Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II 21 december 2021 geanonimiseerd
Tekst van het document
Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Groot Overeem II Nr. 1
Naam indiener Lambalgen-Berkhorst BV T.a.v. de heer
Adres p/a
Verkorte weergave zienswijze 1. Gevraagd wordt waarom juist op deze locatie een bedrijventerrein moet worden aangelegd. (herhaling van eerdere inspraakreactie voorontwerp)
Antwoord 1. Het ontwikkelen van Groot Overeem II op deze locatie is geen nieuw idee. Al in de toekomstvisie van Renswoude (2000) is de gewenste groei van Renswoude ‘binnen de beken’ een uitgangpunt. Ook in de in 2018 vastgestelde Omgevingsvisie 2018-2030 is deze uitbreiding reeds benoemd. Bij de ontwikkeling van bedrijventerrein Groot Overeem I in 2008 is hierop al voorgesorteerd. Dat is ook te zien aan de wegenstructuur aldaar, dus nu twee doodlopende wegen kent, maar waar bij die ontwikkeling altijd al de intentie bestond om in de toekomst aansluitend het bedrijventerrein verder te ontwikkelen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing (herhaling + aanvulling van beantwoording inspraakreactie voorontwerp)
2. De voorbereiding van het bestemmingsplan schiet tekort (Awb/Bro)
2. In de aanhef van artikel 3.1.6, lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening staat dat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp (sub e) ‘een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken’. Per definitie is daarvoor wel degelijk het voorontwerp bestemmingsplan bedoeld dat in het kader van de inspraakverordening ter visie is gelegd en waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld een inspraakreactie in te dienen. In de periode om te komen tot het ontwerp bestemmingsplan is met al deze indieners gesproken m.b.t. hun inspraakreactie. Dit heeft mede geleid tot een optimalisatie van het bestemmingsplan. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing
3. De behoeftepeiling voor bedrijventerrein dateert van 2018 en is wellicht niet meer actueel. Het aantal te vestigen bedrijven zal beperkt zijn, waardoor vestiging beter op
3. De gemeente Renswoude wil juist voor haar eigen ondernemers lokaal en kleinschalig bedrijventerrein ontwikkelen. Een dergelijke ontwikkeling komt zowel de leefbaarheid als de werkgelegenheid in de gemeente ten goede. Hiertoe heeft een onderzoek plaatsgevonden dat
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
1
minder kwetsbare locaties kan plaatsvinden.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
inderdaad in 2018 al is uitgevoerd, maar dat onderzoek had wel als doel om te onderzoeken of er behoefte is aan uitbreiding van het lokale bedrijventerrein. Dat bleek het geval te zijn en dat nu inmiddels twee jaren verstreken zijn heeft met name te maken met de proceduretijd bij dit soort ruimtelijke ontwikkelingen en actuele ontwikkelingen die extra overleggen en onderzoeken vergen (bijvoorbeeld in het kader van de stikstofproblematiek). Er is geen enkele aanleiding te veronderstellen dat de behoefte aan bedrijfskavels minder is geworden. Signalen uit de markt (berichten van de Ondernemersvereniging Renswoude en gesprekken van de wethouder Economie met ondernemers) bevestigen dit beeld. Desondanks zullen wij de behoefteraming uit 2018, die ten grondslag ligt aan de ladderonderbouwing uit 2020, laten actualiseren. De gevolgen van de Corona-pandemie zijn niet in te schatten, maar vanuit de Ondernemersvereniging wordt nog steeds aangegeven dat er veel behoefte bestaat aan nieuw bedrijventerrein voor lokale ondernemers. Het uitgevoerde onderzoek in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking (Rapport Stec Groep maart 2020) geeft antwoord op de vraag of sprake is van efficient ruimtegebruik.
In dat rapport is ook het agrarisch perceel binnen het bedrijventerrein Groot Overeem I benoemd, waarvan is aangegeven dat ook bij ontwikkeling van die particuliere kavel tot bedrijventerrein nog steeds behoefte bestaat aan ontwikkeling van Groot Overeem II. Er is nog geen concrete verkavelingsopzet gemaakt om flexibiliteit in de uitgifte te houden, maar bij kavels tussen de 1.500 en 3.500 m2 kunnen tussen de 8 en 20 bedrijven worden bediend. Voor de groei van lokale bedrijvigheid is het belangrijk voldoende uitbreidingsmogelijkheden te hebben. Omdat de ontwikkeling van een bedrijventerrein vaak een langdurig proces is, is het wenselijk dat gedurende een langere periode kavels beschikbaar zijn. Hierdoor worden zowel uitbreidingsmogelijkheden als ook de werkgelegenheid voor onze eigen gemeente voor een langere periode gewaarborgd. 2
Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 4. In de toelichting van het bestemmingsplan is niet gemotiveerd waarom geen milieueffectrapport is opgesteld.
4. In paragraaf 5.12 van de toelichting is ingegaan op de vormvrije mer-beoordeling die heeft plaatsgevonden. Zie daarvoor ook het rapport van Tauw d.d. 3 februari 2021. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
5. De interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht wordt niet nageleefd.
5. In paragraaf 4.2.2 van de toelichting is ingegaan op de interim omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Daarin is gemotiveerd geconcludeerd dat de uitbreiding van dit bedrijventerrein past binnen de beleidsuitgangspunten van de interimverordening. In bijlage 18 van de interimverordening is Groot Overeem II met 3 hectare netto uitbreiding specifiek genoemd, hetgeen in de zienswijze ook wordt erkend. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
6. Gevraagd wordt om intrekking van het ontwerp-bestemmingsplan.
6. Wij zien geen aanleiding tot intrekking van het ontwerpbestemmingsplan. Aan alle aspecten (ook natuur en landschap) is aandacht besteed in de uitgevoerde onderzoeken en door middel van het voorontwerp-bestemmingsplan heeft ook inspraak van burgers en maatschappelijke organisaties plaatsgevonden. De vaststelling van een bestemmingsplan blijft een belangenafweging tussen soms tegenstrijdige belangen. Wij zijn van mening dat met dit bestemmingsplan sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
7. Onvoldoende worden de natuurwaarden van omliggende terreinen, waaronder Groot-Wolfswinkel, onderkend.
7. Een bestemmingsplanprocedure bevat zeker ook een analyse van de omgeving van het te ontwikkelen terrein. Deze analyse heeft overigens ook al plaatsgevonden in het kader van de Omgevingsvisie die in 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld en waarin dit gebied ook als potentiële ontwikkelingslocatie voor bedrijventerrein is aangemerkt. Getracht wordt met respect voor de omgevingswaarden ook het belang van ondernemers te behartigen. Wij hebben het adviesbureau Breur Ecologie & Onderzoek gevraagd om te reageren op de zienswijzen ten
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
3
aanzien van natuur en ecologie. Als bijlage bij deze zienswijzennota is de notitie van 18 oktober 2021 gevoegd, waarin de conclusies uit het bestemmingsplan op dit punt worden onderbouwd. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. Notitie wordt als bijlage toegevoegd. 8. Onduidelijk is of de waterhuishouding op orde is en of andere milieugevolgen daadwerkelijk kunnen worden uitgesloten.
