Ontwerpbegroting 2023 conceptbegroting 2022 VRU
Tekst van het document
Ontwerp-Begroting 2023 & geactualiseerde begroting 2022 (concept) Versie gemeenten 15 april 2022
Colofon Stafafdeling Bestuur & Control Team Planning & Control Documentnummer: 22.0005368 Vastgesteld op: 28 maart 2022 Door: Algemeen Bestuur VRU
Inhoudsopgave
1
Inleiding Opbouw begroting Proces totstandkoming begroting 1.2.1 Geactualiseerde begroting 2022 1.2.2 Begroting 2023 1.2.3 Beleidsplan 2020-2023
6 6 6 6 7 8
2
Financiële hoofdlijnen Financieel kader 2.1.1 Bijstelling gemeentefonds 2.1.2 Loonaanpassing 2.1.3 Prijsaanpassing 2.1.4 FLO-overgangsrecht 2.1.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding 2.1.6 Samenvatting effect mutaties financieel kader Ontwikkelingen bestaand beleid 2.2.1 Concessievergoeding openbaar meldsysteem 2.2.2 Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (Caco) 2.2.3 AED 2.2.4 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket
10 10 10 13 14 14 15 16 17 17 17 17 18 19 20
3
Beleidsbegroting – programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? 3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.1.3 Waarop sturen we? 3.1.4 Wat kost het? Crisisbeheersing 3.2.1 Wat willen we bereiken? 3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.2.3 Waarop sturen we? 3.2.4 Wat kost het? GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? 3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.3.3 Waarop sturen we? 3.3.4 Wat kost het? Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? 3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.4.3 Waarop sturen we? 3.4.4 Wat kost het? Meldkamer 3.5.1 Wat willen we bereiken? 3.5.2 Wat gaan we daarvoor doen? 3.5.3 Waarop sturen we? 3.5.4 Wat kost het?
21 21 21 21 23 25 25 25 26 27 27 28 28 28 29 29 29 29 30 33 34 34 34 34 35 36
Algemeen 3.6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen 3.6.2 Overhead 3.6.3 Onvoorzien
36 36 37 37
4
Beleidsbegroting – paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.1.1 Weerstandscapaciteit 4.1.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit 4.1.3 Kengetallen Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Kapitaalgoederen 4.2.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.2.3 Onderhoud materieel Financiering 4.3.1 Financieringsportefeuille 4.3.2 Risicobeheer 4.3.3 Verloop reserves Bedrijfsvoering 4.4.1 Inleiding 4.4.2 Personeel 4.4.3 Interne beheersing 4.4.4 Duurzaamheid 4.4.5 Privacy 4.4.6 Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en cyberveiligheid 4.4.7 Vennootschapsbelasting Verbonden partijen
38 38 38 38 40 41 41 42 42 42 42 43 44 47 47 48 49 50 50 51 51 51
5
Financiële begroting – baten en lasten 2022 en 2023 Baten en lasten per categorie Overzicht van baten en lasten Incidentele basten en lasten
53 53 53 54
6
Financiële begroting – meerjarenraming 2023-2026 Meerjarenraming 2023-2026 Stand en meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2023-2026
55 55 56 56
7
Financiële begroting – uiteenzetting financiële positie Geprognosticeerde balans EMU-saldo
58 58 59
Bijlage 1: Overzicht bijstelling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP)
60
Bijlage 2: Gecombineerd overzicht bijdrage GBTP en vergoeding IGPP per gemeente
62
Bijlage 3: Meerjarenraming bijdrage GBTP 2023-2026
63
Bijlage 4: Baten en lasten per taakveld
64
Bijlage 5: Tarieventabel 2022 en 2023
65
Bijlage 6: Vergoedingentabel 2022 en 2023
66
Bijlage 7: Compensatiebedragen
67
Bijlage 8: Verdelingsgrondslag bijdrage gemeentelijk basistakenpakket
68
Bijlage 9: Investeringen 2022-2023
69
Bijlage 10: Begrippen en afkortingen
70
1
Inleiding Opbouw begroting Deze begroting is als volgt opgebouwd: Een inleiding met daarin het proces van de totstandkoming van deze begroting en de financiële hoofdlijnen, die ook zijn opgenomen in de kadernota 2023; De beleidsbegroting met daarin een weergave van onze primaire producten c.q. diensten in het programmaplan. Daarnaast zijn in de paragrafen de beheersmatige aspecten vastgelegd; De financiële begroting met daarin de lasten en baten voor de jaren 2022 en 2023, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2023 t/m 2026 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen. Figuur 1 Opbouw begroting
Proces totstandkoming begroting De basis voor deze begroting zijn de vastgestelde begroting 2022, de kadernota 2023 en de zienswijzen daarop van de gemeenteraden. Figuur 2 Proces begroten en verantwoorden VRU
Kadernota
Begroting
Begrotingswijziging (en)
Jaarrekening
1.2.1 Geactualiseerde begroting 2022 De geactualiseerde begroting 2022 is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2022, waarop de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd: De beleidsteksten en indicatoren zijn geactualiseerd; Het financiële kader is geactualiseerd (o.a. de reguliere loon- en prijsaanpassing); Een aantal beleidsontwikkelingen als gevolg van exogene ontwikkelingen is verwerkt Een aantal (incidentele) technische wijzigingen voor het lopende boekjaar is doorgevoerd zonder effect op de gemeentelijke bijdrage. De financiële positie van de gemeenten is betrokken bij de invulling van de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2023. Het dagelijks bestuur zal actief blijven zoeken naar mogelijkheden om – binnen de bestuurlijk vastgestelde kaders – de gemeentelijke bijdrage voor 2022 en 2023 verder te beperken, bijvoorbeeld door inzet van het positieve rekeningresultaat van 2021.
Pagina
6
COVID-19 De ontwikkelingen rond COVID-19 hebben ook voor de begroting 2022 consequenties voor de VRU, omdat de veiligheidsregio’s ook in 2022 een centrale rol vervullen bij de coördinatie van crisisbeheersing. De meerkosten die wij voor 2022 verwachten kunnen wij op basis van de huidige situatie opvangen door aan COVID-19 te relateren minderkosten. Per saldo heeft COVID-19 daarmee geen gevolgen voor de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage voor het basistakenpakket zoals opgenomen in de begroting. Vanaf het begin van de COVID-19 crisis heeft de regionale crisisorganisatie gebruik kunnen maken van het juridisch loket. Het juridisch loket speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van gemeenten bij juridische vraagstukken op het terrein van COVID-19. In het juridisch loket werken medewerkers van gemeenten en de VRU samen. De inzet van de VRU wordt niet in rekening gebracht, omdat deze inzet al collectief is betaald. Voor de inzet van medewerkers van gemeenten ontvangen deze gemeenten een vergoeding van de salariskosten. Het juridisch loket is nog operationeel in 2022. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bedrag van € 0,1 miljoen te reserveren, zodat voor 2022 geen aparte doorbelasting van de kosten aan de gemeenten hoeft plaats te vinden. Naar verwachting kan de inzet voor het juridisch loket in 2022 worden afgeschaald.
