Jaarrekening Woningbedrijf 2020
Tekst van het document
Jaarrekening 2020
14 sociale huurwoningen en 6 vrije sector huurwoningen Beekweide fase 8
Kengetallen 2020
2019
2018
2017
2016
Woningen Garages/parkeerplaatsen Standplaats woonwagens Verpleeghuisplaatsen
388 9 2 8
373 9 2 8
334 0 2 8
360 2 3 8
340 2 3 8
Totaal
407
392
344
373
330
187.152 206.740
168.613 187.713
188.723 210.101
162.401 180.797
127.326 191.493
20 0 5 0 0
45 0 6 0 0
0 0 3 23 0
20 0 0 0 0
0 0 5 0 0
Dagelijks onderhoud Planmatig onderhoud
954 2.303
554 -239
14 0
1.324 2.537
889 1.450
Totaal onderhoud
3.258
315
14
3.861
2.339
0,70% 3,88%
0,73% 3,84%
0,90% 2,16%
0,83% 4,37%
1,43% 1,98%
14,62
13,15
18,83
14,80
9,98
Gegevens woningbezit Aantal verhuureenheden
Verz. waarde per woning WOZ waarde per woning Mutaties woningbezit Aantal opgeleverd Aantal aangekocht Aantal verkocht Aantal gesloopt Aantal in aanbouw Onderhoud per woning
Verhuur woningen Huurachterstand Huurderving Financieel Solvabiliteit
2/21
2020
2019
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Onroerende zaken in exploitatie Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
6.1 6.1.1
27.050.590
6.1.2
8.481
24.157.522 11.944 27.059.072
Financiële vaste activa Te vorderen BWS-subsidies Overige
6.2 6.2.1 6.2.2
Vlottende activa Voorraden
6.3
Vorderingen Huurdebiteuren Gemeente Overige vorderingen Overlopende activa
6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4
Liquide middelen
0 4.892.838
0 4.418.852 4.892.838
4.418.852
-35.000
703.068
7.851 2.152.977 144.129 575
6.5
Totaal
24.169.466
6.333 8.949.527 143.461 575 2.305.533
9.099.896
-987.934
-5.069.038
33.234.507
33.322.245
PASSIVA
Eigen vermogen Overige reserves
6.6 6.6.1
4.857.929
4.382.504 4.857.929
4.382.504
6.7
0
0
Voorzieningen 6.8 Voorziening onrendabele investeringen
0
0
Egalisatierekening
Langlopende schulden Leningen gemeente Waarborgsommen
6.9 6.9.1 6.9.2
27.024.064 34.908
24.872.528 36.348 27.058.972
Kortlopende schulden Schulden aan gemeente Schulden aan leveranciers Overlopende passiva
Totaal
6.10 6.10.1 6.10.2 6.10.3
1.092.619 59.593 165.393
24.908.876
2.355.777 1.266.284 408.805 1.317.606
4.030.865
33.234.507
33.322.245
3/21
Winst- en-verliesrekening over 2020 2020 Bedrijfsopbrengsten Huren Vergoedingen Overheidsbijdragen Verkoopopbrengsten
7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3
2019
2.568.804 44.591 0 1.098.893
2.258.332 41.441 0 1.387.266 3.712.288
Bedrijfslasten Afschrijvingen op materiële vaste activa Overige waardeveranderingen materiële vaste activa Lasten onderhoud Overige bedrijfslasten
7.2 7.2.1
611.251
450.905
7.2.2 7.2.3 7.2.4
-16.107 1.394.969 944.631
80.747 515.256 790.178
Bedrijfsresultaat
Financiële baten en lasten Rentebaten Rentelasten
3.687.039
7.3 7.3.1 7.3.2
-2.934.744
-1.837.085
777.543
1.849.954
0 -302.118
0 -154.675 -302.118
-154.675
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
475.425
1.695.279
Resultaat
475.425
1.695.279
4/21
1
Algemene toelichting
3.1
Activiteiten
Woningbedrijf Renswoude is onderdeel van de gemeente als gemeentelijk woningbedrijf. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen. De vestigingsplaats is Renswoude.
