CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

K2. Voortgangsrapportage - RES RFV def

Gemeenteraad 19 september 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk K: Raadsinformatiebrief en voortgangsdocument stand van zaken RES 1.016.045 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.2.12 Waterschap Vallei en Veluwe Het waterschap heeft een Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050). Dit is de langetermijnvisie tot 2050. Hierin is de energietransitie één van de vier thema’s die in de BOVI2050 zijn benoemd. In 2025 wil waterschap Vallei en Veluwe energieneutraal zijn. Als waterschap dagen we onze partners uit samen met ons na te denken over de manier waarop we elkaar in de energieketen kunnen helpen. Is het bijvoorbeeld mogelijk om voor de warmtevoorziening in bepaalde dorpen of stadsdelen over te stappen op warmte uit riool- of open water? Waterschap Vallei en Veluwe wil rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi) inzetten als hubs voor waterstof, grondstoffen en duurzame energie. Er wordt op diverse plaatsen al energie gewonnen uit rioolwater, maar er is meer mogelijk. Ook het winnen van energie uit oppervlaktewater verdient serieuze aandacht om verder te ontwikkelen. De BOVI is uitgewerkt in het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP). De

Energietransitie is één van de vijf maatschappelijke thema’s in de BOP. Hierin staat dat biogas, dat ontstaat in het zuiveringsproces van het rioolwater, ingezet wordt voor de hoogst maatschappelijke waarde. In de BOP is ook opgenomen dat het waterschap bijdraagt aan de nationale klimaatdoelen via de Regionale Energiestrategieën (RES) waarin het waterschap partner is. Er wordt ingezet op besparing van energie en op energieopwekking uit hernieuwbare en dus duurzame energiebronnen zoals zon en wind. Energie die verder nodig is, wordt duurzaam ingekocht. Biogas en aquathermie zijn belangrijke bronnen van energie en warmte. Deze worden samen met onze partners benut voor een duurzamere energievoorziening in de regio. Samen met de waterschappen Rivierenland en Rijn en IJssel is de potentie van aquathermie in beeld gebracht. Deze kaart wordt bij de RES’en gebruikt bij de warmte transitievisies van gemeenten in ons beheergebied, bij klimaat adaptieve ontwikkeling en bij nieuwe ruimtelijke

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 39

ontwikkelingen en herstructurering van bestaand stedelijk gebied. Het waterschap neemt de regierol bij de warmte verdeling van de warmte in het Valleikanaal en betrekt daarbij de aangrenzende gemeenten.

2.3 Waar staat de regio in het realiseren van duurzame opwek op land? In januari 2023 is een kwantitatieve monitoring uitgevoerd, waarbij het nieuwe begrippenkader van het NPRES is gehanteerd. Uit deze monitoring blijkt dat ten opzichte van juli 2022 (NPRES quickscan 2022) er 1% nieuwe duurzame opwek is gerealiseerd ten aanzien van het RES-doel van 0,75TWh2. De realisatie van projecten en de aanvoer over de gehele linie verloopt trager dan initieel gedacht. Zo is de pijplijn met projecten met 1% gedaald en ontstaat er een grotere druk op het realiseren van projecten die nu als ambitie worden geduid. Het totaal aan projecten is voldoende om de doelstelling van 0,75 TWh te halen. Er zijn zelfs voldoende projecten om de ambitie van 1,0 TWh van de RES Regio Foodvalley te halen, indien al deze projecten gerealiseerd worden (zie figuur 2.1). 2

De data voor zon op dak zijn gebaseerd op verschillende bronnen, waaronder die van RVO die over 2021 gaan. Zie ook bijlage 2 voor verdere details.

Wanneer wordt gekeken naar de voortgang ten opzichte van het RES-bod van 0,75TWh, blijkt dat 79% nog gerealiseerd moet worden (zie figuur 2.2). Hiervan bevinden de meeste projecten zich in de pijplijn (60%) en dient nog 19% van het RES-bod uit de ambitieprojecten te komen. De status en voortgang van projecten in de pijplijn is onderling verschillend. Uit figuur 2.3 blijkt dat per januari 2023 ruim de helft van de initiatieven zich in het voortraject bevindt. Vergeleken met de monitoring van juli 2022 blijkt dat er enkele projecten zijn teruggevallen naar het voortraject. Deze stap terug komt met name door projecten van zon op gebouw (≥15kW), waarbij enkele projecten die wel een subsidiebeschikking hebben gekregen, niet zijn gerealiseerd. De uitsplitsing van de verwachte realisatie van de projecten in tijd, is in grafiek 2.4 opgenomen. In het geval alle nu bekende projecten worden gerealiseerd, conform de nu voorziene planning, kan het RES-bod van 0,75 TWh worden gehaald.

48%

52%

48%

48%

17%

17%

82%

10% 8%

Figuur 2.1 Status voortgang alle initiatieven RES Regio Foodvalley (basisjaar juli 2021 is 100%)

78%

12% 10%

19%

19%

60%

60%

21%

21%

Figuur 2.2 Status voortgang initiatieven ten opzichte van RES bod 0,75 TWh

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 40

+7%

+13%

Figuur 2.3 Verdeling projecten in de pijplijn

Bij dit beeld past een belangrijke kanttekening. De NPRES-systematiek schrijft voor dat bij het beoordelen van projecten rekening wordt gehouden met een zogenaamde ‘realisatiegraad’. Immers: niet alle projecten in de pijplijn zullen worden gerealiseerd. Ontwikkelaars zien af van ontwikkeling of krijgen bijvoorbeeld geen vergunning voor hun plan. Daarom hanteert NPRES bij de verschillende faseringen percentages, de realisatiegraden. Hoe verder in het proces, hoe groter de kans op slagen, hoe hoger de realisatiegraad. Met het toepassen 3

Zie de website van NPRES voor meer informatie over dit begrippenkader.

