Raadsbesluit Verordening Jeugdhulp
Tekst van het document
De gemeente kan dit op verschillende manieren onderzoeken, bijvoorbeeld met een huisbezoek, een telefoongesprek of een onderzoek naar de kwaliteit van de hulp. 3. De termijn van 1 jaar ligt niet vast. Afhankelijk van de situatie van de ouder(s) en/of jeugdige en de aard en de vorm van de hulp kan de gemeente ook besluiten eerder of later dan na 1 jaar een onderzoek te doen.
Pagina 22 van 32
Artikel 6.4 Beëindiging hulp 1. De gemeente kan toegekende hulp geheel of gedeeltelijk beëindigen of wijzigen in bepaalde gevallen. Dit geldt zowel voor Zorg In Natura (ZIN) als voor een pgb. De hulp kan in ieder geval worden beëindigd vanaf het moment dat: a. de hulp niet langer passend of nodig is; b. de ouder(s) en/of jeugdige zich niet houden aan de voorwaarden en verplichtingen die aan de ingezette hulp of het verstrekte pgb zijn verbonden; c. de gemeente niet langer kan beoordelen of de ouder(s) en/of jeugdige in aanmerking komen voor hulp, omdat er onvoldoende of onjuiste informatie is verstrekt. Of omdat de ouder(s) en/of jeugdige onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar het recht op hulp; d. de hulp is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de ouder(s) en/of jeugdige; e. het pgb voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld is; f. de ouder(s) en/of jeugdige niet binnen de vastgestelde termijn gebruik maken van de toegekende hulp, tenzij dit niet te verwijten is; g. de jeugdige (of ouder die de hulp krijgt) langer dan 2 maanden verblijft in een instelling zoals bedoeld in de Wlz of de Zvw; en/of h. het gemeentelijk beleid is gewijzigd, waardoor de ouder(s) en/of jeugdige niet meer in aanmerking komen voor hulp. De gemeente houdt dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode. 2.
De hulp kan ook met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken). De gemeente trekt dan het besluit in. De hulp kan ook met terugwerkende kracht worden gewijzigd (herzien). De hulp blijft dan wel in stand, maar wordt deels gewijzigd. Artikel 6.5 Terugvordering hulp De gemeente kan de geldwaarde van de Zorg In Natura (ZIN) die onterecht is ingezet of een pgb dat ten onrechte is verstrekt, terugvorderen. Dit kan als de gemeente de beslissing tot het verstrekken van een voorziening heeft ingetrokken of herzien, omdat de ouder(s) en/of jeugdige onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt (artikel 6.4 sub d). Artikel 6.6 Voorkomen van misbruik De gemeente kan één of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd. Deze toezichthouder houdt ook toezicht op de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen.
Pagina 23 van 32
Hoofdstuk 7: Inspraak en participatie In de jeugdzorg werken we niet voor, maar samen met jeugd en ouder(s). Hierbij is het van groot belang dat alle belanghebbenden input kunnen leveren. Cliënt- en jongerenparticipatie betekent dat ouder(s) en hun kinderen centraal staan in beleid en ondersteuning; zij hebben daarin een duidelijke stem. Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is immers bedoeld voor ouder(s) en jeugdigen die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Met de ervaringen van de ouder(s) en jeugdigen kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe jeugdigen en hun ouder(s) invloed kunnen uitoefenen op verordeningen en beleid met bijbehorende jaarplannen. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, geldt voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ❖ De mening van ouder(s) en jeugdigen doet ertoe. ❖ De gemeente en de ouder(s) en jeugdigen zijn gelijkwaardige partners. ❖ Inspraak en participatie vergroot de kwaliteit van gemeentelijk beleid.
Artikel 7.1 Inspraak 1. Ouder(s) (en jeugdigen) kunnen inspraak hebben bij de voorbereiding van het beleid over jeugdhulp en de manier waarop de gemeente beleid uitvoert. De gemeente geeft ouder(s) (en jeugdigen) inspraak in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. 2. De gemeente zorgt ervoor dat ouder(s) (en jeugdigen) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen voldoende gelegenheid krijgen om voorstellen te doen voor het beleid over jeugdhulp en advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen over jeugdhulp. 3. De gemeente zorgt ervoor dat ouder(s) (en jeugdigen) kunnen deelnemen aan het overleg over het beleid en de uitvoering daarvan. Zij krijgen op tijd voldoende informatie om een inbreng aan het overleg te kunnen geven en om onderwerpen voor de agenda aan te leveren.
