L. Formele versie rapport RES 1.0 2021
Tekst van het document
bouw geschikt voor lagere vermogens, doordat de vraag daar ook minder was. Daarbij zijn de netten niet berekend op grote hoeveelheden teruglevering van stroom aan de netbeheerder.
4.2.2 Verbeteringen in het elektriciteitsnet Liander en Stedin hebben de gemeentelijke voornemens en mogelijkheden (zoals beschreven in hoofdstuk 3) doorgerekend en op basis daarvan een netimpactrapportage opgesteld. Daarin staat welke impact de plannen hebben op het energienet en de daarmee samenhangende consequenties. Daarbij is rekening gehouden met een uitbreiding van het net, dat past binnen de investeringskaders van de netbeheerders. Op basis van deze doorrekening schatten de netbeheerders in dat de regionale doelstelling van 0,75 TWh aansluitbaar is. Van de door gemeenten aangedragen voornemens en mogelijkheden, die in totaal optellen tot 0,96 TWh, kan 0,73 TWh gerealiseerd worden op basis van de voorgenomen uitbreidingsplannen. Zo’n 0,24 TWh (270 MW ) kan nog niet worden aangesloten, vooral voor zon op dak projecten. Bij een geschikt dak is ook een geschikte aansluiting met verbruik en vermogen nodig, om zonnepanelen aan te kunnen sluiten en om teruglevering van energie mogelijk te maken. Dit vraagt in veel gevallen, en vooral in het buitengebied (zon op agrarische daken), ingrijpende aanpassingen aan het net, die niet maatschappelijk rendabel zijn. Daar zijn uitbreidingen voor nodig die een investering van € 95 miljoen euro vragen. Bovendien is de maakbaarheid onzeker.
Uitbreiding van energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden door benodigde grondaankoop, procedures & vergunningen en gebrek aan technisch personeel.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 33
In onderstaande tabel is per station weergegeven in hoeverre sprake is van vrije ruimte of overbelasting in de netcapaciteit. In de eerste kolom staat de beschikbare capaciteit per station (nadat de uitbreiding van het net is gerealiseerd). In de kolommen daarnaast zijn de voornemens en mogelijkheden per gemeente (zoals opgenomen in Hoofdstuk 3) toebedeeld aan de stations. Per station is bekeken welke voorgenomen projecten daarop aangesloten kunnen worden. De kolom ‘RES input zon op dak’ is niet per station ingevuld omdat op dit moment niet duidelijk is waar grootschalig zon op dak precies gerealiseerd gaat worden. Volledigheidshalve geldt voor stations Veenendaal 1 en Veenendaal 2 dat de capaciteit alleen is gebaseerd op de input van RES Foodvalley. Het station sluit namelijk ook
Bestaand
projecten uit andere RES’en aan. Die zijn nog onbekend en dus niet meegenomen. De doorrekening toont aan dat bij deze voornemens zeven stations volledig te realiseren zijn en er nog ruimte over is en dat bij acht stations te weinig capaciteit beschikbaar is. De onderste regel toont de opgewekte hoeveelheid elektriciteit; in de eerste kolom het te realiseren potentieel (0,73 TWh), in het volgende blok de voorgenomen plannen gesplitst naar wind, zon op land en zon op dak. Om het totaal aan voornemens en mogelijkheden van 0,96 TWh te realiseren is een piekcapaciteit 664 MW nodig. Deze is voor 271 MW niet beschikbaar, waardoor 0,24 TWh niet aangesloten kan worden. Tevens blijkt nog 128 MW vrije ruimte beschikbaar. Afhankelijk van de aan te sluiten duurzame projecten kan dit potentieel nog 0,10 à 0,15 TWh opleveren.
RES input Wind [MW]
Capaciteit [MW] inc. bekende uitbreiding Bestaand
Zon op land [MW]
6
OS Nijkerkerveen
20
Nijkerk
63
Doorrekening Zon op dak [MW]
0
Vrije ruimte [MW]
Overbelasting [MW]
76 15
11
52
20
Puttereng
nvt
OS Harselaar
80
OS Barneveld
45
Wekerom
11
Ede
11
95
13
65 24
100
RS Ede-West
21
OS Frankeneng
29
OS Renkum
69
SS Wageningen Nrd*
47 9 22
65
34
36
31*
20
OS Wageningen
32
6
Veenendaal 1
42
11
13
Veenendaal 2
10
11
Scherpenzeel Totaal
39
20
16
10
26
506 MW
78 MW
287 MW
461 MW
128 MW
271 MW
0,727
0,254
0,262
0,448
Kans
0,237
Gebruik (TWh)
12
*Alleen mogelijk via Wageningen Noord
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 34
4.2.3 Kansen voor efficiënt omgaan met ruimte op het net Uitbreiding van energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden. Indien aanpassingen aan het net nodig zijn, vraagt dit om planmatig werken en het starten op locaties waar de mogelijkheden al wel aanwezig zijn. Indien er aanpassingen in de openbare ruimte dienen te geschieden, willen we dit koppelen aan andere opgaven waarvoor de grond opgebroken moet worden zoals laadpalen, warmtevoorziening en riolering, om overlast te beperken. Het maken van goede afwegingen hierin vraagt regie, programmering en planmatig samenwerken om vraag en aanbod van elektriciteit op korte termijn en lange termijn te optimaliseren. Dat is de basis om de private projecten en de investeringen in de infrastructuur zonder onnodige vertraging te realiseren. Om een zo groot mogelijk aandeel van onze ambitie voor duurzame opwek mogelijk te maken willen we het energienet zo efficiënt mogelijk gebruiken. Tegen die achtergrond zetten we in op: Clusteren van wind en zon - Dat doen we op die locaties waar een goede balans tussen wind en zon mogelijk is. Deze kunnen aangesloten worden op onderstations en leveren een hoge benutting op van de aansluiting om dat wind- en zonproductie grotendeels op andere momenten plaatsvindt.
Stimuleren eigen gebruik zon op dak - Het is altijd mogelijk om zon op dak te realiseren zonder teruglevering aan het net en bij bedrijven die zelf ook veel stroom verbruiken. Hiervoor zijn beperkt tot geen investeringen nodig. Gebruiken van onderstations waar nog capaciteit over is - Bij vijf onderstations is nog capaciteit beschikbaar (123 MW). Gericht zoeken naar opwekmogelijkheden rond deze onderstations (Nijkerk, Ede, Veenendaal en Wageningen/Renkum) kan versneld tot extra duurzame opwek leiden en/of projecten voor “overbelaste” stations op de vrije ruimte aansluiten. Beschikbaar stellen van extra financiering, bijvoorbeeld uit het kwaliteitsfonds, voor het aansluiten van onrendabele projecten op het netwerk. Realiseren van faciliteiten voor opslag van energie - Als regio willen we verder onderzoeken welke rol de opslag van energie kan spelen in het oplossen van deze knelpunten. We werken daarin graag samen met het rijk. De analyse van de netbeheerders toont aan dat de ambitie van 1,0 TWh gehaald kan worden indien de restcapaciteit benut gaat worden en indien er nieuwe projecten met wind en zon komen die op de onderstations aangesloten kunnen worden. De netbeheerders kunnen deze grootschalige opwek projecten sneller aansluiten, besparen op maatschappelijke kosten en er is minder ruimte in de fysieke leefomgeving nodig.
4.3 Financiële deelname door de lokale gemeenschap
4.3.1 Waarde toevoegen als lokale gemeenschap Inwoner: "Ik vind dat de lusten en lasten eerlijk verdeeld moeten worden. Ook vind ik lokaal eigendom belangrijk, dus dat de inwoners en de lokale ondernemers (incl. agrariërs) gezamenlijk het eigendom hebben van de zonnepanelen en windmolens. Dan blijft het geld in de regio, doet iedereen mee en is de energie van ons samen.”