Figuur 2.4 Omvang en realisatie in de tijd van projecten in RES Regio Foodvalley

van de realisatiegraad op de bekende projectenvoorraad ontstaat een beter beeld van de verwachte realiteit. Door de toepassing van de realisatiegraad daalt het verwachte aantal gerealiseerde projecten. Wanneer deze realisatiegraden worden toegepast (groene

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 41

onderbroken lijn), lijkt de realisatie van projecten niet verder te komen dan 0,3 TWh. Om het RES-bod gestand te doen, draait alles om het realiseren van alle projecten. Extra projecten zijn dus nodig om te pijplijn te vullen. Dit wordt in figuur 2.4 gevisualiseerd door het gearceerde

gebied. De kans dat Regio Foodvalley haar doelstelling van 0.75 TWH behaald, is afhankelijk van de mate van hardheid van projecten, de mogelijkheid tot het initiëren van nieuwe projecten en het doorzettingsvermogen van alle betrokken partijen om deze projecten, van tekentafel tot vergund, gerealiseerd te krijgen, inclusief alle te overwinnen obstakels zoals netcongestie, nieuwe milieunormen en de wespendief.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 42

2.4 Welke bijdrage levert RES aan programmering van het regionale energiesysteem? Binnen de RES-samenwerking van Regio Foodvalley wordt nauw samengewerkt met alle betrokken partners, waaronder de netbeheerders. Regio Foodvalley kent een bijzondere samenwerking wat betreft netbeheer, omdat de regio – naast twee provincies – ook twee regionale netbeheerders omvat; Stedin en Liander. Deze netbeheerders werken samen aan een integraal digitaal systeem waarin de informatie over het huidige elektriciteitsnet, de toekomstige duurzame opwek projecten, toekomstige woningbouw en bedrijfsterreinen en de geplande investeringen en uitbreidingen van het elektriciteitsnet worden samengebracht. Dit is het Energie Strategie Actie Plan (ESAP). Dit systeem geeft inzicht in waar kansen en knelpunten liggen voor de aansluiting van duurzame opwek én waar slimme toepassingen (zoals Energy Hubs) kansrijk kunnen zijn. Deze samenwerking wordt verder uitgebouwd met oog op integraal programmeren.

Mede door de samenwerking in het Energieprogramma en de RES (en op initiatief van Liander) zijn de lokale overheden, beide netbeheerders en het bedrijfsleven aangehaakt om de potentie van dit systeem ten volle te benutten.

2.5 Is de realisatie van de RES verankerd in het omgevings beleid? De realisatie van projecten die bijdragen aan de duurzame opwek van energie ligt in principe bij de markt en bij particulieren, maar ook woningcorporaties en waterschappen dragen hieraan bij. De RES-partners faciliteren deze projecten en ontwikkelingen voor zover zij dit gewenst en mogelijk achten. Voor gemeenten betekent dit dat zij, met het omgevingsbeleid dat zij voeren, de in de RES voorziene acties, plannen en projecten mogelijk maken. De verankering van de (ruimtelijke) afspraken in de RES 1.0 in het omgevingsbeleid zorgt ervoor dat marktpartijen en particulieren duidelijkheid en meer juridische

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 43

zekerheid hebben over 'wat waar wel of niet kan?'. Met het oog op de tijdige realisatie van projecten, is het van belang dat de vergunningen voor grootschalige opwekprojecten (zowel wind als zon) uiterlijk op 1 januari 2025 zijn afgegeven. Deze datum is dan ook als mijlpaal opgenomen in de planning van het NPRES en is overgenomen in de RES 1.0 (zie blz. 40 RES 1.0). Vergunningverlening voor deze datum geeft de markt en particulieren voldoende tijd voor contractering en bouw van de projecten, maar ook de mogelijkheid om nog SDE++ aan te kunnen vragen. Dit betekent dat de volgende tijdslijn resteert (figuur 2.5).

2.5.1 Verankering RES in beleid van gemeenten In de RES 1.0 van Regio Foodvalley zijn de volgende strategielijnen gezamenlijk vastgesteld: • Inzet op isolatie en energiebesparing (1,5% per jaar); • Vasthouden aan de plannen die al in lokaal en provinciaal beleid zijn vastgelegd. De overheden zorgen ervoor dat een zo groot

Figuur 2.5 Tijdslijn

mogelijk deel daarvan voor 2030 gerealiseerd wordt; • Zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte: inzet op zon op dak en restgronden. Voor zonne-energie worden de uitgangspunten van lokaal beleid gebruikt, begrenzing van zon op agrarisch gebied conform huidig gemeentelijk beleid; • Voorkomen van versnippering van een groot aantal losse windlocaties en kiezen voor ontwikkeling van energieclusters, zo veel mogelijk op locaties nabij snelwegen en grote bedrijventerreinen. Het streven is om duurzame energieprojecten te ontwikkelen met minimaal

50% lokaal eigendom; • Verkennen in enkele onderzoeksgebieden welke aanvullende locaties nog meer verantwoord ontwikkeld kunnen worden. Algemeen duurzaamheidsbeleid Uit een analyse van de stukken voor de Tussenbalans van de Provincie Gelderland4 ontstaat het beeld dat veel beleidsstukken van de Foodvalley-gemeenten dateren van voor de vaststelling van RES 1.0. De aanloop naar maart 2022 en de opeenvolgende maanden stonden 4

PM: rapport Tussenbalans GLD.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 44

veelal in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen en het formuleren van de coalitieprogramma's. Enkele gemeenten hebben aangegeven dat zij voornemens zijn om het gemeentelijke beleid te herijken. Tot slot is ook van meerdere gemeenten niet duidelijk of het omgevingsbeleid voor duurzame energie opwek nader onderzocht is met een MER. Zonne-energie Bij alle gemeenten komt zon op dak naar voren als belangrijk onderdeel in de opgave en de ambitie, en dat het belangrijk is om hierop te sturen. Onderzocht wordt of bestaande subsidie-

regelingen gebruikt kunnen worden voor de realisatie van zon op parkeerplaatsen (solar carports). In de coalitie-/bestuursakkoorden komt deze focus op zon op dak ook terug: het stimuleren van zon op dak is van belang, een groot deel van de gemeenten geeft hier prioriteit aan.

opgenomen in de RES 1.0 hanteren (bijna) alle gemeenten de voorkeursvolgorde voor zonneenergie initiatieven of gebruiken zij een zogenaamde zonneladder. Een dergelijke zonneladder is nog in ontwikkeling in de gemeente Scherpenzeel.

