CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

I2. EWA VWM TEK zienswijzen windturbine 20nov2023

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Ingekomen stuk I: E-mail en zienswijzen op milieueffectrapport en ontwerp windturbinebepalingen2.323 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp www.edewaaitanders.nl info@edewaaitanders.nl veenendaalwaaitmee@gmail.com tegenwind.ederveen.deklomp@gmail.com

PER EMAIL (info@platformparticipatie.nl) Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat T.a.v. Directie Participatie, Nationale Windturbinebepalingen Leefomgeving Postbus 20901 2500 EX Den Haag

Ede, 20 november 2023 Betreft: Ontwerp voor de windturbinebepalingen en het milieueffectrapport Geachte mevrouw, heer, Middels uw emailbericht van 12 oktober jl. nodigde u ondergetekende (voorzitter van de samenwerkende burgerbelangengroepen Ede Waait Anders, Veenendaal Waait Mee en Tegenwind Ederveen-De Klomp) uit voor inzage in het ontwerpwindturbinebepalingen en het milieueffectrapport dat vanaf die datum ter inzage ligt. De samenwerkende burgerbelangengroepen maken gebruik van de gelegenheid die u biedt om zienswijzen op dit onderwerp in te dienen. Vooraf aan deze inhoudelijke reactie ontving u al ons schrijven van 2 november jl. over de vorm waarin dit ontwerp gegoten is. De reactie nu, zie bijlage op navolgende pagina’s, betreffen onze zienswijzen op de inhoud van het MER en de windturbinebepalingen. Wij zien uw ontvangstbevestiging en reactie graag tegemoet. Hoogachtend, Ede Waait Anders, Veenendaal Waait Mee en Tegenwind Ederveen-de Klomp

H.A. in ’t Veld Voorzitter Bijlage.

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp

Zienswijzen op het milieueffectrapport en het ontwerp windturbinebepalingen

De zienswijzen die wij hiermee onder uw aandacht brengen betreffen zowel het milieueffectrapport (MER) als het ontwerp voor de windturbinebepalingen. Omdat er een grote mate van logica is eerst het Milieueffectrapport te beschouwen en daarna de windturbinebepalingen is deze volgorde ook in onderstaande zienswijzen gehanteerd.

EWA I VWM I TEK 20 november 2023 H.A. in ‘t Veld

Pagina 1 uit 6

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp

Met betrekking tot het milieueffectrapport (MER) Het betreft een indrukwekkend document dat zeker een aantal milieueffecten diepgaand behandelt. De EU regelgeving vraagt immers om een milieueffectrapportage waarmee het milieubelang een volwaardige plek kan worden gegeven in de besluitvorming. Echter, de breedte van de milieueffecten zoals deze in het MER beschreven is laat veel buiten beschouwing. Zeker op nationaal niveau zullen onderwerpen breed gezien moeten worden met al hun consequenties. Dit geldt zeker wanneer het onderwerp als zelfstandig object niet kan functioneren omdat het onderdeel is van een samenhangend systeem. Wij zien daarin minimaal twee onderdelen. De Industriële Windturbines (IWT’s) al dan niet in een park en daarnaast de technische infrastructuur (Net) die deze IWT’s nodig hebben om de energie bij de gebruikers beschikbaar te maken. Deze technische infrastructuur is wel genoemd, maar amper uitgewerkt. Toch zijn de consequenties ervan zeer groot. Zowel in werkzaamheden en de daarmee samenhangende milieueffecten als in technisch afgeschreven bestaande infrastructuur en de resten zoals kabels en leidingen die niet meer benut gaan worden.

