K5. Concept UPLG bijlagen 5 juli 2023
Tekst van het document
Door te compenseren via grond wordt bijgedragen aan een duurzaam landbouwkundig perspectief voor blijvende agrarische bedrijven. Borging vindt plaats via bestaand instrumentarium zoals de WILG, het peilbesluit en de omgevingsvisie van gemeenten. Kavelruil kan daarvan onderdeel uitmaken. Dit is mogelijk op zowel vrijwillige basis of via verplichting (via de wettelijke variant van de WILG). De systematiek wordt genotificeerd bij de Europese Commissie zodat duidelijk is dat dit kan worden gehanteerd binnen de vigerende staatssteunkaders. De methode kent een objectieve en wetenschappelijk gefundeerde basis via o.a. de Water Wijzer Landbouw.
Water
KRW: 1. Waterkwaliteit Nutriënten grond- en oppervlaktewater Gewasbestrijdingsmiddelen 2. Waterkwantiteit 3. Hydrologische conditie Natura2000 in orde
1.a. het Deltaprogramma Agrarisch Waterbeheer (DAW). 1.b. subsidiemogelijkheden van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) 1.c. subsidiemogelijkheden uit het Nationaal Strategisch Plan (NSP/GLB). 1.d. Ruimtelijk: zonering 2/3. Grondwateronttrekkingsplafond
1.a. Verschillende maatregelen die bijdragen aan verbetering van waterkwaliteit vallen hieronder: aanpassing in bedrijfsvoering, technische maatregelen en aanvullende maatregelen bij de boer zoals bijvoorbeeld bufferstroken en vernatting. 1.e. Het NPLG vraagt provincies om zones in te richten langs beken in de zandprovincies, rond N2000-gebieden en rond drinkwaterwinningen. Hieraan kan invulling worden gegeven door inzet van ruimtelijk instrumentarium, complementair aan landelijk beleid (nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en onder de voorwaarde dat het rijk de middelen beschikbaar stelt waarmee landbouwers in bedoelde zones een perspectief kan worden geboden. 2/3. Voor het behouden van de goede kwantitatieve staat van de grondwaterlichamen en het versterken van grondwaterafhankelijke functies (waaronder Natura 2000-gebieden en drinkwaterwingebieden). De vorm en inhoud van het onttrekkingsplafond wordt in de komende jaren bepaald.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
55
Thema
Provinciaal Doel
Instrument
Uitleg
Natuur
NNN (inclusief Natura 2000) Programma Natuur Bossenstrategie Groenblauwe dooradering VHR Agrarische Natuur
1.a. Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) 1.b. Uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNNgronden (UVAN) 1.c. Binnen de Subsidieregeling Agenda Vitaal Platteland (AVP) is er een subsidie Verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven 2. SPUK uitkering 3.a. SKNL-regeling (binnen NNN) 3.b. SKNL-regeling (buiten NNN) 3.c. KLE-regeling (kleine landschapselementen) en regeling voor afwaardering 3.d. Subsidie Agroforestry 4.a. KLE-regeling 4.b. Het ANLb (Agrarisch Natuur- en landschapsbeheer) 4.c. Afwaardering grond voor GBDA 5. Structurele financiering via Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb)
1.a. Voor functieverandering van landbouwgrond naar natuur en inrichting 1.b. Als middel om realisatie van meer natuur te bereiken. 1.c. Bij verplaatsing van het bedrijf wordt op de grond NNN gerealiseerd. 2. SPUK gelden worden via het SKNL loket als subsidie beschikt. 3.a. De huidige SKNL-regeling kan zowel voor nieuw bos binnen NNN, omvorming van bestaande natuur naar bos en voor bosvitalisering worden gebruikt. Er moeten wel extra middelen onder de regeling worden geschoven. 3.b. Ook hier kunnen we voor nieuw bos waarschijnlijk de SKNL-regeling gebruiken. Als dat toch niet lukt, dan moet er een nieuwe regeling worden gemaakt, op basis van de catalogus groenblauwe diensten. Daarvoor zijn extra middelen nodig boven op de bestaande middelen vanuit het strategisch bosbeleid. 3.c. Buiten NNN, kleine landschapselementen (KLE): hiervoor moet de bestaande KLE-regeling worden voortgezet (alleen voor aanleg). Daarnaast is er een regeling voor afwaardering grond KLE in de maak. Deze moet vooral wat grotere ontwikkelingen op gronden binnen agrarische bedrijven gaan stimuleren. 3.d. Deze zogeheten boslandbouw, waarbij meerjarige houtige gewassen (bomen en struiken) bewust geïntegreerd worden met de teelt van gewassen of dierlijke productiesystemen, valt ook onder de Bossenstrategie. 4.a. Voor aanleg en herstel van GBDA kan de regeling Kleine Landschapselementen worden ingezet.