Over de inzet van de middelen wordt verantwoording afgelegd bij de jaarrekening 2022.
1.2.2 Begroting 2023 Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de begroting 2023, vanaf de concept-kadernota 2023 tot de voorliggende begroting 2023. Het concept van de kadernota 2023 is in september 2021 voor het eerst besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2021 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Beide commissies hebben een positief advies gegeven met inachtneming van een aantal opmerkingen. Deze zijn verwerkt in de voorliggende stukken. De AGV heeft waardering uitgesproken voor het beleidsarme karakter van de kadernota (geen verhoging van de bijdrage, met uitzondering van de reguliere loon- en prijsaanpassing) en heeft aandacht gevraagd voor de aanstaande herijking van het gemeentefonds. Het gehanteerde uitgangspunt wordt gesteund dat de uitkomst van de herijking pas in het verdeelmodel wordt toegepast op het moment dat deze definitief is. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens de concept-kadernota 2023 conform voorstel vastgesteld. De concept-kadernota 2023 is op 1 november 2021 nogmaals besproken met betrokken ambtenaren van de gemeenten. Op 8 november 2021 is de kadernota behandeld en vastgesteld in het algemeen bestuur van de VRU, bestaande uit alle burgemeesters van gemeenten in de provincie.
Begin december 2021 is de kadernota 2023 voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden. Zienswijzen kadernota 2023 In de BAC bedrijfsvoering en financiën is op 17 januari 2022 gesproken over de tot dan toe ontvangen zienswijzen op de kadernota 2023. De BAC heeft eerder al positief geadviseerd op de voorstellen in de kadernota en ziet naar aanleiding van de zienswijzen geen aanleiding tot inhoudelijke wijzigingen. Op basis van de stand van de ingekomen zienswijzen heeft het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voorgesteld met inachtneming van het advies van de BAC bedrijfsvoering en financiën de voorstellen uit de kadernota ongewijzigd te verwerken in de ontwerpbegroting 2023. Op 7 februari 2022 zijn de zienswijzen op de kadernota 2023 in het AB besproken. Uit de zienswijzen bleek brede steun voor de voorgestelde financiële kaders, die dan ook in de
Pagina
7
voorliggende stukken zijn verwerkt. Tijdens de bespreking is wederom aandacht gevraagd voor de financiële positie van gemeenten. In de voorliggende stukken is daar nadrukkelijk rekening mee gehouden door: In de begroting geen bijdrage te vragen voor nieuw beleid en waar mogelijk financiële voordelen ten aanzien van het bestaande beleid door te berekenen in de bijdrage; schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door de inzet van reserves, waar onder de ontwikkel- en egalisatiereserve; Een aanzienlijk deel van het rekeningresultaat 2021 terug te storten naar de gemeenten. Naast de steun voor de financiële kaders en complimenten over de aanpak en de helderheid van de stukken vragen verschillende gemeenten om betrokken te blijven worden bij een aantal ontwikkelingen, zoals taakdifferentiatie, de omgevingswet en de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s. In het verlengde daarvan verzoekt een aantal gemeenten om de financiële risico’s nader te kwantificeren en te relateren aan de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor zover de financiële effecten kunnen worden ingeschat is dit verwerkt in de geactualiseerde risicoparagraaf van de begroting.
Zoals gebruikelijk worden het bestuur en de gemeenten op de hoogte gehouden van relevante ontwikkelingen, waarbij het uitgangspunt is dat eventuele bestuurlijke keuzes tijdig worden voorgelegd en de gemeentelijke bijdrage niet stijgt zonder expliciete besluitvorming daarover. Vervolgproces repressieve huisvesting Het algemeen bestuur heeft na afronding van de evaluatie repressieve huisvesting, op 8 november 2021 afgesproken om in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode het bestuurlijke gesprek te voeren over de regionalisering van de repressieve huisvesting.
1.2.3 Beleidsplan 2020-2023 De opbouw van het huidige beleidsplan dat het AB in juli 2019 vaststelde, volgt de indeling van de programmaonderdelen van de begroting van de VRU. Hiermee is een optimale aansluiting tussen de beleidscyclus en de planning-en-controlcyclus geborgd. In figuur 3 is de samenhang van de beleidscyclus en de planning-en-controlcyclus weergegeven.
Pagina
8
Figuur 3 Samenhang beleidscyclus en planning-en-controlcyclus
Beleidsambitie en -beginselen
Beleidsplan
Beleidsdoelstellingen
Begroting
Beleidsactiviteiten en -begroting
De voorliggende begroting heeft betrekking op het laatste jaar van de huidige beleidsperiode. De strategische doelstellingen die in het beleidsplan zijn opgenomen worden via de reguliere begrotingscyclus nader uitgewerkt in concrete beleidsactiviteiten per jaar. Op basis daarvan wordt de meerjarenraming jaarlijks bijgesteld. Begrotingswijzigingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen worden altijd voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. De gemeenten worden op deze manier in de gelegenheid gebracht om zowel invloed uit te oefenen op de strategische koers van de VRU die wordt beschreven in het beleidsplan, als de concrete uitwerking en financiële vertaling daarvan in de begroting.
Pagina
9
2
Financiële hoofdlijnen Financieel kader 2.1.1 Bijstelling gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. De meeste gemeentebegrotingen zijn gebaseerd op de daarop volgende meicirculaire. In 2020 is een landelijk herijkingsonderzoek voor het gemeentefonds uitgevoerd. Op 19 oktober 2021 bracht de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zijn eindadvies over de herijking van het gemeentefonds uit. De fondsbeheerders hebben op 13 december 2021 een reactie uitgebracht op het ROB-advies, waarin zij aangeven hoe zij invulling willen geven aan de aanbevelingen van de ROB. Het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling is op zijn vroegst 1 januari 2023 met een stapsgewijze ingroei naar 2027. De individuele bijdrage per gemeente in de kadernota 2023 is daarmee nog gebaseerd op de huidige verdeling van het gemeentefonds. Zodra de herijkte verdeling van het gemeentefonds definitief is vastgesteld, kunnen de nieuwe ijkpuntscores worden toegepast in het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage.
De effecten van het herijkingsonderzoek op het verdeelmodel van de VRU en daarmee op de individuele bijdrage per gemeente zullen niet eerder dan bij besluitvorming over de kadernota 2024 (najaar 2022) of de begroting 2024 inclusief de actualisatie van de begroting 2023 (voorjaar 2023) specifiek aan het algemeen bestuur worden voorgelegd. Op basis van gangbare normeringssystematiek worden de gemeenten bij de meicirculaire 2022 via de uitkering van het gemeentefonds voor het jaar 2023 gecompenseerd voor zowel de wijzigingen van de verdeling van de gemeentelijke bijdrage als de loon- en prijsontwikkeling voor 2023. Het financiële effect van de loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de kadernota 2023 van de VRU, wordt daarmee indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen.1 Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal.
Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores. In tabel 1 zijn de percentages voor de actualisatie van de begroting 2022 en de percentages voor 2023 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de reeds vastgestelde begroting 2022 vermeld.
1 Het is mogelijk dat de loon- en prijsontwikkelingen bij het Rijk niet volledig gelijk zijn aan de loon- en
prijsontwikkelingen bij gemeenten maar deze ontwikkelingen volgen wel eenzelfde trend.
Pagina
10
Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP
Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente
Begroting 2022
Begroting 2022a
Begroting 2023
Renswoude
0,39%
0,39%
0,39%
Eemnes
0,61%
0,62%
0,62%
Oudewater
0,65%
0,63%
0,63%
Woudenberg
0,77%
0,77%
0,77%
Montfoort
0,89%
0,89%
0,89%
Lopik
0,95%
0,95%
0,95%
Bunnik
1,06%
1,05%
1,05%
Bunschoten
1,27%
1,28%
1,28%
Rhenen
1,32%
1,32%
1,32%
Wijk bij Duurstede
1,52%
1,53%
1,52%
Baarn
1,75%
1,72%
1,72%
Leusden
1,89%
1,90%
1,90%
IJsselstein
2,02%
2,01%
2,01%
De Bilt
2,92%
2,91%
2,91%
De Ronde Venen
2,97%
2,95%
2,95%
Soest
3,00%
2,97%
2,98%
Houten
3,05%
3,05%
3,05%
Utrechtse Heuvelrug
3,38%
3,34%
3,34%
Woerden
3,42%
3,41%
3,41%
Vijfheerenlanden
3,68%
3,69%
3,69%
Stichtse Vecht
4,34%
4,23%
4,22%
Nieuwegein
4,46%
4,51%
4,51%
Veenendaal
4,57%
4,54%
4,54%
Zeist
4,58%
4,56%
4,56%
Amersfoort
11,22%
11,25%
11,25%
Utrecht
33,33%
33,56%
33,55%
TOTAAL
100%
100%
100%
Wijzigingen in de ijkpuntscores lopen synchroon met de hoeveelheidsmutatie van de algemene uitkering2 die de individuele gemeenten van het rijk ontvangen. Dit betekent dat een wijziging in het relatieve aandeel in de ijkpuntscores indirect gecompenseerd wordt door een mutatie in de algemene uitkering. In tabel 11 is per gemeente de bijdrage aan het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) voor 2022 en 2023 opgenomen. Deze bijdrage is gerelateerd aan het relatieve aandeel in de ijkpuntscores. In tabel 12 is de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) voor 2022 en 2023 opgenomen. De vergoeding die gemeenten betalen is gebaseerd op taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) die de VRU met individuele gemeenten heeft gesloten.
2 De mutatie als gevolg van de actualisatie van de maatstaven die gerelateerd zijn aan het cluster Brandweer-
en rampenbestrijding, gebaseerd op de septembercirculaire 2020.
Pagina
11
Verwerking invulling restant taakstelling Repressieve Efficiency Utrecht Bij de invoering van het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage in 2015 is besloten tot een specifieke bezuinigingstaakstelling van € 1,8 miljoen voor het gebied van de gemeente Utrecht om het financiële nadeel van gemeente Utrecht als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel af te bouwen. Het beoogde effect van de bezuiniging is bereikt en zelfs meer dan dat. Het samenstel van bezuinigingsmaatregelen heeft ervoor gezorgd dat ook Utrecht inmiddels tot de ‘voordeelgemeenten’3 behoort. Het grootste deel van de taakstelling is gerealiseerd in de periode 2015 tot en met 2018. Het resterende deel van € 0,3 miljoen wordt ingevuld door vanaf 2022 een besparing door te voeren op het individueel gemeentelijk pluspakket van gemeente Utrecht. Hiermee wordt de taakstelling volledig gerealiseerd. De taakstelling van € 1,8 is destijds volledig verwerkt in de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Nu het resterende deel wordt ingevuld via het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) vindt een saldo-neutrale overheveling plaats van het GBTP (stijging) naar het IGPP (afname). In de reeds vastgestelde begroting 2022 is een deel (€ 236K) daarvan al (saldoneutraal) verwerkt. Het resterende deel (€ 47K) wordt in deze begroting verwerkt.
Zoals blijkt uit tabel 2 blijft het totaal van de gemeentelijke bijdragen (GBTP) en vergoedingen (IGPP) per saldo gelijk. Tabel 2 Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Bedragen x € 1.000
Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Taakstelling repressieve efficiency Utrecht
GBTP
IGPP
Totaal
-1.552
-283
-1.835 -
Verwerking in gemeentelijke bijdrage/vergoeding
-
Initiële verwerking 2015-2018
-1.835
Mutatie opgenomen in begroting 2022 Verwerkt in gemeentelijke bijdrage/vergoeding
236
-236
-
-1.599
-236
-1.835
Verwerkt in begroting 2023/actualisatie 2022
47
-47
-
-1.835
3 Dit betekent dat de bijdrage van de gemeente Utrecht inmiddels lager is dan dat het geval zou zijn geweest
als de nieuwe financieringssystematiek in combinatie met de bezuinigingen niet zou zijn ingevoerd. Als voordeelgemeente draagt Utrecht nu bij aan de compensatie van de nadeelgemeenten.
Pagina
12
2.1.2 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling4. In tabel 3 is het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen5. Tabel 3 Financieel effect loonaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Loonaanpassing GBTP Stelpost looncompensatie begroting 2022
% Loonaanpassing
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
2,90%
Mutatie stelpost looncompensatie 2022
0,70%
474
474
Stelpost loonaanpassing 2022
3,60%
474
474
Inzet stelpost CAO 2021-2022
-3,60%
-2.436
-2.436
Uitwerking CAO 2021-2022
3,90%
2.639
2.639
Mutatie lasten loonaanpassing structureel
0,30%
203
203
Gefaseerde loonaanpassing 2022
-203
Incidentele dekking loonaanpassing 2023
-203
Mutatie lasten loonaanpassing incidenteel
-203
-203
Stelpost looncompensatie 2023
2,00%
-
1.331
Totaal effect GBTP
2,70%
474
1.804
Bij het opstellen van deze begroting is er nog geen nieuwe CAO afgesloten voor de periode vanaf 1 januari 2023. Om de loonontwikkeling goed te kunnen volgen is hiervoor bij het opstellen van de kadernota 2023 een stelpost voor looncompensatie opgenomen. De berekening van deze stelpost is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. Voor de begroting 2022 is structureel een percentage van +2,9% aan looncompensatie in de begroting verwerkt. Bij de kadernota 2023 is het percentage voor 2022 bijgesteld naar 3,6% (+0,7%) op basis van de indexcijfers voor loonontwikkeling uit de septembercirculaire 2021. Het percentage voor de loonontwikkeling vanaf 2022 is op basis van de recent vastgestelde CAO 20212022 structureel + 3,9% . Omdat een deel van de structurele verhoging per 1 april 2022 in gaat, leidt dit in 2022 tot een incidenteel voordelig effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (€ 203K). De premieontwikkeling ABP en sociale verzekeringslasten hebben ook invloed op de loonkosten. De ABP-premies voor 2022 zijn in december 2021 vastgesteld en wijzigen niet ten opzichte van de werkgeverpremies voor 2021. In de begroting 2023 is een structureel tekort van 0,3% (€ 203K) ontstaan als gevolg van de recent vastgestelde CAO 2021-2022.