3.2
Regelgeving
Woningbedrijf Renswoude is geen toegelaten instelling volkshuisvesting zoals geformuleerd in het Besluit beheer sociale huursector, echter heeft Woningbedrijf Renswoude wel de karakteristieken van een toegelaten instelling. Derhalve is de jaarrekening zoveel mogelijk geënt op de verslaggevingsvereisten voor toegelaten instellingen als in het Besluit beheer sociale huursector. Per 1 juli 2015 is het BBSH opgenomen in de Woningwet. De jaarverslaggeving door toegelaten instellingen volkshuisvesting dient te voldoen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het Besluit beheer sociale huursector. In dit besluit wordt BW2 Titel 9 voorgeschreven behoudens enkele uitzonderingen van specifieke aard. Voor verslagjaren vanaf 2005 is door de Raad voor de Jaarverslaggeving de definitieve Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting uitgegeven. In deze richtlijn zijn onder meer specifieke modellen voor de balans en de winst-en-verliesrekening opgenomen en zijn voor de sector specifieke presentatie, waarderings- en verslaggevingsvoorschriften geformuleerd.
5/21
2
Grondslagen voor waardering activa en passiva
4.1
Algemeen
4.1.1
Vergelijking met voorgaand jaar
Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of de vervaardigingsprijs. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst-en-verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd. 4.1.2
Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van voorgaand jaar.
4.2
Materiële vaste activa
4.2.1.
Onroerende en roerende zaken in exploitatie
De oorspronkelijke investeringen in complexen worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve lineaire afschrijvingen en (naar verwachting duurzame) bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingstermijnen zijn respectievelijk: - bouwkosten: 50 jaar - renovatie: 25/40 jaar op basis van levensduurverlenging - woningverbeteringen: 15 - 25 jaar De grondkosten zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. Hierop wordt niet afgeschreven. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven, eventueel vermeerderd met na-investeringen. Uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) die leiden tot een waardeverhoging van het actief worden aangemerkt als activeerbare kosten van vernieuwing. De lasten van onderhoud waaronder renovatie onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief. De lasten van onderhoud worden direct in het resultaat verantwoord. Jaarlijks vindt toetsing plaats van de boekwaarde en reële waarde. De toetsing geschiedt op complexniveau. Bij de toets tussen de historische kostprijs en reële waarde wordt de egalisatierekening betrokken. Een bijzonder waardeverminderingsverlies is het bedrag waarmee de boekwaarde de reële waarde duurzaam overschrijdt.
Van duurzaamheid is sprake wanneer de verwachte reële waarde gedurende een periode van ten minste vijf jaar lager is dan de boekwaarde. De reële waarde wordt afhankelijk gesteld van de voorgenomen bestemming van complexen. De reële waarde van de onroerende zaken in exploitatie bestemd voor de verhuur is de bedrijfswaarde. Indien wordt vastgesteld dat een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering niet meer bestaat of is afgenomen wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord. De bedrijfswaarde wordt gevormd door de contante waarde van de geprognosticeerde kasstromen uit hoofde van toekomstige exploitatieopbrengsten en toekomstige exploitatielasten over de geschatte resterende looptijd van de investering. Daarbij wordt rekening gehouden met de voorgenomen bestemming en aard van het bezit. De kasstroomprognoses zijn gebaseerd op redelijke en onderbouwde veronderstellingen die de beste schatting van het bestuur weergeven van de economische omstandigheden die van toepassing zullen zijn gedurende de resterende levensduur van het actief. De kasstromen zijn gebaseerd op de werkelijke lasten van 2019. Ten aanzien van groot onderhoud zijn de gemiddelde lasten van afgelopen 5 jaar aangehouden.