Wat betreft zon op land sluiten de gemeentelijke beleidskaders over het algemeen goed aan bij de afspraken uit de RES 1.0. De gemeenten in de regio hanteren verschillende manieren om de ontwikkelingen in zon op land te sturen. Er zijn een paar gemeenten die specifieke zoekgebieden of denkbare locaties hebben aangewezen in het gemeentelijke beleid, zoals Ede en Wageningen. Hierin wordt ook vaak verwezen naar zogenaamde restgronden. Conform de doelstellingen en kaders van de RES 1.0 bevinden de zoekgebieden voor zon zich veelal langs grootschalige infrastructuur. De gemeente Barneveld heeft een andere aanpak: zij stuurt niet op zoekgebieden, maar hanteert een afwegingskader bij het instemmen voor de realisatie van zon op land. Zoals afgestemd en

In de RES 1.0 is aangegeven dat de realisatie van zon is gemaximeerd tot een op dat moment in beleid vastgelegde hoeveelheid. Hierbij is op te merken dat enkele gemeenten niet actief aangeven wat de maximale maatvoering van de zonne-energieprojecten is. Zon op land wordt in de coalitie-/bestuursakkoorden niet overal expliciet genoemd. De gemeente Wageningen benoemt wel de ambitie van 100 hectare zon, waarbij zorgvuldige inpassing en oog voor andere opgaven belangrijk is. Gemeente Ede geeft aan ruimte te blijven geven aan zonnevelden kleiner dan 2 hectare en ook te kijken welke eigen gronden geschikt kunnen zijn. Verder wordt de mogelijkheid voor zon in een zonnelint en/of energiecluster ook benoemd.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 45

Windenergie Zoals aangegeven bevat de RES 1.0 indicatieve zoekgebieden voor de realisatie van windenergieprojecten. Zo geeft de gemeente Wageningen aan dat er een aantal zoekgebieden is voor wind en heeft ze daar een voorkeursvolgorde voor nader onderzoek in aangeduid. Andere gemeenten, zoals Ede en Rhenen, geven aan dat alle zoekgebieden momenteel onderzocht worden of dat er na onderzoek nog maar één potentieel zoekgebied voor wind overblijft. Wat betreft locatie zijn veel van deze zoekgebieden gesitueerd langs de snelwegen of bij grote bedrijventerreinen. De gemeente Renswoude heeft aangegeven geen uitvoering te geven aan de realisatie van windenergie. Het in de RES 1.0 opgenomen zoekgebied is niet verder onderzocht of verankerd in het omgevingsbeleid. Ook zijn bij enkele gemeenten in de vaststelling van de RES 1.0 enkele aanvullende vereisten ten aanzien van windenergieprojecten meegegeven. Een daarvan is de maximale hoogte van een

windturbine. De vereisten hieromtrent verschillen bij enkele gemeenten. Een tweetal gemeenten – Veenendaal en Renswoude – geeft alleen ruimte aan erfmolens of is voornemens om dit te doen. De gemeente Scherpenzeel en Barneveld geven aan dat de maximale ashoogte 150 meter is. De gemeente Ede geeft in haar beleid aan dat nieuwe windturbines zo veel mogelijk aan moeten sluiten bij bestaande windturbines. De gemeente Nijkerk is momenteel bezig met beleidsvorming voor grote windturbines. Hieruit kunnen aanvullende of afwijkende vereisten voortkomen. In de coalitie-/bestuursakkoorden zijn de geluiden rondom wind wat terughoudender: meerdere gemeenten (Barneveld, Ede, Nijkerk) geven aan dat zij behoefte hebben aan meer onderzoek naar de gevolgen van windturbines en bijbehorende milieunormen. Zij willen aansluiten bij de resultaten van het plan-MER dat op het moment van schrijven door de Rijksoverheid wordt uitgevoerd. De gemeenten Renswoude en Scherpenzeel hebben in de

coalitieakkoorden opgenomen dat zij niet voornemens zijn om medewerking te verlenen aan de realisatie van windturbines, waarbij de gemeente Scherpenzeel ook aangeeft dat hiermee de zoeklocatie zoals opgenomen in de RES 1.0 voor wind vervalt. Dit is een aandachtspunt voor het behalen van de afspraken van RES 1.0. Er zijn ook gemeenten die aangeven juist verder te willen met wind: van het verder verkennen van mogelijke windlocaties (Ede) tot de ambitie om 3 windturbines te realiseren (Wageningen). De gemeente Ede heeft voorbereidingen getroffen voor een plan-MER-procedure voor locaties voor windenergieprojecten. Deze procedure is uitgesteld vanwege de toekomstige aanpassing van de Rijksnormen en de plan-MERprocedures van de provincie Gelderland voor haar windbeleid en de wespendief. In de gemeente Barneveld zijn concrete stappen gezet naar een vergunningaanvraag voor een windenergieproject. Dit proces heeft, mede vanwege de ontwikkelingen rondom de

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 46

wespendief, nog niet tot vergunningaanvraag geleid.