Inwoners en bedrijven uit de omgeving kunnen op verschillende manieren financieel profiteren van een energieproject. De opties hiervoor zijn onder te verdelen in vier categorieën die uitgewerkt zijn in de participatiewaaier: mede-eigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds en omwonendenregeling (zie figuur hieronder). Zo kunnen zij bijdragen aan een goede lokale balans van lasten en lusten. Bij juridisch (mede-)eigenaarschap zijn bewoners en/of ondernemers uit de lokale gemeenschap collectief betrokken als (mede-)eigenaar van zonnevelden of windmolens. Ze beslissen mee over het project. Zoals bij de fysieke vormgeving van het project en de landschappelijke inpassing, de bestemming van winst, dividend en financiering. Zij dragen ook (mede) het risico. De bedoeling is dat inwoners en ondernemers die financieel betrokken willen zijn, de mogelijkheid hiertoe geboden wordt en dat hun stem niet alleen afhankelijk is van de hoogte van de financiële inbreng. Ook minder draagkrachtige inwoners zouden de mogelijkheid krijgen moeten krijgen om deel te nemen in energieprojecten. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de lokale omgeving in de gelegenheid moet worden gesteld om voor minimaal 50% (mede-)eigenaar te worden van een project. De Regio Foodvalley committeert zich aan deze afspraak.
Daarmee zijn ook grote energiebedrijven uitgenodigd om bij te dragen aan de duurzame opwekprojecten. Naast de mogelijkheid om (mede-)eigenaar te worden van een project, kunnen omwonenden in de gelegenheid gesteld te worden om financieel deel te nemen, zoals via obligaties, wanneer dit onderdeel van de financiële projectstructuur is.
Inwoner: “Ik vind dat elk huishouden moet profiteren van een groene toekomst en niet alleen de grote bedrijven of een aantal partijen.”
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 35
Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen de gemeente en soms de provincie. Deze bepaalt wie direct betrokkenen zijn. Dit kan per project verschillen. Bij een zonneveld is het omgevingseffect kleiner dan bij een windmolen. Een uiterste grens zal de gemeente ook vaststellen. Samenwerken met aangrenzende gemeenten is de regel wanneer de invloed van het project gemeentegrensoverstijgend is. Een gebiedsraad is een andere vorm van waarde toevoegen. Deze raad kan meedenken over vormgeven van het project en besteding van middelen voor samenleving versterkende initiatieven, zoals een natuurverbetering of extra recreatiemogelijkheden. Deze komen in meer of mindere mate beschikbaar uit de exploitatie van het project. Bijvoorbeeld via een omgevingsfonds of via een omwonendenregeling. Een gebiedsraad is niet bedoeld ter vervanging van gemeentelijke verantwoordelijkheden.
Inwoner: "Grote datacentra en buitenlandse energiebedrijven moeten niet aan de haal mogen gaan met 'onze' groene energie. Als we de lasten moeten dragen, dan ook de lusten. Geen Wieringenmeer of Flevopoldertoestanden hier!”
4.3.2 Vormgeven van lokaal eigenaarschap De gemeente bepaalt wat haar rol is bij een project. Dit kan variëren van eigenaar, aanbesteder, partner of facilitator bij een lokaal initiatief. Als aanbesteder kan zij een tender procedure voor ontwikkelaars starten of gunnen aan ontwikkelaars conform gemeentelijke beleidskaders. Hierin neemt de gemeente onder andere vereisten of wensen op voor lokaal eigenaarschap en financiële voordelen voor de omgeving. Een project bestaat uit vier fases: 1 De ontwikkelfase van het project tot financial close. 2 Het bouwen van het project. 3 Het exploiteren van het project. 4 Tot slot het opruimen van het project.
De gemeente bepaalt wie nauw betrokkenen zijn en geeft het 50% lokaal eigenaarschap vorm -en daarmee de “stem van de omwonenden“. De gemeente bepaalt wie lokaal betrokken dienen te worden bij de werving van deelnemers. Daarbij dient zij ook rekening te houden met dat de ontwikkelfase een hoger financieel risico kent dan de andere 3 fases. Binnen de gemeentelijke randvoorwaarden kan de ontwikkelaar, zoals een energiecoöperatie of energiebedrijf, ook voorstellen doen hoe zij de 50% lokaal eigenaarschap wenst in te vullen. Het is niet de intentie om het project te beëindigen als de 50% lokaal om goede redenen niet behaald wordt. Daarbij speelt ook slagvaardigheid van besluitvorming en uitvoering en professionaliteit een rol. In de onderlinge afspraken kan worden vastgelegd dat lokale aandelen slechts doorverkocht kunnen worden aan nauw betrokkenen binnen de uiterste grenzen om het verwateren van de 50% lokaal eigenaarschap te voorkomen. Mocht het niet lukken om 50% lokaal eigenaarschap te realiseren dan wordt gezocht naar andere oplossingen. Het bevoegd gezag beoordeelt of het proces goed is doorlopen en of de omgeving in voldoende mate is betrokken. De mate waarin lokaal eigenaarschap wordt gerealiseerd, neemt een belangrijke plaats in bij het afwegen of een initiatief voor het opwekken van duurzame energie op land kan doorgaan.
De gemeenten in Regio Foodvalley werken dit samen met stakeholders uit in gezamenlijke afspraken. Die verankeren de gemeenten vervolgens in hun lokale beleidskaders. De gedragscodes wind op land en zon op land dienen als ondergrens voor afspraken over zowel financiële als procesparticipatie. Wanneer een gemeente wil afwijken van de regionale afspraken, dan is lokaal maatwerk mogelijk. De gemeente meldt dit dan aan de regionale partners.
Omwonende profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonproject, via een vereniging of coöperatie
Omwonende nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging
Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van een verduurzaming van hun woning of korting op groene stroom
Mede-eigenaarschap
Financiële deelneming
Omgevingsfonds
Omwonendenregeling
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 36
4.3.3 Ondersteunen van projectontwikkeling en lokaal eigenaarschap Inwoner: “Draagvlak is het grootst als inwoners zelf bij realisatie en beheer van energiecoöperaties betrokken zijn.”
Wij willen de kans op succesvolle invulling van lokaal eigenaarschap vergroten door ondersteuning te bieden langs een aantal lijnen. Die werken we verder uit in een regionaal samenwerkingsprogramma: Revolverend ontwikkelfonds: In de eerste fase - de ontwikkelfase van een energieproject tot financial close - is er veel overleg en nader onderzoek nodig en is het financiële risico groot. Initiatiefnemers zijn lokale initiatieven, beginnende energiecoöperaties en/of bestaande energiecoöperaties. Om hen in dit onderzoeken ontwikkelproces te ondersteunen, is een revolverend Ontwikkelfonds ingesteld. Door de provincie Utrecht is hierin in samenwerking met het ministerie van EZK € 2 miljoen beschikbaar gesteld. Provincie Gelderland werkt vooralsnog met een leningregeling voor energiecoöperaties. De provincie verkent de mogelijkheid om aan te sluiten bij dit landelijke ontwikkelfonds. Projectenbureau Energie van Utrecht: voor de ontwikkelfase van grootschalige energieprojecten kunnen energiecoöperaties ondersteuning inhuren bij het projectenbureau Energie van Utrecht; dit is een BV waarvan het eigendom ligt bij de koepelcoöperatie Energie van Utrecht van de Utrechtse energiecoöperaties. Het expliciete doel is om de operationele activiteiten in opdracht van een lokale energiecoöperatie uit te voeren.
