Raadsbesluit aanpassing Verordening Minimaregelingen v2
Tekst van het document
Raadsbesluit
Nummer 585484/590363 De raad van de gemeente Renswoude; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 mei 2024; Overwegende dat het raadsbesluit van 19 maart 2024 om de minimaregelingen te verbeteren om een vernieuwing van de Verordening Minimaregelingen Renswoude vraagt. BESLUIT: De Verordening Minimaregelingen Renswoude vast te stellen. Verordening Minimaregelingen Renswoude Geldend van 01-07-2024 t/m heden Artikel 1. Definities 1. In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Renswoude die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze verordening aanvraagt; b. aanvraagperiode: de periode waarin een aanvraag kan worden ingediend; c. de doelgroep: inwoners van de gemeente Renswoude met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen; d. huishouden: een alleenstaande, een alleenstaande ouder of een gezin, als bedoeld in het eerste lid, sub c, van artikel 4 van de Participatiewet; e. inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand artikel 32 van de Participatiewet; f.
kind: een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Renswoude in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jeugdwet; g. norm: De op de aanvrager van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in, sub c, van artikel 5 van de Participatiewet; h. peildatum: 30 juni van de lopende aanvraagperiode; i. uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de regelingen met betrekking tot de Verordening Minimaregelingen uitvoert; j. vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. In afwijking van het bepaalde in dit artikel wordt het vermogen in de eigen woning buiten beschouwing gelaten. Artikel 2 Doelstelling 1. Deze verordening heeft tot doel: a. het vergroten van de kansen van de doelgroep om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie bij de doelgroep; c. het voorkomen van sociale uitsluiting van de doelgroep;
Pagina 1 van 17
d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen
ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de doelgroep behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking van de
doelgroep. Artikel 3 Doelgroep 1. Tot de doelgroep voor de minimaregelingen behoren huishoudens bestaande uit personen van 18 jaar of ouder die a. op de datum van aanvraag hun woonplaats hebben in de gemeente Renswoude; b. over een inkomen beschikken lager of gelijk aan 120% van de norm; en c. een vermogen hebben tot de geldende grenzen genoemd in het derde lid van artikel 34 van de Participatiewet; 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, behoren personen van 18 jaar of ouder die in de schuldhulpverlening zitten tot de doelgroep, waarbij zij voor dezelfde vergoedingen in aanmerking komen als aanvrager met een inkomen tot 100% van de norm. 3. Aanvrager heeft geen recht op deze minimaregelingen, indien: a. die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft; of b. die recht heeft op studiefinanciering met uitzondering van (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering; of c. aan wie op grond van artikel 11 van de Participatiewet geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. Artikel 4 Reikwijdte en voorwaarden 1. Er bestaat recht op een vergoeding als de aanvrager tot de doelgroep behoort en voldoet aan de voorwaarden die voor deze minimaregeling gelden. 2. Het recht op vergoedingen wordt vastgesteld voor de gehele aanvraagperiode.
Dit recht kan enkel ten gunste van de aanvrager wijzigen, indien zich wijzigingen voordoen in de huishoudsamenstelling of in het inkomen van de aanvrager. 3. In afwijking van het tweede lid geldt dit onder toepassing van het vierde en vijfde lid van artikel 13 niet voor de deelname aan de collectieve zorgverzekering. 4. Het inkomen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden voorafgaand aan de aanvraag. 5. In afwijking van het vierde lid wordt het inkomen van een uitkeringsgerechtigde vastgesteld aan de hand van de meest recente uitkeringsspecificatie. 6. Vergoedingen worden verstrekt in natura behoudens bij de collectieve ziektekostenverzekering waarbij de vergoeding ziet op een korting op de ziektekostenverzekering. 7. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. Artikel 5 Aanvragen 1. Aanvragen voor vergoedingen op grond van deze minimaregelingen kunnen door middel van een papieren aanvraagformulier bij de uitvoerder of digitaal via het formulier op de website van de Grebbepas worden ingediend. 2. Aanvragen voor een vergoeding kunnen worden ingediend van 1 juli tot en met 30 juni. 3.
In afwijking van het tweede lid moeten aanvragen voor deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering, zoals vermeld in artikel 13, voor een komend kalenderjaar voor 1 januari van dat komende kalenderjaar worden ingediend. In bijzondere gevallen kan het college besluiten af te wijken van deze datum. 4. Indien de aanvrager voldoet aan de gestelde voorwaarden, dan wordt vastgesteld op welke vergoedingen de aanvrager recht heeft gedurende de gehele aanvraagperiode. 5. In afwijking van het vierde lid wordt het recht op deelname aan de collectieve zorgverzekering vastgesteld voor het komende kalenderjaar. 6. De aanvrager dient zelf aan te tonen dat hij een inkomen en vermogen heeft binnen de geldende normen.