Dit tekort kan incidenteel worden gedekt uit het overschot in 2022 dat is ontstaan door de gefaseerde salarisverhoging. Het structureel tekort van 0,3% als gevolg van de CAO 2021-2022 is in de meerjarenraming verwerkt vanaf 2024.
4 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en
mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 5 Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De loonontwikkeling van het rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de gemeentelijke loonontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend.
Pagina
13
2.1.3 Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau en gepubliceerd in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd6. Tabel 4 geeft inzicht in het financieel effect van deze prijsaanpassing op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Tabel 4 Financieel effect prijsaanpassing op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
% Prijsaanpassing
Prijsaanpassing GBTP Mutatie prijsaanpassing 2020
0,60%
186
186
Mutatie prijsaanpassing 2021
0,80%
248
248
Mutatie prijsaanpassing 2022 Mutatie prijsaanpassing 2022
0,40%
124
124
1,80%
558
558
Prijsaanpassing 2023 Prijsaanpassing 2023
1,90%
-
592
1,90%
-
592
Totaal effect GBTP
3,70%
558
1.150
2.1.4 FLO-overgangsrecht Het financiële kader van het FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de kostenprognose is verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2023. Op basis van de huidige berichtgeving over de lasten voor het FLO-overgangsrecht is er geen aanleiding het huidig meerjarig financieel kader bij te stellen. Dit betekent dat de budgetten voor FLO alleen worden verhoogd met de reguliere loonen prijsaanpassing. In tabel 5 is de meerjarenraming van het FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 6 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2023. Tabel 5 meerjarenraming FLO-overgangsrecht 2022-2026 Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming FLO overgangsrecht
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten FLO- overgangsrecht in begroting 2022 Bijstelling via reguliere loon- en prijsaanpassing
3.045
3.045
3.045
3.045
3.045
21
82
82
82
82
Lasten FLO-overgangsrecht structureel
3.066
3.127
3.127
3.127
3.127
Lasten FLO- overgangsrecht incidenteel
701
471
212
-69
-344
3.767
3.599
3.339
3.058
2.783
Lasten FLO-overgangsrecht
6 Het financieel effect van de prijsaanpassing zoals opgenomen in de begroting 2022 van de VRU, wordt
indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het rijk ontvangen. De prijsontwikkeling van het rijk is cf. de begroting van de VRU gebaseerd op de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product (prijs BBP). De prijsontwikkeling wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten (prijsmutatie). De compensatie voor de gemeentelijke prijsontwikkeling 2022 wordt bij de meicirculaire 2021 toegekend.
Pagina
14
Tabel 6 financieel effect mutatie FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000
FLO-overgangsrecht Totaal lasten FLO-overgangsrecht conform meerjarenraming
Financieel effect GBTP Actualisatie 2022
Begroting 2023
3.767
3.599
-3.066
-3.127
Dekking lasten FLO-overgangsrecht begroting Structurele dekking begroting 2021 incl. loon- en prijsaanpassing Mutatie reserve FLO-overgangsrecht Totaal dekking lasten FLO-overgangsrecht Totaal effect GBTP
-701
-471
-3.767
-3.599
-
-
2.1.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding De rijksbijdrage ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt jaarlijks bijgesteld op basis van de geactualiseerde verdeelmaatstaven en een aanpassing voor de loon- en prijsontwikkeling. De bijstelling van € 0,2K voordelig in 2021 zoals opgenomen in de kadernota 2023 werkt structureel door vanaf 2022 met een geringe jaarlijkse fluctuatie als gevolg van toegepaste verdeelmaatstaven. In december 2021 heeft het rijk nog een aanvullende loon- en prijsbijstelling afgegeven die doorwerkt in de meerjarenbegroting. Ten opzichte van de kadernota 2023 betekent dit een geringe voordelige bijstelling (0,02K) die in mindering wordt gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP, omdat in de gemeentelijke bijdrage de loon- en prijsbijstelling voor de volledige begroting al is verwerkt. De verwachte loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage die medio 2022 wordt toegekend, wordt (structureel) verwerkt bij actualisatie van de begroting 2023 en de kadernota 2024. Tabel 7 geeft inzicht in het financiële effect van de bijstelling van de BDuR. Tabel 7 Financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000
Rijksbijdrage
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
Bijstelling regulier Bijstelling BDuR 2021
-223
-223
Bijstelling BDuR 2022
8
8
Bijstelling BDuR 2023
-
-1
Mutatie rijksbijdrage
-216
-217
Prognose bijstelling BDuR 2022
-200
Incidentele inzet 2022
200
Totaal effect GBTP
-216
-217
De verwachte loon- en prijsbijstelling van de BDuR voor 2022 is nog niet verwerkt in de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP. In de begroting houden we rekening met een toename maar we berekenen deze pas door in de gemeentelijke bijdrage op het moment dat wij de beschikking van het rijk hebben ontvangen.
Pagina
15
2.1.6
Samenvatting effect mutaties financieel kader
In tabel 8 wordt het effect van de toepassing van het financieel kader op de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP weergegeven. Tabel 8 Effect financieel kader op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting mutaties financieel kader
Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023
Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds*
47
47
Loonaanpassing
677
2.007
Prijsaanpassing
558
1.150
-
-
-216
-217
Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding
1.067
2.988
Loonaanpassing incidenteel
-203
-203
Totaal mutatie bijdrage GBTP
864
2.785
*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten. Het financieel effect van de bijstelling van ijkpuntscores voor 2023 wordt veroorzaakt door de verwerking van de invulling van het restant taakstelling repressieve efficiency Utrecht (zie paragraaf 2.1.1).
Pagina
16
Ontwikkelingen bestaand beleid Deze begroting heeft betrekking op het (derde en) laatste jaar van de beleidsperiode 2020-2023 zoals beschreven in het beleidsplan 2020-2023. Voor deze beleidsperiode heeft de VRU zich ten doel gesteld geen aanvullende bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Eventuele structurele kosten die voortvloeien uit nieuw beleid worden dan ook gedekt uit besparingen door efficiënter te werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud). De volgende exogene ontwikkeling vormt de aanleiding voor bijstellingen die nodig zijn om bestaand beleid te kunnen voortzetten. In de volgende paragraaf wordt de bijstelling nader toegelicht. Voor zover bekend, worden de effecten op de begroting weergeven en zijn deze verwerkt in (de meerjarenraming van) de begroting.