6/21
Bij de bedrijfswaardeberekening gelden de volgende uitgangspunten: 2020 2021 - jaarlijkse huurverhoging: 1,50% 2,00% - jaarlijkse huurderving: 1,00% 1,00% - inflatie algemene kosten: 1,50% 1,50% - inflatie onderhoud: 2,50% 2,50% - disconteringsvoet: 3,00% 3,00%
2022 2,00% 1,00% 1,50% 2,50% 3,00%
2023 2,00% 0,50% 1,50% 2,50% 3,00%
vanaf 2024 2,00% 0,50% 1,50% 2,50% 3,00%
De bepaling van de restwaarde van de grond opgenomen in de bedrijfswaarde vindt voor zover er nog geen herbestemming van de grond heeft plaatsgevonden plaats op basis van de huidige vergelijkbare kavel of vierkante meterprijs voor een sociale huurwoning. Deze kavelprijs wordt geïndexeerd naar het einde van de levensduur en verminderd met verwachte sloopkosten en kosten van uitplaatsing. Indien feitelijke dan wel in rechte afdwingbare verplichtingen zijn aangegaan die consequenties hebben voor de bestemming van de grond dan wordt met deze gewijzigde bestemming in de waardering rekening gehouden. 4.2.2
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van aanschafwaarde onder aftrek van lineaire afschrijvingen. De gehanteerde afschrijvingstermijn is 3 - 5 jaar.
4.3
Financiële vaste activa
4.3.1
Te vorderen BWS-subsidies
De vordering uit hoofde van binnen het Besluit Woninggebonden Subsidies toegezegde bedragen (contante waarde van de uitbetalingen) wordt jaarlijks verminderd met de door de budgethouders beschikbaar gestelde bedragen. De uitbetalingstermijn is afhankelijk gesteld van de disconteringsvoet en beloopt vanaf de vaststelling van de subsidie maximaal 30 jaar. Het kortlopende deel van deze post is opgenomen onder de vlottende activa.
4.4
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Woningbedrijf Renswoude beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. De opbrengstwaarde is bepaald met behulp van de actieve markt. Voor de bepaling van de bedrijfswaarde is voor de verdiscontering van de kasstromen een rentevoet gehanteerd van 2%. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Indien wordt vastgesteld dat een in het verleden verantwoorde bijzondere waardevermindering niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.
4.5
Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
4.6
Voorraden
Opgeleverd vastgoed beschikbaar en bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd op vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.
7/21
4.7
Liquide middelen
De liquide middelen bestaan uit de rekening-courant verhouding met de Algemene Dienst van de gemeente Renswoude. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
4.8
Egalisatierekening
De rechten op exploitatiesubsidies vallend binnen het regime van het Besluit Woninggebonden Subsidies worden verantwoord in het jaar van ontstaan. De bijdragen worden jaarlijks ten gunste van het resultaat gebracht overeenkomstig de jaarlijkse voorgecalculeerde tekorten van de betreffende exploitaties.
4.9
Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen. Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten.
4.10
Schulden
Schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio en disagio en onder aftrek van transactiekosten.
8/21
3
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
5.1
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.
5.2
Bedrijfsopbrengsten
5.2.1
Overheidsbijdragen Onder deze post zijn de volgende elementen opgenomen: - vrijval uit de egalisatierekening BWS-subsidies;
5.3
Bedrijfslasten
5.3.1
Afschrijvingen op materiële vaste activa
De afschrijvingen op materiële vaste activa worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Op terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. 5.3.2
Overige waardeveranderingen materiële vaste activa
De overige waardeveranderingen worden gebaseerd op de waardering van de betreffende activaposten. De onder deze post verantwoorde bedragen hebben betrekking op een afboeking dan wel terugneming van een bijzondere waardevermindering. Deze bijzondere waardevermindering ontstaat door een jaarlijkse toets van de reële waarde ten opzichte van de waarde gebaseerd op boekwaarde. 5.3.3
Lasten onderhoud
Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen. 5.3.4
Overige bedrijfslasten
De overige bedrijfslasten worden bepaald op historische basis en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
5.4
Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva.
5.5
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode wordt het nettoresultaat aangepast voor posten van de winst-en-verliesrekening die geen invloed hebben op ontvangsten en uitgaven in het verslagjaar, mutaties in de balansposten en posten van de winst-en-verliesrekening waarvan de ontvangsten en uitgaven niet worden beschouwd als behorende tot de operationele activiteiten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.