Pagina 2 van 17
Artikel 6 Inhoud vergoedingen De vergoedingen als bedoeld in artikel 2 bestaan uit regelingen voor: a. Doe mee-budget Volwassenen; b. Doe mee-budget Kinderen; c. Doe mee-budget Jongeren; d. Vergoeding ID kaart; e. Computer of tablet basisschool; f. Computer middelbare school; g. Collectieve ziektekostenverzekering; h. Huiswerkbegeleiding; i. Meerkosten chronisch zieken en gehandicapten. Artikel 7 Doe mee-budget Volwassenen 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. Om in aanmerking te komen voor het Doe-mee-budget Volwassenen dient de aanvrager 18 jaar of ouder te zijn. 3. Het tegoed kan worden besteed aan sport, hobby en vrije tijd, horeca, cultuur, kleding, witgoed en elektronica, fiets, bouwmarkt, gezonde voeding en aan het rijbewijs. 4. Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: tot en met 100% van de norm: € 200,-; van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 150,-; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 100,-. 5. Het is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. 6. De vergoeding vervalt aan het einde van drie opeenvolgende aanvraagperioden. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 3. Artikel 8 Doe mee-budget Kinderen 1.
Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Kinderen wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum jonger is dan 12 jaar. 3. Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: tot en met 100% van de norm: € 300,-; van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 225,-; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 150,-. 4. Het is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. 5. De vergoeding vervalt aan het einde van drie opeenvolgende aanvraagperioden. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 3. Artikel 9 Doe mee-budget Jongeren 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2. Om in aanmerking te komen voor het Doe mee-budget Jongeren wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 18 jaar. 3.
Het maximale tegoed dat aan de aanvrager per periode toegekend kan worden is bij een inkomen: tot en met 100% van de norm: € 500,-; van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: € 390,-; van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 275,-.
Pagina 3 van 17
4. 5.
Het is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden toegekend kan worden. De vergoeding vervalt aan het einde van drie opeenvolgende aanvraagperioden. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 3.
Artikel 10 Identiteitsbewijs 1. Het college kan een vergoeding aan de aanvrager verstrekken voor de kosten van een IDkaart. 2. De vergoeding betreft de werkelijke kosten voor het verlengen of aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid kan een vergoeding aan de aanvrager worden verstrekt voor de kosten van een paspoort gelijk aan de kosten voor het verstrekken of verlengen van een ID-kaart. 4. Onder verwijzing naar de artikelen 7, 8 of 9 kunnen aanvullende kosten worden voldaan vanuit het Doe mee-budget. 5. Indien de aanvrager in het bezit is van een verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf dan kan hij een vergoeding krijgen voor de werkelijke kosten van de verlenging van het verblijfsdocument voor onbepaalde tijd of duurzaam verblijf. 6. Een vergoeding van een ID-kaart wordt geweigerd, indien: a. binnen vijf jaar voor het kind een ID-kaart is vergoed; of b. binnen tien jaar voor de aanvrager die 18 jaar en ouder is en een ID-kaart is vergoed. 7. De vergoeding aan een ID-kaart is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in het vijfde lid toegekend kan worden. Artikel 11 Computer/tablet basisschool 1.
Het college kan een vergoeding aan aanvrager verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, toetsenbord, beeldscherm, muis en headset. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer of tablet wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag betreft een huishouden met kinderen die op de peildatum 4 tot en met 11 jaar oud zijn; en b. er is aan het huishouden de afgelopen vijf aanvraagperiodes geen vergoeding verstrekt voor een computer op grond van het eerste lid of een van zijn voorgaande regelingen. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van vijf aanvraagperiodes een vergoeding kan worden aangevraagd is € 500,-. 4. Onverminderd het bepaalde in het derde lid is het mogelijk de ontvangen vergoeding verspreid over een periode te besteden. De vergoeding hoeft niet in één keer besteed te worden. 5. De vergoeding voor een computer of tablet basisschool wordt verstrekt per huishouden, wat betekent dat de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden genoemd in de voorgaande leden, recht heeft op één vergoeding, ongeacht het aantal kinderen in het huishouden. Artikel 12 Computer/laptop middelbare school 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer of een laptop die door middelbare scholen als noodzakelijk wordt geacht. 2.
Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer of laptop wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. er is voor het kind in de voorgaande periode, geen vergoeding verstrekt op grond van het eerste en tweede lid of een van zijn voorgaande regelingen met uitzondering van de kosten genoemd in lid 4 sub b. 3. De vergoeding voor een computer of laptop kan éénmalig worden aangevraagd per kind. 4. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een computer of laptop: € 500,-, tenzij:
Pagina 4 van 17
a.
5.
de aanvrager kan aantonen dat de school een laptop verplicht stelt die duurder is dan € 500,- dan kan er een vergoeding voor maximaal € 750,- worden toegekend; b. de laptop stuk gaat dan kan er voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden toegekend. De vergoeding voor een computer of een laptop voor de middelbare school wordt toegekend per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 13 Collectieve ziektekostenverzekering 1. Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering verstrekken door middel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar. 2. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager heeft geen achterstanden bij de huidige zorgverzekering; en b. de aanvrager of diens partner sluit met de zorgverzekeraar, als bedoeld in het eerste lid, een overeenkomst voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet; en c. het te verzekeren pakket komt overeen met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. 3. Aanvrager kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. 4. De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat aanvrager of diens partner: a. de verzekering beëindigt per 1ste van het nieuwe kalenderjaar; of b. niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Renswoude. 5. De deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima eindigt per 1 januari van het volgende kalenderjaar indien de aanvrager of diens partner: a. een inkomen heeft dat hoger is dan 120% van de toepasselijke norm; of b.
een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in het eerste lid, sub c, artikel 3. Artikel 14 Huiswerkbegeleiding 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke huiswerkbegeleiding. 2. In afwijking van het eerste lid wordt geen vergoeding verstrekt, indien het aanbod Huiswerkplus van Veens Welzijn uit de sociale basis passend is. 3. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 jaar of ouder is maar jonger dan 19 jaar; en b. de school verstrekt een indicatie die de noodzaak van een vergoeding voor huiswerkbegeleiding aantoont. 4. Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager per periode van een maand een vergoeding kan aanvragen is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm: € 250,-; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm: c. 5. 6.
