperkte vrije verbrandingscapaciteit beschikbar als gevolg van gepland onderhoud en contractuele verplichtingen bij andere afvalverwerkers, waardoor slechts een klein deel van het AVR-afval op diverse locaties in Nederland wordt verbrand. Hier ligt tevens een link het met probleem van de lachgascilinders. De afvalverwerkers die AVR te hulp schieten met het aanbieden van extra verbrandingscapaciteit, zijn extra kritisch op het restafval met betrekking tot lachgascilinders, dit levert extra sorteerkosten op en afkeur van een vracht afval als er ook maar één cilinder wordt aangetroffen. AVR blijft in binnen- en buitenland zoeken naar verbrandingscapaciteit, maar deze is schaars. Het meeste afval wordt nu opgeslagen. Hiervan wordt een klein deel gebaald in plastic en in depots geplaatst, maar het overgrote deel wordt tijdelijk gestort op nog in bedrijf zijnde stortlocaties. De extra verbrandings-, opslag- en tijdelijke stortcapaciteit zijn volstrekt niet toereikend om de weggevallen verbrandingscapaciteit op te vangen. AVR schat in dat het een kwestie van weken of enkele maanden is dat de huidige beschikbare tijdelijke opslaglocaties vol zijn.
Het definitief storten van brandbaar afval komt dan in beeld. Om dit te voorkomen is AVR in gesprek met het Ministerie van I&W over een tijdelijke verschuiving (tot eind 2024) van de permanente stortcapaciteit naar tijdelijke stortcapaciteit. Dat betekent dat er dus wel brandvaar afval wordt gestort op nog in werking zijnde stortlocaties, maar dat dit afval wanneer er weer voldoende verbrandingscapaciteit is, alsnog wordt verbrand. Mocht onverhoopt toch definitief storten van het afval nodig zijn, dan zal AVR dit tijdig met de AVU opnemen, zodat de vereiste ontheffing van het stortverbod kan worden aangevraagd. Ook bij het storten van brandbaar afval ligt er een link tussen de brand en het probleem van de lachgascilinders. Er is een reële kans dat afval waarin lachgascilinders voorkomen, zal worden geweigerd op de tijdelijke en permanente stortlocaties. Op deze locaties wordt namelijk afval in een stortgat gelost en aangedrukt met een compactor. Men is ook hier bang voor de risico’s van exploderende lachgascilinders en overweegt om dit afval niet meer te accepteren. Dit maakt maatregelen ter voorkoming van lachgascilinders in het restafval nog meer urgent en noodzakelijk. Logistiek vormt zich ook een grote uitdaging.
Vanwege het beperkte aantal locatie waar restafval kan worden verwerkt of opgeslagen, zijn wachttijden van meer dan 4 uur geen uitzondering meer, waardoor transporteurs gaan omkijken naar ander transportwerk, zoals in oktober en november de aardappeloogst. Omdat de opslagcapaciteit van de overslaglocaties ook voor 90% is benut, heeft een logistieke stagnatie door te weinig beschikbaar transport direct tot gevolg dat de overslaglocaties (in geval van de AVU: de overslaglocatie Utrecht) vollopen met restafval en de aanlevering door gemeenten dient te worden gestaakt. Met andere woorden, het restafval blijft op straat staan. Naar het zich laat aanzien, zal dit scenario vooralsnog geen werkelijkheid worden. 2.2 Nascheiding Op dit moment ligt de nascheiding van verpakkingen uit het restafval door AVR volledig stil. Een inschatting door AVR van een termijn waarop de installatie in Rozenburg (waarvan de nascheiding een onderdeel is) weer volledig operationeel is, is eind derde kwartaal 2024. AVR wil echter wel proberen andere processen zoals de nascheiding eerder op te starten, -zonder verbranding in de eigen installatie – en schat in dat dit al op of rond 1 januari 2024 kan worden gerealiseerd. AVR en Attero hebben gesproken over het hervatten van de nascheiding, deels in Rozenburg en deels in Wijster.
Zij hebben in dit gesprek aangegeven dat o deze wijze 50% van het totaal bij AVR na te scheiden afval kan worden verwerkt. De enige concessie die hierbij van de AVU wordt
Pagina 3 van 4
gevraagd, is om de aanvullende nascheiding welke Attero uitvoert voor een aantal “brondscheidings-gemeenten” tijdelijk te mogen stoppen. De AVU heeft hiermee ingestemd omdat dit voor de brondscheidings-gemeenten geen financiële consequentie heeft, maar alleen tijdelijk tot een iets lager scheidingspercentage leidt (-3%). Attero wil per 1 januari 2024 voor AVR aan de slag gaan. 2.3 Kosten De AVU verwacht geen extra kosten in rekening gebracht te krijgen als gevolg van de brand bij AVR. Er is mogelijk wel sprake van gederfde inkomsten voor de nascheidingsgemeenten. Met AVR is gesproken over de korting van circa € 7,00 per ton na te scheiden restafval die normaliter wordt verstrekt. Het ziet ernaar uit dat AVR deze korting zal blijven verlenen op het aangeboden na te scheiden restafval. Verder komt het restafval dat contractueel moet worden nagescheiden, maar als gevolg van de brand tijdelijk wordt gestort, niet in aanmerking voor de inzamelvergoeding van Nedvang à € 14,00 per ton in 2023 en (ingeschat) € 16,00 per ton in 2024. Echter, deze gederfde inkomsten maken geen onderdeel uit van de AVU-begroting en leiden daardoor niet tot een begrotingswijziging. 5. Kanttekeningen Er bestaat een kans dat de reeds in 2023 door lachgascilinders ontstane schade aan de verbrandingsinstallatie (€ 1,2 miljoen) en de toekomstige schade ook voor rekening van de AVU zullen komen.
Omdat hierover nu nog niets met zekerheid is te zeggen wordt volstaan met hiervan melding te maken. 6. Uitvoering a. Planning: De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om voor 1 mei 2024 schriftelijk wel of geen zienswijze in te dienen. b. Communicatie: Na besluitvorming wordt de AVU van het genomen besluit op de hoogte gebracht. 7. Risico, kosten, baten en dekking Als gevolg van de extra controles op de 3 AVU-overslaglocaties op de aanwezigheid van lachgascilinders in het restafval wordt voorgesteld om een verhoging van het tarief voor de verwerking van het brandbaar afval van € 3,00 per ton voor 2024 toe te passen en de begroting 2024 hierop aan te passen. Voor de gemeente Renswoude betekent dit een extra bijdrage aan de AVU in 2024 van € 1.200,-. Deze extra bijdrage zal worden betrokken bij het opstellen van de voorjaarsrapportage 2024. Het college van B&W stelt de raad voor geen zienswijze in te dienen met betrekking tot deze ontwerpbegroting. Voorgesteld wordt om in te stemmen met de begrotingswijziging 2024 van de AVU.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
Bijlage(n): Raadsbrief begrotingswijziging 2024
Pagina 4 van 4