9/21
5.6
Belangrijke inschattingen ten aanzien van waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening wordt overeenkomstig BW2 Titel 9 opgesteld. Het management dient daartoe bepaalde veronderstellingen en schattingen te maken die van invloed zijn op de waardering van activa en verplichtingen, op de resultaatbepaling en de rapportage van voorwaardelijke activa en verplichtingen. De waarderingsgrondslagen van materiële vaste activa (minimum waarderingsregel) zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen een subjectieve of complexe beoordeling van het management. 5.6.1 Materiële vaste activa, minimum waarderingsregel Onroerende en roerende zaken in exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en (naar verwachting duurzame) bijzondere waardeverminderingen. Een bijzonder waardeverminderingsverlies is het bedrag waarmee de boekwaarde de reële waarde duurzaam overschrijdt. Van duurzaamheid is sprake wanneer de verwachte reële waarde gedurende een periode van ten minste vijf jaar lager is dan de boekwaarde. De reële waarde wordt afhankelijk gesteld van de voorgenomen bestemming van complexen. De reële waarde van de onroerende zaken in exploitatie bestemd voor de verhuur is de bedrijfswaarde. De onroerende zaken kunnen voor langere of kortere termijn voor verhuur worden aangehouden.
De uitgangspunten van de reële waarde zijn deels afhankelijk van de interne beleidsvoornemens van Woningbedrijf Renswoude. Deze beleidsvoornemens komen ondermeer tot uitdrukking in het strategisch voorraadbeheer waarbij eigen keuzes worden gemaakt ten aanzien van verhuur of verkoop, levensduur, kwaliteits- en huurniveaus. Voor zover mogelijk hanteert Woningbedrijf Renswoude binnen de sector gangbare uitgangspunten. 5.6.2 Timing en verwerking van onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructurering In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als "intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd". Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitief ontwerp fase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden. De aannames gedaan bij de financiële impact van bovengenoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten.
Planvorming kan ondermeer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.
10/21
Toelichting op de balans per 31 december 2020 6.1
Materiële vaste activa
6.1.1
Onroerende zaken in exploitatie Woningen en woongebouwen
Niet zijnde woningen
Totaal
Aanschaffingswaarde per 1 januari Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 1 januari
29.694.829 5.963.281 23.731.549
573.038 147.068 425.969
30.267.867 6.110.349 24.157.518
Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Overige waardeveranderingen
3.509.024 51.148-594.078 42.980 0 2.906.778
0 0 -13.711 0 0 -13.711
3.509.024 -51.148 -607.789 42.980 0 2.893.067
Aanschaffingswaarde per 31 december Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen Boekwaarde per 31 december
33.152.705 6.514.378 26.638.327
573.038 160.779 412.258
33.725.743 6.675.158 27.050.585
De investeringen in 2020 ad € 3.509.024,- (afgerond) hebben voor € 118.065,- betrekking op renovatie, voor € 3.358.330,op investeringen in nieuwbouw en voor € 32.628,- op verduurzaming. Alle materiële vaste activa in exploitatie zijn kadastraal geregistreerd op naam van de gemeente. De activa zijn niet als zekerheid gesteld voor de leningen. De totaal verzekerde waarde van de activa De totaal verzekerde waarde van de activa bedroeg eind 2020: € 72.615.160 De WOZ-waarde van de activa bedroeg per 1-1-2020: € 80.215.000 6.1.2
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Aanschaffingswaarde per 1 januari Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde per 1 januari
33.895 21.951 11.944
Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Afschrijvingen desinvesteringen Overige waardeveranderingen
0 0 -3.463 0 0 -3.463
Aanschaffingswaarde per 31 december Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen Boekwaarde per 31 december
33.895 25.414 8.481
6.2
Financiële vaste activa
6.2.1
Te vorderen BWS-subsidies
Per 31 december 2015 is deze subsidie beëindigd 6.2.2
Overige
Overige reserves Waarborgsommen
2020
2019
4.857.929 34.908
4.382.504 36.348
4.892.838
4.418.852
De overige reserves zijn belegd bij de Algemene Dienst van de gemeente Renswoude.