We ontwikkelen nieuwe instrumenten om de aanleg van nieuwe landschapselementen te stimuleren. 4.b. Voor beheer van Groenblauwe Dooradering 4.c. Een nieuwe regeling voor afwaardering van grond voor GBDA (voorlopig alleen houtig) is in ontwikkeling. 5. Voor het invullen van de agrarische VHR-doelen binnen het Open Grasland en Open Akkerland is het van vitaal belang dat er meer financiering beschikbaar komt om structureel beheer via het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) mee te realisaren. De enorme hectare-opgaven kunnen theoretisch gezien ingevuld worden via dit vrijwillige subsidiestelsel, maar het budget is daarvoor op dit moment ontoereikend.
Klimaat
Methaanreductie Broeikasgas uitstoot vermindering Veenweidegebied
1.a. Generieke maatregelen landbouwakkoord (rijk) (voer/management, grondgebondenheid) 1.b. Utrechtse monitor voor duurzame landbouw (KPI’S) 2.a. Peilbesluiten (waterschappen) 2.b. WILG (Wet inrichting landelijk gebied)
1. Naast generieke maatregelen die worden verwacht vanuit het rijk kan methaanreductie ook als een van de indicatoren worden meegenomen in de Utrechtse monitor voor duurzame landbouw. 2. In het interprovinciaal kerndocument veenweide wordt instrumentarium benoemd dat nodig is bij het werken aan de veenweideopgave. Een van de voorbeelden ‘Flankerend beleid’ vanuit de provincie Friesland, wordt in de tekst van het hoofdstuk Instrumentarium behandeld.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
56
Thema
Provinciaal Doel
Instrument
Uitleg
Landbouw
Circulaire, Natuurinclusieve en Klimaatneutrale landbouw: De inzet op kringlooplandbouw. De inzet op natuurinclusieve landbouw. Verplaatsen. Stoppen- aansluiten bij natuurlijk verloop stoppers. Ondersteuning voor de individuele agrarische ondernemer.
1. KPI-systematiek via de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw 2.a. Uitbreiding van agrarisch natuurbeheer 2.b. Uitbreiding ecosysteemdiensten 2.c. Inzet van GLBNSP ‘Samenwerking regeling veenweiden en overgangsgebieden Natura 2000-gebieden’ 2.d. Landschapsgronden 3.a. Verplaatsingsregeling via AVP-regeling (t.b.v. realisatie NNN) 3.b. Verplaatsingsregeling GGA (alle UPLG doelen) 4.a. Landelijke LBV+- en L BVregeling 4.b. aanpak Vrijkomende Agrarische Bebouwing 4.c. Grondinstrumentarium 5.a. Landbouwmenukaart 5.b. 1-loket functie 5.c. Plattelandscoaches
1. Hierbij wordt vooral ingezet op management en innovaties om emissies te verminderen. Zie hiervoor de tekst in hoofdstuk 5 over de UMDL. 2. Hierbij wordt ingezet op een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering door een grotere inzet op ecosysteemdiensten. 3. Er bestaan binnen de Provincie Utrecht op dit moment twee verplaatsingsregelingen voor agrarische bedrijven naast elkaar. Er wordt gewerkt aan integratie van deze twee. Verder zijn we betrokken bij de landelijke verplaatsingsregeling die in het kader van de aanpak piekbelasters in ontwikkeling is. 4.a. We benutten landelijke regelingen als LBV+ en LBV-regeling optimaal 4.b. Via de aanpak Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) wordt meer perspectief geboden voor stoppende bedrijven met vrijkomende bebouwing. Deze aanpak richt zich op leegstaande agrarische gebouwen en het voorkomen van verrommeling in het buitengebied 4.c. Grondinstrumentarium kan worden ingezet in gebiedsprocessen bij stoppende bedrijven. Meer grondinstrumenten bij ‘overkoepelende’ instrumenten. 5.a. Om agrariërs te ondersteunen bij de aanpassing van hun bedrijfsvoering ontwikkelen wij een Landbouwmenukaart. Deze bestaat uit verschillende maatregelen die de agrariërs kunnen nemen om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. 5.b. Digitaal loket en waar mogelijk werken met vaste contactpersonen. 5.c.