een

formele

De gemeenten Rhenen en Wageningen zijn gezamenlijk aan het onderzoeken in hoeverre de realisatie van windenergieprojecten mogelijk is in het gebied tussen deze gemeenten. Onderzocht wordt welke stappen voor de gemeenten mogelijk zijn, mede lettende op de ontwikkelingen ten aanzien van netcongestie en de wespendief. Dit heeft nog niet tot een concrete verankering in het omgevingsbeleid geleid. De provincies Utrecht en Gelderland zijn beide (separaat) een MER-procedure gestart, waarin de effecten van windenergiegebieden worden onderzocht. Gelderland onderzoekt ook de effecten van warmte, elektriciteitsnetwerk en bovenlokale warmtebronnen in haar plan-MER. Deze procedures zijn ingezet om de (publiekrechtelijke) voortgang van windenergieprojecten in de RES-regio’s te borgen dan wel te versnellen. Dit naast het doel om een betere

verhouding van zon en wind in de duurzame opwek te realiseren. De beleidslijn Windenergie van provincie Gelderland wordt geactualiseerd. Het windbeleid wordt in lijn gebracht met de in de RES opgenomen locaties voor windenergie. Provincie Gelderland geeft daarbij aan dat de RES onder andere hiervoor, maar ook voor zon, nog concreter gemaakt kan worden. Tevens moet gekeken worden naar de samenhang tussen wind, zon en het elektriciteitsnetwerk. Hiervoor én voor het windbeleid wordt een plan-MER opgesteld. Daarnaast is provincie Gelderland bezig met een actualisatievoorstel van de Omgevingsverordening voor onder andere het concretiseren van de RES. De provincie Utrecht heeft in juli 2022 een tussenbalans opgesteld. Deze tussenbalans monitort of de plannen van de drie Utrechtse RES regio’s voldoende robuust zijn, voldoende richting realisatie gaan en of de balans tussen zonne- en windenergie voldoende is. De conclusie van de provincie is dat in de hele provincie Utrecht onvoldoende voortgang wordt

geboekt om binnen de provincie 1 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken met windturbines. Na een oproep aan gemeenten om extra windenergie mogelijk te maken, heeft de provincie begin 2023 besloten een plan-MER op te gaan stellen. Met deze plan-MER wil de provincie 93 mogelijke windlocaties onderzoeken, waarvan vier locaties geheel of gedeeltelijk in Regio Foodvalley. Voorafgaand aan de daadwerkelijke start van de plan-MER heeft de provincie een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en een participatieplan in procedure gebracht. In deze documenten is aangegeven hoe de onderzoeken voor de plan-MER worden uitgevoerd. Naar verwachting is eind 2023 de plan-MER inhoudelijk afgerond waarna de besluitvorming over de voorkeurlocaties voor windturbines op basis van de plan-MER plaatsvindt.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 47

2.6 Wat is de voortgang in participatie? In het proces voorafgaand aan de vaststelling heeft het burgerforum op meerdere momenten input geleverd op de inhoud van de RES 1.0. Dit is ook expliciet opgenomen in de RES 1.0. Het burgerforum gaf expliciet mee aan bestuurders om een visie te hanteren die de termijn van vier jaar overstijgt. Meegegeven werd dat heikele punten besproken moeten worden en niet verdoezeld. ‘Ga nu over tot het nemen van maatregelen, maar kijk ook naar de periode ná 2030 en zorg voor een financieel aantrekkelijk handelingsperspectief voor het uitvoeren van de doelstellingen’. Dit burgerforum is in de tijd tussen de RES 1.0 en dit voortgangsdocument niet meer bijeengekomen en heeft geen input geleverd ten aanzien van de uitwerking en voortgang van de RES 1.0.

2.6.1 RES Partners en gemeentelijke aanpak

2.6.2 Projectparticipatie

Vermeldenswaardig is dat de meeste RESpartners zitting hebben in de stuurgroep van de RES-regio. Er is een onderscheid gemaakt tussen de behandeling van inhoudelijke RESonderwerpen en de behandeling van onderwerpen die de publieke zaak betreffen. Naast de Raad van Uitvoering, waarin elke RES-partner zitting heeft, is er tevens een separaat overleg ingevoerd voor de publieke bestuurders. Deze twee overleggremia maken gezamenlijk het Energieprogramma/RES stuurgroep Regio Foodvalley.

Uit een inventarisatie van de gemeenten blijkt dat het lastig is om invulling te geven aan het streven om duurzame opwek projecten uit te voeren met minimaal 50% lokaal eigendom. De wijze waarop zich dit doorvertaalt in een concreet project, is voor verschillende gemeenten een zoektocht gebleken. Wanneer een project concreet wordt, stapelen verschillende vereisten zich op. Vervolgens blijkt dat het naleven van deze vereisten inbreuk doet op de haalbaarheid van het project en de 50% lokaal eigendom-eis speelt hierbij een significante rol.

Tijdens de uitwerking van de RES is vanuit gemeenten aangegeven om de participatie en communicatie zowel gemeentelijk als projectspecifiek aan te willen pakken. Hierin wordt uiteraard gebruik gemaakt van de bronnen en informatie die via NPRES en de regio wordt opgedaan en ontsloten. De organisatie van jaarlijkse stakeholderbijeenkomsten voor de RES en het opstellen van algemene raadsinformatiebrieven dragen bij aan deze samenwerking.

2.7 Invulling en resultaten communicatie Vanuit de RES-regio wordt gecommuniceerd naar gemeenten en provincies. Communicatie omtrent verankering in omgevingsbeleid en concrete projecten wordt, conform afspraak, overgelaten aan de verschillende gemeenten.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 48

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 49

3

Vooruitblik VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 50

3.1 Het RES-bod In de RES 1.0 is afgesproken om in 2030 gezamenlijk 0,75 TWh aan energie duurzaam op te wekken. Uit de voortgang blijkt dat er verschillende projecten voor duurzame opwek gerealiseerd zijn, maar dat de voortgang niet snel gaat. Het RES-bod heeft nooit ter discussie gestaan. Er zijn aanvullende stappen en acties nodig om het gezamenlijk vastgestelde én gezamenlijk gedragen bod tijdig te kunnen realiseren.

3.1.1 Aanwijzing ontwikkellocaties In de RES 1.0 zijn (indicatieve) zoekgebieden voor windenergie opgenomen. Het is van belang om op korte termijn duidelijkheid te hebben over de locaties waar gemeenten aan de ontwikkeling van windenergie willen meewerken. Het bevoegde gezag kan aangeven dat zij planologische medewerking willen verlenen aan concrete initiatieven. In de vergunningsprocedure wordt vervolgens zowel een plan- als een project-MER uitgevoerd. Dit betekent dat zowel

de afweging tot het gebied als de exacte locatie waar windenergie zal worden gerealiseerd, wordt onderbouwd in het kader van de vergunningaanvraag en -verlening.