€ 190,-; bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm:
€ 125,-. De aanvrager is vrij in de keuze bij welk huiswerkinstituut hij de huiswerkbegeleiding wil afnemen. De vergoeding huiswerkbegeleiding kan toegekend worden per kind ongeacht het aantal kinderen in het huishouden.
Artikel 15 Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 1. Het college kan een vergoeding toekennen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die de aanvrager met een chronische ziekte of handicap maken als: a. De inwoner ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend 18 jaar of ouder is en:
Pagina 5 van 17
beschikt over een geldige indicatie op grond van de Wmo of de Wet langdurige zorg; of ii. beschikt over een geldige CIZ-indicatie of een geldige gehandicaptenparkeerkaart; b. de aanvrager een arbeidsongeschiktheidsuitkering, waaronder een WAO, WIA, WAZ of Wajong-uitkering ontvangt, of een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW, of IOAZ met een ontheffing van de sollicitatieplicht op medische gronden; of c. de aanvrager beschikt over een verklaring van een huisarts of specialist waaruit blijkt dat sprake is van een chronische ziekte of een handicap en meerkosten aannemelijk zijn. 2. De vergoeding die aan de aanvrager per aanvraagperiode kan worden toegekend bedraagt € 200,-. 3. De vergoeding voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten is een persoonlijke vergoeding welke aan elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 1, toegekend kan worden. i.
Artikel 16 Onjuiste of onvolledige gegevens 1. De aanvrager is verantwoordelijk voor de aanlevering van de juiste gegevens aan de uitvoerder. 2. Het college kan onderzoeken of de vergoedingen rechtmatig zijn verstrekt. 3. Het college kan het besluit tot verstrekking van een vergoeding intrekken of ten nadele van de aanvrager wijzigen, indien: a. De aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste, verouderde of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onrechtmatige verstrekking van de vergoedingen heeft geleid; b. op de aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling van die aanvraag de juiste gegevens bekend waren geweest; of c. de zaak of activiteit waarvoor de vergoeding is verstrekt niet is aangeschaft of heeft plaatsgevonden. 4. Het college kan de op grond van deze paragraaf onverschuldigd betaalde vergoedingen terugvorderen. Artikel 17 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening of de daarop gebaseerde regels voor zover dit naar het oordeel van het college onredelijke gevolgen heeft voor de aanvrager gezien de doelstelling van de verordening. Artikel 18 Verbinden van aanbieders 1.
Het college kan aanbieders van producten die vergoed kunnen worden op basis van deze minimaregelingen, op elk moment in het jaar, toestemming geven zich aan te sluiten bij de voor dit doel beschikbaar gestelde online omgeving om producten toe te voegen. 2. Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden samengewerkt met lokale aanbieders. 3. Producten van aanbieders die reeds aangesloten zijn kunnen direct online besteld worden door de aanvrager na ontvangst van het besluit tot verstrekking van een vergoeding. Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2024. Artikel 20 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Minimaregelingen Renswoude Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 juni 2024 de heer M.T.H. Jansen
Pagina 6 van 17
mevrouw P. Doornenbal-van der Vlist
griffier
Pagina 7 van 17
voorzitter
Bijlage 1: Toelichting wijzigingen Definities Aanvraagperiode: kent een verschillende omschrijving voor de minimaregelingen waarvoor de periode geldt 1 juli tot en met 30 juni. Voor de collectieve zorgverzekering geldt een overstapperiode die hiervan afwijkt. Huishouden: de oude formulering was vaag. Dit is een poging om het te verduidelijken. Norm: er stond: ‘wettelijk minimum/bijstandsnorm’. Dat is onduidelijk. Het gaat om de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Peildatum: dit betreft een actualisatie. Daar stond verouderde informatie dus we hebben dit kunnen inkorten. Toevoeging: van de begrippen ‘Inkomen’ en ‘vermogen’. Dat zijn belangrijke begrippen die worden gebruikt en daarom goed zijn om hier te specificeren. Herordening van de artikelen om leesbaarheid te vergroten Om de leesbaarheid te vergroten hebben we het artikel 2 Reikwijdte en doelstelling waarin bepalingen zijn opgenomen over de doelstelling, doelgroep, de reikwijdte en voorwaarden gesplitst in drie afzonderlijke artikelen: o Artikel 2 Doelstelling o Artikel 3 Doelgroep o Artikel 4 Reikwijdte en voorwaarden We hebben het artikel ‘Inhoud vergoedingen’ en het artikel ‘Aanvragen’ omgedraaid in de volgorde, zodat er een logischer verloop ontstaat, te beginnen met: Doelstelling, Doelgroep, Reikwijdte en voorwaarden en dan hoe de inwoner de regelingen daadwerkelijk kan aanvragen.