Voortzetten van aanbieden van coaching door onder andere plattelandscoaches.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
57
Bijlage 5
Kostenraming 2024-2035 De hierna volgende twee tabellen zijn achterliggende tabellen bij de tabel van hoofdstuk 8 van het hoofddocument concept UPLG versie 1.0. De eerste tabel hierna geeft de achterliggende berekening bij de tabel uit het hoofddocument. De tweede tabel hierna omvat een toelichting daarbij. Een aantal posten hebben we op pm gezet omdat daar nog geen kostenraming van is te geven. Zodra we meer inzicht hebben in de te verwachten kosten van deze posten gaan we hierover in gesprek met het Rijk.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
58
Thema NPLG
Maatregelen
Eenmalige kosten (x € 1.000)
Structurele kosten (x € 1000)
Water
Waterkwaliteit
€ 70.000
PM
Water
klimaatbestendigheid watersysteem (omgaan met droogte en piekbuien)
€ 460.000
PM
Natuur (herstel)
Beheer nieuwe stijl
€-
€ 30.000
Natuur (herstel)
Natuurherstel natura 2000 gebieden
€ 200.000
€ 2.000
Natuur (herstel)
Natuurnetwerk Netwerk Nederland (NNN)
€ 30.000
€ 40.000
Natuur (herstel)
Vogel en Habitatrichtlijn; VHR Natuur, VHR agrarisch en VHR GBDA
€ 450.000
€ 230.000
Natuur (herstel)
Bossenstrategie
€ 60.000
€ 3.000
Natuur (herstel)
GroenBlauweDoorAdering (GBDA)
€-
€ 60.000
Natuur (herstel)
Realisatie aanvalsplan Grutto
€ 110.000
€ 60.000
Natuur (herstel)
1e tranche Anlb
€-
€ 10.000
Stikstof (reductie)
Verplaatsing bedrijven
€-
€-
Stikstof (reductie)
Realisatie overgangszones N2000 gebieden
€ 80.000
Klimaat (mitigatie)
Vermindering broeikasgassen uit veenbodems
€ 270.000
€-
Klimaat (mitigatie)
Reductie uitstoot methaan veehouderij
PM
€-
Landbouw
Landbouwmaatregelen
€ 430.000
PM
Landbouw
Extensief grondgebruik
€ 340.000
€-
Onderzoek en monitoring, Kennisdeling
-
€-
€ 110.000
Fonds Vitaliteit landelijk gebied
-
€ 100.000
€-
Proceskosten
-
€ 520.000
-
Proceskosten
-
-
-
Proceskosten
subtotaal
€ 3.120.000
€ 545.000
Proceskosten
totaal
€ 3.670.000
PM
Proceskosten
totaal bandbreedte - 25% en +25%
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
€ 2.750.000 - € 4.580.000
59
Toelichting maatregelen Maatregel
Toelichting
Waterkwaliteit
Beekdalen: herinrichting van de beken, maatregelen om water vast te houden en beekdal brede herinrichtingskosten. De geschatte kosten zijn excl. grond-, afwaarderings- en onderhoudskosten. Per stroomgebied van de beken is een inschatting gemaakt van areaal water vasthouden (km), beekdalbrede herinrichting (ha), GBDA (ha), peilmaatregelen (ha) en hydrologisch effect op functie bij water vasthouden (ha). Beschermde gebieden N2000 en drinkwater: het gaat hier om nadeelcompensatie, waarbij een inschatting is gemaakt van het aantal agrariërs, die hiervoor in aanmerking komen en de hoogte van het bedrag. Aanvullende waterkwaliteitsmaatregelen: die nu (nog) niet onder de wettelijke taken van provincies en waterschappen vallen, zijn opgenomen als PM.
Klimaatbestendigheid watersysteem (omgaan met droogte en piekbuien)
Klimaatbestendig maken van Utrechtse Heuvelrug en flanken: hydrologische maatregelen tot 2028. De raming is gebaseerd op één voorbeeldgebied, die vervolgens als norm is gebruikt voor de andere gebieden. De berekening is exclusief aanpassing van de inrichting voor het gehele gebied. Wateraanvoer polders in de zomer: Er zijn diverse opties om te voorzien in extra zoetwater voor de veenweidengebieden in de zomer. Van één optie is een indicatieve financiële doorrekening gemaakt. Deze is gebruikt voor de totale berekening, en is gebaseerd op een inschatting van de benodigde hoeveelheid ha spaarbekkens en aanpassingen van het hoofdwatersysteem. Aanpak wateroverlast door klimaatverandering zijn voorlopig opgenomen als PM post.