3.1.2. Ontwikkelstrategie Ten behoeve van de voortgang, maar ook ten behoeve van de mate van regie, is het van belang dat gemeenten een ontwikkelstrategie kiezen. Dit kan meer faciliterend (uitnodigingsplanologie) of meer actief worden ingevuld door bijvoorbeeld als gemeente zelf de planontwikkeling van projecten uit te voeren en het vervolg met behulp van een tender te realiseren (in lijn met aanpak offshore wind en Rijkswaterstaat bij zon en wind op land).

3.1.3 Vergunningverlening Voor het verlenen van de voor de realisatie benodigde vergunningen moeten formele procedures worden doorlopen, die verschillend zijn per ‘modaliteit’. In principe zijn de Provinciale Staten bevoegd voor het vaststellen van plannen voor het mogelijk

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 51

maken van windturbines van (gezamenlijk) meer dan 5 MW (als de Energiewet in werking treedt, wordt dit 15 MW). Gedeputeerde Staten zijn dan formeel het bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunningen. Via het Klimaatakkoord en het NPRES is afgesproken dat de gemeenten nu bepalend zijn (bevoegd gezag), en dat de planvorming in regionale afstemming plaatsvindt. Voor zon op veld volstaat veelal een Omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. De gemeente is hiervoor aan zet. Het is vaak nodig om het bestemmingsplan te wijzigen. Ook kan het noodzakelijk zijn om een ontheffing (soortbescherming) te verlenen in het kader van de Wet Natuurbescherming. Een Wnb-vergunning (gebiedsbescherming) is nodig als er sprake is van stikstofdepositie en gebruik van externe saldering. Hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. Voor de realisatie van zon op dak is veelal geen Omgevingsvergunning noodzakelijk.

3.2 Inhoudelijke issues t.a.v. vergunningverlening en realisatie 3.2.1 Netaansluiting Er is sprake van netcongestie, waardoor op het moment geen (volledig) transport van de opgewekte energie kan plaatsvinden door de netbeheerders. Een dergelijke beperking in de zekerheid van afname is van grote invloed op de haalbaarheid van een project. Om tot ontwikkeling te komen, is zekerheid van afname nodig, omdat dit een voorwaarde is om SDE++ aan te kunnen vragen. De regionale netbeheerders hebben aangegeven dat er met name capaciteitsproblemen zijn op het hoogspanningsnet van TenneT. Oplossingsrichting De oplossingsrichting wordt gezocht in het bieden van (ruimtelijke) mogelijkheden voor het uitbreiden/verzwaren van het elektriciteitsnet van TenneT. Hierin is van belang om te onderzoeken op welke momenten zekerheid gegeven kan

worden aan projecten dat er een (bepaalde omvang van) netcapaciteit voor hen beschikbaar komt. Zodra deze zekerheid er is, kunnen vervolgstappen gezet worden in het ontwikkeltraject. Daarnaast wordt ingezet op het Actieplan Netcongestie. Dit plan leunt op de volgende stappen: • Versnellen netuitbreiding • Programmeren en prioriteren • Werken aan alternatieve oplossingen: • Vergroten flexibele capaciteit • Slimme oplossingen, waaronder: • vraag en aanbod bij elkaar brengen • inzet van zogeheten Smart Energy Hubs Er wordt voor projecten met een relatief geringere opwek gekeken in hoeverre een ‘Smart Energy Hub’ uitkomst kan bieden om energieprojecten alsnog gerealiseerd te krijgen. Dit betekent het net beter benutten en een andere manier van denken ten aanzien van het (lokale) energiesysteem. Regio Foodvalley speelt hierin een faciliterende rol, door aanwezige expertise bij elkaar te brengen en ter beschikking te stellen.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 52

3.2.2 Wespendief Voor de realisatie van windenergie in de nabijheid van de Veluwe is een vergunning nodig in het kader van de Wet Natuurbescherming. Er is echter geen zicht op het verkrijgen van een dergelijke vergunning omdat de staat van instandhouding van de wespendief in het Natura2000-gebied slecht is en er onvoldoende broedparen aanwezig zijn. Windturbines binnen een afstand van 1 tot 8 kilometer resulteren in een kans op aanvaring van deze wespendief, waardoor de kans op significante effecten niet is uit te sluiten. Er zijn tot op heden geen passende mitigerende maatregelen voorhanden en het doorlopen van een ADC-toets5 lijkt niet opportuun. Oplossingsrichting In samenwerking met de provincie Gelderland wordt naar een oplossing gezocht. In december 2022 heeft de provincie het handelingsperspectief gepresenteerd. Er zijn momenteel geen (juridisch) toepasbare mitigerende maatregelen voorhanden. Voor het realiseren van het RES-bod voor 2030 lijken de gebieden binnen de 1 – 8 km zone

rondom de Veluwe dan ook niet haalbaar, buiten een tweetal projecten om. Initiatiefnemers moeten gezamenlijk met de provincie naar oplossingen zoeken voor de toepasbaarheid van deze gebieden ná 2030.

3.2.3 Nevele arrest Door een uitspraak van de Raad van State is het Activiteitenbesluit voor wat betreft windturbines buiten werking verklaard. De Raad van State gaf 5

Een ADC-toets is een juridisch instrument om te kijken of

er

Alternatieven,

Dwingende

redenen

van

openbaar belang en Compenserende maatregelen zijn

ten

aanzien

van

de

mogelijk

optredende

significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Als er geen alternatieven zijn, een dwingende reden van openbaar belang is en er voldoende compenserende maatregelen gerealiseerd kunnen worden, kan de Wnb-vergunning afgegeven worden. Het is echter niet aannemelijk dat de realisatie van de windturbines binnen 8 kilometer van de

Veluwe

deze

toets

zal

vergunningverlening als resultaat.