Daarna volgt het overzicht van alle regelingen en de specifieke bepalingen die gelden voor de regeling. Aanpassing van de regelingen De gemeenteraad van Renswoude heeft op 19 maart 2024 besloten om de minimaregelingen aan te passen: 1. Er zijn minder verschillende budgetten waarbij het totale budget gelijk blijft. De bestedingsdoelen zijn verruimd voor volwassenen door kleding, witgoed, elektronica, fiets, bouwmarkt, gezonde voeding en het rijbewijs toe te voegen. Voor kinderen zijn de bestedingsdoelen verruimd door de fiets en gezonde voeding toe te voegen. Voor Jongeren is ook de categorie gezonde voeding toegevoegd. Dit is opgenomen in de specifieke artikelen. a. Volwassenen: Het Doe mee-budget en het Sport budget worden samen het Doe mee-budget voor Volwassenen. b. Kinderen: De regeling voor Kledingbudget, het Doe mee-budget wordt samengevoegd tot het Doe mee-budget Kinderen. c. Jongeren: Het kledingbudget, Doe mee-budget en de afzonderlijke regelingen voor schoolbenodigdheden, fiets en mobiele telefoon worden samen het Doe mee-budget Jongeren. In de verordening betekent dit dat de volgende artikelen worden geschrapt: o Artikel 6 Sport en bewegen volwassenen o Artikel 10 Mobiele telefoon o Artikel 11 Fiets o Artikel 12 Kledingpakket Deze regelingen/budgetten zijn namelijk ondergebracht in de verruimde Doe mee-budgetten. 2.
Het budget van de Doe-mee-tegoeden voor Volwassenen, Kinderen en Jongeren vervallen niet aan het einde van het pasjaar maar na drie jaar, vanaf toekenning. Dit geldt ook voor inwoners die uitstromen uit de bijstand. Dit is in de artikelen over de specifieke Doe mee-regelingen opgenomen. En om deze reden is de bepaling in artikel 2 lid 11 geschrapt. 3. Het maximale inkomen blijft 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Doelstelling paragraaf: geen aanpassingen.
Pagina 8 van 17
Doelgroep Artikel 3 lid 3 sub a ‘Studiefinanciering ontvangt’ is gewijzigd in ‘Recht heeft op studiefinanciering’. We sluiten in deze paragraaf voor veel onderdelen aan bij de Participatiewet en dit past in die lijn. Dit is een bredere groep. De kostendelersnorm staat niet meer expliciet genoemd want in de verwijzing naar de bijstandsnorm zit de kostendelersnorm besloten. Het is overbodig dit hier te noemen. Reikwijdte en voorwaarden Verduidelijking: Toevoeging lid 3 omdat de collectieve zorgverzekering een afwijking is op de algemene regel dat het recht op de vergoeding geldt voor de gehele periode. Voor de zorgverzekering geldt namelijk dat bij het niet meer ingeschreven staan in het BRP het recht op deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt. Toevoeging van lid 4: het inkomen van een uitkeringsgerechtigde wordt aan de hand van de meest recente uitkeringsspecificatie vastgesteld. Dit is de (logische) uitvoeringspraktijk en volledigheidshalve voegen we dit toe. Het lid vervalt waarin wordt gesteld dat het recht op een vergoeding niet kan worden meegenomen naar een volgende aanvraagperiode. Aanvragen Schrappen van lid 2 en lid 4: dat betreft uitvoeringszaken zoals de persoonlijke inlogcode en de digitale omgeving, die niet in de verordening thuishoren.
Lid 3 verduidelijkt het onderscheid voor wat betreft aanvraagperiode en looptijd tussen de collectieve ziektekostenverzekering (kalenderjaar) en de minimaregelingen (pasjaar). Aan lid 6 is voor de volledigheid het vermogen toegevoegd en ‘inkomensnormen’ is aangepast naar ‘normen’ omdat dit de term is die we consequent hanteren. Inhoud vergoedingen De regelingen zijn geschrapt die zijn nu zijn samengevoegd in de drie afzonderlijke Doe mee-budget regelingen voor Volwassenen, Kinderen en Jongeren. Deze regelingen zijn daarom geschrapt: ‘Sport en bewegen volwassenen’, ‘Mobiele telefoon’, ‘Fiets’ en ‘Kledingpakket’. Doe mee-budget Volwassenen, Kinderen en Jongeren Dit zijn drie nieuwe artikelen. De bestedingsdoelen zijn overgenomen uit het Voorstel aanpassingen Minimaregelingen, Bijlage A. Het gaat om een persoonlijke vergoeding. De vergoeding vervalt na drie opeenvolgende aanvraagperiodes. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 3. Identiteitsbewijs Geen inhoudelijke wijzigingen. Tekstuele wijziging in lid 4 waar verwezen wordt het naar het Doe mee-budget in artikel 7, artikel 8 en artikel 9. Computer/tablet basisschool Verduidelijking van de bedoeling door toevoeging van lid 4: ‘de vergoeding hoeft niet één keer besteed te worden’.
Vanuit dit artikel kunnen namelijk verschillende producten worden aangeschaft zoals staat in lid 1 (printer, toetsenbord, muis etc). Deze producten hoeven niet in één keer te worden gekocht. Er is wel een maximaal bedrag opgenomen, namelijk € 500,- per huishouden. Schoolkosten middelbare school > Computer/laptop middelbare school De schoolkosten zijn toegevoegd aan het Doe mee-budget Jongeren. Dit artikel gaat dus uitsluitend over een computer of laptop. Overal waar ‘schoolkosten’ stond staat nu ‘computer of een laptop’. Lid 1 is ingekort omdat laatste deel van de zin in deze context niet veel toevoegt.
