Overzicht moties en amendementen RPLG 2023 per gemeente
Tekst van het document
Gemeente
Nijkerk Veenendaal Wageningen
Datum besluitvorming 29 juni 3 juli 3 juli
Scherpenzeel
4 juli
Aangenomen moties en amendementen
Zie brief Geen • om vanuit Wageningen de wens mee te geven om vogelgriep en andere zoönose als onderdeel in het RPLG op te nemen; • de dialoog met andere gemeentes aan te gaan als het gaat om de vogelgriep en andere zoönoses. 1. De volgende wensen en bedenkingen naar voren te brengen op het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: a. In paragraaf 2.1 opgaven uit de contourennotitie (p.10) de volgende zinnen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Daar zullen we t.z.t. op anticiperen” Als volgt te wijzigen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Hierbij communiceren en benadrukken wij richting het Rijk dat de KDW slechts een tot de overheid gerichte doelstelling is, terwijl de implicaties ervan het best geconcretiseerd kunnen worden op basis van emissiereductie-eisen voor ammoniak en stikstofoxiden, aangevuld met eisen voor het stikstof- (en fosfaat) bodemoverschot en broeikasgasemissies voor sectoren en bedrijven.”; b. Bij het treffen van natuurherstel- of -instandhoudingsmaatregelen of het ontwikkelen van beleid hiertoe, rekening te houden met de stand van de natuur ter plaatse en niet uit te gaan van landelijke analyses; Het rapport ‘Vallen of opstaan?’ van Henri Prins d.d.
mei 2023 hierbij te betrekken.; c. De volgende tekst (par. 2.3.3. pagina 22): “Voor de lange termijn willen we voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing).” Als volgt te wijzigen: “We (willen) voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zonering en, of overgangsgebieden moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing).” De volgende tekst (par. 2.3.3. pagina 22) te schrappen uit het document: “Echter gezien de urgentie om op korte termijn maatregelen te moeten nemen is het niet te voorkomen dat we voor een overbruggingsperiode van een aantal jaar gaan werken met overgangsgebieden rondom N2000 gebieden (zonder dat de breedte overal hetzelfde hoeft te zijn, dit kan afhangen van landschaps- en bodemtypen).”
Rhenen Renswoude
4 juli 4 juli
d. De volgende wens in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: Bij het reduceren van toelaatbare emissies geen slot te zetten op agrarische bedrijfsontwikkeling maar ruimte te houden voor toekomstgerichte bedrijven of verplaatsen van bedrijven naar nieuwe locaties. e. De agrarische sector in haar huidige staat als uitgangspunt te nemen voor het ontwikkelen van perspectief. f. Efficiënte voedselvoorziening als kenmerk toe te voegen van toekomstbestendige ‘gebouw gebonden’ landbouw zoals beschreven in paragraaf 2.2.5. Efficiënte voedselvoorziening mee te nemen in het zoeken naar de balans tussen het voedsel- en natuurlijk systeem. g. Een kritische omvang van de agrarische sector te beschrijven zodat bedrijven en de keten volwaardig kunnen functioneren. h. Geen doelen op te nemen die verder strekken dan het voorgenomen provinciale Gelderse beleid of wettelijke kaders en derhalve ook verwijzingen naar het jaar 2030 in het groeidocument te veranderen in 2035. 2. Het college de volgende wensen en bedenkingen op het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley (RPLG) te laten indienen: a.
boeren en landgoedeigenaren dienen prominent betrokken te worden bij het samenstellen van het RPLG, omdat zij het grootste deel van het buitengebied op een goede manier met respect voor de natuur kunnen beheren; b. boeren dienen alle huidige agrarische ruimte te kunnen gebruiken voor toekomstbestendige agrarische bedrijven in alle soorten van veeteelt en akkerbouw, waarbij passende verbreding (huisverkoop, boerencamping, zorg, e.d.) onder voorwaarden ook tot de mogelijkheden behoort; c. boeren dienen perspectief te worden geboden op een wijze, dat zij kunnen ondernemen op een economisch houdbare grondslag en hierdoor tevens zorgen voor betaalbaar voedsel en voedselzekerheid. d. de waardevolle cultuurhistorische landschapswaarden dienen behouden te blijven en derhalve dient verrommeling en beschadiging van het buitengebied (door bijv. grote reclamezuilen, windmolens, zonneweides, industrialisatie, grote antennes, enz.) tegen te worden gegaan; e. het beleid voor het buitengebied van onze regio dient altijd gezien te worden in relatie tot de andere opgaven, zoals wonen, mobiliteit en energietransitie en dient hier ook op afgestemd te worden; f. het RPLG dient duidelijke kaders te bevatten die door alle gemeenteraden van de RFV gemeente worden gesteund, maar er moet ook voldoende ruimte blijven voor het eigen gemeentelijk beleid, dat zal worden vastgelegd in de Omgevingsvisies.