Dit zorgt voor voldoende expertise en ervaring, die niet door de kleinere coöperatie opgebouwd hoeft te worden. De coöperaties kunnen zich dan primair richten op het werven van deelnemers en invulling geven aan de beslissingen die horen bij hun eigenaarsrol. Regionaal expertisecentrum: Regio Foodvalley verkent welke expertisevelden voor energiecoöperaties en lokaal eigenaarschap het beste op gemeentelijk niveau en welke op regionaal niveau gebundeld kunnen worden (zie paragraaf 4.4). Vanuit dit centrum kan expertise worden aangeboden om inwoners en ondernemers te betrekken bij het lokale eigenaarschap. Er wordt ook gekeken naar de samenwerking met het projectenbureau Energie van Utrecht voor het uitwisselen van kennis en mogelijk bundelen van kracht. Professionalisering (beginnende) coöperaties: gemeenten kunnen subsidies verstrekken om professionaliteit te ontwikkelen en/of in kind expertise beschikbaar te stellen. Ook zijn er wellicht mogelijkheden als startsubsidie voor het opzetten van een lokale energiecoöperatie. Uiteraard zijn de mededingregels hierop van toepassing. Ook provincies Utrecht en Gelderland hebben subsidiemogelijkheden voor beginnende energiecoöperaties. Daarnaast kunnen beginnende
coöperaties en initiatieven in Utrecht een beroep doen op het Servicepunt Energie Lokaal (NMU) en Energie van Utrecht. Goedkope lening voor minder draagkrachtige inwoners: bedoeld om met een garantstelling voor een goedkopere lening bij de BNG of de Waterschapsbank, deelname van minder draagkrachtige inwoners aan opwekprojecten mogelijk te maken. De gemeenten kunnen faciliteren om dit mogelijk te maken, inclusief garantstellingen. Die lening moet gebruikt worden voor het kopen van participaties in het project.
Inwoner: “Er moet goed rekening worden gehouden met mensen die niet de middelen hebben om zonnepanelen te plaatsen.”
4.4 Investeringen door private partijen Het slagen van de energietransitie is in grote mate afhankelijk van de bereidheid van private partijen om erin te investeren. Wij schatten in dat het komende decennium ruim 400 miljoen aan private investeringen nodig zijn om onze doelstelling van 0,75 TWh waar te maken, en nog zo’n 200 miljoen meer om 1,0 TWh te realiseren. Ondernemers, inwoners, energiecoöperaties en ontwikkelaars willen graag bijdragen aan kansrijke én maatschappelijk gewenste projecten. De private partijen ondersteunen de ambitie om minimaal 50% lokaal eigenaarschap te realiseren (30 tot 50 miljoen, uitgaande van 15-20% eigen vermogen) en zetten zich in om daar een succes van te maken. Dit vereist enerzijds zicht op rendement, en anderzijds de mogelijkheid om slagvaardig te ondernemen. Dit vraagt een faciliterende en ondersteunende overheid en tempo in procedures.
Inwoner: “De regio zou het initiatief kunnen nemen tot een kenniscentrum voor niet-fossiele energieproductie.”
De bedrijven in Regio Foodvalley onderzoeken kansen om zelf bij te dragen aan de energietransitie, door te investeren in energiebesparing, -efficiëntie, opslag en duurzame opwek. Omdat dit voor de meeste bedrijven niet de corebusiness is, lopen zij daarbij tegen vragen aan op technisch, juridisch, fiscaal en financieel vlak. Om kennis en praktische tools te bundelen, verkennen we de meerwaarde van een regionaal Energie-Expertisecentrum. Het is dé plek waar bedrijven, energiecoöperaties, agrariërs, woningbouwcorporaties en andere initiatiefnemers geholpen worden met het verduurzamen van hun energiehuishouding. Door verbindingen te leggen met bestaande (lokale, regionale en provinciale) initiatieven, door kennis en expertise te delen, business cases uit te werken en drempels weg te nemen. In de periode tot 1 juni 2021 onderzoeken overheden en ondernemers de
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 37
haalbaarheid en stellen hiervoor een plan van aanpak en businessplan op. Daarbij wordt verkend hoe op de vele lopende initiatieven en loketten kan worden aangesloten, Zo wordt dubbel werk voorkomen. De ondernemers, energiecoöperaties en andere initiatiefnemers in de regio gaan op meerdere manieren bijdragen aan de uitvoering van de RES:
“Ook erg handig is dat lokale bedrijven hiervan profiteren. Zo kunnen we duurzaam uit de Coronacrisis komen.”
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 38
Samenwerking in de randvoorwaarden: Deelname in de regionale samenwerking en sturing op de uitvoering van de RES. Daarbij wordt verkend hoe goed kan worden aangesloten op andere regionale structuren zoals de Economic Board van Regio Foodvalley. In samenwerking met gemeenten en energiecoöperaties de kaders voor minimaal 50% lokaal eigenaarschap verder uitwerken. Bijdragen met praktijkkennis, bijvoorbeeld door plannen op realisme te beoordelen of te adviseren over inrichting van een ontwikkel- of landschapsfonds. Bijdragen aan een lobby naar de rijksoverheid voor aanvullende financiering voor onrendabele (maar maatschappelijk gewenste) investeringen. Verkennen hoe kan worden bijgedragen aan de ambitie om de energietransitie zoveel mogelijk te laten bijdragen aan de regionale werkgelegenheid.
Samenwerking in de uitvoering: Realisatie van grootschalige energieprojecten door ontwikkelaars en energiecoöperaties. Dit vraagt voldoende financiële prikkels en een nauwe samenwerking met de gemeente om tot een haalbaar, landschappelijk ingepast en maatschappelijk gedragen plan te komen. Realiseren van een zo groot mogelijk areaal aan zon op boerendaken en verbeteren van de energie-efficiency van agrarische bedrijven. Voor zon op daken zijn met name kansen in de directe nabijheid van een grootschalige ontwikkeling met wind en/of zon. Zo ontstaat daar de basis voor een rendabele “stekkerdoos” waarop dakpanelen kunnen worden aangesloten. Deze geclusterde ontwikkeling vraagt intensieve samenwerking tussen boeren, ontwikkelaars, netbeheerder en gemeente. Realisatie van zo groot mogelijk areaal aan zon op daken op bedrijventerreinen. Dit vraagt actieve ondersteuning en/of projectmanagement, bijvoorbeeld door clustering van bedrijven via lokale coöperaties en/of bedrijvenkringen om samen daken vol te leggen. Ook de ontwikkeling van kleine windmolens op bedrijventerreinen kan bijdragen. Isolatie en verduurzaming van het vastgoed van woningbouwcorporaties, maatschappelijk vastgoed (zoals scholen, zorginstellingen, sportcomplexen) en particuliere vastgoedeigenaren.
Waaronder het realiseren van een zo groot mogelijk areaal aan zon op daken, Dit vraagt financiële incentives om tot rendabele businesscases te komen.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 39
5 VERVOLGPROCES Met deze RES bieden we een gezamenlijke en realiseerbare visie en strategie voor het opwekken van 0,75 TWh aan duurzame energie uit wind en zon voor 2030. Onze ambitie blijft om uiteindelijk 1 TWh in 2030 op te wekken, mits dit realistisch is. Dit werken we de komende periode verder uit. We gaan onze dromen omzetten in daden en deze RES samen uitvoeren: overheden, inwoners, netbeheerders, ondernemers, energiecoöperaties en -initiatieven en maatschappelijke organisaties! Om te borgen dat de plannen worden waargemaakt, maken we afspraken over de borging, uitvoering en samenwerking in het vervolgproces. De Regionale Energiestrategie is niet alleen een document. Het is ook een iteratief proces: samen realiseren van de strategie, van elkaar leren en wendbaar zijn in onze aanpak. Dat is nodig om de juiste stappen in gang te zetten naar een energieneutrale regio in 2050. De complete regionale energieopgave kan immers niet in één keer in de RES worden opgelost. Daarvoor is nog te veel onzeker en in ontwikkeling. Daarom herijken we - net als iedere RES-regio in Nederland - iedere twee jaar de RES op grond van nieuwe inzichten, innovaties of ervaringen. Op basis daarvan wordt de ambitie geactualiseerd en worden nieuwe (onder)zoekgebieden verkend voor 2050.
Inwoner: “Ik wil een overheid die met een doordachte visie komt, in plaats van dat we allemaal wat rommelen en er wellicht over een tijdje achter komen dat niemand het overzicht heeft en we de doelen niet halen.”