Pagina 9 van 17
Aangezien het om één product gaat is lid 3 toegevoegd. Het gaat om een éénmalige aanschaf voor de periode waarin de jongere op de middelbare school zit.
Collectieve ziektekostenverzekering Geen wijzigingen. Tekstuele aanpassing ter verduidelijking: lid 5 sub b waar verwezen wordt naar het vermogen. Huiswerkbegeleiding Ter verduidelijking is toegevoegd aan lid 2 dat het gaat om Huiswerkbegeleiding van Veens Welzijn en dat dit een voorliggende voorziening is. Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten Verduidelijk in lid 1 sub a: de inwoner ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend 18 jaar of ouder is. De regeling is bedoeld voor volwassenen. Lid 2 sub b iii is geschrapt. Één keer het eigen risico opmaken betekent namelijk nog niet dat de inwoner chronisch ziek is of gehandicapt. Dit criterium was te ruim. Nu we het gebruik echt willen beperken tot de groep chronisch zieken en gehandicapten is deze geschrapt. We voegen bij lid 1 sub c een bepaling toe dat een medische verklaring van een huisarts of een medisch specialist ook een bewijsstuk kan zijn. De reden is dat nu enkel mensen met een voorziening (een uitkering of Wmo voorziening) aanspraak kunnen maken. Daarmee ondervangt het voor een klein deel het schrappen van het bewijsstuk van het opmaken van het eigen risico, wat onvoldoende aantoont dat er sprake is van een chronische ziekte. Onjuiste of onvolledige gegevens Lid 4 is geschrapt omdat het juridisch gezien niet juist is wat er staat en niets toevoegt.
Indien het besluit wordt ingetrokken, dan is er – achteraf gezien – nooit recht geweest. Lid 6 is geschrapt. Het heeft geen grondslag. De basis voor het minimabeleid is de gemeentewet. In artikel 4:115 van de Awb is bepaald dat de bevoegdheid tot uitvaardiging van een dwangbevel – die een directe executoriale titel verschaft - slechts bestaat indien zij bij de wet [lees: wet in formele zin] is toegekend. In het onderhavige geval is de Gemeentewet de wet in de formele zin. In deze wet is echter geen bevoegdheid tot uitvaardigen van een dwangbevel opgenomen. Dit betekent dat als de inwoner weigert om terug te betalen er via de civiele rechter een executoriale titel voor (dwang)invordering moet worden verkregen. Hardheidsclausule Geen aanpassingen
Pagina 10 van 17
Bijlage 2 bestaande tekst Gepubliceerd op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR652965
Lokale wet- en regelgeving
Verordening Minimaregelingen Renswoude Geldend van 01-01-2021 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2021 Intitulé Verordening Minimaregelingen Renswoude De raad van de gemeente Renswoude; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2020, nummer 506105/522794; Overwegende dat • het van wezenlijk belang wordt geacht dat inwoners van Renswoude en hun minderjarige kinderen zich doormaatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door hun financiële positie; • dat de gemeente Renswoude daaraan wenst bij te dragen door het voeren van beleid, gericht op bevordering van maatschappelijke participatie, waaronder wordt verstaan deelname aan activiteiten die het mogelijk maken mee te doen in de samenleving; • dat deze verordening de regelingen uit het Activerend minimabeleid vervangt; • Gelet op artikel 35 van de Participatiewet; • de artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet. Besluit vast te stellen de Verordening Minimaregelingen Renswoude. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: de inwoner van de gemeente Renswoude die ten behoeve van zichzelf, zijn partner of zijn kind(eren) een vergoeding op grond van deze verordening aanvraagt; b. college: college van burgemeester en wethouders; c.
de doelgroep: inwoners van de gemeente Renswoude met een laag inkomen en de tot hun last komende kinderen; d. de gemeente: de gemeente Renswoude; e. jaar: kalenderjaar. Vanaf 1 juli 2023: boekjaar van 1 juli tot 1 juli van het daaropvolgende jaar; f. kind: een persoon jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenstaande ouder of gehuwde ouders, die ingeschreven staat in de gemeente Renswoude in de Basisregistratie personen, kinderbijslag op grond van artikel 18 van de Algemene Kinderbijslagwet wordt betaald of zal worden betaald vanaf het eerstvolgende kwartaal of het pleegkind jonger dan 18 jaar waarvoor een pleegvergoeding wordt ontvangen op grond van artikel 5.3, lid 1, van de Jeugdwet; g. peildatum: 31 december van het jaar van de aanvraag. Vanaf 1 juli 2023: 30 juni van het lopende boekjaar; h. uitvoerder: de uitvoerende instantie die namens het college de regelingen met betrekking tot de Verordening Minimaregelingen uitvoert; i. norm: wettelijk minimum/ bijstandsnorm, het bedrag, bedoeld in artikel 5, onder c, van de Participatiewet. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Gemeentewet. Artikel 2. Reikwijdte en doelstelling verordening
Pagina 11 van 17
1.Deze verordening heeft tot doel: a. het vergroten van de kansen om de spiraal van armoede te doorbreken; b. het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie; c. het voorkomen van sociale uitsluiting; d. het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de minima behoren; e. het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking. 2.Er bestaat alleen recht op vergoedingen op basis van deze verordening voor inwoners van de gemeente Renswoude met een inkomen dat niet hoger is dan maximaal 120% van de norm of die in de schuldsanering zitten. 3.Voor inwoners die in de schuldhulpverlening zitten is de norm van 100% van het wettelijk minimum toepasbaar. 4.Bij vaststelling van het inkomen wordt de Vermogenstoets, zoals omschreven in artikel 31 van de Participatiewet, toegepast met uitzondering op het vermogen in de vorm van een eigen woning. Deze wordt niet meegerekend. 5.Bij de vaststelling van het inkomen wordt de Kostendelersnorm, zoals omschreven in de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet, toegepast. 6.Er bestaat recht op de voorzieningen voor zover de leeftijd van de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden als genoemd bij de specifieke voorzieningen.
