CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

N. Verzoek tot uitstel m.b.t. (voor)ontwerp-bestemmingsplan Groot Overeem II

Gemeenteraad 11 mei 2021, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte Raad en College van B en W van de gemeente Renswoude, op 10 april j.l. schreef ik u volgens onderstaande e-mail. Ik kom nog eenmaal terug op dit onderwerp. In de Heraut nr. 8 van 21 april j.l. schreef wethouder Teunissen het volgende (onderstreping van ondergetekende): "Bedrijventerrein Ook op het vlak van economische zaken is veel te doen. Er wordt volop gewerkt aan het zogeheten ‘ruimtelijke traject’ voor de uitbreiding van bedrijventerrein Groot Overeem. Dit soort ontwikkelingen vraagt om lastige keuzes. Aan de ene kant wil je als overheid graag ruimte bieden om je ondernemers te kunnen laten doen waar ze goed in zijn (ondernemen dus!) en aan de andere kant zijn er ook mensen die liever niet zien dat daar een groen weiland voor wordt opgeofferd. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen, en dat nemen we als gemeente heel serieus. Voor wat betreft het concept-uitgiftebeleid zijn we in een vergevorderd stadium. De Ondernemersvereniging Renswoude kijkt met ons mee en voorziet ons van input over de gewenste voorwaarden voor de verkoop van de nieuwe bedrijfskavels. Daar zijn wij als gemeente blij mee: met elkaar komen we verder!"

Graag doe ik nogmaals beroep op u om met de wethouder als eerstverantwoordelijke (en als College van B en W, respectievelijk de Raad) nog eens serieus "zorgvuldige afwegingen" te maken, en dat, nadat niet alleen "ondernemers" zijn gehoord, maar óók andere betrokkenen en belanghebbenden. De gemeenteraad en de raadscommissie hebben in mei en juni 2021 nog diverse vergaderingen, zodat er genoeg ruimte is om met u allen van gedachten te wisselen. Dat is niet meer goed mogelijk als het ontwerp-bestemmingsplan ter visie is gelegd. Dan gelden de regels van de Wet RO, straks Omgevingswet, en moeten er zienswijzen worden ingediend over een plan waarover tevoren géén behoorlijke inbreng van betrokkenen (anderen dan ondernemers) en belanghebbenden heeft kunnen plaatsvinden. De gehouden inspraakronde is daarvoor onvoldoende gebleken, de belangrijkste vragen zijn niet of onvoldoende beantwoord en hebben tot onze spijt niet geleid tot gewenste aanpassingen van het voorontwerp. Graag verzoek ik u, en naar ik aanneem geldt dit ook voor andere insprekers, om ruimte te scheppen in uw vergaderingen om te worden gehoord. Eerst daarna kunnen bedoelde zorgvuldige afwegingen worden gemaakt. In dit verband wijs ik u volledigheidshalve nog op het volgende.

In het geldende Besluit Ruimtelijke Ordening, geldend vanaf 1 juli 2017 tot heden, wordt in artikel 3.1.6 bepaald dat het ontwerp-bestemmingsplan vergezeld is van een toelichting, waarin onder meer is neergelegd en bepaald: - (lid 1e) een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; - (lid 2) De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien;

- (lid 5b) voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied.

Uit de toelichting op het (voor)ontwerp-bestemmingsplan Groot Overeem II blijkt niet dat is voldaan aan deze vereisten, er wordt althans niet vermeld dat daaraan wèl is voldaan. Dat betekent dat kan worden vastgesteld dat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan behalve ondernemers geen of nauwelijks burgers en maatschappelijke organisaties zijn betrokken, dat niet (voldoende) is onderzocht of er nog plaats voor ondernemers is op bestaande bedrijventerreinen (of bedrijventerreinen in de buurt) en dat er geen rekening is gehouden met de algemeen erkende landschappelijke waarden van het gebied zelf en het aangrenzende gebied. Als laatste moet de Raad uiteindelijk, binnen de hem gegeven beleidsruimte, bij besluiten álle betrokken belangen afwegen. Door die afweging nu al te doen kan later tijd worden uitgespaard en kunnen vervelende procedures worden voorkomen. Samenvattend: ik verzoek u nogmaals de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan Groot Overeem II op te schorten teneinde, indien onverhoopt het plan wordt gehandhaafd, de toelichting bij het plan aan alle genoemde vereisten te kunnen aanpassen. Bij voorbaat hartelijk dank. Hoogachtend,

mr. A.E. Patijn,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10086721/1