doorstaan

aan dat er voor de vaststelling van het besluit een plan-MER uitgevoerd had moeten worden, wat destijds niet is gedaan. Goed om op te merken is dat de Raad van State zich niet heeft uitgelaten over de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Deze zijn niet inhoudelijk getoetst. Op Rijksniveau wordt momenteel het benodigde plan-MER uitgevoerd voor vaststelling van het Activiteitenbesluit. Welke normen gehanteerd worden, is vooralsnog onduidelijk. Aangegeven is dat voor de zomer van 2023 hier meer duidelijkheid over is.

met

Oplossingsrichting De Raad van State heeft in haar uitspraak aangegeven dat het bevoegde gezag wel zelf een normering mag vaststellen, mits deze normen zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Om deze weg in te slaan, is het van belang om (juridisch) onderzoek te plegen naar een volgtijdelijkheid in wet- en regelgeving en welke impact (het onderzoeken van) een met het Rijk afwijkende norm kan

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 53

hebben. Is het bijvoorbeeld mogelijk om (vlak voor ontwerpbesluit) aan te haken op een dan beschikbaar zijnde norm van Rijkswege? Regio Foodvalley fungeert hierin als kennisbank en bundelt eventuele kennisvragen om zo gericht en efficiënt (juridische) ondersteuning te verkrijgen.

3.3 RES in het regionale energiesysteem Zoals eerder aangegeven, wordt in Regio Foodvalley gebruik gemaakt van het Energie Strategie Actie Plan (ESAP). Voor onze regio is deze toepassing bijzonder, omdat hier een vergaande samenwerking in plaatsvindt tussen de beide netbeheerders: Liander en Stedin. Dit systeem geeft bestuurders de mogelijkheid om met inzicht in de nu (en in de toekomst) beschikbare capaciteiten én voorziene vraag beslissingen te nemen die (gaan) passen binnen het energiesysteem. De netbeheerders Liander en Stedin hebben de netimpact voor de huidige RES-restopgave berekend en samengevat in de netimpactrapportage. Deze komt op grote lijnen overeen met de netimpactrapportage van de RES 1.0. De doorrekening laat zien dat de RES zorgt voor knelpunten op 8 stations in Regio Foodvalley. Daarnaast zullen ontwikkelingen die zorgen voor een stijging van de vraag naar stroom zorgen voor 2 aanvullende stationsknelpunten.

De regionale netbeheerders werken, ondanks de ‘TenneT schaarste’, hard door om de transportcapaciteit op de eigen netten uit te breiden. Echter, de realisatiedatum van de netuitbreidingen is in veel gevallen onzeker. De beperkte beschikbare maakcapaciteit (technisch personeel) en tekort aan materialen zet de doorlooptijd onder druk. Dit speelt niet alleen in Foodvalley maar is overal in Nederland relevant. Daarnaast is het tijdig verkrijgen van bouwgrond en bijbehorende vergunningen belangrijk om het gebied van extra aansluitvermogen te kunnen voorzien. Aanvullend zorgt de inzet van de regio op zon op dak voor extra knelpunten op het midden- en laagspanningsnet. Eerder gaven de netbeheerders in de RES 1.0 al een winstwaarschuwing af voor de realisatiekans van het zon op dak gedeelte van het bod. Dit alles vraagt extra inzet en samenwerking in de regio, zowel voor het realiseren van de grote en kleinere bouwblokken van het elektriciteitsnet. Deze samenwerking krijgt vorm in het ESAP, het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 54

Energie en Klimaat en het Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS).

3.3.1 Rol van warmte in het energiesysteem. In Regio Foodvalley hebben alle gemeenten de Transitievisie Warmte vastgesteld. Met deze lokale TVW’s kan een regionaal overzicht gemaakt worden om zo ook de Regionale Structuur Warmte te actualiseren. Hierin wordt onder meer bepaald hoe ervoor gezorgd gaat worden dat de boven-gemeentelijke bronnen optimaal worden benut. Restwarmte van Parenco, het gebruik van aquathermie (TEO) uit het Valleikanaal en de potentie van geothermie binnen Regio Foodvalley zijn hier voorbeelden van. Dit betreft een warmtebron-gedreven analyse welke wordt aangevuld met een onderzoek naar de toekomstige warmtevraag binnen de regio. De TVW's bieden hiertoe een eerste beeld. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, is er inmiddels beschikking over kaartmateriaal met betrekking tot de beschikbaarheid van warmte uit

verschillende boven-gemeentelijke bronnen. Daarnaast komen er steeds meer ondersteunende voorzieningen en kaderstellende wet- en regelgeving vanuit het Rijk en de provincie. Er is echter ook nog een aantal grote uitdagingen te overwinnen waarvan de problematiek rondom netcapaciteit een aanzienlijke is. Op basis van de analyse van bekende warmtebronnen is de warmtetransitie in veel gemeenten vooral een lokale aangelegenheid. Zeker de stap in het verminderen van de warmtevraag gebeurt lokaal door woningeigenaren. Op regionale schaal zit de kracht van samenwerking op dit onderwerp vooral op kennisdeling in technieken, financiering, aanpakken etc. Gezien de opgave om de gebouwde omgeving aardgasloos te verwarmen, zetten diverse partners in op een versnelling van de warmtetransitie. Daarbij zien Rijk en provincies een meer coördinerende rol voor de regio. Hiervoor is het nodig om op regionale schaal inzicht te krijgen en houden op de voortgang. De belangrijke onderwerpen hierin zijn de regionale warmtevraag, -aanbod en geografische -verdeling; de effecten op het energiesysteem;

impact op de leefomgeving; maatschappelijke betrokkenheid; kansen en risico's. Indicatoren waaraan gedacht kan worden, zijn onder meer: CO2-uitstoot als gevolg van verwarming; het aantal huizen dat van het gasnet is afgekoppeld; het aantal huizen dat degelijk (label b-c) geïsoleerd is; de warmtevraag die wordt bediend met aardgas en de warmtevraag die wordt bediend met hernieuwbare bronnen. Globale kwantitatieve doelen en een planning om hiertoe te komen, kunnen hier vervolgens mee ontwikkeld worden. Zodoende kan er op ieder moment bepaald worden waar de regio staat in de warmtetransitie en of we op schema lopen om 55% CO2-reductie te behalen in 2030 en een aardgasloze gebouwde omgeving in 2050. Er wordt verwacht dat het Besluit Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie op basis van de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie hierbij een belangrijke rol gaat spelen. In kennisdeling speelt de regio, samen met provincies, een actieve rol. Geleerde lessen binnen

