Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer: 551456/551673 Behandeld door: A. Mulder Datum: 7 februari 2023
Onderwerp: Wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2016
Geachte raad, Samenvatting: De gemeente Renswoude heeft sinds 1 januari 2022 de wettelijke taak om de regie te voeren op het inburgeringsproces en tevens een inburgeringstraject aan te bieden. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Inburgering 2021, dienen een aantal keuzes gemaakt te worden en formeel vastgelegd te worden in een verordening. Hierbij gaat het om: de samenloop van de Wet Inburgering 2021 en de Participatiewet; verrekening van een boete op grond van de Wet Inburgering met de Participatiewet-uitkering; en de consequenties aan het niet meewerken aan financieel ontzorgen. Vanwege de kaderstellende bevoegdheid van de raad wordt de Wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2016 ter vaststelling aan u voorgelegd. De cliëntenraad heeft hier ook advies over uitgebracht.
Beslispunten 1. De wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2016 vast te stellen.
Pagina 1 van 4
Inleiding Per 1 januari 2022 is de Wet Inburgering 2021 (WI2021) in werking getreden. Gemeenten hebben vanaf deze datum de wettelijke taak om een inburgeringstraject aan te bieden en zijn daarnaast verantwoordelijk voor de regie op het inburgeringstraject. Het inburgeringstraject bestaat uit taallessen, een module arbeidsmarkt en participatie (MAP), een participatieverklaringstraject (PVT), de cursus Eurowijzer (ten behoeve van de financiële zelfredzaamheid) en maatschappelijke begeleiding. De uitvoering van deze wet, is belegd bij de gemeente Veenendaal. Met de inwerkingtreding van de WI2021 dienen nog een aantal keuzes gemaakt te worden met betrekking tot de samenloop met de Participatiewet (Pw). Deze keuzes moeten formeel worden vastgesteld in een verordening (Wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Partipatiewet, Ioaw en Ioaz 2016). De wijzigingen zijn inhoudelijk en technisch van aard en gaan samengevat over het volgende: • • •
Bij samenloop met de Pw wordt, met uitzondering van 2 situaties zoals beschreven in de verordening, prioriteit gegeven aan de Pw boven de WI2021. Met betrekking tot boetes, wordt aangesloten bij de systematiek van de Pw. Bij het opleggen van een boete op grond van de WI2021, wordt gekozen voor verrekening met de uitkering, in plaats van een procedure met dwangbevel. Er wordt in eerste instantie een waarschuwing gegeven bij niet meewerken aan financieel ontzorgen. Bij het herhaaldelijk niet meewerken, wordt een verlaging op de uitkering toegepast.
De cliëntenraad is gevraagd om advies uit brengen over de voorgestelde wijzigingen. Door vertraging van het advies, kon Wijzigingsverordening niet behandeld worden op de raadsvergadering van oktober. Inmiddels heeft de cliëntenraad het advies uitgebracht. Door de hoeveelheid tijd die hier over heen is gegaan, ligt dit voorstel nogmaals voor bij de commissie- en de raadsvergadering. Hoewel er door de cliëntenraad een aantal aandachtpunten is genoemd om rekening mee te houden (duidelijke communicatie, goede voorlichting en maatwerk), is niet geadviseerd om wijzigingen aan te brengen. Dit voorstel wordt ook voorgelegd aan de gemeenten Rhenen en Veenendaal. Kaders Wet inburgering 2021, Participatiewet. Beoogd effect Door het vastleggen van de rechten en plichten van inburgeraars, in dit geval tot welke maatregelen het niet nakomen van verplichtingen kan leiden, kunnen we de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van inburgeraars beter waarborgen. Argumenten 1.1 De bevoegdheid tot het vaststellen van bepalingen over handhaving en verrekening van boetes dient te worden vastgelegd in een verordening. 2.1 In de verordening wordt transparant vastgelegd hoe de gemeente invulling geeft aan de samenloop met de Pw. Inburgeraars die een bijstandsuitkering ontvangen, moeten voldoen aan de verplichtingen op grond van de WI2021 en de verplichtingen op grond van de Pw.
Het niet nakomen van verplichtingen op grond van de WI2021 leidt tot een boete, terwijl het niet nakomen van verplichtingen van de Pw wordt gesanctioneerd met een verlaging van de uitkering. Het is goed mogelijk dat een gedraging tot schending van verplichting van beide wetten leidt. In de WI2021 is niet duidelijk bepaald hoe moet worden omgegaan met deze situatie. Het is wel duidelijk dat dubbele sanctionering niet mogelijk is, op grond van het evenredigheidsbeginsel. Er wordt daarom geadviseerd om in een verordening vast te leggen hoe wordt omgegaan met samenloop.