Daaroverheen zijn wij van mening dat “alle milieueffecten van de besluitvorming” ook inhoudt dat, wat elders nodig is om het product tot stand te brengen, in stand te houden en op het einde van de gebruiksperiode weer te recyclen als materiaal of grondstof, meegenomen moet worden bij de beoordeling van de milieueffecten. Wij hebben in onderstaand overzicht inzichtelijk gemaakt wat wel en wat niet in het MER is beschouwd. IWT en NET voorzieningen van cradle tot cradle in relatie tot milieueffecten Winning IWT Net

Fabricage IWT Net

Bouw IWT Net

Exploitatie IWT Net

Ontmanteling IWT Net

Hergebruik IWT Net

Landschap Flora Fauna Gezondheid Wind Water Bodem In groen is aangegeven welke milieueffecten wel zijn beschreven. In rood is aangegeven welke milieueffecten niet zijn beschreven.

EWA I VWM I TEK 20 november 2023 H.A. in ‘t Veld

Pagina 2 uit 6

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp

In rood zijn door ons ook die onderwerpen opgenomen waar slechts min of meer ter zijde wordt ingegaan en die als het onderwerp van andere wet- en regelgeving zouden gelden. Gezien echter de opdracht alle milieueffecten in deze MER in beeld te brengen, missen wij de inhoud van wat in andere wet- en regelgeving is geborgd. Het doel is immers om bij de besluitvorming alle relevante milieuaspecten te betrekken. Ook constateren wij dat de wel vermelde milieueffecten niet volledig zijn beschreven. Bijvoorbeeld: afkomende materialen tijdens de gebruiksfase zoals wieken en het hergebruik van de (samengestelde) materialen daarvan. Dit onderwerp blijft in het MER in de constatering en de hoop steken dat fabrikanten er iets op gaan vinden. In het kader van een milieueffectrapport is dit wel heel bijzonder. Immers, de huidige stand van zaken is dat hiervoor allerminst een oplossing is en veel bladen van IWT’s na de gebruiksfase in landen elders gedumpt worden. Het beleid te streven naar circulariteit van materialen en grondstoffen krijgt slechts een verwijzing naar afzonderlijk beleid met betrekking tot circulariteit dat nog in ontwikkeling is. Onze zienswijze is dat dit volstrekt onvoldoende is. Een ander voorbeeld is dat effecten die wel genoemd zijn, soms makkelijk worden afgedaan. Zoals de erosie van de wieken. Deze zou nu op zee ca. 60 kg per jaar per molen zijn.

Aangenomen dat dit getal juist is en een orde van grootte in kilogrammen laat zien, die ook bij IWT’s op land speelt, dan nog is het erg belangrijk te weten hoe giftig of carcinogeen dit is en of het biologisch afbreekbaar is. Het komt immers jaar op jaar in de natuur. Heel vaak is het zo dat ook enkele microgrammen giftige stof al tot overschrijdingen leiden van wat als onschadelijk gezien wordt. Met betrekking tot geluidhinder valt ons op dat in het MER en bijgaand rapport van Peutz uitgebreid is ingegaan op hoeveel mensen binnen een bepaalde straal/afstand van IWT’s volgens deze bepalingen/ normen hinder kunnen ervaren. Maar onduidelijk blijft, wat de consequenties zijn van die hinder. Effecten op gezondheid, op werk, wonen en welzijn. Er wordt ingegaan op welke frequenties hinder veroorzaken. Hoe vaak, hoe lang en in welke mate de hinder is wordt niet duidelijk. En de aanvaardbaarheid daarvan blijft ook steken in abstracte cijfers. Maar deze cijfers representeren mensen! Mensen met anderen zoals gezinsleden om hen heen. Anderen, die mee lijden met de hinder die de mensen die vervat zijn in de cijfers ervaren, maar die zelf niet in de cijfers zijn opgenomen. Het is duidelijk dat in een conclusie van wat aanvaardbaar geacht voor omwonenden in dit milieueffectrapport hierop dieper zou moeten worden ingegaan.