7.Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt. Een uitzondering hierop betreft (alleenstaande) ouder(s) met studiefinanciering. 8.Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregelingen heeft de belanghebbende aan wie op grond van artikel 11 van de Participatiewet geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. 9.Vergoedingen worden verstrekt in natura. 10. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten. 11. Het recht op vergoedingen kan niet meegenomen worden naar een volgend jaar. Artikel 3. Inhoud voorzieningen De voorzieningen bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestaan uit regelingen voor: a.Maatschappelijke participatie; b. Sport volwassenen; c.Vergoeding ID kaart; d. Computer en/of tablet basisschool; e.Schoolkosten middelbare school; f. Mobiele telefoon; g. Fiets; h. Kledingpakket; i. Collectieve ziektekostenverzekering; j. Meerkosten chronisch zieken. Artikel 4. Aanvragen 1.Aanvragen voor vergoedingen op grond van deze verordening kunnen door middel van een papieren aanvraagformulier bij de uitvoerder of via de eigen digitale omgeving van de uitvoerder worden ingediend.
2.Aanvragers kunnen een persoonlijke inlogcode aanvragen bij de uitvoerder. 3.In de persoonlijke digitale omgeving kunnen de aanvragers zien op welke regelingen zij recht hebben en onder welke voorwaarden. 4.De aanvragers dienen zelf aan te tonen dat zij een inkomen hebben binnen de geldende inkomensnormen. 5.Aanvragen voor vergoedingen kunnen aangevraagd worden van: a. 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021; b. 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2023;
Pagina 12 van 17
c. Vanaf 1 juli 2023 geldt dat aanvragen voor vergoedingen kunnen worden aangevraagd van 1 juli van het betreffende kalenderjaar tot 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar. HOOFDSTUK 2. SPECIFIEKE VOORZIENINGEN Artikel 5. Doe mee-budget 1.Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren van alle leeftijden verstrekken voor kosten van maatschappelijke participatie. 2.De vergoeding betreft culturele, recreatieve en/of maatschappelijke voorzieningen of activiteiten. 3.Het maximale bedrag waarvoor de rechthebbende per periode vergoedingen kan aanvragen is bij een inkomen: • tot en met 100% van de norm, € 100,00 per jaar; • van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 75,00 per jaar; • van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00 per jaar. 4.Het is toegestaan het Budget voor sport en bewegen volwassenen uit artikel 6 samen te voegen met de bedragen uit lid 3, ten behoeve van een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging. 5.De vergoeding voor maatschappelijke participatie is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden aangevraagd kan worden. Artikel 6. Budget voor sport en bewegen volwassenen 1.Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren, ouder dan 18 jaar verstrekken voor de kosten van een sportabonnement. 2.De vergoeding betreft een lidmaatschap bij een erkende sportclub of -vereniging.
3.Het maximale bedrag waarvoor de rechthebbende per periode vergoedingen kan aanvragen is bij een inkomen: • tot en met 100% van de norm, € 100,00 per jaar; • van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 75,00 per jaar; • van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00 per jaar. 4.Het is toegestaan de bedragen genoemd in artikel 5.3 toe te voegen aan de bedragen uit lid 3. 5.De vergoeding voor sport is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat op de peildatum 18 jaar of ouder is, aangevraagd kan worden. Artikel 7 Vergoeding ID-kaart 1.Het college kan een vergoeding aan Renswoudenaren, ouder dan 14 jaar verstrekken voor de kosten van een ID-kaart. 2.De vergoeding betreft de werkelijke kosten voor het verlengen of aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. 3.Indien een Renswoudenaar in het bezit is van een vreemdelingendocument dan kan hij een tegemoetkoming krijgen in de kosten van de verlenging van het vreemdelingendocument ter hoogte van de kosten genoemd in lid 2. 4.Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een ID-kaart, moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. de aanvrager is op de peildatum 14 jaar of ouder. b.
Er is aan de aanvrager de afgelopen periode geen vergoeding voor een ID-kaart vanuit de Verordening Minimaregelingen verstrekt; i Deze periode betreft vijf jaar voor aanvragers van 14 tot 18 jaar en ii tien jaar voor aanvragers ouder dan 18 jaar. 5.De aanvrager kan voor ieder kind die op de peildatum de leeftijd heeft van 14 tot en met 17 jaar, eenmalig voor vergoeding van de kosten voor een ID-kaart in aanmerking komen tot de kostprijs van die kaart (in 2019 was dit € 29,90).