Beheer nieuwe stijl
De huidige vergoeding voor het beheer van natuurterreinen is 84% van de Standaard Kostprijs (SKP). De verwachting is dat dit verhoogd wordt naar 99%. Deze hogere vergoeding is als kosten meegenomen.
Natuurherstel Natura2000 gebieden (NDA)
De inschatting is gebaseerd op de maatregelen voor de NDA. De overige maatregelen zijn nu als PM opgenomen.
Natuurnetwerk Netwerk Nederland (NNN)
De kosten voor de realisatie (functieverandering en inrichting) en beheer van NNN zijn hoger dan in de provinciale begroting is opgenomen. De beheerskosten zijn meegenomen onder de maatregel Beheer nieuwe stijl.
Vogel en Habitatrichtlijn; VHR Natuur, VHR agrarisch en VHR GBDA
Vanuit de VHR is het noodzakelijk dat het areaal van verschillende typen natuur uitgebreid wordt. Op basis van de landelijke verdeling aan hectares per habitattype zijn deze kosten berekend. Gaat om afwaardering, inrichting en beheer van gebieden. Dit heeft ook gelijk effect op realiseren van Groen Blauwe Dooradering. De kosten van maatregelen bij VHR hebben daarom alleen betrekking op beheerkosten.
Bossenstrategie
Het gaat om 1.500 ha realisatie nieuwe bosareaal. Ongeveer 45% aan verwachte lasten (voornamelijk afwaardering en inrichting) is in de provinciale begroting opgenomen.
Groen Blauwe Dooradering (GBDA)
Zie ook toelichting bij VHR buiten NNN-gebieden. Het gaat hier alleen om beheerkosten van ca 1.700 ha houtige elementen, 900 ha natte elementen en 900 ha randen.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
60
Maatregel
Toelichting
Realisatie aanvalsplan Grutto
We gaan uit 5 gebieden. De kosten zijn voor beheer, inrichting, afwaardering en omschakeling stalsysteem. De berekening is tot stand gekomen in samenwerking met de andere weidevogelprovincies.
1e tranche Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (Anlb)
Gaat om uitbreiding van de al ingezette maatregelen op agrarisch natuurbeheer. Het aantal ha van beheerpakketten voor Open Grasland, Dooradering, klimaat en Water worden uitgebreid. Het genoemde bedrag is exclusief beschikbare middelen uit GLB-NSP, Provinciale middelen, Waterschapsmiddelen.
Verplaatsing bedrijven
Het betreft subsidie voor verplaatsing van bedrijven: max. € 500.000 per bedrijf (werkelijk gemaakte verhuiskosten) De schatting is 5 tot 10 bedrijven (totaal blijft 2,5mln). Deze subsidie heeft als voorwaarde dat het gehele bedrijf gekocht wordt door de provincie.
Realisatie overgangszones N2000 gebieden
Gaat om ongeveer 2.300 ha aan gewaspercelen in de 500 meter zone rondom de N2000 gebieden waar nog geen extensivering op is doorgevoerd. Bij de berekening wordt er uitgegaan van 50% afwaardering t.o.v. een gemiddelde grondprijs van € 75.000/ha.
Vermindering broeikasgassen uit veenbodems
Gaat om aanleg van waterinfiltratiesystemen in het veenweidengebied, gelijkelijk verdeeld over AWIS en PWIS, €110 mln. Overal wordt het polderpeil verhoogd tot 40 cm onder maaiveld. Voor de extra wateroverlast die er ontstaat is ervan uitgegaan dat hiertegen extra open water wordt gemaakt (aankoop grond, € 80 mln). In een klein deel van het gebied vindt transitie van de landbouw plaats naar natte vormen van landbouw. Hiervoor vindt 50% afwaardering plaats € 110 mln).
Reductie uitstoot methaan veehouderij
De maatregelen gericht op de reductie van stikstofemissies hebben vrijwel uitsluitend de veehouderij als doelgroep. De aanpak die voor de sector wordt ontwikkeld bevat veel maatregelen die direct of indirect gericht zijn op stikstofreductie. De dekking voor deze maatregelen zijn opgenomen in het landbouwdeel van de begroting.