Pagina 2 van 4
In de samenloop van de WI2021 met de Pw zijn twee keuzes mogelijk: • De Pw gaat voor. Bij samenloop wordt er dan afgestemd op grond van de Pw, in combinatie met de afstemmingsverordening. Er volgt hierbij geen boete op grond van de WI2021. • Er wordt geen keuze gemaakt tussen afstemmen op grond van de Pw en een boete op grond van de Wi2021. Hier wordt maatwerk geboden en per situatie gekeken wat een passende sanctie is. De eerste keuze is vanuit het oogpunt van rechtsonzekerheid meer wenselijk, omdat het willekeur en rechtsongelijkheid tegengaat. Er wordt daarom geadviseerd om te kiezen voor deze optie. 3.1 Het verrekenen van een boete met een Pw uitkering is een goedkopere procedure. Schending van een verplichting leidt niet altijd tot samenloop met de Pw. Een boete op grond van de WI2021 kan na een aanmaning met een dwangbevel worden ingevorderd, volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is volgens de Awb pas mogelijk om boetes op grond van de WI2021 te verrekenen met de bijstandsuitkering als de bevoegdheid daarvoor in een wettelijk voorschrift (zoals een verordening) is vastgelegd. Het invorderen van een boete door middel van verrekening met de Pw is een relatief eenvoudige administratieve handeling, terwijl het starten van een procedure met dwangbevel een ingewikkelder administratieve handeling is.
Er wordt daarom geadviseerd om in de verordening vast te leggen dat bij het opleggen van een boete WI2021 wordt overgegaan tot verrekening met de uitkering. Dit komt overeen met de procedure van het opleggen van een boete van de Pw. 4.1 In de Wi2021 is niet voorzien in een boetewaardige gedraging, bij niet meewerken aan het ondertekenen van een machtiging. De verplichting om mee te werken aan het financieel ontzorgen is geregeld in de Pw. Meewerken betekent in dit verband dat de bijstandsgerechtigde statushouder het college machtigt om een deel van de uitkering aan een derde uit te betalen. Zonder machtiging kan dit niet aan derden uitbetaald worden, terwijl het wel een wettelijke taak van gemeenten om te doen. Zowel in de Pw, als in de WI2021, is niet vastgelegd hoe wordt omgegaan met het niet meewerken aan ontzorgen. Daarom wordt geadviseerd om in de verordening te bepalen hoe wordt omgegaan bij het niet meewerken aan ontzorgen, namelijk door middel van een verlaging op de uitkering. Kanttekeningen 1.1 Bij samenloop kiezen voor de Pw kan financieel nadelig uitpakken voor de inburgeraar Het is wenselijk om willekeur te voorkomen, door in de verordening vast te leggen in welke situaties wordt verlaagd en in welke situaties een boete wordt opgelegd.
Om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld, wordt geadviseerd zo veel mogelijk te volstaan met een verlaging van de uitkering. Hiermee wordt voorkomen dat inwoners bij een vergelijkbare gedraging een andere sanctie krijgen. Tegelijk dient het uitgangspunt van de WI2021 in acht te worden genomen. De WI2021 is milder dan de Participatiewet en over het algemeen zijn verlagingen op grond van de Pw ook strenger, dan boetes op grond van de WI2021. Er wordt daarom geadviseerd in 2 specifieke situaties prioriteit te geven aan de – mildere WI2021 boven de Pw, zodat de inburgeraar niet wordt ontmoedigd bij het inburgeringsproces. Zo wordt een boete opgelegd op grond van de WI2021 (in plaats van een verlaging van bijstand), als de verlaging van de bijstand tot een financieel nadeliger situatie leidt, dan het opleggen van een boete en: a. de belanghebbende nog wordt ontzorgd op grond van de Pw; of b. de verlaging van de bijstand er toe leidt dat het inburgeringsproces van de belanghebbende vertraging oploopt.
Pagina 3 van 4
Als de situatie hierom vraagt, wordt dit dus wel per situatie beoordeeld. Uitgangspunt blijft een verlaging op grond van de Pw. 2.1 Het verlagen van een uitkering wegens niet meewerken aan ontzorgen, kan negatieve invloed hebben op het inburgeringsproces. Het ontzorgen in de eerste 6 maanden is een wettelijke taak. Gemeenten hebben hierin geen beleidsvrijheid. Om te kunnen ontzorgen, is een door de inburgeraar ondertekende machtiging nodig. Aan de hand van voorlichting en de inzet van een tolk, wordt aan de inburgeraar uitgelegd waarom deze machtiging nodig is. Het proces van ontzorgen zou gefrustreerd worden als er direct een verlaging op de uitkering wordt toegepast. Er ontstaat dan immers een probleem met de doorbetaling naar vaste lasten partners. Daarom wordt geadviseerd om in eerste instantie te volstaan met een waarschuwing en pas bij het herhaaldelijk niet meewerken, een verlaging op de uitkering toe te passen. Participatie De cliëntenraad is in dit proces betrokken geweest en heeft advies uitgebracht (zie hiervoor bijlage 3, onderdeel ‘Wet Inburgering 2021’). Aanpak/ uitvoering Na vaststelling door de raad wordt de Wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2016 bekendgemaakt en geconsolideerd. De bepalingen worden uitgevoerd door het cluster inburgering van de gemeente Veenendaal.
Kosten, baten en dekking Aan de vaststelling van de verordening zijn geen extra kosten verbonden.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Renswoude,
de secretaris, E.J. Jansonius
de burgemeester, P. Doornenbal-van der Vlist
Bijlagen: 1. Raadsbesluit Wijzigingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2. Was/wordt-tabel 3. Advies cliëntenraad Samenloop Participatiewet en WI
Pagina 4 van 4