Pagina 13 van 17
6.De aanvrager, ouder dan 18 jaar, kan elke tien jaar in aanmerking komen voor vergoeding van de kosten voor een ID-kaart, tot de kostprijs van die kaart (in 2019 was dit € 56,80). 7.De vergoeding voor een ID-kaart is een persoonlijke vergoeding welke voor elk lid van het huishouden dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 2 aangevraagd kan worden. Artikel 8. Computer/ tablet basisschool 1. Het college kan een vergoeding aan gezinnen verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet, en/of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, headset, toetsenbord, beeldscherm en muis. 2. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van een computer en/of tablet moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. de aanvraag betreft een gezin met kinderen die op de peildatum 4 tot en met 11 jaar oud zijn. b. er is aan het gezin de afgelopen vijf jaar geen vergoeding verstrekt voor een computer vanuit hetActiverend Minimabeleid. 3. Het maximale bedrag waarvoor per periode van vijf jaar een vergoeding kan worden aangevraagd is € 500,00. 4. Er kan slechts één keer per periode van vijf jaar een vergoeding worden aangevraagd voor het maximale bedrag per periode. 5.
De vergoeding voor een computer en/of tablet is een gezinsregeling, wat betekent dat de aanvrager die voldoet aan de voorwaarden genoemd in punt 1 en 2, recht heeft op één vergoeding, ongeacht het aantal kinderen in het gezin. Artikel 9. Vergoeding schoolkosten 1.Het college verstrekt een vergoeding voor schoolbenodigdheden die door middelbare scholen als noodzakelijk worden geacht om de schoolcarrière optimaal te kunnen doorlopen, wanneer aan de voorwaarden van lid 2 wordt voldaan. 2.Om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor schoolkosten moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 tot en met 18 jaar oud is. b. Er is voor het kind de afgelopen periode, zoals gespecificeerd onder 4a t/m c, geen vergoeding verstrekt vanuit de regeling vergoeding schoolkosten. 3.De regeling vergoeding schoolkosten omvat de volgende vergoedingen: a. laptop of computer; b. schoolbenodigdheden; c. ouderbijdrage (inclusief verplichte ouderbijdrage, schoolreisjes en stagekosten. 4.De frequenties waarin rechthebbenden vergoedingen kunnen aanvragen zijn voor: a. laptop of computer eenmalig; b. schoolbenodigdheden jaarlijks; c. ouderbijdrage jaarlijks. 5.Het maximale bedrag waarvoor de rechthebbende per periode vergoeding kan aanvragen is voor: a. laptop of computer € 500,-; b. schoolbenodigdheden: i.
bij een inkomen tot en met 100% van de norm, € 100,00; ii. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 75,00; iii. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 50,00. c. Ouderbijdrage € 250,00. 6.Voor de vergoeding van de laptop kan er slechts één keer een vergoeding worden aangevraagd voor het maximale bedrag. 7.De regeling vergoeding schoolkosten is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind. Artikel 10. Tegemoetkoming kosten mobiele telefoon
Pagina 14 van 17
1.Het college kan een vergoeding aan jongeren verstrekken voor de aanschaf van een mobiele telefoon. 2.Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 tot en met 18 jaar oud is. b. Voor het kind is de afgelopen drie jaar geen vergoeding toegekend voor de tegemoetkoming in de kosten voor een mobiele telefoon vanuit deze Verordening. 3.Het maximale bedrag waarvoor per periode van drie jaar een vergoeding kan worden aangevraagd is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm, € 150,00; b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 112,50; c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 75,00. 4.Er kan slechts één keer per drie jaar een vergoeding worden aangevraagd voor het maximale bedrag per periode. 5.De vergoeding geldt voor: a. een mobiele telefoon (nieuw of refurbished); b. accessoires; c. prepaidkaarten. 6.Er kan geen vergoeding worden aangevraagd voor abonnementskosten en verzekeringskosten. 7.De regeling vergoeding mobiele telefoon is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind. Artikel 11 Tegemoetkoming kosten fiets 1.Het college kan een vergoeding/ tegemoetkoming aan jongeren verstrekken voor de aanschaf of het opknappen van een fiets.
2.Om hiervoor in aanmerking te komen moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 12 tot en met 18 jaar oud is. b. Voor het kind is niet eerder een vergoeding toegekend voor een fiets vanuit deze verordening. 3.Het maximale bedrag waarvoor een tegemoetkoming in de kosten van een fiets kan worden aangevraagd is € 150,00: 4.Er kan slechts één keer een tegemoetkoming in de kosten van een fiets worden aangevraagd voor het maximale bedrag. 5.De een tegemoetkoming in de kosten van een fiets is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind. Artikel 12. Kledingpakket 1.Het college kan een vergoeding voor een kledingpakket verstrekken. 2.Om hiervoor in aanmerking te komen moet de aanvrager voldoen aan onderstaande voorwaarde: a. De aanvraag heeft betrekking op een kind dat op de peildatum 0 tot en met 18 jaar oud is. 3.Het maximale bedrag waarvoor per periode een vergoeding kan worden aangevraagd is: a. bij een inkomen tot en met 100% van de norm, € 200,00 b. bij een inkomen van meer dan 100% maar minder of gelijk aan 110% van de norm, € 150,00 c. bij een inkomen van meer dan 110% maar minder of gelijk aan 120% van de norm, € 100,00. 4.De vergoeding voor een kledingpakket is een kindregeling. Het betreft een aanvraag per kind. Artikel 13. Collectieve ziektekostenverzekering
Pagina 15 van 17
1.Het college kan een korting op de ziektekostenverzekering vertrekken doormiddel van het aanbieden van een collectieve ziektekostenverzekering van een zorgverzekeraar. 2.Om hiervoor in aanmerking te komen mag aanvrager geen achterstanden hebben bij de huidige zorgverzekering. 3.Deelname aan de collectieve zorgverzekering is mogelijk als de belanghebbende en/of diens partner met de zorgverzekeraar als bedoeld in lid 1, een overeenkomst sluit voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket overeenkomt met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt. 4.Een inwoner kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. 5.De deelname aan de collectieve zorgverzekering eindigt vanaf het moment dat belanghebbende of diens partner: a. de verzekering beëindigt (per 1ste van het nieuwe kalenderjaar); b. niet meer ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie (BRP) van de gemeente Renswoude; 6.De deelname aan de collectieve zorgverzekering voor minima eindigt per 1 januari van het volgende kalenderjaar indien belanghebbende of diens partner: a. een inkomen heeft dat hoger is dan 120% van de toepasselijke norm; b.