11/21
6.3
Voorraden
De mutaties in de materiële vaste activa zijn in het navolgende schema samengevat: Dorpshart Stand per 1 januari Verkrijgingsprijzen Verliesvoorziening Woningbedrijf
0 -2.190.559
Boekwaarden
-2.190.559
Mutaties 2017 Boekwaarde per 1 januari Investeringen boekjaar Overboeking voorziening vanuit Algemene Dienst Renswoude Waardeverminderingen
4.445.283 -738.068 -1.551.656
Totaal mutaties
2.155.559
Stand per 31 december Verkrijgingsprijzen Cumulatieve waardeverminderingen
3.707.215 -3.742.215
Boekwaarden
-35.000
Primo 2012 bestond reeds de verplichting het projectDorpshart over te nemen van de Algemene Dienst van gemeente Renswoude. Gezien de toekomst verwachting is ultimo 2011 reeds een voorziening op de projecten gevormd. Per 1 januari 2012 is ook de activa overgenomen inclusief de voorzieningen hierop getroffen binnen de Algemene Dienst. De waardering van het project Dorpshart is gebaseerd op de schatting van de te verwachten opbrengsten en lasten.
6.4
Vorderingen
6.4.1
Huurdebiteuren
Aantal maanden <1 1-2 2-3 3-4 4-5 >5 Af: voorziening voor oninbaarheid
Huurders 2020
Achterstand 2020
Huurders 2019
Achterstand 2019
10 9 1 4
2076 6908 902 6423
20 8
5.349 4.805
1
2.328
1
2433 -10.892
2
4.742 -10.892
25
7.851
31
6.333
De totale achterstand bedraagt per ultimo 2020 0,70% van de te ontvangen netto huur (2019: 0,73%). 6.4.2
Gemeente
Compensatie grondprijs 20 woningen fase 8 Restitutie VpB 2017 Toename kapitaalverstrekking Terruggave belegde waarborgsommen
2020
2019
0 2.151.537 1.441 2.152.977
180.200 137.093 -3.463 5.988 319.818
12/21
6.4.3
Overige vorderingen
Huurachterstand vertrokken huurders Af te rekenen servicekosten Overige vorderingen Af: voorziening voor oninbaarheid
6.4.4
2019
1.180 0 142.950 0
2.150 741 140.570 0
144.129
143.461
2020
2019
575 0
575 0
575 0
575
2020
2019
-987.934
-5.069.038
-987.934
-5.069.038
Overlopende activa
Vooruitbetaalde kosten Niet vervallen bijdrage BWS
6.5
2020
Liquide middelen
Rekening-courant met Algemene Dienst
De liquide middelen bestaan uit de rekening-courant verhouding met de Algemene Dienst van de gemeente Renswoude.
6.6
Eigen vermogen
6.6.1
Overige reserves 2020
2019
Saldo per 1 januari
4.382.504
2.687.225
Resultaat boekjaar
475.425
1.695.279
4.857.929
4.382.504
Saldo per 31 december
Het saldo van de overige reserves per 31 december 2016 is belegd bij de Algemene Dienst van de gemeente Renswoude.
6.7
Egalisatierekening
6.7.1
Egalisatierekening BWS-subsidies
Per 31 december 2015 is de BWS-subsidie beëindigd
13/21
6.9
Langlopende schulden
6.9.1
Leningen gemeente 2020
2019
Schuldrestant kapitaalverstrekking per 1 januari Correctie aflossing voorgaande jaren Kapitaalverstrekking Aflossingen
24.872.528 0 2.770.956 -619.419 2.151.537
16.246.282 0 9.366.603 -740.357 8.626.246
Schuldrestant kapitaalverstrekking per 31 december
27.024.064
24.872.528
Voor de financiëring van de materiële vaste activa is door de Algemene Dienst van de gemeente Renswoude kapitaal verstrekt. Hiervoor heeft de gemeente Renswoude leningen bij overheid en kredietinstellingen aangetrokken. De schulden van Woningbedrijf Renswoude bestaan per ultimo 2020 uit de kapitaalverstrekking van de gemeente Renswoude. De aflossingen van een jaar zijn gelijk aan de afschrijvingen op de materiële vaste activa en de voorraad. Gedane investeringen worden door de gemeente via kapitaalverstrekking gefinancierd. Dit resulteert erin, dat het totale schuldrestant van de kapitaalverstrekking gelijk is aan de boekwaarde van de materiële vaste activa en de voorraad. Het gemiddelde rentepercentage van de kapitaalverstrekking bedroeg in 2020 0,78% (2019: 0,95%).