Maar in tegenstelling daartoe is wat aanvaardbaar geacht ingegeven door de beperkte ruimte die er in Nederland voor IWT’s op land zou overblijven wanneer de afstand tot geluidsgevoelige objecten (veelal woningen dus) groter, bijvoorbeeld 3 of 4 maal de tiphoogte, zou zijn. Onze zienswijze is dat de milieueffecten voor omwonenden onvoldoende zwaarwegend zijn meegenomen ten opzichte van de plaatsingsmogelijkheden in de conclusies in het MER. EWA I VWM I TEK 20 november 2023 H.A. in ‘t Veld

Pagina 3 uit 6

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp

In de Strategische Milieubeslissing (SMB) richtlijn kst-29383-25-b1 staat dat “onder milieu in ieder geval verstaan wordt: gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat, alsmede van de relaties daartussen.” De conclusie moet zijn dat dit slechts zeer ten dele is opgenomen in dit MER. Wij moeten daarom constateren dat er met dit MER niet op de juiste wijze en met een correct resultaat voldaan is aan de EU wet- en regelgeving. Het spijt ons te moeten constateren dat wij hierop reeds bij onze zienswijzen op de concept NRD hebben gewezen.

EWA I VWM I TEK 20 november 2023 H.A. in ‘t Veld

Pagina 4 uit 6

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp

Met betrekking tot het ontwerp windturbinebepalingen Voor wat betreft het ontwerp windturbinebepalingen hebben wij de volgende zienswijzen. Allereerst brengen wij ons schrijven van 2 november jl. in herinnering. De beoordeling van het ontwerp is door de gekozen vorm zeer lastig. Het is goed mogelijk dat wij zaken niet zien of zaken niet in hun context zien. Wij vragen ons af of eenieder die de effecten gaat ervaren, wel in staat zal zijn het ontwerp in al zijn facetten te doorgronden.

De SMB richtlijn verplicht de overheid alle milieueffecten een volwaardige plaats te geven in het beleid. Uit bovenstaande met betrekking tot het MER is dit evident niet het geval. Onze conclusie en zienswijze is dat bij het ontwerp windturbinebepalingen niet in voldoende mate aan de SMB richtlijn is voldaan. Inhoudelijk vragen wij ons af of de vlag “ontwerp nieuwe normen voor windturbines” de lading wel dekt. Wij vermoeden dat er veel aanpalende normen en regels zijn die eveneens gelden voor windturbines. Een aantal wordt wel benoemd in het MER. Maar in de normen komen deze niet of slechts ten dele voor. Wij denken bijvoorbeeld aan de Vogel- en Habitatrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, en Richtlijn 92/43/EG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitatten en de wilde flora en fauna), het Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed. Ook regelgeving op constructief vlak, brandveiligheid, arbeidsomstandigheden, natuurbeschermingswet, wet- en regelgeving op onderdelen, zoals liften, esthetica, landschap en stedenbouw, zijn van belang. Zonder de benoeming van andere relevante wet- en regelgeving zou met deze “nieuwe normen” de suggestie gewekt kunnen worden dat andere er niet toe doen.

Dit geldt te meer omdat ook de technische infrastructuur die nodig is om daadwerkelijk energie van windturbines te kunnen benutten naar onze mening onder de nieuwe normen dienen te vallen. Het zou goed zijn als deze, ook geldende wet- en regelgeving, limitatief en expliciet zouden worden opgenomen. Lagere overheden: Wij zijn van mening dat in de nieuwe normen moet worden vastgelegd of en in hoeverre deze bepalingen verplichtend zijn voor lagere overheden en welke ruimte zij hebben om hiervan af te wijken. De mate waarin van mitigerende maatregelen gebruik kan worden gemaakt dient expliciet te worden vastgelegd. Tevens moet duidelijk zijn op welke wijze de cumulatie van effecten voor geluidsgevoelige objecten zoals woningen, berekend en beoordeeld moet worden. Bij voorbeeld in geval van verschillende merken, hoogtes en types van IWT’s en gegevenheden in de omgeving, zoals verkeerslawaai, overheersende windrichting ten opzichte van woningen en andere geluidgevoelige functies.