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 55

een pilot moeten zo snel mogelijk op zo veel mogelijk plaatsen meegenomen worden in de nieuwe plannen. Nieuw ontwikkelde tools dienen zo snel mogelijk bruikbaar te zijn voor de plannenmakers en ook reeds beschikbare kennis dient zo snel mogelijk onder de aandacht te komen voor nieuwe initiatieven en projecten. Sinds begin dit jaar is het NPLW (nationaal programma lokale warmtetransitie gestart. Dit gaat gemeenten en regio's ondersteunen bij de landelijke opgave om in 2030 1,5 miljoen gebouwen te hebben verduurzaamd en/of van het aardgas af.

3.4 RES in de leefomgeving Regio Foodvalley streeft naar het ontwikkelen van een integrale bestuurstafel, waarin de ruimtelijke opgaven en aanzien van het landelijk gebied, de woningbouwopgave en de energietransitie gezamenlijk worden geadresseerd. Hierbij is de woningbouwopgave het leidende onderwerp. Dit is in lijn met de Strategische Agenda Regio Foodvalley.

3.5 Democratisch proces en betrokkenheid inwoners In basis worden de besluiten genomen door de bevoegde gezagen: nu veelal de gemeenten. Ook de participatie rondom concrete projecten wordt gevoerd en aangestuurd vanuit gemeenten of de particuliere initiatiefnemers. De beide provincies in Regio Foodvalley zijn een plan-MER-proces gestart om het beleid ten aanzien van windenergie te herijken dan wel voorkeurslocaties aan te wijzen. In deze processen worden zowel de RES-stakeholders, als ook de inwoners betrokken.

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 56

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 57

4

Conclusie VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 58

4.1 Hoe staan we ervoor? De wijze waarop wij onze energie gebruiken, transporteren en opwekken, gaat de komende decennia volledig veranderen. Het bevatten van de omvang van deze exercitie kost veel voorbereiding. Immers, er is inzicht nodig in hetgeen op ons afkomt om het ook navolgbaar uit te kunnen leggen aan iedereen die het aangaat: alle inwoners van elke gemeente. In Regio Foodvalley, tussen de gemeenten en met de RES-partners, wordt veel werk en afstemming verricht wat veelal ‘achter de schermen’ plaatsvindt. Deze afstemming richt zich op een zoektocht naar een gezamenlijk gedragen oplossing en denkrichting waarheen deze energietransitie zich (ruimtelijk) gaat bewegen. De energietransitie is niet een eenduidig en tastbaar issue, waarvoor een overzichtelijk antwoord geformuleerd kan worden. Het is een zoektocht die we met elkaar zijn aangegaan en waarin we stapsgewijs vooruitgaan én die uiteindelijk moet slagen. Er is geen plan B. Van alle stappen die genomen

moeten worden, is de realisatie van duurzame energieopwek er één. In het Energieprogramma/RES Regio Foodvalley is het RES-bod gedaan met de afspraak om 0,75 TWh hernieuwbare energie op te wekken. Zoals in paragraaf 2.3 is benoemd, kan - in het geval alle nu bekende projecten worden gerealiseerd, conform de nu voorziene planning - het RES-bod van 0,75 TWh worden gehaald. Bij dit beeld past de kanttekening dat - met het toepassen van de NPRES-systematiek - het de verwachting is dat actieve sturing op het doorgaan van projecten en het initiëren van nieuwe projecten noodzakelijk is. De kans dat Regio Foodvalley haar doelstelling van 0.75 TWH behaald, is afhankelijk van de mate van hardheid van projecten, de mogelijkheid tot het initiëren van nieuwe projecten en het doorzettingsvermogen van alle betrokken partijen om deze projecten, van tekentafel tot vergund, gerealiseerd te krijgen, inclusief alle te overwinnen obstakels zoals netcongestie, nieuwe milieunormen en de wespendief. De afgelopen

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 59

periode is vanuit meerdere kanten en door diverse stakeholders te kennen gegeven dat men bezorgd is over de voortgang en over de omvang van duurzame opwekprojecten ‘in de pijplijn’.

4.2 Wat moeten we doen? Om de doelstelling van 0,75TWh aan gerealiseerde duurzame opwek in 2030 te halen, is meer nodig. Méér in de zin van het aantal projecten, als ook in de zin van het ruimtelijk verankeren van deze projecten. Er zijn nog veel projecten in het stadium waarin het zeer onzeker is of het project ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Het is van belang om nieuwe projecten aan te wijzen en alle projecten verder te trekken in de ontwikkeling van een idee naar een concreet en realiseerbaar project. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat op 1 januari 2025 het bod geconcretiseerd is en geborgd in ruimtelijke plannen. Als het gaat over grootschalige opwek maken zowel de provincie Utrecht als Gelderland zich op om meer regie te gaan

voeren om de regionale energiedoelstellingen te halen. Voor de betrokken gemeenten is er nog steeds ruimte om zelf verantwoordelijkheid te pakken en, zodoende, zelf aan het stuur te blijven waar het gaat over grootschalige opwek. Met het oog op vergunningverlening op uiterlijk 1 januari 2025 begint de tijd echter wel te dringen. Daarnaast is het van belang de warmtetransitie de ruimte en aandacht te geven die het nodig heeft om van de grond te komen. De regio kan hierbij van belang zijn om enerzijds de gemeenten en andere lokale partijen in staat te stellen om de grote taak die met de voorgenomen nieuwe wetgeving6 op hen afkomt, het hoofd te bieden. Anderzijds om de beperkte boven-gemeentelijke warmtebronnen zo effectief mogelijk in te gaan zetten en zo efficiënt mogelijk om te gaan met de beschikbare netcapaciteit. Hierin wordt de gemeenten een actieve rol toegedicht en ook woningcorporaties spelen een sleutelrol in het 6

Zie het voornemen van de minister voor Klimaat aangaande de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen.

slagen van deze transitie. Naast de opwek is er reeds het besef dat er nadrukkelijk ingezet moet worden op energiebesparing (onder andere door middel van isolatiemaatregelen). Dit is niet alleen van belang voor het behalen van de doelstellingen om in 2030 gezamenlijk 15% energiebesparing te realiseren, maar ook om energiearmoede een halt toe te roepen en terug te dringen. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen en aandacht van belang.