Van het totale saldo wordt € 26.706.860,- aangemerkt als langlopend (> 5 jaar). 6.9.2
Waarborgsommen 2020
2019
Saldo per 1 januari
36.348
42.336
Bij: stortingen Af: restituties
0 -1.440 -1.440
0 -5.988 -5.988
Saldo per 31 december
34.908
36.348
De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten van huurders ontvangen en dienen vooralsnog als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekoten. De hoogte van de waarborgsommen was bepaald op € 225,- per nieuw verhuurde woning. Vanaf 2016 wordt er geen waarborgsom meer in rekening gebracht. 6.10
Kortlopende schulden
6.10.1
Schulden aan gemeente
Rente geldleningen Door te berekenen interne kosten Af te lossen kapitaalverstrekking Toevoeging belegde overige reserves Accountantskosten (vorig boekjaar) Voorlopige aanslag Vpb 2019 Grond parkeerplaatsen van Reedeweg
6.10.2
2020
2019
108.762 495.932 0 475.425 12.500 0 0 1.092.619
154.675 359.939 0 1.695.279 0 134.452 11.432 2.355.777
2020
2019
59.593
1.266.284
59.593
1.266.284
Schulden aan leveranciers
Crediteuren
14/21
6.10.3
Overlopende passiva en overige schulden
Accountantskosten (lopend boekjaar) Vooruitontvangen huur Te verrekenen bedragen Overige schulden
6.10.4
2020
2019
12.500 22.780 -73 130.186
12.500 17.967 1.389 376.948
165.393
408.805
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen n.v.t.
15/21
Toelichting op de winst- en verliesrekening over 2020 7.1
Bedrijfsopbrengsten
7.1.1
Huren
Te ontvangen huren: a. woningen en woongebouwen b. onroerende en roerende zaken niet zijnde woningen c. energieprestatievergoeding
Huurderving: a. wegens leegstand b. wegens wisselwoning c. wegens verkoop d. wegens huurgewenning e. wegens overige redenen
2020
2019
2.634.490 1.836 36.170 2.672.496
2.337.043 1.620 9.818 2.348.481
62.833 -391 0 39.709 1.542 103.693
48.762 8.237 0 19.991 13.159 90.149
2.568.804
2.258.332
De huurderving bedroeg in 2020 3,88% van de te ontvangen huren (2019: 3,83%). De € 62.833,- is een gevolg van de naderende herstructurering van de woningen aan de Taets van Amerongenweg fase 2. De te ontvangen nettohuur is ten opzichte van 2019 toegenomen met een bedrag van € 310.471,- als gevolg van de algemene huurverhoging in september, huurharmonisatie, individuele huurverhogingen wegens woningverbeteringen en de nieuwbouw van de 20 woningen in Beekweide fase 8. 7.1.2
Vergoedingen 2020
2019
5.298 39.293 0 44.591 0
4.866 36.575 0 41.441
2020
2019
0 0
0 0
0
0
2.020
2.019
1.116.550 0 -9.489 -8.168 1.098.893
1.400.000 31.750 -15.979 -28.505 1.387.266
Vergoedingen glasverzekering Vergoedingen servicekosten Af: derving t.g.v. leegstand
Een specificatie van de kosten is weergegeven onder de post "Overige bedrijfslasten". 7.1.3
Overheidsbijdragen
Vrijval egalisatierekening BWS complex 25 Overige rijksbijdragen
7.1.4
Verkoopopbrengsten
Verkoopprijs minus korting Afkoopsom/korting Slimmer Kopen Af: kosten Af: boekwaarde
16/21
7.2
Bedrijfslasten
7.2.1
Afschrijvingen op materiële vaste activa 2020
2019
594.078 13.711 3.463
433.731 13.711 3.463
611.251
450.905
2020
2019
Vorming verliesvoorziening Rechthuis Vorming verliesvoorziening Dorpshart
0 -16.107
0 80.747
Totaal waardeveranderingen materiële vaste activa
-16.107
80.747
2020
2019
1.394.969
515.256
1.394.969
515.256
2020
2019
Woningen en woongebouwen Onroerende zaken niet zijnde woningen Ten dienste van exploitatie
7.2.2
7.2.3
Overige waardeveranderingen materiële vaste activa
Lasten onderhoud
Onderhoudslasten
Onderhoudslasten