EWA I VWM I TEK 20 november 2023 H.A. in ‘t Veld

Pagina 5 uit 6

GÉÉN INDUSTRIËLE WINDTURBINES DICHT BIJ WONINGEN ! Ede Waait Anders I Veenendaal Waait Mee I Tegenwind Ederveen-De Klomp

Ten aanzien van de monitoring en handhaving dient het bevoegd gezag de daarvoor noodzakelijke mensen en middelen in te kunnen zetten. Onduidelijk is of en in hoeverre dit is voorzien. Eveneens is onduidelijk wat de mogelijkheden zijn voor sancties. Enerzijds aan overheden, initiatiefnemers en exploitanten indien zij niet voldoen aan de bepalingen van deze nieuwe norm. Anderzijds door het bevoegd gezag aan initiatiefnemers en exploitanten in geval van het niet of niet onmiddellijk voldoen aan bepalingen uit de benodigde vergunningen (bouw, exploitatie en sloop). Daarbij moet het voor de omwonende burger mogelijk zijn zich te beroepen op deze wet- en regelgeving en daarbij verzekerd zijn van onmiddellijke en effectieve actie van het bevoegd gezag. Met betrekking tot de geluidswaarden melden wij onze zienswijze dat een Lden en een Lnight als jaargemiddelde voor omwonenden geen enkele garantie geeft dat er geen (lange) periodes optreden met een geluidsniveau ver boven dat gemiddelde. De vergelijking waarbij het aanvaardbaar zou zijn dat een automobilist in de bebouwde kom (50 km/uur zone) tweemaal te snel kan rijden (100 km/uur) mits deze automobilist dit de volgende keren maar compenseert is al vaak gemaakt. Wij zijn derhalve van mening dat een Lden en een Lnight als jaargemiddelde geen redelijke en evenmin een handhaafbare norm is.

Hierbij komt dat de genoemde waarden voor de Lden en Lnight hoog zijn. Aannemende dat er ook windstille dagen zijn en eveneens stilstand als gevolg van mitigerende vereisten, werkzaamheden, of andere reden, kan de maximaal optredende geluidbelasting lange tijd zeer hoog zijn. De genoemde waarden voor Lden en Lnight zijn in belangrijke mate bepaald door de consequenties voor het haalbare aantal IWT’s dat in Nederland te plaatsen zou zijn indien de waarden lager bepaald worden. De suggestie van sturing in plaats van objectiviteit is in figuur 9-2 op bladzijde 122 en tabel 14-1 op bladzijde 160 van het MER evident. Bij 45 dB had hier één plusje moeten staan, maar er staan er twee. Te toevallig. Te meer omdat in tabel 9-4 op bladzijde 124 bij 43 dB een aanzienlijk lager aantal ernstig gehinderden wordt genoteerd. Reden om 43 dB als Lden, indien al een Lden gehanteerd wordt, vast te stellen in plaats van de genoemde 45 dB. Ten minste bepleiten wij in aanvulling op de Lden en Lnight een Lmax voor de dag en één voor de nacht, waarbij wordt aangegeven hoe vaak en hoe lang dit mag voorkomen. De norm van 2 maal de tip hoogte ten opzichte van wonen zien wij als veel te gering. In lijn met het optreden van meer aanvaardbare geluidsbelasting zou een afstand van 4 maal de tiphoogte veel meer in de rede liggen.

Wij verwachten dan, mede op grond van de door u toegezonden informatie, dat van hinder door geluid, slagschaduw en schittering veel minder sprake zal zijn. Tenslotte de norm in relatie tot slagschaduw. Hiervan vragen wij ons af hoe deze ten opzichte van woningen, soms hele woonwijken, gehandhaafd zal worden. Ook hier komt de snelheid van het stopzetten van de IWT in geval van overschrijding aan de orde. EWA I VWM I TEK 20 november 2023 H.A. in ‘t Veld

Pagina 6 uit 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13556677/1