CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Huisvestingsverordening 2024-2028 Renswoude

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Huisvestingsverordening 2024-202811.069 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hieraan wordt in dit artikel uitvoering gegeven. Zo is in het eerste lid bepaald dat de vergunningaanvraag niet vormvrij is, maar geschiedt door middel van een aanvraagformulier. De vergunning wordt aangevraagd bij het bestuursorgaan dat

bevoegd is op de aanvraag te beslissen: het college. In het tweede lid is aangeven welke gegevens en bescheiden in ieder geval bij de aanvraag dienen te worden overgelegd. In het derde lid wordt ten slotte de mogelijkheid geopend om advies in te winnen bij de Kamer van Koophandel, waarmee de belangenafweging nog beter kan plaatsvinden. Artikel 31 en 32 De gemeenteraad dient in de huisvestingsverordening mogelijke voorwaarden en voorschriften en weigeringsgronden op te nemen ten aanzien van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet. Een weigeringsgrond is slechts aan de orde als door het stellen van voorwaarden en voorschriften het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad onvoldoende kan worden gewaarborgd. Uitgangspunt is dat er een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het belang van de aanvrager. Onder het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad valt het belang van het tegengaan en verder voorkomen van schaarste en het belang van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende pand, oftewel de leefbaarheid Slotbepalingen In de artikelen 33 t/m 37 zijn enkele slotbepalingen opgenomen. Artikel 33 regelt dat – onder voorwaarden – op experimentbasis mag worden afgeweken van de regel in de verordeningstekst.

Artikel 34 geeft het college van B&W de mogelijkheid om een boete op te leggen aan verhuurders of woningzoekenden die in strijd met de huisvestingsverordening handelen. Artikel 35 (de hardheidsclausule) geeft het College van B&W de mogelijkheid om ten gunste van de woningzoekende af te wijken van de regel in de verordening. De artikelen 36 en 37 regelen de intrekking van de oude verordening, de overgang en de inwerkingtreding van de nieuwe verordening.

Bijlage 2: Aanvullende bepalingen voor urgentie Artikel 1. Toepassingsbereik Bijlage 2 Deze bijlage is van toepassing op aanvragen om een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 20 tot en met 27.

Artikel 2. Bewijsstukken woonurgentie Bij het aanvragen van een woonurgentie moeten in ieder geval de volgende bewijsstukken worden aangeleverd: 1. een gemotiveerd schrijven met daarin de reden van de aanvraag en de inspanningen van aanvrager om zelf in woonruimte te voorzien en; 2. inschrijfnummer van aanvrager bij www.huiswaarts.nu en; 3. een inkomensverklaring van aanvrager (voorheen IB60 en IBRI formulier) van de Belastingdienst van het jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een woonurgentie en; 4. een kopie van de loonstrook van aanvrager van de maand voorafgaand aan de aanvraag voor een woonurgentie en; 5. kopie van identiteitsbewijs van aanvrager (paspoort of identiteitskaart) en; 6. kopie van de huurovereenkomst of koopovereenkomst van de huidige woning van aanvrager en; 7. bij de verschillende woonurgentiecategorieën staat beschreven welke aanvullende documenten er verder nog kunnen en/of moeten worden aangeleverd.

Artikel 3: aanvullende bepalingen urgentiecategorie verblijf in een tijdelijke opvangvoorziening 1. Woningzoekenden die verblijven in een tijdelijke opvangvoorziening, omdat zij vanwege geweld of problemen van relationele aard hun woonruimte hebben moeten verlaten, kunnen in aanmerking komen voor urgentie; 2. De aanvraag voor een urgentie wordt ingediend bij het college en gaat in ieder geval vergezeld van een advies van de aanbieder van dergelijke opvang waarin staat waarom zelfstandige huisvesting in Renswoude noodzakelijk is; 3. Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 4: aanvullende bepalingen urgentiecategorie mantelzorg 1. Mantelzorgverleners of mantelzorgontvangers als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, ook als deze niet aan economische en maatschappelijke binding voldoen, kunnen in aanmerking komen voor een woonurgentie. De vervangende huisvesting moet een wezenlijke bijdrage leveren aan de taakverlichting van de mantelzorgverlener; 2. Het college kan een urgentie verlenen aan mantelzorgverleners of mantelzorgontvangers. Hierbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. de aanvrager dient ingeschreven te staan als woningzoekende bij www.huiswaarts.nu; b. de aanvrager heeft in de huidige woonsituatie geen huurschulden en heeft geen overlast veroorzaakt; c. Het inkomen van het huishouden van de aanvrager is niet hoger dan de door de rijksoverheid vastgestelde inkomensnorm voor sociale huurwoningen; d. de afstand tussen de woningen van de ontvanger en verlener van mantelzorg wordt verminderd tot een als redelijk te kwalificeren loop- en/of fietsafstand. De toepassing van deze voorwaarde geldt ter beoordeling aan de urgentiecommissie; e. er is sprake van dagelijkse zorg (7 dagen per week). Het gaat hier om thuis geboden zorg in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding.

