Memo Schatkistbankieren
Tekst van het document
Memo Schatkistbankieren Wat is Schatkistbankieren? Schatkistbankieren is in de basis simpelweg het aanhouden van middelen bij het ministerie van Financiën (de schatkist). Het Agentschap van de Generale Thesaurie voert binnen het ministerie van Financiën het Schatkistbankieren uit. Alle deelnemers aan het Schatkistbankieren hebben een privaatrechtelijke rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Agentschap. Op basis van deze overeenkomst krijgen decentrale overheden een rekening-courant bij de schatkist waar middelen op kunnen worden aangehouden. De rekening-courant bij de schatkist wordt gekoppeld aan een nieuw te openen bankrekening van de decentrale overheid. Via die nieuwe bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald. Voor decentrale overheden betekent Schatkistbankieren dat zij al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Wie doen er mee aan Schatkistbankieren? Naast decentrale overheden doen er meer dan 600 andere instellingen mee aan Schatkistbankieren. Verplichte deelnemers zijn op dit moment rechtspersonen met een wettelijke taak (zoals het CBS), agentschappen (zoals het KNMI) en sociale fondsen (zoals het UWV).
Onderwijsinstellingen kunnen vrijwillig meedoen met Schatkistbankieren. De verplichting tot Schatkistbankieren is voor decentrale overheden geregeld in de wet Fido. Naast gemeenten, provincies en waterschappen zijn daarmee ook gemeenschappelijke regelingen, voor zover ze rechtspersoonlijkheid hebben (op dit moment zijn dat de openbare lichamen), verplicht tot deelname. Wanneer decentrale overheden onderling een nieuwe gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam oprichten (bijvoorbeeld in het kader van de decentralisaties), dient deze gemeenschappelijke regeling te worden aangemeld voor deelname aan het Schatkistbankieren. Aanmelding geschiedt via de website van het Agentschap. Welke middelen moeten in de schatkist? Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken (zie hierna), zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. De enige uitzonderingen daarop zijn vastgelegd in de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden. De belangrijkste uitzondering is het drempelbedrag. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een decentrale overheid gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Dit is overigens geen verplichting, minder middelen buiten de schatkist houden mag uiteraard ook.
De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid, afgemeten aan de omvang van de begroting (dezelfde maatstaf die ook wordt gebruikt voor de berekening van de kasgeldlimiet). De drempel is 2% van het begrotingstotaal, indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen, is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.