8. De benodigde onderzoeken naar de waterhuishouding, flora en fauna zijn door gerenommeerde en onafhankelijke bureaus uitgevoerd en de conclusies geven aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Hiermee is aan de onderzoeksverplichting voldaan en wij zien geen aanleiding nader onderzoek te laten verrichten. Aanvullend op deze onderzoeken het volgende: langs de huidige Lunterse Beek wordt een zone ingericht als Natuurnetwerk Nederland. In deze zone is veel aandacht voor de verschillende doelen zoals deze gesteld zijn door de betrokken organisaties. Eén van de aspecten is dat deze zone moet zorgen voor de juiste waterberging en infiltratie van het water, waardoor een negatief effect op de waterhuishouding in de omgeving wordt voorkomen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
9. De Lunterse Beek is een bepalend element in het landschap en de kwaliteiten dienen versterkt te worden.
9. Met deze ontwikkeling wordt de mogelijkheid gecreëerd om ook dit gedeelte van de Lunterse Beek in te richten volgens het wensbeeld van zowel provincie als waterschap. Bij deze herinrichting worden de doelen vanuit het Natuurnetwerk Nederland en de Kaderrichtlijn Water nagestreefd, hetgeen zeker bij zal dragen aan de versterking van verschillende kwaliteiten. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
10. Aandacht wordt gevraagd voor onttrekking van grondwater aan de bodem door de te vestigen bedrijven (aanvullende zienswijze).
10. Voor activiteiten m.b.t. het onttrekken van grondwater aan of infiltreren van water in de bodem is toestemming van het waterschap benodigd. Wanneer deze activiteiten over een langere periode zullen plaatsvinden is daar zelfs een vergunning voor benodigd. Bij het verstrekken van een dergelijke toestemming of vergunning zal zeker de impact op de omgeving worden meegewogen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
4
2
Rozeboom makelaardij namens de heer te Renswoude
1. Gevreesd wordt voor wateroverlast en verontreiniging. De verwachting dat de overlast niet zal toenemen biedt geen garantie.
2. De zone langs de beek zou beschermd moeten worden en voor natuurontwikkeling is de strook nu smaller geworden dan de eerdere wro-zone wijzigingsgebied.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
Juridisch is het niet mogelijk om in dit bestemmingsplan regels te stellen inzake een dergelijke grondwateronttrekking. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 1. In de beekzone is gekozen voor een combinatie van waterberging en natuurontwikkeling. Regenwater wordt eerst in een waterberging ‘geborgen’ en pas daarna zal, indien nodig, overstort naar de beek plaatsvinden. De wateroverlast die blijkbaar nu al op piekmomenten ervaren wordt zal naar verwachting niet groter worden door de uitbreiding van het bedrijventerrein. Alle berekeningen en de daarop gebaseerde uitvoering zijn erop gericht om de overlast door dit bedrijventerrein niet te laten toenemen. Het waterschap Vallei en Veluwe is als eigenaar en beheerder nauw betrokken bij deze ontwikkeling, waarbij een verslechtering van de situatie niet wordt geaccepteerd. De inrichting van de beekzone met daarin opgenomen de waterberging voor Groot Overeem II is in de uitgevoerde watertoets als uitgangspunt gehanteerd. Tevens wordt door de natuurlijke inrichting van de beekzone de beschikbare berging voor de Lunterse Beek verbeterd. Uitwerking van deze plannen vindt momenteel plaats in nauw overleg met het waterschap en de provincie. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 2.
De wro-zone wijzigingsgebied, zoals deze in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen betreft een bevoegdheid om de bestemming te wijzigen van Agrarisch naar Natuur, het is zeker geen verplichting. In het ontwerp-bestemmingsplan was de bestemming Groen opgenomen voor de strook van 20 meter die is aangeduid als Natuur Netwerk Nederland (NNN). Om de natuurdoelstellingen nog beter te kunnen waarborgen is (mede naar aanleiding van andere zienswijzen dienaangaande) besloten om deze strook de Natuurbestemming te geven. De begrenzing van de NNN-kaart (20 meter uit de oever van de beek) is als uitgangspunt hiervoor gehanteerd. De aanleg van dit bedrijventerrein blijft een belangenafweging tussen 5
economische motieven (ons lokale bedrijfsleven de mogelijkheid bieden te groeien zodat de werkgelegenheid wordt behouden in Renswoude) en bestaande landschapswaarden zoveel mogelijk behouden en nieuwe natuurwaarden creëren. Conclusie: bestemmingsplan wordt aangepast door een natuurbestemming op te nemen in plaats van de groenbestemming voor de natuurzone.
3
De heer De heer
3. Het gebied met landschapswaarde Beekdal in het huidige bestemmingsplan wordt aangetast met industrie.
3. Zoals eerder in deze nota is aangegeven wordt met dit bestemmingsplan een bedrijventerrein ontwikkeld en niet een terrein voor ‘industrie’. Vergunning zal worden verleend aan bedrijven, waarvan de milieugevolgen beperkt blijven tot categorie 3.2. Het voert te ver om deze situatie te vergelijken met locaties voor niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Overigens sluit deze uitbreiding van het bedrijventerrein aan op de reeds bestaande bedrijventerreinen langs de Lunterse Beek, namelijk De Hooge Hoek en Groot Overeem I. De milieuzonering is na gedegen onderzoek tot stand gekomen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4. Het wooncomfort wordt ernstig aangetast. (herhaling van eerdere inspraakreactie voorontwerp)
4. Met dit plan wordt zo goed mogelijk geprobeerd om alle belangen evenwichtig te beoordelen, en hinder waar mogelijk te voorkomen. Mocht blijken dat belangen onevenredig worden geschaad, dan geldt daarvoor na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een separate planschadeprocedure. Bij de planuitwerking wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. Doordat aan de west- en noordzijde de beek natuurlijk wordt ingericht, zal hier de benodigde vegetatie ontstaan die bijdraagt aan de inpassing van het bedrijventerrein in de omgeving. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. (herhaling en aanvulling van beantwoording inspraakreactie voorontwerp) 1. Eisen ten aanzien van het bebouwen en het gebruik van bedrijfskavels zijn opgenomen in het bestemmingsplan.
1. Beeldkwaliteit kan beter in handhaafbare eisen worden
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
6
Renswoude
geformuleerd dan door middel van voorbeelden.