5.1 Borging van de uitgangspunten en afspraken in de RES Om tot daden te komen is het nodig dat de regionale energiestrategie wordt uitgewerkt tot concrete projectinitiatieven en dat we gezamenlijk zorgen dat de plannen worden gerealiseerd. We werken daarin regionaal samen, volgens het solidariteitsprincipe dat iedere partij bijdraagt naar vermogen. Om dit te borgen maken we drie afspraken: Verankeren van de uitgangspunten en afspraken in (lokaal en provinciaal) beleid: iedere gemeente spant zich in om de zoekgebieden voor wind en de plannen voor zonne-energie te vertalen naar concrete locaties en deze te borgen in lokaal omgevingsbeleid. De plannen die al zijn opgenomen in lokaal en provinciaal bestaand beleid worden zoveel mogelijk voor 2030 gerealiseerd. Maximaal inzetten om vergunningenprocedures voor grootschalige energieopwek voor 1 januari 2025 af te ronden. Vastleggen gezamenlijk commitment voor de uitvoering. We hebben alle partijen nodig om onze ambities te realiseren: overheden, inwoners, netbeheerders, ondernemers, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. Daartoe ontwikkelen we een gezamenlijk uitvoerings- en samenwerkingsprogramma. We leggen ons gezamenlijke commitment vast in een document met afspraken waaraan alle betrokken stakeholders en overheden zich verbinden.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 40
5.2 Ontwikkelen uitvoerings- en samenwerkingsprogramma De energietransitie is complex, vol onzekerheden en aan verandering onderhevig. Technologische ontwikkelingen en opkomst van alternatieve energiebronnen gaan snel. Daarom starten we een iteratief en lerend vervolgproces. Onze grote ambitie vraagt om langjarige samenwerking tussen overheden, netbeheerders, het bedrijfsleven, (samenwerkende) inwoners en andere stakeholders. Dat vereist coördinatie, expertise en ondersteuning voor die projecten die gemeentegrensoverstijgend zijn, afstemming rond communicatie en rond de ontwikkeling van netinfrastructuur. Het stevige fundament dat is opgebouwd, willen we behouden.
Inwoner: “Alles wat je samen kan doen heeft veel meer impact.”
Daarom continueren we de samenwerking tijdens de uitvoering. We monitoren de (tussen)resultaten, sturen waar nodig bij en werken samen verder aan de RES 2.0 Daarin onderscheiden we vooralsnog vier onderdelen:
Plannen & processen (RES2.0, RSW, netinfra)
Interbestuurlijk samenwerken en sturen
project organisatie
Uitvoeringsprojecten
Ondersteunen en coördineren Monitoren voortgang Kennisuiwisseling Raakvlakmanagement
Plannen maken en processen inrichten: RES 2.0, Regionale Structuur Warmte, programmeren netinfrastructuur. Projecten uitvoeren en ondersteunen: borging in lokaal beleid, realiseren van projecten op lokaal niveau, ‘versnellingsprojecten’, verkennen regionaal Energie-Expertisecentrum. Monitoring, kennisuitwisseling, afstemming: liggen we op koers? Borgen integraliteit en efficiency. Samenwerken en sturen: bijsturen, issues oplossen, versnellen, escaleren, successen vieren en bovenregionale afstemming.
We werken het vervolgproces aan de hand van deze vier onderdelen verder uit in een gedragen uitvoerings- en samenwerkingsprogramma. Deze uitwerking baseren we op een gezamenlijke evaluatie van het proces tot nu toe. In het uitvoerings- en samenwerkingsprogramma werken we de activiteiten, taken en verantwoordelijkheden verder uit. Wanneer dit aanvullende financiële middelen van gemeenten of provincies vraagt, dan wordt dit besluit separaat voorgelegd aan de betrokken raden en staten. Vooralsnog denken we aan: Lokaal realiseren: Het realiseren van onze ambitie vindt voornamelijk op het lokale niveau plaats. De uitwerking van de concrete energieplannen gebeurt onder regie van de betreffende gemeente, in nauwe samenspraak met initiatiefnemer(s) en waar nodig in samenwerking met aangrenzende gemeenten. We houden elkaar goed op de hoogte. Interbestuurlijk samenwerken: Continueren van de interbestuurlijke samenwerking in regionaal verband. Uitgangspunt daarbij is om de waarde van de huidige brede samenwerking vast te houden en bij voorkeur gebruik te maken van bestaande structuren. We verkennen verschillende opties en hebben aandacht voor de relatie met Regio Foodvalley en Economic Board. Samen kijken we hoe dit in het vervolg vorm krijgt en we elkaar vasthouden.
Regionaal ondersteunen en coördineren: Het uitvoeringsen samenwerkingsprogramma wordt regionaal gecoördineerd, in intensieve samenwerking met medewerkers van de individuele gemeenten, de netbeheerder en de provincies. Daarbij wordt de uitvoering van de energietransitie verbonden aan andere regionale opgaven: ruimtelijke verkenning, verstedelijkingsstrategie, economische ontwikkeling. In aanloop naar het uitvoerings- en samenwerkingsprogramma wordt ook de haalbaarheid van een regionaal Energie-Expertisecentrum onderzocht. Faciliteren van communicatie en participatie: De regio biedt strategische en praktische ondersteuning op het gebied van participatie. Gericht op de door het burgerforum geadviseerde betrokkenheid van bewoners, op doorlopend communiceren over de RES en op afstemming van gelijkluidende boodschappen. Ook kan de regio middelen bieden, zoals de website, nieuwsbrief, visualisaties van zoekgebieden en projecten, handen bij het ontwerpen en organiseren van inwonersbijeenkomsten etc. We werken verder uit hoe we invulling geven aan het advies van het burgerforum om ook op regionaal niveau de stem van de burger te laten doorklinken, bijvoorbeeld door een regionaal burgerpanel of -beraad op te zetten dat kan meedenken en -doen in de ontwikkeling van de RES 2.0 en verder.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 41
5.3 Mijlpalen naar 2030 5.3.1 Stappen naar 2030 en 2050 en ijkpunten Om in 2030 de regionale doelstelling van 55% CO2 reductie te halen en in 2050 energieneutraal te zijn, is het van belang dat de projecten worden gerealiseerd en de juiste procedurele stappen tijdig worden doorlopen. In het traject op weg naar 2030 onderscheiden wij een aantal belangrijke mijlpalen waarop we met elkaar vaststellen of we op koers liggen. Op 1 juli 2023 ronden we RES 2.0 af. Uiterlijk op 1 januari 2025 dienen de omgevingsvergunningen voor grootschalige zon- en windprojecten in 2030 verleend te zijn. Om dat voor elkaar te krijgen werken we een fasering uit met resultaten en mijlpalen die we opnemen in onze afspraken over een gezamenlijk uitvoerings- en samenwerkingsprogramma. Tweejaarlijks actualiseren we de RES opdat nieuwe ontwikkelingen en mee- en tegenvallers meegenomen kunnen worden in de concretisering van onze ambities naar 2030 en 2050. Zo worden de plannen en te nemen stappen ook richting 2050 steeds realistischer.
Inwoner: “Leg je nu niet vast voor 30 jaar maar voor 5-10 jaar en pas dan weer aan zodat alternatieven mogelijk worden en bijgestuurd kan worden.”
5.3.2 Bijsturen wanneer we onze doelstellingen niet realiseren Wij werken in het document met onderlinge afspraken uit hoe we elkaar kunnen blijven versterken en op welke wijze we kunnen bemiddelen of interveniëren wanneer sprake is van structureel achterblijven op de doelstelling. De allerlaatste stap van escalatie voor overheden is een interventie op basis van “Het Huis van Thorbecke”, met een interveniërende rol voor de provincie of het rijk. Route35 In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de RES’en gezamenlijk 35 TWh aan grootschalige duurzame energieopwekking op land realiseren in 2030. Mochten regio’s onverhoopt niet gezamenlijk de 35 TWh bereiken dan wordt eerst het bestuurlijke ”goede gesprek” gezocht. Dit traject heet Route35. Route35 is het proces dat ervoor zorgt dat de afspraak die we als decentrale overheden samen hebben gemaakt in het Klimaatakkoord, gehaald wordt. Gezien de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) van februari 2021, lijkt het doel van 35 TWh binnen bereik. De koepels houden een uit te werken verdeelsystematiek achter de hand, mocht zich onverhoopt de situatie voordoen dat de RES’en onvoldoende opleveren en de doelstelling toch niet wordt gehaald. PBL zal ook de RES 1.0 analyseren.