Landbouwmaatregelen
Het maatregelenpakket is opgebouwd uit; implementatie van de Monitor Duurzame Landbouw (doelsturing gebaseerd KPI-systematiek), innovaties op het boerenerf, structuurversterking (kavelruil), één-loket functie en opstellen duurzame bedrijfsplannen, praktijkonderzoek en fieldlabs.
Extensief grondgebruik
Gaat om afwaarderingssystematiek gericht op extensiever gebruik van landbouwgronden, Het gaat hier expliciet niet over realisatie van extra natuur of afwaardering naar natuur (NNN, SKNL), of op trajecten als omschakelfonds of uitbreiding Anlb. Hier wordt uitgegaan van ongeveer 10.000 ha met een afwaardering van 50%.
Onderzoek en monitoring, Kennisdeling
In deze transitie is onderzoek, monitoring en kennisdeling nodig. Het percentage van 5% van het totaalbedrag is gebaseerd op de ervaring bij andere programma’s van de provincie zoals Agenda Vitaal Platteland en Bodemdaling Veenweiden.
Fonds Vitaliteit landelijk Gebied
Naast het treffen van maatregelen om de natuurlijke omgeving gezond te houden is het ook van belang om het welzijn van de bewoners en ondernemers in het gebied hoog te houden. De middelen uit dit fonds kunnen bijdragen aan het waarborgen van de leefbaarheid in het landelijk gebied, bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke kwaliteit of door stad-land verbindingen te versterken.
Proceskosten
De proceskosten bestaan uit bijdrage voor het faciliteren van de gebiedsprocessen en noodzakelijke capaciteit voor waterschappen, gemeenten, landbouw- en natuurorganisaties en voor provincie.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
61
Bijlage 6
Sociaaleconomische situatie van de landbouwsector provincie Utrecht Als onderdeel van de nulmeting voor de sociaaleconomische impactanalyse (SEIA) geven we in deze bijlage een eerste overzicht van de sociaaleconomische structuur van de Utrechtse landbouw. In deze eerste versie vindt u gegevens over de Utrechtse primaire landbouw, ofwel de bedrijven die planten en dierlijke producten produceren voor menselijk gebruik. Voor de vaststelling van het definitieve UPLG 1.0 voegen we in het najaar van 2023 nog twee onderdelen toe aan onze nulmeting van het Utrechts landelijk gebied. Ten eerste breiden we de rapportage van de Utrechtse landbouw uit met een analyse van het zogenaamde ‘agrocomplex’ - ofwel het geheel aan aanverwante sectoren en economische activiteiten rondom de primaire landbouw, inclusief haar toeleveranciers en verwerkende bedrijven. Verder breiden we de analyse uit met een analyse van de stand van de brede welvaart in het landelijk gebied. Er wordt momenteel samen met het CBS en andere provincies samengewerkt om de juiste data hiertoe te vergaren. We beschrijven de volgende onderwerpen: 1. Werkgelegenheid landbouwsector 2. Samenstelling Utrechtse agrarsiche sector 3. Financiële toegevoegde waarde primaire landbouwsector 4. Biologische landbouw 5. Verbredingsactiviteiten in Utrecht 1.