Een beeldkwaliteitsplan is juridisch geen onderdeel van het bestemmingsplan, maar biedt uiteraard wel de uitgangspunten, waaraan wij een bouw- en inrichtingsplan voor een kavel zullen toetsen. Door dit beeldkwaliteitsplan toe te voegen aan de welstandsnota wordt dit doorlopend het toetsingskader voor Welstand en wordt de beeldkwaliteit geborgd. Door in sommige gevallen geen harde eisen op te nemen, wordt aan ondernemers ruimte en flexibiliteit gelaten om (ontwerp)keuzes te kunnen maken. Uiteindelijk dient o.a. te worden voldaan aan de eisen van beeldkwaliteit en welstand. Als gedurende het ontwerpproces blijkt dat er onvoldoende vertrouwen is dat deze kwaliteit wordt behaald, kan de initiatiefnemer de gewenste kavel niet verwerven. Met inschakeling van de juiste deskundigheid denken we de beeldkwaliteit op dit project aan de voorkant op een goede manier te borgen. In het beeldkwaliteitsplan staan naast voorbeelden/referenties ook harde eisen, waaraan bij het ontwerpen van gebouwen moet worden voldaan. Systems Engineering is een methode die ook geschikt zou kunnen zijn, maar wij denken de validatie en verificatie ook door Welstand te kunnen laten uitvoeren waarbij enige vrijheid in de interpretatie van de eisen wenselijk is. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
2. Voor zover het plan voorziet in aanpassingen en werkzaamheden op aangrenzende particuliere gronden, zullen daar eerst met de eigenaren afspraken over gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld over de consequenties van een brug naar het wandelpad op het landgoed en consequenties van beheer van de beekzone.
2. Terecht wordt gesteld dat voor de uitvoering van de werkzaamheden duidelijke contractuele afspraken gemaakt moeten zijn. Echter: om een bestemming te kunnen wijzigen zijn dergelijke afspraken niet vereist. Uiteraard is het van belang dat de geplande werkzaamheden (en daaraan gekoppeld ook de gewijzigde bestemming) daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd, en daarom zijn de gesprekken met de eigenaren en het waterschap als beherende partij opgestart. De brug die in het bestemmingsplan genoemd is als mogelijke aansluiting van het bedrijventerrein op een reeds aanwezige wandelroute op het openbare landgoed Wittenoord was niet meer dan een idee om een extra recreatiemogelijkheid te creëren voor werknemers op het
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
7
bedrijventerrein. In de reeds gevoerde gesprekken is aangegeven dat deze brug alleen gerealiseerd kan worden als er concrete afspraken kunnen worden gemaakt over de wijze waarop een bijdrage in het beheer en onderhoud wordt geleverd (financieel, of in personele inzet). Vooralsnog is besloten om deze brug te laten vervalen. Dit zijn echter zaken die los staan van de bestemmingsplanprocedure en uiteraard tijdig vóór de uitvoering afgerond moeten worden. De gesprekken met de eigenaren van landgoed Wittenoord m.b.t. de realisatie- en beheerafspraken zullen worden voortgezet. Conclusie: In de toelichting van het bestemmingsplan zal de brug worden verwijderd. 3. Langs het huidige bedrijventerrein komen voorbeelden voor van buitenopslag, lichtvervuiling e.d..
3. Overlast en de mogelijk daaruit voortvloeiende handhaving staan los van de opstelling van dit bestemmingsplan. Indien regels overtreden worden moet worden opgetreden en dat gebeurt ook. Ten aanzien van lichtoverlast op de beekzone is in het bestemmingsplan (artikel 3.3) een nadere-eisen-regeling opgenomen inzake de uitstraling van bedrijfsverlichting. Ondernemers zullen, voordat een kavel verkocht wordt, een bouw- en inrichtingsplan moeten aanleveren, zodat getoetst kan worden of voldoende aandacht aan dit soort aspecten is besteed. Anders dan bij bestaande bedrijventerreinen is nu in artikel 3.5 een gebruiksbepaling opgenomen dat buitenopslag aan de Utrechtseweg en aan de beekzone niet is toegestaan. Wij verwachten hiermee de kwaliteit van die gebieden te kunnen waarborgen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4. De natuurstrook die langs de beek wordt ingericht zou 50 meter breed moeten zijn.
4. Provincie en waterschap pleiten ook voor een robuustere natuurzone, maar het aanhouden van een breedte van 50 meter zou betekenen dat er geen rendabel bedrijventerrein geëxploiteerd kan worden en dat we ondernemers geen uitbreidingsruimte kunnen bieden. Dit plan betreft een compromis tussen de verschillende belangen waarbij in een smallere zone langs de beek toch optimaal invulling wordt gegeven aan een ecologische kwaliteiten.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
8
4
Mw. Renswoude
1. Oproep met 78 handtekeningen om de uitbreiding van het bedrijventerrein op een andere locatie te laten plaatsvinden en niet in de buurt van deze kwetsbare natuur. Mocht de ontwikkeling toch op deze locatie plaatsvinden, dan zo min mogelijk belasting van de natuur en een brede bufferzone aanhouden met hoog opgaande beplanting.
1.
2. Het toetsingskader van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) wordt genegeerd.
2.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. Reeds in de toekomstvisie van Renswoude uit het jaar 2000 wordt gesproken over uitbreiding van het aantal woningen en uitbreiding van bedrijventerrein voor lokale werkgelegenheid. Bij de totstandkoming van de bedrijventerreinen De Hooge Hoek en later ook Groot Overeem I is nadrukkelijk aandacht besteed aan het creëren van een natuurlijke overgang tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Na ontwikkeling van bedrijventerrein De Hooge Hoek is ook landgoed Wittenoord ontstaan om aan de noordzijde van Renswoude de Lunterse Beek ook als natuurlijke begrenzing van de dorpskern te markeren. Bij de ontwikkeling van Groot Overeem I is al voortgeborduurd op een verdere uitbreiding van het bedrijventerrein, gelet op de ligging van de huidige wegenstructuur. In de Omgevingsvisie die in 2018 door de gemeenteraad, met de nodige burgerparticipatie, is vastgesteld, geeft aan dat Renswoude tot 2030 voor de lokale behoefte wil groeien, zowel qua woningbouw als qua bedrijventerrein. Onderhavige locatie ligt binnen de beek en ons inziens is deze locatie de meest logische optie voor uitbreiding van het bedrijventerrein. Wij zien in dat kader ook geen alternatieven om onze lokale ondernemers ruimte te bieden. Voor de overige aspecten wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 2, onder 2.
Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. Het Natuur Netwerk Nederland is een landelijk netwerk dat door provincies wordt uitgevoerd. De strook langs de Lunterse Beek heeft deze aanduiding gekregen met als doel om mogelijk als natuurvriendelijke strook ingericht te worden. Dit is een wens vanuit de landelijke overheid en het betreft geen verplichting voor de eigenaar. Met de ontwikkeling van deze uitbreiding van het bedrijventerrein is er een uitgelezen mogelijkheid om aan deze wens invulling te geven, omdat de gemeente nu eigenaar van deze grond is geworden. De onderhavige strook grond betreft een nog ontbrekend onderdeel van de 9
meandering van de Lunterse Beek in Renswoude met de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Of er nu wel of niet sprake is van externe werking, er wordt rekening gehouden met de doelstellingen die de provincie heeft op het gebied van natuurontwikkeling in NNN-zones. Provincie en waterschap zijn ook leidend in de vormgeving van deze nieuwe natuur. Mede gelet op meerdere reacties op dit punt is er wel voor gekozen om voor deze natuurzone de Natuurbestemming op te nemen in plaats van de bestemming ‘Groen’. Conclusie: in het bestemmingsplan krijgt de beekzone de Natuurbestemming. 3. Mogelijk is nader onderzoek nodig naar de negatieve effecten van de ontwikkeling voor de vleermuis.
3.
In het uitgevoerde onderzoek ‘quick scan ecologie’ is aangegeven dat de (water)vleermuis in het gebied kan voorkomen. In het onderzoek wordt gesteld dat de herinrichting van de oever van de beek juist een positief effect kan hebben op foeragerende en langsvliegende vleermuizen. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten wanneer maatregelen worden getroffen om direct kunstlicht op de beekzone te voorkomen. In de uitvoering zal hiermee ook nadrukkelijk rekening worden gehouden bij het aanbrengen van straatverlichting en de beoordeling van inrichtingsplannen van de bedrijfskavels. Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij adviesbureau Breur Ecologie & Onderzoek gevraagd om te reageren op de zienswijzen ten aanzien van natuur en ecologie. Als bijlage bij deze zienswijzennota is de notitie van 18 oktober 2021 gevoegd. Ook in dit advies worden de door de indiener benoemde negatieve effecten voro de ontwikkeling niet bevestigd, maar wordt juist een positieve impuls voor de vleermuis verwacht. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4. Gevreesd wordt voor horizonvervuiling en gevraagd wordt om de weg op het bedrijventerrein niet langs de beek te leggen.
4.
De stedenbouwkundige opzet van het plan is door een deskundig bureau onderbouwd, door aan te geven dat aan de westzijde van het plan meer openheid bij de beekzone gecreëerd wordt door aan die zijde geen bedrijfskavels te situeren, maar de weg. Op deze manier worden
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
10
5
1.
Gesproken wordt over een tegenstrijdige en natuuronvriendelijke beleidsvoering.
2.
De zeldzame wespendiep wordt door deze ontwikkeling verjaagd.
Renswoude
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
drie gebieden met kopgevels gecreëerd en niet een gesloten lint met bedrijfskavels. In een persoonlijk gesprek met de indiener van deze zienswijze heeft de stedenbouwkundige dit toegelicht, maar een verschil van inzicht kan uiteraard altijd blijven bestaan. Uiteindelijk zal zich in de natuurlijke beekzone ook beplanting vormen die op termijn qua zicht een afschermende werking zal hebben. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 1. Het klopt dat belangen tegenstrijdig kunnen zijn, maar het is de taak van de gemeente om een zo goed mogelijk compromis te zoeken tussen tegenstrijdige belangen. Landgoed Wittenoord is ontwikkeld toen ook al bedrijventerrein De Hooge Hoek verrezen was. Het is goed om te vernemen dat op landgoed Wittenoord desondanks de flora en fauna zich niet heeft laten wegjagen door het bedrijventerrein. Mede naar aanleiding van deze zienswijze hebben wij adviesbureau Breur Ecologie & Onderzoek gevraagd om te reageren op de zienswijzen ten aanzien van natuur en ecologie. Als bijlage bij deze zienswijzennota is de notitie van 18 oktober 2021 gevoegd. In dit advies wordt aangegeven dat het de verwachting is dat de heringerichte beekzone zal bijdrage aan biodiversiteit (zowel voor de flora als fauna) in dit gebied. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 2.
In lijn met de beantwoording onder punt 1 kan gesteld worden dat het erop lijkt dat de natuur zich niet zo makkelijk laat beïnvloeden door stedelijke ontwikkelingen. Wij hebben het adviesbureau Breur Ecologie & Onderzoek gevraagd om te reageren op de zienswijzen ten aanzien van natuur en ecologie. Als bijlage bij deze zienswijzennota is de notitie van 18 oktober 2021 gevoegd, waarin ook concreet is ingegaan op de gevolgen van deze ontwikkeling voor de wespendief. Deze notitie is bij deze zienswijzennota gevoegd. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
11
3.
Gevraagd wordt naar de reden van deze locatiekeuze.
3.
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 4, onder nr. 1. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4.
De behoeftepeiling onder ondernemers is in 2018 uitgevoerd en daarmee niet actueel. Daarnaast is er nog bijna 1 ha. direct uitgeefbaar terrein beschikbaar. Bedrijven die ook een bedrijfswoning willen zullen als gegadigden afvallen. Het is niet geruststellend dat ondernemers een functioneel bedrijventerrein prefereren boven een terrein met een hoogwaardige uitstraling.
4.
Vanuit de Ondernemersvereniging krijgen wij signalen dat er nog steeds veel belangstelling is aan bedrijfskavels onder lokale ondernemers. Overigens is niet alleen het rapport van Arcadis bepalend, maar ook de laddertoets voor duurzame verstedelijking die door het bureau Stec is uitgevoerd. Hierbij wordt met alle aspecten rekening gehouden, dus ook met bijvoorbeeld hergebruik van vrijkomende locaties. Leegstand van bedrijfsruimten voor detailhandel op het Dorpsplein is overigens niet te vergelijken met het onderhavige bedrijventerrein. In Renswoude is momenteel geen of nauwelijks sprake van leegstand aan bedrijfspanden. Het klopt dat er bij een aantal ondernemers belangstelling is voor de bouw van een bedrijfswoning. Wij hebben echter gegronde redenen om daarvan af te zien. Wij hebben echter van deze ondernemers niet het bericht ontvangen dat zij daarom helemaal geen belangstelling meer hebben in een bedrijfskavel. Wij zijn van mening dat een bedrijventerrein functioneel moet zijn. Maar dat wil niet zeggen dat daarom ‘ingeleverd’ wordt op de ambitie om een hoogwaardige uitstraling te creëren. Daartoe dient het beeldkwaliteitsplan en ook de systematiek om ondernemers eerst een inrichtingsplan te laten indienen, alvorens daadwerkelijk tot verkoop van een kavel over te gaan. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
5.