Geen 1. Wij vinden dat de huidige hoogwaardige agrarische sector (conform de landbouwstructuuranalyse van de WUR) met daarin doorgaande innovatie het uitgangspunt moet zijn in het ontwikkelen van perspectief. Nu lijkt de agrarische sector een sluitstuk te vormen in beleidsvoornemens op het gebied van energievoorziening, woningbouw en recreatie. Door zo veel mogelijk
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
landbouwgrond ook in de toekomst beschikbaar te houden voor de huidige agrarische sector, faciliteren we verdergaande extensivering. A. Het RPLG is erg sturend op het gebied van nieuwe vormen van voedselproductie (vertical farming, insectenteelt) en landschapsbeheer die nog geen bewezen verdienmodel hebben. Subsidie afhankelijke bedrijven zijn in de kern niet economisch toekomstbestendig (duurzaam). De huidige agrarische (gezins-) bedrijven zijn veelal economisch goed rendabel en leveren toegevoegde waarde in de regionale markten. Met verdergaande innovatie kunnen deze bedrijven opereren zonder dat dit ten koste gaat van de natuur. B. Wij vragen om efficiënte voedselvoorziening als kenmerk toe te voegen van de toekomstbestendige gebouwgebonden landbouw zoals beschreven in paragraaf 2.2.5. Wij zijn het eens met doelstellingen als het in stand houden van de natuur. Echter in lijn met diverse wetenschappelijke (overheids)rapporten vinden wij het huidige KDW stelsel en Aerius model hierin instrumenten die ongeschikt zijn om dit te meten. Wij pleiten ervoor om het beleid om te buigen van op depositie gericht beleid naar een beleid dat sectoren en bedrijven kan aansturen op emissiedoelstellingen.
Op p.26 staat: ‘Vergunde milieu-emissies die niet actueel zijn in relatie tot de bedrijfsstrategie beschouwen wij niet zomaar als een vaststaand gegeven.’ Wij vinden dat langdurig onbenutte latente vergunningsruimte uit de agrarische sector primair ingezet moet worden voor legalisering van PAS melders en agrarische bedrijfsontwikkeling voor toekomstgerichte bedrijven en/of het verplaatsen van bedrijven naar een nieuwe locatie. Het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij en dierwelzijn zou onder druk staan (p. 11) wat wordt aangevoerd als reden voor ‘het balans in brengen van het voedselsysteem’. Wij zien in onze regio en in het land een zeer groot draagvlak voor de huidige veehouderij die wereldwijd bekend staat om de hoogwaardige en dierwaardige productie. In de Strategische Agenda 2021-2025 van de Regio Foodvalley is een ondergrens benoemd voor het aantal agrarische bedrijven in deze regio. In het RPLG wordt geen ondergrens meer genoemd, waardoor het risico bestaat dat er onvoldoende ‘kritische massa’ zal zijn voor een toekomstbestendige aanverwante sector (toeleveranciers, afnemers, aanverwante industrie). We roepen op om een kritische ondergrens te benoemen. Op p. 22 staat dat er overgangsgebieden nodig zijn rond de N2000 gebieden omdat er sprake zou zijn van ‘urgentie op korte termijn’. Dit uitgangspunt gaat verder dan provinciaal voorgenomen beleid (Gelderland).
De urgentie waarover gesproken wordt is ons onvoldoende helder. Wij pleiten ervoor om niet te spreken over de mogelijkheid van generieke afstandsmaatregelen zoals overgangsgebieden met generieke beperkingen. Op p. 22 staat dat er sprake moet zijn van 2.000 hectare aan ‘aantrekkelijk en beleefbaar groen’ in de Regio Foodvalley. Deze teksten kennen een hoog tekentafel karakter. Wij kijken hier met gemengde gevoelens naar.
Barneveld
5 juli
Amendement 1) Perspectief gebouwgebonden landbouw Beslispunt 1: “Geen wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley” Als volgt te wijzigen: 1. Om de volgende wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van het groeidocument RPLG bij het algemeen bestuur van Regio Foodvalley: a. De huidige staat van de agrarische sector als uitgangspunt te nemen bij het ontwikkelen van perspectief. b. Efficiënte voedselvoorziening als kenmerk toe te voegen van de toekomstbestendige gebouwgebonden landbouw zoals beschreven in paragraaf 2.2.5 c. Efficiënte voedselvoorziening mee te nemen in het zoeken naar balans tussen voedsel- en natuurlijk systeem. Amendement 2) Voorkomen van generieke afstandsmaatregelen tot N2000 Beslispunt 1: “Geen wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley” Als volgt te wijzigen: 1. Om de volgende wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: A. De tekst op pagina 22 par. 2.3.3: “voor de lange termijn willen we voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zoneringen ( overgangsgebieden ) moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn.