een vermogen heeft boven de van toepassing zijnde vermogensgrens op grond van artikel 34 van de Participatiewet. Artikel 14 Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten 1.Het college kan een compensatie beschikbaar stellen voor aannemelijke meerkosten van directe en indirecte zorgkosten die Renswoudenaren met een chronische zieken of handicap maken. 2.Om hiervoor in aanmerking te komen moet de aanvrager voldoen aan beide onderstaande voorwaarden in lid 2.a en 2.b: a. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2. mag het inkomen niet hoger zijn dan maximaal 110% van de norm. b. Tot de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten met aannemelijke meerkosten behoren in ieder geval de volgende personen: i. Belanghebbenden van 18 jaar of ouder die een voorziening ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning hebben of beschikken over een geldige indicatie (waaronder Wmo, CIZ, Wlz-indicatie of gehandicaptenparkeerkaart); of ii. Belanghebbende die een arbeidsongeschiktheidsuitkering (waaronder WAO, WIA.WAZ of Wajong-uitkering) ontvangen, of een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW, of IOAZ met een ontheffing van de sollicitatieplicht op medische gronden of iii. Belanghebbenden die kunnen aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn.
In ieder geval wordt dit aangetoond indien men een bewijs heeft dat het volledig wettelijk Eigen Risico Ziektekostenverzekering 2019 (ad 385,-) of 2020 (ad 385,-) is betaald. 3.Aan een persoon die tot de doelgroep zoals geformuleerd in lid 2, wordt een tegemoetkoming verstrekt voor aannemelijke meerkosten onder de volgende voorwaarden: a. De tegemoetkoming wordt één keer per kalenderjaar op aanvraag toegekend. b. De tegemoetkoming bedraagt € 200,00. c. Gehuwden of samenwonenden kunnen beiden in aanmerking komen voor deze tegemoetkoming. HOOFDSTUK 3. AANVULLENDE BEPALINGEN Artikel 15. Onjuiste en/of onvolledige gegevens 1.De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor de aanlevering van de juiste gegevens aan de uitvoerder. 2.Het college kan onderzoeken of de voorzieningen rechtmatig zijn verstrekt. 3.Het college kan het besluit tot toekennen van een vergoeding intrekken of ten nadele van de aanvrager wijzigen indien:
Pagina 16 van 17
a. de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste, verouderde en/of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onrechtmatige toekenning van de voorzieningen heeft geleid; b. op de aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling van die aanvraag de juiste gegevens bekend waren geweest. c. de zaak of activiteit waarvoor de vergoeding is verstrekt niet is aangeschaft of heeft plaatsgevonden. 4.Indien het college een besluit tot toekenning van een voorziening intrekt vervalt het recht op de voorziening met ingang van de dag waarop het besluit tot intrekking bekend wordt gemaakt. 5.Het college kan de, op grond van deze verordening onverschuldigd betaalde vergoedingen, terugvorderen. 6.Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. Artikel 16. Hardheidsclausule 1. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening of de daarop gebaseerde regels voor zover dit naar het oordeel van het college onredelijke gevolgen heeft voor de aanvrager gezien de doelstelling van de verordening. Artikel 17. Verbinden van aanbieders 1.Het college kan aanbieders van producten die vergoed kunnen worden, op elk moment in het jaar, toestemming geven zich aan te sluiten bij de voor dit doel beschikbaar gestelde online omgeving om producten toe te voegen.
2.Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden samengewerkt met lokale aanbieders. 3.Producten van aanbieders die reeds aangesloten zijn kunnen direct online besteld worden. Artikel 18. Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9 wordt gedurende de periode 1 januari 2021 tot 1 januari 2022 toegestaan om bonnetjes te declareren van zelf aangeschafte producten of diensten welke voldoen aan de in deze verordening gestelde vereisten. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2. wordt gedurende de periode 1 januari 2021 tot 1 februari 2021 voor de in artikel 13 bedoelde ziektekostenverzekering een inkomensgrens aangehouden voor: a. Garant Verzorgd 1&2: tot en met 120% van de norm; b. Garant Verzorgd 3: tot en met 130% van de norm.
Pagina 17 van 17