Ten aanzien van de inrichting van het terrein worden bedenkingen geuit ten aanzien van de ligging van de infrastructuur langs de beekzone.
5.
Verwezen wordt naar de beantwoording bij zienswijze 4 onder nr. 1. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
6.
Gevraagd wordt naar de invloed op het grondwaterpeil op
6.
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 onder nr. 10.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
12
omliggende natuurgebieden, wanneer zich een bedrijf vestigt dat veel water nodig heeft. 7.
De oeverzone langs de Lunterse Beek zou een zware bestemming “Natuur’ moeten krijgen.
7.
In lijn met een soortgelijke opmerking in zienswijze 2, onder nr. 2 wordt aangegeven dat in plaats van een Groenbestemming in het definitief vast te stellen plan de Natuurbestemming aan de beekzone zal worden toegekend. Over de breedte van de zone is reeds eerder geantwoord in het kader van inspraakreacties tegen het voorontwerp-bestemmingsplan. Daarover hebben wij geen nieuwe inzichten. Conclusie: de beekzone van 20 meter breed krijgt de bestemming ‘Natuur’.
Oproep met 78 handtekeningen om de uitbreiding van het bedrijventerrein op een andere locatie te laten plaatsvinden en niet in de buurt van deze kwetsbare natuur. Mocht de ontwikkeling toch op deze locatie plaatsvinden, dan zo min mogelijk belasting van de natuur en een brede bufferzone aanhouden met hoog opgaande beplanting. 1. Zowel bezwaarde heeft hinder van het nieuwe bedrijventerrein alsook het bedrijventerrein hinder ondervindt van het agrarisch bedrijf. Er is onvoldoende rekening gehouden met fijnstof, geur, stikstof, flora en fauna. (herhaling van eerdere inspraakreactie voorontwerp)
8.
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 4, onder nr. 1. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
8.
6
A&S advocaten, namens
p/a
Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
te Renswoude
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
1. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan zijn allerlei onderzoeken uitgevoerd, onder andere op het gebied van fijnstof, stikstof en flora en fauna. Al deze rapporten, welke bij de stukken ter visie hebben gelegen, tonen aan dat de effecten van de uitbreiding van het bedrijventerrein binnen de daarvoor geldende normen blijven. Tevens blijkt ook dat gelet op de hindercontouren van het agrarische bedrijf geen belemmeringen zijn om het bedrijventerrein te realiseren. Een duidelijke motivatie waaruit blijkt dat er onvoldoende rekening is gehouden met genoemde aspecten ontbreekt. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. (herhaling van beantwoording inspraakreactie voorontwerp) 13
2. Naast (geluid)hinder wordt ook gevreesd voor beperking van het uitzicht.
2. Zoals ook onder 1 is aangegeven zijn er normen gesteld voor een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling. Ook m.b.t. het aspect geluid (hetgeen meegenomen is in de milieuzonering) wordt voldaan aan de bij de betreffende milieucategorie behorende normen. Vermindering van uitzicht valt bij dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen niet te voorkomen; in het stedenbouwkundige plan wordt waar mogelijk rekening gehouden met de belangen van omwonenden. In het ontwerpplan is ten opzichte van het voorontwerp de bebouwingslijn langs de Utrechtseweg ook enigszins teruggelegd, hetgeen voor bezwaarde een positieve wijziging is. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
3. In het kader van de Grebbelinie wordt aangegeven dat planontwikkeling niet in lijn is met provinciaal beleid.
3. Het provinciale inpassingsplan Grebbelinielandschap is bij deze planontwikkeling betrokken en is ook onderwerp van gesprek geweest met de provincie. Dit inpassingsplan betekent niet dat er geen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden, maar dat ontwikkelingen met respect voor de Grebbelinie worden uitgevoerd. Met het stedenbouwkundige plan en het inrichtingsplan voor de beekzone denken wij in overleg met de provincie daaraan op een goede manier invulling te hebben gegeven. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4. De behoefte aan bedrijventerrein wordt in twijfel getrokken.
4. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1, onder nr. 3 en zienswijze 5, onder nr. 4. In de zienswijze wordt niet gemotiveerd, waarom de genoemde onderzoeken van Arcadis in 2018 en de dit jaar uitgevoerde ladderonderbouwing voor duurzame verstedelijking niet toereikend zouden zijn om aan te tonen dat er wel in een behoefte aan lokaal bedrijventerrein wordt voorzien. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
5. De uitvoerbaarheid van deze planontwikkeling is onduidelijk in relatie tot de huidige verpachting van
5. Het is onjuist te veronderstellen dat gebleken is dat de gemeente ten onrechte uitgaat van mogelijkheden de pachtrelatie met betrokkene te beëindigen. Hoewel de gemeente zich maximaal inspant de pachtovereenkomst in
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
14
de gronden door de gemeente aan bezwaarde.
7
Heijink & Meure advocaten, namens te Renswoude
p/a
1. Het kampenlandschap en de gebruiksmogelijkheden van omliggende woningen/bedrijven wordt aangetast.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
minnelijk overleg te ontbinden kan de gemeente de Rechtbank op basis van artikel 7:377 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek verzoeken de pachtovereenkomst te ontbinden. Als de bestemming in overeenstemming is met het algemeen belang zal de Rechtbank de pachtovereenkomst ontbinden. Blijkens artikel 7:377 lid 1 BW geldt dat de voorgenomen bestemming (bedrijfsdoeleinden c.a.) wordt geacht in overeenstemming te zijn met het algemeen belang op het moment dat sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan. Uitgegaan wordt van een uitvoerbaar plan op het moment dat ofwel minnelijk overeenstemming wordt bereikt ofwel de ontpachting door de Rechtbank wordt uitgesproken. Dit is een parallel traject en staat derhalve los van eventuele vertraging bij de planvorming. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 1. Ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling van een bedrijventerrein, gaan altijd gepaard met aantasting van bestaande eigenschappen van een gebied. Het kampenlandschap met o.a. graslanden langs beken is inderdaad kenmerkend voor dit gebied (Gelderse Vallei/Utrecht-Oost), maar in de geciteerde Omgevingsvisie 2018 wordt ook de ontwikkeling van de kern Renswoude met woningbouw en bedrijventerrein genoemd.
Door het bedrijventerrein te omzomen met een natuurvriendelijke beekzone wordt getracht de kernkwaliteiten van het gebied zo min mogelijk geweld aan te doen en de ecologische waarden van de huidige locatie te verbeteren. Alle uitgevoerde onderzoeken (o.a. inzake waterhuishouding) geven aan dat met de te nemen maatregelen geen negatieve gevolgen te verwachten zijn voor het grondwater en het oppervlaktewater. Bij de herinrichting van de beekzone wordt er juist invulling gegeven aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Door aanpassingen in het profiel wordt gezorgd voor de juiste stroomsnelheden, hetgeen de waterkwaliteit zeer ten goede komt. Daarnaast zorgen zowel de beschaduwing als het microreliëf in het profiel voor een toename aan biodiversiteit in de beek. 15
Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
2. Volgens Funda in Business is er in Renswoude geen behoefte aan extra bedrijventerrein. (herhaling van eerdere inspraakreactie voorontwerp) Aanvullend wordt gesteld dat Covid wellicht invloed heeft op de behoefte aan bedrijventerrein.