Het aandeel mantelzorg in deze zorg is hierbij minimaal 10 uur per week. f. er is sprake van langdurige ondersteuning met de verwachting dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar in stand blijft.

g. de zorgverlening vloeit voort uit een tussen personen bestaande sociale relatie en wordt niet verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; h. per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één woonurgentie afgegeven. i. de mantelzorgurgentie is alleen geldig in de gemeente die deze verklaring heeft afgegeven. 3. Indien de ontvanger van mantelzorg in een geschikte woning woont, een mantelzorgurgentie heeft, en verhuist naar een ongeschikte woning dan kan geen beroep worden gedaan op aanpassing van de nieuwe woning op basis van de Wmo; 4. Bij het aanvragen van een urgentie in de categorie mantelzorg moeten de volgende bewijsstukken worden aangeleverd: a. een kopie van een recent WMO-advies van de huidige woongemeente of; b. een zorgovereenkomst (indien er sprake is van een Persoons Gebonden Budget) of; c. een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) of; d. een schriftelijke verklaring/omschrijving hoe de mantelzorg geregeld is en door wie; 5. Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 5: aanvullende bepalingen urgentiecategorie medische urgentie 1. Er is sprake van een medische woonurgentie in het geval er sprake is van een vastgestelde medische aandoening. Naast een fysieke aandoening kan ook psychiatrische of psychische problematiek leiden tot een medische urgentie; a. de vastgestelde problematiek heeft een duidelijke relatie met de woonsituatie in de huidige woning en; b. de vastgestelde problematiek heeft een chronisch karakter en; c. er is sprake van ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie en; d. de aanvrager is aantoonbaar onder behandeling van een specialist, niet zijnde een huisarts. 2. Indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning een verhuisindicatie is toegekend dan kan deze gelden als medische urgentie wanneer ook aan de urgentiecriteria zoals genoemd in het eerste lid onder sub a, b, en c is voldaan; 3. Er kan bij een onafhankelijke externe deskundige advies worden gevraagd over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de medische aandoening en de woonsituatie.

Artikel 6: aanvullende bepalingen urgentiecategorie sociale urgentie Er is sprake van een sociale woonurgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar: 1. Ten gevolge van de huidige huisvestingssituatie een onhoudbare acute woonnoodsituatie is ontstaan, die binnen een half jaar moet worden opgelost; a. De aanvrager dient aan te tonen dat de sociale problemen direct samenhangen met de huidige woonsituatie en dat hij/zij er alles aan heeft gedaan om de situatie te voorkomen of te verbeteren; b. Ten gevolge van psychische en/of sociale problemen permanent ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervindt in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie; c. De sociale problematiek dient al geruime tijd bekend te zijn bij een op dat gebied werkzame instantie en zij dienen de problematiek te onderschrijven; d. Van levensbedreiging of levensontwrichting is sprake als het dagelijkse leven zo erg is verstoord dat er sprake is van levensgevaar voor één of meer leden van het gezin. De verstoring gaat dan om geestelijke, emotionele of lichamelijke belasting die niet zelf is op te lossen; 2. Er kan bij een onafhankelijke externe deskundige advies worden gevraagd over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de psychische en/of sociale problemen en de woonsituatie. 3. Dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een van gemeentewege erkend opvang-,

BW- of hulp- en dienstverleningsinstelling in Renswoude. Voor deze urgentiecategorie geldt dat: a. in afwijking van het bepaalde in artikel 20 lid 1 de woningzoekende tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling, blijkens de inschrijving in de basisadministratie, woonachtig was in de urgentieregio; b. in afwijking van het bepaalde in artikel 20 lid 4 een woningzoekende niet over legale zelfstandige woonruimte beschikt binnen de urgentieregio; c. het bepaalde in artikel 32 lid 2 onder a, d, h en r niet van toepassing is; d. woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 7: aanvullende bepalingen urgentiecategorie financiële urgentie 1. Er is sprake van een financiële woonurgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar: a. buiten de eigen schuld door acute en onvoorziene omstandigheden te maken heeft met een grote inkomensachteruitgang waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer betaalbaar is. Onvrijwillig werklozen of arbeidsongeschikten kunnen hiertoe behoren en; b. de zorg heeft voor één of meer kinderen jonger dan 21 jaar.