2.2.1 Concessievergoeding openbaar meldsysteem Het OMS voor de veiligheidsregio’s Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek is in 2014 gezamenlijk aanbesteed. De overeenkomsten van de drie regio’s met zes leveranciers hebben een looptijd tot 30 april 2024. Omdat uit onderzoek in opdracht van het Veiligheidsberaad duidelijk is geworden dat de rol van de veiligheidsregio in het exploiteren van een openbaar meldsysteem (OMS) geen wettelijke grondslag heeft, is - vooruitlopend op de overgang naar de landelijke voorziening - de concessievergoeding per 2022 op nihil gesteld, zodat abonnees geen financieel nadeel ondervinden van de gefaseerde ingebruikname van de landelijke voorziening. Met het instellen van een OMS-fonds door het algemeen bestuur van 29 maart 2021, is rekening gehouden met het wegvallen van de OMS-opbrengsten. Derhalve leidt deze ontwikkeling niet tot een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2023. Het structureel opvangen van het wegvallen van de OMS-inkomsten vraagt om fundamentele keuzes in de taakuitvoering, die meegenomen worden in de bestuurlijke afwegingen voor de nieuwe beleidsperiode 2024-2027.
2.2.2 Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (Caco) De functie van calamiteitencoördinator (Caco) wordt momenteel uitgevoerd als neventaak van centralisten van brandweer en politie. De politie heeft aangegeven per 1 september 2022 te willen stoppen met het leveren van personeel voor invulling van de calamiteitencoördinator. Dit betekent dat de huidige werkwijze niet voortgezet kan worden en dat een alternatief moet worden gevonden om te voldoen aan de wettelijke beschikbaarheidseisen van de veiligheidsregio. Samen met de veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland worden afspraken gemaakt om in de meldkamer Midden-Nederland te voorzien in een 24/7 ‘dedicated’ calamiteitencoördinator per 2025 als de nieuwe meldkamer in gebruik wordt genomen. Voor de tussenliggende periode wordt een tijdelijke voorziening getroffen die extra capaciteit vergt. De kosten voor deze extra capaciteit in de periode van 1 september 2022 tot en met 2024 bedragen € 1,3 miljoen. Hiervan kan bijna € 1 miljoen incidenteel binnen de begroting worden gedekt door herprioritering van taken die in het verlengde van de calamiteitencoördinatorfunctie en incidentele budgetten die voor dit doel gereserveerd waren. Voor het resterende deel wordt voorgesteld incidentele middelen te bestemmen via de ontwikkel- en egalisatiereserve voor 2023 (165K) en 2024 (165K).
2.2.3 AED Op 8 november 2021 heeft het algemeen bestuur besloten om de collectieve uitvoering van de AED-taak (niet wettelijk) in de huidige beleidsperiode tot en met 2023 voort te zetten en de afweging voor de volgende beleidsperiode (2024-2027) te betrekken bij de integrale besluitvorming over de taakuitvoering in het kader van het nieuwe beleidsplan. Daarmee is ook
Pagina
17
besloten de financiële effecten hiervan te verwerken in de geactualiseerde begroting 2022 en de ontwerpbegroting 2023. Dit betekent dat op basis van de evaluatie uitvoering AED-taak de gemeentelijke bijdrage vanaf 2022 structureel met € 115.000 is verlaagd en terugvloeit naar gemeenten (tabel 9). Tabel 9 financieel effect mutatie evaluatie AED-taak Bedragen x € 1.000
Collectieve uitvoering AED-taak
Financieel effect GBTP Actualisatie 2022
Begroting 2023
Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak
-115
-115
Lasten collectieve uitvoering AED-taak
-115
-115
Totaal effect GBTP
-115
-115
2.2.4 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid Tabel 10 Effect mutaties bijstellingen bestaand beleid op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000
Samenvatting bijstellingen bestaand beleid
Financieel effect GBTP Actualisatie 2022
Begroting 2023
Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak
-115
-115
Bijstellingen bestaand beleid structureel
-115
-115
Totaal mutatie bijdrage GBTP
-115
-115
Pagina
18
Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Tabel 11 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) 2022 en 2023 per gemeente Bedragen x € 1.000
Gemeente
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel Mutaties bijstelling Begroting 2022 kader kader bestaand beleid structureel incidenteel structureel
Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel Mutaties bijstelling Actualisatie 2022 kader kader bestaand beleid structureel incidenteel structureel
Bijdrage GBTP Begroting 2023
Renswoude
358
5
-1
-0
361
8
-1
-
369
Eemnes
554
18
-1
-1
570
13
-1
-
583
Oudewater
596
-6
-1
-1
587
13
-1
-
599
Woudenberg
697
12
-2
-1
706
17
-2
-
721
Montfoort
816
8
-2
-1
821
19
-2
-
838
Lopik
872
9
-2
-1
879
20
-2
-
897
Bunnik
947
4
-2
-1
948
22
-2
-
967
Bunschoten
1.126
14
-3
-1
1.136
28
-3
-
1.162
Rhenen
1.155
12
-3
-2
1.163
27
-3
-
1.188
Wijk bij Duurstede
1.393
22
-3
-2
1.410
32
-3
-
1.438
Baarn
1.557
2
-3
-2
1.554
37
-3
-
1.587
Leusden
1.634
19
-4
-2
1.648
40
-4
-
1.684
IJsselstein
1.723
20
-4
-2
1.737
43
-4
-
1.775
De Bilt
2.641
26
-6
-3
2.658
62
-6
-
2.713
De Ronde Venen
2.632
18
-6
-3
2.640
63
-6
-
2.697
Soest
2.685
17
-6
-3
2.692
64
-6
-
2.750
Houten
2.329
31
-6
-4
2.351
65
-6
-
2.409
Utrechtse Heuvelrug
3.091
16
-7
-4
3.096
71
-7
-
3.161
Woerden
3.010
27
-7
-4
3.027
73
-7
-
3.092
Vijfheerenlanden
3.471
50
-7
-4
3.509
79
-7
-
3.580
Stichtse Vecht
3.920
-36
-9
-5
3.871
89
-9
-
3.951
Nieuwegein
3.765
47
-9
-5
3.797
96
-9
-
3.884
Veenendaal
3.183
46
-9
-5
3.214
96
-9
-
3.302
Zeist
4.100
37
-9
-5
4.123
98
-9
-
4.212
Amersfoort
9.870
137
-23
-13
9.972
240
-23
-
10.189
Utrecht
27.693
513
-68
-39
28.099
710
-68
-
28.741
Totaal
85.819
1.067
-203
-115
86.568
2.124
-203
-
88.489
Pagina
19
Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Tabel 12 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) personeel en materieel 2022 en 20237 Bedragen x € 1.000
Gemeente Renswoude
Vergoeding IGPP begroting Mutaties TUO's Loon- & prijs2022 2023 aanpassing 2023
Vergoeding IGPP begroting 2023
-
-
-
-
Eemnes
39
-9
1
31
Oudewater
19
-
1
20
Woudenberg
19
-19
-
-
Montfoort
-
-
-
-
Lopik
-
-
-
-
-
-
-
-
19
-
1
20
Bunnik Bunschoten Rhenen
-
-
-
-
Wijk bij Duurstede
85
-1
0
84
Baarn
24
-
1
25
Leusden
-
-
-
-
IJsselstein
16
-0
0
16
De Bilt
-
-
-
-
De Ronde Venen
-
-
-
79
Soest
77
-
2
Houten
64
-1
0
63
Utrechtse Heuvelrug
102
-1
1
102
Woerden
139
-
5
144
Vijfheerenlanden
163
-
1
164
Stichtse Vecht
-
-
-
-
Nieuwegein
-
-
-
-
Veenendaal
69
-0
2
70
Zeist
911
-
26
936
Amersfoort
455
-
17
472
Utrecht
977
-0
34
1.011
-
-
-
-
3.178
-32
92
3.237
Nog toe te rekenen Totaal
7 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan met betrekking tot