Werkgelegenheid landbouwsector In de provincie Utrecht werken in 2022 ongeveer 8.180 mensen in de primaire landbouw. Dit is een goede 1,0% van de totale Utrechtse werkgelegenheid (Bron: Provinciaal Arbeidsplaatsen Register). De relatieve werkgelegenheid in de landbouw ligt hiermee lager dan in de rest van Nederland waar deze zo’n 2,1% (CBS, 2021) bedraagt.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
62
Eemnes 3,5% Bunschoten 1,2%
De Ronde Venen 4,2%
Baarn 0,6%
Stichtse Vecht 2,1%
Soest 0,4%
De Bilt 1,4% Woerden 2,5%
Oudewater 8,0%
Montfoort 3,9% IJssel stein 0,8%
Nieuwegein 0,2%
Lopik 10,4%
Leusden 1,3% Zeist 0,1%
Utrecht 0,1%
Bunnik 2,5% Houten 1,7%
Amersfoort 0,2%
Woudenberg 4,4% Utrechtse Heuvelrug 1,6%
Renswoude 5,9% Veenendaal 0,2%
Wijk bij Duurstede 5,1%
Rhenen 3,1%
Vijfheerenlanden 3,0%
Figuur 5. Aandeel primaire landbouw in de werkgelegenheid in 2022, Utrechtse gemeenten (Provinciaal Arbeidsplaatsen Register)(Provinciaal Arbeidsplaatsen Register)
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
63
In figuur 5 wordt de relatieve werkgelegenheid in de primaire landbouw weergegeven voor de Utrechtse gemeenten. De landbouwbanen zijn niet gelijk verspreid over de provincie. In bepaalde regio’s speelt de (primaire) landbouw een significant grotere rol. In het westen van de provincie ligt de relatieve werkgelegenheid in de landbouw het hoogst, vooral in Lopik (10,4%) en Oudewater (8,0%) zijn er relatief veel landbouwbanen. Deze gemeenten liggen in het Veenweidegebied in het Utrechtse Groene Hart. Verder valt op dat de relatieve werkgelegenheid significant hoger ligt in Renswoude (5,9%, Utrechtse deel Gelderse Vallei) en in Wijk bij Duurstede (5,1%, Kromme Rijnstreek). Het is verder niet verrassend dat de landbouw een significant kleinere rol speelt in de stedelijke gebieden rondom Utrecht en Amersfoort. 2. Samenstelling Utrechtse agrarische sector Van de circa 8.180 banen in de Utrechtse landbouw is het grootste deel te vinden in de veeteelt of in de akker- of tuinbouw. In figuur 6 is te zien dat maar liefst 60% van de landbouwbanen in de veeteelt zit. Iets meer dan een op de drie landbouwbanen is te vinden in de akkerbouw en/of tuinbouw (35%). Verder zit een klein deel van de werkgelegenheid in de sierteelt of bij bedrijven die akkerbouw en veeteelt combineren.
veeteelt
60
akker- en/of tuinbouw bloembollen en sierplanten 3 akker- en/of tuinbouw in 1 combinatie met veehouderij 0
35
10
20
30
40
50
60
70%
Figuur 6. Verdeling werkgelegenheid over Utrechtse landbouw in 2022 (Provinciaal Arbeidsplaatsen Register).
melkvee 10 runderen (vlees) schapen en geiten 6 dienstverlening voor de veeteelt 6 varkens 4 pluimvee 3 paarden en ezels 3 overig 2 0 10
65
20
30
40
50
60
70 %
Figuur 7. Verdeling werkgelegenheid over Utrechtse veeteelt in 2022 (Provinciaal Arbeidsplaatsen Register).
Omdat de veeteelt zo belangrijk is voor de Utrechtse landbouw, hebben we de werkgelegenheid in deze sub-sector verder uitgesplitst in figuur 7. Bijna twee op de drie veeteeltbanen zit bij melkveehouderijen (65%). Dit komt overeen met het beeld van Utrecht als een graasdierhouderijregio. Verder is een op de tien veeteeltbanen te vinden bij de productie van rundvlees. Een kleiner deel van de veeteeltbanen is te vinden bij varkenshouderijen (4%) en bij pluimveebedrijven (3%). 3. Financiële toegevoegde waarde primaire landbouwsector De (financiële) toegevoegde waarde* van de primaire landbouwsector is in de provincie Utrecht relatief kleiner dan in de rest van Nederland. Relatief gezien heeft de Utrechtse (primaire) landbouwsector zelfs de kleinste toegevoegde waarde t.o.v. Bruto Regionaal Product (BRP) van alle provincies. Dit is niet verrassend, gezien het gegeven dat de Utrechtse economie grotendeels draait rondom de dienstensectoren. *De (financiële) toegevoegde waarde staat gelijk aan het verschil tussen de productiewaarde en de waarde van de in het productieproces verbruikte goederen en diensten.
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
64
Op het niveau van de regio’s binnen de provincie Utrecht heeft Utrecht-West (het Veenweidegebied van het Utrechts Groene Hart) relatief gezien de grootste primaire landbouwsector. De financiële toegevoegde waarde is hier relatief het grootst. Verder is de financieel-economische bijdrage van de landbouw opvallend (maar niet heel verrassend) laag in stadsgewest Utrecht. In deze paragraaf gebruiken we de zogenaamde COROP-plus indeling omdat we hier over betrouwbare gegevens beschikken m.b.t. de financiële toegevoegde waarde. Deze regionale indeling splitst Utrecht op in vier deelgebieden. Deze deelgebieden en de bijbehorende gemeenten staan weergegeven in figuur 8 en 9.