De monitor die daaruit volgt, is een belangrijk ijkmoment voor het beoordelen of het doelbereik van de ambitie 35 TWh - passend in de ruimte, op het net en met draagvlak - ook te realiseren is voor 2030. We blijven met Regio Foodvalley deelnemen aan het landelijk RES-beraad met alle regio’s. Zo houden we contact met de andere regio’s om te leren van elkaar en samen op te trekken in het realiseren van de afspraak uit het Klimaatakkoord.
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 42
BIJLAGEN A: Tijdlijn en procesbeschrijving totstandkoming RES 1.0 B: Participatie in de RES 1.0 in Regio Foodvalley C: Advies burgerforum D: Analyse netwerkimpact door Liander en Stedin E: Cijfermatige onderbouwing F: Verslag ateliers en werkgroepen G: Alternatieve technieken en innovaties H: Moties en amendementen concept-RES
REGIONALE ENERGIESTRATEGIE 1.0 REGIO FOODVALLEY | 43
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
Adhesieverklaring Stakeholders Regionale Energiestrategie 1.0 - Regio Foodvalley
tussen
Coöperatie ValleiEnergie U.A. Energie-Nederland FOV Regio Foodvalley JongRES Liander N.V. LTO Noord, afdeling Gelderse Vallei Natuur en Milieu Gelderland Natuur en Milieufederatie Utrecht Recron Stedin VNO-NCW VeluweVallei de Woningstichting
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
Partijen 1.
Coöperatie ValleiEnergie U.A., statutair gevestigd te Wageningen, kantoorhoudende aan de Hendrik Marsmanstraat 17, 6708 RM Wageningen, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 55599214, hierna te noemen: “ValleiEnergie”
2. Vereniging Energie-Nederland, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage, kantoorhoudende aan de Lange Houtstraat 2, 2511 CW ’s-Gravenhage, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 50816179, hierna te noemen: “Energie-Nederland”; 3. FOV Regio Foodvalley, statutair gevestigd te Veenendaal, kantoorhoudende aan de Grebbeweg 19B, 3902 HG Veenendaal, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 40483574, hierna te noemen: “FOV Regio Foodvalley”; 4. JongRES, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: “JongRES”; 5.
Liander N.V., statutair gevestigd te Arnhem, kantoorhoudende aan de Utrechtseweg 68 te Arnhem, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 08021677, hierna te noemen: “Liander”;
6. Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, afdeling Gelderse Vallei, statutair gevestigd te Zwolle, kantoorhoudende aan de Zwartewaterallee 14, 8031 DX Zwolle, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 08130650, hierna te noemen: “LTO Noord”; 7.
Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland, statutair gevestigd te Arnhem, kantoorhoudende te Oude Kraan 72, 6811 LL Arnhem, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41046129, hierna te noemen: “Natuur en Milieu Gelderland”;
8. Stichting Natuur- en Milieufederatie Utrecht, statutair gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende te Arthur van Schendelstraat 600, 1e verd., 3511 MJ Utrecht, te dezen ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 41177152, hierna te noemen: “Natuur- en Milieufederatie Utrecht”; 9. Vereniging HISWA RECRON, statutair gevestigd te Leusden, kantoorhoudende te Storkstraat 24, 3833 LB Leusden, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 75776529, hierna te noemen: “Recron”;
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
10. Stedin Netbeheer B.V., statutair gevestigd te Rotterdam, kantoorhoudende te Blaak 8, 3011 TA Rotterdam, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24289101, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Stedin Holding N.V., eveneens gevestigd te Rotterdam en ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24306393, hierna te noemen: “Stedin”; 11. VNO-NCW VeluweVallei, statutair gevestigd te Apeldoorn, kantoorhoudende te Boogschutterstraat 1c, 7324 AE Apeldoorn, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 40650351, hierna te noemen: “VNO-NCW VeluweVallei”; en 12. de Woningstichting, statutair gevestigd te Wageningen, kantoorhoudende te Olympiaplein 26, 6707 EN Wageningen, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 09002855, hierna te noemen: “de Woningstichting”, alle partijen genoemd onder 1 tot en met 12 tevens gezamenlijk aan te duiden als “Partijen”, en ieder afzonderlijk: “Partij”.
Verklaring 1.
In 2020 heeft Regio Foodvalley (met daarin de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen) een concept-RES opgeleverd. Deze conceptRES is vervolgens verder uitgewerkt in het visiedocument Regionale Energietransitie 1.0 - Regio Foodvalley met titel ‘Van dromen naar daden’ (in bewerking) d.d. 31 maart 2020 (hierna: “RES 1.0”), aangehecht als Bijlage A.
2. De RES 1.0 is een gezamenlijke strategie die de status heeft van een bestuurlijk samenwerkingsdocument. De RES 1.0 zal rond 1 juli 2021 door de betrokken publieke partijen (gemeenten, provincies, waterschappen), worden ondertekend en door de Partijen bij onderhavige adhesieverklaring (de “Adhesieverklaring”) formeel ondersteund worden. 3. Partijen, welke namens hun achterban hebben deelgenomen bij het opstellen 1.0, verklaren in deze Adhesieverklaring RES 1.0 te ondersteunen en in te stemmen met de uitgangspunten en voornemens in de RES 1.0. 4. Partijen spreken door middel van ondertekening van deze Adhesieverklaring hun voornemen uit om, met inachtneming van eventuele beperkingen die voortvloeien uit de voor Partijen geldende wet- en regelgeving, tot uitvoering van de RES 1.0 te kunnen overgaan en om de RES 1.0, indien van toepassing, met een positief advies aan hun achterban voor te leggen. 5. Partijen verklaren dat een onafhankelijk burgerforum actief heeft bijgedragen aan de totstandkoming van RES 1.0, onder andere door deelname aan het stakeholdersoverleg, het gebruikmaken van informatie uit een inwonerraadpleging en het daarop uitbrengen van een advies pagina 2 van 8
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
aan alle stakeholders. Het advies van het burgerforum is vervolgens verwerkt in de RES 1.0. Het burgerforum steunt de gemaakte keuzes en de aanpak zoals verwoord in RES 1.0 en is verheugd dat haar advies gelijkwaardig is meegenomen in de uitwerking van het visiedocument. 6. Nadere afspraken over de procesmatige uitvoering van RES 1.0 ten aanzien van de samenwerking tussen de publieke partijen en de uitvoerende Partijen zullen verder worden uitgewerkt in een – na 1 juli 2021 - nog op te stellen en te ondertekenen samenwerkingsovereenkomst/convenant. 7.
Deze Adhesieverklaring gaat in op het moment van ondertekening van de Adhesieverklaring en zal integraal onderdeel uitmaken (als bijlage) van de RES 1.0.
Voorbehoud 8. LTO Noord is tegen de inzet van landbouwgrond, Partijen genoegzaam bekend, maar steunt de RES 1.0 rond 1 juli 2021 vanuit het belang van samenwerking in de regio Foodvalley en haar maatschappelijke medeverantwoordelijkheid, indien: ‐
het huidige goedgekeurde beleid aan hectares per gemeente voor zon op land het maximum is tot 2030, waarbij alle Partijen een maximale inspanning leveren om dit ruimtebeslag te verminderen met alle potentieel beschikbare restgronden voor zonnevelden;
‐
er maximaal 5 ct. / kWh exploitatiesubsidie naast de landelijke regelingen beschikbaar komt voor restgronden, om zodoende de inzet van no regret-opties een geloofwaardige impuls te geven; en
‐
er een concrete regeling is voor onder andere boeren om zonnedaken aan te sluiten op het net indien de extra kosten minder bedragen dan 5 ct. /kWh, naast de landelijke subsidies; en
‐
de
afspraken uit de RES
1.0 zoals maximumgebruik van landbouwgrond voor
energieopwekking en de vorm van structureel samenwerken, concreet vastgelegd zijn in een ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
[handtekeningenpagina volgt]
pagina 3 van 8
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
Handtekeningenpagina Adhesieverklaring Stakeholders Regionale Energiestrategie 1.0 - Regio Foodvalley
Aldus overeengekomen op _______________________(datum). Deze Adhesieverklaring kan in verschillende delen getekend worden, welke tezamen een en dezelfde verklaring zullen vormen. Coöperatie ValleiEnergie U.A.