Dagelijks onderhoud CV-onderhoud Doorberekende kosten openbare werken Kosten bestelbus (onderhoud) Groot onderhoud Overig * aangepast voor vergelijking met begroting
7.2.4
336.663 * 33.657 97.227 2.736 893.626 31.061 * 1.394.969
164.189 38.549 100.384 4.452 -87.600 295.282 515.256
Overige bedrijfslasten
Algemene kosten Belastingen Verzekeringen Kosten leveringen en diensten
2020
2019
479.885 387.206 32.949 44.591
479.777 244.883 24.077 41.441
944.631
790.178
2020
2019
137.387 137.387 0 123.932 12.500 10.800 57.879 479.885
113.308 113.308 0 150.800 12.500 0 89.861 479.777
Algemene kosten
Doorberekende personeelskosten administratie Doorberekende huisvestings- en automatiseringskosten Dotatie / vrijval voorziening dubieuze debiteuren Administratieve dienstverlening (intern) Accountantskosten Kosten toewijzen woningen Overige algemene kosten
17/21
Belastingen
Onroerende zaak belasting Waterschapsbelasting Verhuurdersheffing Verhuurderbijdrage Huurcommissie Vennootschapsbelasting
2020
2019
68.527 16.236 390.539 713 -88.810 387.206
62.111 13.554 306.311 -137.093 244.883
2020
2019
5.298 7.898 7.065 13.259 11.071 44.591
4.866 7.649 9.052 11.748 8.127 41.441
2020
2019
0 0 0
0 0 0
0
0
2020
2019
302.118 0 0 0 302.118
154.675 0 0 0 154.675
Kosten leveringen en diensten
Glasverzekering Schoonmaakkosten Liftonderhoud Stroomverbruik Overig
7.3
Financiële baten en lasten
7.3.1
Rentebaten
Rente op te vorderen BWS subsidies Rente op uitgezette middelen Rente op overige vorderingen
7.3.2
Rentelasten
Rente kapitaalverstrekking Toegevoegde rente BWS subsidies Rente Dorpshart Correctie rente Dorpshart 2017 en 2018
18/21
1
Verbonden partijen
Woningbedrijf Renswoude maakt onderdeel uit van gemeente Renswoude. Door de Algemene Dienst van gemeente Renswoude kan op Woningbedrijf Renswoude beleidsbepalende invloed worden uitgeoefend derhalve is er sprake van verbonden partijen. Op grond van het feit dat invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijke en financiele beleid is er sprake van verbonden partijen. De onderlinge transacties zijn toegelicht en benoemd in de jaarrekening en toelichting.
19/21
2
Kasstroomoverzicht 2020
2019
777.543
186.567
Kasstroom uit operationele activiteiten Bedrijfsresultaat Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Mutatie voorzieningen - Mutatie egalisatierekening
7.2.1 6.7 6.7
571.734 0 0
641.728 0 0 571.734
Veranderingen in werkkapitaal: - Mutatie vorderingen - Mutatie kortlopende schulden
6.4 6.10
7.532.431 -2.713.259
641.728 2.483.446 1.267.218
4.819.172
3.750.664
6.168.450
4.578.959
0 -302.118
0 -301.469
5.866.331
4.277.491
6.2 6.1
-473.985 -3.509.024
117.562 -401.853
6.1
51.148
140.868
-3.931.861
-143.423
2.151.537 -1.440
-338.655 -2.660
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
2.150.097
-341.315
Netto-kasstroom
4.084.567
3.792.753
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen rente Betaalde rente
7.3.1 7.3.2
Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Mutatie in financiële vaste activa Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten Aflossing kapitaalverstrekking Mutatie overige langlopende schulden
6.9.1 6.9.2
20/21
Overige informatie
10.1
Medewerkers
Gedurende het boekjaar had Woningbedrijf Renswoude 3 werknemers in dienst (2019 - 2 werknemer) .
Overige gegevens
11.1
Voorstel resultaatbestemming
De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de goedkeuring door het bestuur reeds in de jaarrekening verwerkt.
11.2 Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen belangrijke gebeurtenissen na balansdatum.
21/21