Pagina 24 van 32
Hoofdstuk 8: Kritiek op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat ouder(s) en/of jeugdigen het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. Wanneer een ouder en/of jeugdigen niet tevreden zijn, vindt de gemeente dit een belangrijk signaal. De gemeente zet zich er dan voor in om de kritiek met de ouder(s) of jeugdigen te bespreken en na te gaan of er een passende oplossing is. Als dat niet lukt, bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In dit hoofdstuk staan regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen. Bij problemen met jeugdhulp kunnen de ouder(s) en/of jeugdigen een vertrouwenspersoon spreken. Dit hoofdstuk sluit aan bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ❖ De gemeente wijst de ouder(s) en jeugdigen op hun rechten. ❖ De gemeente en de ouder(s) en jeugdigen zijn gelijkwaardige partners.
Artikel 8.1 Second opinion 1. De inwoner kan één keer vragen om een herbeoordeling van zijn melding door een andere medewerker, als de inwoner en de behandelend medewerker het niet eens worden over de inhoud van het ondersteuningsplan van de inwoner. 2. De herbeoordeling wordt op verzoek van de inwoner gedaan door: a. een andere consulent binnen het team; of door b. een onafhankelijke deskundige die door de gemeente wordt aangewezen. Dat kan een medewerker van een andere gemeente zijn of een deskundige van een andere organisatie. 3. De gemeente streeft ernaar om de herbeoordeling te doen binnen 14 dagen nadat de inwoner dit heeft gevraagd. 4. Na het onderzoek stuurt de gemeente het verslag van de herbeoordeling naar de inwoner. Als de gemeente het oorspronkelijke ondersteuningsplan na de herbeoordeling aanpast, dan vervalt het oude plan en komt het aangepaste plan daarvoor in de plaats. 5. De herbeoordeling van de melding is voor de inwoner gratis. 6. De inwoner kan besluiten om een aanvraag in te dienen, ook als hij al een vraag om herbeoordeling heeft ingediend. 7. Zolang er geen aangepast ondersteuningsplan ligt, kan de gemeente het eerste ondersteuningsplan uitvoeren als de inwoner hulp nodig heeft. Artikel 8.2 Klachtenregeling 1.
De ouder(s) en/of jeugdigen kunnen een klacht indienen over het gedrag van bestuursorganen en medewerkers van de gemeente bij de uitvoering van hun taak op grond van deze verordening. 2. De gemeente heeft daarvoor een klachtenregeling. Voor de afhandeling van klachten geldt het klachtenreglement van de gemeente Renswoude. 3. Ouder(s) en/of jeugdigen die niet tevreden zijn met een SKJ-geregistreerde jeugdprofessional kunnen in sommige gevallen een klacht kunt indienen bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Een klacht kan op de website, via een digitaal klachtformulier (klachtenformulier) worden ingediend.
Pagina 25 van 32
Artikel 8.3 Vertrouwenspersoon 1. De gemeente wijst jeugdigen, ouder(s) en andere verzorger(s) en opvoeders op de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon. Jeugdstem (voorheen Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg/AKJ) huurt hiervoor vertrouwenspersonen van Zorgbelang in. De vertrouwenspersoon kan ondersteunen bij problemen, klachten en vragen over de (toegang tot) jeugdhulp. 2. Jeugdigen, ouder(s) en andere verzorger(s) kunnen ook terecht bij een jurist via een eventuele rechtsbijstandsverzekering of bij een advocaat. Artikel 8.4 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Op grond van artikel 3.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) moeten aanbieders bij de toezichthouder Wmo en Jeugdwet (hierna: toezichthouder) binnen 3 werkdagen melding doen van iedere calamiteit die en elk geweld dat bij de verstrekking van de voorziening heeft plaatsgevonden. De meldingsverplichting heeft ten doel, dat de toezichthouder op de hoogte is van ernstige incidenten en situaties die naar zijn oordeel onderzoek en/of ingrijpen vereisen. Het centrale postadres voor meldingen is Kreupelstraat 1, 9712 HW Groningen. Het email-adres is calamiteitenwmo@groningen.nl . 2.