Artikel 8: aanvullende bepalingen urgentiecategorie relatiebeëindiging Beëindiging van een samenwoningvorm is op zichzelf geen reden voor een woonurgentie. Als het huisvestingsprobleem primair is ontstaan door het beëindigen van een samenwoningvorm, is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de woningzoekende om zelf in andere huisvesting te voorzien. De aanvrager van een woonurgentie moet al het mogelijke hebben gedaan om het woonrecht in de oude woning te behouden, tenzij dit aantoonbaar op juridische- en/of financiële gronden niet haalbaar is gebleken. Iemand die zelf vrijwillig met de kinderen de woning verlaat, kan de ontstane huisvestingsproblematiek niet afwentelen op de gemeente/Woningbedrijf. Nadrukkelijk moet er eerst sprake zijn van een onhoudbare situatie en daarna wordt pas beoordeeld of er wordt voldaan aan de aanvullende bepalingen. 1. Er wordt bij beëindiging van een samenwoningvorm geen woonurgentie verleend, tenzij: a. Er sprake is van aantoonbare zorg voor één of meer kinderen jonger dan 21 jaar, geregistreerd in BRP op het adres van de aanvrager en; b. de aanvraag voor een woonurgentie moet binnen drie maanden na de gerechtelijke uitspraak of het verbreken van de samenleving worden ingediend en; c. het huwelijk/de samenleving tenminste twee jaar heeft bestaan, aan te tonen in de BRP en; d.

de aanvrager niet vrijwillig de woning heeft verlaten en; e. de aanvrager geen aanspraak kan maken op de woning waaruit men vertrekt en; f. slechts één van de scheidende partijen kan in aanmerking komen voor een woonurgentie.

Artikel 9a: Bewijsstukken bij relatieverbreking Bij het aanvragen van een urgentieverklaring worden in ieder geval de volgende bewijsstukken ingediend: a. een ouderschapsplan; b. een afschrift van één van de volgende documenten: i. de beschikking van de rechtbank waarmee het huwelijk of het geregistreerde partnerschap is beëindigd of, indien de rechtbank de beschikking nog niet heeft gegeven, het bij de rechtbank ingediende verzoek tot ontbinding van het huwelijk of het geregistreerde partnerschap; ii. het echtscheidingsconvenant, indien het huwelijk beëindigd is zonder beschikking van rechtbank; iii. de overeenkomst tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap, indien van toepassing;

iv.

de inschrijving van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap in de basisregistratie personen; v. de overeenkomst tot beëindiging van de samenlevingsovereenkomst, indien van toepassing of, indien overeenstemming over de beëindiging ontbreekt, de eenzijdige opzeggen van de samenlevingsovereenkomst; vi. de vaststellingsovereenkomst waarmee de samenwoonrelatie is beëindigd, indien geen sprake was van een huwelijk of een samenwoonrelatie die met één van de hiervoor onder i tot en met v bedoelde documenten eindigde. 1. De in het vorige lid onder v. en vi. bedoelde vaststellingsovereenkomst is door beide voormalige partners ondertekend, is gelegaliseerd door een notaris en bevat tenminste het volgende: a. de aanvangsdatum van de samenlevingsrelatie. Deze datum dient overeen te stemmen met de in de basisregistratie personen vastgelegde gegevens; b. de datum van beëindiging van de samenlevingsrelatie; c. de regeling over de hoofdverblijfplaats van de kinderen, als dit niet in het ouderschapsplan is vastgelegd.

Artikel 9b. Bewijsstukken die ingediend worden als aanvrager een woning verlaat 1. Indien aanvrager een huurwoning verlaat, worden bij het aanvragen van een urgentieverklaring de volgende bewijsstukken ingediend: a. de beschikking van de rechtbank waaruit blijkt, wie van de voormalige partners het gebruik van voormalige gemeenschappelijke woning verkrijgt; b. een kopie van de huurovereenkomst van de voormalige gemeenschappelijke woning; c. een kopie van het bankafschrift met daarop de betaling van de huur van de voormalige gemeenschappelijke woning, niet ouder dan twee maanden; d. actuele en volledige opgave van het inkomen van aanvrager, in ieder geval door indiening van een kopie van een salarisspecificatie. 2. Indien aanvrager een koopwoning verlaat, worden bij het aanvragen van een urgentieverklaring de volgende bewijsstukken ingediend: a. de beschikking van de rechtbank waaruit blijkt, wie van de voormalige partners het gebruik van voormalige gemeenschappelijke woning verkrijgt; b. de volgende informatie over de verkoop van de voormalige gemeenschappelijke woning of de overname daarvoor door de voormalige partner van aanvrager: i. de in verband met de verkoop of overname gesloten overeenkomst of overeenkomsten; ii. stukken waaruit de financiële gevolgen voor de aanvrager van de verkoop of overname blijken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13556791/1