2. In 2018 heeft een onderzoek naar de behoefte aan bedrijfskavels onder lokale ondernemers plaatsgevonden. Hieruit is een aanzienlijke behoefte naar voren gekomen. Ook uit de contacten met de verschillende ondernemers en de ondernemersvereniging blijkt wel degelijk een vraag naar extra bedrijventerrein. Wellicht zullen niet alle kavels binnen afzienbare tijd worden verkocht, maar daardoor kan er dan langer worden voorzien in de behoefte. De aangeboden panden in Renswoude op Funda in Business betreffen overigens voornamelijk kantoren, winkels en met name kleinere bedrijfshallen. De uitbreiding van het bedrijventerrein voorziet in kavels voor een ander segment. (herhaling van beantwoording inspraakreactie voorontwerp) Aanvullend kan worden gesteld dat Covid-19, mede n.a.v. consultering van de Ondernemersvereniging Renswoude, juist een positief effect heeft op de vraag naar bedrijfskavels. Door de groei van de economie is de vraag naar kavels mogelijk nog groter. Voor kantoren is wellicht thuiswerken een blijvend fenomeen, maar niet voor het door ons beoogde bedrijventerrein met andersoortige bedrijvigheid. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
3. Concrete regelgeving voor een duurzame inrichting ontbreekt.
3. Het klopt dat in het bestemmingsplan uitsluitend benoemd is dat gestreefd wordt naar een duurzame inrichting. Voorwaarden m.b.t. de duurzaamheid zijn in het kader van een bestemmingsplan niet ruimtelijk relevant en worden derhalve ook niet geborgd in het bestemmingsplan. Echter: ook wij vinden een duurzaam bedrijventerrein meer dan wenselijk en hebben daarom een duurzaamheidskader laten opstellen. Dit kader wordt separaat door de gemeenteraad vastgesteld en wordt vervolgens privaatrechtelijk geborgd in de koopovereenkomsten.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
16
Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 4. Het woon- en leefklimaat van de bedrijfswoning wordt aangetast. Gevreesd wordt voor vermindering uitzicht, vermindering lichtinval en aantasting van de privacy.
4. Ten opzichte van het voorontwerp-bestemmingsplan is de bebouwingsgrens opgeschoven ten gunste van de bedrijfswoning , maar niet voorkomen wordt dat deze ontwikkeling alsnog invloed kan hebben op de privacy, lichtinval en het uitzicht van de bestaande bedrijfswoning. Mocht blijken dat belangen onevenredig worden geschaad, dan geldt daarvoor na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een separate planschadeprocedure. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
5. Gepleit wordt voor behoud van het kampenlandschap.
5. Met deze planontwikkeling wordt ons inziens op een verantwoorde manier omgegaan met het kampenlandschap. Enerzijds door een passende inrichting van de beekzone en anderzijds door middel van een beeldkwaliteitsplan op basis waarvan een passende invulling moet worden gegeven aan de bedrijfskavels. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
6. Gevraagd wordt om de bebouwinglijn langs de Lunterse Beek ook langs de Utrechtseweg toe te passen.
6. Zoals onder punt 4 reeds is aangegeven is de bebouwingslijn ten opzichte van het voorontwerpplan opgeschoven en is op basis van een stedenbouwkundige visie de huidige voorgevelrooilijn tot stand gekomen. Aangesloten is bij de bebouwingslijn van de bestaande bebouwing langs de Utrechtseweg, waarbij ook nadrukkelijk rekening is gehouden met de situatie van de bedrijfswoning . Het is niet wenselijk om de voorgestelde bebouwingslijn aan de zijde van de Utrechtseweg en de woning van de indiener te hanteren. Dit heeft een negatief effect op zowel de bruikbaarheid van de bedrijfskavels als op de haalbaarheid van het plan. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
7. Gevraagd wordt naast het perceel een goothoogte
7. Bij de bestemmingsplanregels is zoveel mogelijk de systematiek gehanteerd die bij de overige
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
17
van 6 meter aan te houden en 8 meter daarachter een hoogte van 8 meter.
bestemmingsplannen voor bedrijventerrein in Renswoude geldt. Differentiatie van goot- en bouwhoogte op kavelniveau achten wij qua beeldkwaliteit niet wenselijk en stelt ondernemers ook voor wellicht onoverkomelijke ontwerptechnische problemen. Wij proberen zoveel mogelijk eenheid in de planregels te behouden en hebben geprobeerd om zo goed mogelijk rekening te houden met de belangen van de bedrijfswoning . Overigens wordt vanuit de provincie en de regio Foodvalley opgelegd dat de ruimte zo efficiënt mogelijk wordt ingevuld. Dit betekent onder andere verdichten en hoger bouwen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
8. Gevraagd wordt om de afwijkingsbevoegdheid ten aanzien van de bouwhoogte (artikel 3.4.3) te schrappen.
8. Deze bepaling betreft een bevoegdheid voor het college om af te wijken van de bouwhoogte met 1 meter, maar wel onder voorwaarden (aantonen noodzaak bedrijfsvoering of bereiken ruimtelijke kwaliteitswinst). De toepassing van deze bevoegdheid is met waarborgen van rechtsbescherming omkleed. Zonder afwijkingsbevoegdheid kan een dergelijk verzoek ook door middel van de indiening van een postzegelplan worden gedaan. In beide gevallen zullen in het kader van de ruimtelijke kwaliteitswinst ook de belangen van buurpercelen worden meegewogen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
9. Gevraagd wordt om aanpassing van het bebouwingspercentage van 80 naar 60 %.
9. Er is aansluiting gezocht met de vigerende bestemmingsplannen voor de bedrijventerreinen in Renswoude. Dat in het verleden andere afspraken zijn gemaakt voor nietagrarische bedrijven in het buitengebied doet daar niets aan af. Eventuele plannen voor Utrechtseweg 26 zullen op hun merites worden beoordeeld, maar dat staat los van de systematiek van onderhavig bestemmingsplan. Overigens wordt vanuit de provincie en regio Foodvalley juist steeds meer nadruk gelegd op intensivering van bedrijventerreinen, hetgeen zou betekenen dat eerder een hoger bebouwingspercentage zou moeten worden gehanteerd dan een lager percentage. Overigens geldt bij
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
18
kleine bouwpercelen vaak dat het maximale bebouwingspercentage niet haalbaar is, vanwege de overige randvoorwaarden in het bestemmingsplan. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 10. Gevraagd wordt om een brede groenstrook tussen de uitbreiding van het bedrijventerrein en het perceel .