(van middel naar doelsturing )” Te wijzigen in: We willen voorkomen dat we met generieke afstandsmaatregelen als zoneringen (overgangsgebieden) moeten gaan werken. Natuurdoelen en waterkwaliteit moeten bepalend zijn (van middel naar doelsturing). B. De volgende tekst uit het document (par 2.3.3. pagina 22) te schrappen:
“Echter gezien de urgentie om op korte termijn maatregelen te moeten nemen is het niet te voorkomen dat we voor een overbruggingsperiode van een aantal jaren gaan werken met overgangsgebiedenrondom N2000 gebieden. (zonder dat de breedte overal hetzelfde hoeft te zijn, dat kan afhangen van landschaps- en bodemtypen)” Amendement 3) Natuurherstelmaatregelen afwegen o.b.v. plaatselijke stand van zaken De volgende wens in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: (Regio Foodvalley op te roepen) en de provincie (dringend) te verzoeken om: • Bij het treffen van natuurherstel- of -instandhoudingsmaatregelen of het ontwikkelen van beleid hiertoe, rekening te houden met de stand van de natuur in het betreffende gebied en niet uit te gaan van landelijke analyses; • Het rapport ‘Vallen of opstaan?’ van Henri Prins d.d. mei 2023 bij het oordeel over te treffen maatregelen te betrekken. Amendement 4): Van depositie- naar emissiebeleid De volgende wens in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: In paragraaf 2.1 opgaven uit de contourennotitite (p.10) de volgende zinnen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Daar zullen we t.z.t.
op anticiperen” Als volgt te wijzigen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Hierbij communiceren en benadrukken wij richting het Rijk dat de KDW een door de overheid opgelegde doelstelling is. De implicaties hiervan kunnen het beste praktisch werkbaar en handhaafbaar gemaakt worden op basis van emissiereductie-eisen voor ammoniak en stikstofoxiden. Aangevuld met eisen voor het stikstof- (en fosfaat) bodemoverschot en broeikasgasemissies voor alle sectoren en bedrijven.”. Deze wens sterk ander de aandacht te brengen bij de Provinciale overheid en in het bijzonder bij de landelijke overheid. Amendement 5) Behoud van vergunde milieu-emissies De volgende wens in te brengen ten aanzien van het groeidocument van het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Foodvalley: In paragraaf 3.1 (p.26) de volgende zinsnede: “Vergunde milieu-emissies die niet actueel zijn in relatie tot de bedrijfsstrategie beschouwen wij niet zomaar als een vaststaand gegeven”
Ede
6 juli
Als volgt te wijzigen: Wij zetten ons in om vergunde milieu-emissies die niet actueel zijn in relatie tot de bedrijfsstrategie worden, als overgangsmaatregel tijdens de transitie, in te laten zetten om toekomstgerichte bedrijven economisch rendabel te houden en/of toekomstgerichte bedrijven te verplaatsen naar een nieuwe locatie voordat deze milieu-emissies vrijvallen. Tenzij deze worden ingekocht ten behoeve van de gebiedsprocessen. Deze maatregel wordt in eerste plaats ingezet binnen de regio” Amendement 1) Belang van voedselvoorziening als wens kenbaar te maken aan het algemeen bestuur van Regio Foodvalley ten aanzien van het groeidocument Regionaal Perspectief Landelijk Gebied: a. de agrarische sector in haar huidige staat als uitgangspunt te nemen voor het ontwikkelen van perspectief; b. efficiënte voedselvoorziening als kenmerk toe te voegen aan de kenmerken van toekomstbestendige ‘gebouwgebonden’ landbouw zoals beschreven in paragraaf 2.2.5; c. efficiënte voedselvoorziening mee te nemen in het zoeken naar de balans tussen het voedsel- en natuurlijk systeem. Amendement 2) Ruimte houden voor toekomstgerichte bedrijven als wens kenbaar te maken aan het algemeen bestuur van Regio Foodvalley ten aanzien van het groeidocument Regionaal Perspectief Landelijk Gebied: a.
om bij het reduceren van toelaatbare emissies geen slot te zetten op agrarische bedrijfsontwikkeling maar ruimte te houden voor toekomstgerichte bedrijven of verplaatsen van bedrijven naar nieuwe locaties. Amendement 3) Van depositie- naar emissiebeleid als wens kenbaar te maken aan het algemeen bestuur van Regio Foodvalley ten aanzien van het groeidocument Regionaal Perspectief Landelijk Gebied: a. In paragraaf 2.1 opgaven uit de contourennotitite (p.10) de volgende zinnen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Daar zullen we t.z.t. op anticiperen” Als volgt te wijzigen: “Het Rijk werkt aan een alternatief voor de huidige methode van beoordeling aan de hand van de huidige KDW doelen. Hierbij communiceren en benadrukken wij richting het Rijk dat de KDW slechts een tot de overheid gerichte doelstelling is. De implicaties hiervan kunnen het beste praktisch werkbaar en handhaafbaar gemaakt worden op basis van emissiereductie-eisen voor ammoniak en stikstofoxiden. Aangevuld met eisen voor het stikstof- (en fosfaat) bodemoverschot en broeikasgasemissies voor alle sectoren en bedrijven.”