0,4
Provincie Utrecht Utrecht-West (CP)
1,9 0,9
Zuidoost-Utrecht (CP) 0,4
Stadsgewest Amersfoort (CP) Stadsgewest Utrecht (CP)
0,2
1,6
Nederland
0,0
0,5
1,0
1,5
2,0 %
Figuur 8. Toegevoegde waarde primaire landbouw aan het BRP (COROP-plus indeling), als % van totaal sectoren, 2019 (CBS Statline).
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
65
Eemnes
Bunschoten
De Ronde Venen Baarn
Amersfoort Stichtse Vecht
Soest De Bilt Leusden
Woerden Zeist
Utrecht
Woudenberg Rens woude
Montfoort IJssel stein
Oudewater
Nieuwe gein
Bunnik
Utrechtse Heuvelrug
Veenen daal
Houten Wijk bij Duurstede
Lopik
Rhenen
Vijfheerenlanden
stadsgewest Amersfoort stadsgewest Utrecht Utrecht-West Zuidoost-Utrecht
Figuur 9. Regio’s Provincie Utrecht (COROP-plus indeling).
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
66
4. Biologische landbouw en verbredingsactiviteiten in Utrecht In de biologische landbouw worden er bij de productie geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen toegepast. Een deel van de Utrechtse boeren doet al aan biologische landbouw, en het aantal boeren met een biologische bedrijfsvoering is groeiende in de provincie Utrecht. Waar er in 2016 nog 86 boeren aan biologische landbouw deden, was dit aantal in 2020 al gegroeid naar 124. Dit betekent dat het percentage Utrechtse boeren dat biologisch werkt tussen 2016 en 2020 is gegroeid van 3,4% naar 5,3%. Het aandeel biologische boeren in 2020 lag hiermee hoger dan het landelijk gemiddelde van 3,0%. In figuur 10 staat het aandeel biologische landbouw per agrarische sub sector weergegeven. Hierbij valt op dat één op de vijf hokdierbedrijven een biologische bedrijfsvoering heeft (Landbouwstructuur en verkavelingsanalyse Provincie Utrecht). 5. Verbredingsactiviteiten Utrechtse landbouw Boeren met verbredingsactiviteiten ondernemen naast hun agrarische activiteiten ook andere, aanvullende bedrijfsactiviteiten. Een groot deel van de Utrechtse boeren doet aan verbredingsactiviteiten. Ook hier zien we een flinke groei tussen 2016 en 2020 van (1.007 naar 1.341 bedrijven).
Dit betekent dat in 2020 zo’n 58% van de Utrechtse boeren aanvullende bedrijfsactiviteiten deed, ook dit ligt duidelijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 43%. Hiernaast, in figuur 11 staan de meest voorkomende typen verbredingsactiviteiten die worden ondernomen door Utrechtse boeren. Natuurbeheer is de meest voorkomende activiteit: 32% van de boeren doet al aan natuurbeheer. Bij 9% van de Utrechtse boeren zorgen verbredingsactiviteiten voor meer dan de helft van de totale omzet, zoals is te zien in figuur 12. Bij een groter deel van de boeren is het aandeel van deze activiteiten in de omzet nog (een stuk) kleiner.
totale landbouw
melkveebedrijven
overige graasdierbedrijven
hokdierbedrijven
fruitbedrijven
overige bedrijven
Figuur 10. Biologische landbouw Utrecht, aandeel in totaal (Landbouwtelling). *Geselecteerd op de aanwezigheid van biologisch geteelde gewassen (inclusief grasland).
natuurbeheer loonwerk verkoop stalling goederen/dieren duurzame energie derden recreatie boerderij educatie verwerking van landbouwproducten zorgboerderij kinderopvang
Figuur 11. Verdeling verbredingsactiviteiten Utrechtse landbouw, 2020 (Landbouwtelling).
Figuur 12. Aandeel inkomsten uit verbredingsactiviteiten in totale omzet Utrecht, 2020 (Landbouwtelling CBS)
Concept Utrechts Programma Landelijk Gebied, versie UPLG 1.0
67
Colofon Eindredactie Provincie Utrecht Vormgeving Vorm de Stad Advies, ondersteuning en kaartmateriaal veenenbos en bosch, landschapsarchitecten Fotografie Jeroen Bosch