4.3 Hoe gaan we dat doen? Ten eerste zijn er aanvullende projecten voor duurzame opwek van energie nodig. Door met hernieuwde kennis en in een nieuwe context gezamenlijk te kijken naar de potentie en haalbaarheid van deze projecten, kan het aantal projecten worden aangevuld. Voor het verder brengen van duurzame opwekprojecten is het van belang de gesignaleerde issues aan te pakken. Meer samenwerking is hier van belang. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het meer investeren in

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 60

kennisdeling en het faciliteren van groot-schalige opwek door ondernemers in smart energy hubs. Alleen als we onze krachten beter bundelen, kunnen we kennis en capaciteit bij elkaar brengen om op een gezamenlijk gedragen weg oplossingen te vinden voor de problemen die optreden door netcongestie, aanvaringsslachtoffers onder wespendieven, geluid- en slagschaduwnormen, constructiebeperkingen voor zon op dak, enzovoorts. De warmtetransitie krijgt de aandacht die het nodig heeft. Dit betekent een volgende stap in de Transitievisies Warmte. We gaan gezamenlijk kijken waar collectieve warmteoplossingen gewenst zijn en op welke wijze de gemeenten dit organisatorisch willen gaan inrichten. Dit met het oog op de komende wetswijziging. Een geactualiseerde Regionale Structuur Warmte kan als de basis dienen voor het bepalen en het waarborgen van de voortgang van de warmtetransitie in al haar facetten. Dit kan ook dienen als basis bij het bepalen van het gebruik

en de verdeling van de boven-gemeentelijke warmtebronnen. Door middel van de regionale samenwerking zal nieuwe kennis en inzichten, onder meer over de nieuwe wet- en regelgeving, worden gedeeld binnen de regio, wat alle partners binnen de regio meer kennis oplevert en effectiever zal maken. Naast opwek gaan we de doelstelling ten aanzien van energiebesparing operationaliseren zodat deze meetbaar wordt. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met autonome groei (zoals in bedrijvigheid, woningen en inwoners) en verandering in gebruik van energiedragers. Dit krijgt onder andere vorm in een traject waarin de opgaven voor het landelijke gebied (NPLG), de verstedelijkingsopgave en het energieprogramma integraal worden aangepakt.

Oftewel: Samen vooruit!

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 61

Bijlagen

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 62

Bijlage 1: Actuele ontwikkelingen van boven-gemeentelijke duurzame warmtebronnen Voor geothermie is inmiddels het potentieel voor zowel provincie Gelderland als Utrecht in kaart gebracht. Gelderland: (Witteveen+Bos & PanTerra, 2022) in de Warmteatlas; Utrecht: Statenbrief 2022MM05-01. Met deze informatie is het niet meteen een toepasbare warmtebron, maar deze informatie onderstreept het belang van bovenlokale keuzes en samenwerking. Daarbij wordt op dit moment nog gekeken naar het Gelderse ontwikkelprogramma, waar ook het bedrijfsleven bij is betrokken en er wordt gewacht op de initiëring en de resultaten van een mogelijke onderzoeksboring in de omgeving van Veenendaal, Renswoude of Ede. Naar verwachting zal EBN dit laatste in 2024 uit gaan

voeren. Informatieavonden voor inwoners hebben al plaatsgevonden. Daarnaast bestaat de wens voor een onderzoeksboring voor ultradiepe geothermie om de haalbaarheid van duurzame warmte voor ondermeer papierfabriek Smurfit Kappa Parenco (Renkum) te onderzoeken. Het in de toekomst afnemen van (U)DG van de locatie SK-Parenco wordt de komende tijd verder onderzocht. Dit perspectief is ook kansrijker geworden omdat de locatie SKParenco als 1 van de 2 locaties is overgebleven voor een mogelijke garantstelling van EZK voor een proefboring. Verwacht wordt dat in 2023 hier meer duidelijkheid over komt. Op het gebied van bovenlokale restwarmte is er de afgelopen jaren gewerkt aan een scenario voor het uitkoppelen van restwarmte van Smurfit Kappa Parenco (Renkum) richting Wageningen

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 63

als voorloper voor een mogelijk toekomstige Diepe of Ultra Diepe Geothermie ((U)DG) bron op die locatie. Dit scenario is uitgewerkt tot een toetsbaar plan. Voor de lokale warmtevragers zaten er echter nog te veel onzekerheden in dit scenario waardoor begin 2022 is besloten het proces te stoppen. Ook voor aquathermie is er inmiddels een potentiekaart voorhanden. Deze geeft onder meer het potentieel weer voor winning van thermische energie uit afvalwater en uit oppervlaktewater voor onder meer de plaatsen langs de Lunterse beek en het Valleikanaal. De potentiekaart wordt nog niet actief gebruikt, maar in samenwerking met waterschap Vallei en Veluwe en RES Regio Amersfoort wordt er wel gewerkt aan een verkenning naar het gebruik van warmte uit het Valleikanaal.

Bijlage 2: Resultaten Samenwerkende Energieloketten Foodvalley (SEF) Bron: SEF (Samenwerkende Energieloketten Foodvalley)

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 64

VOORTGANGSDOCUMENT REGIO FOODVALLEY | 65

Voortgangsdocument ten behoeve van monitoring RES Regio Foodvalley

RES Regio Foodvalley Bezoekadres: Raadhuisstraat 117 6711 DS Ede Website: resfoodvalley.nl mei 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13111329/1