10. Bouwen op de perceelsgrens is slechts mogelijk, indien de buurman hier geen bezwaar tegen heeft. De 3 meter afstand is derhalve gegarandeerd, wanneer geen toestemming wordt gegeven. Het niet wenselijk en ook niet passend binnen het stedenbouwkundig plan van het bedrijventerrein om tussen twee bedrijfspercelen een ongewoon brede groenstrook aan te houden. Wij begrijpen de impact van bedrijfsbebouwing naast de bedrijfswoning en hebben getracht in het nieuwe plan hiermee rekening te houden. Met dit plan denken wij een redelijke afweging gemaakt te hebben tussen die belangen en het belang om zoveel mogelijk ondernemers aan een bedrijfskavel te kunnen helpen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
11. Gevraagd wordt om een bevestiging van de mogelijkheid om aan de achterzijde van het perceel te kunnen ontsluiten.
11. In het bestemmingsplan bevindt zich inderdaad een verkeersbestemming aan de achterzijde van het perceel . Dit betekent dat aan die zijde een uitrit gerealiseerd zou kunnen worden, uiteraard volgens de geldende richtlijnen daarvoor. Te zijner tijd kan daarvoor een uitritvergunning worden aangevraagd. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
12. Gevraagd wordt om naast alleen bedrijven met een milieucategorie van maximaal 2 toe te staan en ook te waarborgen dat geen stank- en geluidsoverlast wordt veroorzaakt.
12. De zone langs de Utrechtseweg heeft in het bestemmingplan de functieaanduiding dat bedrijven tot en met categorie 3.1 zijn toegestaan, maar binnen een zone van ongeveer 20 meter alleen met een milieucategorie 2. Dit betekent dat daar uitsluitend bedrijven gevestigd mogen worden die qua milieugevolgen aan de normen van categorie 2 voldoen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
13. Er is geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat weer een LPG-
13. Op 28 april 2015 is een veranderingsvergunning (milieuneutraal) verleend voor:
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
19
8
Mevrouw Renswoude
•
station wordt gevestigd op het perceel .
het buiten gebruik stellen en verwijderen van LPG uit de vergunning; • uitbreiding 24 uurs verkoop onbemand. Zowel in de aanvraag als in het daarop genomen besluit staat dat de LPG activiteiten gestaakt worden. Met deze veranderingsvergunning is de verkoop van LPG niet meer toegestaan. Het bedrijf heeft derhalve geen vergunning meer voor de verkoop van LPG. Dit zou opnieuw moeten worden aangevraagd. Op grond van de huidige omgevingssituatie en het huidige toetsingskader moet dan worden gekeken of vergunnen opnieuw mogelijk is. In het kader van deze bestemmingsplanprocedure is derhalve terecht geen rekening gehouden met een verkooppunt van LPG. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
14. Gevreesd wordt voor stankoverlast, geluidsoverlast en straling door het nieuwe bedrijventerrein.
14. De te vestigen bedrijven zullen moeten voldoen aan de gestelde milieunormen. Als daar, na ontwikkeling van het terrein, aanleiding toe is zal op dat moment moeten worden bezien of normen overtreden worden. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
15. Vermindering van het woongenot zal lijden tot planschade.
15. Met dit plan wordt zo goed mogelijk geprobeerd om alle belangen evenwichtig te beoordelen. Mocht blijken dat belangen onevenredig worden geschaad, dan geldt daarvoor na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een separate planschadeprocedure, zie hiervoor ook de beantwoording punt 4 in deze zienswijze. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 1. Verwezen wordt naar het antwoord bij zienswijze 1, onder punt 1. Aanvullend kan gesteld worden dat juist samenwerking met buurgemeenten en met de regio plaatsvindt, zodat kleinschalige Renswoudse bedrijven in Renswoude kunnen blijven en grote bedrijven worden doorgestuurd naar Veenendaal, Ede of Barneveld. Deze uitbreiding is wenselijk vanwege de grote vraag onder lokale kleinschalige ondernemers. Overigens is in het kader van de Omgevingsvisie in 2017/2018 uitgebreid gecommuniceerd met allerlei organisaties over de toekomst
1. Niet duidelijk is waarom deze locatie voor uitbreiding is gekozen en geen samenwerking met buurgemeenten of de regio Foodvalley wordt gebruikt. Belanghebbenden zijn niet geraadpleegd over de keuze voor deze locatie.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
20
van het dorp Renswoude. De (weliswaar beperkte) groeiambitie van Renswoude is daarbij ook aan de orde geweest en het kan dan ook geen verrassing zijn dat dit plan nu aan de orde is. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
9
De heer Renswoude
2. Bedreiging van omliggende natuurparels moet worden voorkomen.
2.
1. Het onderzoek naar de behoefte aan bedrijventerrein is niet actueel en niet volgens de juiste systematiek opgesteld.
1.
2. Natuurwaarden en landschappelijke waarden worden aangetast en er is onvoldoende rekening gehouden met de stikstofproblematiek.
2.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 7. Aanvullend kan gesteld worden dat de genoemde ‘verzachting’ voor het bedrijventerrein door de aanleg van een natuurvriendelijke beekzone wel degelijk aan de orde is. Deze beek-inrichting zou niet plaatsvinden als het bedrijventerrein niet zou kunnen worden ontwikkeld. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. Verwezen wordt naar het antwoord bij zienswijze 1, onder punt 3. Aanvullend kan worden aangegeven dat onlangs door gedeputeerde staten van Utrecht het regionaal programma wonen en werken is vastgesteld, waarin de 3 ha. netto voor Groot Overeem II zijn opgenomen. Binnen haar eigen toetsingskader heeft de provincie derhalve ook ingestemd met deze ontwikkeling. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1 onder punt 7 en 9. Aanvullend kan gesteld worden dat in het kader van de stikstofproblematiek door een gerenommeerd bureau berekeningen hebben plaatsgevonden met de toen vigerende versie van de Aerius-tool. Er is inmiddels een nieuwere versie (2020) en de verwachting is dat de komende maanden weer een nieuwe versie zal verschijnen. Wij verwachten binnenkort de resultaten van een actualisatie op basis van de Aerius-versie van 2020 te ontvangen.
Door het nemen van de benodigde maatregelen (bijvoorbeeld gasloos als uitgangspunt) wordt voldaan aan de huidige stikstofregelgeving. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
21
10
Provincie Utrecht
Postbus 80300, 3508 TH Utrecht
3. Het plan is in strijd met de Omgevingsvisie 2018-2030 waarin wordt aangegeven dat het unieke karakter en de omgevingskwaliteit behouden dienen te worden.