de looncomponent nog iets gaan wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de doorwerking van de CAO 2022. In de kadernota 2023 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +3,6% voor 2022 en +2,0% vanaf 2023. Bij uitwerking van de CAO 2022 wordt rekening gehouden met incidenteel per saldo +3,3% voor 2022 door een gefaseerde loonontwikkeling en voor het meerjarenbeeld structureel +3,9% vanaf 2022 en +2% vanaf 2023
Pagina
20
3
Beleidsbegroting – programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? Met risicobeheersing willen we bereiken dat de fysieke veiligheid in het verzorgingsgebied van een hoog niveau is. We leveren samen met gemeenten, instellingen, bedrijven en burgers een bijdrage aan omgevingsveiligheid. Onze bijdrage zit aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Hiertoe inventariseren we risico’s van branden, rampen en crises. Wij adviseren bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd over de risico’s, zodat bevoegd gezag bewust de afwegingen kan meenemen bij besluitvorming over ontwikkelingen in het fysieke domein. Wij richten ons op het voorkomen en beperken van (brand)gevaar en op het optreden van ongevallen voor mens en dier door o.a. brand of gevaarlijke stoffen. Hierin betrekken wij actief burgers, bedrijven en instellingen om zo het veiligheidsbewustzijn en veilig handelen te stimuleren. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Risicobeheersing drie doelstellingen opgenomen: Wij gaan meer gericht het veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag van burgers, instellingen en bedrijven stimuleren: samen maken wij veiligheid.
Wij willen meer en beter zicht krijgen op de voor ons relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en hier alerter en effectiever op gaan inspelen door risicogericht(er) te gaan werken. Wij zorgen ervoor dat wij beter en eerder worden betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid, om onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving.
3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? We zien dat de inhoud van ons werk verandert. Met de beschikbare capaciteit moeten we prioriteren en focussen op zaken die er echt toe doen (risicogericht werken). Door de energietransitie krijgen we te maken met nieuwe, vaak complexere risico’s. De komst van de Omgevingswet vereist een andere manier van adviseren en toezicht houden. We gaan op zoek naar nieuwe manieren om een bijdrage te leveren aan een (brand)veilige samenleving, waardoor we onze capaciteit zo goed mogelijk inzetten op het beperken van risico’s. Daarvoor investeren we in de ontwikkeling van de medewerkers; in kennis, kunde en competenties. Beleidsactiviteiten Voor bovengenoemde beleidsdoelstellingen voeren we de volgende activiteiten uit: We richten ons programma (Brand)Veilig Leven op specifieke doelgroepen. Daarbij zoeken we aansluiting bij relevante partners, om in samenwerking te komen tot maximale invloed. We hebben ons risicobeeld op orde en monitoren de relevante trends. Uitgangspunt is dat wij adviezen, toezicht en activiteiten in het kader van brandveilig leven, risicogericht uitvoeren. Concreet betekent dit dat wij in onze adviezen en in onze inspectierapportages bij toezicht op zoek gaan naar mogelijkheden tot verbetering van de brandveiligheid, ook daar waar de regelgeving (nog) niet in voorziet.
Met de verwachte invoering van de Omgevingswet per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 moet veiligheid vastgelegd worden in de ontwerpfase. Daartoe leveren we de gemeenten input om het thema ‘veilige en gezonde leefomgeving’ te borgen in
Pagina
21
hun omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ook hier is samenwerking met verschillende externe partners van belang om omgevingsveiligheid te realiseren. Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel. Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners via: regionaal risicoprofiel en de provinciale risicokaart; (toekomstige) omgevingsvisies en omgevingsplannen; integrale veiligheidsplannen; brandrisicoprofiel. Om het risicobeeld actueel te houden ontwikkelen, ontsluiten en beheren we relevante data. We analyseren effecten van primaire processen, waaronder de resultaten uit ons brandonderzoek. Het inzicht in risico’s wordt gebruikt om gerichte keuzes te maken in de realisatie van fysieke veiligheid. We volgen de technische ontwikkelingen. Deze brengen andere risico’s (bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie, klimaatadaptatie en vergrijzing/extramuralisatie) én nieuwe oplossingen. Op lokale en landelijke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen monitoren en anticiperen we. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de inwerkingtreding van de Omgevingswet en –gelijktijdig- de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per (naar verwachting) per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 .
Gemeentes en ketenpartners zijn druk bezig met voorbereidingen op de implementatie van deze wetten. De VRU is hierbij goed aangesloten. De invoering van de Wkb zal ook invloed hebben op de VRU. De eerste veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige (nieuwbouw) bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf vermoedelijk 2026 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 is nog onvoldoende duidelijk welke gevolgen dit heeft voor onze werkzaamheden. Er zullen werkzaamheden verdwijnen, maar mogelijk leidt dit ook tot een verschuiving binnen het advieswerk (van bouwkundig toets naar een ruimtelijke toets) en meer toezicht. Wij blijven graag met gemeenten in gesprek over de komende ontwikkelingen en wijzigingen in rollen en taken. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseren risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot: omgevingsvisies en -plannen; ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s); bouwen; brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken; milieu; evenementen. De afgelopen jaren zagen we in veel gemeenten nog een toename van bouwactiviteiten.
Deze toename vlakt af (mogelijk ook veroorzaakt door de stikstofcrisis). Vanaf 2020 hebben we de beschikbare capaciteit per gemeente verdeeld over Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven-taken. Daar waar sprake is van (bovenmatige) overschrijding van de met de gemeente afgesproken aantallen zoals genoemd in het jaarplan, worden de daadwerkelijk gemaakte uren via het IGPP op basis van nacalculatie aan de gemeente belast. Voor 2021 is de uitbreiding van de adviescapaciteit via IGPP-afspraken niet ingezet, omdat –als gevolg van COVID-19- er geschoven is met capaciteit.