___________________ Door: Functie: Energie-Nederland
___________________ Door: Functie: FOV Regio Foodvalley
___________________ Door: Functie: JongRES
___________________ Door: Functie: Liander
___________________ Door: Functie:
pagina 4 van 8
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
LTO Noord
___________________ Door: Functie: Natuur en Milieu Gelderland
___________________ Door: Functie: Natuur- en Milieufederatie Utrecht
___________________ Door: Functie: Recron
___________________ Door: Functie: Stedin
___________________ Door: Functie: VNO-NCW VeluweVallei
___________________ Door: Functie:
pagina 5 van 8
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
de Woningstichting
___________________ Door: Functie:
pagina 6 van 8
Publicatieversie – Persoonsgegevens verwijderd door Partijen
BIJLAGE A
pagina 7 van 8
Verzamelde aangenomen amendementen en moties RES 1.0 (01-07-2021) Amendementen Gemeente Barneveld
51% lokaal eigenaarschap Onder punt 1. toevoegen: c. voor onze gemeente willen wij minimaal 51% lokaal eigenaarschap van zonne- en windprojecten
Gemeente Renswoude
Besluit het conceptbesluit als volgt te wijzigen: 1. De Regionale Energie Strategie (RES) Foodvalley 1.0 vast te stellen, met dien verstande dat a) in de tabellen op pagina 20 en 25 "0,049 TWh" wordt gewijzigd in "0,020 TWh" en dat op pagina 20 en 25 het aantalvan twee windmolens in Renswoude wordt geschrapt evenals alle andere verwijzingen daarnaar (en naast 11 GWh zon op dak aanvullend 4 GWh zon dak en 5 GWh zon op restgronden wordt ingebracht); b) Bij het opwekken aan duurzame energie op het grondgebied van Renswoude wordt de volgende duurzaamheidsladder gehanteerd: 1. 2. 3.
Zoveel mogelijk zon-op-dak1, agrarische- en bedrijfsdaken; Zon-op-restgronden, zoals het zonnelint langs de ALz/A302 Kleine windmolens in buitengebied (zgn. boerderijmolens), waarbij de maximale hoogte onderwerp van nader onderzoek kan zijn.
c) De zoekgebieden voor windenergie in Renswoude voorlopig te schrappen uit de RES 1.0; 2. in te stemmen met de RES L.0 FoodValley en het bod van Renswoude van 20GWh in de RES Regio Foodvalley, welke optelt tot 0,75 TWh aan duurzame elektriciteit opwek in 2030 als onderdeel van de landelijke opgave van 35 TWh duurzame opwek op land; 3. de samenwerking met de stakeholders te continueren en uit te werken in concrete afspraken, met de kanttekening dat de overheden worden opgeroepen meer aandacht te besteden aan innovatieve/kleinschaliger oplossingen voor de opwek van duurzame energie, ook al zijn die niet altijd rendabel vanuit investeerders perspectief. Gemeente Scherpenzeel
Stelt voor
1
1. de Regionale Energie Strategie (RES) Foodvalley 1.0 vast te stellen met dien verstande dat: a. de lokale energievisie de basis vormt voor de Scherpenzeelse ambities en uitvoering van de RES. b. de lokale energievisie en de inhoudelijke aanvullingen van dit amendement prevaleren boven de inhoudelijke opmerkingen in het raadsvoorstel, die daarmee komen te vervallen. 2. de Regionale Energie Strategie (RES) Foodvalley 1.0 tekstueel aan te passen als volgt: a. In de paragraaf 3.2.6 over Scherpenzeel, de tekst vanaf “Daarnaast” tot en met “gegeven” te vervangen door: “Daarnaast is opgenomen welke onderzoeken uitgevoerd moeten worden en welke randvoorwaarden van toepassing zijn bij de opwek van hernieuwbare energie. Zo moet o.a. eerst een zonneladder worden opgesteld voordat maximaal 20 ha aan zonneveld-projecten gerealiseerd kan worden. Voor windenergie is o.a. een maximale tiphoogte van 150 m boven maaiveld en een minimale afstand tussen windmolen en woning van 10x de ashoogte opgenomen. Ook is het percentage lokaal eigenaarschap aangepast naar minimaal 51%. Scherpenzeel verkent in samenspraak met in- en omwonenden hoe er invulling gegeven zal worden aan de onderzoeken en randvoorwaarden.” b.
In de paragraaf 3.2.6 over Scherpenzeel bij de kaart van het zoekgebied voor Scherpenzeel de toelichting wordt opgenomen die luidt: “Op onderstaande kaart zijn de voorlopige zoekgebieden voor wind in beeld gebracht. Voor deze gebieden geldt dat ze op lokaal niveau, in samenspraak met initiatiefnemers, de omgeving en belanghebbenden verder worden uitgewerkt. Het resultaat daarvan wordt vastgelegd in het omgevingsbeleid.” c. In de paragraaf 3.2.6 over Scherpenzeel in de kaart het zoekgebied voor Scherpenzeel met een andere kleur aan te geven, om visueel het verschil duidelijk te maken met andere zoekgebieden elders. 3. In te stemmen met het gezamenlijk voornemen in Regio Foodvalley om 0,75 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030 als onderdeel van de landelijke opgave van 35 TWh duurzame opwek op land. 4. De samenwerking met de stakeholders te continueren en uit te werken in concrete afspraken. Gemeente Veenendaal
1. De Regionale Energie Strategie (RES) Foodvalley 1.0 met de volgende wijziging vast te stellen:
2
- Het voorlopige zoekgebied voor wind in Renswoude uit de RES 1.0 te schrappen en richting de RES 2.0 op basis van een goede en uitgebreide participatie op zoek te gaan naar mogelijkheden voor extra opwek met zon en alternatieve / innovatieve mogelijkheden op deze en andere locaties binnen de regio voor duurzame opwek. En: - in te stemmen met het gezamenlijk voornemen in Regio Foodvalley om 0,75 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030 als onderdeel van de landelijke opgave van 35 TWh duurzame opwek op land; - de samenwerking met de stakeholders te continueren en uit te werken in concrete afspraken. Het besluit als volgt te wijzigen: De Regionale Energie Strategie (RES) Foodvalley 1.0 vast te stellen en daarmee in te stemmen met het gezamenlijk voornemen in Regio Foodvalley om 0,75 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030 als onderdeel van de landelijke opgave van 35 TWh duurzame opwek op land; In de verdere detaillering en uitwerking van de voorlopige zoekgebieden ‘wind’ richting RES 2.0 te komen tot afspraken over een minimale afstandsnorm tot woonwijken, waarbij de voorkeur van Veenendaal uit gaat naar minimaal 10x de tiphoogte tussen woonwijken en windturbines, tenzij aangetoond is dat er voldoende draagvlak is onder de belanghebbenden voor een kortere afstand.