3.
Het klopt dat wij veel waarde hechten aan de kwaliteiten van het buitengebied en de natuur. Dit laat onverlet dat er soms keuzes gemaakt moeten worden om ook andere belangen (o.a. uitbreiding van het bedrijventerrein, werkgelegenheid) te dienen. Op de verbeelding bij de Omgevingsvisie was onderhavige locatie reeds gearceerd als mogelijk te ontwikkelen bedrijventerrein. Met de uitbreiding van het bedrijventerrein worden veel ondernemers in Renswoude geholpen, hetgeen soms helaas ten koste gaat van andere belangen, in dit geval het landschappelijk belang. Dat is ook de reden dat met veel zorgvuldigheid naar de landschappelijke inpassing wordt gekeken. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4. Burgers zijn onvoldoende betrokken geweest bij de totstandkoming van dit plan.
4.
1. Voor de NNN-zone langs de Lunterse Beek wordt gepleit voor een bestemming ‘Natuur’ in plaats van de bestemming ‘Groen’. Het inrichtingsplan voor de beekzone voldoet weliswaar aan de belangen van het Natuur Netwerk Nederland en de wateropgave, maar doorvertaling in de planregels wordt als onvoldoende beschouwd. Daarmee treedt strijd op met de Interim
1.
Zie ook de beantwoording van zienswijze 1, onder punt 4. In het kader van de inspraakverordening heeft het voorontwerp-plan reeds ter visie gelegen en heeft bekendmaking in de Heraut plaatsgevonden. Hierop zijn ook diverse inspraakreacties ingediend, waaronder door degenen die nu ook een zienswijze hebben ingediend. Dit geeft ons inziens aan dat het plan voldoende bekend is gemaakt. Daarnaast heeft ook bespreking van het voorontwerp-bestemmingsplan in de raadscommissie eind 2020 plaatsgevonden. Ook deze vergadering is aangekondigd, zodat iedereen daarvan kennis heeft kunnen nemen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. Hoewel het inrichtingsplan en het gezamenlijk overleg tussen gemeente, provincie en waterschap ten aanzien van de realisatie van de beekzone ons inziens geen aanleiding geeft eraan te twijfelen dat de natuurdoelstellingen ook daadwerkelijk zullen worden bereikt en in stand zullen worden gelaten, hebben wij ervoor gekozen om, in lijn met de zienswijze, nu toch de bestemming Natuur te geven aan de beekzone. Conclusie: bestemmingsplan is aangepast, waarbij de beekzone (NNN) de natuurbestemming heeft gekregen in plaats van de bestemming Groen.
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
22
Omgevingsverordening (artikel 6.2 Instructieregel bescherming NNN). 11
Natuur en Milieufederatie Utrecht Dhr.
Arthur van Schendelstraat 600 3511 MJ Utrecht
1. De behoefteraming voor bedrijventerrein is niet actueel.
1.
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1, onder punt 3. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
2. De stikstofemissies vanuit het bedrijventerrein hebben ook effect op natuur buiten Natura 2000-gebieden.
2.
Deze constatering klopt, maar voor niet-Natura-2000-gebieden is er geen wettelijk kader met grenswaarden ten aanzien van stikstofdepositie. De stikstofbijdrage op nietNatura-2000-gebieden wordt derhalve niet getoetst. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
3. Ten aanzien van de NH3-emissie wordt uitgegaan van een rekenkundige fout. Op de percelen waar niet de zwaarste categorie bedrijven gevestigd zullen worden, zullen andere bedrijven zich vestigen, waarvan de uitstoot niet 0 zal zijn.
3.
Voor deze bedrijven is een 38,5 % lagere NH3-emissie aangehouden dan het gemiddelde van alle bedrijven, inclusief gft-afvalverwerking, AVI’s, elektriciteitscentrales en chemische industrie. Er is niet met 0 kg NH3/jaar gerekend, maar met 16 kg NH3/jaar. Dit is in paragraaf 3.4 van de rapportage toegelicht. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
4. De Aerius-berekening is niet actueel en het bestemmingsplan biedt geen waarborgen dat het bedrijventerrein gasloos wordt en dat werktuigen elektrisch zullen zijn.
4.
De constatering dat niet de laatste Aerius-versie voor de berekening is gebruikt klopt. Er is inmiddels een versie 2020 en de verwachting is dat de komende maanden weer een nieuwe versie zal verschijnen. Bij de opstelling van de bij het bestemmingsplan behorende rapportage is uitgegaan van de toen vigerende versie. Onlangs hebben wij de resultaten van een actualisatie op basis van de Aerius-versie van 2020 ontvangen. Die berekeningen zijn aan de stukken toegevoegd. Concluderend kan gesteld worden dat dit niet heeft geleid tot een nadeliger uitkomst. Het verschijnen van een nog nieuwe Aerius-versie zullen wij nauwlettend volgen. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de uitkomsten niet anders zullen zijn, totdat het tegendeel bewezen is. Het gasloos realiseren van het bedrijventerrein wordt inderdaad niet geborgd in het bestemmingsplan, maar hiervoor wordt de borging privaatrechtelijk opgenomen in de koopovereenkomst. Ten aanzien van de in te zetten
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
23
werktuigen blijkt uit de stikstofberekeningen dat deze niet elektrisch hoeven te zijn om aan de stikstofvoorwaarden te voldoen. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing. 5. De planontwikkeling heeft invloed op de waterhuishouding en op het landschap.
5.
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 1, onder punt 7 en 8. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
6. Duurzaamheidsmaatregelen dienen bij voorkeur vastgelegd te worden in het bestemmingsplan.
6.
Voorwaarden m.b.t. de duurzaamheid zijn in het kader van een bestemmingsplan niet ruimtelijk relevant en worden derhalve ook niet geborgd in het bestemmingsplan. Echter: ook wij vinden een dergelijke borging meer dan wenselijk en zullen verplichtingen opnemen in zowel het uitgiftebeleid als in de koopovereenkomsten, waardoor de borging privaatrechtelijk is geregeld. Conclusie: bestemmingsplan behoeft geen aanpassing.
7. De rand van het plangebied dient de bestemming “Natuur” te krijgen, zodat terughoudendheid betracht wordt ten aanzien van andere dan natuurdoeleinden.
7.
Verwezen wordt naar de beantwoording van zienswijze 10, onder punt 1. Conclusie: bestemmingsplan is aangepast, waarbij de beekzone (NNN) de natuurbestemming heeft gekregen in plaats van de bestemming Groen.
Bijlagen: • Notitie actualiteiten ecologie van Breur Ecologie & Onderzoek • 4 berekeningen stikstof op basis van Aerius-versie 2020 • Lijst met ambtshalve wijzigingen
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Groot Overeem II
24