Pagina
22
Capaciteit die bijvoorbeeld vrijkwam als gevolg van evenementenadviezen is ingezet voor de toename/ complexere bouwadviezen. De verwachting is dat dit ‘na COVID’ niet meer mogelijk is. Keuzes in de uitvoering van taken, dan wel aanvullende middelen zijn dan noodzakelijk.’ Risicogericht toezicht We houden risicogericht toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook houden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak doen we dit in samenwerking met onze VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig adviseren wij het bevoegd gezag handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Dit geldt ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. Samen met de inspectiepartners voert de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZO-bedrijven in onze regio. Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam zijn om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. Risicovolle situaties nemen af als burgers, bedrijven en instellingen veilig(er) gaan handelen.
We communiceren over het belang van een goede naleving en het verkleinen van risico’s, mede in lijn met de landelijke handhavingsstrategie. Binnen (Brand)veilig leven richten we ons aan de hand van actualiteit op verschillende doelgroepen: Algemene publiekscommunicatie. We geven gevraagd en ongevraagd voorlichting aan inwoners van de regio. We beantwoorden burgervragen en organiseren meerdere (sociale) media campagnes. De brandveilige generatie. We zorgen ervoor dat de nieuwe generatie al vanaf kinds af aan bekend is met (brand)preventie thuis, door lesprogramma’s op basisscholen en voorlichting aan stakeholders aan te bieden. Vanaf 2022 bieden we ook aan alle MBO opleidingen ‘zorg’ en ‘bouwen’ het lespakket brandmeester aan ten behoeve van de borging van brandveiligheid op de werkvloer binnen deze sectoren. Kwetsbare burgers. Samen met zorginstellingen werken we aan de (brand)veiligheid door hen te begeleiden via het train de trainer concept bij de implementatie van de toolbox. We geven voorlichting in het netwerk van kwetsbare burgers over mogelijke risico’s en innovaties (zoals het gebruik van ‘slimme melders’) en zoeken actief de samenwerking met stakeholders actief binnen dit domein. Ondernemers. Door deelname aan programma’s gericht op ondernemers geven we bedrijven en instellingen concrete handelingsperspectieven om veilig om te gaan met risico’s.
3.1.3 Waarop sturen we? We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. In onderstaande tabel zijn enkele vakken grijs gearceerd. Van deze indicatoren is de productie afhankelijk van de COVID-19-situatie in Nederland.
Pagina
23
Tabel 13 Productie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Productie-indicator
1 2 3 4 5
Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal)
Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) 9 Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen 10 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO 11 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk 6 7 8 8a
Vergroten veiligheidsbewustzijn 12 Het aantal gegeven voorlichtingen 13 Het aantal behandelde vragen per mail, telefoon en WhatsApp, etc. 14 Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt op de werkvloer 15 Het aantal basisscholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt 17 Het aantal MBO scholen dat het lespakket 'Brandmeester' gebruikt 18 Het aantal (social) media campagnes t.b.v brandveiliger gedrag thuis *vanaf geactualiseerde begroting 2022(a) uitgedrukt in % **nieuw product vanaf 2022, pas voor het eerst in begroting 2023
Actualisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
Begroting 2023
429 3.160 183 733 697
250 3.100 120 850 2.100
350 3.100 150 850 2.100
350 3.100 150 850 2.100
1.878 43 3.649 16%
2.100 75 5.000 20%
2.100 75 5.000 20%
2.100 75 5.000 20%
9 9 82
800 10 95
800 100%* 100%*
800 100%* 100%*
72 546 11
150 700 40
150 700 40
150 700 50
88
250
40%*
40%* 40%** 4**
Tabel 14 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Prestatie-indicatoren
1 2
3 4
Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken Vergroten veiligheidsbewustzijn Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Het jaarplan (Brand)Veilig leven is uitgevoerd
Realisatie 2021
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
ja ja
ja ja
ja ja
ja ja
ja
ja
ja
ja
ja gedeeltelijk/ aangepast
ja
gedeeltelijk/ aangepast
Pagina
24
3.1.4 Wat kost het? Tabel 15 Baten en lasten Risicobeheersing Bedragen x € 1.000
Risicobeheersing
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
8.016 8.016
8.585 8.585
8.375 8.375
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
179 179
149 149
23 23
Saldo van baten en lasten
-7.837
-8.435
-8.352
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
-
180
-
-7.837
-8.255
-8.352
Geraamd resultaat
Crisisbeheersing 3.2.1
Wat willen we bereiken?
We willen bereiken dat alle inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio kunnen rekenen op een veilige woon-, werk- en leefomgeving. We willen (continue) zicht op de (fysieke) veiligheidsrisico’s die in de regio aanwezig zijn of (mogelijk) gaan ontstaan. We willen de voorspellende waarde van onze risico-informatie vergroten zodat we eerder kunnen anticiperen op voorzienbare gebeurtenissen. We willen waar mogelijk risico’s wegnemen en kansen en effecten van ongewenste gebeurtenissen reduceren. We willen een robuuste en flexibele regionale crisisorganisatie met goed opgeleide crisisfunctionarissen en getrainde crisisteams. Zodra binnen de regio een groot incident, crisis of ramp plaatsvindt wordt de regionale crisisorganisatie ingezet waarin hulpdiensten, gemeenten (bevolkingszorg) en crisispartners effectief samenwerken. We willen een uitstekende informatie-organisatie die alle functionarissen en crisisteams adequaat ondersteunen. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. We willen een robuust netwerk van crisispartners zodat we in alle fasen van de crisisbeheersing kennis en deskundigheid kunnen ontsluiten en inzetten. We willen samen met de betrokken sectoren de continuïteit van vitale processen versterken en het herstelvermogen vergroten.
Tenslotte is het onze ambitie de gemeenten een platform te bieden voor maatschappelijke (fysieke veiligheid) vraagstukken, bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen. We willen met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland nadere afspraken maken over een coherente crisisorganisatie die gealarmeerd wordt door de toekomstige Meldkamer MiddenNederland. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 zijn voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen: Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening.
Pagina
25
Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein. Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie. Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de bevolkingszorg. Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.
3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten: Wij vervolgen onze transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen. We gaan verder met de doorontwikkeling van de crisisbeheersing vanuit de recentelijk vastgestelde visie met als doelstelling “de crisis voorzien, voorkomen en indien deze zich voordoet de effecten beperken” We gaan verder invulling geven aan de doorontwikkeling van bevolkingszorg We verbeteren in samenspraak met bestuurders het strategisch crisismanagement en bouwen aan een eenduidige werkwijze voor de gehele regio, inclusief een vakbekwaamheidsprogramma gericht op het strategisch crisismanagement. We implementeren de afspraak uit het programma Drieslag dat wordt toegewerkt naar een gezamenlijk Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) ten behoeve van de veiligheidsregio’s in Midden-Nederland. Doorontwikkeling Crisisbeheersing In 2021 is een traject gestart om crisisbeheersing door te ontwikkelen. Dat traject loopt door in 2023 en krijgt ook zijn verankering krijgt in het nieuwe beleidsplan en het nieuwe Regionaal Crisisplan 2023-2026.