Bij de Provincie Utrecht en de Utrechtse RES regio’s (waaronder U16) er voor te pleiten om binnen de RES’en ook tot een vaste afstandsnorm te komen tussen woonwijken en windturbines, van bij 10x tiphoogte. de samenwerking met de stakeholders te continueren en uit te werken in concrete afspraken. Gemeente Wageningen
Besluit beslispunt 1 als volgt te wijzigen: de tekst “de Regionale Energie Strategie (RES) Foodvalley 1.0 vast te stellen met inbegrip van;” te vervangen door: “De regionale Energiestrategie (RES) FoodValley 1.0 vast te stellen, met uitzondering van paragraaf 2.4.5, en het college te verzoeken om samen met de overheidsorganisaties die de RES mede vaststellen te overleggen of het wenselijk is om een nieuw voorstel voor te bereiden voor besluitvorming in de raad waarbij geen beperkingen voor lokale duurzaamheidsambities zijn opgenomen in de vorm van een maximum aantal hectares zon op
3
land, in welke vorm dan ook. Daarbij wordt benadrukt dat lokale ambities en beleid boven de Regionale Energie Strategie gaan, en dat het gemeentebestuur van elke deelnemende gemeente bevoegd is om in de toekomst het beleid te wijzigen om de eigen ambitie te realiseren, op de manier die het gemeentebestuur op dat moment wenst. Bij de vaststelling is het volgende inbegrepen;” Provincie Utrecht
sub 4 van het besluit als volgt te wijzigen, waar bij sub 5 wordt doorgehaald en beslispunt 5 wordt toegevoegd 4.GS op te dragen om, na overleg met de RES-partners, een tussenbalans op te stellen en voor te leggen aan Provinciale Staten en daarin inzicht te geven of: 1.de plannen voldoende robuust zijn, zoeklocaties voldoende concreet zijn, de aansluitbaarheid op het net geborgd is, de verhouding zon en wind voldoende geoptimaliseerd is, en er in voldoende mate zicht is op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing, 2.nadere participatie heeft plaatsgevonden en/of initiatieven van onderop ingebracht en benut zijn en er zicht is op minimaal 50% lokaal eigendom 3.per locatie afspraken zijn gemaakt met de betreffende gemeente(n) over de planologische besluitvorming en vergunningverlening, gericht op zorgvuldige en tijdige besluitvorming. 4.er voldoende aanvullende locaties zijn als compensatiemogelijkheden voor planuitval 5.GS op te dragen om instemming te vragen aan PS in d ie n en wanneer GS voornemens is een inpassingsbesluit of projectbesluit voor te bereiden, op basis van een helder afwegingskader. Beslispunt 3 3.
GS op te dragen om in overleg met de regionale partners de uitwerking en realisatie van de RES’en vorm te geven, te bewaken en te faciliteren binnen de kaders van de Omgevingsvisie, (interim) Omgevingsverordening en de tijdslijnen van het Klimaatakkoord; als volgt te wijzigen : 3. GS op te dragen om in overleg met de regionale partners de uitwerking en gezamenlijke realisatie van de RES’en vorm te geven, te bewaken en te faciliteren binnen de kaders van de Omgevingsvisie, (interim)Omgevingsverordening en de tijdslijnen van het Klimaatakkoord;
4
Moties Gemeente Barneveld
RES-geld voor communicatie Verzoekt het college: •
Om een deel van de gelden die vanuit het Rijk voor de verdere uitvoering van de RES naar de gemeente toekomt, beschikbaar te stellen voor communicatie zodat er op dat gebied een professionaliseringsslag kan worden gemaakt;
Restlocaties vóór landbouwgrond Verzoekt het college: Alle restlocaties in kaart te brengen en daarbij ook expliciet op zoek te gaan naar extra potentieel van restlocaties, waar bij een uiteindelijke keuze voor zon op land de restlocaties voorgaan boven zon op land op agrarische gronden; Ambitie (RES) Foodvalley 1.0 Verzoekt het college: •
Gemeente Ede
• Landbouwgrond binnen gemeente Barneveld te sparen Om uit te dragen binnen de regio Foodvalley eerst zonne-energie op te wekken op daken en restgronden en ten laatste op landbouwgrond, bij overschrijding van het bod van 0,75 TWh. Borging maximaal lokaal eigenaarschap en profijt verzoekt het college: bij de uitvoering van de RES, maar ook bij het ontwikkelen en realiseren van lokale initiatieven in onze gemeente, maximaal lokaal eigenaarschap te borgen in beleid en uitvoering, waarbij we meer ambitie tonen dan de 50% die in de RES staat en streven naar minimaal 51% lokaal eigenaarschap van zon- en windprojecten in onze gemeente; en gaat over tot de orde van de dag. “Waarborgen democratische bevoegdheden …” verzoekt het college: • het RES proces te evalueren en de leer- en veranderpunten met de raden te delen;
5
Gemeente Renswoude
• te bewerkstelligen dat bestuurlijke processen en besluitvormingsprocedures ten aanzien van de RES Foodvalley voor het volgende beslismoment, zodanig helder worden uitgewerkt dat geen onduidelijkheid meer kan ontstaan ten aanzien van de democratische bevoegdheden van de gemeente; • zorg te dragen dat een helder besluitvormingsproces wordt beschreven ten aanzien van de vaststelling van de RES 2.0 en omgang met eventuele amendering daarvan door gemeenteraden, provincies en waterschappen; Motie inzake vaststelling RES 1.0 besluitvormingsproces Verzoekt de stuurgroep RES Foodvalley, via het College van B & W van Renswoude, om: − Een aanpassing aan het proces voor te stellen waarbij de RES 1.0 in twee ronden wordt vastgesteld waarbij: • In de eerste ronde fiuni 2021) door raden/staten/AB's moties en amendementen kunnen worden aangenomen bij het Raadsvoorstel RES 1.0; • De verzamelde moties en amendementen vanuit de acht raden / twee staten / twee waterschappen door het stakeholdersoverleg worden gebundeld en voorzien van een advies; • ln de tweede ronde (september 2021) vellen de acht raden/twee staten/ twee waterschappen een politiek oordeel over het overzicht van de aangenomen moties en amendementen uit de eerste ronde vanuit de regio en over het advies van het stakeholdersoverleg; • Het stakeholdersoverleg verwerkf de opbrengst van de tweede ronde in de definitieve versie van
de RES 1.0 of zorgt voor een addendum op de RES 1.0; • Hierna wordt het definitieve bod met de stemmingsuitslagen voor I november 2021 bij het rijk ingediend; • De uitkomsten van het bovenstaande verzoek te rapporteren aan de 8 gemeenteraden/ 2 staten / 2 waterschappen binnen de RES-regio Foodvalley. Deze motie ter kennisname te delen met de 7 gemeenteraden/ 2 stater/ 2 waterschapsbesturen in de Regio Foodvalley. Motie inzake vaststelling RES 1.0 toepassing houtige biomassa Roept de stuurgroep RES Foodvalley, via het Coltege van B & W van Renswoude, op om: •
Zeer kritisch te zijn op de toepassing van biomassa als bron voor de opwek van energie.
Deze motie ter kennisname te delen met de 7 gemeenteraden/ 2 staten/ 2 waterschapsbesturen in de Regio Foodvalley. Motie inzake vaststelling RES 1,.0 energiebesparing Verzoekt het College van B & W van Renswoude om:
6
•
Te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om deze ambities te realiseren;
De raad hierover te informeren en dienaangaande met voorstellen te komen. Gemeente Rhenen Zonnepanelen op land besluit het College te verzoeken: 1.Meer uitgewerkt lokaal beleid te hebben alvorens grootschalige projecten goed te keuren. 2.Zoveel mogelijk aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de RES regio over lokaal eigenaarschap. 3.De eisen voor financiele participatie nader uit te werken en daarin in elk geval mee te nemen wat minimumvereisten zijn ten aanzien van lokaal eigenaarschap. 4.Hierbij mee te nemen dat de betrokkenheid toeneemt naarmate men dichterbij het te realiseren project woont en naarmate meer inwoners deelnemen. 5.Daarbij ook een mogelijkheid tot lokale deelname door mensen met een smalle beurs op te nemen. 6.Dit beleid voor te leggen aan de raad ter goedkeuring. Helderheid juridisch kader besluit het College te verzoeken: 1. In het stakeholdersoverleg aan te geven dat de raad van de gemeente Rhenen niet gelukkig is met de wijzigingen die in paragraaf 1.4.5 aangebracht zijn en dat de tekst die overeengekomen is bij de concept RES beter aansluit bij de taak en bevoegdheden van de diverse gemeenteraden. 2.