De ouder en/of jeugdigen die geraakt zijn door calamiteiten, geweld of ander strafbaar gedrag van personen of organisaties die jeugdhulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kunnen dit melden bij de gemeente. Die dit vervolgens meldt bij de toezichthouder.
Pagina 26 van 32
Hoofdstuk 9: Kwaliteit en toezicht (inkoop en aanbesteding) De diensten die de gemeente en aanbieders leveren, horen van goede kwaliteit te zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoeften van de ouder(s) en/of jeugdigen. Voor de gemeente geldt een aantal regels bij de inkoop van diensten. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten. Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ❖ Diensten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend. ❖ Diensten van de gemeente zijn niet duurder dan nodig is.
Artikel 9.1 Kwaliteitseisen aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbescherming en jeugdreclassering Jeugdhulpregio JeugdFV 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn, zodat het gewenste resultaat voor de ouder(s) en/of jeugdigen wordt bereikt. 2. De Jeugdhulpregio JeugdFV contracteert jeugdzorgaanbieders voor de hele regio. Ze bewaken de kwaliteit tijdens voortgangsgesprekken en locatiebezoeken. Voor aanbieders die niet zijn gecontracteerd kan een light overeenkomst worden afgesloten. Dit is een variant op het standaardcontract welke wordt beoordeeld door Jeugdhulpregio JeugdFV. 3. De diensten: a. passen bij de behoefte van de ouder(s) en jeugdigen; b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de ouder(s) en jeugdigen; c. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. worden afgestemd op andere diensten die aan de ouder(s) en/of jeugdigen worden geleverd. 4. De jeugdhulpregio JeugdFV heeft toezichthouder(s) in dienst voor recht- & doelmatigheidsonderzoek. Deze toezichthouder(s) maken hun onderzoeksrapport actief openbaar en nemen daarbij de regels uit de Wet open overheid (Woo) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht. Ze functioneren onafhankelijk en zijn belast met: a.
de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen, waaronder van de politie en de belastingdienst; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de jeugdhulpaanbieder; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de jeugdige of zijn dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger; d. het vorderen van identificatie; e. de inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen; g. het controleren of de jeugdhulpaanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; h. het ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; i. het controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd.
Pagina 27 van 32
5. Naast de genoemde kwaliteitseisen, kan de gemeente aanvullende kwaliteitseisen en andere voorschriften vaststellen. De gemeente controleert of deze eisen door aanbieders worden nageleefd.
Pagina 28 van 32
Hoofdstuk 10: Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen waarin wordt benoemd welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Ook staat hier dat de gemeente uitvoeringsregels kan vaststellen, en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit nodig is. Artikel 10.1 Nadere regeling De gemeente kan nadere regels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Met een nadere regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. Artikel 10.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening. Dit kan als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de ouder(s) en/of jeugdige of voor een ander die direct bij het besluit is betrokken. Artikel 10.3 Intrekken oude Verordening De Verordening jeugdhulp 2015 Gemeente Renswoude wordt ingetrokken per de datum dat deze verordening ingaat. Artikel 10.4 Overgangsrecht 1. Toegekende hulp blijft ook na 1 maart 2026 doorlopen. Deze hulp loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die hulp heeft genomen op grond van deze verordening. 2. Een aanvraag die een ouder en/of jeugdigen hebben ingediend voor 1 maart 2026 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. 3.
Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de bij artikel 10.3 ingetrokken verordening, past de gemeente die ingetrokken verordening toe. Artikel 10.5 Ingangsdatum en naam 1. Deze Verordening treedt in werking op 1 maart 2026. 2. Deze Verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp 2026 Gemeente Renswoude. Ondertekening Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 februari 2026, Griffier,
Pagina 29 van 32
Voorzitter,
Bijlage 1: Richtlijn gebruikelijke hulp Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouder(s) voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind in relatie tot AWBZ-zorg. Kinderen van 0 tot 3 jaar • hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; • ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv.
ouder kan was ophangen in andere kamer); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; • hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang; • hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, inen uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar • kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv.
kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; • zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouder(s)/verzorger(s); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18 jaar • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; • hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
Pagina 30 van 32
• hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Pagina 31 van 32
Bijlage 2: Checklist aanvraag Jeugdhulp
Pagina 32 van 32