We richten ons daarbij op drie nauw samenhangende onderdelen te weten informatiemanagement, netwerkmanagement en crisismanagement. Het informatiemanagement wordt verder uitgebouwd zodat we de ontwikkelingen in het regionale veiligheidsbeeld 24/7 kunnen volgen. De Caco-functie die medio najaar 2022 is gerealiseerd volgt dit veiligheidsbeeld continu en alerteert indien nodig de crisisorganisatie. Het VIC beschikt over een coördinerend informatiemanager die zorgdraagt voor geduide en gewaardeerde informatie t.b.v. de crisisorganisatie. Het VIC voorziet ook in de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van dataanalyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners kunnen worden ontwikkeld, moeten zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Geen enkele crisis van enige omvang kan nog worden aangepakt zonder de betrokkenheid van (functionele) crisispartners. We scherpen daarom het netwerkmanagement verder aan Het belang van intensievere samenwerking binnen het netwerk van crisismanagement is ook terug te vinden in het evaluatie Wet Veiligheidsregio’s en bijbehorend Kabinetsstandpunt.
Bij het netwerk van crisisbeheersing zijn de aard en samenstelling van een specifieke dreiging of crisis leiden. We maken concrete samenwerkingsafspraken met de netwerkpartners zowel ten behoeve van de preparatie als in de responsfase. Informatiemanagement en netwerkmanagement zijn cruciaal voor effectief crisismanagement dat uitgevoerd wordt door ‘dedicated’ professionals. Het Crisismanagement heeft zijn verankering
Pagina
26
gekregen in het RCP 2023- 2026 die in het najaar 2023 ter vaststelling wordt aangeboden aan het Algemeen bestuur. Daarnaast wordt aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe en ongekende en bovenregionale crises. In het vergroten van de slagvaardigheid van de crisisorganisatie zal in 2023 de inrichting van de piketorganisatie worden herijkt.
3.2.3 Waarop sturen we? Tabel 16 Prestatie- en productie-indicatoren Crisisbeheersing Realisatie 2021
Nr. Indicator 1
2
3
4
5
6
Planvorming actueel en vastgesteld: Incidentbestrijdingsplannen (elke 4 jaar) Rampbestrijdingsplannen (elke 3 jaar) Bezetting piketgroepen: Hoofdstructuur Bevolkingszorg Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam; Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: Hoofdstructuur Bevolkingszorg Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Kortdurend, < 1 week (aantal) Langdurend, > 1 week (aantal) Inzicht in aantal evaluaties (aantal) Het aantal platformoverleggen met crisispartners
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
70% 100%
100% 100%
100% 100%
100% 100%
>5 >5
≥5 ≥5
≥5 ≥5
≥5 ≥5
100%
100%
100%
100%
90% 90%
90% 90%
90% 90%
90% 90%
5 1 (Covid)
10 2
6 2
10 1
6
12
8
11
3.2.4 Wat kost het? Tabel 17 Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000
Crisisbeheersing
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
3.014 3.014
3.271 3.271
3.551 3.551
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
26 26
61 61
-
Saldo van baten en lasten
-2.988
-3.210
-3.551
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
-
50
165
-2.988
-3.160
-3.386
Geraamd resultaat
Pagina
27
GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust en meer. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige (private) organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Keten continuïteit is sleutel voor de toegankelijkheid van de (spoed)zorg. Onze GHOR, als netwerkorganisatie, vormt de schakel tussen deze organisaties. In de voorbereiding op crisis en rol tijdens rampen stimuleren en adviseren wij het netwerk over de verantwoordelijkheden in de continuïteit van zorg. Tijdens crises heeft de Directeur Publiek Gezondheid de regie over de geneeskundige hulpverlening (Wvr art. 32 lid 2) en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor de koppeling tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 zijn voor de GHOR twee doelstellingen8 opgenomen: Wij willen een steviger regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg (cure).
Wij willen vanuit onze toezichtsrol, Wvr art.34 actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.
3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met deze specifieke beleidsactiviteiten: Steviger regiepositie op presterend vermogen spoedzorg: De (spoed)zorgketen vormt de basis voor de opschaling. De veranderingen in het zorglandschap voor wat betreft de instroom en doorstroom capaciteit in de cure en in de care, betekent echter dat de capaciteit voor spoedzorg en daarmee de opgeschaalde voorzieningen, onder druk staan. De GHOR wil het voortouw nemen in het met zorgketenpartners werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde spoedzorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk, in samenwerking met het traumazorg netwerk Midden Nederland (ROAZ), het onderwerp landelijk adresseren bij de relevante partijen (Min VWS, GGD GHOR Ned, ziektekostenverzekeraars etc.) en regionaal passende maatregelen verkennen. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident, waarbij de nadruk op de beschikbaarheid van de (spoed-) zorgketen tijdens crisis voor de burgers – en dus bestuurlijk - het uitgangspunt is. Toezichtsrol zorgcontinuïteit: Om de invulling van de aan de veiligheidsregio opgedragen toezichtrol te versterken is het nodig om meer zicht te krijgen op het zorgrisicoprofiel van de regio.
De toezichtsrol vraagt dat de GHOR ook meer en steeds actief blijft investeren in een goede relatie met lokale besturen van zorgaanbieders en -instellingen, cure en care, in de regio. Waarbij de GHOR actief binnen de Veiligheidsregio en met netwerkpartners gaan onderzoeken hoe we meer impact kunnen plegen om de continuïteit van zorg te kunnen blijven borgen (stimuleren en adviseren). Dit is ook essentieel voor het functioneren en het presterend vermogen van de spoedzorgketen
8 Deze doelstellingen zijn geformuleerd in 2019 en door de COVID-crisis naar de achtergrond geraakt omdat de
gehele GHOR team ingezet is in de crisisorganisatie.
Pagina
28
De COVID-19 crisis heeft in 2020 en 2021 veel kennis en ervaring opgeleverd. Leerpunten en aanbevelingen zullen in de komende jaren op diverse punten leiden tot aanpassingen, inhoudelijk en in structuren.
3.3.3 Waarop sturen we? Tabel 18 Prestatie- en productie-indicatoren GHOR Realisatie 2021
Nr. Indicator 1 2
3
4
Bezetting piketgroepen: GHOR Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam; Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: GHOR Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Inzetten OvDG (aantal)
Begroting 2022
Actualisatie 2022
Begroting 2023
5
≥5
≥5
≥5
100%
100%
100%
100%
90%
90%
90%
90%
*
500
500
350
*Betreft een nieuwe indicator waarover in 2021 geen informatie beschikbaar is.
3.3.4 Wat kost het? Tabel 19 Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000
GHOR
Rekening 2021
Actualisatie 2022
Begroting 2023
Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten
1.609 1.609
1.843 1.843
1.856 1.856
Baten Di recte ba ten Totaal Baten
-
-
-
Saldo van baten en lasten
-1.609
-1.843
-1.856
Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves
-
-
-
-1.609
-1.843
-1.856
Geraamd resultaat
Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden.
Pagina
29
Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen: Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.