Te bewerkstelligen dat bestuurlijke processen en besluitvormingsprocedures ten aanzien van de RES Foodvalley voor het volgende beslismoment, zodanig helder worden uitgewerkt dat Been onduidelijkheid meer kan ontstaan ten aanzien van de democratische bevoegdheden van de gemeente;
Gemeente Scherpenzeel
3. Zorg te dragen dat een helder besluitvormingsproces wordt beschreven ten aanzien van de vaststelling van de RES 2.0 en omgang met eventuele amendering daarvan door gemeenteraden, provincies en waterschappen; Draagt het college op: 1. Een plan op te stellen om inwoners te motiveren en te enthousiasmeren hun verantwoordelijkheid te nemen. 2. De ideeën ook in regionaal verband te bespreken en desnoods gezamenlijk vorm te geven. 3. In de uitvoering minimaal de volgende aspecten te overwegen:
7
a. Betrekken van jongeren (door basisschooljeugd te informeren via de basisschool). b. Betrekken jongeren van 12-18 jaar, waarbij bijvoorbeeld een prijsvraag georganiseerd wordt met een prijs voor het winnende idee. c. Wijkplatforms betrekken. d. Een top 10 op te stellen van eenvoudige besparingen (denk o.a. aan het energieverbruik van apparaten in stand-by modus). e. Een duidelijke en toegankelijke website waar de bezoekers wegwijs gemaakt worden in de mogelijkheden van energiebesparing en de resultaten voor Scherpenzeel. f. Lokale ondernemers hierbij te betrekken. g. Met de stichting Vallei Duurzaam te overleggen om dit op te nemen in de invulling van de komende beurs, Draagt het college op 1. Om een deel van de gelden die vanuit het Rijk voor de verdere uitvoering van de RES naar de gemeente toekomt, beschikbaar te stellen voor communicatie zodat er op dat gebied een professionaliseringsslag kan worden gemaakt, Draagt het college op: 1. Alle restlocaties in kaart te brengen en daarbij ook expliciet op zoek te gaan naar extra potentieel van restlocaties, waar bij een uiteindelijke keuze voor zon op land de restlocaties voorgaan boven zon op land op agrarische gronden, Gemeente Veenendaal
Uitstel besluitvorming Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Regio Foodvalley Verzoekt de stuurgroep RES Foodvalley, via het College van B & W van Veenendaal, om: Het versturen van het bod vanuit de Foodvalley richting het rijk uit te stellen tot 1 november 2021; - Een aanpassing aan het proces voor te stellen waarbij de RES 1.0 in twee ronden wordt vastgesteld waarbij: • In de eerste ronde Uuni 2021) door raden/staten/AB's moties en amendementen kunnen worden aangenomen bij het Raadsvoorstel RES; • De verzamelde moties en amendementen vanuit de acht raden / twee staten / twee waterschappen door het stakeholdersoverleg worden gebundeld en voorzien van een advies;
8
In de tweede ronde (september 2021) vellen de acht raden/ twee staten/ twee waterschappen een politiek oordeel over het overzicht van de aangenomen moties en amendementen uit de eerste ronde vanuit de regio; • Het stakeholdersoverleg verwerkt de opbrengst van de tweede ronde in de definitieve versie van de RES 1.0 of zorgt voor een addendum op de RES 1.0 en legt deze (september 2021) tenslotte voor aan de gemeenteraden voor een 'wensen en bedenkingen' procedure; • Hierna wordt het definitieve bod met de stemmingsuitslagen voor 1 november 2021 ingediend. - De uitkomsten van het bovenstaande verzoek te rapporteren aan de 8 gemeenteraden/ 2 staten I 2 waterschappen binnen de RES-regio Foodvalley samenwerking. •
Verzoekt de griffie: • Deze motie ter kennisneming te delen met de raden, staten en waterschapsbesturen binnen de RES-regio Foodvalley om deze te betrekken in hun eigen besluitvorming rond de RES 1.0; Participatie en draagvlakmeting windturbines zoekgebieden rondom Veenendaal Verzoekt het college om: 1. Een extra onderzoek uit te voeren naar de status van de RES met daarbij specifiek aandacht voor de vraag of een gebrek aan draagvlak juridisch voldoende grond geeft om een omgevingsvergunning voor een windturbine te weigeren op een locatie die in de RES 1.0 is aangewezen als zoekgebied voor windenergie en de bevindingen daarvan mee te nemen in de tweede ronde (september 2021) richting de 8 gemeenteraden; 2. Voor de zoeklocaties te Renswoude en Overberg alsmede mogelijke andere locaties binnen een straal van 3 km van Veenendaals grondgebied, bij de initiatiefnemers zodra de concrete plannen bekend zijn, aan te dringen op een draagvlakmeting waarbij de inwoners van Veenendaal West woonachtig binnen een straal van 3 km van beoogde windturbines persoonlijk worden gevraagd naar hun opvatting over de mogelijke plaatsing van deze windturbines en de uitkomsten van de draagvlakmeting terug te leggen in de raad; 3. De elementen genoemd in de overwegingen mee te nemen in het draagvlakmeting. Verzoekt de griffie: 1.
Deze motie ter kennisneming te delen met de raden, staten en waterschapsbesturen binnen de RES regio Foodvalley om deze te betrekken in hun eigen besluitvorming rond de RES 1.0; 2. Deze motie ter kennisneming te delen met de gemeenteraad Utrechtse Heuvelrug om deze te betrekken in hun besluitvorming rond de RES 1.0 U16.
9
Grensoverschrijdende samenwerking zoekgebieden Renswoude, Ede, Rhenen en Utrechtse Heuvelrug Verzoekt het college om: • Met de colleges van Renswoude, Ede, Rhenen en Utrechtse Heuvelrug in gesprek te gaan over de voorlopige zoekgebieden voor wind dichtbij de gemeentegrens en 1. Aan te geven dat wat Veenendaal betreft de voorlopige zoekgebieden nabij de grens van Veenendaal, waarbij de invloed van het zoekgebied gemeentegrens overstijgend is, alleen kan worden ingevuld in nauwe samenwerking met de gemeente Veenendaal en met participatie van omwonenden; 2. De zorgen vanuit Veenendaal over o.a. de mogelijk industriële hoogtes van windturbines als ook de gezondheidsrisico’s voor omwonenden blijvend onder de aandacht te brengen; 3. Op te roepen om per zoekgebied samen met de inwoners in een straal van circa 1 km rondom de grenzen van het zoekgebied, verschillende scenario’s te ontwikkelen met mogelijkheden van energieopwekking, die tevens kunnen rekenen op draagvlak vanuit de omwonenden uit beide gemeenten; 4. Op te roepen om deze scenario’s aan de inwoners voor te leggen die binnen een straal van 10 keer de geplande tiphoogte wonen, om zo duidelijk te krijgen voor welk scenario het meeste draagvlak kan worden gevonden; 5.
De buurgemeenten op te roepen om de Veenendaalse raad te consulteren in het proces van besluitvorming rondom grensoverschrijdende projecten, en in ieder geval op het moment dat er een voorkeursscenario voor het invullen van een zoekgebied in beeld is. Binnen het grondgebied van Veenendaal actief op zoek te gaan naar meer mogelijkheden om een hogere doelstelling dan de nu opgenomen 0,047 TWh – als onderdeel van de regionale opgave van 0,75 TWh – in te vullen met zon op daken van bedrijven, woningen en boven de verkeersinfrastructuur. Leefgebied Wespendief Utrechtse Heuvelrug Verzoekt het college om: Bij de Provincie Utrecht en de Utrechtse RES regio’s te pleiten voor een aanpak waarbij de cumulatieve effecten van windmolens voor kwetsbare soorten pro-actief en in samenhang worden beschouwd. En waarbij de aanpak in provincie Gelderland voor de Wespendief een passende uitwerking is die als voorbeeld kan dienen. Zonnelint langs de A12